Pageviews van de afgelopen week

dinsdag 15 september 2026

IK BEN GEEN SCHREEUWER!

 Alex en ik hebben vanmorgen een oriënterend gesprek. Als we een match hebben, kan hij zomaar mijn eerste personal trainer worden. Nadat ik hem mijn lijst met lichamelijke en geestelijke ongemakken heb overhandigd, zie ik hem lezen en geleidelijk wit wegtrekken. Het is inderdaad een niet onaanzienlijk lijstje om als personal trainer mee te moeten werken: nieuwe schouder, dode pees, bijna immobiele lamme arm, liesbreuk, klapvoet. 

Onze oriëntatie is zo halverwege, als schuin achter Alex de deur van de yogazaal geopend wordt door een yoga-dame: klein van stuk, geheel gekleed in yoga-zwart, de haren yoga-grijs. Ze werpt een blik op het hoekje waar Alex en ik zitten te oriënteren.

"Zou u wat zachter willen praten?" Ze kijkt mij aan, maar het is natuurlijk Alex. Hij is duidelijk gepikeerd en zit met een pruillipje zijn woede te verbijten. Dat gaat hem niet goed af. 

Ik doe er, direct na het yoga-verzoek, nog een schepje bovenop:

"Ja, Alex, als jij mijn personal trainer wordt, wil ik dat je met mij niet zo hard praat zoals je gewoonlijk doet. Immers, Alex, waarom zouden al die andere sporters in de zaal je moeten horen. ’t Is toch gewoon één op één." 

Ik heb dat nog niet gezegd of hij werpt mijn ongemakkenbriefje terug naar mij, naar mijn kant van het tafeltje.

"O jee, nou is hij helemaal klaar met mij," denk ik.

Zijn mond had hij nauwelijks open of hij siste als een giftige slang:

"Zoiets heb ik in mijn lange carrière in de sport nog nooit meegemaakt… niet zo hard praten… ha!" 

"Tsja Alex, eens moet dan toch de eerste keer zijn."

Zijn gezicht staat op storm. Abrupt staat hij op, recht zijn schouders en zegt strijdbaar met zijn bekende stevige geluid:

"Ik bèn geen schreeuwer!!"

Even onverwachts als hij ging staan, gaat hij weer zitten. Lichtelijk onnozel zit hij me aan te kijken. 

"Je kán best wel anders, Alex," zeg ik. "Woensdags heb je die lieftallige oude dame. Haar instrueer, corrigeer en complimenteer je alsof je bij haar op theevisite bent, met dat aangename, mannelijke stemgeluid dat je ook in huis hebt. Het kan echt wel anders, Alex." Maar dat wil hij niet horen. 

Wat ik niet direct verwacht, gezien de loop van de oriëntatie, is dat hij toch met mij in zee wil gaan, hetgeen ik bijzonder waardeer. We beginnen echter niet voordat ik een brace heb ter voorkoming van struikelpartijen met m’n klapvoet. 

Zowel voor Alex als voor mij zullen het (in)spannende sessies worden, zowel geestelijk als lichamelijk. Dat is op voorhand een applausje waard.

maandag 14 september 2026

MONDJE DICHT, HÈ?

Vanochtend zit ik bij de mondhygiënist. De afspraak is om 10.00 uur. Om 10.10 uur haalt ze me op. Normaal gesproken word ik boos als ‘ze’ me tien minuten voor lul laten zitten. Nu niet. Door haar. Een half jaar geleden had ik haar ook. Nel heet ze. Toen had ze nog geen bril op. Zonder bril is ze leuker. Zoals eigenlijk iedereen. Ze was daar toen net begonnen. Ik was één van haar eerste klantjes. Een leuke meid, Nel: knap, openhartig, blond opgestoken haar, slank, circa 1.82 meter. Al vrij snel bleek dat we allebei gek waren op stand-up comedy. Zij correspondeerde destijds met Marie Koet, een aanstormend comedy-talent dat toen ook al bij Arjan Lubach was geweest. Nou, dan had je het al een heel eind geschopt. 

"Toevallig ga ik donderdag en vrijdag met familie en vrienden naar comedy-nights in het Oude Luxor." Dat moest ik even aan Nel kwijt. Ik dacht eigenlijk: "Dat zal ze wel weten." Maar niet dus. Ik zei nog: "Het is niet uitverkocht..." 

"O, ik zal es kijken," zei ze. Meer niet. Toen moest ik gaan zitten. 

Halverwege de behandeling perste ik mijn lippen stijf op elkaar, zodat ze het instrumentje waarmee ze bezig was, niet uit mijn mond kon krijgen. Ondertussen kijk ik haar met pretoogjes aan. We moeten allebei lachen als ik mijn mond open doe. Beetje ondeugend en toch leuk. Voor de rest laat ik Nel gewoon haar dingetje doen. 

"Zullen we telefoonnummers uitwisselen, Nel? Misschien vind je het leuk om zo af en toe met deze opa te bellen. Deze opa praat nu met twee kleinzonen, een kleindochter erbij lijkt me super." 

Met een heel lief stemmetje zegt Nel dat het in dit soort medische omgevingen 'not done' is om een persoonlijke relatie aan te gaan met cliënten. "Maar... zo heel af en toe ben ik een klein beetje stout. In je dossier staat je nummer. Ik ga je bellen. Leuk. Spannend!" 

Ik val haast van haar stoel van verbazing. Gelukkig is ze net klaar met me.

"Dag meneer Mastwijk." 

Heb ik haar dan nog niet verteld dat ik Jos heet? Blijkbaar niet.

"Neehee Nel, geen ‘dag meneer Mastwijk’ maar ‘dag Jos’. Ik heet Jos." 

Ze kijkt me met een warme glimlach aan en zegt me heel nadrukkelijk gedag:

"Dag Jos! En eh… mondje dicht, hè!"


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 13 september 2026

EEN GAT IN DE LUCHT.

EEN GAT IN DE LUCHT 


Mijn broer John is vandaag jarig. Hij is zestig geworden. Gisteravond had hij familie, vrienden en (oud-)collega's uitgenodigd voor zijn feestje, in een héél gezellig queer café in Hilversum. 


Voor mij was dit het eerste alcoholloze feestje. Sinds 1 juli jl. ben ik geheelonthouder. Grappig, want van onthouden komt bij mij, gewoon vanzelf, tegenwoordig bijna niks meer terecht. Maar dit terzijde. Ik was er van 20.00 uur tot 24.00 uur en dronk acht Spa Roodjes en nou komt het: ik moest de hele avond niet één keer plassen. Pas in de auto, terug naar Rotterdam klapte ik zowat. Chauffeur Nel was niet te porren voor een plasstop. Een niet denkbeeldige, zeiknatte achterbank nam zij doodleuk voor lief. 


Mijn cadeau voor John was twee T-shirtjes. Met plat Rotterdamse praat d’r op: 'Ik sjouwt me de tering' en 'Ik schrikt me de pleuris'. John kraaide van plezier. 


John was weliswaar jarig maar ook ik werd ongewild een beetje het middelpunt. Familieleden hadden mijn column gelezen over m’n klapvoet. Zij wilden het naadje van de kous weten. Naast enige bezorgdheid, werd er de draak gestoken met mijn euvel. Grote hilariteit over flauwiteiten als mijn applaudisserende, soms ook exploderende voet. Zelf vond ik m’n eigen ‘klapkut’ wel lollig. Enkelen, vrouwen vooral, reageerden met: "Ohhhh." 


Ik had er geen trek in om de hele avond over m’n klapvoet te praten. Onttrok me aan m’n familie. Beetje rondbabbelen en zo nu en dan een dansje. Zonder dat ik het wist had ik korte tijd een echt aangenaam gesprekje, met een ex van John. Deze vrouw met wie hij ongeveer drie jaar terug, vrij kort, een latrelatie had, had hij nooit aan mij voorgesteld. Ik wist alleen dat hij met ‘Nanda’ was. Toen wij even lekker relaxed aan het swingen waren, vroeg ik haar hoe ze heette. "Nanda," zei ze. Pas toen ging er een lichtje branden. 


Kort voor we naar Rotterdam reden… héél spannend… vraag ik aan Nanda, ik vind haar leuk, ik wil haar beter leren kennen:

"Zullen we telefoonnummers uitwisselen, Nanda?"

Zonder dralen zegt zij:

"Ja."

Ik kon wel een gat in de lucht springen. 


Ik stond bijtijds met beide benen op de grond en in de buurt van mijn mobieltje, toen Nanda me vanmiddag belde.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 12 september 2026

WIE KOMT ER NAAST ME TE ZITTEN?

Volgende week staan er twee comedy-avonden gepland in het Oude Luxor Theater. Op 18 en 19 september a.s. Er staat wel ‘nights’ in de programmering, maar het zijn gewoon twee avondvoorstellingen van 20.00 uur tot circa 22.30 uur. Luxor programmeert deze avonden in nauwe samenwerking met Comedy Club Haug. 

Ik kocht voor vrienden, familie en mezelf zes kaartjes voor de achttiende. Voor de negentiende kocht ik louter twee tickets: één voor mezelf en één voor... tja, dat wist ik bij de aankoop simpelweg nog niet. Nu wel. 

In eerste instantie had ik een ultra-jong vriendinnetje in gedachten. Ik heb eerder over haar geschreven. Mijn trouwe lezers weten inmiddels al waarom deze opa op 19 september niet op de duo-seat in het Oude Luxor naast zijn 25-jarige vriendinnetje Chelsea zal zitten. 

Een andere serieuze kandidaat was sportvriend Henk. Henk is een man die volop cultuur inhaleert en produceert, maar van podiumkunsten is hij minder gecharmeerd. Van stand-up comedy al helemaal niet; Toon Hermans is meer his cup of tea. Bovendien is hij behoorlijk hardhorend. Veel van de verbale stortvloed op het podium zou hem alleen maar overspoelen. 

Toen kwamen er nog twee vrouwen voor dat ene kaartje in aanmerking: Annemarie (78) en Linda (56). Beide dames ken ik van Klup. Mijn trouwe lezers weten wat Klup is — Google het desnoods als u het wilt weten. In Klup-verband gingen Annemarie en ik af en toe met nog meer kluppers naar de schouwburg. Voor dat ene ticket op de duo-seat viel Annemarie uiteindelijk af, omdat zij het plekje van mijn zoon Ralf kan innemen in de groep van zes. Hij heeft die avond een optreden met zijn band. Annemarie toonde zich heel verheugd met dit buitenkansje. 

Nu alleen nog dat lege plekje naast mij op de zaterdag. Daarvoor heb ik Linda op het oog. Een leuke, opgewekte dame met wie ik tweemaal eerder comedy zag via Klup in het Isala Theater. 

LInda stuurde me midden in de zomer een Klup-berichtje met de vraag hoe het met me was en of ik nog iets ging organiseren. Ze miste mijn activiteiten op de Klup-site. Ik zat op dat moment in Zuid-Frankrijk, in Avignon. Linda’s belangstelling waardeerde ik zeer. "We zien elkaar binnenkort wel weer," zei ze. En jawel: 19 september zit Linda in het Oude Luxor naast me. Ik geef haar dat ticket cadeau. Daar is ze blij mee. Ze komt. 

Linda is slimmer dan ik. Maakt niet uit. Neehee, maakt wél uit. Is juist leuk. Met mijn eveneens slimmere ex, Winny, heb ik na enkele jaren van aftasten destijds vele jaren een hartstikke toffe relatie gehad. 

Het duurt even, maar dan hebbie ook wat.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 11 september 2026

EEN PERIFERE KLAPVOET.

Mijn vriend Luis (60) and ik (76) hebben gezellig wat gedronken op een terrasje. Het is vier uur, einde van de middag. Time to go. Luis gaat eerst nog even plassen. Als ik opsta om te betalen, weigert mijn rechtervoet alle dienst. Hij blijft hangen en draait iets naar rechts. De punt van mijn schoen raakt bij mijn eerste stap de straattegel net iets eerder dan ik wil. Bijna verlies ik mijn evenwicht. Verder lopen durf ik niet. Ik ga op een terrasstoeltje zitten en masseer mijn voet en onderbeen, die 'deadish' aanvoelen. Met hoofdpijn en wat druk op mijn borst wacht ik tot Luis terugkomt van het toilet. Hij schrikt van wat er met me is. 

Vanaf dat moment is Luis tot aan mijn huis niet van mijn zijde geweken. Hij geeft me een arm om op te steunen en we gaan richting mijn woning. Halverwege ons terrasje en mijn huis zit mijn huisarts. Godzijdank kan ik daar nog terecht. 

De dokter onderzoekt me. Ze sluit met allerlei testjes een beroerte uit. Het euvel komt volgens haar door langdurig zitten met de bovenbenen over elkaar. Ze laat me op haar laptop een plaatje zien hoe onderbeen en voet dan te weinig doorbloed raken. Het resultaat is een perifere klapvoet. "Nooit meer zo lang met de bovenbenen over elkaar zitten," waarschuwt ze. "Gelijk naar de huisartsenpost komen als dit nog eens gebeurt." 

Luis blijft mijn trouwe 'hulphond'. Ik weet dat hij zelf de grootst mogelijke moeite heeft met lopen; zijn benen houden veel te veel vocht vast. Eigenlijk zou hij dit niet moeten doen. Maar ik houd mijn mond. Ik ben nu veel te blij met wat hij voor me doet. Hij is echt een schat! 

Als een bejaard echtpaar wandelen Luis en ik naar het appartementencomplex waar ik woon. Bij aankomst vraag ik Luis of hij nog even wil rusten, misschien wat drinken bij mij thuis. Dat vindt hij niet nodig.

"Thanks, Luis. Bel je nog, gast!"

We geven een box en gaan ieder ons weegs. 

Jammer van de Klimaatmars morgen in Amsterdam. Die ga ik echt niet doen. Als ik me morgen goed voel, ga ik wel naar mijn broer John in Hilversum. Hij viert zijn 60e verjaardag. Mijn schoonzus Nel geeft me een gooi richting de Gooise matras. 

Ik zal Nel op haar hart drukken om, met het oog op mijn toestand, klapvoets te rijden.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 10 september 2026

NIET NAAR DE PIJPEN DANSEN.

Een goede danser ben ik nooit geweest. Mijn moeder stimuleerde mij, toen ik tiener was, om op dansles te gaan. Daar was thuis nauwelijks geld voor. Zij deed dit destijds af met de bezwerende woorden: 'Komt het niet uit de lengte, dan komt het wel uit de breedte'. Zij vond het simpelweg bij de opvoeding horen. Dansles. Ik niet. Ik houd niet van verplichte pasjes, bah! 

Toen ik een jaar of dertig was, ging ik op Afrikaanse dans. Dat leek me leuk, vrij en los. Maar het bleek al snel volop te draaien om vaste pasjes. Ik moet op die cursus, als onhandige struikelaar, de lachlust hebben opgewekt van de dansleraar en de vrolijke muzikanten. 

Als tiener in de zestiger jaren van de vorige eeuw was ik op feestjes en dansavonden op school juist heel gelukkig met mijn wilde, vrije dans. Op de klanken van Pink Floyd en The Soft Machine kon ik lekker 'uit mijn dak gaan'. Ook door rockgroepen als The Rolling Stones en The Animals liet ik me qua dans af en toe flink gek maken. Dat was ònze moderne dans: die wilde, vrije, losse bewegingen op (symfonische) rockmuziek. 

Moderne dans als podiumkunst kwam pas later, aan het eind van de vorige eeuw, echt tot ontwikkeling. In mijn woonplaats Rotterdam is Conny Janssen nu bijna 35 jaar hét boegbeeld van de moderne dans. Hier zie en volg ik het werk van haar en haar dansers graag. Kort geleden hield zij een open dag. Daar hoorde ik dat er een gigantisch Danshuis gaat komen in Rotterdam. Het grootste van Europa. Een plek voor alle mogelijke dansen, voor iedereen: profs en amateurs, van jong tot oud. Er komen veertien dansstudio’s, een gym, een open podium en op het dak een grote feestzaal met een prachtig uitzicht over de Maas. Allemaal ondergebracht in het voormalige HAL-pakhuis, de oude Provimi-fabriek van bijna 10.000 vierkante meter op Katendrecht, direct naast het migratiemuseum Fenix. Het is een prestigieus project van de Rotterdamse filantropische Stichting Droom en Daad. 

Vanmiddag was ik op die plek. Rotterdammers en mensen uit de danswereld waren uitgenodigd om het gedeeltelijk onttakelde fabriekspand te bekijken, de plannen te bespreken en een drankje te drinken. De unieke locatie konden we alvast inwijden met een dansje op de brede kade, tussen de Maas en het toekomstige Danshuis. Er wordt daar echt iets fabelachtigs gerealiseerd. In 2030 is het pas helemaal klaar. Het Danshuis; de plek waar ik gelukkig naar niemands pijpen hoef te dansen.

Google:    Danshuis Rotterdam   (boordevol info)

Kan ook:  Danshuis.nl


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 9 september 2026

HIER LOOP IK OP LEEG.

Een hinderlijk futiliteitje de laatste weken in mijn keuken. Het gaat om dat dingetje in de wasbak. Tenminste, heet dat wel een wasbak in de keuken? Nou ja, op de een of andere manier past dat dingetje niet goed meer in het afvoerputje. Het komt nogal eens voor dat ik de bak vol laat lopen met warm water, er wat afwasmiddel in spuit en een flink deel van de aangekoekte vaat onderdompel om te laten weken. 

Terwijl ik in de weer ben met het wassen van mijn glazen, kopjes, potten en pannen, zie ik dat binnen nog geen vijf minuten enkele grote stukken — een weckpot en twee kleurrijke koffiebekers — alweer gedeeltelijk boven de waterspiegel uitkomen. Ik moet flink de vaart erin zetten om deze klus te klaren voordat ik de bodem van de bak in zicht krijg. 

Dat dingetje in het afvoerputje past dus duidelijk niet meer. Als ik logisch nadenk, is het dingetje gewoon gekrompen. Te klein geworden voor het putje. 

Ik ben huurder van het appartement waarin ik deze afwas sta te doen. Met de verhuurder ben ik overeengekomen dat ik ook kleine gebreken aan mijn woning door hem kan laten verhelpen. Daar betaal ik ook immers maandelijks voor. Ook in de sociale huursector is niets voor niets. 

Ik meld mijn ongemak telefonisch aan een, zo te horen, leuke en gezellige jonge medewerkster van Woonstad, de woningbouwcorporatie die eigenaar is van mijn complex. De medewerkster moet vreselijk lachen om de manier waarop ik de keukenaccessoires benoem. Mijn afvoerputje is officieel een ‘afvoerplug’. Mijn wasbak heet een ‘spoelbak’. En mijn dingetje? Dat is een ‘gootsteenstop’. 

Voordat ze de melding kan invoeren, moet ze werkelijk alles van me weten. Mijn adres, da’s logisch, tot aan mijn exacte geboortedatum toe. Een tikkeltje overdreven vind ik dat. Ik hoefde nog net niet mijn maat schoen op te geven. 

Nadat de medewerkster hartelijk is uitgelachen om mijn vocabulaire, kan ik mijn lachen om haar ook nauwelijks inhouden. Ze deelt me doodleuk mede dat ze volgende week dinsdag de aannemer naar me toe stuurt. 

De aannemer. Voor een lekkend gootsteenstopje. 

Op zoiets kan ik nou helemaal leeglopen.

  Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com