zondag 8 maart 2026

PET.

Misschien dat het  tijdens het schrijven van dit stukje nog gaat gebeuren, maar ik ken nauwelijks een positieve context van het woordje 'pet'. Nou, ik heb lang zitten verzinnen en uitgerekend op dit moment schiet me iets te binnen: 'Petje af'. 'Een oudoom van me, ome Bram, die met dat toupetje (hee ...) Die oudoom, die vertelt bijvoorbeeld dat hij, nu hij toch met pensioen is, de eerste de beste gelegenheid heeft aangegrepen om helemaal vanaf het Pieterpad naar Santiago de Compostella in Spanje te lopen. Meer dan duizend kilometer. Wat zeggen we daar dan van? 

'Petje af, ome Bram. Of dat niet postitief is, soms? Het ging mij nog bijna mijn petje te boven, de positieve noot in dezen.

Op zich is 'met de pet rond rondgaan' niet 100% positief of negatief. De bedoeling is doorgaans goed. Vaak is er iets heftigs negatiefs aan vooraf gegaan. Iets heftigs en ook nog eens duurs. Een kapot gesprongen tropisch aquarium. Voor een getroffen (en geliefd) familielid of een beetje zielig maar trouw lid van de atletiek vereniging wordt dan wat geld ingezameld om wat nieuws te kopen ... ja, er wordt dan dus met de pet rondgegaan. 

Zowel bij beoordelingen van kunstzinnige als sportieve prestaties wordt tot vervelens toe dat woord 'pet' gebruikt. De laatste jaren steeds wat minder. Tegenwoordig horen we steeds vaker de woorden 'kut' of  'klote' en als de waardering nog wat lager uitvalt wordt het in de vergrotende trap: 'zwaar kut' of 'zwaar klote'. 

Onze alom geprezen, jonge, homoseksuele, goedlachse premier, Rob Jetten stuit op flink wat weerstand met name uit de links-politieke hoek. Nu zijn voornemens bekend worden: verhoging eigen risico in de zorg, verhoging AOW-leeftijd, kortere duur van de WW en de ridicule vrijheidsbijdrage (de rijken betalen veel minder dan de minima) hoor ik regelmatig bozig zggen: 'Nou, die Jetten, daar heb ik geen hoge pet van op'. Ik, links persoon, zegt dan: recht uit mijn pet  (neen, hart) 'Fuck off Jetten'. Maar nu heb ik even de pet op van criticus van Jetten. Dat is toch heel andere koek dan de pet van tante Jet. Ja, inderdaad, die van de scouting. Die ging er gewoon vandoor met haar rooie autopet, met onder haar jas mijn  zo goed als nieuwe aaipet. Moet ik straks toch nog even de pet rond. Maar waar?



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


GEEN DURFAL.

 Late we wel weze: ik bent geen durfal. Geen held op sokke, maar gewoon een schijterd eerste klas. Soms hebt ik zo’n vlaag van verstandverbijstering en denkt ik dat ik de hele wereld aan kan, maar halverwege me actie schijt ik alweer in me broek.

Zo kreeg ik laatst het maffe idee om van de hoge duikplank te sjorre. Maar ja, halverwege die trap dacht ik al: "Joh, laat dat duiken maar zitten, springt maar gewoon." Eenmaal op dat randje van die zwiepende plank, met me tene over de rand, vond ik springe eigenlijk een klote-idee ook. Dus daar stond ik dan, te trille als een juffershondje in de kou. Ik moest me met me goeie gedrag weer helemaal naar benede wurme, langs een rij van die bijdehandte gassies, die me natuurlijk stonde uit te lachen. Nou, da’s ook lekker voor je ego.
Om de zenuwen weg te spoele, ben ik toen maar veilig baantjes gaan trekke bij startblok één, zo ver mogelijk weg bij die hoge duik. Twintig baantjes schoolslag, vijfentwintig meter per stuk. Lekker op m’n rug, een half uurtje peddele. Had ik mooi de tijd om na te denke waarom ik nou zo’n ontzettende lafbek was. Waar was ik nou bang voor? Dat ik m’n eigen te pletter zou vallen? Dat ik bovenop een andere zwemmer zou plettere? Of dat ik m'n nek zou breke op de bodem van het bad en de rest van m'n leve in zo'n karretje zou moeten zitte?
Terwijl ik daar zo een beetje lag te dobbere, begon ik me eigenlijk wel wijs te voele. Waarom moet je je in godsnaam van drie meter hoog in dat water flikkere? Het geeft alleen maar een hoop herrie, die golve zijn irritant en iedereen moet met een boog om die duikplek heen zwemme. "Afschaffe dat kreng," dacht ik nog bij baantje dertien.
En net op dat moment klapt er zo’n rotjochie, luid lachend, bovenop me rug. "Bommetje!" riep hij nog. Hij had niet goed uitgekeke, zei 'ie later met z'n onschuldige smoeltje.
Met me laatste krachte hees ik mezelluf de kant op. Gekneusde ribbe natuurlijk. Zo zie je maar weer: je kan nòg zo voorzichtig weze in het leve, maar een ongelukkie zit in een klein hoekie. 

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


vrijdag 6 maart 2026

KWAAD MET KWAAD ....

Op een wandelingetje mij in de buurt zie ik drie knaapjes van kleur een vierde jochie van zijn fat-bike trappen en er met die bike vandoor gaan. Dat vierde mannetje ligt daar van Pampus. Ik kon er niks meer aan helpen. Het enige was die jongen troosten en hem zeggen dat ik alles gezien heb. Ik geef hem m'n mobiele nummer. De verwondingen vallen mee. De knul bedankt me dat ik naar hem toe gekomen ben.

Dat gebeurde van de week. En tegelijk komt er dan weer wat bij me naar boven van begin vorig jaar. Ik ben toen, in maart, een willekeurig, oud, kaal grijs slachtoffer geweest van baldadige, licht criminele gassies, naar het zich laat aanzien uit  Noord-Afrika.

Het begint met een 'lollige' actie van twee jongens. Zij rijden op een scooter in de zelfde richting als ik. Ik ben op de fiets. Zij rijden hard. Op het moment dat zij mij passeren, stompt de man die achterop zit, mij zeer hard op mijn rug. Pijnlijk ook.

Een paar dagen later komt een klein groepje fat-bikers aangefietst. Ik rijd hen tegemoet. Op het moment dat we elkaar passeren knalt de jongeman die voorop fietst, de inhoud van zijn bidon in mijn gezicht. Luid gelach.

Een week verder loop ik vier jonge jongens tegemoet. Ik zie ze aankomen denk niet dat ze kwaad in de zin hebben. Ik loop de laatste honderd meter naar mijn huis, als blijkt dat ze toch wat in hun schild voerden: het kleinste mannetje uit de groep, graaide in één vloeiende beweging mijn mooie zwarte hoed van mijn hoofd en rende daar mee naar zijn maatjes, die hun vriendje met mijn hoed op zijn kop met dolle pret onthalen.

De vierde daad is niet zozeer pijnlijk, als wel grof en asociaal: een al wat oudere puber (16)  haalt me, al lopend in op het drukke metroperron. Wanneer hij mij passeert, bukt hij zich naar me toe en spuugt  een gore, groengele klodder slijm op mijn schoen. Razendsnel maakt hij dat hij weg komt. Die schoen moet natuurlijk weer schoon maar ik vind het bijna te vies om te doen. 

Met twee vrienden ga ik het die klodder-boy betaald gezet. Hij moet boeten voor de wandaden die hij èn zijn streekgenoten mij hebben aangedaan. Hij is de enige die ik ken uit de buurt.

We hebben hem enige tijd gevolgd en hebben toegeslagen op de plek waar hij elke week een momentje helemaal alleen  is. 

Alle drie hadden we een bivakmuts op.We hebben hem van zijn fiets getrokken, stompen uitgedeeld op zijn rug, een fles water in zijn gezicht gegooid en hem onder de bivakmutsen vandaan met zo goor mogelijk slijm besmeurd. Die twee maten van me houden die gast in bedwang terwijl ik zijn fiets total-loss trap. Met een kettingslot bind ik hem aan dat wrak vast en gaan er snel vandoor. 

Ik had nooit gedacht dat dit in me zat. 

Toch is het bij mij in gepompt: 

'Gij zult geen kwaad met kwaad vergelden'. 

Hoezo niet? Het is geweldig! Ik ben blij dat ik het gedaan heb.

Nooit meer wat van gehoord.

 



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

donderdag 5 maart 2026

TOEDELEDOKIE.

Normaal gesproken vind ik het hartstikke lekker eten: een zootje aardappels, wat krootjes en een bal gehakt in een flinke laag vette jus; meestal vreet ik er dan ook nog zo’n grote zure bom bij voor de smaak. Maar de maaltijd van vandaag? Nou, die was ech voor geen meter te hachelen, echt niet te vreten hoor. Eerlijk is eerlijk, ik moet wel zegge dat zowel die piepers als die bal gehak los van mekaar best wel te pruime ware. Alleen die krootjes, hè, nee, dat was echt he-le-maal niks! En zo’n daggiehap is eigenlijk pas ech goud als àlle onderdelen gewoon een ruime voldoende score. Want alleen maar aardappels vrete die je in de vette jus hebt gedoop, dat is nou ook niet bepaald een delicatesse te noeme, toch?
Puur alleen dat balletje hachele, ja, dat lukt nog wel; die bal was bes goed binne te houwe. Die balletjes ware gemaak van rundergehak, met wat zout, peper en een snuffie paprika; wat paneermeel erdoor, een eitje en twee teentjes knoflook; lekker gebraden in gloeiend hete boter met daarin een uitje gefruit en tot slot nog twee scheutjes ketjap manis eroverheen gekletst. Prima gelukt, die balle. Na de piepers hebt ik ze lekker opgepeuzeld. Maar die klote-krootjes verzieke dus eigenlijk m’n hele avondeten. Ze zage d'r sowieso al niet uit, want om te beginne kon je ze nauwelijks rood noeme, die krootjes; ze leke eerder donkerbruin, zó ranzig!
Meestal koopt ik van die hele, gekookte krote, waar ik dan zelf de steel en de wortel vanaf snijt en die ik dan effe schilt. Vervolgens schaaft ik (gewoon met de kaasschaaf) die meestal prachtige rode krote in mooie plakke. De krootjes van déze avond ware alleen niet gekocht als hele, min of meer ronde krootjes, maar als van die kleine, in vierkante stukkies gesneden blokkies. Er werd nog geadviseerd op die verpakking om deze kroot-vierkantjes nog tien minute te koke voor ze op je bord te pleure.
Ik schept m’n bordje vol en proef die pieper met jus: lekker joh! Die bal: heerlijk. Die zure bom: prima maar dan die krote... ze ware zo hard als rauwe snijbone, nie normaal! Na één hap was het voor mij wel duidelijk; ik vreet alleen die beter te pruime onderdele van deze hap op en ik schuift daarna die hele berg ‘krootjes’ zo de toiletpot in…. ‘toedeledokie’ noemt ik dat dan maar. Gelukkig was het toetje goed binne te houde. Het kan natuurlijk altijd gebeure dat een maaltijd niet te vrete is: dan zorgt ik altijd dat ik een lekker toetje achter de hand hebt. Deze keer ware dat pere, van die conferences, ech heerlijk.

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



woensdag 4 maart 2026

LAAT HET LOS!

Vandaag realiseer ik me nog eens terdege  dat ik niet mag mopperen met het buurtje waar ik woon. Ik loop nogal wel eens af te geven op mijn woonomgeving. Dat gebeurt dan altijd omdat ik  de gezellige drukte en warmte mis van de wijk waar ik bijna een halve eeuw gewoond heb: het Oude Noorden. 

Maar over het appartement in Prinsenland waar ik nu woon, ben ik erg tevreden. De omgeving is lekker groen. Zo af en toe is het veel te stil hier naar mijn zin, maar vandaag heb ik daar even geen last van. Het is prachtig weer, heerlijk weer voor strand of bos maar ik voel me vandaag erg gelukkig met Het Huis van de Wijk, de sportschool, het zwembad en de fysio: bijna alles bij de hand ... zelfs de begraafplaats Kralingen ..'dat heb ik pas één keer nodig gehad ... daar was ik niet zo blij mee.

Ik loop daar bij de fysio omdat ik in mijn nek het gevoel van slijtage heb. Die therapeut kneedt mijn nek wekelijks grondig en laat me als huiswerk talloze keren per dag ja-knikken en nee-schudden. Zo moet ik er af komen denkt hij. 

De kleedkamer van de sportschool is een ware broedplaats voor sociale contacten. Voor mannen onder elkaar dan, want de kleedkamers voor mannen en vrouwen zijn hier helaas gescheiden. 

Preutsigheid heerst daar. Een was eens de code van mijn kluisje vergeten. De sportleidster die het kluisje voor me kan openen, mocht alleen de kleedkamer in als er niemand onder de douche stond of de man(nen) die onder de douche stond(en) het goed vond(en) dat zij binnenkwam. 

Ik heb in dat 'kleedhok' een man leren kennen, Rob, die helemaal idolaat is van The Kinks, die popgroep van de jaren zestig. Ze hadden hits als: 'Dandy' 'A dedicated follower of fashion' en 'Lola'. Goeie liedjes, goeie teksten. Rob is nu naar Engeland om daar een musical over die groep te zien.

Ik maak ook minder leuke dingen mee natuurlijk: een sporter die me willens en wetens met een verkleinnaampje aanpreekt. Sinds ik hem gezegd heb dat ik daar niet van gediend ben, is hij een beetje zielig.

Dan wankelt de aanvankelijke openheid van mss E. over haar klankschalen, haar sprookje, haar petekind. Haar spontaan, 'gezellig', samen wandelen. 

'Laat 'het' los', zegt zij nu. 

Dat doe ik meteen: ik kan 'het' missen als kiespijn. 



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 











  



dinsdag 3 maart 2026

TYFUSLANG GELEDEN.

Het is alweer tyfuslang geleden dat ik wat over m'n toneelkluppie hebt opgeschreve. Het ging over dat ik die teksten uit m'n kop moest leren. Dat deed ik dan, hard op, lopend of op de fiets, langs de Rotte of in het Kralingse Bos als het nog een beetje rustig was. Die tekst had ik op m'n foon staan. Soms zat ik er zo lekker in, dat ik helemaal niet doorhad hoe teringhard ik die woorden d'r uit smeet. Onbedoeld hebt ik daar die mensen die daar ook ware de pleuris mee laten schrikke. Met een rotgang knalde die woorden van m'n typetje over de Rotte:

‘Nee!!! Niet alléén Jode!’.

Door de krag van die woorde leek het wel of er een vloedgolf door de Rotte ging. In zo’n tuintje aan de Rottekade zat een hele klup visite en die ouwe lul daar liet van de schrik zo z’n hele dienblad uit z’n klauwen flikkeren.

Nu ben ik weer bezig met een nieuw stuk: Nooit meer, schat.'

Ik bent een scène aan het oefene tussen Hans (ik dus) en Sabine, z'n vrouw. Ik zit weer op die brik van me te lere, want dat werkt voor mij gewoon het bes. In de buurt van zo’n bouwproject in Maassluis was ik weer lekker fanatiek bezig... bijna wild van nijd slingerde ik ineens mijn tekst er uit:

Ben je d’r nou eindelijk klaar mee?!'

Ik kreeg niet eens de kans om verder te oefene op m'n fietsie, want zo’n bouwvakker brulde gelijk terug: 

‘Nee, nog stééds niet, klootzak! Steek zelf je klauwe eens uit, lul!’

Vandaag hebt ik dat 'ben-je-d’r-nou-eindelijk-klaar-mee-zinnetje', waar ik in Maassluis zo woest mee liep te blère, nog een keertje gedaan. Nu niet op de fiets, maar met m’n tegenspeler, die ook de regisseur is. Nu weet ik, en dat voelt ik nu ook, dat het veel beter is om die tekst een beetje lieflijk te zegge. Sabine voelde d'r eigen toen zelfs gestreeld door die woorden van Hans (van mijn dus!)


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 








maandag 2 maart 2026

ELASTIEK.

Het gezin, waarin ik opgroeide, hield van rekbaarheid. Je zou kunnen zeggen dat ons gezinsleven bij elkaar werd gehouden door elastiekjes. Neem mijn  broertje Marco; hij kon eindeloos in de weer zijn met die rubberen ringetjes om zijn vingers, een fascinerend spel van draaien en lussen waarmee hij heel veel uurtjes verdreef.
Zelf was ik heel consequent met mijn verzameling voetbalplaatjes. Pas bij een stapeltje van exact tien stuks deed ik er een elastiekje omheen. Terwijl ik mijn sporthelden sorteerde, waren mijn zussen Manda en Lidy buiten de onbetwiste koninginnen van de sprongkracht. Met een meterslang elastiek tussen hun enkels voerden ze acrobatische hoogstandjes uit. Ik mocht soms een poging wagen, maar meestal eindigde ik hopeloos verstrikt, terwijl de liedjes over 'in spin, de bocht gaat in' door de lucht galmden. (Dat lied hoorde toch bij touwtje springen ?) Mijn talent lag duidelijk niet bij het elastieken.
Op de lagere school kreeg dat spul echter een venijniger karakter. Het veranderde in een wapen voor de kleine pestkop. Het elastiekje werd tussen duim en wijsvinger gespannen, de voorkant werd naar achteren getrokken, en met 'dodelijke' precisie werden nietjes, propjes of zelfs bonen op onschuldige billen geschoten. 
Ik was een jaar of veertig toen mijn relatie met het elastiekje wat pijnlijker werd. In een poging een hip paardenstaartje te maken, offerde ik onbedoeld flink wat hoofdharen op. Zo’n kaal elastiek trok zonder pardon hele plukken uit mijn schedel. De uitvinding van de variant met een vrolijk laagje stof eromheen was voor mijn hoofdhuid dan ook een doorbraak van jewelste.

Vandaag deed ik een aangebroken komkommer in een zakje en bond het met een elastiekje dicht. Ook mijn reisbagage hield ik vaak zo bij elkaar: sokken, onderbroeken en t-shirts apart met een elastiekjes er omheen. 
Zelfs de fysiotherapeut doet mee. Voor mijn schouder kreeg ik onlangs een groot groen elastiek mee dat ik over de deur moet hangen om te oefenen. Dat doe ik braaf. Goed komt het nooit meer met mijn schouder. Daar moet ik mee leren leven. Ik hoop wel dat de rest van mijn spieren lekker soepel blijft.. 
Een leven zonder een beetje elasticiteit is maar een stijve boel.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com