Pageviews van de afgelopen week

zondag 27 september 2026

HET GEWEER HANGT ONDER DE WEITAS.

Nu moet ik door! ‘A’ heb ik gezegd, nu moet ik ook ‘B’ zeggen. Waar ben ik gebleven? Bij de door mij als afzichtelijk ervaren vorm van mijn hoofd. De term rugbybalachtig gebruikte ik daarvoor. Echter: over het merendeel van m’n gezichtsdelen kan ik wel tevreden zijn. Mijn oren, neus, kin en lippen zijn bescheiden, fijntjes van formaat. Momenteel kan ik alleen niet zo tevreden meer zijn over de prestaties van mijn neus en oren, die gaan hard achteruit. Mijn vaak geprezen blauwe ogen vind ik zèlf wat te klein,om echt mooi te zijn. 

Ik ben vijf maal per week te vinden op de sportschool, maar beslist niet om me te ontwikkelen tot een soort Jerommeke uit de Suske en Wiske strips. Mijn biceps, triceps en core zijn magertjes, al zeg ik het zelf. Dat zou dus wel wat beter kunnen. Met die vijf keer in de week dat ik nu sport, houd ik mijn conditie en spiermassa op peil, meer niet. Wanneer ik een mooiere, gespierde ‘oudere’ zou willen worden, zal ik op de training een tandje bij moeten schakelen. 

Dan… ik kan er niet omheen… de schaamstreek. Mijn trots in deze regio, de donkerblonde bos schaamhaar van mijn jonge jaren, is niet meer. Tegenwoordig is mijn schaamstreek 'getooid' met een steeds verder uitdunnend plukje grijze haartjes, overigens geheel passend bij mijn ouderdom (76). 

Tsja, wat valt er verder over die schaamstreek van mij nog te zeggen? Als jonge, potente man was ik niet zo tevreden over de lengte van mijn lul. Te klein vond ik hem. Dermate onzeker was ik erover dat ik een vrouwelijke psychiater consulteerde. Voor die afspraak had de vrouw ook haar echtgenoot meegenomen. Op haar verzoek liet hij ‘hem’ aan mij zien. De diagnose luidde: pénis de taille normale. Niet te klein, niet te groot. Ik echt blij! En… ja, ik kan me natuurlijk vergissen, hoor, maar het leek net alsof er bij dat stel ook een stukje spanning wegebde… 

Ik ben zelf voor 90% impotent. 10% heb ik van de winter bij de andere tentspullen in de berging gezet. Mijn moeder, ze is er al bijna twintig jaar niet meer, had duidelijk te doen met ‘de impotente man’ in haar omgeving. Alsof zij door hem heen kon kijken, typeerde ze de man met de meesterlijke zegswijze: "Zijn geweer hangt onder zijn weitas." Zó grappig! 

Met viagra in de weitas schijnt 'ie' trouwens minder te gaan hangen.

zaterdag 26 september 2026

EEN TANGVERLOSSING..

Het jasje, dat ik aan heb, zit een beetje krap. Ik lijk er een beetje iel in. Breed geschouderde ben ik allerminst. Het is weer typisch ‘Jos’. Ik ben in die 76 jaar dat ik leef, behoudens mijn prilste min of meer onbewuste jaren, eigenlijk nooit tevreden geweest met mijn lichaam. Mijn lichaam als geheel bedoel ik dan. Er zijn wel losse onderdelen waar ik tevreden over ben of waar ik ooit enige tijd tevreden over ben geweest. 

Een voorbeeld: ‘zo rond mijn twintigste’ was ik erg content met mijn haardos. Niet met al mijn haar. O, jasses neen! Alleen eigenlijk met het haar op mijn hoofd. Lang haar had ik, van mijn kruin, schedel, zo prachtig golvend tot op mijn (voor het mooie helaas iets te smalle) schouders. Met mijn sikje en bakkebaarden maakte ik goede sier, dus dat zat wel snor. 

Het haar op m’n andere lichaamsdelen, zoals schaamhaar, bilnaadhaar, okselhaar, borsthaar, onderarmhaar en handhaar, dat wàs er gewoon, zonder dat ik er nu speciaal iets van vond. Noch was ik er blij mee, noch vond ik het niks. Wat ik absoluut drie maal niks vond, waren de pikzwarte haren op mijn melkflessen. Zo duiden mijn klasgenoten mijn benen aan. Het waarom veronderstel ik als bekend bij de lezer. 


Waar ik ronduit alle jaren waarin ik me bewust was van mijn uiterlijk, niet blij mee ben geweest, was de vorm van mijn hoofd. Mijn hoofd heeft de vorm van een rugbybal. Nou… om het helemaal duidelijk te krijgen: mijn achterhoofd is precies als de spitse kant van de ovale rugbybal.

Tsja, ik heb dat hoofd nu eenmaal. Ma heeft me wel eens toevertrouwd dat zij nu eenmaal een te klein kutje had voor die grote kop van mij. Ze heeft het nooit met zoveel woorden gezegd, maar op zich zou het me niks verbazen als ik uiteindelijk een alom gevreesde tangverlossing was, met die rugbybal als teleurstellend gevolg. Ma’s kutje was, begrijpelijkerwijze door mijn entree in deze wrede wereld, flink uitgescheurd: onnoembaar veel hechtingen. Ma heeft me wel eens gezegd hoeveel het er waren maar ik ben de tel kwijt geraakt. Waarschijnlijk schudden mijn drie jongere zussen al die aangrijpende bevallingsfeitjes zo uit hun mouwen. Dat zijn per slot van rekening allemaal echte vrouwendingetjes, toch? 

Ik was trouwens de enige van al haar tien kinderen met zo'n ‘extreem-groot-puntig-rugbybalachtig-achterhoofd’. Kees, een ouwe schoolvriend van ma, heeft overigens datzelfde rare koppie. Maar dat zegt natuurlijk nog niks.

vrijdag 25 september 2026

EEN BEETJE VERLIEFD.

Ik heb last van mijn nek. Ook nu, als ik zit te schrijven, voel ik die zeurende pijn. Het zal wel artrose zijn, zeggen mensen in mijn omgeving. 't Is niet zo dat ik ermee opsta en ermee naar bed ga. Neen. Ik word soms wakker en dan ben ik blij dat ik geen pijn heb. Helaas, meestal maar voor een paar uurtjes. Ik loop er ook voor bij een fysiotherapeut, Theo (30), die beslist zijn best doet, maar het blijft met zijn masseren op de vierkante decimeter toch dweilen met de kraan open. Die fysio is op zich een goeie vent. Een pure Hollander, alleen stukken kleiner dan de gemiddelde Nederlandse man. 1,63 meter is hij, schat ik. Hij zou een als kaaskop vermomde Chinese sumoworstelaar kunnen zijn. Tsjongejonge, wat heeft die man een omvangrijke biceps en borsten. De korte mouwtjes en de knoopjes van zijn luchtige overhemd staan bijna op knappen, wat, denk ik, betekent dat er geen grotere maat meer was. Een alternatief zou zijn dat hij in een hemdje zonder mouwen of in zijn blote body zou gaan masseren. Maar dat zal tegen de Algemene Richtlijnen voor de Fysiotherapeut zijn. 

Ik weet niet beter of Theo doet zijn werk met plezier. Niet dat hij nu buitengewone gelukzaligheid uitstraalt, neen, dat nou ook weer niet. Maar hij is in zijn werk relaxed, gefocust en hij kan heel goed luisteren. Ook is hij geïnteresseerd in de mens achter de patiënt, want als hij mijn rode polsbandje ziet, het toegangsbewijs voor de Kunsthal, vraagt hij welke expositie ik gezien heb. Ik vertel hem dat ik Woody van Amen heb gezien. Een Rotterdamse kunstenaar. Grappig, verrassend af en toe, inventief soms. Maar absoluut geen mondiale grootheid. 

Het is zo ongeveer kwart over vijf als ik op Theo's massagetafel lig. Theo is bijna klaar voor vandaag. Hij is zwijgzaam. Gelukkig is hij niet geïnfecteerd met het irritante kappersbabbel-virus: "Al op vakantie geweest, meneer Mastwijk?" 

Neen, niet die babbel, maar wie schetst mijn verbazing als Theo tot mijn ontsteltenis vlak boven mijn hoofd, al masserend, gaat staan fluiten en dan ook nog een lied van Hazes: 'Een beetje verliefd'. 

Mijn nekharen schieten meteen overeind: "Ga jij hier nou vlak boven mijn hoofd staan te fluiten, Theo?" 

"Ja," zegt hij, "u bent nummer tien vandaag die ik een half uur moest masseren. Moet ik even van uitblazen, hoor." 

"Luister, Theo, ik wil dat je dat nooit meer doet als ik hier door jou behandeld word. Dat gefluit van je is nog te verteren maar van dat Hazes-lied ga ik compleet over mijn nek." 

Theo is klaar met mij en ook zijn werkdag zit er op. 

'Bel maar als u last heeft."

donderdag 24 september 2026

RECHTSOMKEERT.

Ik ben op weg naar Cinerama, de bioscoop. Ik was er al bijna. Reed net het Kralingse Bos uit. Ik wilde die film zien waarin de veertigjarige Simon besluit om 500 kilometer te gaan wandelen. 

Je moet voor zoiets dapper, doortastend, avontuurlijk en nieuwsgierig zijn. Dat ben ik al jaren niet meer. Mijn grootste heldendaden verrichtte ik zo rond mijn twintigste: in de bloedhitte van Rotterdam naar Avignon fietsen (ca. 1.000 km) heen en weer terug (ook ongeveer 1.000 km). Toen liftte ik ook door Europa. Geen heldendaad, maar avontuurlijk, dapper ook. In diezelfde periode liftte ik samen met mijn toenmalige vriendin Winny naar Milaan om Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup voor landskampioenen te zien winnen. We vonden het een spannend reisdoel, hoewel Winny nooit heeft kunnen begrijpen dat ik, als fervente Sparta-Piet, op deze reis mijn zinnen had gezet. 


Net als bij Feyenoord waren er bij Celtic veel jonge vrouwen, meisjes soms nog, mee. Typerend voor de tijdgeest werd er veel gezopen en geblowd. Bier en joints waren niet aan te slepen… trouwens, ook de pizzapunten niet. Het leuke was: de rood-witte Rotterdammers en die groen-witte lui van Glasgow deden alles samsam. We hadden het met mekaar over ons Rotterdam en hun Glasgow, toen allebei nog ‘rauwe’ arbeiderssteden. Als supporter van de Rotterdamse Rijke-Pikken Club Sparta drukte ik bij dergelijke conversaties maar wijselijk mijn snor. Met het aanvullen van de biervoorraad maakte ik me dan heel verdienstelijk. 

De sfeer tussen de beide supportersgroepen was zowel voor als na de wedstrijd ongekend hartverwarmend. Iedereen die daar was in Milaan zal dat beamen. Het zou me dan ook niet verbazen als er zowel bij ons in Rotterdam als bij hun in Glasgow halfbloedjes van een jaar of 55 rondlopen bij wie het groen/rood door de aderen stroomt. 

Ik ben nu wel heel erg afgedwaald. Halverwege de bios ben ik. Die film kan ik schudden. Die zou te lang duren. Zou ik pas om half acht weer thuis zijn… eten klaarmaken… eten… dan is het zo weer bij negenen en dan is de wedstrijd tussen de voetbalmiljonairs van Nederland en Duitsland al begonnen. Die match wil ik zien. Ik dacht dat ik dit soort foebele afgezworen had, maar blijkbaar is het een hardnekkige verslaving. 

Ergens moet ik vandaag op deze drukke dag nog tijd vinden om een stukje te schrijven. Dat lukt alleen als ik nu gelijk rechtsomkeert maak en gelijk dat stukje schrijf. 

Ziehier: het kant-en-klare verhaaltje, na het rechtsomkeert gemaakt, herinnerd en bedacht, geschreven, gepubliceerd en te lezen. Toch nog voor mekaar.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

woensdag 23 september 2026

VROEGE VOGELS.

Ik stap met mijn verkeerde been uit bed. Mijn rechterbeen met helemaal onderaan die klapvoet. De surprise van jl. vrijdag. Dàt been kan ik nu toch moeilijk mijn goeie been noemen. Desalniettemin ben ik in opperbeste stemming, deze ochtend, alsof ik gewoon met mijn goeie been uit bed ben gestapt. 

Het is woensdag vandaag. De dag na de tweede les van de cursus 'Franse chansons zingen'. We hebben mijn favoriete nummer gezongen: 'Bleu, blanc, blond' van Marcel Amont. 

Mijn klapvoet staat amper naast mijn bed of ik begin, wat ik nooit doe, te zingen: 'Bleu, blanc, le ciel de Provence...' dat is de eerste regel van dat chanson. Ik ken het lied niet helemaal uit mijn hoofd. Het meeste loop ik hier thuis, eerlijk gezegd, te neuriën. Ik heb de song nu al een paar keer lopen zingen en neuriën onder het klaarmaken van m'n ontbijt. Tijdens het ontbijt met volle mond zingen is bepaald niet kies… hoewel, ik ben de enige die hier zit te eten. 'Bleu, blanc, blond' met volle mond gaat sowieso niet lukken. 

Nu 'Bleu, blanc, blond' uit mijn hoofd wegebt, vestigt zich in mijn bovenkamer de oude hit van Salvatore Adamo. Ook deze hit uit de sixties stemt mij vrolijk. Ik ben nog druk in de weer met het kauwen van het knäckertje sesamzaad, met een plakje belegen 30+ (dat plakje voor mijn cholesterol). 

In mijn hoofd hoor ik mezelf het nummer zingen en af en toe neuriën: "Vous permettez, monsieur… enz." Ook dit lied laat ik een paar keer in mijn bovenkamer resoneren. Als ik mijn eten op heb ga ik van tafel, zing met Adamo: "...just avant le mariage..." Ik zit er snel lekker in, doe een dansje… en struikel dan over dat stomme kleedje in de keuken, maak een rot-smak en breek mijn linkerduim. Mijn klapvoet, helemaal vergeten in de euforie. 

Op 13 juli 1957 was ik heel vroeg wakker en… jarig! Ik werd zeven en was heel benieuwd naar mijn cadeau. Zou ik het cadeau krijgen dat bovenaan mijn verjaardaglijstje stond? Van de zenuwen ging ik hard 'In een groen knollenland' op mijn bed zitten zingen en het hielp: mijn grootste wens ging in vervulling: een hamster. Hammie noemde ik haar. Heel blij was ik. We gingen gelijk samen op mijn kamertje spelen. We deden 'circusje'. Dat weet ik nog goed. Toen deed ik midden in mijn kamertje die koprol-truc. Daar heb ik Hammie geplet en ik had haar nog maar net… 

"Tsja, lieve jongen," zei mijn moeder zaliger, "vogeltjes die vroeg zingen, zijn later voor de poes." 

Sinds die fatale koprol uit het verre verleden, heb ik nooit meer vroeg gezongen, tot vandaag.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

dinsdag 22 september 2026

TERING-DRUK.

Heel ongebruikelijk zit ik om 8 uur 's morgens al aan de laptop. Ik was zo bijdehand om te bedenken dat dat vandaag het enige tijdstip zou zijn om wat te schrijven. Want ik heb het rete druk. 

"Ja, u heeft groot gelijk waarde lezer, ik moet eens ophouden met dat 'rete', dat gaat u de keel uhtvangen en wordt op den duur enigszins muffig: ik vervang 'rete druk' voor 'tering druk'." Ligt nog niet zo lekker in de mond, geef ik toe, maar het laat zich al prima schrijven. Kanker-druk vind ik eerlijk gezegd beter lopen maar daar doe ik weer zoveel mensen onnodig pijn mee… alhoewel: is tering niet een ander woord voor kanker? 

Nou ja, de hierboven neergepende woorden zijn typerend voor de vroege ochtend. Als ik 's avonds schrijf dan zal je nooit zulke tering-zooi tegenkomen. 

Druk, heb ik het vandaag. Tering-druk! Geen tempo om te sporten. Ik dacht zo: in plaats van te sporten gaat ik alvast aan het stukje van de dag werken. Het kan nooit wat worden zo vroeg. Maar beter wat dan niks, toch? En dan… ik schreef er gisteren al over, heb ik die cursus bij Alain: 'Franse chansons zingen', straks om 10 uur al. Dan heb ik Ruud vanaf twee uur en verder die hele middag. 

Ruud is die autistische man, wiens maatje ik ben. Dit is nu echt een voorbeeld van wat mijn moeder zaliger noemde: 'wat' en 'halfwat': Ruud dus een autist en ik een bipolairt. Het moet niet gekker worden. Elke dinsdag maken we er 'wat' van, van uitwaaien op het strand tot bezoek aan de Kunsthal. 

Dan hebt ik vanavond ook nog, van 18.30 uur tot 21.00 uur mijn eerste Franse les. Bij de Alliance Française. Duurt tot de Kerst, elke dinsdagavond. Als ik dan vanavond rond 10 uur thuis ben ga ik lekker Lubach kijken. Ik heb dan dit verhaaltje al bijna klaar. Alleen nog even de finishing touch. 

Dan stuur ik hem naar Christian voor feedback en vervolgens pleurt ik hem 'het net' op. Ken die over de hele wereld gelezen worden. Excusez-moi voor dat 'plat-Rotterdams' zo af en toe, dat schiet er zo af en toe opeens uit, ken ik echt niks aan doen. Een soort Gilles de la Tourette, zeg maar. 

Kut!! 

Maar dan op papier.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 21 september 2026

BLEU, BLANC, BLOND.

Deze ochtend van 10.00 tot 12.00 uur doe ik de cursus ‘Franse chansons zingen’ onder leiding van de (bijna) blinde en de nog net niet geheel dove fotograaf Alain, van origine een Fransman, al meer dan zestig jaar woonachtig in Nederland.. Hij zet een uitstekende cursus neer met positieve chansons (Jacques Brel is hem, helaas, wat te zwartgallig). Via Alains laptop komt het chanson tot ons. Op A4-tjes levert hij ons tekst, vertaling en uitleg van de liedjes. 

Als ik zeg ons, dan is dat natuurlijk de cursusgroep. Die groep bestaat uit vijftien personen, allen boven de zeventig, waarvan één man: 'ik', zei de gek. 

Vandaag doen we de leuke, lieve meezinger 'Bleu, blanc, blond' van Marcel Amont. Vrij vertaald ziet dat er zo uit: 

'Blauw, wit, blond'. 

Als ik die titel hoor, komen gelijk herinneringen naar boven. Toen ik als dertienjarige puber op de HBS zat, hadden 'we' een leraar die niet opgewassen was tegen onze wanorde en bovendien vreselijk uit zijn bek stonk (het leek een mix van pure stront en de stank van een overvolle asbak met oude sigarenpeuken). Ik overdrijf dit niet. We doken, wanneer hij langs onze banken liep om in onze schriften te kijken, zo onopvallend mogelijk en zo ver mogelijk weg van zijn misselijkmakende uitstoot met een onverwacht groot bereik. 

Ik had te doen met die leraar Frans, meneer de Bie, een Belg — ja, ook dat nog. Als ik toen in bed lag... voelde ik me verdrietig om wat De Bie overkwam... maar wat kon ik uitrichten? Ik was zelf toen nog maar zo'n schuchter mannetje. 

Ik vond De Bie een goeie man. Hij bracht toch maar mooi, elke dag, helemaal vanuit België, zijn pick-up en al die Franse singletjes mee voor ons. Hij vroeg ons zelfs of we verzoeknummers hadden. Zo belandde zelfs 'Michelle' van The Beatles op het pick-upje van meneer de Bie. Volslagen idioot natuurlijk: voor dat ‘petit, petit, petit' peutje Franse tekst: "...sont des mots qui vont très bien ensemble, Michelle ma belle." 

Hij gaf ons A4-tjes met de teksten van chansons van onder anderen Adamo, Johnny Hallyday, Françoise Hardy, Claude François, Jacques Brel én van dat heerlijke chanson dat Alain deze morgen met ons gaat doen van Marcel Amont: 'Bleu, blanc, blond'. 

De man draaide elke les een paar nummers voor ons. Bijna iedereen keette er gewoon doorheen. 

De Bie heeft het slechts één jaar volgehouden op het Montfortcollege, onze scholengemeenschap op Rotterdam-Zuid. Het zou me niks verbazen als hij sui... iets anders is gaan doen.


* Beluister op YouTube of Spotify: Marcel Amont: Blue, blanc, blond.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com