Pageviews van de afgelopen week

zondag 12 april 2026

MARATHON ROTTERDAM 2026

Vandaag wil ik in ieder geval naar de marathon 2026 van Rotterdam gaan kijken. Van mijn huis uit is het bijna één rechte weg, kwartiertje lopen, naar de Boszoom waar de lopers een belangrijk kilometerpunt passeren. Ik wist dat niet, maar ik zie vrijwel alle lopers op hun horloge kijken, als ze over een oranje wegmarkering lopen. Bij sommige lopers zie ik dan op hun gezicht een glimlach verschijnen bij anderen een grimas. Dan weet ik wel hoe laat het is: ‘te laat, te vroeg of precies op tijd’.

Wat me zo aan de zijlijn opvalt is dat er héél weinig vrouwen meelopen. Het extra-vreemde voor mij is wel dat de meeste vrouwen een stuk harder lopen dan de mannen. Waarschijnlijk zijn die vrouwen wat later gestart en zijn de beste vrouwen zo langzamerhand de mindere mannen aan het inhalen.

Vòòr mij begint opeens een jonge vrouw met een blonde paardenstaart enthousiast te roepen: ‘Antoine, Antoine’, een man geheel in het zwart, kijkt eerst niet en na de derde Antoine kijkt hij eindelijk op en  zwaait lachend.

‘Dat was nog maar op het nippertje,’ bemoeide ik me er mee, ‘hij hoorde je nog maar net op tijd’..

‘Ja’, zei ze, ‘ik kreeg net door, dat hij hier al voorbij moest zijn maar daar was Antoine toch nog’ zei ze, helemaal gelukkig en buiten adem.

Aan weerskanten van me staan, bijna tegen mijn kuiten, twee honden. De één is een nare vechthond, de ander een vriendelijk-ogend vuilnisbakkie. Allebei staan ze zich hier rot te vervelen. De een staat vast aan het dranghek de ander wordt door zijn baasje aan de lijn gehouden.  Geen idee waarom, maar dat lief-ogende vuilnisbakkie wordt opeens laaiend op die engerd. Vlak achter mijn kuiten … kunnen ze mekaar net niet de strot afbijten. Het lieve hondje wordt door zijn baasje teruggetrokken en bestraffend toegesproken.  Het baasje van de pitbull geeft zijn trouwe viervoeten een trap tegen zijn ongewoon grote kloten, waarop het beest van pijn en ellende ineen krimpt.

De vrouw met de paardenstaart  draait  zich om naar het trottoir en roept naar iemand daarginds:  

‘Antoine is hier toch nog langs gekomen . Hij heeft me gezien’.

Ze praat nu zachter tegen een man met een kind op zijn arm en blikjes frisdrank in een doorzichtige boodschappentas. De man gat vlak voor mijn neus staan. 

De vrouw met de paardenstraat lijkt iedereen te kennen. Zij juicht iedereen met zijn of haar voornaam toe. Ik dacht dat ze misschien bij PAC zat, die grote Rotterdame Atletiekclub. Maar even later zie ik tussen die lui, die nu voor me staan, door, dat onder het deelnemersnummer op de buik van de loper, ook in vrij grote letters nog  de voornaam van de marathonloper staat te lezen. Ik kon me dat van  eerdere jaren niet herinneren.

Na een halfuurtje had ik wel weer gezien. Wel een nieuw record staan te kijken: 23 minuten en 17 seconden. Vorig jaar keek ik 25.12. Dit was mijn 20e marathon. De eerste keer stond ik 2 uur 24 minuten en 27 seconden langs de lijn.. Maar ja dat was nog in de vorige eeuw. Toen was ik nog niet eens 50. Dus reken maar uit.

zaterdag 11 april 2026

EEN ROOIE HOER.

Gedwongen prostitutie is het onderwerp van een documentaire serie die de EO op de dinsdagavonden in januari 2015 uitzendt. (Er komen nog twee delen). Een op de prostituees blijkt onder dwang te moeten werken.

In de documentaire vertelt de (onherkenbaar gemaakte) ervaren pooier Boy hoe hij een vrouw achter de ramen krijgt:
‘Met klappen! Dat hoort. Om te laten zien wie de baas is. Eens in de zoveel tijd moet dat, je kunt het vergelijken met een hond. Die moet je ook alles leren. En als een hond niet wil dan trap je of geef je een klap. Hetzelfde geldt voor een vrouw.’ Een behoorlijk riskante zaak die gedwongen prostitutie.
Toen ik 18 jaar was had ik een krantenwijk, jawel! Negentig procent van het geld dat ik met dat werk verdiende, gaf ik aan mijn moeder. Mijn vader verdiende veel te weinig om 12 personen te kunnen onderhouden. Dat kleine beetje geld van mij hielp. Maar dat was het niet alleen, want die tien procent die overbleef ging in een enveloppe in mijn bureautje en na tien weken zat er vijftig gulden in. Voldoende om eens naar Katendrecht, naar de hoeren te gaan! Ik zocht een ranke, rijpe roodharige hoer van ongeveer 30 jaar uit en vroeg haar zo stoer mogelijk:
’Hoeveel?’
‘Vijfentwintig piek,’ zei ze, waarop ik knikte. Ze wenkte me naar binnen en vroeg meteen nadat ze deur achter me had gesloten om mijn geld. Ze had op vier hoog een piepklein kamertje, waar net een twijfelaar kon staan. We moesten veel steile trappen op om daar te komen. Ik voelde of die twee briefjes van tien en dat briefje van vijf nog in mijn kontzak zitten.
Ik was knap nerveus. Zij was zich al aan het uitkleden.
‘Hup!’ zei ze, ‘waar wacht je nog op, jochie? Uit die kleren, opschieten.’ Ik was nog bezig met mijn onderbroek en mijn sokken uit te trekken, terwijl zij al in haar beha en haar slipje op bed lag. Ze trok me naar zich toe op bed en probeerde mijn angstig kleine plassen hard te maken.
‘Het gaat zo niet,’ zei ik tegen haar, ’het gaat misschien als je je helemaal uitkleedt.’
‘Is goed, joh,’ zei ze, ‘maar heb je nog meer knaken bij je dan? Want voor niks gaat de zon op, hoor. Daar hangt wel een prijskaartje aan.’
In m’n blootje pak ik mijn broek, en vis die andere vijfentwintig gulden uit mijn kontzak.
‘Geef maar hier dan!’ Ze is allesbehalve aardig. Toen ze die andere vijfentwintig gulden uit mijn handen had gegrist, deed ze d’r beha en d’r slip uit en trok mij op haar lijf.
‘Niet op m’n bek gaan staan kluiven, hè!’ zei ze meteen als een boze schooljuf … ik was niet eens op het idee gekomen.
Met mijn slappe lul kon ik helemaal niks uitrichten. Zuchtend en steunend probeerde ze mijn slappe plasser af te trekken, ... tevergeefs natuurlijk. Ze had er ook duidelijk geen trek in.
‘Nou, we kappen ermee hoor, want dit wordt 'm niet. Volgende keer beter, joh,’ zei ze en ze was alweer zowat aangekleed … ze stond al bijna buiten voor de deur, nieuw klantjes te verleiden.
Zou deze vrouw destijds rond 1965 gedwongen in de prostitutie hebben gezeten? Moeilijk te zeggen. Haar lichaam was ongehavend. Maar …als je dat werk doet uit eigen keuze, moet je er toch een klein beetje lol in hebben. Dat had zij duidelijk niet.
Dat zal wel aan mij gelegen hebben, denk ik …

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 10 april 2026

PARKEREN.

Vanmorgen loop ik Lenie in het trappenhuis tegen het lijf. Ze is met een zakje gft-afval op weg naar de gft-bak. Ik zeg haar dat die gft-bak al propvol zit, dat ze die zak beter thuis kan houden, totdat de gft bak geleegd is. Maar ze doet net alsof ze niets hoort. Ze begint meteen tegen me aan te  praten. Over parkeren. Zij (75) rijdt zelf nog auto. Ze voelt zich tekort gedaan omdat er te weinig parkeerplek is in onze straat.

‘Moet je nou horen Jos, je kent Hans toch wel, van hierboven, die heeft van achter zijn keukenraampje zitten turven hoeveel van onze parkeerplekken worden ingepikt door medewerkers van die twee scholen aan de overkant van onze flat. Het waren er wel meer dan twintig. Dat is toch te gek!'

Als ik dat hoor schiet ik spontaan in de lach. ’Echt waar Lenie, echt waar? Heeft ie dat echt gedaan? Wat on-ge-loof-lijk zielig, zeg! Ik zie hem he-le-maal zitten daar achter dat raam. Heel fanatiek met pen en papier.

‘Jaaah’,zegt Leni, ‘hij moet regelmatig zijn auto neerzetten op de parkeerplaats van het zwembad. Daar is het niet veilig. Daar kan hij zijn autootje niet zien!

Ik zie Patrick komen aankuieren. Ik heb Franse les bij hem. Ik ga van de zomer naar Frankrijk. Vandaar dat ik mijn Frans wil opfrissen. Patrick  is een echte Fransman, die al bijna zestig jaar in Nederland  woont. In Prinsenland ook. Ik mag eén keer per week twee uurtjes bij hem langs komen voor  les.  Hij loopt een beetje traag vandaag. Hij is niet zo gezond. De les van vandaag kan niet doorgaan omdat hij straks naar de dokter moet. Iets met zijn longen geloof ik. Ik wens hem sterkte.

‘Nou, Patrick, tot volgende week (la semaine prochaine) dan maar weer, hè? Au revoir! (Tot ziens!)’.

Ik  heb in de middag, in plaats van Frans, mijn boekhouding zitten doen. Alles klopte. Ga straks nog wat Franse woordjes in mijn hoofd stampen en wat lezen in de roman  ‘Vrouw’ van de Noorse schrijver Knausgärd. Dan ga ik de witlofsalade, die ik gisteren gemaakt heb oppeuzelen. ’s Avonds zit ik in de schouwburg. Ik ga naar het toneelstuk Gundi kijken, geïnspireerd op Gandi. De vredesapostel, tevens president van India. Het stuk wordt gespeeld door een Duitse theatergroep met de Nederlandse naam :’De warme winkel’. 

Ik ben net weer thuis: Een weerzinwekkend slecht toneelstuk was het, met derderangs acteurs.

donderdag 9 april 2026

AVONDJE FAAS.

Zondagochtend word ik wakker met een kurkdroge mond. Ik zal wel weer de hele nacht hebbe legge snurke. Me vrouw legt tenminste niet meer naast me. Die vlucht meestal naar een ander plekkie als ik zo hard leg te ronke. Die droge mond kan ook komme door het vele zuipe van gisteravond bij Faas, me stamkroeg. Dàt weet ik me nog wel te herinnere. Wat ik niet meer weet is hoe ik daar ben weggegaan en thuis ben gekome. Maar goed, ik leg hier in me eigen bed, dus het zal wel.
Nu ik wat meer ontwaak, zie ik her en der wat kots legge… op me kussen, het laken, het dekbed… ik zal er ook wel in gelege hebbe. Er zit zelfs meuk aan me wang en in me haar geplakt. Gauw douche en die vieze troep in de was flikkere… dzjiezus, ik sterf van de koppijn. Eigen schuld, dikke bult.
Meestal knap ik niet op van een douchebeurt bij ons thuis. We hebbe zo’n klote douche die doet wat-ie wil. Nu eens sproeit-ie kokend heet water, dan ineens weer ijskoud. Gek word ik d’r van. Met nog meer koppijn kom ik d’r onder vandaan, maar ik stink tenminste niet meer en me mond is weer lekker nat.
Omdat me huid snel uitdroogt, smeer ik er wat lotion van me vrouw op. Ik schiet me lichtblauwe badjas aan. Staat me goed hoor, al zeg ik het zelf. Ik kijk nog ff in de spiegel; van top tot teen prima. Alleen die onuitgeslapen kop en die harige spillepootjes d'ronder verpeste de boel een beetje. Aan me gezicht valt wat te doen: ik trek me mondhoeke omhoog en wrijf me oge goed uit. Die spillepootjes… die hare scheer ik morgen wel af!
Het is raar, maar as ik flink gezope heb, ben ik daarna extra opgewonde. Bere-geil, zeg maar. Ik ga dus maar eens kijke of ik me vrouw ken verleide voor een nummertje. Dan moet ik d’r eerst vinde; ze zal wel legge te slape op de bank in de woonkamer.
Ik wist het. Daar legt ze. Alleen al het kijke naar d’r contoure onder dat dekbed blijft me opwonde make. Ze slaapt nog diep. Dit vindt ze lekker, zeker weten: ik streel over het dekbed, d’r schouders, rug, bene… maar as ik d’r billen wil gaan strele, draait ze zich als door een wesp gestoke om:
‘Blijf van me af klootzak, zuiplap! Ik heb geen oog dichtgedaan door jou! Lul dat je d’r bent!’
De opwinding is gelijk weg. Ik loop naar de werkkamer en ga op de pc de puzzel van de dag oplosse.

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com










woensdag 8 april 2026

PRIK.

Ik moest gisteravond even goed nadenken hoe ik het vandaag zou aanpakken. Ik moet nuchter geprikt worden. Geprikt om bloed af te nemen. Daartoe mocht ik acht uur van te voren niks eten en uitsluitend zwarte koffie zonder suiker en water drinken. De mevrouw van Star, prikt van acht uur tot half tien in de Prinsenhof. Het jarige Prinsenhof. Vandaag bestaat het tien jaar. Voor feest vieren ben ik niet in de stemming. Ik wil om half tien geprikt worden, zodat ik nog een half uurtje kan sporten. In de wachtkamer van het prikgebeuren gaat het gesprek over de wapenstilstand die Trump en Iran overeen zijn gekomen. Ik voeg brutaal aan het gesprek toe dat de grootste, de sterkste landen geleid worden door imbecielen, die  zich door God noch gebod  laten leiden: Trump voorop met als ‘goed’ gevolg Poetin, Netanyahu, en Chi.

 Ik word even afgeleid als ik een bekende door de gang van het prikgebeuren zie lopen. Ik ben straalverliefd en ik denk die vrouw overal waar ik ben, te zien. Maar als ik dan goed kijk blijkt het toch Anja niet te zijn. Ze heeft wel net zulke prachtige krullen als zij.

Snel loop ik dan de trap op naar de grote sportzaal. Mijn hart klopt al eerder hard dat ik haar zie. Ze staat daar nu echt :’Anja!’

 Een Surinaamse (?) moeder komt binnen met haar kind, een meisje van 4 of 5 jaar. Moeder gaat zitten met meisje op haar schoot. Ze zeggen niks. Ik word geroepen voor mijn prik. De prikdame is een piepklein Surinaams vrouwtje, met veel tatoeages. De kleuter komt kijken hoe ik geprikt word. Het meisje kijkt streng. Zou  zij geprikt moeten worden? Of haar moeder. De prikjuf vraagt mijn id. Ik moet mijn naam en geboortedatum oplepelen. Dan gaat ze me vragen of ik wat gegeten heb. Als ik ja zou zeggen zou ze me wegsturen omdat ik nuchter moet wezen. Haar naald gaat ver, wel een  paar centimeters de ader in van de elleboogholte van mijn rechterarm. Mijn zielige arm.  Als ze de naald uit mijn ader heeft getrokken druppelt er nog wat bloed na. Vlug komt ze aanzetten met een soort watje dat het bloeden moet stoppen. Met een stukje verbandtape drukt ze dat watje strak tegen het bloedende gaatje aan. 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



dinsdag 7 april 2026

BINNEN TWEE MINUTEN BENT IK ALWEER ZOVER

Dat minirokkie van die moeder van Roel is zo hoog opgekrope, dat ik d’r moddervette, spierwitte bovebene uit d’r witte slip zie steke. Ze denk dat ik een flikker bent. Laat me niet lache joh... Ik krijgt al een stijve als de woorde ‘kut’ en ‘nat’ te dicht bij mekaar staan in wat voor schrijfsel dan ook. Ik een homo? Nooit een natte droom gehad waar een vent in voorkom... nooit erotische fantasieë met sappige mannetjes.
Me moeder wil alleen niet dat Roel en ik vriende zijn, omdat ’ie een slechte invloed op me heb. Hij spijbelt, schrijft zelf die absentiebriefies en zet daar ‘de handtekening van z’n moeder’ onder. Hij rookt (ja, ook wiet), stinkt naar bier en... dat vind me moeder geloof ik nog wel ’t ergste: hij gaat met Belinda, onze overbuurvrouw. Eerlijk gezeid denk ik dat me moeder (ze is pas halverwege de dertig en ziet d’r nog best leuk uit) een beetje jaloers is. Volges mij is ze stiekem ook wel gecharmeerd van die Roel... of niet soms ma? ... ma? (‘O nee?? ... ho maar, ma! Sorry, hoor. Rustig! Rust maar weer lekker in vrede). Roel is een ontzettend gave gozer om te zie met z’n lange zwarte glanzende haar, stevig gebouwd. Breed; helemaal niet dik ofzo, maar gewoon een lekker stevig bovenlijf... zo’n lijf waar een hoop manne jaloers op zijn en legio vrouwe gek op worde.
Maar goed, Roel leg dus echt te kallefateren met die mooie donkere buurvrouw van dertig. Ik daarentege leg op me smalle eenpersoonsbedje geregeld aan d’r te denke. In die dirty mind van me gaat Belinda zo tekeer dat ik binne twee minute alweer de rust heb gevonde... keurig netjes opgeruimd met een tissue-tje dat ik van tevoren op me buik heb geleg... binne gemiddeld twee á drie minute leg ik dan alweer te knorre... en Belinda??….. hoe ken ik dat nou wete?

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 6 april 2026

TE VROEG.

 Nico is eind februari overleden. Hij is de vader van Niels (12) en de partner van Mieke, een vriendin van mijn ex. Zij zitten samen in een koor. Vanmiddag kunnen we van Nico afscheid nemen, en Mieke en Niels condoleren.  Zelf heb ik Nico nooit gekend. Ik heb zijn naam wel vaak  gehoord. Mieke ken ik wel.  Zeker vijftien jaar al. Heel oppervlakkig, dat wel. Ze komt ééns in de drie maanden bij ons thuis om te zingen … we begroeten elkaar … vragen: ‘ hoe gaat het’ en dat was het dan wel.

Nico is maar 52 jaar geworden. Hij had kanker, ruim een half jaar. Op een dag, ergens in de herfst van 2014 zei een collega van hem:
‘Goh, Nico, je oogwit is helemaal geel.’ Hij gaat in de spiegel kijken en verdomd het is waar, zijn oogwit is hartstikke geel, ’t was hem niet eerder opgevallen. Via de dokter,  bloedonderzoeken en scans is het al snel duidelijk: hij heeft kanker, alvleesklierkanker.  Kwaadaardig.
Nico houdt een blog bij. Ik lees het niet, vind ik niet kies, ik heb hem nauwelijks gekend. Mijn ex leest zijn blog en ik vraag zo af en toe hoe het met hem gaat. In het begin heeft hij nog de hoop dat er wat te redden valt met bestralingen en chemokuren  ... en inderdaad, soms lijkt het te helpen, één twee dagen voelt Nico wat minder pijn; heeft hij weer wat meer energie. Maar na zulke goede dagen lijkt het of de ziekte dubbel zo hard terugslaat … vele uitzaaiingen. Van de pijn kan hij dan niet anders dan over de grond kruipen.  Nico krijgt morfine; die helpt hem de pijn te lijf te gaan. Tot 29 februari, dan is het afgelopen. De ziekte heeft hem gesloopt.

Vandaag is het afscheid nemen en condoleren.
‘Kom allemaal in het wit en neem maar liever geen bloemen mee,’ staat er op het overlijdensbericht. Als je toch wat wil geven stop dan geld Collectebus van de Daniel den Hoedkliniek bij de ingang van de kantine. Want deze bijeenkomst wordt gehouden in de kantine van een sporthal in Zoetermeer. Het is er stampvol. Ik schat dat er drie- á vierhonderd mensen zijn. Natuurlijk, bij het overlijden van jonge mensen, is het altijd druk bij het afscheid nemen. Maar zo druk? Nico was pas 52; hij stond nog midden in het leven. Hij was personeelsmanager en in zijn vrij tijd skileraar, zijn vrouw Mieke is directeur van een basisschool en vrijwilliger van de speeltuinvereniging, de 12 jarige zoon Niels, zit op de plaatselijke voetbalclub … al met al zijn er flink wat mensen die weet hebben gehad van de ziekte en het overlijden van Nico … logisch dus zoveel belangstelling.
Er staat een lange rij wachtenden om Mieke en haar zoon te condoleren.  Het wachten wordt veraangenaamd door lekkere rockmuziek. Op verschillende beamers worden foto’s vertoond van een super actieve Nico. Onverwachts zie ik opeens de witte doodskist naast me met de foto van Nico erop. Een vrolijk lachende, jeugdig ogende man. Ik zie hem nu pas voor het eerst. In een schaaltje vooraan de kist liggen zijn horloge, zijn trouwring en een armband. Ik krijg kippenvel.
De rij wachtenden slinkt sneller dan verwacht. Ik sta opeens voor Mieke.
 Voordat ik gecondoleerd kan zeggen, zegt ze: ’Goed dat je ook gekomen bent.’
‘Voor jou!’ zeg ik. ‘Gecondoleerd.’ Ook Niels geef ik een hand.

.Er wordt geen koffie met cake geserveerd. Er is een bar waar biertjes, wijntjes en nog veel meer besteld kan worden. Ik houd het op een biertje.

Nico wordt tot slot van de bijeenkomst in zijn witte kist naar de grote zwarte auto gedragen. Er zijn acht dragers; één van hen is Niels. Hij is heel verdrietig. Nu ziet hij er ook trots uit.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com