Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 10 oktober 2026

STIEKEME LEZERS.

COLUMN 1: STIEKEME LEZERS
Al die ruim 2000 stukjes die ik op deze plek schreef, zijn te lezen voor iedereen op de hele wereld die Nederlands spreekt, verstaat, begrijpt én kan lezen.
Ik schrijf niet speciaal voor mijn familie, vrienden, vriendinnen, geliefden en oud-geliefden, mensen die me adoreren, kennissen, oud-collega's, klasgenoten en oud-klasgenoten.
Ook schrijf ik niet speciaal voor mensen die ik, in de ruimste zin van die twee woorden, ‘niet mag’. Nogmaals: deze dagelijks verschijnende column is er voor alles en iedereen die het Nederlands beheerst, dus ook voor de weinige (?) mensen die mij niet mogen, zelfs voor racisten. Voor mannen ook, die vrouwen alleen kunnen zien als seksobject. Voor mensen die mij haten, mijn bloed wel kunnen drinken, het bloed onder mijn nagels vandaan halen, kleineren, pesten of gepest hebben, kwaadspreken over mij, mij een liegbeest noemen, mij altijd de schuld geven van van alles en nog wat, mij lid noemen van de linkse kerk, dat ik een flikker ben die het zelf nog niet weet en dat ik me op zijn minst kleed als een homo. Ik zou volgens sommigen bipolair zijn (wat ook zo is). Voor hen die lekker, leuk en doortrapt over mij roddelen en zeker weten dat ik een alcoholist en mensenschuw ben.
Mijn column ‘Lezerslijst’ van 4 oktober jl. gaat erover, dat ik niet zo lang geleden een lijst met namen toegestuurd kreeg van al mijn lezers. Blogger, mijn uitgever, doet dat. Grappig en tegelijk ook triest is het te constateren dat een flink aantal lezers dat al geruime tijd mijn stukjes leest, er opeens niet meer is. Deze stiekeme lezer heeft kennelijk massaal het hazenpad gekozen. Ik hoef die lezerslijst van Blogger niet meer. 
Vanaf heden wil ik alleen nog maar stiekeme lezers.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


































































vrijdag 9 oktober 2026

EEN OPA VAN 76 EN EEN MEISJE VAN 25. (DRIE)

 Er staat iets heel moois te gebeuren in het Luxor Theater in Rotterdam. Het is een voorstelling met muziek, dans en zang, die ik beslist niet mag missen.

"Google maar op ’La Mer’," zeiden mijn cultuurminnende vrienden.
Je begrijpt het dan vanzelf.
La Mer en Sirènes heet het stuk van de componist Claude Debussy.
Op het grootste podium van Nederland, van het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam,wordt het spektakel uitgevoerd.
La Mer van het Scapino Ballet is een visueel en muzikaal totaalproject
over de schoonheid én de menselijke vernietiging van de oceaan.
Dit moet ik zien. Maar ik wil niet alleen gaan kijken.
Vandaag, 9 oktober, is Winny jarig (78).
Ik geef haar een kaartje cadeau voor haar verjaardag
voor de voorstelling van 11 oktober aanstaande.
Maar ze heeft het helaas te druk met verhuizen.
Ze vindt het wel lief van mij ,dat ik haar dit cadeau wil geven.
Maar ... ze gaat dus niet mee.
Toch wil ik La Mer zien, en beslist niet alleen.
Ik probeer mijn buurvrouw Manuela te interesseren,
maar zij heeft mijn appje nog geen drie seconden op haar mobiel staan
of ze heeft al met dikke letters ‘NEEN’ geantwoord.
Manuela is al helemaal in de ban van haar aanstaande bezoek
aan haar in Birmingham (VK) woonachtige zoon.
Theaterbezoek verstoort te veel haar bedachtzame voorbereiding
op de reis naar Engeland.
Toch zal en moet ik naar La Mer. En niet alleen.
Dan schiet Andrea mij ineens te binnen.
Ik ben haar al een beetje vergeten.
Het zonnebankmeisje van 25.
Tot drie keer toe hebben we een date gehad,
en alle drie lopen ze in de soep omdat zij niet lekker is.
"Ik bel je wel, Jos," zegt Andrea,
"als ik me weer helemaal goed voel.''
Dat is inmiddels twee maanden geleden,
en ik heb nu nog steeds niks van haar vernomen.
‘Driemaal scheepsrecht,’ denk ik.
Geen Winny, geen Manuela, dan pols ik Andrea voor La Mer.
Nee heb ik, ja kan ik krijgen.
Ik maak een makkelijke lunch:
een knäckertje 30+ kaas met een glas kefir,
voor mij en buurvrouw Manuela.
zij is hier even binnen komen wippen om mij een bos peen te schenken.
Het gaat haar niet lukken om die wortelen
vóór haar trip naar Engeland nog naar binnen te drukken.
Vóór ik een hap van de knäcker neem,
kijk ik vlug even op mijn mobiel
en schreeuw het gelijk uit, als een gek:
"JA, ZE DOET HET!! JA, ZE DOET HET!!"
"Hij kan wel een gat in de lucht springen,"
zei mijn moeder zaliger altijd als ze iemand zag
die door het dolle heen was van blijdschap.
Nog twee nachtjes slapen, dan zitten ze bij de sprankelende voorstelling La Mer,
die twee: deze 76-jarige opa en het meisje van 25.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com












































donderdag 8 oktober 2026

PORTNEDS

Toch ben ik weer begonnen met één-op-één converseren met migranten. Voor de duidelijkheid: dat betekent dat ik praat met mensen met een migratieachtergrond. Zeg maar: een soort Nederlandse les. Ze moeten al wel een klein beetje Nederlands kennen, want anders kunnen we natuurlijk niet starten. Dat doen we dan wekelijks een uurtje.

Vandaag spreek ik met Paolo, een Portugese veertiger. Hij is vijftien jaar in Nederland en spreekt uitstekend ‘PortNeds’. Een heel apart taaltje. Wat mij die eerste keer dat we praten opvalt is: hij vervoegt nooit hele werkwoorden. Paolo zegt bijvoorbeeld als hij naar de supermarkt wil lopen:

"Ik naar supermarkt lopen."

Nog een voorbeeld, dan is het gelijk duidelijk wat ik bedoel: hij wil zeggen dat hij naar de diëtiste wil gaan, dan zegt hij:

"Ik naar diëtiste gaan."

Dan kan elke pientere lezer bedenken wat Paolo zegt als hij een pilsje bestelt. Ik schrijf niks op, want voor mij is het simpel. Ik weet het. Ik zeg niks.

Ik schrijf dit niet om Paolo uit te lachen. Integendeel, voor mij is het juist de manier om heel zuiver te registreren hoe moeilijk de diffuse klanken van de 'eu', 'oe', 'ui' en zelfs de 'ei' over Paolo's lippen komen. Ik krijg zo snel te horen waaraan bij hem gewerkt moet worden. Paolo moet, bij het doen weerklinken van de klanken 'au', 'ou', 'eu', 'ui' en 'ei', zijn hoofd een tikje zijwaarts bewegen naar links of naar rechts, maakt niet uit welke kant,  voordat er iets van geluid uit zijn keel komt. Dat werkte overigens alleen maar op de lachspieren en sloeg helemaal nergens op. Wederom: niet echt bedoeld om te lachen, maar toch leuk omdat er lekker gewerkt kan worden aan een juiste uitspraak.

De letter 'a' als beginletter van een woord, bijvoorbeeld 'appel', is voor de Portugees een tongbreker. Paolo, kan dat woord niet uitspreken zonder een raspende g-klank onder die 'a'.

Moeilijk in de Nederlandse taal te bevatten voor de Portugees is wanneer de letter 'o' klinkt als een 'o' zoals in het woord 'pop', of zoals de 'o' in het woord 'lopen'. Zo ook de letter 'e' die anders klinkt in het woord 'met' dan in het woord 'meten'. Daar gaan we fijn mee aan de slag.

De Portugees doet niet aan persoonlijke voornaamwoorden. De Nederlander wel. Wat dat zijn? Persoonlijke voornaamwoorden? Ziehier de meest gebruikte: ik, jij, hij, wij, jullie, u, zij. Het ontbreken van die persoonlijke voornaamwoorden in het Portugees maakt het voor hen ook zo moeilijk om Nederlands te leren. Dat is waarom ze vrijwel allemaal dat hele werkwoord blijven gebruiken als ze ons iets duielijk willen maken.

Ik vraag Paolo om kort iets op te schrijven over onze sessie van vandaag. Dat wil hij wel. Wat hij schrijft, heb ik nog niet bekeken.

"Ik niet blij zijn met jou, Jos, jij veel vlug praten."


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 7 oktober 2026

ANGST OP DE VAN BRIENENOORDBRUG.

Ik moet bloed laten prikken voor controle van het lithiumgehalte in mijn bloed. Daaaahag. Nog nooit is het zo druk geweest bij de bloedprik. Er moeten er 15 voor me geprikt worden. Daar ga ik niet gedwee op zitten wachten.

Nu ik het prikken ovesla kan ik even bij Barend langsgaan in de revalidatie. Hij is niet thuis. Blijkt dat ie zit te eten met zijn zus. In een tentje daar in buurt. 

Ik hoef niet zo lang na te denken wat ik ga doen nu Barend  er niet is. Het is lekker fietsweer en ik heb alle tijd. Het is pas 13.00 uur. Ik ga fietsen naar Barendrecht.

 Op weg naar  dat stadje, fietsend  In de Rotterdamse Rosestraat, op het  trottoir, rechts naast me, komen een jonge moeder, begin dertig, met aan haar linkerhand haar dochtertje van  pakweg 9 me tegemoet.

 Moeder rookt. Ze neemt een haaltje van haar sigaret beweegt haar hoofd schuin rechts naar boven en blaast de rook uit zodat haar dochtertje de rook niet  in haar gezichtje krijgt. Terwijl moeder dat doet, stopt het meiske met huppelen, loopt in het zelfde tempo met haar moeder mee en krabbelt even heel vlug met haar kleine vingertjes , heel eventjes maar aan haar spleetje. Ze kijkt dan even vlug naar haar moeder of zee misschien gezien heeft wat zij deed. Maar moeder heeft haar hoofd weer schuin naar rechtsboven bewogen om een rookwolkje uit te blazen Het meiske richtte haar blik meteen weer op het trottoir. Ze liep al gelijk weer vrolijk te huppelen.

 Woningen met gewone grote mensen en kinderen heb ik er niet kunnen ontdekken. Het stadje is omsloten door een immens bedrijfsterrein en er zijn gigantische kunstwerken gerealiseerd die moeten zorgen voor een goede doorstroming van ‘de Heilige Koe’.

 Ik verplicht mezelf om over de Van Brienenoordbrug terug te fietsen. Doodsangsten sta ik uit. Voor de hoogte, voor de diepte, voor het vallen door de te grote gaten in de reling, voor de wind, voor de racende passerende scooters, voor de luchtdruk van  het langsrazende vrachtverkeer. De hele weg, zowel de oprit al de afrit heb ik als een waanzinnige mijn angst uit proberen te schreeuwen. Maar de angst week geen seconde van mijn zijde. Wat was ik bang ikbang!  Terugdenkend aan deze fietsmiddag prevaleert bij mij  de  wil om zonder  angst de brug te nemen, boven een nóóit meer, doen  voor àltijd.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 6 oktober 2026

VEEL HOOI OP DE VORK

Veel hooi op de vork.

Nog niet eerder ben ik zo vroeg begonnen met het schrijven van een stukje. Kwart oer acht in de ochtend.. Ik heb eigenlijk te veel hooi op mijn vork genomen op de dinsdagen.  Vanmorgen om 10 uur eerst 'Chansons zingen', vanmiddag (van 12 tot 5) iets (nog geen flauw idee 'wat') doen met mijn autistische maatje Ruud en vanavond, van half zeven tot negen naar school, Franse les. De Franse leraaar wil elke les een kein stukje tekst van elke leerling krijgen, zodat hij je niveau kent.. 

Eergisteren leverde ik het stukje in, ik was er trots op, had er mijn uiterste best opgedaan. Vanmorgen krijg ik het verhaaltje gecorrigeerd terug, het stukje van nog geen 10 regels. Het wemelde van de fouten. Wel tien. Kijk maar. Ja, je moet natuurlijk wel iets van het Frans begrijpe maar misschien kan je je voorstellen hoe teleurstellend het voor mij geweest moet zijn. Helemaal onderop staat de vertaling in het Nederlands.

Textje voor Franse les 2.    6 oktober 2026

 Je me réjouis maitenant déjá de juillet 2027. Alors je serais tout juillet en Avignon. Je serais lá pour assister au  festival de theâtre qu’a lieu toujour dans le vieux centreville la. Je n’en suis sûr, mais je pense que ce sera la dixième fois que je passerais cet mois d’été dans le Provence. Le juillet passé j’etais la aussi. C’était très agréable sauf le temperature: il faisait 32 degrés à l’ombre, stable, pendant juillet.

Et alors ..tu veus me compagneras encore cet été?


Correctie:

Je me réjouis maintenant déjàá de juillet 2027. Alors je serais tout juillet en Avignon.Je serai làá pour assister au  festival de theâtre théâtre qui a lieu toujours dans le vieux centreville la. Je n’en suis pas sûr, mais je pense que ce sera la dixième foisque je passerais cet mois d’été en dans le Provence. En Le juillet passé j’étais làa aussi. C’était très agréable sauf la le tempéerature : il faisait 32 degrés à l’ombre, stable, pendant juillet.

 Et alors ..…tu veus veux m’ace compagneras m’accompagneras encore cet été ?

 

Maar liefsts10 fouten in 8 korte zinnetjes. Ik denk dat ik de handdoek maar in de ring gooi. Deze was trouwens niet van mijn moeder zaliger. Die moet niet overal haar neus in steken. Dat gaat vervelen.


In het Nederlands:

Ik verheug me nu al op juli 2027. Dan ga ik de hele maand naar Avignon. Ik ga daar heen voor het theaterfestival dat daar elk jaar plaats vindt in de oude binnenstad. Precies weet ik het niet maar ik denk dat het de tiende keer is dat ik die zomemaand doorbeng in de Provence. Afgelopen juli was ik daar ook. Het was heel leuk, behalve de temperatuur: constant 32 graden in de schaduw in juli.

En ... zeg eens ... ga je van de zomer nog met me mee?

Na die Franse les moet ik dan ook nog mijn reguliere verhaaltje schrijven. Dit is het dus. Ruud zegde af voor vanmiddag. Hij kon niet lopen, had zijn voet verstuikt. Dat was een geluk bij een ongeluk. Er kwam dus ruim drie uur vrij. Tijd genoeg voor dit stukje. Het is 13.00 uur en het is nu al klaar. Vanavond om 0.00 uur publiceer ik het. 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 5 oktober 2026

EEN OUWE ZEIKERD.

Meer dan genoeg te doen thuis. Eerst uitgebreid poedelen. Ben ik weer helemaal fris. Daarna wat schrijven voor de cursus Frans. Vanmiddag naar de Zeeman.
Oh, ik zie dat mijn huisarts gereageerd heeft op ‘mijn.gezondheid.net’. Ze antwoordt op twee vragen die ik haar gesteld heb. Één lullig vraagje en één prangende vraag. Ik schrijf gewoon ongegeneerd op waar het over gaat. Kan mij het nou schelen. Die eerste, die lullige vraag dus, gaat over poep. Mijn poep. Die was de laatste tijd een beetje te hard. Al jarenlang gebruik ik elke dag één poepzakje (Molaxole). Nu, met die harde poep, neem ik er twee. Ik had gevraagd aan haar, die arts of dat mag. Twee zakjes. Dat mag.
De tweede vraag gaat over pies. Mijn pies. Was geen vraag. Was een ervaring. Ik schreef haar dat ik zondagnacht in mijn bed had gepiest… nee, zo schreef ik het niet, ik schreef ‘geplast’… alle plas die in mij was. Ik heb wel eens eerder in mijn bed geplast, maar dan schrik ik halverwege de plas van schrik ineens wakker en ga op zoek naar de wc… De dokter vindt het heel vervelend voor mij, maar ze weet ook niet wat ze eraan moet doen. Ze denkt dat het ‘Narcolepsie’ is, maar, zegt ze erbij, dat moet de neuroloog maar uitzoeken. Daar heeft ze naar verwezen, naar een neuroloog… en het is nog maar 70 nachtjes slapen tot ik bij die specialist terecht kan. Tweede Kerstdag.
Bij Zeeman wil ik nog even langs wippen voor zwarte t-shirts met lange mouwen; twee voor een tientje. Heel goedkoop, dat wel, maar ik weet: Zeeman is pluis; ze sluiten kinderarbeid uit… heb ik weleens uitgezocht.
Omdat ik steeds meer in mijn nest zeik de laatste tijd, koop ik gelijk zo’n waterdichte matrasbeschermer. Daar doe ik niet moeilijk over hoor. De verkoopster bij Zeeman, een kleine onooglijke dikke Turkse trol, vraagt me met brutale pretoogjes: "Is het voor u zelf?"
"Ja, toevallig wel. Ik ben een ouwe zeikerd," zeg ik schaamteloos. Een wat oudere Surinaamse dame die hoort wat ik zeg ... het lijkt of ze me wat wil troosten, als ze zegt dat ze wel wat gewend is door haar vele werkzame jaren in de zorg.
"Ach," verzuchtte de Surinaamse, "ach, we worden allemaal oud, hè?"
"Ik hoop het voor u, mevrouw."
Ze is zich er vast niet van bewust dat ze een walm van incontinentie om zich heen heeft hangen. Hoewel, dat zou natuurlijk ook nog haar kleding kunnen zijn, van haar laatste jaren in de zorg.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com