donderdag 18 februari 2016

LINKS, RECHTS

Door die val, waarbij hij zijn rechterschouder brak, kan hij niks met rechts. Zijn rechterschouder - arm en -hand hangen er bij als dooie vogeltjes.  Hij wordt op den duur  wel steeds handiger met links. Tandenpoetsen. Jam met een vork uit een pot scheppen en op een boterham prakken. Zelfs schrijven doet hij nu al links … niet om aan te zien, zijn letters … tien keer zo groot als die van rechts en ze hebben de bibberatie  … maar leesbaar is het wel.
Bij de Marskramer koopt hij een boodschappenkarretje . Daarmee kan hij veel boodschappen tegelijk doen. Dat karretje trekt hij vooruit met links.
Bijna zonder dat hij er erg in heeft gaat hij alles met links doen. Het begint met zijn kont afvegen en als hij er zin in zou hebben gehad, zou hij zich ook moeiteloos met links kunnen aftrekken maar daar staat zijn hoofd helemaal niet naar.
Wat nooit went is het gemis van de tweede hand met aan- en uitkleden, douchegel gebruiken, zalf uit een tube knijpen, een zakkie patat eten, alle groenten schillen en snijden, eten klaarmaken, flesje wijn ontkurken, fles frisdrank openen, flesje bier openen met een flesopener, pot groente openen, tanden poetsen, brood smeren, bril schoonmaken, de krant lezen, gekochte spullen in een plastic zakje doen, knippen, nagels knippen, schoenveters vast- en losmaken, ritssluiting openen en sluiten, veiligheidsgordel omdoen in de auto, de was ophangen, opvouwen en opbergen, applaudisseren en ga zo maar door.
Begin januari krijgt hij fysiotherapie. Hij werkt zich uit de naad aan al die oefeningen. Wel met succes! Langzaamaan komt dan rechts weer een beetje in actie. Sinds eind januari kan hij weer op de pc werken. Met twee handen! Met rechts schrijven. Een banaan  en een appel  eten met rechts. Met mes, vork en lepel eten èn àl die dingen, die hierboven genoemd staan, dingen, die allemaal niet lukten, gaan stukje bij beetje weer wel.

Een maand lang zijn de ontwikkelingen stormachtig. Hij gaat als een speer maar nu staat hij naar zijn gevoel alweer een paar weken stil. Zijn rechterarm blijft nog veel te stijf, te weinig wendbaar. Hij kan die arm nog maar twintig centimeter opzij bewegen (ter vergelijking: zijn linkerarm kan een hele armlengte opzij.
Ik kan dan nu wel veel meer dan eerst doen met mijn hand maar het blijft een vreemd houterig gedrocht dat meer lijkt op een koeienuier (mijn opgezwollen vingers zijn dan de uiers).
Een behoorlijke vuist kan ik sinds een paar dagen ook al niet meer maken met die hand. Halverwege het maken van een vuist weigert de hand gewoon verder te gaan. In mijn pols, die al sinds de val (half oktober) muurvast zit, is sinds kort een klein beetje in beweging gekomen. Sindsdien maakt mijn hand niet meer dan een halve vuist. Volgens de fysiotherapeut kan dat geen kwaad maar ik vind het een ernstige achteruitgang.

Een van de vervelendste gevolgen van de val voor mij: niet fietsen! 

woensdag 17 februari 2016

GERITSEL

Het is nog donker, als ik mijn bed uit moet om te plassen. Ik loop linea recta naar de wc en ga plassen ... altijd zittend… tenminste als ik een makkelijke broek aan heb. Tergend langzaam komt de urine mijn lul uit … ‘is de leeftijd’ zeggen ze … prostaat? Ik spoel mijn plas met een beetje water weg en duik dan gelijk mijn bed weer in. Ik hoor de klok wel tikken … heb alleen niet gekeken hoe laat het is .Klok kijken zonder bril  lukt niet meer. Die wc vind ik blindelings.
Later word ik wéér wakker om te plassen en het is nog steeds donker. Ik ga éérst naar de wc. Ik moet namelijk heel erg maar nu wil ik ook weten hoe laat het is. Ik loop naar de klok. Natuurlijk zie ik niks, omdat mijn bril nog op mijn nachtkastje ligt. Op het moment dat ik naar mijn slaapkamer loop voor mijn bril,  hoor ik iets ritselen en zie vaag iets schichtig verdwijnen in de richting van de keuken. Koude rillingen lopen over mijn rug.
Zonder bril zie ik dus zowat niks.  Ik hoor nog wat geritsel  en gerommel in de keuken. Het zou best een kat kunnen zijn maar hoe komt hier in Godsnaam een kat binnen.. Eerst de bril er maar even bij pakken.
Het is pas kwart voor zeven. Over een uurtje is de zon al op. Eerst in de keuken kijken. Er zijn glazen en kopjes kapot gevallen. Het was ook zo’n troep op het aanrecht.
Gisteravond heb ik gekookt voor mijn vriendin Annemieke (en mezelf uiteraard). Ik had daarna geen zin meer om af te wassen.  Nu schiet me wel te binnen dat Annemieke en ik bij de open voordeur nog een tijdje hebben staan praten bij het afscheid nemen. Toen kon er natuurlijk wel een beest naar binnen zijn geglipt. Zoiets valt natuurlijk wel op.
In de keuken was niks te zien ... niet onder de tafel, niet naast de vriezer, niet in de c.v.-ruimte . Misschien is ie allang weer naar een andere ruimte geslopen. Even in de badkamer kijken …hé, nu hoor ik toch weer rumoer in de keuken … de lege wijnfles, die Annemieke en ik gisteren leeg hebben gedronken omgekukeld …. Maar waar zat dat beest dan? Als het een beest is ... Ben ik dan zo kippig? Ik zie hem toch echt niet. Weer naar de badkamer … niet achter de wc …. en achter het douchegordijn… niks.
Ik stop met zoeken. Ik ga nog even liggen. Tot het licht is. Misschien kan ik nog even slapen als het ritselen in huis tenminste ophoudt. Maar dat blijft maar doorgaan.  Gek word ik er van! Uiteindelijk stopt het als het een beetje lichter geworden is buiten.

Ik heb trek in een bakje muesli. Ik gebruik het laatste beetje van het pak yoghurt. Het lege pak yoghurt gooi ik in de vuilnisbak op het balkon.

Het is daar koud, het vriest. Het is onbewolkt;  ik zie de zon opkomen. Ik laat de balkondeur open staan … wie weet verdwijnt de ritselaar dan weer. Ik hoop het. Ik ga m’n muesli-ontbijtje eten. Zonder geritsel.

maandag 15 februari 2016

BAVO (slot)

Tineke, de agressieve MS patiënte reageerde alweer haar agressie op mij af. Ze was dan wel geen gevaar voor zichzelf maar af en toe wel voor mij … dit keer geen bord eten naar mijn hoofd maar dit keer liet ze het  bij een paar flinke meppen en krabbels in mijn gezicht. Als reactie gaf ik haar een duw waarbij ze achterover op haar gat kukelde. Dit keer was het haar jaloezie.. ze zei dat ze het niet kon uitstaan dat ik zo vrolijk met iedereen aan het praten was over mijn naderende verlof.
Deze keer moest ze voor straf vijf dagen op haar kamer blijven en daar ook eten … en drinken.

Een van de leukste mensen die ik in mijn Bavo-tijd ontmoette, was Bram. Als hij niet at of sliep, zat hij altijd op de gang. Op een bankje voor zijn slaapkamer. Hij zat te swingen op de muziek die in zijn hoofd rondzong. Meer had hij niet nodig.
Naar tv of voetbal keek hij al jaren niet meer.
’Dat boeit me al helemaal niet meer, sinds de zestiger jaren. Sindsdien ben ik alleen nog maar bezig met muziek. Alleen vinyl … elpees, epeetjes maar vooral singles.’
Hele avonden zat hij met een vriend bij hem thuis plaatjes te draaien vooral uit de zestiger en zeventiger jaren. Hij had net bij een tweedehands platenzaak, vlakbij de Bavo, de elpee Aftermath van de Stones gescoord voor een tientje. Dolblij was hij er mee. Hij had zichzelf de plaat cadeau gedaan omdat hij die dag met ontslag mocht.

Een van de zusters op de open afdeling, de van origine Surinaamse Maureen, verwarde mij in het begin met een van mijn broers.. Maureen had jaren lang zeer plezierig met een broer van mij samengewerkt.
‘Ik heb later horen fluisteren, Jee,’ zei Maureen, ’dat jouw broer een kind verwekt zou hebben bij een van zijn collega’s.’
‘Nou … en wat dan nog!?’ zei ik. ‘Jongetje of een meisje,’ vroeg ik … Ze haalde haar schouders op.

Van de dokter moest ik er dus een paar keer op uit. Het was vreemd en ik voelde me onrustig, onveilig ook maar er is uiteindelijk niets engs gebeurd tijdens mijn drie uitstapjes. Ik ging eens kijken hoe mijn eigen huis, in Alexanderpolder erbij stond. Ik ging er met de metro naar toe; dat is makkelijk reizen omdat buiten in- en uitgecheckt moet worden. Mijn appartement stond er uitstekend bij. Mijn zus zorgde goed voor de planten en ze had zo te zien ook wel eens gestofzuigd.
Mijn tweede uitje ging naar Carola, mijn ex. Ik had gevraagd of ik een kopje koffie bij haar mocht komen drinken in het kader van mijn ‘proefverlof’. Was geen probleem. Ik ging met de tram. De tram is verdomd lastig voor mij: me met één arm in evenwicht houden en tegelijk ook nog in- of uitchecken … het is bijna niet te doen.
Tot slot ging ik met de auto van mijn zwager naar Westmaas om de verjaardag van een van mijn broers, de mongool, te vieren. Het viel me toen niet mee, om een avond lang, met pijn in mijn lijf, tussen feestelijk etende en drinkende familieleden te vertoeven

Ik meldde de dokter hoe het me vergaan was tijdens de uitstapjes en zij was van oordeel dat ze me met een gerust hart in de wrede wereld kon loslaten … twee december was het zover.



Voor de hele Bavo-serie geldt: gelijkenis met bestaande personen is puur toevallig.
  


zondag 14 februari 2016

BAVO (3)

De medische staf van de Bavo had geen andere mogelijke oorzaak van mijn slaapwandelen kunnen vinden dan morfine. Dus was het niet meer nodig dat ik op de gesloten afdeling zat. Na een verblijf van zes weken daar mocht ik naar de open afdeling. Ik kon gaan en staan waar ik wou. Alleen moest ik slapen en eten op de Bavo. In de praktijk bleek, dat ik met die voor mij nieuwe vrijheid niks durfde te doen. Ik maakte alleen een wandelingetje van een klein halfuurtje in de Gouvernestraat (om de hoek bij de Bavo) of ik deed een boodschap (een zakje drop of een Bounty) bij de Co-op aan de overkant. Ik was bang op straat, bang om te vallen, bang om een klap op mijn hoofd te krijgen. Ik voelde me aangeschoten wild, met die gewonde arm en schouder onder mijn jas, in een mitella. met die wapperende lege rechtermouw van mijn jas.

De Bavo-dokter, een vriendelijke jonge dame, kwam bij me op mijn kamer … praten … ze wilde dat ik aan mijn ontslag ging werken, want eigenlijk, was er geen reden meer om me in de Bavo te houden.
‘Ik was geen gevaar meer voor mezelf of voor anderen.’
Ze had gezien dat ik een week lang de veiligheid van de instelling verkozen had boven de woelige buitenwereld.
‘In de komende week moet je wat uitstapjes gaan plannen, wat verder weggaan dan alleen naar de supermarkt aan de overkant. Dan kunnen we, als het goed gaat, na die week de ontslagdatum vaststellen.’

De groep waar ik hier in zat, telde tien mensen, inclusief mijzelf. Echt een maatje zoals Arnold beneden, vond ik hier niet. Er was wel Ada, mager, priemende donkerblauwe ogen, 53 jaar, zij wilde mijn vlees wel snijden. Zij was vrijwillig opgenomen. Als ze thuis, voelde dat ze depressief aan het worden was, kon ze een seintje geven aan de Bavo en als er dan een plaatsje vrij was kon ze komen. Dan werd ze een beetje in de gaten gehouden. Ze was er nu alweer twee weken maar ze ging toch ook nog een paar halve dagen per week naar huis. Slapen deed ze wel altijd in de Bavo.

Tineke, 48 jaar, zat naast me met eten in haar rolstoel. Ze zag bleek was  ongezond mollig en had MS. Ze had de gewoonte ontwikkeld om wanneer haar iets gevraagd werd, te reageren, met een zwijgzame, glazige blik. Je moest met haar oppassen. Op een dag smeet ze me pardoes haar bord met warm eten naar mijn hoofd … net mis! Ze deed dat omdat ik in de groep had verteld over mijn broer, een mongool. Beledigend vond ze dat. Dat ik hem een mongool noemde, want zij had een zus, en dat was geen mongool maar die had wel het syndroom van Down!
De leiding strafte haar. Ze moest twee dagen op haar kamer blijven.

Petra, een mollige somber kijkende dame van 56 jaar, zat tegenover me aan tafel. Ze had eerst in de strengste gesloten afdeling gezeten. Zelfmoordpoging. Dat is inmiddels alweer zes maanden geleden en nu voelde ze die destructieve neiging niet meer. Ze was heel erg depressief geworden toen haar man haar na zevenendertig huwelijksjaren verruilde voor een ander.  Het kon haar destijds helemaal niks schelen wat ze haar zonen, haar moeder en haar ex, aandeed met die zelfmoordpoging. Ze wilde gewoon dood .. puur impulsief … slikte ze al die pillen.


Wordt vervolgd


zaterdag 13 februari 2016

BAVO (2)

Ik maakte me er een beetje zorgen over of ik in de Bavo mijn favoriete televisieprogramma’s zou kunnen zien. Het NOS-journaal, voetbal( bijna alles: van de Nederlandse eredivisie tot en met de Champions League ) en het praatprogramma van Jeroen Pauw.
Waar de anderen zonder uitzondering naar móésten kijken was ‘Goede tijden, slechte tijden’. Een paar wilden het RTL nieuws zien en eentje was altijd fanatiek voor dierenfilms. Het mooie was dat ik altijd alles heb kunnen zien wat ik wou, behalve het NOS-journaal dan. En … na tienen had ik het rijk alleen wat de tv betreft: iedereen lag dan al op bed. Het was voor de anderen een soort automatisme geworden … om tien uur ’s avonds krijg je de laatste medicatie van de dag en dan ga je gelijk slapen. Zo zou dat bij mij niet gaan werken.

Bij mij aan de eettafel zat ook Arend. Een zestiger van één meter vijfennegentig,,  gehuld in veel te ruim zittende kleding. De laatste tijd was hij waarschijnlijk flink wat kilo’s kwijtgeraakt. Bewust, naar mijn idee want de verpleging moest de grootst mogelijke moeite doen om voldoende eten op zijn bordje te krijgen. Hij haalde zijn bord al weg na één schepje groente …
‘Neen meneer Goer,’ zei dan de zuster, dat is veel te weinig, u heeft zo’n groot lijf, u heeft veel meer eten nodig, anders wordt u ziek.’ Zijn bord werd vol geschept en de zuster hield scherp in de gaten of hij alles ook wel opat. Het toetje weigerde Arend ook steevast maar hij had gewoon niks te vertellen: dat toetje was lekker en gezond, volgens de verpleging, en ook dat had hij nodig. Arend liet zelf, elke maaltijd weer, duidelijk merken dat hij niet zo veel meer nodig had.

Ik liet ook bewust weinig op mijn bord scheppen. Daar maakte de verpleging nooit  een probleem van. Ik was niet broodmager. Mijn doel was te voorkomen dat ik te vadsig zou worden. Ja … ik voerde daar de godganse dag geen klote uit … ik wandelde daar alleen een beetje met Arnold in de gang.
Ze wisten, schreef ik al,  bij de Bavo bijna zeker te weten dat mijn slaapwandelen door de morfine kwam maar ze waren er nog niet helemaal zeker van … vandaar dat ik nauwlettend geobserveerd werd en af en toe een testje moest doen … onder andere werd ik getest op Alzheimer. In die test werd me onder andere gevraagd of ik wist welke maand het was, welk jaar, welke dag, hoe oud ik was, waar ik woonde, waar ik nu verbleef en waar ik hiervoor zat. De uitslag van die test heb ik nooit gehad.

Karel, begin zeventig, zat ook in onze eetgroep. Hij wilde graag apart zitten. Karel was als een van de eersten klaar met het leeg eten van zijn overvolle bord. Hij had een aardig dikke pens en zou eigenlijk eens op rantsoen gezet moeten worden. Karel was heel behulpzaam, soms op een wat agressieve manier.
Normaal gesproken hielp Arnold mij bij het eten maar op een keer stond Karel er op om mij te helpen … dat wilde ik helemaal niet … en dat zei ik hem ook … maar zwaar ademend van opwinding ging hij door met mijn vlees te snijden … Arnold en ik kregen het niet voor elkaar hem te stoppen … de zuster gelukkig wel.
Op een avond zei ik eens tegen Arnold dat ik wel eens een spelletje tridomino wilde spelen maar dat ik de spelregels niet meer zo precies kende.  Meteen sprong Karel op: ’Ik ga je dat tridomino nù uitleggen, Jee!’
‘Nee, bedankt Karel’ zei ik. ’nu niet, een ander keertje misschien.’
‘Nee, Jee! Nù! Niet een ander keertje.’
Hij pakte het tridomino spel uit de kast en gooide de stenen op tafel. Ik had echt geen zin in zijn uitleg nú met als gevolg dat hij het spel demonstratief op tafel liet liggen en boos stampte hij naar zijn kamer.
Arnold en ik moesten een beetje lachen om Karels kinderachtige gedrag.


Wordt vervolgd   

vrijdag 12 februari 2016

BAVO (1)

Mijn eerste nacht in Verpleeghuis Bavo, was tevens mijn laatste slaapwandel- en wildplasnacht. De morfine is uit mijn lichaam verdreven. Desondanks werd ik nog steeds bewaakt. Als ik ’s nachts mijn kamer uitkwam werd dat gelijk gesignaleerd en werd ik opgevangen door de nachtzuster.
Ik zat op een gesloten afdeling. Zonder toestemming van de verpleging kon ik de afdeling niet af. Voor iemand, die gewend is aan zijn vrijheid, klinkt dit erg benauwend. Maar ik was er blij mee. Ik had dit regiem nodig om rustig en goed te kunnen slapen. Voor mij voelde het veilig.
Ik zat samen met acht andere mensen  in een groep. Het enige dat we als groep deden was eten … op vaste tijden: half negen ontbijt, tien uur koffie, half een lunch, drie uur thee. half zes warm eten en tenslotte koffie om zeven uur ’s avonds. Na elke maaltijd werden de medicijnen uitgedeeld .

Peter, een veertiger, zat tegenover mij. Hij had meestal een wollen muts op. Vaak was hij ongeschoren maar àls hij zich eens geschoren had, dan lag zijn hele gezicht open. Peter schepte altijd flink eten op, alsof hij de hele dag zware lichamelijke arbeid had verricht, terwijl hij geen flikker uitgevoerd had. TV kijken was het enige dat hij deed. Er viel niet met hem te praten. Ik probeerde het wel eens. Ik zei dan iets over wat ik in de krant had gelezen, bijvoorbeeld iets over een wereldrecord hoogspringen of zo. Hij bleef dan gewoon glazig voor zich uitkijken en zei dan iets als: ’Voorlopig moet ik nog maar zien, dat mijn trein precies om twee voor acht in Utrecht aankomt.’ Waarom hij in de Bavo zat was voor mij onduidelijk. Of het moet zijn voor die onbegrijpelijke reacties van hem.
  
Arnold, een leeftijdsgenoot van mij, zat altijd links naast me. Hij is mijn maatje geworden gedurende mijn Bavo-verblijf. Onophoudelijk stond hij klaar om me te helpen met eten en drinken. Ik zat natuurlijk nog steeds met die operatiewond van m’n schouder en arm. Ik kon niks met rechts en met links bijna niks…….maar goed ... ik had het over Arnold. Hij was in de Bavo omdat hij depressief en suïcidaal was. Hij had erg veel last van zijn ingewanden en kon, wanneer hij veel last had, bijzonder agressief worden  .. hij ging dan met meubilair lopen smijten maar volgens mij keek hij wel goed uit waar hij gooide, want hij heeft in mijn bijzijn, nog nooit iemand geraakt.
Na elke maaltijd gingen Arnold en ik een kwartiertje, soms ook wat langer, over de gangen wandelen ... een beetje beweging … goed voor de spijsvertering. We hebben ook vaak zitten dammen. Arnold won meestal.

Links naast Arnold zat Johanna,  een dementerende lerares Nederlands. Een paar keer per dag had ze lak aan alle fatsoensnormen en ging ze zich, waar iedereen bij was, staan uitkleden. Haar ‘striptease’ werd door een van ons aan de leiding gemeld, die haar weer snel aankleedde. Johanna  was achter in de zeventig, klein en broodmager. Van het eten zei ze herhaaldelijk, dat het ‘erg lekker’ was ... alleen … ze at er geen hap van. Als een kind zat ze met haar eten te spelen. Ze pakt een worteltje tussen haar vingers, bekeek het van alle kanten en zei dan: ’ ruiten zeven …’ vervolgens sneed ze een stukje vlees af en benoemde dat als ’klaver drie’ en zo werd een aardappeltje in haar beleving ‘harten aas’.
In een borrelglaasje kreeg ze, na het eten, haar medicijn zyprexa aangereikt,  heel mooi rood van kleur. Johanna genoot volop van  het schitterende rode medicijn maar weigerde pertinent er een slokje van te nemen.


Wordt vervolgd

donderdag 11 februari 2016

SLAAPWANDELEN

Angstig  was ik geworden. Toen ik, na mijn operatie, ineens ging slaapwandelen, durfde ik niet meer te slapen ... tenzij er iemand in mijn buurt was om me wakker te maken of terug naar bed te leiden. Gelukkig hebben een paar familieleden er voor gezorgd dat ik niet ging dwalen. Ze konden helaas niet voorkomen, dat ik zo af en toe een grote plas deed op het grasgroene zeil, terwijl ik naast mijn bed stond te slapen.
Mijn familie kon natuurlijk niet doorgaan met zo voor mij te zorgen, ze hadden ook nog wel wat anders te doen: werken, voor hun kinderen zorgen … Er moest een professionele oplossing komen. Mijn psychiater trad daarbij doortastend op. Ik kon per direct terecht in het Rotterdamse Crisiscentrum. Dat betekende: snel mijn koffer pakken en me door mijn broer, die die nacht op mij gepast had naar  het Crisiscentrum op de ’s Gravendijkwal laten brengen. Ik kreeg een kleine, schone kamer op de derde verdieping. Mijn broer hielp me met uitkleden en mijn pyjama aandoen.
Mijn kamer werd in de gaten gehouden door iemand, die op de begane grond achter een monitor zat. Ik was er niet gerust op … ik zag me al van de derde verdieping van de trap af donderen. Voor de zekerheid deed ik mijn kamerdeur op slot en legde de sleutel in de wasbak.
Wèèr slaapwandelde ik. Waarschijnlijk kon ik mijn kamer niet uitkomen. Ik werd in dat kamertje, staand, wakker van mijn eigen gezeik. Het was half vijf;  Ik kon niet meer slapen.
Ik schaamde me ervoor, dat ik tegen een leidster moest zeggen, dat ik in mijn kamer geplast had. Maar zij vond dat geen probleem: ‘Komt hier zo vaak voor.’
Ze vond het wel een probleem, dat ze mijn operatiewond moest verzorgen en dat ze me moest douchen en aankleden.
‘Daar zijn we hier niet voor.  Je kan hier niet blijven als je al die zorg nodig hebt.’ Ze ging gelijk bellen met mijn psych en die ging weer direct bellen met organisaties, die mij wel de zorg konden geven, die ik nodig had. Het werd uiteindelijk de Bavo (voor alle ouderen met een psychiatrische stoornis).
Het was nog vroeg in de ochtend en ik kon bij de Bavo terecht. Direct. Een behulpzame Crisiscentrum-medewerker kieperde al mijn ‘bezittingen’ in mijn koffer. Ze wist waarschijnlijk wel dat ik die koffer niet zelf kon dragen dus bood ze mij aan dat voor mij te doen en me naar de Bavo te brengen ... lopend ….het was tien minuten lopen naar de Bavo.
Ik kreeg daar een mooie grote kamer. Diezelfde vrijdagmiddag nog komt een delegatie van de medische staf van de Bavo mijn kamer in. Mijn hele medische geschiedenis met bijbehorend medicijngebruik willen weten: van mijn bi-polariteit, de arm-schouder operatie tot het slaapwandelen.
Ik was nog geen seconde klaar met mijn verhaal of de psychiater van de Bavo zei: ‘Morfine, daar komt het door, dat slaapwandelen.’ Tijdens en na mijn operatie was inderdaad rijkelijk morfine in mijn lijf gespoten. Niet voor niets want ik stierf van de pijn en dat spul hielp daar uitstekend tegen.