Pageviews van de afgelopen week

dinsdag 23 juni 2026

BLOEDVERZIEKEND HEET.

Ik sterf van de dorst. Dat is zo’n uitdrukking, die ik (en waarschijnlijk velen met mij) gebruik als ik trek heb in wat te drinken. Als ik als kind zoiets zei dan sprak mijn moeder mij vermanend toe en zei dat het onmogelijk is om in Nederland dorst te hebben.

Mijn vrouw had vanavond geen zin om veel energie te steken in het bereiden van een gezonde maaltijd.
 ‘Vandaag doe ik eens makkelijk, ik koop gewoon een paar pizza’s voor het avondeten.  Het werden dus  twee Big Americana’s. Knapperig van buiten; zacht van binnen. Pizza’s geproduceerd door Dr. Oetker (spreek uit dokter Utker; wat klinkt dat stom zeg!)
De ene Big American was de ‘Bacon’, met bacon, natuurlijk, pepperoni- salami en mozzarella.
Die andere Big American was de ‘Texas’ met bacon, pepers en uien.

Wanneer wij met z’n tweeën, twee verschillende soorten pizza’s eten, snijden we beide pizza’s doormidden. Ieder van ons eet dan twee halve pizza’s met verschillende smaken.
Die pizza  Texas was het smakelijkst; de pizza bacon was godsgruwelijk zout. En een dorst dat kreeg! Ik ben nu twee uur klaar met eten, ik heb een kop koffie en anderhalve liter Spa rood gedronken. Nog steeds is mijn dorst niet gelest.

Het doet me heel sterk denken aan de dag dat ik werkelijk smachtte naar een beetje water. Het was het eind 1969. Ik liftte in Frankrijk; was  op weg naar Spanje. Ik kreeg een lift van twee homo’s naar hun woonplaats Béziers. Ze hadden daar een hotel. Het waren leuke, goedlachse, sympathieke kerels.
Al snel maakten ze me duidelijk, dat ik me geen zorgen hoefde te maken over mijn slaapplaats voor de komende nacht. Er was wel een kamer over bij hun in het hotel. Het gevoel bekroop me dat ze me allebei wel leuk vonden. Op zich vond ik dat geen probleem.   Als ze maar van me af bleven, want ik ben geen homo. Ik kreeg een mooie, grote kamer met uitzicht op een groot plein met een gothische kerk. Ze (ze deden alles samen) vroegen of ik wat te drinken wilde hebben. Ik dacht aan water, gewoon water, maar zij raadden me pastiche aan. Ik had even lekker heet gedoucht en zat in mijn nakie even uit te dampen op de rand van mijn bed. Mijn bek viel open, toen ik de beide heren piemelnaakt mijn kamer zag binnen komen. Samen (!), droegen ze het dienblad, waarop een fles pastiche stond en drie grote glazen  met ijsblokjes. Ze gingen aan weerskanten van mij zitten, dicht tegen me aan. De glazen werden gevuld, we toostten op mijn goede vakantie, we namen een slok en zij legden ieder een hand op mijn bovenbeen.
‘Non, non,  messieurs‘ zei ik in mijn beste Frans,’pas pour moi, merci beaucoup.’ Ik kleedde mij aan ging naar de bar.  Ze vatten het sportief op, bleven goed gehumeurd en vriendelijk naar mij en lieten me verder met rust. Dat had ook wel anders gekund, toch?
De volgende ochtend brachten ze me naar een goede liftplek, richting Spanje, aan de rand van Béziers.  Het was toen al warm; de temperatuur zou wel eens flink kunnen oplopen. Binnen vijf minuten had ik een lift naar Perpignan. Daar stond ik al om half tien op een drukke rotonde met nog geen vierkante meter schaduw. Vandaag wilde ik Girona  halen, honderd kilometer verderop in Spanje. Maar om half vijf stond ik nog steeds in Perpignan. Het was bloedverziekend heet geworden, tweeëndertig graden en mijn bidon was  vanaf half twaalf al leeg.

Mijn gezicht en mijn nek waren door de zon erg  verbrand. Mijn tong, mijn lippen, mijn mond waren gortdroog geworden; ik kreeg er nauwelijks beweging in.  Ik besloot de bus terug te nemen naar het dichtstbijzijnde dorpje, daar ergens wat te drinken en een slaapplaats te zoeken.  Binnen een half uur stapte ik een cafeetje binnen in Saint-Laurent de la Salanque en bestelde daar drie glazen mineraalwater, want ik stierf zowat van de dorst. 


Uit mijn rijke Rotterdmse leven.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

maandag 22 juni 2026

RAAR VERHAAL, TOCH?

 Vandaag heb ik heel veel lopen huilen. Niet echt tot snikkens toe en ook niet met smartelijke bijgeluiden ofzo. Het was eigenlijk meer een soort grienen. Vooral onder het eten klaarmaken was het heftig. Ik schaafde de bietjes in plakjes en zolang als ik daarmee bezig was, liepen de tranen over mijn wangen.  Mijn vrouw zei laatst, dat zij op haar blote  knieën had liggen smeken om mij een aanbod voor een zeer goed betaalde full-time baan te laten aannemen. Zij had zelf toentertijd helaas geen energie om te werken. Ik sloeg die baan ondanks haar smeekbeden af. ‘t Was veel te zwaar voor mij. Wat heb ik aan een goed loon als ik binnen een paar maanden in de WW of WAO zit? Dit speelde dertig jaar geleden. Nog steeds is ze daarover heel erg boos op mij.


Aardappelen hoeven niet geschild te worden, want ik heb geschilde aardappelschijfjes om lekker te bakken. Dol ben ik op gebakken aardappelen. Al tijdens het openknippen van het aardappelschijfjespakje vloeien mijn tranen alweer.  
Gisteravond zag ik een film op tv. Een man bedreigde zijn vrouw. Zette een pistool op haar hoofd. Na enige seconden trok hij de revolver terug. De vreselijk geschrokken vrouw schreeuwde:’LUL …. KLOOTZAK!!’ En dat waren nou precies dezelfde woorden, die mijn vrouw tegen mij gebruikte met dezelfde intensiteit. Waarom? Ik had een paar dingen, die ze in mijn kast had gestald, teruggezet in andere kasten. Ik wilde mijn kast graag opgeruimd houden. Dat mocht niet. Ze was er furieus over en schold me grof uit.

De olie in de bakpan is heet. Ik doe de schijfjes er in. Het huilen … ik kan het niet stoppen. Kleine pijntjes …. maar alles bij elkaar….
Ik spreek Firas, mijn Syrische bovenbuurman aan. Keiharde muziek dendert in zijn huis maar zowat net zo hard in het mijne. Ik heb er last van. Natuurlijk. Keiharde Arabische muziek.
‘Dat is geen muziek,’ zegt Firas heel gevat, ‘het zijn religieuze gezangen.’
‘Ja hoor Firas,’ zeg ik, ‘hoe dan ook, die geluidsinstallatie van jou staat veel te hard. Zet hem voortaan zachter of koop een headset!’ Dan zie ik Firas in een flits naar mijn vrouw kijken, die achter mij staat. Hij stapt opeens op zijn fiets en is weg. Even later begrijp ik pas wat daar gebeurde. Mijn vrouw gebaarde naar Firas:’ laat die vent maar lullen, fietsen jij!’ Zo werd ik even mooi door m’n eigen vrouw voor lul gezet.

De geschaafde bietjes gaan in de magnetronschaal en ik geef ze alvast een shotje om een beetje op temperatuur te komen.
Ik sta nu even echt te janken … te schokschouderen … ik sta te snotteren; heb een zakdoek nodig.
 Vijfentwintig jaar geleden was ik eens een paar dagen fietsen, met vrienden. Ik zou eigenlijk vier dagen wegblijven maar het werden er maar drie. Met mijn thuiskomst verraste ik mijn eigen sneaky vrouw en mijn vriend de ultra hypocriet Bob P. Zij hadden dus van mijn afwezigheid gauw gebruik gemaakt elkaar eens nader te onderzoeken.  Mijn vrouw wil nooit wat kwijt over wat ze wel of niet heeft met andere mannen.  Maar bij wijze van uitzondering vertelde ze dat ze samen naar de bioscoop zijn geweest. Daarna hadden ze een goed gesprek gehad. Vandaag vertelt mijn vrouw mij pas, dat zij in dat gesprek aan de hypocriet Bob P. vertelde, dat ik tegen haar gezegd zou hebben, dat ik eigenlijk nóóit van haar gehouden heb. Een pertinente leugen! Ik houd nu al ruim 45 jaar intens van haar!
Waarom zou  mijn vrouw onder het genot van een wijntje zo’n soort leugen willen vertellen aan mijn ex-vriend de schijnheil Bob P.  Ik dacht dat ze zo de zakkenwasser Bob P. misschien wilde verleiden tot een intiemer samenzijn. Maar neen, dat was het niet. Minkukel Bob P. had haar graag besprongen maar mijn vrouw zegt dat ze hem niet leuk genoeg vond. Tja, het zal wel zo wezen …..

De aardappelenschijfjes moeten hoognodig gehusseld worden: de andere kant moet ook een korstje krijgen.

De worstjes nog bakken. Met boter en olijfolie. En wèèr brullen …. Het avondeten is nu bijna klaar: simpel dus: bietjes, gebakken aardappelen en saucijsjes. Toe een sinaasappel. 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

zondag 21 juni 2026

PARADE (1)

Vanavond ga ik naar de Parade. Kim Karssen, een stand-up comedienne. Had nog nooit van haar gehoord. Ik heb even opgezocht wie ze is en wat ze zoal doet. Maar echt een duidelijk beeld heb ik nog niet gekregen van haar. De voorstelling waar ik naar toe ga heet: ’Kim Karssen doet het staand’ Heel benieuwd wat ze dan staand doet.

 Ze staat bekend om haar absurdistische, groteske en speelse stijl, waarin ze grote maatschappelijke en persoonlijke thema's behandelt met veel humor, mimiek en taalliefde.

Als pedo-leidster van de theaterworkshop voor kleutertjes, vertelt ze vanavond, dat zowel zij als haar kleutertjes goed aan hun trekken waren gekomen..

 Zij studeerde in 2018 af aan de performance-opleiding van de Toneelacademie Maastricht. Haar voorstellingen balanceren tussen de grap en de traan.

 Klagen doet ze in haar show over de omvang van haar kut. Dertig jaar is ze nu en haar kut blijft groeien. Dat verdriet haar. Het woord ‘kut’ daar houdt ze wel van. Ze kan er veel mee kwijt: gevoelens van pijn, boosheid, verdriet, verbazing, bewondering en ga zo maar door.

tZe schuwt ongemak en het opzoeken van rafelranden niet, wat haar werk hilarisch én verontrustend maakt. Zonder enige gêne verwijderdt ze voor de ogen van haar publiek een ‘vuile’ tampon.

De Parade is er s middags)elk jaar en steeds weer is het leuk om er samen met je vriend of vriendin of met je kinderen ('s middags) naar toe te gaan. Er is een waanzinnige super- draaimolen, er worden de heerlijkste -makkelijkste maaltijden  geserveerd en niet te vergeten maken ze verrukkelijke koffietjes en hebben ze heerlijkheden voor erbij.  

Je hebt nog een week om er van te genieten.  Ja en de korte, krachtige acts, geven je weer voor een heel jaar je creativiteit terug. Echt na twee jaarlijkse bezoeken aan de parade ben je weer een heel ander mens.

 Als je nu geen tijd hebt voor Parade Rotterdam, ga dan naar Amsterdam, Útrecht,  Den Haag. Net zo leuk daar. Waar die Parade Rotterdam is? Vlakbij metrostation Eendrachtsplein, de Kunsthal, Museum Boymns, het Depôt en kinderziekenhuis. Tot twee uru 's nachts kan je er  terecht. Maar pas op als je met het OV bent. De laatste metro gaat meestal tien voor twaalf al.

 Het lijkt haast wel een reclamespotje … maar ik verdien er geen cent aan  hoor


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



zaterdag 20 juni 2026

LEEDVERMAKELIJKHEID.

 Zoals mijn lieve lezers al enkele malen ervaren hebben, kan ik nogal eens smakelijk schrijven over de botte pech van een ander. Ik denk bijvoorbeeld aan het verhaal van die arme man die met zijn scootmobiel veel te dicht op de treinrails stond en gelanceerd werd door de ‘windhoos’ van een aanstormende intercity. Verderop op het perron landde hij. Dood.

Met dit verhaal gun ik u, waarde lezer, wat leedvermaak. Ik verloor halverwege de roltrap mijn evenwicht en lag, in mijn korte broek, vast onder mijn fiets. De roltrap rolde door. Mijn fiets en ik daalden door de zwaartekracht weer langzaam af. Mijn  been werd door de scherpe randen van de traptreden venijnig opengescratcht. Bovendien had ik van angst in mijn (korte) broek gepiest.Ik lag daar volslagen machteloos.
Een attente reiziger moet op de stopknop van de roltrap hebben gedrukt. Omstanders haalden die fiets van mijn lijf en hielpen me opstaan. Ik wist dat ik onderweg mijn bril kwijt was geraakt. Daar begon ik ogenblikkelijk ‘m’n bril, m’n bril’ te jengelen. Zelf zie ik zowat niks zonder bril. Een zorgzame dame zag die bril halverwege de roltrap liggen. Mijn mobiel lag daar ook in de buurt. Die had ik nog niet eens gemist. Ik had zelf toen nog niet zo door wat een ravage aan mijn lijf was aangericht.
De EHBO’er deed zijn werk secuur. Hij depte het bloed, ontsmette de wondjes en plakte er waar nodig pleisters op. De vrouw van mijn bril raadde me nadrukkelijk aan om naar het ziekenhuis te gaan voor een tetanusinjectie. ‘Zo’n roltrap is een smeltkroes van besmettingen’, zei ze. De RET-man bracht mij en mijn fiets naar het overvolle perron.
Het was inmiddels tien uur in de avond. Ik was naar een theater geweest, vlak bij metrostation Beurs. Ik wilde naar huis fietsen. Maar… alweer had ik een lekke band. De derde in twee weken. Wat is dit?! Ik besloot met de fiets in de metro te stappen. Met alle gevolgen van dien.
Vanmorgen (zaterdag) belde ik het ziekenhuis voor die tetanusprik. ‘Daar is geen haast bij. Ga maandag maar naar uw huisarts. De incubatietijd van tetanus is 14 dagen. Als u koorts krijgt, als de wondjes gaan zwellen en er komt pus uit, dan moet u even contact opnemen met ons’, zei de SEH-arts.
Voldoende leedvermakelijkheid zo?

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 19 juni 2026

HOEPLA

 Ik houd er niet van om avond aan avond voor de treurbuis  te zitten. ‘Treurbuis’ is een woord en ook een begrip, dat bedacht is door de vorige week overleden geniale kunstenaar Wim T. Schippers. Wat hij deed leek nergens op. Het was volslagen uniek. En hij heeft veel gedaan. Zijn werk was provocerend en ontregelend. Hij had geen hogere doelen. Hij was geen wereldverbeteraar. Plezier in wat hij deed daar deed hij het voor. Hij had zowel de pest aan socialistische strijdliederen als aan de christelijke kerkliedjes uit zijn jeugd. Het leven was volgens Schippers niets meer dan een aaneenschakeling van onbenulligheden.

 Hij gebruikte de media voor het scheppen van een uitbundige anarchie. Zijn shows, begin jaren 70, rond Fred Haché, Barend Servet en Sjefke van Oekel, waren een aaneenschakeling van omvallende decors, opzettelijke technisch storingen en blote danseressen.

 

Tot Wim T. kwam was Hilversum deftig en conventioneel. Plots was daar het podium voor plat pratende acteurs uit de b-categorie, een dik aangezette houterigheid. Barend Servet als de mislukte reporter, Fred Haché de falende showmaster en Sjefke van Oekel als de kotsmde poppresentator.

 Schippers zette met zijn shows veel kwaad bloed. Vooral bi de gevestigde burgerij. Wat ook wel weer geestig was want de Haché acteurs verbeeldden met verve burgerlijke voorliefdes als pakken met dassen en zuurkool met vette jus. Maar tegelijk prikten ze feilloos door het dunne laagje burgerlijke beschaving heen door dubbelzinnige vragen te stellen aan Miss België. Die provocatie bracht menig tv-kijker boven zijn theewater.

 Ook in Schippers vroegste werk zie je dat ontregelende. Het programma ‘Hoepla’ is onmogelijk in te delen. Is het een jeugdprogramma, een muziekmagazine of een actualiteitenrubriek? Ja, Hoepla was Phil Bloom. Ze las in haar blootje voor uit de krant. Het volk sloeg massaal op tilt, SGP stelde Kamer vragen. Hoepla was ook jodelzangeres Olga Lowina en Mick Jagger achter elkaar gemonteerd. Voorafgegaan door een item over gezagsgetrouw KNIL-militairen.

Je zou kunnen zeggen: het leek nergens op. En inderdaad, ook in Hoepla deed Schippers weer precies wat ’ie zelf leuk vond, zonder zich te bekommeren om conventies. Of kijkersgunst. Zijn werk was volstrekt origineel en leunde nooit op iets wat er al was. Satire verafschuwde Schippers, juist vanwege dat voortborduren op het bestaande.

Zat er dan niets méér achter? Tja… Toen een tv-reporter hem begin jaren zestig bijna wanhopig vroeg wat hij als beeldend kunstenaar toch bedoelde met die a-dynamische kunstwerken als een vloer van zout of van glasscherven, was Schippers’ mystificerende antwoord: ‘Niets. Er is bijzonder weinig over te vertellen.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 18 juni 2026

DOPIO.

Ik ging op een bankje voor de Dopio ijssalon, op de Crooswijksweg mijn ijsje zitten oppeuzelen. Ik kocht twee bolletjes citroenijs op een oubliehoorn voor 4.50 euro. Daar zat ook een Marokkaanse moeder met een hoofddoekje en haar twee zonen. jongens die weinig van leeftijd verschilden, zo rond 10 jaar waren ze dacht ik. Het zou best een tweeling kunnen zijn. Dat komt in Marokkaanse kringen nogal eens voor.. Tweelingen zijn een soort degeneratieverschijnsel. Je ziet ze  vaak in huwelijken van verre  neven met verre nichten

De jongens zaten lekker te smullen van hun ijsbolletje, terwijl de moeder haar kinderwagen zachtjes heen en weer wiegde. Vanuit mijn perspectief zag ik de achterkant van kinderwagen. Zo af en toe  zag ik een mollige beentje van de baby in die kinderwagen bewegen. Ik vroeg de moeder of de baby geen ijs moest.

‘Daar is ze nog te jong voor,’ zei ze. ’Er  zitten in ijs stoffen die schadelijk zijn voor baby’s’, volgens de vrouw. Het baby’tje is een meisje van 8 maanden. ‘Ze is klaar’, zegt de vrouw. ‘Twee jongens en een  meisje. Mooi genoeg.’ Prima Nederlands spreekt ze.

Ik zeg haar dat ik óók twee zonen heb maar, die zijn al weer wat ouder. Ze wil weten hoe oud. Ik durf het haast niet te zeggen. Niet dat ik me er voor schaam …o,nee, allerminst maar ik vind mezelf gelijk ook zo’n oude man  met zulke oude zonen. 46 en 48 jaar zijn ze.  De Marokkaanse moeder is heel verbaasd dat ik net zo oud ben als de opa van haar kinderen.

Dan wil ze nog weten waar ik woon. Oh wat zou zij ook graag in Prinsenland wonen, maar dan in een eengezinswoning met een tuin … leuk voor de jongens, denkt zij.. Ze woont nu in een  duur oud huis op Crooswijkseweg voor 1.400 euro per maand. Kansloos is ze  voor huren in Prinsenland en kopen mag ze niet van haar geloof. Moslims mogen geen rente aan banken betalen. Dat wist ik niet.

 Mijn heerlijke ijsje is op. Ik kijk even naar de baby. Het kindje lacht meteen vrolijk  als onze ogen elkaar vinden. ‘Aicha’ heet ze zegt de moeder. Ik streel de kleine meid over haar armpje en weer lacht ze naar me. De moeder lacht nu ook. Naar mij. Ze is een lieve vriendelijke vrouw …

’Ik ga op huis aan,’ zeg ik.

 ‘Prettige dag, meneer.’

‘Prettige dag, mevrouw, dag jongens’.

 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 17 juni 2026

INSTALLATIES

Ik houd ervan om iedere dag iets te doen wat buiten mijn alledaagse dingen ligt. Dat houdt me scherp. Soms is dat een nachtwandeling door het bos, een ukeleleles of lunchen in het Praathuis. Vandaag was ik in het Museum Voorlinden in Wassenaar.

Verwacht hier geen muren vol traditionele schilderijen van Van Gogh of Picasso. Voorlinden toont juist het werk van niet-schilderende kunstenaars. Hun kunstwerken noemen ze ‘installaties’. Vandaag dompelde ik me onder in de wereld van William Forsythe, een kunstenaar die je dingen laat ervaren, die je anders nooit zult meemaken.
Zo bouwde hij een soort kelder van 5 bij 5 meter, met een hoogte van slechts 70 centimeter. ‘Ga maar door de kelder naar de overkant, op je knieën of rollend…’, nodigt Forsythe je uit. Kruipend bewoog ik me naar de overkant. Best spannend, want rechtop staan is hier simpelweg onmogelijk. Een unieke ervaring.
In de volgende ruimte – ter grootte van een flink klaslokaal – is een wand van 4 bij 4 meter die fungeert als een ultra-veelzijdige lachspiegel. Alles en iedereen in de ruimte reflecteert tot langgerekte, spiraalachtige vormen. Ook hier word je uitgedaagd tot actie: Beweeg! 
Op een tafeltje in een ruimte daarnaast ligt een plumôt. De vraag aan jou is: 'probeer die plumôt doodstil in je hand te houden, eerst up en dan down'. Geen enkele beweging is toegestaan. Dat lukt je dus niet, omdat je lichaam altijd onbewust trillingen blijft uitzenden.
In weer een andere zaal kun je ouderwets 'apenkooien'. Er hangen 350 ringen waar je naar hartenlust in kunt klauteren en klimmen. Met mijn zwakke schouder was dat niks voor mij, maar het was vanaf de zijlijn erg vermakelijk om 'de apies' bezig te zien. Voor niemand was het een makkie.
Indrukwekkend is ook de zaal met 80 pendules die vlak boven de vloer heen en weer zwaaien. Ze vormen een voortdurend veld van beweging en geluid. De uitdaging? Door de ruimte lopen zonder door de pendules geraakt te worden. Hoewel ik continu bleef uitwijken, was het tevergeefs; de patronen veranderden steeds. Keer op keer was ik de haas.
Vandaag schrijf ik over William Forsythe, maar er exposeren momenteel meer kunstenaars.
Het restaurant schijnt er goed te zijn, maar ik koos voor de fraaie tuin. Daar verorberde ik mijn eigen installatie: een broodje Noorse zalm met roomkaas. Vurrukkeluk!
Museum Voorlinden in Wassenaar is absoluut een aanrader.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com