woensdag 28 januari 2026

IFFR (1)

Het IFFR komt er weer aan. Het Internationaal Filmfestival Rotterdam 2026. Ik maak het mee sinds 1978. Nog steeds geniet ik met volle teugen van spannende, trieste, humoristische, interessante, verrassende, absurde, brutale, creatieve en intelligente films, gemaakt in alle uithoeken van de wereld.

Ik ben vanmiddag bezig geweest met uitzoekwerk. Want dat is het! Uit een paar duizend films een stuk of vijftig films kiezen die me wel aanspreken.

'Ga je, mee Peter,' vraag ik aan goeie kennis van me, 'ga je mee naar het IFFR?'

'Neen, dat is mij te veel uitzoekwerk,' zegt Peter. 

En gelijk heeft hij. Ik heb vanmiddag slechts tien films kunnen selecteren. Tien films voor twee dagen. Vijf films per dag is tegenwoordig voor mij de limit. Ik ga acht dagen kijken. Bij leven en welzijn ga ik veertig films zien. 

Ooit is het wel eens gebeurd, dat ik vier kaartjes op één dag heb laten schieten. Dat was omdat het ijskoud was, er een ijzige poolwind stond en er een dik pak sneeuw lag. 

Een ticket kost tegenwoordig 13.50 euro per film. Met een vijf- en tienrittenkaart ben ik iets goedkoper uit. Het meeste voordeel heb ik van mijn Cineville-abonnement. Ik mag daarmee voor niks naar tien films. Ook schijn ik nog korting te kunnen krijgen met de Rotterdampas maar dat moet ik nog even uitzoeken ... ja ja, wederom uitzoeken.

Zaterdag begint het IFFR voor mij persoonlijk. Ik kijk er naar uit ... maar zie er ook een beetje tegenop. Er spelen twee taaie ongerieflijkheden. 

Al is de film nog zo onderhoudend, ik val op volkomen willekeurige momenten in slaap en lig dan hinderlijk luid te snurken tot ik door een geïrriteerde mede-filmfan wordt wakker geschud. 

De  meeste films duren te lang voor mij. Niet om de kwaliteit van het gebodene maar vanwege mijn zwakke blaas. De gemiddelde filmduur is 90 minuten. Ondanks dat ik bewust, nauwelijks drink, lukt het me zelden een film ononderbroken uit te kijken. Als ik onder de film naar de plee ga mis ik de ene keer niks en de andere keer mis ik net de clue. Dat maakt ook, dat ik me wat minder relaxed voel. 

Als het enigszins kan blijf ik het IFFR bezoeken tot mijn tachtigste, dan heb ik er vijftig jaar òp zitten. Dat vind ik wel mooi.

Ik vrees dat ik mijn trouwe lezers en lezeressen tot 10 februari moet teleurstellen. Vrees ik, maar ... heel misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan en schrijf ik zo af en toe toch nog wat.      

dinsdag 27 januari 2026

MEE KOMEN JIJ!

'Je loopt héél erg met je hoofd voorover gebogen, pa!' Had zijn zoon hem laatst eens gezegd. En haar van boven, die even bij hem op de koffie was, beaamde dat. 

Nog niet eerder had iemand hem daar op attent gemaakt. Zij dus ook niet. Pijn aan zijn nek had hij de laatste tijd wel wat meer dan anders. Dat kon best eens met die rare houding te maken hebben. 'Goed dat je het zegt, jongen'. Hij zou voortaan wat beter op zijn houding gaan letten.

Het eerste wat hem opvalt is de houding waarin hij zijn verhaaltjes altijd zit te tikken: een gebogen ruggetje met daarboven een hangend koppie met zijn kinnetje bijna op zijn borstbeen. En dat minstens drie uur per dag.

Ook als hij leest, een boek of iets op z'n mobiel, zit hij met die kin op z'n borst en wanneer hij wandelt lijkt het soms alsof hij loopt te zoeken naar een verloren euro. 

Voordat zijn zoon die opmerking maakte over zijn houding had hij dus, zoals gezegd, al enige tijd wat last. Hij houdt vanaf nu zijn mobiel en boek zo hoog mogelijk, zodat hij met opgeheven hoofd kan lezen. 

Hij gaat zijn laptop op een paar dikke boeken of op een schoenendoos zetten zodat het apparaat zó hoog staat dat hij zijn hoofd niet meer hoeft te buigen om te zien wat er op het beeldscherm staat. 

Haar van boven zit aan haar tweede bakkie. Hoofdschuddend hoort ze de 'Buurman & Buurman'-oplossingen aan om die laptop iets hoger te plaatsen: 'Ik heeft boven nog een verhoging voor onder je laptop leggen, ouwe, een origineel laptop-aksessor'.

Voordat haar van boven aan haar stutten trekt, duwt hij haar nog een verkreukeld zwart lentejasje in haar handen. 'Wil je dat voor me strijken,' vraagt hij. Is geen probleem voor haar. Ze sloft met zijn te strijken jasje naar buiten. Hij loopt achter haar aan om haar uitgeleide te doen en zegt: ’Nou, buurvrouw, fijne dag verder, hè.'

‘Neen!’, zegt ze dan: ‘Mee komen, jij! 

Hij siddert van haar bevel en onwillekeurig volgt hij haar, slaafs. Als een kleutertje voelt hij zich. Gedwongen door een grote boze mevrouw Bulstronk. Zó wil hij absoluut niet aangesproken worden. 

Waarschijnlijk bedoelt ze gewoon: ’Loopt even met me mee buurman, naar boven, voor die laptop-verhoging.’ 

Dat klinkt al heel wat prettiger, toch?

 

                                                               

maandag 26 januari 2026

PSYCH.

Sinds twee jaar fietst hij met een helm op. Waarom, weet hij eigenlijk zelf niet. D'r gaat tòch nooit wat mis. Hij zit glad voor lul met die helm bovenop zijn zwarte ijsmuts. 

Hij loopt net van zijn psychiater, Daisy, naar zijn fiets. Zij had nog de ultra-snuggere pro-helm opmerking, dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Ja, nou, pfff. Om zo psychiater te zijn hoeft hij echt niet naar de universiteit. Denkt hij. 

'Ik heb je vandaag niks te melden. Alles gaat prima. Dag Daisy. Ik ga.' zegt hij en maakt aanstalten om te vertrekken..

'Nee wacht even'. Ze zet een lief stemmetje op. Oppassen dus. 'Hoe is het nou met die vrouw van je koor? Sonja, toch?'

'Van m'n wandelclub, bedoel je, ik vind haar mooi, ja'. Hij zegt, dat hij haar heel soms ziet en dat hij heel erg veel aan haar denkt. Maar hij weet ook dat het nooit wat kan worden tussen Sonja en hem. Want Sonja is van Wilders' PVV en hij is allergisch voor die club.

'Nou, Dan zet je haar toch gewoon uit je hoofd.'  

'Dat gaat zo makkelijk niet,' zegt hij. 'Sonja's mensbeeld vindt hij walgelijk haar verschijning daarentegen schitterend'. 

Haat en liefde liggen akelig dicht bij elkaar.

Hij vertrouwt er echter op dat ze langzamerhand bijdraait, gaat geloven in een socialer mensbeeld. 

Na zijn gesprek met zijn psych gaat hij op visite bij zijn zus en schoonzus. Zij wonen twee keer vallen bij de psych vandaan.

 Zes weken geleden zou mijn zus Manda al eens bij hem langs komen. Tot de dag van vandaag had hij haar niet zien verschijnen. Dat maakt niet uit. Met twee lekkere hete koppen Earl Gray-thee is alles vergeven en vergeten.

Nel en Manda vinden het zichtbaar leuk, dat hij er is. Nel, een van de trouwe lezeressen van zijn verhaaltjes, complimenteert hem met het stukje over zijn avondje uit met Ralf, zijn jongste zoon.

Het stond niet in dat stukje, maar Ralf had die avond ook gezegd: 'Pa, stop met dat haten, het mijden van PVV'ers. Daar bereik je geen klote mee.' Toen zei Ralf, en daarvan viel zijn vader toch bijna van zijn stoel: 

'Manda en Nel stemmen ook altijd PVV, met hen ga je toch ook goed om?!'

Hij voelde zijn gezicht, na wat Ralf gezegd had, langzaam wit wegtrekken.

'Dat weet toch iedereen, pa!' zei Ralf.

'Nee, Ralf, ik dus niet,' zei hij. 















zondag 25 januari 2026

IETS DOEN!!

Gisteravond met mijn jongste zoon Ralf (45 al) wezen eten bij het allerbeste Italiaans restaurant van het Lage Land: Belle Sorella. Het is tevens het énige Italiaans restaurant in de verre omgeving. Ze hanteren daar het concept van 'The Fork'. Dat houdt in dat, wanneer je reserveert, je 30 procent korting op je eten krijgt. Dat is een goed aanbod. Ik was inclusief drankjes en fooi vijftig euro kwijt voor met z'n tweeën. 

We  hadden afgesproken om onder het eten wat zakelijke dingen te regelen en daarna naar bioscoop KINO te gaan, om te kijken haar de film. Een documentaire over Jeff Buckley, een muzikant, een begaafde gitarist met een grandioze zangstem (4 octaven). Eind vorige eeuw peakte hij met zijn mega-hit 'Halleluja'.

Ralf woont in Dordrecht. We hadden om vijf uur 's middags afgesproken, zodat we op tijd klaar zouden zijn met eten om op tijd in KINO te zijn. 

Hij kwam met de auto. Een Peugeot, waar hij niet zo tevreden over is 'je raakt hem aan de straatstenen niet meer kwijt', zei hij. Toch doet ie het nog goed. In een half uurtje zit Ralf tegenover mij aan een tafeltje in het restaurant.

'Ik heb onderweg hier naar toe zitten denken of ik ook net als jij veel actiever moet worden.' zei Ralf.

'Heb je dan nog zo veel tijd over?' vraag ik. 'Je hebt een zware baan,  een paar dagen in de week sta je er, sinds je scheiding, alleen voor met de kids en dan heb je je muziek nog. Kommie dan geen tijd tekort, jongen?'

'Nou, op de dagen dat ik de kinderen niet zie, voel ik me soms wel wat verloren. Verveel ik me zelfs zo af en toe. Zou dan best mensen om me heen willen hebben. Als ik jou dan hoor over je zangclubje, je gymclubje, je wandelclubje, je theaterclubje ... neen, zo veel als jij hoef ik natuurlijk niet, maar één of twee clubjes ....

'Ik ben ouwe man (75), Ralf, voor mij is het elke dag weekend en voor mijn leeftijdsgroep zijn er dagelijks volop activiteiten. Voor veertigers, als jij, is er wel aanbod, voornamelijk in het weekend.'

Komende week ga ik iets nieuws doen. Ik ga me aansluiten bij een initiatiefgroep genaamd: 'IETS  DOEN?? DOE MEE!!, en die gaat (ruwweg) iets doen tégen uitbuiting en vervuiling en vòòr solidariteit en een gezond milieu. 

Ik heb op mijn mobiel wat meer informatie over dat initiatief. Ralf heeft interesse, maakt foto's van de 'IETS DOEN'-website. Hij werkt op een hbo-opleiding. Hij gaat het in zijn vakgroep hebben over 'IETS DOEN'.

Daar zitten we dan te praten, met volle mond, met Calzone (ik) en Quattro Staggioni (Ralf). Ook lekkere biertjes erbij. 

zaterdag 24 januari 2026

VISSEN.

'Ik wil dat je hulp zoekt, Tony', zegt zijn moeder. 'Je zit hier thuis maar te verpieteren. Een man van jouw leeftijd gaat uit, werkt. Een kennis van me kan een afspraak voor je maken met een psycho-thera peut. Ik wil dat je daar naar toe gaat'. 

Een paar weken later heeft hij zijn eerste gesprek, met een vrouw, ongeveer net zo oud als zijn moeder. Ze vraagt hem om wat over zijn kindertijd in Spangen te vertellen. Tony vertelt haar het een en ander. De dingen die hij meestal vertelt. 

Ze vraagt hem of hij weet wat 'grensoverschrijdend' betekent. 

'Weet ik', antwoordt hij. '

Hij ziet de therapeute elke week een uurtje en dan praten ze over wat er toen, Tony was acht jaar, gebeurd is. Vooral over 'dat' met opa. De vader van zijn moeder. Ze vraagt hem ernaar tot in de details en hij vertelt haar tot in details wat er gebeurd is.

Dat hij als het lekker weer was, een eindje met opa ging wandelen, dat opa hem meenam naar de kermis, naar het circus en hem trakteerde op een suikerspin. Opa maakte grapjes, hij liet Tony  'paardje rijden' op zijn schouders. 

Ook gingen ze wel eens vissen langs de Schie. Hij met een schepnetje, om voorntjes, stekelbaarsjes en , soms, kikkervisjes mee te vangen en opa met een driedelige hengel om grotere vissen mee te  vangen.

Op een dag verraste opa hem. Hij dacht dat ze gewoon weer langs de  Schie zouden gaan vissen. Maar opa had een klein hengeltje voor Tony gekocht. Ze zouden die middag samen gaan vissen in een roeibootje. En Tony vertelt haar tot in de détails wat er gebeurt is.

Dat opa in het bootje achter hem ging zitten. Dat opa met zijn dikke buik herhaaldelijk tegen Tony's rug op botste, toen opa hem leerde vissen met dat kleine hengeltje. 

Opa duwde, zachtjes, ritmisch, waarschijnlijk door die geringe golfslag, tegen zijn ruggetje op. Dan deed opa Tony's broekje los, opende zijn gulp, pakte zijn piemel en kneep er zachtjes en vele malen achtereen in. Hij deed het zomaar alsof zoiets de normaalste zaak van de wereld was. Een paar seconden, misschien een halve minuut, ademde opa heel zwaar. Toen deed hij Tony's broekje weer dicht, aaide hem over zijn hoofd , keek naar zijn eigen hengel en zag dat hij beet had. 

'Een brasem, en nog een grote jongen ook.' hoorde hij opa zeggen. 

Tony voelde aan de onderkant van zijn t-shirtje een kleverige substantie, die hij toen niet één, twee, drie kon thuisbrengen. 

Het was zoiets raars. Hij wist niet precies wat dit voorstelde ... zo verwarrend. We zaten daar ook maar samen in dat bootje. Geen wandelaar, geen fietser te zien. Vreemd genoeg voelde hij zich helemaal niet angstig. Dat het niet pluis was voelde Tony wel. Hoe èrg niet pluis realiseerde hij zich niet.

Wel had hij lange tijd nadat hij uit het roeibootje gestapt was, nog een raar gevoel in zijn piemeltje.

Hij vertelde zijn moeder toen hij thuiskwam over 'opa's hengellesje' in de roeiboot. Zij reageerde woedend en schreeuwde uit: 'Nee, hè! Niet weer!' 

Mijn moeder heeft zijn opa, haar vader dus, sedertdien in de ban gedaan. Ze had volgens Tony beter aangifte kunnen doen!

De therapeute vraagt hem of hij nog vaak denkt aan wat er toen gebeurd is.

'Niet zo heel veel', zegt hij. 'Wanneer het in de media over misbruik van kinderen gaat, dan denkt hij er aan. Wel raar, hij voelt zich dan beschaamd. Terwijl hij juist slachtoffer was ... maar elke keer als dat soort berichten in de media verschijnen, voelt hij zich verdachte ... zó stom.

'Elke keer?' vraagt de therapeute.

'Ja,' zegt hij, 'elke keer'.



vrijdag 23 januari 2026

BEVEILIGING.

Het regent. Ik sta onder  een afdakje waaronder nog een stukje stoep droog blijft. Het is met dit weer meestal iets rustiger in het centrum. De mensen haasten zich door de smalle straat, weggedoken onder paraplu's. Het verkeer wringt zich langs hen heen. In het licht van de de koplampen is een regensluier te zien. 

Later wordt het droog. Na een uur of één 's nachts is er niet meer zo veel aanloop. Dan zijn het vooral mensen, die gáán. Na drieën komt er niemand meer in. Niet dat er om die tijd nog veel mensen komen, zeker niet op een doordeweekse dag als vandaag. Soms zijn er een stuk of wat, zoals die drie, nog keurig in het pak, twee van hun, waren hun stropdas al kwijt geraakt. Ze komen met veel geschreeuw aangelopen, zien het uithangbord en besluiten dat ze naar binnen willen.

'We zijn gesloten,' zeg ik. 

Een van de jongens probeert mij om te kopen. Hij wappert met een briefje van twintig euro.

Ik schud mijn hoofd. De jongeman met het geld blijft aandringen.

'Dat kan ik niet doen', zeg ik.

'Wat kan je niet doen?' zegt de jongeman en hij moet lachen.

'We zijn gesloten,' zeg ik nogmaals

'Dat kan je niet doen! Dat kan hij niet doen' zegt de ene jongeman tegen andere Ze moeten nu alle drie hard lachen. 

Gelukkig hoepelen ze op. Ik kijk ze na en steek een sigaretje op. 

De laatste klanten vertrekken om een uur of half vier. Ik 'help' ze een handje naar buiten. Het ruikt naar zweet binnen en het voelt aan als een sauna na die frisse vochtige lucht op straat. 

De lichten zijn aan, waardoor de club een stuk kleiner lijkt. Het hoofdpodium en de privépodia langszij, ogen klein en armzalig. 

Onderweg naar het kantoortje van Paul, mijn leidinggevende, kom ik een paar van 'onze' meisjes tegen, die op het punt staan om naar huis te gaan, in trainingspak, regenjas, oortjes in en zo'n uitdrukking op hun gezicht van: 'je hoeft niet eens te proberen me aan te kijken' op hun gezicht. Ik kijk weg! 

Paul zit in zijn kantoor. Hij neemt het van me over. Ik heb geen idee waar Paul vandaan komt. Niet uit Engeland in ieder geval. Hij zou een Arabier kunnen zijn of zoiets. Zijn er Arabieren die Paul heten? Het slaat op de een of andere manier nergens op. Paul betaalt me uit. 

'Bedankt', zeg ik. 

'Geen probleem', zegt Paul, met zijn niet thuis te brengen accent. Ik doe de enveloppe in de binnenzak van mijn jack en ga lopend naar huis.

Het is bijna vier uur. Leger dan nu zullen de straten niet worden. Helemáál leeg raken ze natuurlijk nóóit. Her en der blijven plukjes mensen en eenlingen lopen. Ik ga over de Coolsingel, via het Hofplein en het Pompenburg, naar mijn huisje langs de Rotte.


donderdag 22 januari 2026

FRANSE LIEDJES.

In het kluphuis bij mij om de hoek begint een cursus 'Franse liedjes zingen'. Het is op zes donderdagmiddagen en het kost in totaal15 euro. Lijkt me leuk. Ik vind Frans een mooie taal. Spreek het ook goed. Vaak op vakantie geweest. In Avignon. Dan denk ik: misschien kan ik Bernd, Ken, Wela, Emmie en Elsbeth vragen om ook mee te komen zingen. Het zijn min of meer vrienden van me, sowieso leuke mensen om zoiets samen mee te doen.

Ik weet van Emmie, dat ze heel goed is in Frans, het is haar tweede taal, Portugees is haar moedertaal. Als ik haar vraag of ze meegaat doen, houdt ze gelijk al de boot af. Ze is oppas-oma. Op donderdagmiddag komt haar kleinkind. 

Ik hoop ook de mannen Bernd en Henk te kunnen strikken maar Bernd weet zeker dat het niks voor hem is en Henk zingt al genoeg: in een koor en in een coverband. 

Vriendin Wela zegt dat ze geen Frans 'ken' en al helemaal niet ken zingen door haar spraakgebrek met de 'L' die ken ze niet uitspreken aan het eind van een woord.

Elsbeth, tja, ik weet dat ze een beetje Frans begrijpt. Ik ben wel eens naar een Franse lachfilm geweest met haar en haar broer. Ze doet haar deur niet eens voor me open, als ik haar wil vragen, terwijl ik weet dat ze thuis is. Ik weet ook dat ze dépri is, un petit peu. Ik stuur haar later op de dag een appje met de vraag of ze meedoet ...  een paar uur later antwoord ze lieflijk: 'Non!!'. 

Dus zit er voor mij niks anders op dan alleen te gaan. Vind ik niet erg. Ben ik wel gewend. Het groepje blijkt te bestaan uit allemaal 70-plussers; net als ik. Vlak voordat we beginnen komt een bekende van me het leslokaal binnen lopen. 't Is Alida. Ze is verbaasd me hier te zien,  Ze kent me alleen als sporter en leraar Nederlands. 'Kom ook mee zingen Alida!' probeer ik enthousiast. Leuk geprobeerd, maar ze is in dat kluphuis een soort van baas. Dan kan ze hier moeilijk onder werktijd gaan zitten meezingen natuurlijk en ... zo eerlijk is ze dan ook wel weer, ze kent helemaal geen Frans en 'Frans kent mij ook niet,' lacht zij. Dus ... zij gaat gauw weer aan de slag.

We zingen deze middag twee heerlijk chansons:

'La ballade des gens heureux' van Gerard Lenorman.

'Aux Champs Elysées', van Joe Dassin.


Ik ben een fan van Jacques Brel. Dat zeg ik tegen Alain, de cursusleider, in de hoop dat we nog eens een een chanson van Brel gaan zingen. Maar dat zal niet geburen, denk ik, omdat hij vindt dat Brel's teksten nogal somber zijn. Hij wil met dit groepje alleen vrolijke liedjes zingen.

'Johnny Holliday vind ik ook goed', zeg ik. 'Pour moi la vie va commencer', zing ik. Maar Alain is al onderweg naar een andere cursiste, een charmante oude dame.