Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 29 augustus 2026

ANDERE ROUTES.

Het stortregent voor een week tegelijk als ik dit zit te tikken. Mijn plan voor deze zaterdagavond was helder: op de fiets naar een kunstzinnig festival op het Eiland van Brienenoord, een uurtje trappen bij mij vandaan. Maar 'Meteored', mijn digitale weerstation, voorspelde een zondvloed. Om nu volkomen doorweekt onder de doffe klanken van de Brienenoordbrug vegetarisch te gaan zitten kleumen; daarvoor heb ik mijn gezondheid te lief. Ik bleef thuis. 

Het is een rare dag. Een dag met een dwingende opdracht: het loslaten van mijn obsessie. Mijn *obsession with love*. 

Mijn geliefde is—of was—Miss X. Zij gijzelt mijn brein. Zag ik in mijn ooghoek een vrouw met haar slanke postuur en haar donkere, halflange haar, dan dacht ik direct: dat is X. Zelden was ze het. Bijna nooit. Fietste of liep ik langs haar huis, dan hoopte ik dat ze precies op dat moment naar buiten zou komen. 

Ik fietste trouwens nooit toevàllig langs haar huis. Er zijn genoeg andere wegen, maar op die routes is de kans om X. te zien nihil. Heel af en toe kwamen we elkaar tegen. Meestal durfde ik niets te zeggen, waarna ik dagenlang met mezelf worstelde. Een enkele keer zei ik: "Ha Miss X." Dan klonk er een koel: "Dahag." Het resultaat? Slapeloze nachten. 

Ik heb nu een knoop doorgehakt. Ik zeg geen gedag meer. Als we elkaar kruisen, krijgt ze een onverschillig knikje. Maar mijn brein is hardnekkig, want er ontstaat direct weer een achterbaks sprankje hoop. Hoop dat Miss X. mij juist aantrekkelijker gaat vinden wanneer ik haar nonchalant bejegen. Ziekelijk, nietwaar? 

De afspraak met mezelf staat: het komende jaar mijd ik haar straat. Vandaag zou de vuurdoop worden van mijn nieuwe routes. X. woont ten westen van mij, dus ik pakte de metro in noordoostelijke richting, naar CuliNESSE in Nesselande. Uitverkocht. Mijn avondplan richting Zuid waaide ook over: plenzen. 

Om definitief los te komen, heb ik vanavond rigoureus alle columns waarin Miss X. figureert én al haar foto's uit mijn telefoon gewist. Daarna heb ik in een schriftje met de hand opgeschreven wat hier staat. De beschreven pagina’s heb ik eigenhandig in de fik gestoken en door de wc gespoeld. 

"Die man is helemaal de weg kwijt!" Tsja, lieve lezer, het zij u vergeven als die gedachte nu bij u opkomt.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 28 augustus 2026

GEEF IK WAT AAN NEPAL?

Wat een ellende in Nepal ... hartverscheurende taferelen ... zo veel families uit elkaar gerukt ... zoveel mensen van jong tot oud meegesleurd en omgebracht door die meedogenloze modderstromen in dorpen als Timure en Syapru Besi ... onmogelijk te bevatten ... volslagen machteloos, zeg maar apathisch zie ik op tv bruggen, flatgebouwen en kantorencomplexen ‘ontworteld’ en meegevoerd worden ... mannen, vrouwen, kinderen moeten aanschouwen die in één klap alles en iedereen kwijt zijn ... ik kan het gewoon niet!

Honderd doden deelt het NOS Journaal mede. Een belachelijke inschattingsfout. Een dergelijk grote blubbermassa neemt geen genoegen met minder dan duizend slachtoffers. Ik gooi de tv uit. Er zal wel een inzamelingsactie 'Help Nepal' komen.

Sneller dan ooit neem ik mezelf voor 125,00 euro te geven. Dat is veel voor mijn doen, ook gezien mijn maandinkomen. Ik vang 2.500 schoon per maand, dus die honderdvijfentwintig euro is 5% van mijn netto inkomen per maand.

Tegelijk met die voor mijn doen grote vrijgevigheid, welt bij mij wrevel, afkeer en walging tegen Goede Doelen, met name tegen de Grootgraaiers, de Bestuursdames en Bestuursheren van die Goede Doelen, die stinkend rijk worden van het geld dat ik, en vele anderen met mij, uit onze monden sparen om Nepal uit de nood te helpen, gvd!

Ik ga die Goede Doelenclubs niet allemaal opnoemen. Ik pak als voorbeeld Het Rode Kruis, okee, niet echt een Goed Doel maar het zit bij die andere Goede Doelen precies zo: de topman van het Rode Kruis Nederland verdient (krijgt) ruim 170.000 euro per jaar bruto all-in. En dat is niet de enige. Dat is wat pakweg, een stuk of tien Goede Doelen Bestuurders vangen. Dat betekent dus dat er bijna 2.000.000 euro per jaar NIET NAAR het noodlijdende NEPAL gaat MAAR NAAR de onverzadigbare Bestuurder die er een dikke SUV, een buitenverblijf op de Veluwe, een flinke schenking voor de kinderen of peperdure, chique diners op onze kosten van betaalt.

Neen, dat gun ik ze niet. Dat is geld voor Nepal. Ik ga mijn 125 euro overmaken naar lokale initiatieven via platforms zonder strijkstok, in plaats van de bestuursleden van Goede-Doelen te spekken. Ik heb het net even uitgezocht: ik maak dat geld voor Nepal over naar 'Wilde Ganzen', die club rekent geen overheadkosten en verhoogt mijn 125 euro ook nog eens met de helft. Prima wat die Wilde Ganzen doen. Die vermaledijde 'Goede Doelen' doen goddomme precies het omgekeerde!

Google: 'Wilde Ganzen'

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 27 augustus 2026

GRATIS POFFERTJES.

 

Mijn dag buiten de deur begint altijd in de sportschool. Daar ben ik tot een uur of tien 'goed bezig'. Dat hoor ik mijn mede-sporters tenminste tot vervelens toe zeggen:'Goed bezig, Jos.'

Het is vandaag donderdag en dat is mijn opzoomer-wandeldag. Samen met Mary en Cheny, twee buurvrouwen, wandelen en babbelen we van half elf tot half twaalf in onze buurt. Heel ver komen we niet in die tijd. Desalniettemin is het rielekst, gezellig. Waar we het over hebben? Over koetjes en kalfjes vooral.

Vandaag is het een ware opzoomerdag. Na onze wandeling moet Mary gaan meehelpen met het voorbereiden van de opzoomeraktiviteit van vanmiddag in Het Praathuis, het sociale ontmoetingspunt van ons  appartementencomplex. Vanmiddag om half een is het namelijk gratis een uurtje pannenkoeken en poffertjes eten. Cheny en ik gaan daar ook van smullen. Meer dan twintig bewoners komen mee-eten. Meer kan ook niet.  


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

Als ik het Praathuis binnenkom zie ik mijn naaste buren, An, Margreet en Ans al zitten. Ook Ingrid zit er al. Van achter in de ruimte wordt er naar me gezwaaid door twee dames tegelijk aan een tafeltje . Er is blijkbaar nog een plekje vrij bij hen aan het tafeltje. Ze vinden het misschien wel leuk als ik bij hen kom zitten. Dat zou mooi zijn ... Ja, dat is toch weer heel wat anders dan dat je genegeerd wordt, wanneer je het Praathuis binnen komt.

Die zwaaiende dames, waar ik nu bij aan tafel zit kende ik al wel. Heel vaag. Vanmiddag heb ik ze een beetje beter leren kennen. Ik weet nu ook hoe ze heten: Adrie en Milka. Later komt Cheny  nog bij ons zitten. Haar ken natuurlijk al van het wandelen.

Ik heb echt zitten smullen: twee pannenkoeken, een heleboel poffertjes en twee mandarijnen ....mmmm!

Ik vertel Adrie, zo maar om wat te babbelen te hebben, dat ik op zoek ben naar een koor. Laat zij nu toevallig in een koor zingen, dat nog zangers (tenoren) kan gebruiken. Dus ik ga woensdag 2 september met haar mee zingen. Kijken of het wat voor me is. Zonder dit smul-uurtje had ik mooi nog naar een koor lopen zoeken.

 

Prima werk van Mary, Dirk en Gradus. Smaakt naar meer. van de drie die ik kwijt wil. Ik ben zo trots als een hond met zeven lullen.

In feite begin ik dan mijn dag buitenshuis altijd in de sportschool. Daar ben ik een uurtje goed bezig. Dat hoor ik tenminste tot vervelens toe zeggen:'Goed bezig, Jos.'

Het is vandaag donderdag en dat is de opzoomer-wandeldag. Samen met Mary en Cheny, twee buurvrouwen, wandelen en babbelen we dan een uurtje in ons buurtje. Heel ver komen we niet in die tijd. Desalniettemin is het rielekst, gezellig. Waar we het over hebben? Over Koetjes en kalfjes vooral.

 

Vandaag is het een ware opzoomerdag. Na onze wandeling moet Mary gaan meehelpen met het voorbereiden van opzoomeraktiviteit van vanmiddag in Het Praathuis, het sociale ontmoetingspunt van ons  appartementencomplex. Vanmiddag om half een is het namelijk gratis een uurtje pannenkoeken en poffertjes eten. Cheny en ik gaan daar ook van smullen. Meer dan twintig bewoners komen mee-eten. Meer kan ook niet.  

Als ik het Praathuis binnenkom zie ik enkele naaste buren, An, Margreet en Ans al zitten. Ook Ingrid zit er al. Van achter in de ruimte wordt er naar me gezwaaid, door twee dames, tegelijk aan een tafeltje . Er is blijkbaar nog een plekje vrij bij hen aan het tafeltje. Ze vinden het misschien wel leuk als ik bij hen kom zitten. Dat zou mooi zijn ... Ja, dat is toch weer heel wat anders dan dat je genegeerd wordt, als je hier het Praathuis binnen komt.

Die wuivende dames, waar ik nu bij aan tafel zit kende ik wel. Heel vaag. Vanmiddag heb ik ze een beetje beter leren kennen. Ik weet nu ook hoe ze heten: Adrie en Milka. Later komt Cheny  nog bij ons zitten. Haar ken natuurlijk al van het wandelen.

Ik heb echt zitten smullen vanmiddag: twee pannenkoeken, een heleboel poffertjes en twee mandarijnen ....mmmm.

Ik vertel Adrie, zo maar om wat te babbelen te hebben, dat ik op zoek ben naar een koor. Laat zij nu toevallig in een koor zingen, dat nog zangers (tenoren als ik) kan gebruiken. Dus ik ga woensdag 2 september met haar mee zingen. Kijken of het wat voor me is. Zonder dit smul-uurtje had ik mooi nog naar een koor lopen zoeken.

Prima werk van Mary, Dirk en Gradus. Smaakt naar meer.

woensdag 26 augustus 2026

TRIBUNE IN LICHTERLAAIE.

 Ik schrik me de tering afgelopen zondag om 7 uur. Zit met m'n bord op schoot. De samenvatting van de voetbalwedstrijd Cambuur Leeuwarden  - Feyenoord begint met een shot op een heel supporters vak dat in lichterlaaie staat. Het is de Cambuur-familietribune, waar ouders met (jonge) kinderen zich veilig wanen. De wedstrijd is  al enige minuten bezig. Zeven, denk ik. Dan besluit een Feyenoord-idioot om een aanslag te plegen op de mensen die op de gezinstribune zitten.

Veel toeschouwers op die tribune moeten, gezien de fel uitslaande vlammen brandwonden hebben opgelopen. Teletekst zegt dat er  zeven mensen (jong en oud neem ik aan) ernstig gewond zijn geraakt aan hun ogen en oren.

Martien (22)  zit thuis. Zet een halve liter aan zijn mond. Lurkt. Hij heeft het net voor de derde keer op tv teruggezien. Machtig. Die hele tribune stond echt in de fik. Dat gegil van die wijven en die kids. Lachen! Dat gegil hoort hij nu pas. Da’s  even genieten. Nog een keer. Nog  harder. Lacht besmuikt. Neemt een paar slokken.

Hij heeft nog flink wat spul over van de jaarwisseling. Dat moet knallen. Eerst wil hij bij Sparta. Maar daar is de controle streng.

Hier bij Cambuur is 't een makkie. Hij komt als een superdikzak het Feyenoord-vak op. Zijn jas vol vuurwerk.  Hem wordt geen strobreed in de weg gelegd. Hij zoekt een plekkie op het uitvak tussen dom schreeuwende Feyenoord die-hards. Ze staan domdruk heel Cambuur kapot te schreeuwen. Hem zien ze niet. Hij brengt zittend  alles in orde. Die stompzinnigen om hem heen hebben niks in de gaten.

De wedstrijd is een paar minuten oud als hij zijn vuurwerk tussen de niets vermoedende genietende gezinnen pleurt en 'hup' gelijk is hij weg. Nog voordat de handhavers, die tweedehands politie, mensen kan tegen houden, scheurt Marien al op zijn motor naar Rotterdam.

Feyenoords directeur, Robert Eenhoorn, heeft zelf besloten om twee wedstrijden geen Feyenoordsupporters mee te nemen naar uitwedstrijden. Ach, hoe nobel! Hoe onnoemelijk nobel.

Twee wedstrijden geen Feyenoordsupporters mee naar uitwedstrijden, meneer Eenhoorn. Ach gutteguttegutt meneer Eenhoorn! Twee wedstrijden, poeh-poeh-poeh, meneer Eenhoorn.

De KNVB moet nu echt optreden: straf Feyenoord met een aantal wedstrijden (minstens 10) zonder publiek in de Kuip èn minstens 10 weken zonder supporters naar uitwedstrijden. Dan is na 10 weekjes het leed voor ‘onze sterrenploeg’ alweer geleden, toch?.

De gewonde mannen, vrouwen en kinderen in Leeuwarden hebben waarschijnlijk hun hele leven last van deze aanslag.

De goeden zullen onder de kwaden moeten lijden. Beiden hebben nog wel een alternatief: thuis voor de buis.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

dinsdag 25 augustus 2026

ARMOEDE UITGELEGD (DEEL 3)

De beledigende broccoli. 

We zijn aanbeland bij het slotakkoord van het drieluik over het boek van Tim ’s Jongers. Gisteren liet ik u zien dat echte armoede begint waar de keuzevrijheid stopt. Hoe reageert onze overheid daarop? Niet door te zorgen voor fatsoenlijke bestaanszekerheid, maar door een leger aan coaches op de minima af te sturen. Dat is de betutteling van de welgestelde beleidsmaker, en ’s Jongers maakt er in zijn boek korte metten mee onder de noemer: de beledigende broccoli. Het idee is even hardnekkig als naïef. Men denkt dat arme mensen ongezond leven of schulden maken omdat ze 'dom' zijn of niet weten hoe het moet. 

Dus wat doet de gemeente? Die stuurt een leefstijlcoach langs. Die komt in een huishouden waar de stress van de onbetaalde energierekening de muren omlaag drukt, vertellen dat ze meer broccoli moeten eten en biologische appels moeten kopen. Terwijl die mensen hun eten nota bene bij de Voedselbank moeten ophalen en blij zijn áls er überhaupt iets op tafel staat. Het is niet alleen misplaatst, het is ook beledigend. Het verschuift het probleem van een falend politiek systeem naar het individu. Je bent niet arm omdat de huren te hoog zijn en de lonen te laag; nee, je bent arm omdat je de verkeerde keuzes maakt. Alsof een praatsessie met een budgetcoach de gaten in je schoenen dichtmaakt.

Mijn academische collega noemde mijn neiging om serieuze discussies te doorbreken met een grapje ooit terecht 'zeveren'. Het was mijn overlevingsmechanisme tegen de elite. De overheid doet met al haar coaches eigenlijk precies hetzelfde, maar dan zonder de humor. Ze zeveren over leefstijl om het maar niet over de keiharde knaken te hoeven hebben. 

Een arbeiderskind heeft geen advies nodig over groenten. Mensen in armoede hebben rust nodig, regie, en het geld waar ze recht op hebben. Koop dat boek van Tim ’s Jongers, ook als u wél geld heeft. Misschien dat we de wereld dan eindelijk eens gaan bekijken door de bril van de man die de tramrails schoonmaakt, in plaats van de man die erover vergadert. 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

maandag 24 augustus 2026

ARMOEDE UITGELEGD (DEEL 2)

Deel 2. De luxe van de keuze.

Ik zag een tijdje geleden de documentaire Een leven zonder geld. (zie ook mijn column  d.d. 21 april jl). Daarin wordt de Duitse Heidemarie Schwermer gevolgd. Een keurig verzorgde dame op leeftijd die besloot al haar bezittingen op te geven. Ze reist rond, geeft lezingen en ruilt haar arbeid voor voedsel en onderdak. Ze dweilt de vloer van een supermarkt in ruil voor verse groenten. Tijdens een lezing op een Spaanse school reageert een tiener vlijmscherp: ‘U leeft van het geld van anderen… dus u leeft wel degelijk van geld!’

Die knaap sloeg de spijker op zijn kop. Heidemarie maakt een lifestylekeuze. Ze is een voormalig psychotherapeute, spreekt haar talen en ziet eruit als een gedistingeerde dame. Als een ongeschoren, sjofel geklede verwarde man uit een sketch van Van Kooten en De Bie ditzelfde zou proberen, kon hij fluiten naar de welwillendheid van de groenteboer. Heidemarie heeft het ultieme privilege: zij kan kiezen voor de armoede.

Dat brengt me terug bij het boek van Tim ’s Jongers. Hij legt uit dat de vermogende bovenlaag armoede vaak romantiseert als een soort minimalistisch avontuur. Maar ware armoede is geen keuze.

In de lente van 2012 hielp ik op een zaterdagmiddag mee met een inzamelingsactie voor de Voedselbank in Rotterdam. We vroegen winkelend publiek om iets extra’s te kopen. De vrijgevigheid was hartverwarmend; de kratten stroomden vol. Want ja, ook in een stad als Rotterdam wordt er echt honger geleden. De mensen die daar wekelijks in de rij staan voor een pakket, hebben geen netwerk van gulle gevers. Ze hebben geen intellectuele bagage om lezingen te geven in ruil voor een slaapplek. Zij ruilen hun vloeren dweilen niet voor hippe bio-broccoli; zij proberen simpelweg te overleven in een systeem dat hen vermorzelt.

Het verschil tussen Heidemarie en de cliënten van de Voedselbank is het fundament van het armoedevraagstuk. Als je kunt kiezen om zonder bezit te leven, bezit je nog altijd de regie over je eigen leven. Echte armoede begins pas wanneer de keuzevrijheid stopt. En dat is precies waar onze overheid de mist in gaat. Die denkt namelijk dat je armoede kunt oplossen door mensen 'keuzes' aan te leren met een leger aan coaches en adviseurs. Hoe misplaatst die betutteling is, laat ik u morgen zien in het slotakkoord van dit drieluik.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

zondag 23 augustus 2026

ARMOEDE UITGELEGD (DEEL 1)

Deel 1. De magazijnchef.

Ik las onlangs 'Armoede uitgelegd aan mensen met geld' van Tim ’s Jongers. Het is een boek dat de zogenaamde bovenlaag een spiegel voorhoudt. Politici en beleidsmakers denken namelijk nog altijd dat armoede een keus is. Door je best te doen, kansen te grijpen en door te leren ontkom je er aan. Alsof de overheid een schooldeur openzet en de rest vanzelf gaat. Ze hebben geen flauw idee van de psychologische oorlog die je als arbeiderskind moet voeren om die drempel over te stappen.

Ik weet er alles van. Ik kom uit een straatarm gezin uit de jaren vijftig. Thuis was er simpelweg te weinig geld om iedereen genoeg te eten te geven. Mijn vader maakte tramrails schoon in Rotterdam. Hij was ultra-laaggeletterd. Mijn moeder wilde dolgraag dat ik doorleerde. Ze hielp me met overhoren, maar ze begreep niets van de stof.

In 1967 zat ik in de vierde klas van de HBS. Een bekakte leraar Nederlands vroeg aan de klas: ‘Wie zijn vader is hier nou nog arbeider?’ Iedereen moest vertellen wat zijn vader deed. Uit pure schaamte en overlevingsdrang loog ik dat mijn vader magazijnchef was bij Hooijmaaier, de beschuitfabriek. De andere jongens zeiden allemaal dat hun vader een goeie baan had. Ik ging elke dag doodsbenauwd naar school, het Montfoort-College, de hbs. Ik had slechte resultaten, geen vrienden en deed geregeld alsof ik ziek was omdat ik niet durfde, spijbelde soms ook. Toen er een paar stoere klasgenoten op ziekenbezoek kwamen, zakte ik door de grond van schaamte. Ik was de oudste van tien kinderen. Het stonk bij ons thuis naar de pies omdat mijn jongere broertjes en zusjes nog in hun bed piesten. Ik moest er niet aan denken dat dat op school zou worden rondgebazuind.

Als ik een vraag kreeg in de klas, werd ik vuurrood en blokkeerde ik volledig. Leraren pestten me erom. Als ik een spreekbeurt had, spijbelde ik. Een gevoel van minderwaardigheid is mijn hele werkzame leven (op hbo-niveau) met me meegereisd. Bij elk diploma dacht ik dat ze het me dat maar cadeau deden. Gewoon, omdat er statistisch gezien weer eens een arbeiderskind moest slagen.

Dat is precies wat Tim ’s Jongers bedoelt. Armoede is geen gebrek aan talent, het is een gebrek aan rust, regie en een veilig fundament. De politiek stuurt tegenwoordig leefstijlcoaches op armen af om te vertellen dat ze broccoli moeten eten. Maar een arbeiderskind heeft geen advies nodig. Wat we nodig hebben is echte bestaanszekerheid en het recht om er te mogen zijn, zonder je te hoeven schamen voor de baan van je vader.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com