zondag 15 februari 2026

SNEEUW.

En ineens is de sneeuw weer terug. De kou was 'eersie'. Vrijdag en zaterdag was het al behoorlijk onder nul. Toen was de sneeuw zich al aan het klaarmaken. Zelf geloof ik er niet meer in dat er nog sneeuw zal vallen dit jaar. 

Wat begint de zondag toch heerlijk! Straf koud, dat wel. Maar bij een knalblauwe hemel en ...  tot één uur: volop zon. Tenminste bij mij in de straat. Natuurlijk, ik had de weerberichten wel gelezen en vernomen dat Schiphol vluchten geannuleerd had uit angst voor sneeuw, gladdigheid noemen ze dat bij het KNMI. Maar ik geloof er vandaag geen moer van. Voor mij is en blijft het in onze regio alarmcode nul. 

Zo rond een uur of een kleed ik me warm aan, doe mijn dikste wanten aan, pak mijn fiets uit de berging en doe een rondje gezond- door-Rotterdam: het Kralingse Bos, (met volop fucking hardlopers op het fietspad) en vervolgens langs ons prachtige riviertje de Rotte. Dan is het voor mij nog een klein stukkie door de bebouwde kom naar huis, in Prinsenland. En, ja, in dat laatste stuk gebeurt het, hè. 

Het begint toch nog te sneeuwen. Miniscule vlokken. Eigenlijk kan je dat nauwelijks vlokken noemen. Deze sneeuw is amper zichtbaar. Je voelt het alleen heel lichtjes op je gezicht ... héél af en toe. Maar ... het KNMI heeft wel een punt. Het is eind van de middag en er is een beginnetje van sneeuw. Dat blijft zo tot ik mijn fiets in de berging terug zet. Het is dan al weer vier uur. 

Ik loop mijn buurman Cor tegen het lijf. 'Gaat het toch nog sneeuwen vandaag buurman'. Hij mompelt, dat dit geen sneeuwen is maar hagelen. Hij is wel meer in de war. Meestal heeft hij het dan over God. Ik laat het maar zo. 

Dwarrelsneeuw is het die nu valt, sneeuw van minieme grootte, zwevende keukensuikerkorreltjes, daar lijkt het op. Nauwelijks zichtbaar nauwelijks voelbaar.

Thuis wacht me nog een saai maar noodzakelijk klusje: geheugen vrijmaken op mijn mobiel. Ik heb al veel foto's van m'n mobiel afgegooid. Tijdens dit werkje val ik in slaap en word om vijf uur pas wakker. Inmiddels ligt er dan een aardig pak sneeuw, een centimeter of drie, denk ik. 

't Is net als een week of drie geleden. Vanuit mijn woning zie ik een groot maagdelijk met sneeuw bedekt schoolplein. Wat hadden die kinderen drie weken terug een lol. Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gevechten, elkaar inkochelen. Het was de eerste keer in vijf jaar dat er een pak sneeuw lag. En vandaag weer! Wat zullen de kinderen morgenochtend weer genieten ... en ik ook. Ik geniet er ook van. Met volle teugen. 

Het KNMI weet helaas nu al mijn ijspret te bederven. Dooi en regen zijn voorspeld. Vannacht al. Geen ijspret morgen op de eerste dag  van de crocusvakantie, maar kutweer.

      

zaterdag 14 februari 2026

SPONTAAN.

 Gisteren schreef ik alvast wat over Valentijnsdag. Ik was er in dat stukje nogal terughoudend over, om vrouwen, voor wie ik wel degelijk wat voel, op Valentijnsdag te  verrassen. Bang om zelf afgewezen te worden; bang om de vrouw af te schrikken, waardoor eerder verwijdering dan toenadering ontstaat.

't Wordt vast een leuke dag. Ik ben uitgenodigd op een Valentijn-voorleesmiddag van de Schrijfclub Rotterdam. Een ieder die dat wil mag wat komen voorlezen. In 't Veerhuis van de Stichting Droom en Daad in Delfshaven. 

Ik heb samen met een vriendin twee stukjes uitgekozen. Het stukje dat ik gisteren schreef: Valentijnsdag 2026. En een stukje dat ik vorig jaar, 29 december, schreef: 'Sprekend Sonja'.

In het eerste stukje voer ik Elsie op. Elsie is een vrouw op wie ik (een beetje) verliefd ben. Zij is degene, die ik geen kadootje durf te geven vandaag. Maar ... inmiddels heb ik wel genoeg moed verzameld voor iets anders: ik bied haar aan om bij mooi weer een uurtje samen te gaan wandelen. Daar kan ik toch geen buil aan vallen denk ik. 

Yes!! Binnen vijf minuten heb ik antwoord: 'Gezellig!' Ik weet even niet zeker meer of er uitroeptekens achter dat 'gezellig' staan.

Ik smeed het ijzer als het heet is. Nu dus!

'Ik kan morgen- en maandagmiddag om één uur,' app ik meteen achter haar 'gezellig' aan. 'Wanneer kan jij, Elsie?'

Ze antwoordt resoluut: 'In het weekend kan ik in principe  nooit. En-maan-, woens-en vrijdag moet ik werken. Dus blijven alleen de dinsdagen en donderdagen over'. 

'Jammer Elsie,' app ik, 'dinsdagmiddag kan ik niet, heb ik ik vrijwilligerswerk'.  

Dan laat ze me weten dat ze in principe geen afspraken meer maakt, ze doet alleen nog dingen op basis van spontaniteit. 

Als ik het goed begrijp kan ik die gezellige wandelingen wel uit mijn hoofd zetten.

Alleen een toevalstreffer kan Elsie en mij samen brengen: op een mooie, droge donderdagmiddag waarop wij simultaan en spontaan de wandelkriebels krijgen.

Ik moet eerlijk zijn naar mezelf: op mijn vraag om samen eens te gaan  wandelen, antwoordt Elsie domweg: 'Neen, dankjewel Jos.




vrijdag 13 februari 2026

VALENTIJNSDAG 2026

In de kroeg, waar ik eens in de veertien dagen op vrijdagmiddag veel te veel bier zit te hijsen met mijn (Portugese) vriend Luis, worden vrolijke, uitsluitend vuurrode versierselen voor de grote ramen opgehangen ter gelegenheid van Valentijnsdag. Morgen gebeurt het. Over de hele lengte van het plafond van het  café bungelen rode harten in alle formaten. 

We praten over die vreselijke ramp: de wateroverlast momenteel in Portugal is. Ingestorte viaducten, ondergelopen huizen. Het gevolg van onbedaarlijke regenbuien. Drie weken lang regent het daar al en het blijft maar hozen. 

Terwijl we het hierover hebben dwaalt Luis aandacht af naar de vrouw die de versierselen aan het ophangen is. Nee, toch niet, eigenlijk is het niet de dame, die zijn aandacht trekt maar is het dat wat ze ophangt wat zijn aandacht trekt. Meer dan de Portugese wateroverlast. 

'Zit jij hier morgen ook met je vriendin?' vraagt Luis plotseling. Dat is natuurlijk wel even wat anders dan de watersnood. In eerste instantie antwoord ik, dat ik helemaal geen vriendin heb maar dat moet ik al snel corrigeren: 

'Natuurlijk heb ik een vriendin, Luis, dat weet je. Alleen is dat  geen vriendin waar ik een amoureuze relatie mee heb. Een voorwaarde voor het geven van een Valentijnskadootje, -kaartje, -bloemetje, -snoepje is voor mij, dat ik, in welke mate dan ook, verliefd ben op die vriendin. Van dat soort vriendinnen heb ik er twee.'

Luis trekt een moeilijk hoofd en zegt: 

'Ik doe niet meer aan Valentijnsdag. Ten eerste: gééf je een vrouw iets leuks ...  dan is het nooit, nooit, nooit genoeg. En ten tweede: wáárom moeten die Valentijnkadootjes altijd van de man komen. Kan zoiets leuks niet van beide kanten komen?. Het ene jaar van de kant van de man; het andere jaar van de vrouw bijvoorbeeld. Homoseksuele mensen weten hier vast wel en creatieve oplossing voor te bedenken, dunkt mij'.

Op allebei die vrouwen, waar ik het net over had, ben ik verliefd. Alleen die ene, Sonja, is boos op mij. Zij kan mijn bloed wel drinken. Ik hoop haar door het sturen van een Valentijnsbloemetje wat gunstiger te stemmen. Ik ben bang dat ik daarmee alleen maar olie op het vuur gooi. Misschien geef ze me wel bij de politie aan. Dat doet ze rustig.  

Die andere vrouw, Elsie, is leuk. Zij vindt mij ook leuk. Weet ik wel zeker. Maaaar ik heb het gevoel, dat ze mij toch het liefst op afstand wil houden. Dat ze zich van een Valentijnskaartje van mij rotschrikt, waardoor ik me dan onbedoeld van haar verwijderd heb. 

Dan zit ik alleen nog maar met die niet-amoureuze vriendin.

En met Luis natuurlijk, een ware, niet-amoureuze vriend. Met Valentijnsdag heeft het niks te maken: vandaag neemt hij voor mij echte Portugese sardines mee en tremocos een portugese lekkernij. Heerlijk bij een biertje. Zo gul! Hij is echt een schat.


donderdag 12 februari 2026

VOUS PERMETTEZ MONSIEUR?

Uitslapen doe ik eigenlijk nooit. Maar vandaag dus wel. Om 9 uur ben ik pas wakker en dat terwijl ik om kwart voor tien de deur uit moet voor mijn cursus Franse liedjes zingen. Ik red het echter makkelijk, Om vijf voor tien zit ik in het zangklasje van Alain. Hij heeft voor ons 'Vous permettez, monsieur' van de Belgische zanger Adamo afgestoft en uitgepluisd. Wij, het klasje bestaande uit 10 vrouwen en twee mannen , waaronder ik, allen boven de 70, hebben grote nostalgische lol aan dit chanson. 

Alain toont ons een video van een tv-opreden van Adamo, samen met zijn ouders en zijn  7  broertjes en zusjes, in een soort  praatprogramma uit 1964, waarin Adamo zijn grootste hit ten gehore brengt. Ook zijn broers en zussen zingen uit volle borst mee (vals en uit de maat). Wij, van dit zanggroepje zijn door het dolle heen van die video. Het was top: tv op zijn allerbest. We waren zonder uitzondering tieners in dat jaar en genoten met volle teugen van deze talkshow van presentator Willem O Duys. Toen wist ik nog niet van Willems extreem rechtse trekjes. Ik was pas 13.

Het zingen duurt tot 11 uur. Dat is bij mij om de hoek dus ik loop om kwart over elf alweer  mijn bejaardenflat binnen. Een van mijn buren, Peter, haalt zijn brievenbus leeg. Ik volg zijn voorbeeld. Er ligt een brief van 'Artsen zonder grenzen'. Tegenwoordig gooi ik alle bieven van 'Artsen zonder grenzen in mij persoonlijke oud-papierbak. Sinds ik uit betrouwbare bron erover geÏnformeerd ben, dat de directeur van die club zich, van huis uit,  met een helicopter kris-kras in Europa overal naar toe laat vliegen, geef ik daar geen rooie cent meer aan uit. 

Ik zei er niks over tegen Peter want die heeft daar niks mee te maken. Ik heb trouwens het (voor)oordeel dat hij nooit ene cent aan wat voor goed doel ook geeft. Dat geeft niet, dat moet hij zelf weten. Peter is invalide, hij heeft een stijf been. Ik heb altijd gedacht dat hij een houten been had. maar hij kan dat been gewoon buigen. Heeft er weinig last van. Tot zijn 73e heeft hij gerolstoelbasketbald, door heel Nederland heen. Dat kan ik nit zeggen want ik heb twee gewone, valide benen, waarmee ik slechts tot mijn 30e slechts gevoetbald heb en dan alleen nog maar in de Rotterdamse onderbond.  

Terwijl ik met Peter sta te praten komt buurvrouw E. binnen. Niet dat ik haar zie. Ik herken haar stem en hoor haar gedag zeggen. Peter zegt gedag terug. Vlug, vlug, vlug hoor ik E. de trap oplopen. Ze is bang dat ik wat tegen haar ga zeggen. I don't know why. 

Vous permettez madame?

woensdag 11 februari 2026

AVIGNON 2026.

 Ik ga dit jaar weer naar Avignon op vakantie. Naar het theaterfestival. Reis en verblijf heb ik al geboekt. De eerste drie weken van juli ga ik.

Het idee 'Avignon' kwam in me op tijdens een pauze tussen twee films van het IFFR. Ik ging op m'n mobiel kijken wanneer het theaterfestival precies is en of ik dan een hotel kan boeken. Dat liep allemaal op rolletjes. Zo boekte ik dus in de pauze van het ene festival voor het andere festival. In een tijdsbestek van twintig minuten. Een hals-over-kop-besluit.

De komende maanden ga ik me daarom weer eens echt toeleggen op de Franse taal. Ik spreek al wel redelijk Frans maar het kan altijd beter. Zoals ik eerder schreef, ben ik bezig met een cursus Franse chansons zingen in het buurthuis hier om de hoek. Van die Franse liedjes leer ik weer nieuwe woorden kennen als l'amour, j t' aime, croissant au chocolat, charmant enz. ... en verbetert mijn uitspraak.

Ik loop meteen naar mijn slijter, Dirck III om een paar exquise wijntjes uit te zoeken. Mijn favoriet Saint Èmilion is net in de aanbieding: 'trois pour le prix de deux'. Toeval bestaat niet zegt één van mijn vriendinnen tot vervelens toe dus .... ik koop direct zes bouteilles.

Ook ga ik gelijk op zoek naar iemand die nog veel beter Frans spreekt dan ik, waarmee ik dan 5 maanden in het Frans kan sparren. 

Eergisteren ontmoette ik in het zwembad, ook om de hoek, een aardige francaise. Dat zal geen toeval zijn. We dronken samen een kopje Pameijer-koffie en raakten, in het Frans, aan de praat over wat ons zoal bezighoudt in de gym. Net als ik doet zij daar meer dan alleen zwemmen. Ik vertelde haar natuurlijk ook over de chansons-cursus daar, wat ze heel leuk vond. Ik stel me voor als Jos en zij zegt dat ze Arlette heet. 

Ik besluit het ijzer te smeden al heet is en vertel haar over mijn vakantieplan en vraag of ze tot juli een uurtje per week Frans met me wil praten. Ze zegt verrassend spontaan: 'Ja!' maar verbindt er wel een voorwaarde aan: 'Dan wil ik wel dat jij elke week een uurtje Nederlands met mij praat. 

Nou, dat maakt het voor mij alleen nog maar leuker. Prima, helemaal mee eens. Volgende week beginnen we. Als het goed weer is wandelend. Anders bij mij thuis.

Ik ben alvast lekker aan de slag  gegaan met het recapituleren van allerlei fijne franse en toch ook weer nederlandse woordjes: camember, patat-frites, fricandel, théâtre, directoire, entree, pendule, croque-monsieur, toilet, bouillon, trottoir en charlois. 


 Jolie! N'est ce pas?

dinsdag 10 februari 2026

NOS GESTOORD

De Olympische Spelen van Milaan zijn in volle gang. Voor zover u het nog niet weet: bijna 24 uur per dag wordt op onze nationale televisie (NPO 1)  getoond en ten gehore gebracht hoe onze beste winterporters het daar doen: succes hebben of falen.

Er is een aantal mannen door de NPO ingehuurd om op gepaste wijze de wintersportkijker te amuseren en  informeren bij hun favoriete wedstrijden.

De door de NPO voorgeschreven commentaarwijze komt er op neer dat een wedstrijd op babbel-niveau van start gaat en vervolgens in cumulatief tempo toewerkt naar een hilarische, doldwaze, bijna hysterische eindsprint. Je zou af en toe haast denken dat er ook voor de commentatoren goud te verdienen valt.

Ik kijk vrijwel nooit naar die Olympische flauwe kul. Als ik eens kijk dan zet ik gelijk het geluid uit.

Ik doe mijn ogen wel eens dicht tijdens zo'n schaatswedstrijd op tv bijvoorbeeld. Die commentator zit dan in mijn hoofd. Ik zie hem daar met een rood aangelopen kop, met zijn hand tussen zijn benen staan, want hij kan het al snel niet meer ophouden. Dan gaat hij staan springen voor zijn monitor. De naam roepend van de sporter. Hij drukt alsmaar zijn plasser in zijn hand, knijpt er flink in, springt zwaar ademend voor zijn monitor op en neer als de eindstreep nadert. Op het laatst ejaculeert hij, als het ware, helemaal los, de eindcijfers: drie, vijfenveertig, tweeëntwintig: een nieuw Olympisch record!! Tien seconden sneller dan de op 23 maar2025 t overleden Russische Irina Oblimakova op de Spelen van Beirut in 1962.

Ik zou me voor mijn vrienden, kennissen en familie doodschamen  als ze zouden weten, dat ik op zo'n manier mijn brood moet verdienen. In mijn fantasie zie ik een klein spichtig mannetje staan te springen in een benauwde commentaarcabine. Hij is daarin opgesloten. Hij mag er pas weer uit al Jutta van Leerdam veilig op haar kamer zit. Zo door het dolle heen is hij ... een beeje tè. Er staan nu twee carabinièri voor zijn cabine.

Hij springt in die cabine en roept namen, rugnummers en nieuwe olympische records. Maar ze laten hem toch nog niet gaan.                     

Het meest schandelijke dezer dagen vind ik het NOS-journaal. Ik neem bij voorbeeld het zes uur journaal. In dit journaal, dat hooguit 15 minuten duurt is TIEN MINUTEN aandacht voor de olympische spelen. Dit, terwijl de kijker al de godganselijke dag overvoerd wordt met die olympische ijspret.

VIER MINUTEN wordt uitgetrokken voor die arme 41 jarige (net van een dochter bevallen) Italiaanse moeder en olympische skiester Gina Lollobridgida, die spectaculair valt en naar het ziekenhuis wordt gehelicopterd, alwaar blijkt dat ze een gebroken been heeft.

In nauwelijks TWEE MINUTEN wordt in dat journaal af geraffeld: 60 doden door vergaan migrantenboot in Jemen, gesprek Iran-VS, duizenden Oekraïners in de vrieskou, honderden doden drugs(??)-boten Venezuela.                                

Zijn ze nou helemaal gek geworden bij de NOS? Het lijkt wel Trumpiaans!                                                                                                                                         

maandag 9 februari 2026

IFFR 2026 (2)

Heel veel films heb ik gezien in het 55e IFFR. Tussen de 35 en 40 schat ik. Misschien wel tè veel. Mijn moeder zaliger zei altijd: 'overal waar 'te' voor staat is overbodig behalve 'te'vreden.

Ik heb films gezien uit landen en steden waar ik nooit geweest ben en waar ik ook nooit zal komen. Vanaf 1978, toen ik begon met IFFR-films te bekijken is dat mijn motivatie geweest: iets proeven van de mij (nog) onbekende wereld. Het was niet altijd topkwaliteit, de opnames, die ik zag uit Azerbeidjan, Syrië, Afghanistan, Georgië, Zuid Korea, Japan, India enz. Genoten heb ik er wel van maar eerlijk is eerlijk: menigmaal hebben kijkers om mij heen mij wakker moeten schudden. Soms omdat de film zo saai bleek te zijn. Soms omdat ik doodop was van de 5e film, die dag.

Mijn persoonlijke top 5 van 2026 is;

1. No hit wonder. (Duits)

Popster Daniel belandt in het ziekenhuis en krijgt daar de leiding over een koor met patiënten. Deze klassieke komedie biedt een rijk scala aan emotionele halftonen en scherpe observaties over 'de maatschappelijke stand van zaken', vertolkt door een ijzersterke cast.

2. The Seoul Guardians. (Zuid-Korea)

Op de avond van 3 december 2024 gingen de bewoners van Seoel de straat op om te protesteren tegen de staat van beleg. The Seoul Guardians voert je met de massa mee, tot in de nationale vergadering waar  Zuid Korea opnieuw vecht voor democratie en vrijheid.

3.  3 days in september. (Roemenië)

Een meeslepende (slechts) 65-minuten durende, wrang-humoristische studie naar verraad, waarin een idyllische bruiloft wordt verstoord door een vreemdeling met een schokkend geheim, wat leidt tot een emotionele  inzinking en kritische zelfreflectie.

4. I swear. (VK)

In een Schots stadje groeit John, midden jaren negentig op met het syndroom van Gilles de la Tourette. Tegen de verwachtingen in wordt hij uiteindelijk een baanbrekende, veel geprezen activist en pleitbezorger voor zijn lotgenoten in het Verenigd Koninkrijk. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. 

5.  After the cities. (Spanje)

Deze film toont het bewustzijn van de stad Santiago de la Postella, met behulp van  een onsamenhangende mozaïek van reisverhalen. Onbekende mensen lezen voor uit persoonlijke brief(kaart)wisselingen, terwijl mysterieuze beelden en uitgestippelde routes samenvallen en een reflectie vormen op herinneringen, afstand en transformatie door de tijd heen.


Ik ben blij dat ik dit jaar niet gegaan ben. In januari 2027 sta ik weer te trappelen.