donderdag 19 februari 2026

VRIENDEN.

Jarenlang heb ik geen vrienden gehad. Mijn laatste en beste vriend Peter van Tol, stierf toen hij 24 was. Ik was toen 23. We kenden elkaar tien jaar, van de middelbare school. Zeven jaren daarvan waren we de beste vrienden. De laatste drie jaar van onze vriendschap kregen we allebei verkering en ... dat was eigenlijk veel belangrijker: Peter bleef met zijn vriendin in Utrecht wonen. Ik verhuisde naar Rotterdam en trouwde daar snel met mijn vriendin Winny. De vriendschap met Peter verwaterde. 

Tot mijn grote ontsteltenis hoorde ik pas na twee jaar dat Peter dood was. Tot op de dag van vandaag weet ik nog niet waaraan.

Sinds de dood van  Peter is Winny niet alleen mijn vrouw geweest maar ook mijn enige vriend. Zelf heb ik in de periode dat ik met Winny was (45 jaar) en in de jaren ná onze echtscheiding niet echt vrienden gehad. In totaal bijna vijftig jaar heb ik geen vriend gehad. Pas op! Dat maakt mij nog geen zielenpiet, oh nee! 

Tijdens ons huwelijk had ik zelf geen vrienden. De vrienden en vriendinnen van Winny waren ook mijn vrienden en vriendinnen. Pas gedurende de vijf jaar na onze scheiding begon ik zelf wat contacten te leggen. 

De meeste van mijn huidige vriendschappen zijn voortgekomen uit mijn werk als taalcoach. Met tientallen mensen heb ik 'geconverseerd'. Vier van hen zijn vrienden van me geworden: Luis de Portugees, Juan de Costaricaan, Ayoub de Irakees en Georgis de Syriër. 

Taalcoach ben ik al weer enig tijd niet meer. Wel heb ik nog regelmatig contact met die vier taalcursisten, mijn vrienden inmiddels. We gaan naar bios, theater, kroeg of we drinken koffie bij mij thuis. Ik heb bijvoorbeeld, op vakantie in Luis geboortestad Porto, met zijn familie langs de Douro .... zitten eten en Port zitten lurken.. 

Vorige week deed Georgis een bakkie bij mij. Hij had een idee. Het zou toch leuk zijn, dacht hij, om regelmatig met het hele clubje van vijf (inclusief die kaaskop Jos) voor de gezelligheid bij elkaar te komen.

Ik betwijfelde of de mannen het zouden zien zitten maar dat gevoel sloeg nergens op. Ze waren stuk voor stuk door het dolle heen. Volgende maand start ik met mijn vriendenclubje.



Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

woensdag 18 februari 2026

DORST.

Meestal drie keer per nacht word ik wakker ... om te plassen lijkt het. Zo voelt het tenminste. Maar d'r is nog wat anders, want al die keren dat ik waker word, sterf ik óók van de dorst. Niet te weinig. Ik heb een heel stijve tong (jaaa, tong), en in mijn mondholte is nauwelijks beweging te krijgen. 

'Je hebt net als ik diabetes-2,' zei Henk, een vriendelijke buurman, toen ik het er met hem over had. Dat zou best es kunnen maar ik wil nu wel es weten: wat haalt me uit mijn slaap. De nattigheid of de droogte.

Het zal de dorst zijn, want uit ervaringen van de laatste jaren weet ik dat mijn blaas te zwak is om me wekken en zeker 's nachts. De blaas loopt gewoon lekker leeg terwijl ik lekker in dromenland rondwaar en bezorgt me zo een flinke natte droom. Nee, die uitgedroogde mondholte wekt me om te voorkomen, dat ik mijn plas laat lopen. 

Ik drink graag, Ik drink veel. Zeker wel twee liter per dag. Niet zo snugger want wat ik al zo vaak heb horen zeggen: 'wat er in gaat moet er ook weer  uit'. Ik zal veel tactischer moeten gaan drinken.

Als ik voordat ik naar de bios gaat uitgebreid ga zitten drinken, moet ik gegarandeerd een kwartier voor het einde van de film naar de toilet. Ik heb daardoor al een paar keer de ontknoping gemist. Tegenwoordig drink tot 2 uur voor het begin van de film wat thee, koffie, Spa Rood. Zo valk voor de film start maak spoel ik mijn mond nog even met een klein slokje water ui de wasbak op het toilet..

Ik drink zeker twee liter per dag. Vooral Spa Rood. Ook wel wat thee, koffie, wijn, bier maar niet zo veel. Overdag drink ik niet omdat ik dorst heb. Geen droge mond. Ik drink omdat ik het lekker vind om te drinken. Het kan ook zijn mijn lichaam me inseint dat ik wat moet drinken. Daarvan ben ik me alleen niet bewust. 

Met 'dorst' kan ik het nog knap lastig krijgen. Ik las een interview met een man, die zich verdiept in 'sterven door stoppen met eten en drinken'. Dat lijkt me interessant voor over een jaar of twintig. Die geïnterviewde wist te vertellen dat het vooral ingewikkeld wordt om letterlijk te sterven van te dorst. Als je ècht wil stoppen met leven, aldus de geïnterviewde man, dan ben je sterk genoeg om door te hongeren en dorsten. Ik denk dat ik daar ook geen probleem mee zou hebben t.z.t.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

dinsdag 17 februari 2026

NAAR HELMOND?

Hoe ik bijna in Helmond belandde?

Ik ben wel  'in' voor cabaret. Zowel voor het traditionele, gewone, pure cabaret, voor one-man-shows  (Toon Hermans, Theo Maassen, Brigit Kaandorp, Hans Teeuwen, Ruud Smulders) maar ook voor optredens van duo's als Snip en Snap, Plien en Bianca, Waardenburg en de Jong en voor grotere clubs als Donquishocking, Lurelei en het cabaret Ivo de Wijs. Die vermaakten het publiek met een conference, een dialoog, een lied of samenzang.

Ze brengen avondvullende shows (max. twee uur) met persoonlijk en maatschappelijk verhalen. Ze bekritiseren en bespotten  gedragingen, verschijnselen, instituties. De ene cabaretier is wat linkser (geëngageerder) dan de andere maar een echt aanwijsbaar rechtse cabaretier weet ik echt niet of het moet Hans Teeuwen zijn. De laatste tijd tenminste.

Ook cabaretiers van een ander kaliber: de stand-up comedians zie ik graag. Misschien nog wel liever dan de hiervoor genoemde, toch meer beschaafde cabaretmannen en -vrouwen. 

Bekende stand-up comedians zijn Daniël Arends, Alina Sharipova, Yunu Aktas, Lisa Oosterman, Sezgun Gulec.

Het grappige aan stand-up comedy vind ik de schaamteloze interactie tussen de zaal en de artiest. Met name vanuit de artiest, die er van uit gaat dat zijn zaal vol zit met publiek, dat graag gekwetst, beschimpt en belachelijk gemaakt wordt. 

Graag ga ik bij een comedyshow op rij een zitten. Daar wordt je hard aangepakt door de artiest. Dat windt me op. Ik ben blijkbaar een masochist. 

Hoe kom ik nu in Helmond? 

Ik heb een paar weken geleden een ticket gekocht voor een optreden van de nieuwe ster aan het Cabaret-firmament: Ruud Smulders. Ik las een lovende recensie in de krant over een show van Ruud. Meteen ging ik op zoek naar zijn speellist. Hij zou in Maasluis optreden, heel dicht bij Rotterdam, met de metro makkelijk te bereiken. Ik kocht het ticket voor de show. 

Een kennis die haar eigen kaartje ging kopen zou samen met mij naar die show gaan. Toen ik haar gisteravond belde om verder af te spreken, bleek dat de datum van die voorstelling op hààr kaartje vandaag was in Theater Koningshof in Maassluis en op mijn kaartje overmorgen. 

Ik had mijn ticket niet gecontroleerd. Mijn kaartje was een geldig toegangsbewijs voor  de voorstelling in theater Speelhuis  Helmond.

Tot mijn grote opluchting had Maassluis nog kaartjes over en was Helmond zo goed om mijn geld te retourneren. 

Eind goed al goed. Want: waar ergens ligt Helmond eigenlijk? Hoe had ik daar moeten komen?


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

maandag 16 februari 2026

FIETS.

Een leven zonder fiets. Onvoorstelbaar voor mij. Vandaag moet ik in het centrum zijn. Dat is 10 kilometer. Gemiddeld doe ik daar drie kwartier over. Dit soort ritjes doe ik het altijd rustig aan. 

Het is deze dag alleen geen fietsweer. De hele dag regen, voorspelt de buienradar. Dan gaat fietsen het toch niet worden. Ik heb er dan flink de pest in maar ik heb geen zin om me zeiknat te laten regenen. Zeker niet op de heenweg. Op de terugweg is het wat anders. Dan word ik over vallen door de regen. Ik zou de fiets dan wel kunnen laten staan en met het openbaar vervoer terug reizen. Dat doe ik nooit. Ik fiets dàn door weer en wind terug. Kom als een verzopen kat thuis en verwissel in no-time mijn koude doorweekte kleren voor droge.

Toen ik nog jong was fietste ik wel door regenbuien. In een  regenpak. Die pakken hielden de nattigheid van buiten als van binnen tegen met als resultaat dat ik nog steeds doorweekt raakte. Ik ben snel met die regenkleding gestopt.

Terug naar vandaag: ik zit nu met de pest in mijn lijf in de metro. Mijn gedachten gaan onwillekeurig naar mijn fietsje, dat nu eenzaam en werkeloos in mijn berging staat. Het is een fijn fietsje. Een Gazelle. Een goed merk. Dat klopt, want hij heeft me nog nooit in de steek gelaten. Hoewel ...  toch wel een klein beetje. Twee keer reed ik lek. De eerste keer was het de voorband; de tweede keer de achterband. Meer banden heeft mijn fietsje niet, dus daar bleef het tot nu toe, gelukkig bij. Op zich kan ik m'n fietsje dat natuurlijk niet kwalijk nemen. En eerlijk gezegd, denk ik, dat het mijn eigen schuld was. Ik vermoed, dat ik te hard door een kuil in het wegdek gereden ben. Allebei de keren. Want ik vond bij het plakken van de banden geen glassplinter of een spijker. 

Vooral aan het plakken van de voorband had ik nogal wat werk. Het gaatje zat vlak naast het ventiel. Nou, de lezers die weten hoe je een band plakt, weten ook hoe moeilijk het is, om daar, op die plek, met een plakkertje, dat gaatje te dichten. Dat is toen dan ook twee keer fout gegaan. Twee keer dacht ik: 'he, hè, die band is geplakt'. Maar toen ik de volgende dag, met lekker weer, wilde gaan fietsen, was die voorband toch weer plat. Driemaal scheepsrecht, dacht ik terecht, want de derde keer was het lek boven. 

Godzijdank ging die achterband in een keer goed. Daar was ik wel blij om.

Voor de rest heb ik alleen maar veel plezier van mijn fiets, bedenk ik me in die muffe, overvolle metro. 

Alleen vandaag even niet. 


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com   

zondag 15 februari 2026

SNEEUW.

En ineens is de sneeuw weer terug. De kou was 'eersie'. Vrijdag en zaterdag was het al behoorlijk onder nul. Toen was de sneeuw zich al aan het klaarmaken. Zelf geloof ik er niet meer in dat er nog sneeuw zal vallen dit jaar. 

Wat begint de zondag toch heerlijk! Straf koud, dat wel. Maar bij een knalblauwe hemel en ...  tot één uur: volop zon. Tenminste bij mij in de straat. Natuurlijk, ik had de weerberichten wel gelezen en vernomen dat Schiphol vluchten geannuleerd had uit angst voor sneeuw, gladdigheid noemen ze dat bij het KNMI. Maar ik geloof er vandaag geen moer van. Voor mij is en blijft het in onze regio alarmcode nul. 

Zo rond een uur of een kleed ik me warm aan, doe mijn dikste wanten aan, pak mijn fiets uit de berging en doe een rondje gezond- door-Rotterdam: het Kralingse Bos, (met volop fucking hardlopers op het fietspad) en vervolgens langs ons prachtige riviertje de Rotte. Dan is het voor mij nog een klein stukkie door de bebouwde kom naar huis, in Prinsenland. En, ja, in dat laatste stuk gebeurt het, hè. 

Het begint toch nog te sneeuwen. Miniscule vlokken. Eigenlijk kan je dat nauwelijks vlokken noemen. Deze sneeuw is amper zichtbaar. Je voelt het alleen heel lichtjes op je gezicht ... héél af en toe. Maar ... het KNMI heeft wel een punt. Het is eind van de middag en er is een beginnetje van sneeuw. Dat blijft zo tot ik mijn fiets in de berging terug zet. Het is dan al weer vier uur. 

Ik loop mijn buurman Cor tegen het lijf. 'Gaat het toch nog sneeuwen vandaag buurman'. Hij mompelt, dat dit geen sneeuwen is maar hagelen. Hij is wel meer in de war. Meestal heeft hij het dan over God. Ik laat het maar zo. 

Dwarrelsneeuw is het die nu valt, sneeuw van minieme grootte, zwevende keukensuikerkorreltjes, daar lijkt het op. Nauwelijks zichtbaar nauwelijks voelbaar.

Thuis wacht me nog een saai maar noodzakelijk klusje: geheugen vrijmaken op mijn mobiel. Ik heb al veel foto's van m'n mobiel afgegooid. Tijdens dit werkje val ik in slaap en word om vijf uur pas wakker. Inmiddels ligt er dan een aardig pak sneeuw, een centimeter of drie, denk ik. 

't Is net als een week of drie geleden. Vanuit mijn woning zie ik een groot maagdelijk met sneeuw bedekt schoolplein. Wat hadden die kinderen drie weken terug een lol. Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gevechten, elkaar inkochelen. Het was de eerste keer in vijf jaar dat er een pak sneeuw lag. Wat zullen de kinderen morgenochtend weer genieten ... en ik ook. Ik geniet er ook van. Met volle teugen. 

Het KNMI weet helaas nu al mijn ijspret te bederven. Dooi en regen zijn voorspeld. Vannacht al. Geen ijspret morgen op de laatste dag  van de crocusvakantie, maar kutweer.



Mijn stukjes zijn te lezen op mijn blog:

stukkiejee.blogspot.com


      

zaterdag 14 februari 2026

SPONTAAN.

 Gisteren schreef ik alvast wat over Valentijnsdag. Ik was er in dat stukje nogal terughoudend over, om vrouwen, voor wie ik wel degelijk wat voel, op Valentijnsdag te  verrassen. Bang om zelf afgewezen te worden; bang om de vrouw af te schrikken, waardoor eerder verwijdering dan toenadering ontstaat.

't Wordt vast een leuke dag. Ik ben uitgenodigd op een Valentijn-voorleesmiddag van de Schrijfclub Rotterdam. Een ieder die dat wil mag wat komen voorlezen. In 't Veerhuis van de Stichting Droom en Daad in Delfshaven. 

Ik heb samen met een vriendin twee stukjes uitgekozen. Het stukje dat ik gisteren schreef: Valentijnsdag 2026. En een stukje dat ik vorig jaar, 29 december, schreef: 'Sprekend Sonja'.

In het eerste stukje voer ik Elsie op. Elsie is een vrouw op wie ik (een beetje) verliefd ben. Zij is degene, die ik geen kadootje durf te geven vandaag. Maar ... inmiddels heb ik wel genoeg moed verzameld voor iets anders: ik bied haar aan om bij mooi weer een uurtje samen te gaan wandelen. Daar kan ik toch geen buil aan vallen denk ik. 

Yes!! Binnen vijf minuten heb ik antwoord: 'Gezellig!' Ik weet even niet zeker meer of er uitroeptekens achter dat 'gezellig' staan.

Ik smeed het ijzer als het heet is. Nu dus!

'Ik kan morgen- en maandagmiddag om één uur,' app ik meteen achter haar 'gezellig' aan. 'Wanneer kan jij, Elsie?'

Ze antwoordt resoluut: 'In het weekend kan ik in principe  nooit. En-maan-, woens-en vrijdag moet ik werken. Dus blijven alleen de dinsdagen en donderdagen over'. 

'Jammer Elsie,' app ik, 'dinsdagmiddag kan ik niet, heb ik ik vrijwilligerswerk'.  

Dan laat ze me weten dat ze in principe geen afspraken meer maakt, ze doet alleen nog dingen op basis van spontaniteit. 

Als ik het goed begrijp kan ik die gezellige wandelingen wel uit mijn hoofd zetten.

Alleen een toevalstreffer kan Elsie en mij samen brengen: op een mooie, droge donderdagmiddag waarop wij simultaan en spontaan de wandelkriebels krijgen.

Ik moet eerlijk zijn naar mezelf: op mijn vraag om samen eens te gaan  wandelen, antwoordt Elsie domweg: 'Neen, dankjewel Jos.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 




vrijdag 13 februari 2026

VALENTIJNSDAG 2026

In de kroeg, waar ik eens in de veertien dagen op vrijdagmiddag veel te veel bier zit te hijsen met mijn (Portugese) vriend Luis, worden vrolijke, uitsluitend vuurrode versierselen voor de grote ramen opgehangen ter gelegenheid van Valentijnsdag. Morgen gebeurt het. Over de hele lengte van het plafond van het  café bungelen rode harten in alle formaten. 

We praten over die vreselijke ramp: de wateroverlast momenteel in Portugal is. Ingestorte viaducten, ondergelopen huizen. Het gevolg van onbedaarlijke regenbuien. Drie weken lang regent het daar al en het blijft maar hozen. 

Terwijl we het hierover hebben dwaalt Luis aandacht af naar de vrouw die de versierselen aan het ophangen is. Nee, toch niet, eigenlijk is het niet de dame, die zijn aandacht trekt maar is het dat wat ze ophangt wat zijn aandacht trekt. Meer dan de Portugese wateroverlast. 

'Zit jij hier morgen ook met je vriendin?' vraagt Luis plotseling. Dat is natuurlijk wel even wat anders dan de watersnood. In eerste instantie antwoord ik, dat ik helemaal geen vriendin heb maar dat moet ik al snel corrigeren: 

'Natuurlijk heb ik een vriendin, Luis, dat weet je. Alleen is dat  geen vriendin waar ik een amoureuze relatie mee heb. Een voorwaarde voor het geven van een Valentijnskadootje, -kaartje, -bloemetje, -snoepje is voor mij, dat ik, in welke mate dan ook, verliefd ben op die vriendin. Van dat soort vriendinnen heb ik er twee.'

Luis trekt een moeilijk hoofd en zegt: 

'Ik doe niet meer aan Valentijnsdag. Ten eerste: gééf je een vrouw iets leuks ...  dan is het nooit, nooit, nooit genoeg. En ten tweede: wáárom moeten die Valentijnkadootjes altijd van de man komen. Kan zoiets leuks niet van beide kanten komen?. Het ene jaar van de kant van de man; het andere jaar van de vrouw bijvoorbeeld. Homoseksuele mensen weten hier vast wel en creatieve oplossing voor te bedenken, dunkt mij'.

Op allebei die vrouwen, waar ik het net over had, ben ik verliefd. Alleen die ene, Sonja, is boos op mij. Zij kan mijn bloed wel drinken. Ik hoop haar door het sturen van een Valentijnsbloemetje wat gunstiger te stemmen. Ik ben bang dat ik daarmee alleen maar olie op het vuur gooi. Misschien geef ze me wel bij de politie aan. Dat doet ze rustig.  

Die andere vrouw, Elsie, is leuk. Zij vindt mij ook leuk. Weet ik wel zeker. Maaaar ik heb het gevoel, dat ze mij toch het liefst op afstand wil houden. Dat ze zich van een Valentijnskaartje van mij rotschrikt, waardoor ik me dan onbedoeld van haar verwijderd heb. 

Dan zit ik alleen nog maar met die niet-amoureuze vriendin.

En met Luis natuurlijk, een ware, niet-amoureuze vriend. Met Valentijnsdag heeft het niks te maken: vandaag neemt hij voor mij echte Portugese sardines mee en tremocos een portugese lekkernij. Heerlijk bij een biertje. Zo gul! Hij is echt een schat.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com