Pageviews van de afgelopen week

maandag 1 juni 2026

DE BAL

Ik raak dIe bal helemaal verkeerd. Hij gaat wel drie meter naast en twee meter over mijn vriend Paul heen maar wat veel erger is, de bal zwaait met een rotvaart af de richting van de Rotte.  Er staat gelukkig een kerel aan de waterkant. Ik gillen, dat ie die bal moet tegenhouden maar hij is òf stokdoof òf hij doet net alsof. De bal schiet het water in en is gelijk zó ver weg dat we er helemaal niet meer bij kunnen.

'Zo! U bent niet zo weinig doof meneer! Wij schreeuwen, of u onze bal effe wou tegen houden maar geen enkele reactie. We gilden niet zo’n klein beetje hard. Die zwanen schrokken zich zelfs de pleuris'.

'Sorry hoor jongens , ik ben he-le-maal niet doof, ik heb jullie prima gehoord maar ik  kan nu eenmaal niet alles tegelijk. Ik ben nu bezig met mijn fototoestel en met die zwanen, daar heb ik het al druk genoeg mee! Door jullie gegil zijn de zwanen onrustig geworden en verder weg gezwommen…jullie worden bedankt!

Die vent staat te klootzakken met z’n fototoestel. Hij probeert vast een mooi plaatje te maken van die zwanenfamilie. Twee grote en twee kleine zwanen. Die grote zullen wel vader en moeder zijn. Ik weet trouwens totaal niet hoe je bij zwanen kan zien wie nou het mannetje en wie het vrouwtje is.
‘Weet jij dat, Paul,’
‘Neen, zegt Paul, ik heb nog nooit een zwaan met een pik gezien, jij? Trouwens ook nog nooit een zwaan met kut, maar die zie je meestal toch nooit zo duidelijk bij vogels. Bij vogels zijn de mannetjes meestal mooier dan de vrouwtjes, heb ik wel es gehoord. Deze zwanen zijn allebei even lelijk! Nee hoor, grapje. Ik bedoel: even mooi!’ 

‘Godverdomme,  die bal drijft steeds verder af, Peter. Zal ik er even induiken?’

‘Beter van niet, jongens, met die zwanen. Zwanen met jongen kunnen heel gemeen zijn. Ze slaan je zo een hersenschudding,’  zegt die fotograaf. Meneer hoort ineens alles.

‘Jezus Christus, hoe moeten we onze bal dan in ’s hemelsnaam terug krijgen?’
Ik vróég hem helemaal niks maar die ouwe geeft wel weer antwoord:

‘Omlopen via de brug naar de overkant, de bal is over 10 minuten aan de overkant, dan kan je hem zo uit het water oppakken.’

‘U heeft wel heel goeie ideeën meneer, maar ehhh, dat is twintig minuten heen en weer.' 

'Ik heb die bal toch zeker niet in het water getrapt, jongeman? Als je dat er niet voor over hebt dan moet je ook niet zeuren; dan laat je die bal drijven en ga je lekker wat anders doen dan voetballen.’

‘Zullen we eerst eens kijken of we de bal met een van die takken hier naar de kant kunnen krijgen, Paul.’  
‘Neen, dat lukt tòch niet. Die takken hier zijn bijna allemaal veel te kort. Weet je wat. Peter, ik breek zo’n superlange tak van die berk daar af. Daarmee moet het wèl lukken.’

‘Als je dat maar uit je hoofd laat, jongeman, want als je dat doet dan breek ik persoonlijk ook wat bij jou af. Dan sta ik niet meer voor mezelf in. Oh neen! Jullie gaan hier geen bomen verruïneren om een balletje  uit het water te vissen, omdat je te lui bent om een stukkie te lopen.  Zonder bomen kunnen we niet leven, hoor je, en er zijn er hier in de omgeving toch al zo weinig.’

Wij zijn zijn flink geïntimideerd door de grote bek van die ouwe lul maar we weten nog wel een andere manier om een bal hier naar de kant te krijgen: steentjes achter de bal gooien zodat ie weer deze kant op komt drijven.

Dat wordt geen succes: de stenen komen náást, vóór of op de bal terecht, maar zelden er net achter.  Zelfs die arme zwanen krijgen steentjes op hun koppies en moeten nu een beter heenkomen zoeken.

‘Hé, nou kappen hè met het mishandelen van die beesten. Jullie jagen die zwanen de stuipen op het lijf. Bovendien maken jullie het voor mij onmogelijk om hier een mooi plaatje te schieten.’

‘Pffffffff wat een zeikerd; kom op, dan gaan we  lopen naar de andere kant.’

Als we na bijna drie kwartier weer terug zijn met bal, staat de man nog steeds  te jojoën met zijn fototoestel. De zwanen zijn inmiddels wel weer terug op hun oude stekkie. Waarschijnlijk is het hem nu gelukt om een mooie foto te maken, want hij stopt zijn toestel weg.

‘Zo hebben jullie je bal weer,’ zegt die ouwe ... 'kom, ik trap wel effe  een balletje met jullie mee’. 

O, wat klinkt meneer nu ineens vrolijk.

‘Schiet die bal eens naar mij, dan zal ik jullie eens wat laten zien’.

‘Dacht het niet hè?! Als u ons nou een beetje geholpen had,’ zeg ik en steek mijn middelvinger naar de man op.
‘Rot nou maar op, ouwe pedo,’ zegt Paul schmierend en we rennen allebei heel laf en hard weg.


(Uit mijn rijke Rotterdamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

zondag 31 mei 2026

TALKING HEADS TRIBUTE.

In de ‘poptempel’ Capsloc van Capelle aan den IJssel, werd gisteravond onder voor Capsloc grote belangstelling (uitverkocht!!) de film  ‘Stop Making Sense’ van de Talking Heads door een grandioze tribute-band: Blanko and Friends  nagespeeld.

 Capsloc is deze avond  geheel gevuld met (dikke) zestigers. Niet qua omvang dik bedoel ik, maar qua leeftijd. Desalniettemin droop het enthousiasme van dit publiek af. Ze krijgen voor de toegangsprijs van 20 euro, meer dan waar voor hun geld. 

Deze avond wordt ‘Stop Making Sense’ voor de tiende en laatste keer in zijn geheel door Blanko and Friends gecoverd. Ik ben totaal onbekend met het werk van de Talking Heads. Mijn aangenomen zus M. daarentegen kent ze wel. Zij heeft mij nieuwgierig gemaakt en ik moet zeggen vanaf het eerste gezongen woord tot en met de laatste muzieknoot, ruim twee uur later, heb ik me geen moment verveeld. Sterker: ik heb met volle teugen genoten.

Deze tribute band is een project van Jan de Witte, voormalig gitarist van de 3JS). Het is een 10-koppige band (Jan de Witte samen met een 9-koppige begeleidingsband), die Stop Making Sense integraal en tot in de kleinste details gecoverd op de Nederlandse bühnes neerzet. De tournee begon rond het 40-jarig jubileum van de film in 2023 en werd wegens enorm succes verlengd met reprises in de Nederlandse theaters.

Zanger Jan de Witte is voor mij de absolute ster van de avond. Zonder de anderen, die ook keigoed waren maar iets te kort te willen doen. De Witte is gewoon van de buiten categorie. Zijn gelaagde stem, zijn verfijnde mimiek, zijn gewiekste gebaren, miniem en grotesk, zijn hele (bijna alom) aanwezigheid op het podium …  het straalt allemaal, klasse, plezier uit en bewondering voor de bedenker van dat al: David Byrne. …….

Net als David Byrne, in 1983, loopt Jan de Witte vanavond bij ‘Psycho Killer’, het eerste nummer van ‘Stop Making Sense’ in zijn eentje het lege podium op met een akoestische gitaar en een draagbare cassetterecorder, waarmee hij de beroemde drumbeat start. Pas bij de volgende nummers komen de andere bandleden er één voor één bij.

Tijdens het nummer ‘Girlfiend is better’ draagt Jan de Witte een gigantisch kostuum. David Byrne had zich door het Japans Theater laten beïnvloeden: op de bühne moest alles groter lijken. Alleen Byrne's hoofdje bleef klein. A little Talking Head.

Gauw die film vinden op  YouTube.

Ga zeker ook kijken of Jan de Witte in een andere rol ook zo kan schitteren.

Goed idee van sister M. deze avond. Ik ben toch zo allemachtig blij dat ik haar grote boer mag wezen.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

zaterdag 30 mei 2026

KEUKENPRINS.

 Peter de Graaf (62) woont ook op ons trappenhuis en valt in de categorie: ‘uitzonderlijk opgewekt mens’ en dat, terwijl hij toch best wel wat tegenslag in zijn leven te verwerken heeft gekregen. Hij heeft samen met zijn vriend Tom, gedurende bijna twintig jaar een kleine camping op Rhodos geëxploiteerd maar de laatste drie jaar ging het zò snel bergafwaarts, dat ze failliet gingen. Tja en omdat het die eerste jaren in Griekenland allemaal zo goed ging had hij, samen met Tom,  in Barendrecht een luxueuze villa gekocht. Zo’n huis met een hypotheek van 1,1 miljoen euro, hangt natuurlijk als een baksteen om je nek met dat faillissement net achter de rug en nog geen nieuwe baan. Zijn vriend zat natuurlijk in het zelfde schuitje en ook hij had niet zo één, twee, drie een andere job.  Peter had al wel direct na het faillissement besloten om te breken met Tom, althans, ze zouden wel vrienden blijven maar niet meer samenwonen. Peter vond het ietwat te benauwend om altijd maar ‘op elkaars lip te zitten’, zoals hij het uitdrukte; eigenlijk was dat precies dezelfde reden die Peter opvoerde toen hij weg ging bij zijn vrouw en zijn zoon. Hoe vervelend hij  de ‘benauwende nabijheid’ ook vond, Peter was dolblij, dat hij, voorlopig althans in huis kon bij zijn ex. (Zijn zoon was inmiddels het huis uit). Zijn ex woonde toen en nu nog steeds trouwens aan de overkant van de Rotte, in Crooswijk.  Gelukkig hoefde Peter niet zo lang te wachten op zijn huidige woning, bij ons op het trappenhuis. Hij woont er nu al bijna tien jaar. Het is zo vreemd ik kom hem bijna nooit tegen in het trappenhuis, àltijd op straat altijd op de fiets en dan altijd met zijn helmpie op.  


Elk jaar in juni gaat Peter een weekje fietsen en kamperen.  Zijn tentje, tasjes en bidons  vastgebonden  op de fiets en als zijn vriend Tom, gearriveerd is, dan gaan ze op weg. Richting Nijmegen (120 km!) gaan ze meestal en daar ontmoeten ze weer andere vrienden en dan blijven ze daar bij lekker weer een weekje hangen en dan gaan ze weer terug naar Rotterdam. Ik zorg in die periode voor zijn planten. Ik schrijf nadrukkelijk planten want plantjes kan je die bakbeesten niet noemen. Er staan bij hem twee lijvige chinese rozen, een tot aan het plafond reikende gatenplant, een lijvige, gemeen stekende christusdoorn en een ficus giganticus. Het doet me deugd te zien dat de planten er bij terugkomst van Peter minstens zo goed uitzien als toen hij vertrok. Als dank nodigt Peter mij en mijn vrouw uit voor een lekker etentje, Tom is er dan ook altijd bij. Elk jaar verrast hij  ons wèèr. Peter is wat je noemt: een echte keukenprins. Dit jaar koos hij voor een heerlijke griekse vleesschotel met orza salade en gegrilde bospeentjes met als dessert: galaktoboureko melktaart … verrukkelijk! Als hij geheel in stijl had willen blijven, had hij ons een Grieks wijntje geserveerd maar Peter  koos voor een Franse rode wijn: een bordeaux-tje, een  Saint Emilion, een prima keuze bij dit gerecht.  

(Uit mijn rijke Rotterdamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

vrijdag 29 mei 2026

PRAATJESMAKER.

Het is werkelijk een heerlijke plek op mijn balkon. Het is 14.00 uur. Ik zit daar nu met mijn laptop op schoot dit verhaaltje te tikken. Het verhaaltje  dat nu nog lang geen verhaaltje is. Er staat een licht verkoelend briesje dat vrij simpel de hitte van de juist nu zo krachtige zon weet te verdrijven.  

Ik heb een plannetje gemaakt voor vandaag: Vanavond eet ik lekker spaghetti. Gisteren heb ik de ingevroren spaghetti-prut alvast uit de vriezer gehaald. Dan ga ik naar de gym en vervolgens een uurtje wandelen met Heleen en d’r hondje. Dan Franse les en ’s avonds naar de bios. Een film over ‘inburgering’. Die lijkt me heel zinnig.

In de soep loopt dit programmaatje niet echt maar zoals ik het bedacht had loopt het niet. Het moet bij mij niet alleen  ‘op rolletjes’ gaan, maar ook gestructureerd. Dan begint het al ’s ochtends om 8.02 uur dat mijn buurvrouw, ook zijnde mijn aangenomen zuster mij vraagt om straks (om 18.00 uur) pasta bij haar te komen eten. Er zijn ergere dingen natuurlijk. Dus: ‘Graag’ zeg ik want M. kookt best lekker. Maar als ik met mijn sporttasje op weg ben naar de sportschool …  het is om 9.00 uur  al bloedheet,  bedenk ik me, dat mijn spaghettiprutje staat te ontdooien in de koelkast. Ik had dus neen moeten zeggen tegen M. Nu kan ik mijn prutje wegpletteren … d’r zit rundgehakt in.

Op de sportschool loop ik Erney tegen het lijf. Hij werkt daar in het restaurant. Hij is een oud taalleerling van mij.

‘Alles goed?’vraagt hij mij.

‘Bijna alles ‘ is mijn cliché antwoord.

Ik zeg Erney dat ik last heb van een blaartje onder mijn linker-kleine-teen. Gevolg van een pittige strandwandeling in het weekend.

 Over de wandeling met Heleen kan ik kort zijn: ‘Perfect’. We hadden het over van alles en nog wat maar daar ga ik niet over schrijven, want dat is privé. Maar … niet privé is ‘het praatje’ dat in ‘onze flat’ de ronde doet.

 Dat hoor ik van Heleen: '... dat ik niet goed genoeg zou zijn om hier in onze flat taalles te gaan geven’. Van wie dat ‘praatje’ komt wilde Heleen me niet zeggen. Dat snap ik wel.

Die taallessen geef ik in het Rotterdamse nu al bijna 20 jaar. Aan zo veel mensen. Het zou best goed zijn als zoiets ook in onze flat zou gebeuren. Of ik dat nou doe of een ander dat maakt natuurlijk geen reet uit (op zijn Rotterdams gezegd). 

Zou het iets zijn voor die 'praatjesmaker of -maakster?' Of toch juist niet?


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

donderdag 28 mei 2026

POEPBRUIN

Een groot luchtbed heb ik gekocht. Daarmee ga ik op mijn balkon liggen zonnen. Elf jaar woon ik nu in dit appartement en nog nooit heb ik zoiets raars gedaan. Ik bedoel met zo'n luchtbed op het balkon. Vorig jaar had ik ook al, iets dergelijks. Ik wou toen coute que coute (koste wat het kost) bruine benen kweken. Toen deed ik, ook al was het eigenlijk te koud, vanaf maart al, een korte broek aan. Mijn bovenlijf hoefde toen niet zo nodig want ik ging op vakantie naar Edinburgh, Schotland en daar heeft toch iedereen een gevoelige kwetsbare, blanke huid (en rood peenhaar). Dan val ik dus niet uit de toon. Dit jaar is anders. Ik ga naar Franrijk.  Daar is iedereen altijd al gebruind in de maand april. Dus ik ga daar straks in juli niet voor lul lopen met mijn melkwitte torso. 

In april ben ik begonnen met een paar keer zonnebanken. Toen de zon hier meer zo hoog aan de blauwe hemel stond ben ik op mijn splinternieuwe luchtbed op mijn balkon gaan liggen. Nooit te lang en óók nooit zonder crème, want verbranden wil ik natuurlijk helemaal niet.

Toen ik een klein ventje was van zeg maar 8 jaar was ik met mijn jongere zusjes naar het strandbadje van de Kralingse Plas gestuurd. Het was een knetter hete dag. Zoals afgelopen dinsdag. Ik heb mijn zusjes helemaal ingesmeerd maar toen was de zonnebrandcrème op. Er werd toen nog geen gratis zonnebrandcrème verspreid langs de Plas. 

Maar, o, o, wat verbrandden die arme schoudertjes van mij. Rooier dan toen zouden ze nooit meer worden.  Lichtelijk traumatisch was, dat ik aan het einde van die dag het tramgeld kwijt was en ik met twee jengelende kleine zusjes zeker anderhalf uur in die hitte terug naar huis moest lopen. Toen ik thuiskwam vond ik het tramgeld, in een opgevouwen papiertje in de binnenzak van mijn overhemdje. Dat had onze moeder gezegd. Maar ik was het vergeten. Zeker omdat ik zo verbrand was. Mijn moeder had ook geen After Sun, dat bestond toen, 1958,  nog helemaal niet. Dus depte ze mijn rooie schouders en rug met een koud (nou ja) washandje.

Verbranden wil ik natuurlijk helemaal niet. Vandaar dat ik nu niet meer dan een kwartiertje in de zon lig. Dat is echt genoeg. Want, als ik in de spiegel kijk, dat zie ik iemand, die met dat poepbruine lichaam best in Frankrijk voor de dag kan komen. 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

woensdag 27 mei 2026

KLEIN.

Om nu te zeggen dat het in Nederland slecht toeven is: ‘Nee, dàt beslist niet!’ Over het algemeen genomen, hebben we het hier wel goed. Minder bedeelden uit andere landen komen niet voor niets zo graag deze kant op. Dat zouden ze beslist niet doen als het hier armoe troef zou zijn. Kortom: er komen talloze instromers, die een graantje van onze welvaart meepikken. Onder die vele instromers van diverse pluimage zitten, volgens professor Okkie Wubbels, etno-geograaf aan de Universiteit van Groningen, ook veel kleine volwassen mannen (mannen onder de 1.68 m.), niet zijnde chondroblasten (dwergen, lilliputters).

De laatst jaren worden, met name uit de grote steden, geluiden opgevangen van autochtone bewoners, over kleine ergernissen, die steeds vaker uitgroeien tot gevoelens van boosheid over misdragingen van deze kleine volwassen man, ongeacht of deze man nu autochtoon of allochtoon is.

Om misverstanden te voorkomen wil professor Wubbels hier nog uitdrukkelijk vermeld zien, dat de kleine vrouw (onder de 1,60m) nog nooit voor enige overlast heeft gezorgd. 

Waarom is tegen deze groep kleine mannen tot op heden nog zo niks ondernomen?

De minister van Binnenlandse Zaken, die tegenwoordig net als iedereen op deze kleintjes moet letten,  heeft Professor O. Wubbels de opdracht verstrekt om eerst eens een low budget onderzoek te doen naar de aard van deze overlast, alvorens tot maatregelen over te gaan. Het resultaat is schokkend te noemen: de kleine man (KM) wordt door respondenten van het onderzoek genoemd als: 

Streber, valsspeler, druktemaker, vechtersbaas, oproerkraaier, machtswellusteling, dwingeland, bluffer, elleboogwerker, haantje de voorste,  gewelddadig.

Van de overlastgevende ‘onderzoeksgroep’ blijkt 80% autochtoon en 20% allochtoon te zijn, wat overeenkomt met de hier te lande normale verdeling autochtoon - allochtoon. Geen sprake is er derhalve van een allochtonenprobleem. Heel opvallend is een van de uitkomsten van dit onderzoek, dat deze kleinen vrijwel altijd solitair opereren. De overlast die ze veroorzaken is omgekeerd evenredig aan hun lengte. Vele kleintjes maken één grote, geldt ook in dit verband.

Het is, zo mag uit het onderzoek van professor O. Wubbels wel worden geconcludeerd: het is niet zomaar een kleine groep in onze samenleving. Volgens het CBS betreft het hier anderhalf procent van de volwassen mannen in Nederland, zeg maar ruim 200.000 mannen, kleiner dan 1.68 m. Zij zijn voor geen kleintje vervaard. Onderhand heeft ruim 90%  van de Nederlandse bevolking al eens meer of minder last met deze mannen gehad en hebben ze zowel geestelijke als lichamelijke schade aangericht. Over dat laatste moet nog een verkennend onderzoek op kleine schaal starten.


(Uit mijn rijke Rotterdamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

dinsdag 26 mei 2026

ZO HILARISCH!

De aanblik van die verongelukte autobus in België, vanavond op het nieuws, op z’n zijkantje gezwieperd door een aanstormende sneltrein. Er wordt gezegd dat die chauffeur de gesloten hefboom heeft geramd. Er is natuurlijk geen chauffeur die zoiets opzettelijk doet. Wat er dan wel was moeten ze nog uitzoeken. Ik weet niet eens of die buschauffeur het overleefd heeft. Veel zwaargewonden en vier doden waarvan twee kinderen. Van 12 en 15 jaar. Toen ik dat hoorde, dat van die kinderen liepen de koude rillingen over m’n rug. Gek, hè. Van die overleden volwassenen is het ook vreselijk. Ze hebben misschien een vrouw en wat kinderen. Dat is toch ook zwaar dramatisch. Maar zoals ik bij het vernemen van de dood van die kinderen van 12 en 15 jaar oud, koude rillingen kreeg, over mijn rug, liet het bericht van het overlijden van die twee volwassenen mij ijskoud.

Ik zal het maar eerlijk zeggen: tegenwoordig voel  ik  vrijwel nooit meer  rouw,  medeleven of verdriet bij ernstige ongelukken. Noem het gewenning.

Neem nou dat ongeluk op  station Amsterdam Bijlmer.  Een ouwe man wurmt zich met z’n scootmobiel op het perron, zo ver mogelijk  over de witte stopstreep.  Zodat hij straks lekker als eerste naar binnen kan rijden.

Er moeten toch mensen op het perron geweest zijn, die die ouwe  stumperd hebben zien stuntelen.

Hij moet zich hebben verbaasd over de  enorme rotvaart waarmee zijn trein kwam aan denderen. Door de gigantische zuigkracht van die trein wordt de scootmobiel gelanceerd en de opa, wordt gekatapulteerd uit zijn karretje en valt te pletter op het Bijlmerperron. Reanimeren heeft geen zin meer.

Dan nog even dit: wat hebben die lui van het NOS-journaal bezield om dit futiele voorval tot vervelens toe aan de kijker te presenteren. Het zou me niet verbazen als de NOS met dit item internationaal wil scoren in de categorie: ‘ongeluk van het jaar’.

Ik schaam me er voor. Ik heb enorm moeten lachen om dat nieuws-item. Later op de avond en ook de volgende dag nog krijg ik de slappe lach. De gelanceerde scootmobiel, die vliegende ouwe stakker en de doodsmak die hij maakte. Ik heb er in mijn hoofd een grappig stripje van gemaakt … sorry, ik schiet nu weer in de lach. Zo hilarisch!


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com