Pageviews van de afgelopen week

zondag 16 maart 2025

LOF DER ZOTHEID.

Bea, een vriendin en ik, hebben lekker keketen met social deal korting bij Happy Italy.  Een tientje p.p. voor een tweegangen diner. Nadeel bij de social deal van Happy Italy is dat je eerst moet betalen en dan pas de etenstijd kan reserveren. Zo kon het gebeuren dat we zaterdagmiddag al om half vijf (later kon niet)moesten gaan zitten eten, terwijl om kwart over acht die avond de theatervoorstelling begon. Om half zes waren we klaar met eten, dus moesten we nog ruim tweeëneenhalf uur sightseeing Rotterdam doen. Markthal, Koopgoot, Bijenkorf. Rotterdampas ijsje.  Bijna nog een kek zwart colbertje met een wit streepje gekocht bij de tweedehandskledingzaak van het Leger des Heils op de Korte Hoogstraat. Was mijn maat niet, helaas.

Aan het eind van de wandeling wachtte dus het Theater. We hebben kaartjes voor Erasmus’ Lof der Zotheid van de theatergroep Veenfabriek. Uitverkochte zaal.

We zien drie actrices die samen één godin vormen. Ze zingen, dansen en spelen vaak sprankelend. In een ruimte die beheerst wordt door veertig radiotoestellen maken ze muziek. De stem is te horen van Mark Rutte die ons uitlegt dat we niet genoeg voorbereid zijn op oorlog voeren.

Is Rutte de naïeve zot? Wat is zijn politieke erfenis in Nederland? Wat is nú zijn werkomgeving?  Lof der Zotheid gaat lichtjes langs de zotheid in de wereld van nu.

Het stuk neemt de twijfel die Erasmus had over, wat de grote vragen van zijn tijd betreft. Met o.a.de tegenpolen Hervorming en – Rooms-Katholiek. Erasmus koos nooit.

Voor de drie-in-een godin geldt dat ook. Ze staan voor de eeuwige twijfel die ook velen van ons voelen. Was de oude wereld verkeerd? Is het nieuwe veelbelovend? Kunnen we keuzes vermijden? Wordt (niet) kiezen afgestraft? Dat wordt in dit stuk niet boos of somber uitgebeeld, in tegendeel. De drie actrices spelen vrolijk. De drie muzikanten  zien er soms uit als droevige clowns. Hun commentaar lijkt nogal op wat ook wij allemaal af en toe mompelen over degenen die ons leven bepalen.

De beschouwing over ‘de optimistische doemdenker’ , die wanhopig blijft hopen dat zijn voorspellingen uitkomen is sterk. Hij krijgt alsnog gelijk krijgt. Het wordt een gezellige chaos.

Bea en ik hebben genoten. Zij was er moe van en voldaan. Ik voelde me een beetje speedy.Die drie eenheid, die godin,  is een kostelijke vonds.


 Aangezien de drankjes in bios en theater tegenwoordig schandalig duur zijn, (circa vier euro) kopen we geen die niet meer. We lessen onze dorst door water te slurpen uit het kraantje van het wasbakje in de toilet. Ook nat, koel en zot.

 

zaterdag 15 maart 2025

MWWAHHH.

 

Gisteren viel pas na vele jaren het  kwartje.  Ik bedacht me waarom een noodzakelijke goeie klik gedurende het huwelijk tussen mij en mijn ex, in al die jaren (45) dat we samen waren, uitbleef.

Ze is slimmer dan ik. En nu in 2025 bedenk ik me pas dat dat een geslaagd huwelijk in de weg heeft gestaan. Een slimmere man, dan ik, zou haar meer uitgedaagd, geïnspireerd hebben.

Ze heeft een betere opleiding dan ik. In ons gezin had ze de betere banen en verdiende ze ook het meest. Ze is sociaal vaardiger, creatiever. Daar was ik trots op, op zo’n echtgenote. 

Zij is in onze huwelijksjaren goed voor me geweest. Ze heeft het me ook nooit  laten merken dat ze zich meer  voelde dan ik, als ze dat sowieso al voelde! Nooit! Ze wilde ook kinderen met mij. Daar ben ik ook trots op. Zij weet zelf waarom ze mij als goede vader van haar zonen zag. Daar hebben we het nooit over gehad.

Na 43 jaar huwelijk, met twee zonen, een van toen 33 en een van toen 35, ging ze tegenover me op de bank in de woonkamer zitten en kwam ze uit de kast: ‘Ik waardeer heus dat je bent wie je bent. Dat je elk jaar weer samen onze ontmoetingsdag wil vieren, waardeer ik ook echt. Maar …  gelukkig ben ik niet.’.

Gisteravond was ik met m’n ex en zonen bij de cabaretier Yunus, een stand up comedian. Yunus betrok mij bij zijn show. Hij vroeg mij hoe oud ik was, of ik getrouwd was en met wie … en nog meer vragen. Ik beantwoordde alles naar waarheid:

‘Ik ben 74. Getrouwd geweest met de 76 jarige vrouw, die hier naast me zit. Samen hebben we twee zonen, die hier naast ons zitten. De jongste maakt leuke muziek, de oudste was een redelijke voetballer. Tien jaar geleden zijn we gescheiden. Negen jaar hebben we elkaar nadien niet gezien. Sinds een jaar zien we elkaar weer wel zo af en toe.

‘Vind je dat leuk’ vraagt de cabaretier me.

‘Ja, daar ben ik blij mee!’ zeg ik enthousiast.

‘En u?’ vraagt Yunus beleefd aan m’n ex.

‘Mwwahhh’, antwoordde ze. Dat klonk nou niet bepaald lekker. Maar goed … op zich is ‘mwwahhh’ een veel beter antwoord dan: ‘Ik, niet zo!’

Toch?!

  

vrijdag 14 maart 2025

HET IS DE TOON ...

Bot, lomp, agressief, assertief, directief. Ik wil van iemand iets gedaan krijgen of aan iemand iets duidelijk maken. Het pakken van de juiste toon lukt me niet altijd. 

Mijn jongste zus heb ik al jaren niet gezien. Zij mij ook niet. In Spijkenisse woont ze. ‘Zo lang je daar woont,’ zei ik, al weer jaren geleden, ‘zal je me daar niet zien. Ik wil nog niet in Spijkenisse begraven worden’. Dat heeft ze opgevat als een persoonlijke belediging. Weet ik nog niet zo lang. Een paar weken terug stuurde ik haar een zoet getint mailtje: ‘Ik wil je heel graag weer eens zien, zus. Ik kom gewoon naar Spijkenisse. Zeg maar wanneer’. Tot op heden reageerde ze niet.

Een vriendelijk contact ontlook met een buurvrouw. Ik hielp haar aan een tafeltje, dat ze hard nodig had. Ik kreeg een door haar zelf gemaakt schilderij. Best mooi. Ik nodigde haar uit bij mij een bakkie te komen doen. Allemaal leuk en aardig. Totdat ik op facebook zag zij sympathiseerde met Wilders en zijn PVV. Abrupt was elk vriendschappelijk gevoel voor haar uit mijn lijf verdwenen. Afkeer van haar borrelde bij me op. Ik stapte direct op haar af om de koffie-afspraak te cancelen. Ze kreeg haar eigen schilderij weer van me terug. Dat moest ik absoluut niet aan mijn muur hebben hangen. Op een bijna verontschuldigende toon zei ik haar, dat ik met iemand met haar politieke sympathie niet voor mijn plezier om kan gaan, sorry. Ze was overdonderd. Ruim anderhalf jaar geleden speelde deze scene zich af. Elk contact wordt sindsdien gemeden.

Ik sta vlak voor haar in de lift. Tineke, een leuke, sportieve buurvrouw. Zó dichtbij kwam ik niet eens zo vaak bij mijn geliefde. Face to face staan we nu. Met een lief stemmetje stel ik haar de foute vraag:

‘Rook je, Tineke?’    

‘Neen, hoezo?’

‘Je hebt zoveel rimpels in je gezicht. Komt nogal veel voor bij rokende mensen’.

‘ Nou, ik rook dus niet! Ik wordt ouder. Dus komen er steeds meer rimpels'.

‘Oh ... ja’

Kort na de begrafenis van haar man Piet, vertelde Tineke me dat hij laaiend geweest was op mij, vanwege die rimpels in de lift. Tineke kon hem er ter nauwernood van weerhouden mij af te maken.

C’est le ton qui fait la musique …. maar niet altijd.    

donderdag 13 maart 2025

GEEN PROBLEEM.

Geen probleem.

Ik ben een kwartier te vroeg bij de kappersuniversiteit. De student achter de receptiebalie vraagt me waarvoor ik kom. Dat lijkt me op zich niet zo moeilijk te raden. Voor haar staat een oude man met lange grijze haren, die ook nog eens alle kanten op staan.

‘Ik heb een afspraak om half twee voor een knipbeurt. Ik ben dus wat te vroeg’.

‘Geen probleem’, antwoordt ze adequaat. Dat blijkt wel, want ik hoef maar vijf minuten in de wacht te staan of een van de professoren haalt mij op en brengt mij naar de student die mij gaat knippen. Het is klein mannetje hooguit 1.65 m en net als alle andere studenten geheel gekleed in het zwart.

‘Luc,’ zegt hij. Hij kijkt mij nauwelijks aan. Misschien schrijf je wel ‘Luuk’. Maakt niet uit.

‘Ik ben Jos’.

Hij wil weten wat ik vandaag wil.

Ik wil er een centimeter af laten halen. Luuk schrijft dat op. Hij staat schuin achter me. Ik kan hem net niet zien in de spiegel.

Hij wil ook weten of ik een verzorgende of een gewone shampo wil.

Luuk mag pas beginnen als de professor daar goedkeuring aan geeft. De professor, herhaalt nog eens wat ik al tegen Luuk heb gezegd en … dat het mij 17,50 euro  gaat kosten.

Zoooo, dus dat verzorgende shampootje kost 2,50 euro, want de standaardprijs  voor een universitaire knipbeurt is immers 15 euro. Nou ja, ‘t Is nu al besteld. Maakt niet uit.

Luuk nodigt mij, heel bescheiden, uit om achter hem aan te lopen naar de haarwasbakken. In eerste instantie is het water wat koud en voordat ik dat tegen Luuk zeg fluistert hij bijna: ‘Is het zo warm genoeg voor u?’’

Heel zachtaardig wast hij mijn haar. Hij dept het ook weer droog. ’Komt u maar met me mee naar de kappersstoel’.

Luuk sorteert dan uit zijn gereedschapskoffertje de scharen en kammen, die hij denkt nodig te hebben. Al kammend en knippend stuit hij op nogal wat klitten in mijn haar. Telkens als hij met zo’n klit bezig is voel ik het trekken op mijn kop.

‘Ik maak het je nogal moeilijk zo, hè Luuk?

Het is echter ‘geen probleem’, voor hem.

Het resultaat is goed. De professor vraagt me net iets te vaak of ik tevreden ben en scheert dan nog snel wat nekhaartjes bij me weg.

Luuk begeleidt me naar de kassa. Ik reken af.

‘Goed gedaan!’ zeg ik nog.

‘Geen probleem’, zegt Luuk.

‘Geen probleem???? Geen probleem???? Waarom niet gewoon: ‘Dank u wel!’.


woensdag 12 maart 2025

MIJN OP EEN NA OUDSTE ZUS.

 Manda was vandaag op bezoek. Mijn op een na oudste zus. 72 wordt ze alweer. Ze woont dicht bij mij in de buurt maar we zien of spreken elkaar zelden. Wel leest ze mijn stukjes trouw. We kunnen het tegenwoordig goed met elkaar vinden. Toen we nog heel jong waren, was het niet altijd koek en ei tussen ons. Wat herinneringen komen boven.

Ik heb haar wel eens van de Kralingse Plas naar huis (in Spangen) laten lopen. Zeven kilometer. ’t Was zeker twee uur lopen en heel warm.  We waren nog heel jong. Zij zeven. Ik tien. Haar grote broer.  Het geld dat onze moeder voor de tram had meegegeven was ik op het strandje kwijt geraakt. Pas toen we, helemaal kapot, uitgedroogd en hongerig, thuis waren vond ik het tramgeld in een zijzakje van mijn korte broek.    

Woedend reageerde ze als ik haar corrigeerde op haar taalgebruik: ‘Kijk naar je eigen!’ zei ze bijvoorbeeld. Dan zei ik: ’Nee, dat zeg je niet zo Manda. Het is: ‘Kijk naar jezelf!’. Als reactie daar op kreeg ik een suikerpot naar mijn kop. Net mis!

Als tiener bewonderde ze me wanneer ik in mijn kleine slaapkamer Stones-muziek draaide, posters ophing, wierook brandde en waxine lichtjes aanstak. Sfeer kwam ze dan af en toe bij me proeven.

Manda was met mijn gezin mee op vakantie naar een stacaravan op Texel. Mijn oudste zoontje  Freek  was toen peuter. 1981. Mooi weer toen. Veel bramen geplukt. Zo af en toe jogde ik. Moest daarmee stoppen. Een knieblessure. Van de arts daar kreeg ik pillen. Op de salontafel stonden op een gegeven moment een schaaltje bramen en het potje met mijn pillen. ‘Op!’ hoorden we Freek opeens zeggen. Het belletje ging bij ons nog niet meteen rinkelen. Freek had niet alleen het schaaltje bramen leeg gesnoept maar ook mijn potje met pillen. De dokter sloeg gelijk alarm: een dodelijke dosis. Hij bestelde een helicopter naar het ziekenhuis in Den Helder. Freeks maag moest onmiddellijk worden leeg gepompt. Manda past intussen op onze jongste zoon Ralf. Godzijdank  is alles op zijn pootjes terechtgekomen. Freek heeft het overleefd.

Voor mijn twee zonen, de kinderen van mij en mijn ex, is hun tante Manda een onvergetelijke overblijfmoeder geweest. Ze zorgde altijd voor een lekkere lunch in hun basisschoolperiode. Tot op de dag van vandaag, veertig jaar later, is Manda nog steeds hun meest geliefde tante.

Het leek haar goed, zei ze toen ze opstapte, dat we elkaar wat meer zouden zien. Leuk idee. Eens per maand? We zullen het zien.

dinsdag 11 maart 2025

SCHERMTIJD.

Hoeveel van mijn kostbare leven wil ik eigenlijk online doorbrengen? Van de jongere generaties wordt gezegd dat ze veel te veel tijd bezig zijn met  hun telefoon. Hoe jonger, hoe meer. Ik zie het dan van redelijk nabij aan mijn kleinzonen. Ik zie ze nooit zonder mobieltje. Als ik op visite kom, schenken ze me een paar tellen van hun aandacht. Daarna duiken ze weer in hun telefoon. Hun vader, mijn zoon,  sommeert ze wel om hun schermtijd te beperken maar ik heb de indruk dat hij een verloren wedstrijd speelt.

Ik ben van de generatie oude knarren en vind dat ik zelf al op veel schermtijd zit. Dagelijks besteed ik de meeste digitale tijd aan een verhaaltje als dit. Drie à vier uur. Verder check ik talloze malen per dag (meestal tevergeefs) mijn mail en app. Indien nodig beantwoord ik ze. Ik lees Teletekst Nieuws en Teletekst Voetbal. Beluister 4 uur (soms wel meer) Spotify en de podcast van Maarten van Rossum (bijna een kwartier). Mijn  smartphone ligt zo af en toe, als ik alleen thuis ben, luidruchtig op de salontafel te tetteren.

Ik heb hem ook vaak in mijn kontzak of in mijn binnenzak. Dan ben ik de enige die het geluid hoort met mijn oortjes in. Zo luister ik ook op straat, in de bios, op de fiets, in het openbaar vervoer. Ik zit dan niet achter een scherm maar ben wel online.

Hoeveel zal dat bij elkaar zijn? Bij benadering 12 à 13 uur per dag. Maar …. ik word die 13 uren niet digitaal opgeslokt. Terwijl ik dit stukje schrijf, de krant lees of de aardappelen schil, luister ik bijvoorbeeld naar Lady GaGa, die op Spotify haar mooie nieuwe cd MAYHEM ten gehore brengt of naar de podcast van Theo Maassen. En … meestal ben ik onderweg als ik mijn mail of app check en beantwoord.

Sinds 2008, de intrede van de smartphone, is  mijn gedrag veranderd en de generatiekloof lijkt breder dan ooit. De mensen op straat, in het openbaar vervoer … ik zie ze minder. Het mobiele verkeer gaat meestal voor. Dat wordt à la minute afgehandeld. Gaat ten koste van het sociaal contact.

Wanneer ik bezoek krijg, heb ik contact met mijn bezoek. We praten, eten, drinken. Online zitten we dan vrijwel nooit. We hebben het met elkaar hooguit over  de moderne worstelingen met het digitale tijdperk.   

De jongere generatie is liever bezig op de mobiel, met hun vele games, apps, geheime 2e telefoons, duistere online ‘challenges’.  Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen: hebben de oudjes het recht om te klagen, terwijl ze zelf ook diep in hun schermen verdwijnen?

maandag 10 maart 2025

VAKANTIES.

Ik ga dit jaar voor de verandering eens op vakantie naar een theaterfestival. Ik weet nog niet precies wanneer maar het is ergens in de zomer. Iedereen om me heen waarschuwt me om nooit meer te zeggen wanneer ik op vakantie ga en waar naar toe, omdat de kans dan groot is dat mijn woning door ongure elementen wordt leeg gehaald. Het zal waarschijnlijk begin augustus worden dat ik naar Edinburgh ga. Daar is dat Theaterfestival toevallig ook.  

De vliegreis en het verblijf heb ik vandaag geregeld. Toch maar vliegen. Vanaf Amsterdam. Dan ben ik er in anderhalf uur. Met de trein ben ik anderhalve dag onderweg. Nog even googlen wat ik nu met mijn vliegschaamte aan moet. Ik heb een mooi en betaalbaar plekkie geregeld in het centrum van Edinburgh. Ik bedoel, de plek is mooi omdat ie centraal in Edinburgh ligt. Alle theatertjes en andere evenementen-locaties liggen er in een straal van drie kilometer omheen.

Vier dagen Berlijn staat ook nog op mijn programma. In 1970 ben ik voor het eerst en tot nu toe voor het laatst in (Oost-)Berlijn geweest. Ik reisde toen met een Amerikaans reisgezelschap, dat scherp in de peiling gehouden werd door een Gestapo-bullebak aan de grensovergang van Oost- naar West-Berlijn. Ik had in mijn rugzak wat satirische Amerikaanse comics (stripverhalen), die ik tijdens een wandeling daar wilde uitdelen aan Oostduitsers. Maar voordat ik daar de kans toe kreeg had die bullebak de strips al uit mij rugzak gevist en bij het  oud-papier gegooid.

Berlijn is natuurlijk waanzinnig veranderd sinds in 1989 de muur tussen Oost en West werd gesloopt, en er één Berlijn, één Duitsland ontstond. Héél erg benieuwd ben ik. Ik hoor zulke enthousiaste verhalen van mensen die genoten hebben van de stad, haar cultuur, haar architectuur.    

Het is allemaal nog niet tot in de puntjes geregeld. Het zal waarschijnlijk mei of juni worden, Berlijn. Ik ga met een goede vriendin. Zij is al zo’n beetje begonnen uit te zoeken hoe we het gaan doen qua vervoer, verblijf en excursies. ‘t  Zal wel de bus van Bolderman ofzo worden. We nemen in ieder geval een tweepersoonskamer, ook al zijn we niet getrouwd en wonen we niet samen. We nemen een tweepersoonskamer, omdat, we ontiegelijk veel mèèr geld kwijt zouden zijn als we ieder apart een kamer zouden nemen. We zeggen gewoon van te voren dat ze in het hotel de bedden uit elkaar moet schuiven. En als dat niet lukt ga ik gewoon op de grond liggen maffen. Of zij. Tossen we elke dag om. Daar doen we niet moeilijk over.  

We gaan niet bij elkaar onder de dekens liggen. Voor geen goud. 

Bij het idee alleen al krijgen we het Spaans benauwd.

zondag 9 maart 2025

ZINGEN.

 Popkoor.

Ik kom vanochtend niet op gang. Mijn hoofd zit potdicht en mijn ademhaling gaat stroever dan anders. Ik moet iets gaan doen. Fietsen naar Nesselande bijvoorbeeld. Daar is straks, van half elf tot 12 uur het Badkamer(pop)koor. Voor een tientje per keer zing ik daar mee.

Het is normaal een half uurtje fietsen daarheen. Vandaag doe ik er drie kwartier over. Ik heb zware benen.

Een keer per maand wordt er gezongen, gemiddeld met z’n twintigen. Natuurlijk weer met veel te weinig mannen (4). Ook bij dit koor is het zo dat je niet per sé hoeft te kunnen zingen om mee te mogen doen. Bladmuziek lezen hoeft al je al helemaal niet te kunnen.

We zingen mee met de songs die de koorleider kiest en afspeelt op z'n geluidsinstallatie. De lyrics lezen we af van een groot powerpoint presentatiescherm.

Nog steeds voelde ik me niet helemaal jofel tijdens de eerste twee slome nummers:

Yesterday

I said something wrong, now I long for yesterday

En

Avond

Ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij.

Maar de derde song: 

Hit the road Jack schudde me flink al behoorlijk wakker:

Hit the road Jack. And don’t you come back no more, no more, no more

Bij het vierde nummer  

Rock around the clock was ik warm gelopen. Ik merkte dat ik stond te zingen en te swingen, zoals ik ook wel eens 'in trance' doe tijdens een optreden van een coverband van de Stones.

We’re gonna rock, rock, rock, ‘till broad daylight

Mijn favoriete band, the Stones, staat tot op heden helaas nog niet op het repertoire.

Deze keer zongen we nog:

I want to break free

I can’t get used to livin’ without you by my side.

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder 

Voor degene met z’n mateloze trots. Op z’n risicoloze hoge toren.

 Kom van dat dak af .

Janne Jansen zijn vrouw was een koorddanseres

 Zoutelande

Ik ben blij dat je hier bent, ik ben blij dat je hier bent, ik ben blij dat je hier bent

 

Zingen doet wonderen.

Weer helemaal fris, opgewekt en vrolijk fietste ik naar de super. Bananen kopen. Vanochtend at ik de laatste op.

zaterdag 8 maart 2025

RIJGEN.

Van het Theater Rotterdam krijg ik een geweldige aanbieding: 9 voorstellingen in de maand maart komen kijken voor 75 euro. Dat is goed besteed aan zo’n krent als ik. Nog geen tientje per voorstelling! Gisteravond was het eerste stuk te zien: Rijgen, gespeeld door het Zuidelijk Toneel.

Ik dacht toen ik de schouwburg binnenstapte, dat ik een kat in de zak gekocht had, want de zaal was half leeg. Maar dat bleek beslist niet zo te zijn.  Het was zeer de moeite waard.

Rijgen is een opvallend opgewekte, lichte,  grappige voorstelling. Opvallend ook, omdat dit zeker niet gold voor het toneelstuk Reigen (1897) van de Oostenrijker Arthur Schnitzler, waar de makers zich op baseerden. Die Schnitzler was een goede vriend van Sigmund Freud. Met sarcastisch genoegen schetste hij in tien scènes een visie op de liefde die puur draait om seks en bedrog.

Het toneelstuk van vanavond gaat heel anders. Met een open blik wordt de kijkers allerlei hedendaagse vormen van liefde getoond: van een date op Tinder en een lang en gelukkig levend echtpaar tot vormen zoals sodomie en pedofilie. Dat gebeurt steeds met verbazing en een lach. Het gaat niet om de sensatie, maar om een blik op de drijfveren van de mensen, zoals eenzaamheid, verlangen naar intimiteit of bevrijding van de dagelijkse sleur.

De drie vrolijk en heel relaxed spelende acteurs, Louis van der Waal, Ariane van Vliet en Peter Seynaeve, zijn geknipt voor dit stuk. Ze spraken mij en de andere kijkers, direct aan. Ik dacht eerst nog even dat het een soort stand-up comedy zou worden maar er is geen sprake van meedoen van het publiek in dit spel der lusten. Eerder word je als publiek gevraagd mee te denken. Stel je toch al die verschillende verlangens en verliefdheden voor, lijken ze te zeggen. Dat is toch prachtig, die verschillende vormen?

Zeker!

--------------------------

Voor de liefhebber: een stukje tekst uit het stuk: Rijgen:

-----------------------

Peter:    Ik ben happy single. Een die aan zichzelf genoeg heeft.

Louis:    Ja, en seks?

Peter:    Natuurlijk hou ik van vrijen: flirten en vrijen. Als het gebeurt en goed is, is het welkom Maar uiteindelijk weet niemand beter dan ikzelf me naar een hoogtepunt te brengen, op het gewenste tempo en ritme en zo veel en zo vaak als ik wil. Trouwens, zelfs als je stapelverliefd bent, ben je tijdens de daad toch vooral met jezelf bezig! Het gaat om jouw genot, en het lichaam van de ander is niets anders dan een vehikel daarvoor. Nee, geef mij dan maar de zelf-bedruipende liefde.

Louis:    Volgens mij ben je nog niet de juiste persoon tegen gekomen.

Peter:    Ik geloof dat iedereen zijn eigen beste minnaar is. Niemand begrijpt beter wat ik voel en hoe op gevoel gereageerd moet worden. Niemand begrijpt beter wat ik nodig heb en wanneer. Niemand kan zo onvoorwaardelijk van me houden als ikzelf..

Ariane: Behalve je moeder misschien?

vrijdag 7 maart 2025

LANDJE PIK.

Sinds vorige week vrijdag, een inktzwarte vrijdag, ben ik er niet gerust op dat we de wereldvrede kunnen bewaren. De scène tussen de presidenten van Oekraïne Zelensky en Trump van de VS vond ik schokkend. Op een onbeschofte en leugenachtige wijze werd door Trump ingehakt op Zelensky. De Oekraïnse president werd het Witte Huis uitgestuurd en een dag later blokkeerde Trump alle wapenleveranties en weer een dag later het berichtenverkeer aan Oekraïne.

Europa reageerde aanvankelijk niet zo kordaat. Uiteindelijk kwam het toch over de brug met 800 miljard euro steun voor Oekraïne. Europa besloot een eigen leger te gaan vormen. In Nederland zelf ontstond een verbazingwekkende Kamerbrede eenheid voor steun aan Oekraïne. Alleen Wilders moest op het laatste moment nog even sputteren om te voorkomen dat zijn PVV hierdoor te veel van zijn kiezers (‘onze eigen mensen, die in armoede leven'), zou verliezen. Hypocriet.

Ondertussen deed Zelensky een knieval voor Trump en bedankte hem voor alles. Een spekkie naar Trumps bekkie. Zelensky noemde Trump toen zelfs ‘een groot leider’. Amerika kan de waardevolle aardmetalen in Oekraïne nu komen ophalen. Zelensky gaat wel een deal tekenen.

De lachende derde is in dit geval Trump’s vriend Poetin. Rusland kan nu rustig doorgaan met het vernietigen van Oekraïne en ondertussen Europese landen uitzoeken, die ook het graag wil inpikken.

Wat mij beangstigt is het imperialisme van de Russische oorlogsmisdadiger Poetin. Ik zie het al voor me: Rotterdamse, Amsterdamse woonblokken, bruggen, elektriciteitscentrales platgebombardeerd zoals in en rond  Kiev en Odessa. Veel slachtoffers en mensen die hier verminkt en ontheemd ronddwalen. Misschien ik ook straks en mijn dierbaren. Ik slaap sinds die zwarte vrijdag niet meer zo lekker.

donderdag 6 maart 2025

GESPETTER.

Een wandeling van mijn huis naar de Kop van Zuid duurt bijna twee uur.  Het is heerlijk weer. Aanvankelijk een beetje fris, met een strak blauwe lucht. Ik loop met Bea, een buurvrouw, van huis uit eerst richting Rotterdams groene trots: het Kralingse Bos. Gelijk al zien we op zo’n karakteristieke hoge nestpaal (paalnest?)  moeder ooievaar bezig haar ei uit te broeden. Vader ooievaar staat tussen een tros bedaarde reetjes rustig wat voedsel uit de grond te pikken.

Wij lopen over het fietspad, dat op dit tijdstip nog nauwelijks wordt gebruikt. Het is woensdag rond het middaguur.  We komen langs de speeltuin waar nog geen kind te zien is. De doelgroep van de speeltuin heeft vanmiddag, woensdagmiddag,  immers pas vrij van school. Met dit weer sterft het hier altijd van de jonge kinderen met hun ouders. Bijna allemaal yuppen, die je herkent de vele e-bakfietsen, die daar dan op het grasveld geparkeerd staan. Dat zal vanmiddag niet anders zijn.

Honden lopen er ook zat. Ze doen ons denken aan de honden die we zelf vele jaren terug hadden. Die van haar was groot en vrat ook vreselijk veel, het voedsel (kalkoenfilet en brood) was niet aan te dragen. Die van mij was een tamelijk kleine jachthond, die zichzelf uitliet in het dit bos. Voor zijn eten verslond hij grove stukken runderhart: in één hap, hup, rechtstreeks zijn maag in.

Toen Bea een openbaar toilet zag moest ze gelijk plassen. Ben toen ook maar even gegaan. Mooie schone toiletten tegenwoordig. In mijn jeugd was de Kralingse Plas zèlf het openbaar toilet. Er werd bij mooi weer door velen naar hartenlust in ‘gespetterd’.

We lopen het bos uit in de richting van de a-sociale wonigbouw van Nieuw-Crooswijk. Op het terrein van de voormalige hoveniersschool zijn woningen gebouw voor mensen die 1.200 euro huur per maand kunnen betalen. Dure e-bikes, e-bakfietsen en alleen maar elektrische auto’s daar in de buurt. Ze hadden dit wijkje beter Nieuw Kralingen of Nieuw Hillegersberg kunnen noemen.  Want Crooswijk associeer ik met een heel andere populatie.

Wij wandelen nu in Crooswijk. Langs de begraafplaats, de katholieke. Mijn ouders en mijn een jaar jongere broer liggen daar begraven. Ik groet ze astraal: ‘Dag pa, dag ma, dag Tinus’. Van de andere kant blijft het vanzelf doodstil.

In de Pannenkoekstraat kopen we in de Engelse speciaalzaak wat lekkere dingen. Bea koopt typisch Engelse broodjes. Ik koop doodgewone Hollandse digestieve kaakjes  met een extra bitter chocoladelaagje, dat wel. Mmmm.

De hele wandeling past helaas niet in dit stukje. Met hele grote stappen komen we bij ons eindpunt: bioscoop LantarenVenster. We gaan daar naar de de film: Maria Callas. 

Daarna hebben we een Social Deal bij Ketelbinkie. Lekker eten!  

Tenslotte gaan met de metro weer naar ons bejaardentehuis waar iedereen al in diepe rust lijkt te zijn.  

    

woensdag 5 maart 2025

HET FENOMEEN VAN RAYNAUD.

 Het Fenomeen van Raynauld.

Naar het ziekenhuis. Een klein stukje op de fiets. Vijf minuten hooguit. Daar wordt mijn zielige’ rechterhand onderzocht.

Ik heb last van dooie vingers, dooie tenen en een rooie neus. In wachtkamer 2 is het doodstil. Tien mensen zitten daar. Zo ver mogelijk uit elkaar. Er is wel plaats voor twintig. Drie oudere echtparen, twee moeders met elk een kind en drie mannen-alleen, waaronder ik. Een van de mannen ziet een van de kinderen drinken kijkt het meisje aan en vraagt vriendelijk of de chocomel lekker is. ’Het is geen chocomel, het is cola,’ zegt het meisje koel. De man houdt verder zijn mond.  

Ik heb zelf geen zin in contact met de anderen in wachtkamer 2. De anderen ook niet met mij.  ‘Meneer Mastwijk’ wordt er geroepen. De assistente registreert met high-tech –apparatuur  alle bewegingen in mijn hand en vingers (ook links). De assistente is gekleed in een wit verpleegstersuniform. Ze werkt heel zorgvuldig en herhaaldelijk vraagt ze of ik pijn heb.  Ze zegt steeds precies (bijna tot vervelens toe) wat ze allemaal gaat doen. Die assistente is een stevige Russische of Oekraïnsche vrouw. Het type robuuste Hollandse boerin.

Ik moet weer terug naar wachtkamer 2. Er zitten weer allemaal andere mensen. Dat maakt me echt niks uit. Er is nu alleen geen meisje dat cola drinkt. De man die daar iets over zei, is er nu ook niet meer. Het kan heel goed zijn dat hij binnen zit bij een dokter. Jammer dat ik niks te lezen bij me heb. Vlak voordat ik wegging van huis dacht ik nog: ik neem de krant mee van vandaag. Toch nog vergeten te doen. Maar àls ik die krant had meegenomen, had ik hem nog niet kunnen lezen, omdat ik geen leesbril bij me had. En zonder leesbril kan ik die kleine lettertjes niet lezen in de krant.

Als de man van de chocomel uit de behandelkamer komt, wordt ‘Meneer Mastwijk’ geroepen. De arts zag niks bijzonders aan al die registraties van mijn rechterhand. Aan de hand van mijn klachten: dooie vingers, dooie tenen en een rooie neus,  dacht de arts aan ‘het Fenomeen van Raynaud’. Vitamine D slikken (max 100 ug) zou, volgens Google,  symptomen van het Fenomeen kunnen reduceren. Ik zou al heel blij zijn als alleen maar die rooie neus van mij met vitamine D zou veranderen in een bleker neusje.

dinsdag 4 maart 2025

VINGEREN.

Morgen moet ik naar het ziekenhuis. Een vaatchirurg  gaat onderzoeken wat er met mijn rechterhand aan de hand is. Die hand is constant wat kouder, houdt wat te veel vocht vast en de vingers daar zijn stijver dan aan die andere hand.

Een hand ... vijf vingers. Alle vijf anders. We noemen ze ook anders.  Vier vingers hebben elk drie kootjes. Alleen de duim heeft er twee. Bij jonge kinderen verdwijnt die duim vaak in de mond. Op latere leeftijd geef je met een duim iemand een pluim of je houdt met de duim iemand eronder

De vinger naast de duim is de wijsvinger. Daar wijs je iemand mee aan, die ‘het gedaan heeft’ of ‘hem is’. Een kind steekt op school zijn vinger op als hij iets wil vragen aan de meester of juf. Hij heet nu wel ‘de wijsvinger’ maar het is ook de ‘likvinger’. De vinger waarmee je al het lekkers uit een pot kan likken. ’Likkepot’ heet de vinger in een heel oud en bekend versje (lees maar verderop). Tussen wijs- en ringvinger is de middelvinger, de grootste vinger en misschien wel de meest gebruikte tegenwoordig. Met het tonen van de middelvinger aan een ander, verfoei  je hem of haar.

Ook wordt de middelvinger samen met de wijsvinger, voor zover ik weet, aangewend voor seksueel genot, vingeren genaamd. Door wijsvinger en middelvinger tezamen op te steken op school vraagt een kind aan de juf of het naar de wc mag.

Met  het obscene gebaar: duim tussen wijsvinger en middelvinger maken sommige 'heren' hun bedoelingen met vrouwen duidelijk.

De kleinste vinger: de pink. Niet zo’n superactief vingertje. Wat onduidelijke taken. De pink wordt nogal eens gebruikt als peutervinger: in neusgaten, oren, tussen tanden en kiezen. Op ringvinger, tussen de pink en middelvinger wordt doorgaans een ring, trouw- of vriendschapsring geschoven.

Zal de vaatchirurg het traditionele vingerversje ook kennen? Ik vraag het hem morgen.

 

Naar bed, naar bed, zei Duimelot.

Eerst nog wat eten, zei Likkepot.

Waar kan ik dat vinden? zei Lange Jan.

In grootmoeders kastje, zei Ringeling.

Dat zal ik verklappen, zei 't Kleine Ding.

maandag 3 maart 2025

MUSEUMNACHT.

Van 1 op 2 maart was de museumnacht in Rotterdam. Van 10 uur ’s avonds tot half een ‘s nachts heb ik rondgelopen in het Rotterdamse Museumpark. Ik ga kijken bij het Nieuwe Instituut en  de Kunsthal ... Ik was niet de enige die ‘nacht’. Enkele duizenden. Heel wat Rotterdamse artistiekelingen, yuppen maar ook veel  import, jonge studentikoze import. Modieus gekleed. Beslist niet de grote groep Rotterdammers die zich tot extreem-rechts aangetrokken voelt.

Mensen zoals ik, in de zestiger jaren van huis gegaan, noem ik ze maar, waren er niet zo veel. Ik was ook een van de weinigen, die alléén dit nachtelijke avontuur was aangegaan. Ik heb op mijn route hooguit tien alleen gaande soortgenoten gesignaleerd. Geen enkele alleen gaande vrouw. In de Kunsthal, waar de weergaloze expositie ‘Diva’ voor de laatste dag te zien was,  werd ik op mijn rug getikt door Kim, een oude vlam van mijn zoon. Ze was met haar huidige vriend aan het swingen bij de(oorverdovende) hiphop. Ze vond het duidelijk leuk mij hier te zien. Vloog me om de hals. Had me hier niet verwacht. Nou ja, in de korte tijd dat ze me mee heeft gemaakt, had ze toch kunnen weten dat ik een beetje apart was. Zij was al bij het natuurhistorisch museum geweest. Dat móést ik  gaan zien. Prachtige foto’s en video’s van dieren het industriële havengebied. Helaas … geen tijd voor.

Op naar het Nieuwe Instituut. Een museum voor architectuur, design en digitale cultuur. Stampvol daar. Ook de toiletten, overal trouwens. allemaal transgender. Prima wel. Op weg naar de expositie ‘Tuinen van de toekomst’ staat Elza een foto te bekijken van mensen die tuinieren tussen de puinhopen van gesloopte gebouwen. Dat kan dus in de USA:  gebouwen wel slopen maar de puin niet opruimen. Dan maar tuinieren hebben de omwonenden op die foto  klaarblijkelijk gedacht. Ze zag er leuk uit. Elza geeft schrijfcursussen. Ik heb er ook een bij haar gedaan: ‘Schrijven voor nieuwsgierigen.’ Doet ze leuk. Leuke meid ook. Mijn columns vond ze nogal wisselvallig. Klopt. Ik moet op mijn oude dag nog veel leren. Zij gaat een column schrijven over deze nacht. Ik niet. Ze stelt me nog voor aan haar vriendin Annemarie, die een half uur bezig is geweest om even te plassen.

Ik moest ook. Ben onderweg maar even gegaan. Tegen een boompje. ‘t Was een mooie museumnacht. Kwart over één was ik thuis.    

zondag 2 maart 2025

DROMEN.

Hoera! Ik heb mijn slaappillen niet meer nodig! Na 25 jaar Lorezapam slaap ik weer zonder. Er gebeurt in mijn hoofd wel iets nieuws. Wat ik nog nooit in mijn leven bewust gedaan heb: ik droom. De dromen van de afgelopen nachten kan ik me nog goed herinneren. Ik heb ze namelijk gelijk toen ik wakker werd (ook een keer midden in de nacht) opgeschreven.

In de eerste droom, loopt een vrouw, in een vuurrode badjas.  Ze draagt een plastic zak vol bevroren bakjes en pakjes met bonen, gehakt en een kliekje boerenkool. Ik kijk zo door het zakje heen. Ze gaat in de richting van mijn kelderbox. Ze opent de deur en stuit op een vogelkooi even groot als de kelderdeur. De vogels schrikken. Er zijn precies  vierentwintig vogels, even veel als er kooien zijn. Er zitten meeuwen, duiven, eksters, kraaien, roeken, aalscholvers, Vlaamse gaaien. Door de consternatie springen de kooien open. Als één grote vogel vallen ze haar aan. Tevergeefs probeert ze de vogels af te weren met haar bevroren spullen. Maar ze valt om en de vogels  pikken haar tot bloedens toe in haar vlees. Hier stopt de droom helaas abrupt.

In een andere droom, minder leuk, raak ik mijn sleutelbos kwijt. Ik had die bos zo maar ergens in een slot gestopt en hem daar laten zitten. Waar weet ik niet. Ik ga zoeken in de winkelstraat. Elk slot bekijk ik. Ik ga naar de tweede handswinkel, waar mijn vader werkt. Hij is al jaren dood. Sleutels? Geen idee! Bij het politiebureau halen ze hun schouders op. De agent doet er wat lacherig over. Straks moet ik de nacht nog op straat doorbrengen. Ik ga langs bij de vriendin van mijn zus en  bij mijn kinderen. Zij kunnen me niet helpen. Dan ontwaak ik plotsklaps. De sleutelbos ligt op het slaapkamerkastje naast de schemerlamp.

De eerste droom is eenvoudig te verklaren. Ik heb een afkeer van zo’n soort mens. Haar kilte. In de tweede droom sluit ik mezelf buiten. De toegangsdeur  tot een leuker leven blijft dicht.

Met een leven zonder slaappillen maar met dromen kan ik wel weer even vooruit.

zaterdag 1 maart 2025

LACHEN.

Het is nu de derde keer dat ik erover begin. Mijn tranen (tot twee keer toe) onder de film ‘A complete unknown’ over Bob Dylan. Wat beroerde me? Opborrelende emoties in de jaren 60 over: vrienden maken en verliezen, een ingrijpende verhuizing, de beklemming van het arbeiderskind op de kakkersschool, de verliefdheden, de tiener die graag als Dylan wilde zijn, hem wilde begrijpen.

En dan kom ik niet ineens meer bij van het lachen.

Een negentigjarige man, ergens in België, heeft twee mede bewoners van zijn bejaardenhuis doodgestoken en er één levensgevaarlijk verwond. Alle drie de betrokkenen zijn in de 90.

De dader is een bekende van de politie. Vier jaar geleden sloeg hij zijn ex-vrouw, met wie hij 66 jaar getrouwd was, dood met een hamer. Hij leed toen al aan een vorm van dementie.

Ik schaam mij diep. Nadat ik dat bericht hoorde, moest ik heel hard lachen. Ik zag de wrevel van die man hoe langer het huwelijk duurde toenemen. Uiteindelijk leidde dat tot de fatale hamerslagen op het hoofd van zijn ex. Pijn in mijn buik van het lachen! Waarom? Het is toch iets vreselijk gewelddadigs. Tsja, ik zag die hele scene, die eindigt met die ‘hamer-moord’ heel hilarisch uitgevoerd worden als deel van een satirisch tv-programma.

Ik ben tientallen jaren getrouwd geweest. Dat huwelijk liep spaak. Ik moet er toch niet aan denken dat ik zo vernietigend zou willen uithalen naar mijn ex als die Belgische meneer deed met zijn ex. Vooralsnog heb ik geen diagnose ‘dementie’. Desalniettemin besef ik terdege, dat ik dàn onverhoopt in een geestestoestand kan raken waarin ik een gevaar wordt voor mezelf èn ... voor anderen. 

Er is natuurlijk niks lolligs aan die moordpartij in België. ’t Is waanzinnig  bizar en diep, diep tragisch dat ik er zo om moest lachen. 

Die 90 jarige man mocht van Justitie nooit meer terug naar zijn oude woonsituatie. Helaas: er was nergens anders plek. Hij moest terug naar de plek des onheils. Ze moesten daar wel een oogje in het zeil houden. Dat is dus niet helemaal gelukt. 

vrijdag 28 februari 2025

ANDERS.

Het was al weer een paar weken geleden dat we elkaar gezien hadden, mijn zoon Ralf  en ik. Daarom appte ik hem: ‘Wanneer gaan we weer eens een pizzaatje eten?’

‘Volgende week woensdag of donderdag,’ antwoordde hij gretig. Woensdag schikte mij. We spraken om zes uur af bij mij thuis. Bij pizzeria Belle Sorelle, om de hoek bij mij, zouden we die pizza gaan eten. 

Toen wist ik nog niet, dat ik, vòòr de afspraak met Ralf, A complete unknown’, de meest recente Dylanfilm, zou gaan zien. Ik vond de film weergaloos. Met name de ontmoetingen en de duetten van Bob met Joan Baez raakten me.  Al tijdens film voelde ik dat ik deze film nog eens wilde zien maar dan met Ralf. Ralf is zelf een enthousiaste muzikant, gitarist, singer songwriter. Onze eerder gemaakte afspraak moest dus anders.

Ik vroeg hem of hij eerder kon komen om eerst die Dylan-film te gaan zien en daarna te gaan eten. Geheel tegen zijn gewoonte antwoordde hij, binnen de minuut, dat hij dat een uitstekend idee vond. Oké, om kwart over drie spraken we af bij Cinerama. Half vier begint de film.

Gekleed in het zwart komt Ralf aangelopen vanaf Station Blaak. Het is dertien over drie. Ik loop vanaf de bios in zijn richting. We zwaaien naar elkaar.  Zijn zwaaien is vrolijk. Eind vorig jaar is Ralf gescheiden. Daar was hij kapot van. Vrolijk zwaaien zegt nog niet zó veel, maar toch wel iets. We botsen bijna tegen elkaar op, omhelzen elkaar. Het gaat met ons allebei goed.

Dat zweetbandje op mijn hoofd bevalt hem allerminst.

Ik koop twee kaartjes voor de film. Één op mijn Cinevillepas en één op mijn Rotterdampas. Dat scheelt hem toch weer mooi dertien euro. Ralf waardeerde deze kleine oplichterij wel van zijn normaal zo brave vadertje.

De vorige keer dat ik de film zag zaten er circa 20 mensen in de zaal. Nu, met ons er bij 6. Veel te weinig voor zo’n juweeltje. Ik vertelde Ralf dat ik de film zondag al gezien had en dat ik mijn tranen soms niet kon bedwingen. Ralf reageerde nogal verbaasd dat de film zoveel emotie bij me opriep. Ik vond het  leuk dat hij het toch ook niet droog hield, zowel tijdens de schepping van ‘Blowin’ in the wind’ als bij het gekrakeel rond ‘Like a rolling stone’, de eerste rock-and-roll song van Dylan.

We hebben allebei genoten. Na de film hebben we samen een lekker pizzaatje genuttigd.      

donderdag 27 februari 2025

ÀLS ZE HET IS ...

Àls zij het is ..

Het is heel rustig in de gym. Ik kom wat later binnen dan anders maar toch … Misschien komt het door de schoolvakantie, misschien door het lekkere weer. 

Ik zie in één oogopslag dat Frits er niet is. Frits, ook een sporter, denkt dat hij de leukste thuis is. Hij máákt soms ook echt grappige opmerkingen maar soms is hij ronduit pesterig bezig. Als ik één op één met Frits ben is hij gewoon grappig. 

Ik doe mijn oefeningen vaak met mijn ogen dicht, dan hoor ik Frits zeggen ‘Niet in slaap vallen, hoor’. Loopt ie achter me langs naar rechts, tikt ie me op mijn linkerschouder, kijk ik voor lul naar links. Tenenkrommend kinderachtig, dat wel, maar onschuldig. Er valt één op één ook best redelijk met Frits te praten, over politiek bijvoorbeeld, ondanks dat hij PVV gestemd heeft en ik SP.

Maar in een groepje, 3 à 4 sporters gaat hij een grens over, wordt hij pesterig. Dan wil hij scoren bij de anderen, hun lachlust opwekken door een ander af te zeiken. Mijn haarband is in zijn ogen een onnodige zweetband. ‘Jij? Zweten? Wanneer dan?’  Ziet hij mijn pluizige lange grijze haren, vraagt hij me: ‘Onder welk viaduct heb je geslapen vannacht’.  

Dat laatste ging mij echt te ver. Ik zei hem: ‘Ik wil dat soort dingen niet meer van je horen, Frits. Dat is pesten en dat pik ik niet van jou! Van niemand niet, trouwens’. Frits zocht enigszins beteuterd steun bij de twee anderen, die erbij stonden. Die waren duidelijk op mijn hand. Verongelijkt neemt hij de benen naar de leg-press.

Als ik zit te roeien, zie ik uit mijn rechterooghoek een vrouw de sporthal inlopen. Ik ken haar. Ze heeft haar haar nu in een knotje. Ik ken haar, àls ze het is, alleen met lang bond haar. Blond is ze nù ook. Ik hoor haar praten ... luister goed maar herken haar stem niet. Ik ken haar van de Schrijfschool. Daar volgden wij, de cursus ‘Schrijven voor nieuwsgierigen’. 

Zou ze zich mij niet herinneren?  Ze kan natuurlijk net zo goed als ik, alleen in haar hoofd bezig zijn met een vermoeden van herkenning. Toen ik die cursus deed had ik een heel andere kop: kaal en zonder baard.

Ik liep vlak langs haar toen ik stopte met trainen. Op weg was ik naar de kleedkamer. Geen van beiden gaven we een teken van herkenning. Ik ben te verlegen om wat te zeggen, te vragen. Zij ook? Of wil ze gewoon geen contact. Destijds in die cursus hadden we het gezellig met elkaar, àls zij het is. Ik weet haar naam al niet eens meer.

woensdag 26 februari 2025

GELUIDSHINDER.

Ik heb geen wekker meer nodig. Vanaf klokslag half acht wordt het dak van het   appartementencomplex waar ik woon gerenoveerd. Eerst de oude laag afpellen en dan de nieuwe dakbedekking er op.. Van half acht tot half vier lijkt het net alsof er of er waanzinnig  zware vrachtwagencombinaties langs je huis denderen. Telefoneren, lezen, rustig praten, naar muziek luisteren, ik heb het allemaal geprobeerd maar het lukt niet. Zelfs eten gaat alleen met lange tanden. Het smaakt gewoon veel minder als je na elke hap eten je  vingers weer in je oren moet steken. Ik zie de mensen op het dak met grote oorbeschermers werken.  In feite hadden ze ons, bewoners oordopjes moeten geven. Als ik even in de woonkamer moet zijn, waar de overlast het grootst is, dan fluit het geluid vlijmscherp mijn ene oor in, mijn andere oor uit.

Ik ben niet de enige in deze flat die er last van heeft maar zoals gewoonlijk durft niemand er wat van te zeggen. Behalve ik dan. En zó'n held ben ik nou ook weer niet. Ik bel naar de DCMR, de Milieudienst voor de Rijnmond, maar de medewerker daar poeiert me gelijk af: ‘Bij ons kan je alleen klagen over bedrijven die overlast veroorzaken’. Alsof die mensen hierboven op het dak niet bij een bedrijf werken. ‘Nee,’ zegt de man, ‘de gemeente heeft voor dat werk een vergunning voor afgegeven, dus dan moet je daar klagen’.

Bij de gemeente vang ik ook al bot: ‘Als het werk wordt uitgevoerd in opdracht van een woningcorporatie, dan is daaraan een vergunning voor gegeven door de gemeente. In die vergunning zijn dan de voorwaarden opgenomen waaronder die geluidshinder mag plaatsvinden …  

Ik denk er niet aan om vandaag de hele dag in die klote-herrie te blijven zitten. Laat me niet gek maken. Normaal gesproken breng ik de dinsdagmiddagen met Ludo door. Ik ben zijn maatje. Vanmiddag zouden we naar mini-world gaan, dat Rotterdamse Madurodam bij het Centraal Station. Ik vind er geen reet aan. Maar Ludo wilde het graag, dus … en dan verslaapt meneer zich … gaat die hele maatjesmiddag niet door.

Het komt mij niet slecht uit. Heb genoeg te doen. Het is lekker weer dus ik fiets naar de markt voor bananen en (earl- grey) thee. Ik loop dan gelijk even bij de bieb binnen voor ‘Herfst’ een boek van mijn huidige favoriete schrijver: Karl Ove Knausgärd.

dinsdag 25 februari 2025

KAUWEN.

'Wat kommie doen?’ vraag ik. Met drie volgestouwde boodschappentassen staat ze voor mijn deur. Ze heeft twee keer aangebeld. Dus ik weet wel dat het oké is. ’t Is een vriendin, laat ik haar voor het gemak Bea noemen.

‘Ik kom ff een bakkie bij je drinken’. Ze hoeft me niks te zeggen. De afgelopen dagen heeft ze weer hurrie-up aan d’r hoofd gehad.  ‘Ga me nou alsjeblieft niet vragen wat er allemaal gebeurd is, want dat weet ik niet, hoor’.

Toen ze merkte dat ik haar niks vroeg, straalde ze weer een beetje blijheid uit maar dat kan ook net zo goed gelegen hebben aan het lekker warme maar peperdure kopje  Senseo-koffie, dat voor haar klaar stond.

Ik vertelde Bea dat ik aan het stoppen was met mijn slaapmedicatie. Al zeven dagen lang neem ik een halve dosis in en ik slaap er nog steeds uitstekend op. Geen verschil te merken met de dagen ervoor. Nog twee dagen dan ga ik de nacht in met 0,0 Lorazepam (de slaappil). Ik heb er veel vertrouwen in dat dat gaat lukken.

Misschien heb ik het al eens eerder opgeschreven, sorry daarvoor dan, maar ik schrijf het tòch nòg een keer  op. Tijdens het lezen en tv kijken val ik herhaaldelijk in slaap. Ik heb het idee dat dat aan mijn ogen ligt. Ik ging daarom naar mijn huisarts voor een verwijzing naar de oogarts. Die gaf ze me niet omdat zij er van overtuigd was dat het aan de slaappil lag. ‘Stop daar nou eerst maar eens mee, dan zal je zien (!) dat je niks aan je ogen mankeert’.

In de tussentijd had ik zelf, kwakzalverig, bedacht dat ik me beter zou kunnen concentreren op lezen en tv-kijken als  ik  mijn hoofd ook iets anders te doen zou geven. Kauwgum kauwen is mijn eerste probeersel en zowaar het helpt! Ik blijf hartstikke wakker. Het grote nadeel is dat ik herhaaldelijk heel hard op mijn tong of op de binnenkant van mijn wang ... tot bloedens toe … en omdat elk nadeel zijn voordeel heeft: ik blijf minstens een kwartier langer wakker van de pijn.

Bea had het idee dat wanneer ik op een zuurtje zou zuigen, ik me ook prima zou kunnen focussen. De kans dat ik in mijn eigen vlees zou bijten is dan nihil.

Ik ben niet zo van het zuigen. Zo’n zuurtje bijt ik onmiddellijk kapot.