zaterdag 13 mei 2017

VURENHOUT

A:        Hé, hallo daar, jongeman, kan jij niet eens een leuke grote kast maken waar ik al mijn mooie kleren in kan doen? Een kast van hout …. het liefst van vurenhout, want dat is het goedkoopst en zoals je weet zit ik niet zo goed in de slappe was, knul, anders zou ik wel een notenhouten kast laten maken. Dan zou ik er ook meteen een vakman bij halen. Dan zou ik jou zeker niet vragen ….. want ik weet heus wel dat jij een prutser bent. Nee, ho, ho, ho voordat je wat gaat zeggen, jongeman ……Ik heb niet gezegd dat je tot niks in staat bent. Die kast van vurenhout kan jij best wel in elkaar zetten, knul, met wat boren, wat schroeven en hier en daar wat lijm, daar niet van, dat kan je wel want aan vurenhout stel je ook niet zulke hoge kwaliteitseisen  dan aan notenhout. Voor notenhout heb je gewoon een vakman nodig, jongen. Maar ja zoals ik al zei daar heb ik gewoon het geld niet voor. Jammer maar helaas
B:        Ik heb altijd wel gedacht dat u me een prutser vond, meneer. Maar als u in uw huis eens even in het rond kijkt, dan zou u zien, dat vrijwel alles hier door deze prutser in elkaar gezet is: de tafel, de stoelen, de lijsten van de schilderijen, de keukenkasten, het bed en dat alles staat er al jaren zonder een mankement te vertonen. Als u mij zou vragen dezelfde dingen te maken maar dan van notenhout, dan zou ik er het drievoudige voor vragen……jaaaaa dan zou deze prutser er het drievoudige voor vragen. Deze prutser kan namelijk net zo goed notenhout bewerken als vurenhout alleen het materiaal notenhout is drie keer zo duur. Die zogenaamde vakman die u wilt, heeft hetzelfde basisloon als ik.
A:        Dus jij bedoelt als het ware, beste knaap, dat het niks uitmaakt een prutser of een vakman, bedoel je dat? Dus als een prutser met notenhout werkt maakt hij net zulke mooie dingen als een vakman met notenhout?
B:        Wat ik bedoel te zeggen dat ik in uw ogen een prutser ben maar dat ben ik dus helemaal niet. Ik ben een eerste klas vakman een all-round timmerman die nergens zijn hand voor omdraait. U heeft nooit geld gehad voor notenhout dus heb u heeft mij nooit opdrachten kunnen  geven voor een notenhouten tafel, notenhouten stoelen, notenhouten wandmeubels en noem verder maar op. Dat lag echt niet aan mij maar aan uw beperkte beurs.
A:        Hahahahaha nou wordt ie mooi, hahahaha, nou komt het omdat ik geen geld beschikbaar heb. Heb ik je ooit iets tekort gedaan, knul? Heb ik je ooit ondergewaardeerd, nou, zeg het dan, kom maar op! Je heb altijd de mooiste vurenhouten dingen voor me gemaakt en ik was er reuze …..reuze blij mee en ik heb je er ook altijd uitstekend voor betaald Je kreeg van mij de prutsersprijs voor je prutserswerk. Daar had je recht op, knul.

Heeee, weet je wat …… jij mag wel blij wezen dat ik zo slecht in mijn slappe was zat, anders had je niet zo goed bij mij kunnen verdienen. Als ik goed in de slappe was had gezeten, had ik wel een notenhout-vakman gevraagd in plaats van een prutser als jij.

vrijdag 12 mei 2017

ADA

Ada (94 jaar) en Gerard (76 jaar) vormen samen een echtpaar. Joke is hun huishoudelijk hulp.

Ada:               Gerard, wil jij voor mij ook een kopje koffie inschenken?
Gerard:         Neen! Je mankeert toch niks aan je poten?!
Joke:              Wacht maar ik zal het wel voor je doen
                        En tegen Gerard zegt zij:
Wat ben je toch vieze gore bullebak …. Wat is dat nou voor moeite om voor haar ook een bakje koffie in te schenken?
Ada:                           Zo gaat het hier nu elke dag. Hij zegt dat ik niks aan mijn handen mankeer, dus dat ik makkelijk zelf een bakje koffie in kan schenken.
Gerard:         Ze mag verdomme blij zijn, dat de koffie al gezet is ….. ik zet elke dag de koffie en zo gaat dat al jaren en al die jaren weet ze al dat ze zelf de koffie in moet schenken …. Maar elke dag maakt ze er weer een scène van.
                        Je verdomt het dingen met je handen te doen terwijl je het makkelijk kan.  Wat je allemaal wel  kan maar ‘weet ik waarom niet’ doet is: aardappelen schillen, boontjes doppen, spruitjes schoonmaken, peentjes schrappen, andijvie en witlof  snijden en ga zo maar door. Ook iets simpels als je bed opmaken ….. je zou het liefst zien, dat ik dat allemaal voor je deed maar je kan de pot op  ……ik heb je in het verleden al te veel verwend.
Ada:               Ben ik daar nou 94 jaar voor geworden om zo grof behandeld te worden ….. geen greintje respect meer is er nog over …. doe je ook zo onbehoorlijk tegen de buurvrouw van hiernaast, waar je elke avond op bezoek gaat ……  avond aan avond zit ik hier alleen te zijn.
Gerard:         Die 94 jaren hebben daar geen mallemoer mee te maken. Ik ben 76 en ik kom ook niet steeds met mijn leeftijd op te proppen. Ik vind gewoon dat jij je aanstelt, een zijkerdje bent dat alles door mij wil laten opknappen terwijl ik juist vind dat je,  door zelf dingen te doen, lekker fit blijft.
                        En dat ik elke avond bij Maria, de  buurvrouw zit, dat klopt en zo af en toe zeur je me daarover aan mijn hoofd. Ben je soms jaloers? Dan vraag je me of ik ook zo ‘onbehoorlijk’ doe tegen haar, neen, dat doe ik niet en daar is ook geen enkele reden voor. Maria en ik hebben het uitstekend met elkaar naar de zin. Zij vindt het leuk om dingen voor mij te doen en ik doe graag dingen voor haar. We vinden het fijn om bij elkaar te zijn en als ik eerlijk ben hebben jij, Ada en ik, onderhand flink de pest aan elkaar. Jij zou het waarschijnlijk anders zeggen maar je bedoelt precies hetzelfde.
Joke:              Lekkere vent ben jij, zeg Gerard ….zou je niet meteen voor vast bij die Maria van hiernaast gaan wonen?    
Gerard:         Geen denken aan; en ook  als Ada straks dood is blijf ik gewoon in dit huis wonen. Maria blijft ook in haar eigen huis. Dan kunnen we allebei aanspraak blijven maken op de volledige AOW.
Ada:               Straks …….. straks……reken maar op nog een paar jaartjes, ik heb sterk het idee, dat ik jou ga overleven, mannetje.


dinsdag 9 mei 2017

LINKS RECHTS

Het is een tekortkoming. Met dansles vond ik het altijd het ergst. ‘Begin met rechts’ zei de dansleraar en prompt stapte ik met mijn linkerbeen naar voren, soms bovenop  het voetje van mijn danspartner. Ik heb nooit leren stijldansen. Ik kon links en rechts nooit zo goed uit elkaar houden. Ook kon ik met dansen, de passen niet onthouden. Op de stijldansvloer voelde ik me een verwarde man. Iedereen om mij heen was vrolijk aan het zwieren en zwaaien en ik, en natuurlijk mijn partner, maar vooral ik stond in verwarring stil langs de kant.
Stijldansen kon ik dus niet maar ik kon wel degelijk dansen: vrij dansen … dansen, zonder regeltjes, op muziek van Pink Floyd of the Soft Machine. Dan maakte ik op de dansvloer wilde bewegingen met mijn hoofd, mijn armen en mijn benen ….. springen deed ik ook en dan kreeg je het omgekeerde effect: de stijldansers stonden langs de kant beteuterd naar mij te kijken, naar mij, die verwarde persoon, die ineens wèl bleek te kunnen dansen …. alleen anders.
Behalve wild dansen was er nog een soort dansen dat ik uitstekend beheerste. Dat was ‘slijpen’. Veel regeltjes waren daar niet aan gebonden. De belangrijkste voorwaarde was de muziek. De groepen Moody Blues, Procul Harum  maakten mooie slijpmuziek. De muziek moest in een uiterst laag tempo zijn. En voor het goed slagen van het slijpen moest je het doen met iemand, die ook heel graag met jou wilde dansen. Je ging zo dicht mogelijk tegen je partner aan dansen, met je handen op haar billen en als het goed is (en je bent niet te lang) dan slaat zij haar armen om je heen ….. en naarmate het muzieknummer vordert, dansen jullie steeds dichter bij elkaar. Ook jullie kruizen zijn dan inmiddels stevig tegen elkaar aangedrukt en er worden schurende bewegingen gemaakt.
Wild dansen was eigenlijk het allerleukst maar slijpen was het allerlekkerst op de dansvloer. En het fijne was: links of rechts deed er helemaal niet toe.
Mijn tekortkoming was enerzijds bijzonder hinderlijk toen ik op moest voor militaire dienst, anderzijds kwam me dat wel goed uit, want ik wilde eigenlijk helemaal niet in dienst.

Alle soldaten wisten hoe dat moest met dat marcheren. Zo’n officier riep dan, veel te hard,  ‘Links, rechts’ en alle soldaten wisten toen direct wat ze te doen stonden: links beginnen met lopen ….. maar ik begon met rechts. Ze stuurden me binnen een week al naar huis. Daar was ik dan wel weer blij mee.

maandag 8 mei 2017

KAMPIOEN

Gisteren moest ik even terugdenken aan de dag dat Sparta voetbalkampioen werd van Nederland. Acht jaar was ik toen, bijna negen. Al weer bijna 60 jaar geleden. Heel Spangen stond op zijn kop. Uit bijna alle ramen wapperde de rood-wit gestreepte Sparta-vlag. Spontaan zongen jong en oud, in de feestelijke drukte op straat, het vrolijke Spartalied.
Er werd gedanst in de Brederodestraat, de Spiegelstraat, op het PC Hooftplein en vanzelf in de Spartastraat.
Ik heb er wel eens eerder over geschreven, dat ik uit mijn slaapkamerraam die kanjers van Spartavoetballers kon zien trainen en die kanjers waren nu in 1959 kampioenen geworden …wat een feest. Ik weet alle namen nog van die kampioenen: keeper van Dijk, de achterhoede bestond uit: van der Lee, Terlouw, Zaal en Villerius. Op het middenveld de Koning, Verhoeven, Daniëls en in de voorhoede liepen de Vries, van Miert en Bosselaar. Een geweldig elftal. Wat een feest was het in Spangen. De feestcommissie had bedacht om het kampioenselftal door Rotterdam te laten rijden in een drietal paard en wagens. Een machtig idee. Ook alle straten van Spangen werden door de paard en wagens aangedaan. Sommige voetballers van Sparta waren uit baldadigheid op de wagens gaan staan en sprongen uit vreugde in het rond, hetgeen natuurlijk best gewaagd was. Maar er gebeurden gelukkig geen ongelukken. Het was al behoorlijk laat geworden toen de rondrit afgelopen was. De rit eindigde bij het Spartakasteel. Ik was daar ook bij. In mijn hand had ik een schriftje. Ik wilde de handtekeningen van alle spelers van Sparta hebben, wat ook bijna lukte. Alleen speler Terlouw duwde me ruw opzij toen ik zijn handtekening vroeg. (‘Stommerik’, dacht ik, ‘bent u nou een kampioen?’) Voor de rest had ik alle handtekeningen, dus ik was best tevreden.
Sparta is verder nooit meer voetbalkampioen van Nederland geweest en zal het ook nooit meer worden ook, want daarvoor is de club te weinig kapitaalkrachtig. Maar gelukkig hebben we in Rotterdam Feyenoord en Excelsior nog. Nou, Excelsior kunnen we ook rustig vergeten als aanstaand kampioen want die club is nog armer dan Sparta. Maar hoewel Feyenoord niet de kapitaalkrachtigste club van Nederland is, is het toch wel een club die elk jaar weer een goede kans maakt om kampioen van Nederland te worden.
Zo ook dit jaar. Gisteren waren veel supporters van Feyenoord in de waan dat hun cluppie kampioen zou worden. Ze moesten spelen tegen Excelsior, die club zou met gemak verslagen worden, met gemak.
Gisterenmiddag was ik wat aan het fietsen in de stad. De wedstrijd moest nog beginnen en ik zag kinderen en volwassenen al in staat van vreugdevolle opwinding richting Woudestein (het voetbalstadionnetje van Excelsior) lopen. Er werd gezwaaid met vlaggen, het Feyenoord-lied ‘Hand in hand’ werd  luidkeels gezongen. Bij een café, waar ik langs moest fietsen, werd gedronken alsof het feest al was losgebarsten; ik kon met mijn fiets niet normaal over het fietspad …. het lag bezaaid met lege bierblikjes en -flesjes, plastic bekers, omver gegooide fietsen, er lag zelfs een bewusteloze (waarschijnlijk beschonken) supporter (met Feyenoord-shirt….) ….. en het geluid van opgewonden gesprekken klonk op van het terras en  vanuit de kroeg.
Het was natuurlijk wel18 jaar geleden dat Feyenoord kampioen werd, dat wel …. en de kans dat het vanmiddag zou gebeuren was wel heel groot. Het ging die middag helaas allemaal niet door. Feyenoord verloor van Excelsior met 3 – 0.. Maar niet getreurd let op wat er aanstaande zondag gebeurt. Dan wint Feyenoord thuis van Heracles en is het alsnog landskampioen. Hoera alvast.

Voor Sparta vrees ik, heel erg helaas, dat ze dit jaar te zwak zullen blijken te zijn voor de eredivisie en een stapje terug zullen moeten doen naar de Jupiler-league. 

zondag 7 mei 2017

STRAND

D e volgende ochtend ging ik vroeg naar het Centraal Station om de trein naar Hoek van Holland te nemen. Ik wilde die van half zeven hebben omdat alle latere treinen vol zitten met stoffige norse ambtenaren, die in een van die kleine achterlijke dorpjes aan de lijn Rotterdam-Hoek van Holland werken: Schiedam, Vlaardingen Maassluis. Je zou er voor je verdriet toch niet willen werken. Het komt een enkele keer wel eens voor dat zo’n ambtenaar tegen me aan begint te praten…..daar moet ik nou helemaal niks van hebben. ‘Meneer,’ zeg ik dan, ‘meneer, ik ben nog maar net uit mijn bed en u ook waarschijnlijk, laten we alsjeblieft allebei nog even een oogje dicht doen, alsjeblieft meneer, ik kan echt niet tegen uw geluid, sorry dat ik het zo cru zeg, maar zo is het nu eenmaal.’
Ik heb met niemand een afspraak op het strand. Ga alleen maar om even lekker in m’n eentje te zijn. Uit te waaien. Het is gelukkig redelijk weer en nu al 17 graden. Neem ik een trein later dan is de kans groot dat er veel schooljeugd in zit en daar word ik helemaal gek van: een kabaal van jewelste: de een praat nog harder dan de ander, de een lacht nog uitbundiger dan de ander, de een heeft zijn smartphone nog waanzinniger staan dan de ander. Ik heb ook kinderen in die leeftijd, met smartphones en zo maar die halen het niet in hun hersens om die krengen zo hard aan te zetten …..in ieder geval thuis niet ……ik weet natuurlijk niet wat ze in de trein doen.
Maar in deze duffe ambtenarentrein kom ik lekker relaxt in Hoek van Holland aan. Deze trein rijdt bijna helemaal door tot aan het strand. Ik zie god zij dank geen mens, alleen maar zand, zee en natuurlijk honderden meeuwen. Ik heb mijn laarzen aan gedaan en nu stamp ik door het rulle zand naar de branding. Het strand is nog niet schoongemaakt. Nog allemaal rotzooi van gisteren. Op mijn pad liggen, lege plastic limonadeflesje, papieren zakjes met de naam van een of andere bakker, een zeefje, een kapotte shuttle, een half opgegeten stuk stokbrood, een gescheurde vlieger en een goed gevuld condoom. Ik maak met mijn laars een gat in het zand, wip het condoom er in en trap het zand plat dat ik met mijn laars bovenop dat condoom geschept heb. Ik wil niet dat dat ding hier open en bloot ligt. Waarom Niet? Geen idee ….. of eigenlijk toch wel….ik houd niet van die dingen, ik wil ze gewoon niet zien..
Aan de horizon vaart een schip; een scheepje, lijkt het maar dat zal wel gezichtsbedrog zijn.
Bijna tuimel ik in een vrij diepe kuil, die daar waarschijnlijk door kinderen gegraven is maar daar moet dan hun vader of grote broer wel aan mee geholpen hebben, want hij is zo diep.
Ik kom aan in het nattere gedeelte van het strand, dat loopt gelijk een stuk makkelijker. Volop schelpen. Ik doe mijn jack uit. De zon wordt nu al warm. Half acht is het pas. Het is nog te koud voor in mijn blote body. D’r zijn al heel wat kwallen op het droge. Het is nog tweehonderd meter tot het naaktstrand. Daar is een tent met uitstekende koffie. Altijd vroeg open. Nu ook dus. Maar nog vóór de koffie,  ga ik daar op het strand uit de kleren en neem een frisse duik in het zeewater. Ik kan het me niet elke dag veroorloven maar als het even kan ga ik hierheen om echt lekker relekst en opgewekt wakker te worden.

zaterdag 6 mei 2017

VARKENSPOOTJES

Karel, een jongen van 17 jaar, staat bij de slager. Hij heeft een rood baseballpetje op met de moderne tekst: ‘fuck you’. Hij is aan de beurt maar de slagersvrouw staat op een trapleertje de ramen te zemen en de slager zelf staat, met zijn tong op zijn schoenen,  hard in te hakken op een dik stuk bot. Er vliegt een stuk van het bot af, over de toonbank, bovenop de kop van de Rotweiler, van de vrouw die voorlopig nog niet aan de beurt is. De hond is niet gewond maar aan het stuk bot zit nog wat vlees, dat de Rotweiler dankbaar op wil peuzelen. Het vrouwtje van die hond probeert het stukje bot en vlees uit de bek van de Rotweiler te sjorren (‘Af Wierdo! Af! Foei Wierdo!!’) maar daarvan wordt het beest alleen maar boos. Hij dreigt in haar hand te bijten. (Typisch een voorbeeld van een slecht opgevoede hond.) Na enige minuten spuugt de hond het schoongegeten botje op de vloer van de slagerij en lijkt smalend te kijken naar zijn vrouwtje dat nu bijna aan de beurt is, want de slager vraagt aan Karel:
Slager:           Zo jongeman, wat zal het zijn?
Karel:                         Dag slager, ik ben vandaag al bij veel slagers geweest maar overal ving ik bot: heeft ù misschien varkenspootjes?
Slager:           Maar natuurlijk heb ik die beste knul. De slager duikt in de koelcel en dan zegt de jongen, kraaiend van pret
Karel:                         Nou, slager dan zult u wel veel moeite hebben met lopen. En Karel stormt de winkel uit. Maar waar Karel niet op gerekend had was dat de Rotweiler van de vrouw, die nu eindelijk aan de beurt was, zich ermee zou gaan bemoeien.
De hond rukte zich los van de vrouw, die nu aan de beurt was, maar ze kon even niks zeggen, want ze lag opeens uitgeteld op de vloer. Toen zei de slager:
‘Zeg het maar mevrouw ………. zeg het maar mevrouw……… zeg het maar mevrouw ………. zeg het maar mevrouw’
….hij leek wel een robot …. De slager hield er pas mee op toen zijn vrouw, die inmiddels klaar was met ramen zemen, een doorregen varkenslapje in zijn nek legde.
De vrouw van de slager liep linea recta, zorgzaam, naar de gevallen vrouw. Ze bleek niets gebroken te hebben of zo; het was meer de schrik van het moment, dat Wierdo, de Rotweiler, Karel achterna ging. Het vrouwtje van de hond werd overeind geholpen door de vrouw van de slager. Net op dat moment kwam Wierdo binnengestormd. Zijn geblaf klonk enigszins schor, wat niet zo vreemd was, want hij had Karels baseballpet half ingeslikt en de viervoeter kreeg hem er zelf duidelijk zijn strot niet uit.
De slager had wel een idee:
                        Ik pak een stuk worst en vraag aan uw hond: wil je een stukje worst Wierdo? Mág dat mevrouw?
Vrouw:         Ja, dat mag, slager maar wat gebeurt er dan?
Slager:           Wierdo wil dat stukje worst zó graag hebben, dat hij eerst de pet uitspuugt en dan het hele stuk worst achter mekaar opvreet.
Nou, zo gezegd zo gedaan, het lukte wonderbaarlijk. Wierdo werd weer rustig.
De vrouw wilde verder alleen maar een doorregen varkenslapje van twee ons kopen. Met een geroutineerd gebaar trok  de slager het varkenslapje uit zijn nek. ’t Was precies het goeie gewicht.
Aan de overkant van de slagerswinkel stond Karel te springen: luid lachend en joelend  zong hij :
‘de slager, die heeft varkenspootjes hi ha ho, de slager die heeft varkenspootjes hi ha ho.’

Wierdo dreigt al weer helemaal gek te worden.

vrijdag 5 mei 2017

COLLEGAATJE

Ans:    Heb je zin in een lekker badje.
Ton:   Ik zit nu de krant even te lezen schat. Daar ben ik nog wel een uurtje mee bezig, denk ik. Daarna lijkt het me lekker een badje te nemen. Wil jij ervoor zorgen dat zo tegen die tijd het bad vol en warm is en ….. doe er maar wat van dat Nivea badschuim in.
Ans:    Ja, daaaaag Ton, alleen als je nu in bad wil, kan ik het voor je klaarmaken. Over een uurtje zit ik in de metro, op weg naar bioscoop Cinerama …….  maar eh … je kan toch best zelf wel je badje in orde maken?
Ton:   Welke film ga je?
Ans:    ’ The other side of hope’.  
Ton:   Waar gaat ie over?
Ans:    Over mensen die alles wat ze hebben op het spel zetten ……. Verliezen ……. weer een beetje opkrabbelen ……. er weer helemaal bovenop komen of overlijden … begrijp je
Ton:   Neen eigenlijk niet zo,
Ans:    Het gaat dus over een Syriër, die al zijn geld gebruikt om naar Europa (Finland) te vluchten. Hij laat zijn hele hebben en houden achter.  Verder is er een Fin. Hij scheidt van zijn vrouw en verkoopt alles wat ie heeft: …… huis, auto, winkel en gaat dan pokeren en heeft dan het beetje geluk waarmee hij een nieuw bestaan op kan gaan bouwen. Die Syriër heeft dat geluk niet: hij zal het in Finland niet overleven.
Ton:   Heb je die film al gezien?
Ans:    Neen, hoezo?
Ton:   ….. dat je het verhaal zo precies kent…….
Ans:    …. Ik heb alleen maar twee recensies gelezen ….. het leek me wel een mooie film om te gaan zien.
Ton:   Met wie ga je?
Ans:    Met Albert.
Ton:   Albert? Welke Albert.
Ans:    Albert de Boer, een collega van me … zit ook in de ondernemingsraad.
Ton:   Moet ik die dan kennen?
Ans:    Nee die moet jij helemaal niet kennen maar die ga je wel kennen want hij komt me zo ophalen.
Ton:   Ophalen? Hier?
Ans:    Ja, waar anders, ik woon hier toch?!
Ton:   Maar, lieve schat,  ik vind  het op zijn zachtst gezegd een beetje vreemd, dat je daar  uit jezelf helemaal niks over zegt. Als ik niet toevallig vraag ‘wat ga je doen’ en ‘met wie’ dan had ik mooi van niks geweten. Ga je misschien ook al met hem naar bed?
Ans:    Nou zeg, Ton schei eens uit ….. Albert is een sympathiek collegaatje en toevallig raakten we aan de praat over die film en toen besloten we daar samen eens naar toe te gaan ….. verder niks…..daar hoef je niks achter te zoeken, hoor!
De bel  gaat
Ton:   Ik geloof dat de bel gaat, schatje ….. dat zal Albert wel zijn
Ans gaat de deur open doen.
Ans:    Hallo Albert. Kom even binnen dan zal ik je aan mijn man Ton voorstellen. Ton, mag ik je even voorstellen aan Albert ….. Albert en ik zitten in de OR van onze zaak.
Albert is gekleed in een driedelig kostuum, hij is ruim een kop kleiner dan Ans. Hij heeft een stevig riekend parfummetje op.
Ton legt zijn krant weg, niest en stelt zich vriendelijk voor aan Albert.
Ton:   Hallo Albert. Ton … de man van Ans dus.

donderdag 4 mei 2017

KOKEN

Er zijn mensen, die wat dit betreft, een zwaardere taak hebben dan ik maar ik moet vier keer per week koken voor mij en mijn vriendin. Mijn vriendin Babs heeft een hekel aan koken …ze vindt dat een ongemakkelijke activiteit dus begint ze er niet meer aan.  Toch zorgt ze wèl drie keer per week voor warm eten voor ons. Dat eten koopt ze dan bij de slager. Die slager verkoopt verrukkelijke  maaltijden, variërend van macaroni tot Surinaamse schotel en asperges met ham tot andijvie met spekjes.
Ik kook dus wel zelf.
Nu vindt Babs alles lekker wat ik kook maar ik kan toch niet iedere week met hetzelfde komen aanzetten. Hoewel ….elke zaterdagavond eten we wel brood met gebakken ei en spek maar dat kan je toch eigenlijk geen koken meer noemen.
Ik probeer met koken behoorlijk te variëren en waar ik óók voor zorg is dat de maaltijden gezond zijn. Bij elke maaltijd, zorg ik er voor, dat er altijd iets vers en rauw bij geserveerd wordt, bijvoorbeeld….. heel simpel: sla, tomaat of komkommer…...
Het is allemaal niet zo ingewikkeld wat ik op tafel zet. Op vrijdag bijvoorbeeld mag ik graag worteltjes eten. Dat is nog een gewoonte van ‘huis uit’. Altijd aten we peentjes met gekookte kabeljauw of vissticks en boterjus met  ‘gewoon’ gekookte aardappelen. Dat laatste doe ik nauwelijks meer bij welke groente dan ook eet ik bij voorkeur gebakken aardappeltjes en de vissticks heb ik vervangen door verse gebakken vis: scholletjes of forelletjes ….een heel enkele keer koop ik voor de vrijdag wel eens Slavino’s van IGLO.
Wat ik, sinds ik met Babs ben, het meest gemaakt heb is chili con carne. Zij koopt dat trouwens ook vaak bij haar slagertje. Iedereen zal het recept inmiddels wel kennen maar omdat het zo lekker is en ik iedereen het beste gun, schrijf ik het hier nog even op:
Doe twee gesnipperde uien en twee in kleine stukjes  gesneden knoflookteentjes in een koekenpan met verhitte olijfolie. Bak de uien en de knoflook en voeg er circa 3 ons rundergehakt aan toe (doe er ook wat peper en zout bij) en bak dat gehakt tot het rul is. Snij dan drie tomaten en een rode paprika in partjes en voeg die bij mix in de koekenpan. Maak tot slot de pot met bruine bonen open en doe de inhoud daarvan in de koekenpan en breng aan de kook. Laat het geheel dan nog twintig minuten zachtjes doorkoken voor een heerlijke Chili-schotel. 
Het is nu tegen etenstijd, dat ik dit zit te schrijven en, wat eigenlijk vrij logisch is, het water loopt me, terwijl ik dit receptje alleen maar uittik, al uit de mond. Ja. het is echt smullen geblazen met chili con carne.

Vanavond, donderdagavond is een bijzondere avond. Dan eten Babs en ik altijd allebei iets anders. Ik neem dan meestal bij de Jumbo een kant-en-klaar maaltijd en Babs eet een boterhammetje met een dun plakje kaas. Zij eet de hele donderdag trouwens zowat niks: ’s morgens een boterhammetje, ’s middags een boterhammetje en ’s avonds dus ook weer. Dat komt omdat ze op een lijnclub zit en op vrijdagochtend moet ze daar op de weegschaal gaan staan ………. en door op donderdag heel veel minder te eten èn niet te snoepen, hoopt ze, dat dan op vrijdag,  de weegschaal, als een door een wonder, minder pondjes aan zal geven. Wie weet gebeurt dat wonder morgen.

woensdag 3 mei 2017

BLOTEBILLENBROEK

DE BLOTEBILLENBROEK.
In het voorjaar zie je hem al wat vaker: de blotebillenbroek. Tonia Voets uit Hoogzuur loopt tegenwoordig in het voorjaar, ‘s zomers en op mooie herfstdagen, altijd in haar blotebillenbroek: op haar werk, thuis, op straat, in de supermarkt. Wat zo’n tien jaar geleden als een trend onder hardlopers uit de Verenigde Staten overwaaide breidt zich langzamerhand uit naar andere groepen. Van spiritueel ingestelden tot nuchtere lieden. Op haar kantoor zijn ze er aan gewend en alleen als haar vriend een etentje van zijn zaak heeft of zo dan doet Tonia een gewone broek aan.
‘Het aller lekkerste is een zomerse dag tijdens een regenbui. Het warme water tikt dan zo heerlijk op de billen, dat is bijna onvoorstelbaar. Het is toch een sensatie die voorbij gaat aan de loper in de reguliere pantalon. Een vervelend verschijnsel is dat Tonia regelmatig een pets voor haar billen krijgt; voornamelijk van mannen natuurlijk. Maar in de loop van de tijd heeft ze steeds betere voelsprieten ontwikkeld om die petsen voor te zijn. ‘Het lijkt wel of je hersenen alerter worden als je in een blotebillenbroek loopt’. Nog voordat ze aangeraakt is draait ze zich als door een wesp gestoken om en geeft het brutale heerschap een oplawaai.  ‘Ja, je moet in deze uitdossing wel van je af kunnen bijten.
Volgens Tonia is de mens niet geschikt om in gewone broeken rond te lopen. Die gewone broeken vervormen onze billen en maken de spieren slap. Zeker erg strak zittende gewone broeken maken de billen lui en veroorzaken juist vaak klachten. Tonia heeft de afgelopen anderhalf jaar haar billen gespierder zien worden. ‘Ik was ook altijd een koukleum’zegt Tonia maar lopen in een blotebillenbroek zorgt voor een betere doorbloeding van je hele lichaam. Haar uitgebreide normale broekencollectie staat te verstoffen in de kast. en dat blijft wat Tonia betreft voorlopig zo. De opmerkingen en fronsende wenkbrauwen op straat deren haar niet meer: ’Je ziet mensen in de meest rare gewaden lopen, met kapsels in alle kleuren van de regenboog, maar als je heel eenvoudig in een blotebillenboek loopt ben je kennelijk een kermisattractie.
BLOTE BILLEN PADEN
Voor wie in de natuur met een blotebillenbroek aan wil gaan lopen zijn er speciale blotebillen paden aangelegd. Er zijn er dertien netjes verdeeld over heel Nederland (blotebillenpaden.nl en blotebillenwandelen.nl)De gemeente Hoogzuur kent een heus park voor dragers van dergelijke broeken. Vorige maand is dit officieel geopend. Er zijn daar zelfs coaches die de weg wijzen met cursussen en workshops. In sommige grote steden worden ook al speciaal voor deze groep dansfeesten georganiseerd.

BLOTE BILLEN INDERDAAD BETER?
Mensen met een blotebillenbroek blijken sneller te lopen. Bosjesmannen, die vaak in hun blote billen lopen hebben aantoonbaar minder schade aan hun bilbotjes. Marathonllopers die trainen in blotebillenbroekjes worden steeds meer als potentiële winnaar genoemd van prominente marathons; zo wordt nu al de bekende Portugees Willy Percuiq genoemd als mogelijke winnaar van de marathon van Rotterdam. Hij is nu al in staat gebleken een tijd neer te zetten van 2.06.34 (onder gunstige omstandigheden uiteraard)

Dat wordt ongetwijfeld billen knijpen voor de andere reguliere marathonlopers. 

dinsdag 2 mei 2017

BLAUWE DOLFIJNEN

Sinds een jaar ongeveer kom ik over de vloer bij Joop. Ik ken hem van het koor waar ik een blauwe maandag op zat. Joop was in de tijd dat ik  op het koor kwam de enige andere man; de andere leden, zo’n dertig in getal, waren dus vrouwen. Hij heeft me destijds op een vriendelijke manier ingewerkt. Hij hielp me bijvoorbeeld in de rommelige liedjesmap, die ik gekregen had, de juiste liedjes te vinden.
Joop is nu bijna tachtig jaar en al tien jaar  weduwnaar. Eens in de veertien dagen drinken we een kopje koffie bij elkaar , soms drinken we er ook wel eens een borreltje bij.  De ene keer zitten we bij hem en veertien dagen later zitten we bij mij. Deze keer zitten we bij Joop.
Joop heeft een tamelijk kleine driekamerwoning met een prachtig uitzicht op een grote vijver, een imposant standbeeld van een grote blauwe dolfijn en heel in de verte, zijn, behalve foeilelijke flats, ook de bomen van het Kralingse Bos te zien met daarbovenuit gepiept, het topje van de Erasmusbrug.
Joop is, misschien wel door dat standbeeld in de vijver, een groot liefhebber van dolfijnen, blauwe dolfijnen, want overal in zijn woning, althans op die plekken waar ik heb mogen komen, duiken deze sierlijke waterdieren op …. niet in levende lijve natuurlijk maar in de vorm van onder andere een spaarpot, een klok, een vaasje, een pollepel, een asbak, een handdoek, een theedoek, pannenlappen, ovenwanten, drie schilderijen en een half opgebrande kaars.
Joop is 21 mei jarig. Hij heeft er een  leuke gewoonte van gemaakt om op zijn verjaardag het koor een cadeautje te geven: hij zingt dan zelf voor het koor een leuk lied en wie mee wil zingen, zingt lekker mee. Vorig jaar, toen Joop 79 jaar werd dus, heb ik dat mogen meemaken. Hij zong toen: ’Brandend Zand’ van Anneke Grönloh en dat was een doorslaand succes. Iedereen kon meezingen, omdat ik toen de tekst speciaal voor alle koorleden had uitgeprint. Joop moest dat hele fijne liedje wel drie keer zingen………..zo’n succes was het. Toen hij uitgezongen was deelde hij zijn gebruikelijk versnapering uit; iedereen zat er al stilletjes op te wachten: jodenkoeken.
Over dat ‘Brandend Zand’ is later tussen Joop en de leiding van het koor, helaas enige consternatie ontstaan. Want, hoewel iedereen de tekst had en de melodie kende wilde de leiding (lees: de dirigente) niet dat het lied op de koorrepetities of de uitvoeringen gezongen werd. En dat stuitte Joop tegen het zere been. Hij had zich natuurlijk niet voor niets zo lopen uitsloven en nu zat die tekst daar maar ‘loos’ in de liedjesmap. Joop maakt van zijn hart geen moordkuil en spreekt de dirigente daar op aan: ’ik bent zekers in mijn kuif gewiekt dame de dirigente, dat nooit meer aan Brandend Zand gehoord wordt.’ (Het Nederlands van Joop is niet zo sterk maar dat maakt niet uit, want iedereen begrijpt hem toch wel.) ‘Het is een goed lied en ik hebt het graag en met bassie gezongen.’ Toen antwoordde de dirigente dat het een ouderwets lied was, dat Brandend zand en dat het negatief en depressief was.
‘Nou’ zei Joop daarop ‘Waarom zingen we dan wel: ‘Vuile huichelaar’ Of dat dan zo potief is ….ouwets is het zeker.’
De dirigente hield voet bij stuk. ‘Brandend Zand’ zou nooit meer door het koor gezongen worden; hetgeen Joop zeer verdroot.
Het is weer bijna 21 mei en Joop bereidt ondanks alle ‘Brandend Zand-sores’ een nieuwe verjaardagsong voor. Het wordt dit jaar de positieve titel: ‘O was ik maar bij  moeder thuis gebleven.’ Van de populaire maar inmiddels overleden zanger Johnnie Hoes. Vanmorgen heeft Joop me het hele lied laten horen. Hij kent het al helemaal uit zijn hoofd.

Hoewel ik al een paarmaanden van dat koor af ben ga ik Joop net als vorig jaar wel helpen met zijn cadeautje aan het koor: ik ga de tekst van ‘O was ik maar ….’van YouTube halen en maak weer kopietjes voor de andere leden van het koor, zodat ze mee kunnen zingen met Joop.

maandag 1 mei 2017

48 WC-ROLLEN

‘Zoooo dat is een mooie aanbieding van Albert Heijn,’ dacht ik. Met de bonuskaart: 48 pakken toiletpapier voor 9,98 euro. Als ik daar een beetje zuinig mee omga doe ik er misschien wel twee jaar mee. Want op het moment gebruiken ik en mijn ‘sporadische’ bezoek, één rol per twee weken. Dus reken maar uit: met 48 rollen ga ik, als er geen gekke dingen gebeuren, 96 weken doen. Dat  is toch bijna twee jaar! Maar ik realiseer me nu, dat ik een foutje maak. Ik redeneer nog vanuit de situatie, dat ik helemaal alleen woon in dit huis maar dat is niet helemaal juist. Mijn vriendin Babs komt hier namelijk ook regelmatig, zo’n drie dagen per week; en haar kan ik natuurlijk niet rekenen onder het ‘sporadische’ bezoek. Ik schat haar verbruik op ongeveer één rol per 8 weken. Dan heb ik dus wat minder dan twee jaar plezier van die rollen. So what!?  Ik zou nog kunnen overwegen om 96 rollen te kopen maar ik vind me al zo voor lul lopen met 48 van die rollen op mijn schouder, want ze passen niet in  mijn boodschappenkarretje of in mijn fietstassen en een auto kan ik me niet veroorloven ….. anders zou ik natuurlijk niet op dit soort koopjes jagen.
Maar er is nog een andere factor die het verbruik van het toiletpapier verhoogt: steeds vaker wordt het gebruikt voor allerlei andere dingen dan de bibs, de plasser, de wc-bril of de (heren-)druppels van de grond af te vegen.
Zo heeft de rol toiletpapier bij mij een vaste plaats veroverd: op mijn nachtkastje. Hij prijkt met enige trots naast de K-Y-gel, de Viagra-pillen en  de flesjes water. Ik zal beginnen met de rol van de toiletrol op het nachtkastje. Babs en ik vrijen vrijwel dagelijks ….dus….. met behulp van het toiletpapier, wordt het na het vrijen, vochtig geworden deel van het laken weer droog gewreven …… en daar zullen nog heel wat toiletrollen per twee jaar mee heen gaan, dunkt me. Hoeveel precies, daar durf ik nu nog geen schatting over te maken omdat wij, Babs en ik,  elkaar nog niet zo lang kennen (op 6 mei a.s. kennen we elkaar om precies te zijn 11 maanden)  en dus kunnen we nu nog niet voorspellen of wij wel dagelijks zo door zullen blijven gaan.
Wat de K-Y gel en de Viagra- pillen op mijn nachtkastje doen, daar wil ik het hier niet over hebben. Dat gaat niemand iets aan. Het gaat in dit stukje tenslotte met name over pleepapier. Zoek maar op google als je die dingen nog niet kent. Feit is, dat we er als ouwetjes tijdens het vrijen veel plezier aan beleven.
Ik hoef denk ik niet uit te leggen waarom er water op het nachtkastje staat??? … gewoon om te drinken want van een partijtje kroelen kan je zo af en toe behoorlijk dorstig worden.

Helaas heb ik één wc-rol al ‘verspeeld’. Ik liet hem bij het uitpakken per ongeluk uit mijn handen vallen …. ‘Plons’…… in de wc-pot. Zeiknat was die rol. Ik heb nog geprobeerd hem een paar dagen op de verwarming te laten drogen maar je kan hem beter meteen wegflikkeren want alle wc-papiertjes kleven aan elkaar vast. Niks meer mee te doen!

zondag 30 april 2017

EERBIED IN GODS HUIS

Mijn vriendin Babs, is net als ik, Rooms-Katholiek opgevoed, alleen: ik ga niet meer op zondag naar de kerk. Ik zit hier dit stukje te schrijven en zij ……zij zit daar nu dus …in de kerk. Bidden, zitten, zingen, staan, luisteren naar de preek, hostiehappen, geld in de collectezak doen, kaarsje aansteken bij Maria. Babs schrijft altijd een verhaaltje aan Maria waarin ze vraagt of Maria goed voor haar en mij wil zorgen en dat we gezond mogen blijven en als het even kan wel honderd jaar mogen worden.  
Knielen is er niet meer bij daar in die kerk. Althans, deze kerk, de Heilige Jodocus-kerk. Dit is een moderne parochie ….er zijn ook kerken waar ze alles nog precies zo doen als negenennegentig jaar geleden. Gregoriaanse gezangen, veel knielen en opstaan. Te laat komen en ander wangedrag is daar uit den boze: er wordt streng toezicht op gehouden door heren in zwarte pakken een soort ‘knokploeg’ genaamd ‘Eerbied In Gods Huis’. Ze staan, voor de dienst, meestal met zijn vijven achterin de kerk. Ik was erg vroom toen ik jong was en in de buurt van die heren durfde ik nauwelijks te lopen, te lachen, te kuchen of maar een enkel woord te spreken. Zelfs als je vergat je hand in het wijwatervat te steken kwam er al een ‘Eerbied In Gods Huis’ op je af. Hij zei niks maar hij sleepte je vriendelijk doch gedecideerd naar het wijwatervat terug. Met dat wijwater moest je eerbiedig een kruisteken maken (rechterhand op je voorhoofd-rechterhand op je buik-rechterhand op je linkerschouder-rechterhand op je rechterschouder) om de in de kerk aanwezige Here God te begroeten. Als de dienst begonnen was liepen de heren van ‘Eerbied in Gods Huis’ in het tempo van de Dodenmars door de kerkpaden om onheil te bespeuren en onmiddellijk de kop in te drukken.
Zo zijn een vriendje en vriendinnetje van mij, Albert-Jan en Tooske-Freya eens uit de kerkbanken gevist en uit de kerk verwijderd, omdat ze aan elkaars lijf zaten te frunniken onder de consecratie. Een ander voorbeeld is de vader van Chantal, die, zo op het oog, normaal binnenkwam maar tijdens de dienst een fles Bols jonge jenever uit zijn binnenzak haalde. Op zich was dat niet zo’n probleem maar toen hij een in de hele kerk hoorbare (en voor een deel van de kerkgangers ook ruikbare) boer liet, moesten de heren van ‘Eerbied In Gods Huis wel handelend optreden: zijn flesje Bols werd door een van de heren ingenomen en Chantal d’r vader werd discreet buiten de kerk gezet. Chantal en haar moeder bleven met het schaamrood op hun kaken op de kerkbank achter.
Toen ik zelf wat ouder werd, het hele kerkgebeuren me niet mee zo boeide en ik ook niet meer zo beducht was voor ‘Eerbied In Gods Huis’, ging in met mijn vriend Henk-Jan en, in mijn schooltas, een pim-pam-pet spel, naar de kerk. We gingen, tactisch, helemaal aan de linkerkant van het linker kerkbankenblok zitten, zo ver mogelijk uit het zicht van ‘Eerbied In Gods Huis.’ Ik wachtte tot de mis vijf á tien minuten bezig was, zo ongeveer bij het ‘Kyrië’, alvorens ik het pim-pam-pet spel tevoorschijn haalde. Ik zette het spel tussen mij en Henk-Jan in en we hadden afgesproken dat ik als eerste zou draaien en Henk-Jan een vraag zou krijgen. Als er een ‘Eerbied In Gods Huis’ langs zou komen dan zou ik mijn sjaal gauw op het spel leggen.

Henk jan moest de eerste vraag beantwoorden: Een lichaamsdeel. Ik draaide aan het pim-pam-pet spelletje en dat stopte op de letter K. Dus: Henk-Jan moest een lichaamsdeel met een  ‘K’ noemen . ‘Kut’, zei Henk Jan, natuurlijk, maar wel  net iets te hard……. er liep een ‘Eerbied In Gods Huis’-knakker langs. Henk-Jan en ik werden uit de kerk verwijderd. Het pim-pam-pet spel bleef bij ‘Eerbied In Gods Huis’ achter.

zaterdag 29 april 2017

TWEE VRIENDINNEN

Eerder heb ik al eens geschreven over mijn werk als ‘taalvrijwilliger’. In het kort komt dat werk neer op: één keer per week een á twee uur praten met een nieuwe Nederlander, een man of een vrouw, die niet echt goed Nederlands praat maar zich toch al een beetje verstaanbaar weet te maken. ‘Samenspraak’ heet dit project waaraan ik meewerk. Ik doe dit werk sinds ik gepensioneerd ben, nu zeven jaar.  In die tijd heb ik gepraat met vier Polen, een Syriër, een Marrokkaan, een Turk, een Ethiopiër, drie Iranezen en een Somaliër. Op dit moment praat ik nog met een Iranees, een Somaliër en een vrouw uit Afganistan. Maar met de Iranees en de Somaliër zal dit werk snel afgelopen zijn. Dat komt omdat die twee niet zo gemotiveerd blijken te zijn en naar mijn idee niet zo in de gaten hebben wat de fatsoensregels in Nederland zijn ten aanzien afspraken nakomen.
Met die Iranees, genaamd Shabash,  had ik bijvoorbeeld de afspraak dat hij van twaalf tot twee uur zou komen elke zaterdag. Het gebeurde tot twee keer toe dat hij om vijf over twaalf op zaterdag afbelde. Ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat hij mij voortaan op donderdag moest afbellen als hij zaterdag niet zou kunnen komen, zodat ik zaterdags van twaalf tot twee zelf ook nog wat anders zou kunnen plannen. Eén keer belde hij op donderdag af. De zaterdag, een week later, belde hij helemaal niet af en bleef gewoon, zonder bericht dus, weg en deze week krijg ik op vrijdagavond van Shabash een telefoontje met de mededeling (in het Engels) dat hij in Luxemburg zit, dus niet kan komen op zaterdag. Voor mij is nu de maat wel vol; ik spreek nog met hem af voor volgende week zaterdag en zal hem dan zeggen dat ik onze ‘Samenspraak’ beëindig.
Met de Somaliër Hassan speelde iets dergelijks, met dat verschil dat ónze afspraak was in de Centrale Bibliotheek van Rotterdam elke vrijdagochtend van elf uur tot half een. Hij leek aanvankelijk wel gemotiveerd voor Samenspraak maar tot twee keer toe stond ik tevergeefs op hem te wachten in de hal van de Bieb en dat na een reis van drie kwartier. Ik geef toe dat het  niet helemaal netjes is maar ik heb toen twee keer achter elkaar een bijeenkomst met hem (bijtijds, dat wel) afgezegd. De week daarop belde Hassan mij op met de mededeling dat hij op vrijdag en maandag voortaan naar school zou gaan en dat hij dus geen Samenspraak meer nodig had. Ik was  er niet rouwig om.
Blijft nu dus alleen over die Afgaanse. Ze heet Sümüs, ze is mijn 64-jarige  buurvrouw en woont een paar deuren verder. We praten, drinken en snoepen met elkaar wanneer we  daar allebei de tijd voor hebben. Geen vaste afspraak dus.  Het kan op ‘n zondagmiddag zijn maar evengoed een woensdagmorgen. Van praten met elkaar is eigenlijk nauwelijks sprake, daarvoor beheerst ze te weinig de Nederlandse taal.
Onze ‘conversatie’ gaat bijvoorbeeld zo:
S:        Kom thee drinken!
Ik:       Nee, Sümüs, nu niet want ik moet boodschappen doen.
S:        Altijd ‘neen’ jij….boodschappen ……dan jij komen
Ik:       Goed, dan kom ik over ongeveer een uurtje bij je.
S:        Een uur, twee uur ….ik alleen thuis

Ik zit inmiddels bij Sümüs thuis. Zij roept vanuit de keuken
S:        ‘Thee?’ ‘Koffie?’
Ik:       ‘Thee!’
Ze zet van alles bij de waterkannen op tafel: zonnepitten, maiskoeken (niet lekker), chocola en kandij.
S:        Thee maken!
Ze komt nog aanzetten met een Afgaanse soort Studentenhaver en een zelfgemaakte chocoladepasta en laat me ervan proeven. Ik word er bijna misselijk van en ik trek een vies gezicht.
S:        Honderd, ik
Ze pakt een weegschaal uit een kast en gaat er op staan. Ze is vijfennegentig kilo. Ik moet er ook op gaan staan. Ik ben tweeëntachtig kilo met kleren, eten en drinken …. ‘s morgens vroeg, net uit bed weeg ik 77 kilo.
S:        Ik, honderd , ik veel eten, lekker. Waar jou vriendin?
Ik:       Mijn vriendin is op bezoek bij een vriendin van haar.
S:        jij twee vriendin?

Dit mag toch eigenlijk geen Samenspraak meer heten. Ik moest na zeven jaar maar eens wat anders gaan doen.

vrijdag 28 april 2017

KONINGSDAG

Een heerlijke dag! Koningsdag. Het begon eigenlijk woensdag al met het interview van Wilfred de Jong met Willem Alexander. Ik heb eerlijk gezegd niet alles gezien. De koning was wel eerlijk over stomme dingen die hij had gedaan zoals wilde feesten organiseren …… soms was hij ook emotioneel ……..over de dood van zijn broer en zijn vader, prins Claus, over dat zijn vader zich ervoor schaamde dat hij een Duitser was.
Verder bekende hij dat Maxima alles voor hem betekent. Willem Alexander staat er nu bij zijn dochters ook goed op, want hij heeft ze alle drie een mobieltje gegeven. Die mobieltjes blijven alleen van papa en mama. Zij bepalen wanneer de telefoons aan- of uitgaan: ’s avonds en op vakantie moeten de mobieltjes absoluut uit.
De interviewer wilde vervolgens van Willem Alexander weten welke van zijn drie dochters hij nu eigenlijk het lekkerste vond maar daar wilde de koning niet op ingaan. Wel boog hij zich na deze vraag naar Wilfred de Jong toe en fluisterde hem iets in het oor waarop de heer de Jong onbedaarlijk moest lachen. Toen ging de heer de Jong nog iets meer op het puntje van zijn stoel zitten dan hij de hele avond al deed en fluisterde op zijn beurt de Koning iets in zijn oor. Nu moesten zowel Wilfred als Willem Alexander allebei zo hard lachen dat ze er wel buikpijn van zouden moeten krijgen. ‘Neen, neen, neen, jij schobbejak,’ proestte de Koning het uit’ dat zou je wel willen hè, maar daar komt niks van in.’ Het hoofd van de Koning was een soort van rood geworden en de tranen biggelden, net als eerder, toen het over zijn broer ging over zijn zeer bolle wangen.
Als televisiekijker kon je aan alles merken dat Wilfred de Jong het geweldig naar zijn zin had en de Koning ook trouwens. In deze sfeer, zo voelde de beide heren goed aan, is bijna alles mogelijk.
‘Hoe groot is die van u eigenlijk, majesteit, als ik vragen mag’
‘Ik heb er soms wel een van 13,3 centimeter en daar zijn we redelijk tevreden mee.’
‘Die van mij is soms wel 13,4 cm’ zei de interviewer, ‘ ik heb het speciaal voor deze uitzending nog even nagemeten.’
‘Het spijt me Wilfred maar dit wil ik toch wel even goed laten checken. Ik roep er even een bode met een rolmaat bij….. die kan dan bij ieder van ons de juiste maat vaststellen.’
‘Mag ik, terwijl we wachten op de bode, eens vragen, waarde Koning, wilt u de kijkers eens iets vertellen over uw eetgewoonten. Ik wil trouwens zelf wel beginnen hoor,’ zei de interviewer:’ Ikzelf begin de dag met een lekker bordje muesli.’
‘Nou dat is toevallig’ zei Willem Alexander ‘Ik begin de dag òòk met een bordje muesli; ik voeg er dan nog wel een handje rozijntjes aan toe, dat maakt het papje zo lekker sappig. Meestal eet ik dan nog twee boterhammetjes, als ik mijn bordje muesli op heb. Eèn boterham met pindakaas en soms ook een met hagelslag ….. ja ….. stom hè hagelslag …. en dat voor iemand als ik.’
Opeens stapt daar iemand de kamer binnen met een rolmaat in zijn hand. Dat moet de bode zijn.
‘Oké meneer de Jong’ zegt Alexander, ‘nu moet u ook met de billen bloot, komt u maar naast me zitten, dat werkt voor de bode wel zo makkelijk.
‘Welnu, waarde heer bode, aan de slag. Wij horen het wel,’ zegt Willem Alexander enigszins overmoedig.
De bode gaat druk in de weer met de beide heren en zijn rolmaat en noteert zijn bevindingen.
‘Goed, ’ zegt de bediende van de koning, ik heb het hier allemaal genoteerd.
‘Zegt u het maar heer Bode!’
‘Meneer de majesteit 13,3 cm, de heer de Jong 13,4 cm.’
Willem Alexander zijgt gedesillusioneerd ineen; weg is zijn ‘redelijke mate van tevredenheid’. Hij kan niet nalaten de bode te vragen ’en ……… hoe groot is die van u?’
De paleisbediende antwoordt: ‘13,5 cm’ en verlaat gedecideerd de kamer.
Aan het eind van het interview wil koning Willem Alexander nog aan de kijkers kwijt dat hij zich altijd heel erg gesteund voelt door het Nederlandse volk. Hij onthult wel eens als Koning te zijn gevraagd door een ander volk en hoewel hij daar vèèl en vèèl meer kon gaan verdienen, heeft hij dat verleidelijke aanbod onmiddellijk naast zich neer gelegd. Hij wil Koning van Nederland zijn en blijven.

‘Meneer de Jong mag ik u hartelijk danken voor dit fijne, openhartige gesprek.’

woensdag 26 april 2017

BODY

Het is vanmorgen (7 uur) eigenlijk veel te koud….drie en een halve graad Celcius ….en dat halverwege de lente! Maar ik heb beloofd aan mijn vriendin en aan mijn psych dat ik zou gaan zwemmen …… hartstikke gek ben ik…..ik ga het nog doen ook! Sinds september vorig jaar heb ik nauwelijks meer gesport. Toen is de meniscus uit mijn linkerknie verwijderd en is de klad er in gekomen ….  in het sporten.
In november zou ik op zich weer mogen gaan zwemmen maar toen vond ik het nog veel te koud.
Ik heb sinds april 2016 een abonnement bij Optisport, de sportschool hier in de buurt. Voor 35 euro per maand mag ik daar overal aan meedoen, van zwemmen tot yoga ; van spinnen tot verder alles wat fitness betreft.  Sinds september 2016, tot nu, heb ik daar dus geen gebruik van gemaakt; deels omdat het door die operatie niet kon maar ook (groten)deels en vooral door lamlendigheid.
Zoals al eerder vermeld heb ik de afgelopen maanden de wekker een aantal keer op kwart voor zeven gezet, dat wel, maar meestal zette ik hem snel uit en dook weer diep onder de dekens. Meestal kwam ik er dan om ongeveer half negen uit. Douchen, scheren, koffiedrinken en …. (met tegenzin) een paar boterhammen eten.
O ja, ik bewoog dus nauwelijks en ik werd vreemd genoeg geen grammetje zwaarder. Ik at wel wat maar niet meer dan een schijntje van wat ik normaal naar binnen werkte.  Ik had totaal geen eetlust: twee in plaats van acht boterhammen per dag; twee schepjes muesli, in plaats van vier. Ik schepte mijn bord warm eten altijd enthousiast vol …. vrijwel nooit at ik dat bord leeg soms kwam ik nog niet eens tot de helft. Ik at dus wel maar altijd heel erg weinig. En zo daalde mijn gewicht zonder lichamelijke inspanning van 82 kilo naar 75 kilo. Babs, mijn vriendin,  vond zo langzamerhand, dat ik wel wat meer ‘body’ mocht gaan kweken. Ik ben voor de slechte eetlust ook bij mijn huisarts geweest, die heeft mijn ontlasting onderzocht (laten onderzoeken) en daaruit bleek dat ik niets mankeerde: er werden geen bacteriën aangetroffen.
Met mijn huidige 75 kilo zie ik er niet zo voordelig meer uit: ingevallen wangen, slappe biceps, te 0makkelijk telbare ribben, steeds dunner wordende beentjes.   Sinds een week eet ik dan maar tegen mijn zin weer 8 boterhammen, 4 scheppen muesli en lepel ik mijn hele bord warm eten leeg. Ik heb nauwelijks voldoende speeksel om mijn eten behoorlijk te kauwen; daarom staat er tegenwoordig een grote kan water naast mijn bord om mijn eten mee weg te spoelen. Ook niet goed eigenlijk maar anders krijg ik het echt niet weg.  Ik weeg wel weer 78 kilo.
Nu ik met ingang van vandaag drie keer per week ga zwemmen en fitnessen zal ik nog meer moeten gaan eten om wat kilo’s aan te komen.

Aanstaande vrijdag heb ik dat gesprek met een instructeur van de sportschool. Met de gegevens van de fysiotherapie gaan we dan samen een oefenschema opstellen. Die instructeur zal mij ook wel kunnen adviseren hoe méér body te kweken.

dinsdag 25 april 2017

VOOR LUL

Bijna 67 ben ik nu maar als ik naar het foebele ga kijken (Sparta, uitsluitend bij Sparta) kleed ik me als een zestien-jarige: Sparta pet of muts, Sparta sjaal, Sparta shirtje (over mijn  jack heen). Altijd vol goede moed begeef ik me naar het Sparta Kasteel. Natuurlijk zit ik voor lul als ouwe zak …. als enige zo uitgedost in een metrocoupé … ik ga meestal laat …… de andere, als Spartaan uitgedosten, zitten al lang te schreeuwen op de tribunes. Nou mogen de mensen van mij best vinden dat ik voor lul zit. Zelf voel ik trots in mijn lijf ….’ik ben een Spartaan in hart en nieren’ en zeer zeker zo voor de wedstrijd voel ik me super zo in mijn rood-witte outfit.
Vanuit het Metrostation Marconiplein wandel ik over de Spaansebocht naar het Sparta stadion. Halverwege de Spaansebocht duik ik even de struiken in voor een laatste grote plas voor ik het stadion betreed. Immers, in de urinoirs van voetbalstadions en dus ook dat van Sparta sta je tot aan je enkels in de zeik en stik je bijna in de penetrante urinegeur. Hier in de struiken mors ik enkel wat spettertjes op mijn schoenen.
Bij het stadion aangekomen ontmoet ik mijn vriend Henk. Mèt Sparta-pet en lange sjaal. We drinken voor de wedstrijd altijd een paar biertjes in het Sparta-supporters-home. Het is er altijd gezellig druk. Er wordt veel bier gedronken. Het is niet uitzonderlijk om een tweetal supporters een tray met zes grote (plastic) glazen te zien kopen en die achter elkaar te zien leegdrinken. Henk en ik houden het op twee kleintjes de man.
In het Sparta Supportershome hangen twee televisietoestellen waarop twee andere wedstrijden uit de hoogste voetbalafdeling te zien zijn. Aan de wanden hangen foto’s uit Sparta’s roemruchte verleden. De club voetbalt al bijna 130 jaar op hoog niveau. Namen als Bok de Korver, Dennis Neville, Tinus Bosselaar, Tonny van Ede zijn in het Nederlandse voetbalwereldje legendarisch. Natuurlijk ontbreken de foto’s niet van het jaar 1959, toen Sparta kampioen van Nederland werd. Henk en ik drinken ons biertje, praten wat over al eerder gespeelde wedstrijden, over wat wederzijdse kennissen en we genieten van de lichte staat van aangeschotenheid waarin al flink wat van de aanwezigen hier verkeren.
Een kwartiertje voor aanvang van de wedstrijd verlaten we het supporters-home om ons naar onze plaats in het stadion te begeven. Sparta speelt tegen Vitesse. Henk en ik zitten trouwens niet bij elkaar. Henk zit op de Bok de Korvertribune en ik zit op de Kasteeltribune. Henk zit ‘achter het doel’ en ik aan de zijkant. De zijkant vind ik prettiger omdat daar het overzicht op het spel beter is; achter het doel zie je de gemaakte doelpunten beter.
De Kasteeltribune, waarop ik zit is een hoge, vrij steile tribune waarop ik bijna helemaal bovenaan, een zitplaats heb. Het vervelende daarvan is, is dat die trap geen leuningen heeft. Het is al een paar keer gebeurd dat ik dreigde om te vallen hetgeen ik wist te voorkomen door me vast grijpen aan iemand bij mij in de buurt. Tot nu toe heeft dat geen noemenswaardige problemen gegeven; ik werd steeds ‘liefdevol’ opgevangen ……Spartanen onder mekaar nietwaar?! Nà de wedstrijd is afdalen niet zo erg omdat  dan de trap helemaal gevuld is met vertrekkende  mensen en omvallen bijna niet mogelijk is.
Henk en ik ontmoeten elkaar na de wedstrijd niet meer. Pas kort voor aan de volgende thuiswedstrijd drinken we weer een biertje met elkaar. Sparta heeft deze wedstrijd met 0 - 2 verloren.
Bij de struiken, waar ik vóór de wedstrijd nog plaste doe ik nu mijn Spartapet, Spartasjaal en Spartashirtje uit en stop ze in de gele plastic boodschappentas die ik altijd bij me heb. Rustig wandel ik naar het Metrostation Marconiplein.

Ik ga na zo’n nederlaag toch zeker niet voor lul lopen! 

maandag 24 april 2017

DIERENVRIEND

  
DIERENVRIEND
Het gaat me wat te ver om me een dierenvriend te noemen. Echt een hekel aan beesten heb ik ook weer niet. De meeste beesten ken ik overigens niet eens van nabij. Ik heb een heel grappige hond gehad (Sita; ik heb een aantal jaren geleden paar leuke stukjes over hem geschreven). Ik had een aantal katten waarvan de een leuker was dan de andere en er was een walgelijk dwergkonijntje, dat zich gaandeweg ontpopte als Vlaamse reus: dat beest beet al roffelend alles los wat vast zat.
De meeste beesten ken ik (gelukkig) niet van nabij. Ratten bijvoorbeeld heb ik alleen maar op straat zien liggen. Doodgeslagen. Uit hun bekje bloedend. En toen ik eens bij mijn zoon op bezoek was, sprong, toen ik zijn vuilnisbak opende, een muisje pardoes in mijn gezicht en maakte zich vervolgens vliegensvlug uit de voeten.
Mijn jongste zoon heeft ooit een hamstertje (Pipi) gehad. Pipi leefde in een oud stinkend aquarium. Een enkele keer mocht ze wel eens uit haar kooi. Dan ging zoonlief met haar spelen. Hij ging Pipi leren koppetje-duikelen. Bij een van die lessen is mijn zoon over de kleine Pipi heen gerold. Dat heeft ze natuurlijk niet overleefd. Ze was zòòò plat!
Bijna onvoorstelbaar is het om sommige beesten als huisdier te houden. Hoe zou je huis er uit zien met een rondscharrelend varken. Of met een koe. De hele vloer bedekt met hooi. Of met een stuk of vijf kippen. Eén op de tv. Eén op de mooie kast (hoe lang zal die mooi blijven?) Eén op de staande schemerlamp. Eén op de pc. En één in de slaapkamer. Onder de dekens.
Om bijvoorbeeld een giraffe te kunnen houden  zal je sowieso een eengezinswoning moeten hebben, De voordeur moet worden verhoogd. Wat plafonds zullen gedeeltelijk moeten worden gesloopt.  Maar of je nou echt plezier zal hebben aan dat varken, die koe, de kippen  of die giraffe? Ik waag het te betwijfelen. Ik denk niet dat ze zich lekker zullen laten knuffelen. Of dat je ze gezellig in het Kralingse Bos kan uitlaten.
Waar je met dat soort beesten trouwens ook rekening mee moet houden: jouw hele huis is hun toilet. Ze piesen en poepen gewoon waar ze staan. Ook op jouw schone wasgoed.
Waar ik echt totaal niks van moet hebben zijn insecten. Toevallig heb ik er vanmiddag een vermorzeld. Onder mijn schoenzool. Het was een heel groot insect. Drie keer zo groot als een dikke groenblauwe bromvlieg. Hij had gemene wespenstrepen over zijn rug. Met een klap landde het insect op mijn vloerbedekking in de keuken. Zo’n groot insect had ik nog nooit gezien ….. het kippenvel liep over mijn hele rug….ik  dacht: ‘stel je voor dat hij gelijk weer opvliegt en bijvoorbeeld in mijn oog prikt …. wat dan??? …….dan ben ik misschien wel stekeblind.’ Dus ik tilde mijn voet heel rustig op. Hard kwam mijn voet neer op het veel te enge insect. Normaal doe ik dat eigenlijk nooit: insecten vermoorden. Ik jaag ze de deur uit……. vang ze in een lucifersdoosje en zet ze buiten……maar deze, deze was te erg.
O ja toevallig heb ik gisteren ook nog wel een insect doodgeslagen. Met een krant.  De Telegraaf. Het insect was een zilvervisje. Gatverdamme! Die beestjes vind ik toch wel zo smerig. Die moeten bij mij dood. Morsdood.
Normaal doe ik dat soort dingen dus never nooit.  

zaterdag 22 april 2017

DIEREN

Babs, mijn vriendin dus, is een groot dierenliefhebster. De gróótste liefde van haar leven, ben ik natuurlijk maar op de glorieuze tweede plaats komt haar onvergetelijke hondje Pittie, door haar liefdevol ‘Pittekontje’ genoemd. Het lieve beestje is jammergenoeg alweer een aantal jaren geleden overleden maar haar herinnering wordt in Huize Babs bewaard door de vele foto’s van het hondje. Babs pc zit boordevol foto’s en video’s van Pittie; bovendien zien we haar beeltenis op kasten, tafeltjes, muren en op het bureau; bovendien is er een sereen en zeer sfeervol monumentje opgericht op een tafeltje alwaar geregeld ter ere van Pittie verse bloemen in worden geplaatst en een kaarsje wordt gebrand.
Ik heb Pittie nooit gekend, daarvoor ken ik Babs te kort. Nou ja kort …..we kennen elkaar alweer bijna 11 maanden …. maar  vergeleken met de zes  jaar dat Pittie alweer dood is, stelt dat natuurlijk niks voor.
Van honden weet ik eigenlijk te weinig om er iets zinnigs over te kunnen zeggen maar volgens mij was Pittie niet van een bepaald ras. Wat ik er zo van foto’s en filmpjes van heb kunnen zien was het vooral een heel klein hondje. Babs heeft me wel eens verteld dat Pittie in een heel klein mandje mee ging op de fiets naar het Kralingse Bos. Zo klein was ze dus, dat ze in zo’n klein mandje op de fiets mee kon naar het Kralingse Bos.
Babs hield echt veel van Pittie ….ze dansten zo wel eens samen in de woonkamer op oude tophits van Cliff Richard of Elvis Presley soms ook wel eens van de Beach Boys. Babs vond dat nou wel heel leuk maar Pittie vond er niet veel aan; die was de hele tijd aan het piepen en als ze de kans kreeg sprong ze van Babs af op de grond en snelde naar de verste uithoek van de kamer……en Babs maar lachen, die had de grootste lol.
Een echte dierenvriendin is ze, mijn Babs. Na het overlijden van Pittie had ze zich eigenlijk voorgenomen om geen beesten meer te nemen maar het bloed kruipt natuurlijk waar het niet gaan kan. Verschillende familieleden, vriendinnen en buurbewoners zagen met lede ogen aan hoe Babs verpieterde zonder dieren en ze drongen er dan ook heftig bij haar op aan om toch maar weer aan een beest te beginnen. En dat is dan een kanarie geworden. Een, knalrode kanarie, dat wel, die Babs de naam ‘Lange’ gaf omdat hij iets groter leek dan de gemiddelde kanarie (hij was trouwens ook een stuk roder dan normaal). Zingen (en ook allerlei dierengeluiden) deed hij al als de beste ….. en oorverdovend hard, omwonenden dachten dat er ruiten van zijn gezang zouden springen en mensen die bij Babs op bezoek waren drongen er bij haar op aan om een doek over Lange’s kooi te gooien, omdat ze krankjorum werden van zijn helse getetter. Met een doek over zijn kooi hield Lange gelukkig zijn kop dicht.

Waarschijnlijk door al die negatieve reacties, leeft Lange nu in stilte……..op een heel enkel deuntje na, dat hij zo nu en dan nog fluit. Babs treurt om haar zwijgzame vogelvriendje. Ze vermoedt dat de vogel ook zwijgzaam is omdat Babs te weinig thuis is. Maar Babs’ vogelliefde gaat nu ook weer niet zo ver, dat ze voor haar knalrode kanarie langer thuis gaat blijven zitten. Kom op zeg!

donderdag 20 april 2017

SPORTEN

Het kost me tegenwoordig heel veel moeite om vroeg mijn bed uit te komen. Maar lang in mijn bed blijven liggen mag ik nou ook weer niet van mezelf. Vroeger was ik altijd ‘haantje de vroegste’ (…is niet goed, weet ik). Voor zevenen was ik er uit en om half acht zat ik te spinnen in de sportschool. 
Mijn vriendin Babs zegt dat ik mijn bed niet uit wil komen door de slaappillen die ik slik maar dat is gelul want die slaappillen slik ik nu al bijna 20 jaar (sorry hoor Babs). Ik denk dat ik wel weet hoe het komt dat ik er niet uit wil komen: als ik vroeg uit mijn bed kom moet ik van mezelf naar het zwembad, het zwembad met het veelste koude water (18 graden!). Daarom blijf ik dan ook liggen tot half negen, als het banenzwemmen (van 7 uur tot half 9) voorbij is.
Om half negen kom ik er uit, eet en drink wat en ga opgewekt naar de sportschool om te crossen, te handfietsen, te roeien, gewichten te tillen, (tot maar liefst 15 kilo) op een apparaat te zitten waar ik buik- en rugspieroefeningen op kan doen en tot slot gebruik ik dan nog wat ‘sportschoolmachines’ voor mijn liezen en bovenbenen. Dat vind ik dan wel heerlijk om te doen. Hiervoor hoef ik dus niet vroeg mijn bed uit ….. de sportschool gaat pas om half negen open.
Ik kan op de sportschool nog niet alles doen wat ik wil. Ik heb namelijk anderhalf jaar geleden een smak gemaakt en daarbij mij rechterarm en -schouder gebroken en een zenuwbaan beschadigd. Nu is eindelijk de tijd aangebroken dat ik eens iets anders mag gaan proberen dan de oefeningen die ik van de fysiotherapeut op krijg. De fysiotherapeut wil me namelijk niet meer zien … ik ben meer dan een jaar bij haar onder behandeling geweest dat vindt zij (en ook de verzekeringsmaatschappij) wel genoeg  en de rest van de schade moet al doende herstellen; door te wandelen, fietsen en bezig zijn in de sportschool onder andere. De fysiotherapeute heeft voor de sportschoolinstructeur opgeschreven wat voor oefeningen ze allemaal met mij gedaan heeft en samen met hem ga ik volgende week een trainingsschema opstellen. Eindelijk breekt de tijd aan dat ik ook met links weer een beetje kan gaan trainen. De revalidatie van mijn rechterkant heeft zo belachelijk veel aandacht opgeslurpt dat de spierbundels aan mijn linker-kantje, tot zielige slappe rimpelige theezakjes zijn verworden. Totaal verwaarloosd!
Maar vanaf volgende week gaat daar weer aan gewerkt worden. Overigens wil ik helemaal niet de indruk wekken, dat ik voor mijn val een body-builder pur sang was. Verre van dat. Ik was een normale tamelijk slanke man met redelijke, op de sportschool gevormde arm-, borst-, buik- en beenspieren, niet meer en niet minder.
De fysiotherapeute vindt, dat ik twee keer per week naar de sportschool moet gaan voor een voorspoedig herstel. Dat lijkt me persoonlijk wel wat weinig. Ik heb me voorgenomen vier keer per week te gaan en eigenlijk zou ik ook vier keer per week moeten gaan zwemmen, maar dat komt dan wel als het wat 

woensdag 19 april 2017

SPANGEN

Vannacht had Babs, mijn vriendin, bij me geslapen. Daar valt deze keer niets bijzonders over te schrijven en dat zal ik deze keer dan ook niet doen.
Als ik wakker ben vind ik het leuk om een ontbijtje voor ons te maken. Heel simpel: koppie thee, koffie en boterhammetjes met banaan, chocopasta en aardbeienjam …. en dat drinken en eten we dan smakelijk en gezellig naast elkaar op, gezeten op mijn rode twee-persoonsbankje. Dat rode bankje zit echt hartstikke lekker en dat komt waarschijnlijk omdat we het samen uitgekozen hebben. Bij Piekfijn, die tweedehandszaak, weetjewel. We vonden het gelijk allebei erg leuk en het kostte nog haast niks ook: 45 euro.  Echt geen geld voor zo’n bankje.
We gaan vandaag eens in Spangen kijken. Babs kent Spangen nog niet zo goed. Ik wel …ik ben er geboren en getogen. We gaan met de metro en stappen bij Marconiplein uit. Het eerste dat me opvalt is het Justus van Effenwooncomplex, tegenwoordig een heus architectonisch monument. Het woonblok is voor de tweede keer gerenoveerd en is nu een prachtig wooncomplex geworden. Het gebouw was in het begin van de dertiger jaren van de vorige eeuw het eerste complex  met heuse galerijen……….de bakker, de melkboer, de visboer enzovoorts konden met hun bakfietsen via de lift de galerij op om hun koopwaar aan de bewoners van de eerste verdieping te slijten.  Helaas was vandaag  de toegang tot de galerijen afgesloten. Een toevallig passerende huismeester was zo vriendelijk om ons, op ons verzoek, het woonblok binnen te laten zodat wij met de lift naar boven konden en de galerijen en woningen op de eerste verdieping konden bewonderen. De huismeester vertelde ons nog dat de woningen op de eerste verdieping tot de zogenaamde sociale woningbouw hoorden en dat op de begane grond uitsluitend koopwoningen waren. Nou, dat was ook wel te zien. Die begane grond zag er stukken verzorgder uit. Sorry, maar het was wel zo: veel leuke plantjes daar, netjes gestalde fietsen, mooie raambekleding`.
Aan de relingen van galerijen waren grote betonnen bloembakken vastgemetseld. Helaas was het nu de tijd nog niet dat deze bakken een fleurig aanzicht boden.. Slechts in één bak hadden de bewoners blijkbaar bollen geplant want daarin stonden mooie tulpen te bloeien…de andere bakken stonden vol met onkruid.  
Toen we het Justus van Effenblok wel gezien hadden moest ik ineens vreselijk plassen. Ik had al wat druppeltjes gelekt, ja zo erg is het tegenwoordig met mij. Gelukkig wist ik in de buurt een elektriciteitshuisje te staan waar ik ongezien tegenaan kon plassen. Ik zei tegen Babs dat ze maar even een eindje door moest lopen ….heel rustig …..dat wel.
Na de plas gingen we via de Bilderdijkstraat  naar de van Lennepstraat waar ik tot mijn dertiende jaar gewoond had. Ons nummer 8b bestond niet mee. Ons huis was nu nummer 6 geworden en had een rechtopstaand dak gekregen. Ik wees Babs van de overkant vandaan waar onze keuken was en waar mijn slaapkamer en hoe ik de voetballers van Sparta kon zien trainen als ik uit mijn slaapkamerraam keek.
Ik vertelde haar ook nog van mijn vriend Ger, die met honkballen in de Brederodestraat, hard tegen een fietser aan knalde en een dubbele beenbreuk opliep waar hij wel zeker tien jaar last van zou houden. Ook moest Babs nog weten van de dochter van de melkboer uit de Spartastraat……….. Karin, die altijd trammetje piepte …… totdat haar rechterbeen er door de tram werd afgereden; sindsdien loopt ze met een kunstbeen.

Het was een leuk uitje in Spangen. We aten nog een broodje worst, dronken een vruchtensapje en gingen naar huis, eerst een stukje met de tram en vervolgens verder met de metro naar die gezellige Maximapolder.

dinsdag 18 april 2017

SMARTPHONE

‘Goedemorgen buurman, wat zijn we weer sportief hè?’
 Ik loop zelf een beetje duf, slaperig de trap af. Het is gisteravond veel te laat geworden. Mijn vrouw (VOORAL MIJN VROUW)en ik hadden gisteravond gewoon eens zin in een lekker vrijpartijtje, om het maar eens netjes uit te drukken en daar wilde maar geen eind aan komen…… vandaar…
Hij dribbelt, met zijn doorzichtige vuilnisbakzakje ONDER ZIJN ARM GEKLEMD ……….ik zie eier- en mandarijnenschillen, fijngeknepen blikjes bier, Snelle Jelle en een Douwe Egberts fijngemalen koffie- verpakking ……. energiek naar beneden. We wonen allebei op de 6e verdieping van de Sodampioflat in de Maximapolder. Ik weet dat hij niet zo sportief is, als hij zich voor doet ….want we zullen zo gaan meemaken dat hij, wanneer hij zijn vuilnisbakzakje buiten gedumpt heeft, hij naar boven gaat met de lift.
‘Zwak! Naar beneden een vent dan naar boven ook een vent, vind ik persoonlijk tenminste.
Ik moet toevallig weer even terug naar mijn woning omdat ik merk dat ik mijn smartphone ben vergeten. En, zoals ik al schreef, mijn sportieve buurman stapt gelijk met mij de 6e verdieping weer op. Ik vanaf de trap, onze sportman vanuit de lift.

‘Wat is is dat  nou voor onsportief gedoe buurman? zeg ik misschien een beetje te sarcastisch … hoewel ik er absoluut geen ruzie met hem over wil hebben………………..  buurman mompelt iets nauwelijks verstaanbaars: … hij moet zo weer met een zware zak naar beneden, dacht ik dat ik hem hoorde zeggen ….. Afin, dat moet hijzelf maar weten. Ik ga mijn woning in voor mijn smartphone …. Nou dacht ik toch, dat ik hem op mijn bureau in mij slaapkamer had laten liggen maar daar lag van alles behalve mijn smartphone. Er stonden vier kaarsen, een leeg bier blikje, een vol glaasje jonge jenever, dat ik maar gauw even achterover sloeg, een wekker, een ‘lekker luchtje’ ………had ik alleen voor als mijn vriendin kwam ………..ik spoot vaak te veel op mijn nek …….. dan werd ze er misselijk van …….. een perforator, een nietapparaat, drie armbanden ….. een van leer , een MET witte en een MET roze kralen, een plastic tonnetje met veel pennen en potloden, een Raboscanner, een usb-stick twee linialen, de allergrootste stekkerdoos, die ik in huis had…….. een doosje met herrie stoppers (voor in me oren als de buren ’s avonds laat weer eens uit hun dak gaan met allerlei ‘gouwe ouwe’-muziek en een stapelstapel papieren, papieren met aantekeningen, papieren met advertenties, papieren met gebruiksaanwijzingen, papieren met lessen Nederlandse grammatica en verrek, wat lag daar onder de papieren Nederlandse grammatica EN .........Mijn smartmobile! Eigenlijk wel logisch ook want ik had gisteren mijn les voor Hassan, (mijn Somalische leerling Nederlandse taal) zitten voor te bereiden. Hassan wilde wat weten over tegenwoordige tijd en verleden tijd dus ik  had wat oefenstof uitgedraaid uit internet: komen-kwamen, lopen- liepen, zuipen-zopen, maken-maakten, gaan-gingen; dat leek me wel leuk voor hem om te weten. We hadden om 11.00 uur afgesproken in de bibliotheek maar om tien over elf was hij er nog niet. Ik belde  naar zijn smartphone, waar hij bleef …… ‘dubbel afspraak make mieneer Jos, sorry’. 
Was ik daarvoor nou voor lul vanuit Maximapolder naar het centrum gereisd…….. was ik daarvoor bezig geweest met die tegenwoordige en verleden tijd? Lulhassanhannes. Dit was toch alweer mooi de tweede keer dat ik voor jan lul naar het centrum was gereisd voor hem. Nog één keer en er gaat een dikke streep door de naam Hassan.















+