Pageviews van de afgelopen week

zondag 5 april 2026

VOETBAL TOT NU

Vanaf  mijn achtste  ben ik een voetbalfan. Tot 2026 …

Ik ben geboren in de Rotterdamse wijk Spangen. Mijn voetbalavonturen begonnen bij Nederlands oudste club Sparta. Ik was 9 toen 'ze’ in 1959 kampioen van Nederland werden. Tinus Bosselaar was Sparta’s belangrijkste man. Een uitstekende linksbuiten, die ook nog een jaartje voor Feijenoord voetbalde. Ik raakte echt verknocht aan het spelletje en ging in 1971 met mijn toenmalige verloofde liftend naar Milaan om Feijenoord daar de Europacup te zien winnen door een overwinning op het Schotse Celtic..

De jaren van de wereldster Cruijff waren aangebroken. Ajax won in de zeventiger jaren drie keer de Europa Cup hetgeen zonder Cruijff nooit gelukt was. Het Nederlands elftal werd ook overladen met complimenten.  Cruijff was weergaloos maar zonder Neeskens en zeer zeker zonder van Hanegem was Nederland 1974 nooit in de finale van het WK gekomen. Zonder Cruijff kwam Oranje toch nog in de WK-finale van 1978  Het Nederlands elftal werd ook nu weer tweede met saai spel..

In de jaren na 1978  raakt het voetbal bij mij meer op de achtergrond. Het gezin vroeg meer aandacht. Mijn oudste zoon ging bij Sparta voetballen en werd een verdienstelijk amateur (verdediger). 

In de jaren dat mijn zoon bij Sparta speelde  werd  Louis van Gaal steeds belangijker in het Nederlandse voetbal, met wisselend succes. 

Internationaal het grootste succes van het Nederlands elftal was het winnen van het EK88 met van Basten, Rijkaard en Gullit.

Sinds een paar maanden doet zich het merkwaardige verschijnsel voor, dat zowel het Nederlands elftal als het  televisieprogramma 'Studio Voetbal' me steeds minder zijn gaan interesseren. Naar de laatste twee (oefen)wedstrijden van Oranje heb ik bijvoorbeeld helemaal niet gekeken. De weerzin om naar Oranje te kijken begon toen de randdebiel Wout Weghorst geselecteerd werd als spits en de gedrogeerde semi-crimineel Wouter (what’s in a name) Goes van AZ als verdediger werd opgeroepen. Voor dergelijke spelers ben ik allergisch. Pijn aan mijn ogen.

Ook ‘Studio Voetbal’ dat al bijna 70 jaar mijn favoriete televisieprogramma is, kan me niet meer bekoren.

Het niveau van de verslaggeving is beneden alle peil. .Commentatoren van de samenvattingen vertellen exact wat ik zelf  ook kan zien op mijn televisiescherm. Ik wil graag van ze horen, wat ik niet op mijn tv zie. Die verslaggevers zijn bovendien zo schreeuwerig als hijgerige ijspretverslaggevers tijdens de Olympische IJspretkampioenschappen. 

Onuitstaanbaar in dat voormalige ‘bord op schoot’-programma’ is ook Leonne Stettler, de vrouw, die het mannenvoetbal denkt te kunnen analyseren vanuit haar perspectief als ex-vrouwenvoetbalinternational.  Wekelijks toont ze aan dat ze niets van mannenvoetbal begrijpt. Als zij gaat analyseren druk ik tegenwoordig gelijk op de ‘mute’-knop.

Vanmiddag is PSV kampioen van Nederland geworden ... ook dat nog!

zaterdag 4 april 2026

TWEE VRIENDINNEN.

In de trein van Bergen op Zoom naar Rotterdam op zaterdag 4 april zitten twee hoog bejaarde dametjes bij te komen van een aangenaam dagje uit.

Truus:          Ik was nog nooit in Vlissingen geweest . Heerlijk. Wel een beetje koud, maar toch. Die boulevard. Ik denk dat dit de mooiste boulevard is die ik ooit heb gezien. Jij vond er niet zo veel aan ,hè, Mies?
Mies:           Jawèl, ik geeft je helemaal gelijk maar ik hebt toch het meest genoten van gewoon in de trein zitten van Schiedam naar Vlissingen. Een lekkere rustige trein met weinig gezeik om je heen.
Truus:          Die boulevard vond ik toch wel …
Mies:           Het werd verdomme wel tijd ook om eens ergens anders heen te gaan: we benne zeker al duizend keer in Delft geweest en twintig keer in Leiden. Vlissingen mag dan leuk zijn voor de afwisseling maar ik hoeft er echt niet meer zo nodig naar toe. Jij  dan wel Truus?
Truus:          Ik was toch wel helemaal weg van die boulevard daar. Weet je waar ik zo van genoten heb, Mies? Niet vandaag hoor.. eerder dit jaar. Van Hoek van Holland. Ik hou zo van de zee. Dat zouden we best nog een keertje kunnen doen. De metro komt er nou.
Mies:           Nou ik hoeft niet direct  met mijn poten in het water te staan, Truus, maar die Tweede Maasvlakte, daar bent ik toch zo nieuwsgierig naar. Ik las laatst dat je daar vanuit Hoek van Holland met een bootje ken komme. Ga je dan mee, Truus?
Truus:          Als ik tegen die tijd weer wat gespaard heb, ga ik wel mee, hoor. Lijkt me best leuk. Maar ik moet voorlopig  nog maandelijks 35 euro per maand bijbetalen voor de crematie van Leen, tot aan zijn dood. We waren 3000 euro onderverzekerd.
Mies:             Hoe lang betalie nu dan?
Truus:            Twintig maanden.
Mies:             Nou zeg, das nieso slim van jou Truus. Dan had je toch veel beter die drieduizend euro in één keer neer kennen leggen, dan wassie een stukkie  goeiekoper  uit geweest.
Truus:            Ja, Mies, maar dan moet je dat geld ook maar net hebben.

Er wordt omgeroepen dat er overgestapt kan worden op de trein naar Woerden

Mies:             Ooo, Woerden daar benne we toch ook al eens geweest, Truus?
Truus:            Even denken. Ja daar was toch dat leuke poppenmuseum, ja, enig.

Truus:            hé, zie je dat, Mies, dat meisje gaat de wc in.
Mies               Zal wel motten pissen.', denkie niet, dat mot jij toch ook wel es, Truus?
Truus             Ja, gek is dat hè, meestal zie ik mannen naar binnen gaan in zo’n trein             toilet . nou ja, het zal wel aan mij liggen.
Mies:             Ga je met de Pasen nog wat  leuks doen?
Truus:            Mijn dochter gaat voor me koken.
Mies:             Zo, jij boft.
Truus:          Ze maakt vandaag babi pangang met rijst. Straks als we weer in Schiedam zijn kan ik een pannetje babi pangang bij haar op komen halen. Zelf heeft ze morgen een huis vol visite.
                     Geen probleem. Ik warm de babi pangang morgen op en geniet van een lekker paasmaaltje. Ja toch?!.
Mies:           Ja! Babi pangkan, zalig!
Ik  hebt toevallig nog een joekel van witlof over van gisteren. Die grote witlof eet ik lekker de eerste Paasdag, een aardappeltje erbij en ik hebt nog een speklappie. Doet ik er ook gewoon bij. De tweede Paasdag eet ik een bammetje met pindakaas, iets gewoons in ieder geval.
Truus:            Hé kijk nou, daar gaan drie jongens de wc in. Dat meisje zat er toch in?
Mies:             Welnee, die meid is allang en breed klaar, joh …. Zeker een half uur terug     hebt ik haar uit dat stinkhok zien kommen.

Hier, op station Rotterdam Blaak, verlaat ik de trein. De dametjes vervolgen,

hun reis naar Schiedam.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


. 

vrijdag 3 april 2026

RÉUNIE.

Vandaag krijg ik bezoek van mijn oud-leerlingen. Ik heb  ze een beetje Nederlands leren praten. Juan, Georgis, Luis en Ayoub.

Het was Georgis’ idee, deze réunie.  

Juan haalde zijn schouders op toen ik het hem het idee voorlegde. Zoiets van: ’Voor mij hoeft het niet zo nodig, maar laten we het een keertje aankijken,’ zag ik hem denken. Juan is eigenlijk een verhaal apart..Hij heeft meer dan tien jaar terug in Porto Rico een Rotterdamse  vrouw leren kennen en is met haar naar Nederland geëmigreerd.

Luis is een Portugees, die dacht beter af te zijn in Nederland  en  nam zo’n 20 jaar geleden de bus van Porto naarAmsterdam.

 Ayoub en  Georgis zijn erkende asielzoekers. Al meer dan 15 jaar in Nedeland.

Vandaag komen ze elkaar (weer) tegen. Ze kennen elkaar eigenlijk nauwelijks.  Bij het wisselen van de les-uurtjes zagen ze elkaar heel even.

Ik zorg voor de koffie en wat lekkers. Paaseitjes, paasstolletjes, pinda rotsjes heb ik voor ons gekocht. Stilletjes had ik er op gerekend dat Georgis wat zou meenemen. Dat doet hij altijd.  Hij kwam nu met een doos vol gebakjes aanzetten. Wat hij niet wist was dat ik inmiddels twee afzeggingen binnen had. Luis was wakker geworden met kies- en keelpijn en Ayoub moest opeens de APK-keuring van zijn auto regelen. Georgis, Juan en ik hadden zodoende heel wat lekkers weg te duwen. En vervolgens ook nog binnen te houden.

Juan en Georgis zijn niet de makkelijkste heren in de omgang. Hun en mijn denkbeelden lopen nogal uiteen. Georgis (hij is een Christen uit Syrië) is allergisch voor moslims en hun koran, omdat die alle niet-moslims dienen uit te roeien.

Juan beschouwt het socialisme (de sociaal democratie) als de grote onheilstijding in de westerse samenleving. De West-Europese wereld gaat volgens Juan aan mateloze migratietoename  ten onder. Hij gebruikt in dat kader de fascistische term ‘omvolken’ terwijl daar geen enkel aantoonbaar bewijs voor is. Alleen in de grote steden zijn veel migranten. Het overgrote merendeel van de migranten is bovendien arbeidsmigrant. Binnengehaald door het bedrijfsleven.

Twee van mijn leerlingen beschouwen mij aldus als een naïef, onnozel mannetje dat niet doorziet dat de westerse wereld aan migratie, moslims, koran en de onvermijdelijke omvolking naar de knoppen gaat.

Gelukkig komt op het laatst Ayoub, een moslim, toch nog even mee doen. Net als ik verklaart hij dat je de moslimgemeenschap van Syrië niet kan vergelijken met die in Europa.

Smaakt echt naar meer deze réunie.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 2 april 2026

KRINGLOOP.

Vrijwel nooit kom ik in  de Kringloop. Ik ken mensen  die er naar toe gaan als ze zich een beetje vervelen en binnen  die groep zijn er ook weer mensen die elke dag niets om handen hebben. Die noemen het bezoeken van dat soort winkels een hobby. Vanzelfsprekend zijn er  ook mensen die  het gewoon druk hebben en geden tijd hbben voor dat soort winkeltjes. Dat zijn dunkt mij  de ware fijnproevers. Ikzelf kom er zoals ik al zei: ‘nooit’. Alleen als ik ècht iets nodig heb, dan neus ik eerst bij wat winkels voor de prijs en ga dan naar de Kringloop om voor een prikkie te kopen wat ik wil.

 Vandaag had een vriendin me er op gewezen: ’Joh, ga eens naar de Kringloop. Ik had haar verteld dat ik koffiekopjes nodig. Ik kreeg  nooit veel visite dus ik heb op twee na al mijn kopjes weggeflikkerd Laat ik nu ineens vier mensen tegelijk op bezoek krijgen. Dan kom ik drie mokken tekort. Want als ik koffie presenteer doe ik dat  in mokken. In de Kringloop  volop mokken. Ik koop er vier. Vijftig  cent per mok.

 Dus dan kunnen mijn ex-taalleerlingen, want dat is mijn visite,  gezellig babbelen met elkaar onder de koffie. Georgis, een van hen,  vond het een leuk plan om  een stel van mijn ex-leerlingen op de koffie te vragen. Vrijdag komen ze. Het zijn  vier mannen. Ayoub, Juan, Georgis, Luis. Ik ben benieuwd hoe groot  de Babylonische spraakverwarring wordt. Ze komen van 12 tot 2. Lunchtijd. Ik presenteer echter geen lunch maar lekkere Hollandse snoep: pindarotsjes, ontbijtkoek, Paasstolletjes.

 Nu ik toch in de Kringloop ben: ik heb een  verhoginkje nodig voor op mijn schoot. Zowel eten als lezen gaan mij, gezeten in mijn luie stoel, ongemakkelijk af. Het boek ligt te veraf van mijn ogen net zoals het bord met eten te ver van mijn mond staat. Te diep moet ik steeds mijn hoofd buigen voor een hap of een zin.

 Ik ken heg noch steg  in die Kringloop. Ik verdwaal tussen de kleding, het speelgoed, de gezelschapsspelen, de serviezen, de lp’s , de cd’s, de boeken, de potten, de stripverhalen, de rollators; ik kijk mijn ogen uit. Maar een verhoginkje voor op mijn schoot …? 

Hè hè, ja, eindelijk, dit hier lijkt er op. Het is iets van IKEA.  Ik twijfel er aan of het zal passen, iets te breed misschien, maar toch koop ik het. Aan die 1,75 euro  kan ik me geen buil vallen. Thuis blijkt het prima te passen. Lekker lezen, lekker eten dus.

 Maar eerst vrijdag koffie.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 1 april 2026

MARATHON RT

 Zondag is de Rotterdamse marathon, hoor. In de stad ken je het al dage merreke. Allemaal van die clubjes buitenlanders die d’r eigen sportief legge te weze. Jonge vrouwtjes en ventjes, hartstikke opgewekt joh. Ik hoor van alles: Frans, Duits, Engels, Spaans. En zat van die Afrikaantjes natuurlijk. Ze lope d’r bij in sportpakke, met sporttasse, sportdrankjes en van die petjes. De hotels zulle wel stervensdruk weze.

Ik heb eigelek altijd mee wille doe an de marathon, maar ‘t is d’r nooit van gekome. We schrijve 1983. Ik bereid me eige voor bij PAC, de beste club van Rotterdam natuurlijk. We traine as gekke in ‘t Kralingse Bos. Veel intervalle. Bijna de helft van de marathon ken ik hale. Twintig kilometer, t-jonge. Dan begeeft m’n knie ‘t. ‘Begeeft’ is misschien een beet-tje overdreve… maar bij elke stap die ik zet, voel ik zo’n steek in die knie, m’n rechter. Klinkt misschien een beet-tje kleinzerig… maar kilometers lope met van die pijnlijke steekjes die maar blijve komme… ik geef ‘t je te doe, hoor. Ik moet dan helaas nokke met traine. Naar de fysio, en mo’s kijke: we zijn bijna veertig jaar verder en ik voel dat rottige steekje nog steeds.
Maar nú trek ik m’n eige d’r niks meer van an! Ik ga gewoon meedoe, nie op zondag maar op zaterdag. Want dan heb je de ‘ouwe knarre wandeleditie’ van de marathon. Twintig weke lang heb ik elke zaterdag, voor die negende april, m’n meters legge make. Weer of geen weer, gewoon gaan.
Mèt echte rugnummers, hè. Alhoewel, ‘t zijn eigelek borstnummers, want je moet ze op je voorkant prikke. Met veiligheidsspelde. Dat valt om de donder nog nie mee, joh. Ik prik m’n eige een paar keer lelijk in m’n pens (bloeie as een rund!).
Je krijgt een echte medaille as beloning as je ‘t hele stuk, van wel zestienhonderd meter, binne ‘t uur ken aflegge. Van Hotel Inntel bij de Erasmusbrug naar ‘t Stadhuis. Met de borst vooruit ken ik wel zegge dat ik, ondanks die pokkepijn, die medaille heb gepakt.
‘t Is de tweede grote sportprijs in m’n leve die ik heb binnegesleept. M’n eerste prijs pakte ik tweeënveertig jaar gelee. Toen liep ik de Vierdaagse uit, vijfendertig kilometer per dag. Toen had ik nog nergens last van, geen centje pijn. En eerlijk is eerlijk: zonder de steun van m’n zus had ik ‘t in Nijmege nie gered (maar dat effe terzijde).
Nog effe over die ‘ouwe knarre loop’: we zijn met honderde lopers en ‘t mooie is: we worde toegejuicht door duizende mense langs de Schiedamsedijk en de Coolsingel… dat doet een mens goed, hoor. Ik voel m’n eige een echte marathonheld. Dit had ik effe nodig om die pijn uit de jare tachtig achter me te kenne late.
Zondag staan die krasse knarre, weer of geen weer, langs de Boszoom om de echte helde an te moedige.

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 31 maart 2026

ZORGEN OM MIJ.

 Ik maak me een beetje zorgen om mij. Het lijkt haast wel of ik dement ben. In het beginstadium dan, hè. Dat ik het nog weet, dit nog allemaal zo op kan schrijven. Misschien stel ik me wel aan. Is het gewoon een bijverschijnsel van  pillen slikken, veel te veel hooi op mijn vork nemen en een  tijdelijke aanval van gejaagdheid.

 Maar hoho, wat ister dan toch

 Nog geen uur geleden was ik in de sportschool bij de physio. Half uitgekleed. Ik! Niet de physio!. Physio behandelt me prima. Ik ga daar weg en laat de helft van mijn spullen in die behandelkamer liggen: mijn sleutelbos (!) wat vreselijk stom, mijn vest en mijn petje. Ik vond het al zo fris op de weg terug naar  huis. Er ging echter geen lichtje bij me branden. Ik ben nu net even terug gegaan om die spullen op te halen. Ze lagen keurig bij de receptie van de gym. Bij diezelfde gezellige receptioniste die me drie weken geleden mijn toen bij die physio vergeten mobiel terug gaf. Ik geneerde me nog net niet dood.

 Wat zij niet weet is dat ik de laatste drie maanden zeker  vijf handdoeken, twee grote en drie kleinere op de gym heb laten slingeren. Ik dacht toen, och, ik heb toch voldoende handdoeken laat ze ze maar houden, daar. Ik heb er nu nog maar drie  over. Ik moet er echt een paar bij kopen. Die ik liet slingeren, waren trouwens toch al behoorlijk versleten. Een smoesje, dat weet ik.

 Tsja, er komt nog meer. Ik ben nog maar op de helft van dit ‘dementiestukje’.  Afgelopen zondag ben ik lekker bezig. Met mijn opfriscursus Frans. Het maken van een flinke portie chili con carne (voor vijf dagen). Het  uitzoeken van een film, die ik vanmiddag in de bios wil gaan zien.

De film is gauw gekozen: een Franse film, die mooi past bij mijn opfriscursus: ’l’Étranger’ in Cinerama om half vijf. Het is een mooie ‘film noir’. Wanneer ik in een  filmscene iemand ie koken realisseer ik me dat ik mijn ‘chili’ thuis op de inductieplaat heb laten staan. Sinds vanochtend half twaalf. Op standje 4+. Het is inmiddels half zes. Ik ren de bios uit. Spring op mijn fiets. Heb nare  visoenen van verkoekte chili en een verziekte inductieplaat. Om kwart over zes sta ik in mijn keuken, til de deksel van de -pan op en zie dat de chili nog vredig staat te pruttelen. Ik zet het wel meteen uit. Ik was kapot. Het was natuurlijk niet alleen dat angstzweet. Ik had me ook nog es de pleuris gefietst.

Zodoende denk ik dus dat ik me zorgen moet maken. Want dit is het niet alleen.  Er is nog meer. Maar dit stukje zit vol. Hier laat ik het even bij.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 30 maart 2026

DE WARE LIEFDE

 Ik heb nu al bijna tweeëntwintig jaar geen moeder meer. Althans geen moeder meer in levende lijve. In juni 2004 is ze overleden. Vraag me niet waaraan ze precies is overleden want dan ga ik stotteren … kom, laat ik toch een poging wagen: ze had een paar tia’s gehad ze begon te dementeren, toen kreeg ze nog een tia en toen gaven ze haar in het verpleeghuis de pijnstiller morfine en daar is ze heel langzaam aan dood gegaan. Vijfenzeventig is ze geworden. Ik was toen vierenvijftig.

De eerste twintig jaar van mijn leven was ma mijn idool. Ik deed alles voor haar en zij deed alles voor mij. Ik was haar oudste zoon (van een gezin met in totaal tien kinderen). Ik was haar oogappel, werkezel, boodschappenjongen  en vertrouwenspersoon in gezins- en familiekwesties. Het zal wel een bijzonder soort liefde geweest zijn, die liefde tussen moeder en haar oudste zoon. Het was vanzelfsprekend een liefde zonder een spoor van lichamelijk contact.
Carole gooide mij wel eens voor de voeten dat ik pas tevreden zou zijn als onze echtelijke relatie net zo zou worden als mijn relatie mijn moeder. Was de relatie tussen
 mij en mijn moeder dus geheel zonder lichamelijk contact, de echtelijke relatie tussen Carole en mij was vrijwel geheel zonder lichamelijk contact. Dus op dat gebied ontliepen die relaties elkaar niet zo veel.

'Alles’ voor elkaar over hebben klinkt ook wel erg ruim. Wat zit er in dat ‘alles’ voor mij?
Mijn zusjes bezig houden als ma het druk had met huishoudelijk werk.
Met mijn zusjes naar het Kralingse Bos gaan als het lekker weer was, dan kon ma haar zwakke moeder, onze lieve oma,  lekker een dagje gaan helpen.
Voor haar zus, mijn tante Lenie, boodschappen doen, want die had zulke drukke kinderen en haar man zat in de continudienst dus die kon ook geen boodschappen doen.
Geld voor haar te leen vragen bij mijn opa, (de vader van mijn pa) om brood en suiker te kunnen kopen.
Later, toen er steeds meer broertjes en zusjes bij kwamen, ging ik ook wel lopen stoffen en stofzuigen. Gras maaien deed ik ook. Dat vond ik wel leuk.
Voor mijn jongste vier broertjes was ik behalve grote broer, ook een halve vader. Ik gaf ze de fles, verschoonde hun luiers, deed ze in bad, bracht ze naar bed en deed overdag allerlei leuke dingen met ze van zwemmen tot voetballen.

Ma had ook ‘alles’ voor mij over, schreef ik. Wat dan wel?
Er was nauwelijks geld. Mijn vader verdiende nog niet eens genoeg geld om een vrouw met één kind te onderhouden. Laat staan een vrouw met tien kinderen. Ze leent her en der geld zodat ik met een studie kon beginnen. Klasse.
Net zo ging het met die brommer. Ze kocht een brommer voor me. Op afbetaling. Elke maand vijftig gulden. Die kon ze absoluut niet missen. Iedere jongen van zestien had een brommer. Ik dus ook, vond ze. Het was een ontzettende kutbrommer. Dat heb ik haar maar nooit gezegd.
Ook dat camelkleurige colbertje wilde ze persé voor me kopen. Iedere jongen op de hbs, waar ik toen op zat, had zo’n jasje.
Ze gaf mij met eten altijd van alles het meeste: vlees, groente. Ik moest er nog van groeien en hard studeren … (die anderen zeker niet dan??)


Ik leerde door haar goede zorgen zo goed dat ik in Utrecht kon gaan studeren van een ruime studiebeurs. Ik kreeg toentertijd een leuke vriendin, Carole,  door wie de verhouding met ma rigoureus veranderde. Carole was mijn nieuwe idool … niet zo leuk voor ma … maar ja  … Carole was de ware liefde. 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com