Pageviews van de afgelopen week

vrijdag 11 september 2026

EEN PERIFERE KLAPVOET.

Mijn vriend Luis (60) and ik (76) hebben gezellig wat gedronken op een terrasje. Het is vier uur, einde van de middag. Time to go. Luis gaat eerst nog even plassen. Als ik opsta om te betalen, weigert mijn rechtervoet alle dienst. Hij blijft hangen en draait iets naar rechts. De punt van mijn schoen raakt bij mijn eerste stap de straattegel net iets eerder dan ik wil. Bijna verlies ik mijn evenwicht. Verder lopen durf ik niet. Ik ga op een terrasstoeltje zitten en masseer mijn voet en onderbeen, die 'deadish' aanvoelen. Met hoofdpijn en wat druk op mijn borst wacht ik tot Luis terugkomt van het toilet. Hij schrikt van wat er met me is. 

Vanaf dat moment is Luis tot aan mijn huis niet van mijn zijde geweken. Hij geeft me een arm om op te steunen en we gaan richting mijn woning. Halverwege ons terrasje en mijn huis zit mijn huisarts. Godzijdank kan ik daar nog terecht. 

De dokter onderzoekt me. Ze sluit met allerlei testjes een beroerte uit. Het euvel komt volgens haar door langdurig zitten met de bovenbenen over elkaar. Ze laat me op haar laptop een plaatje zien hoe onderbeen en voet dan te weinig doorbloed raken. Het resultaat is een perifere klapvoet. "Nooit meer zo lang met de bovenbenen over elkaar zitten," waarschuwt ze. "Gelijk naar de huisartsenpost komen als dit nog eens gebeurt." 

Luis blijft mijn trouwe 'hulphond'. Ik weet dat hij zelf de grootst mogelijke moeite heeft met lopen; zijn benen houden veel te veel vocht vast. Eigenlijk zou hij dit niet moeten doen. Maar ik houd mijn mond. Ik ben nu veel te blij met wat hij voor me doet. Hij is echt een schat! 

Als een bejaard echtpaar wandelen Luis en ik naar het appartementencomplex waar ik woon. Bij aankomst vraag ik Luis of hij nog even wil rusten, misschien wat drinken bij mij thuis. Dat vindt hij niet nodig.

"Thanks, Luis. Bel je nog, gast!"

We geven een box en gaan ieder ons weegs. 

Jammer van de Klimaatmars morgen in Amsterdam. Die ga ik echt niet doen. Als ik me morgen goed voel, ga ik wel naar mijn broer John in Hilversum. Hij viert zijn 60e verjaardag. Mijn schoonzus Nel geeft me een gooi richting de Gooise matras. 

Ik zal Nel op haar hart drukken om, met het oog op mijn toestand, klapvoets te rijden.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 10 september 2026

NIET NAAR DE PIJPEN DANSEN.

Een goede danser ben ik nooit geweest. Mijn moeder stimuleerde mij, toen ik tiener was, om op dansles te gaan. Daar was thuis nauwelijks geld voor. Zij deed dit destijds af met de bezwerende woorden: 'Komt het niet uit de lengte, dan komt het wel uit de breedte'. Zij vond het simpelweg bij de opvoeding horen. Dansles. Ik niet. Ik houd niet van verplichte pasjes, bah! 

Toen ik een jaar of dertig was, ging ik op Afrikaanse dans. Dat leek me leuk, vrij en los. Maar het bleek al snel volop te draaien om vaste pasjes. Ik moet op die cursus, als onhandige struikelaar, de lachlust hebben opgewekt van de dansleraar en de vrolijke muzikanten. 

Als tiener in de zestiger jaren van de vorige eeuw was ik op feestjes en dansavonden op school juist heel gelukkig met mijn wilde, vrije dans. Op de klanken van Pink Floyd en The Soft Machine kon ik lekker 'uit mijn dak gaan'. Ook door rockgroepen als The Rolling Stones en The Animals liet ik me qua dans af en toe flink gek maken. Dat was ònze moderne dans: die wilde, vrije, losse bewegingen op (symfonische) rockmuziek. 

Moderne dans als podiumkunst kwam pas later, aan het eind van de vorige eeuw, echt tot ontwikkeling. In mijn woonplaats Rotterdam is Conny Janssen nu bijna 35 jaar hét boegbeeld van de moderne dans. Hier zie en volg ik het werk van haar en haar dansers graag. Kort geleden hield zij een open dag. Daar hoorde ik dat er een gigantisch Danshuis gaat komen in Rotterdam. Het grootste van Europa. Een plek voor alle mogelijke dansen, voor iedereen: profs en amateurs, van jong tot oud. Er komen veertien dansstudio’s, een gym, een open podium en op het dak een grote feestzaal met een prachtig uitzicht over de Maas. Allemaal ondergebracht in het voormalige HAL-pakhuis, de oude Provimi-fabriek van bijna 10.000 vierkante meter op Katendrecht, direct naast het migratiemuseum Fenix. Het is een prestigieus project van de Rotterdamse filantropische Stichting Droom en Daad. 

Vanmiddag was ik op die plek. Rotterdammers en mensen uit de danswereld waren uitgenodigd om het gedeeltelijk onttakelde fabriekspand te bekijken, de plannen te bespreken en een drankje te drinken. De unieke locatie konden we alvast inwijden met een dansje op de brede kade, tussen de Maas en het toekomstige Danshuis. Er wordt daar echt iets fabelachtigs gerealiseerd. In 2030 is het pas helemaal klaar. Het Danshuis; de plek waar ik gelukkig naar niemands pijpen hoef te dansen.

Google:    Danshuis Rotterdam   (boordevol info)

Kan ook:  Danshuis.nl


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 9 september 2026

HIER LOOP IK OP LEEG.

Een hinderlijk futiliteitje de laatste weken in mijn keuken. Het gaat om dat dingetje in de wasbak. Tenminste, heet dat wel een wasbak in de keuken? Nou ja, op de een of andere manier past dat dingetje niet goed meer in het afvoerputje. Het komt nogal eens voor dat ik de bak vol laat lopen met warm water, er wat afwasmiddel in spuit en een flink deel van de aangekoekte vaat onderdompel om te laten weken. 

Terwijl ik in de weer ben met het wassen van mijn glazen, kopjes, potten en pannen, zie ik dat binnen nog geen vijf minuten enkele grote stukken — een weckpot en twee kleurrijke koffiebekers — alweer gedeeltelijk boven de waterspiegel uitkomen. Ik moet flink de vaart erin zetten om deze klus te klaren voordat ik de bodem van de bak in zicht krijg. 

Dat dingetje in het afvoerputje past dus duidelijk niet meer. Als ik logisch nadenk, is het dingetje gewoon gekrompen. Te klein geworden voor het putje. 

Ik ben huurder van het appartement waarin ik deze afwas sta te doen. Met de verhuurder ben ik overeengekomen dat ik ook kleine gebreken aan mijn woning door hem kan laten verhelpen. Daar betaal ik ook immers maandelijks voor. Ook in de sociale huursector is niets voor niets. 

Ik meld mijn ongemak telefonisch aan een, zo te horen, leuke en gezellige jonge medewerkster van Woonstad, de woningbouwcorporatie die eigenaar is van mijn complex. De medewerkster moet vreselijk lachen om de manier waarop ik de keukenaccessoires benoem. Mijn afvoerputje is officieel een ‘afvoerplug’. Mijn wasbak heet een ‘spoelbak’. En mijn dingetje? Dat is een ‘gootsteenstop’. 

Voordat ze de melding kan invoeren, moet ze werkelijk alles van me weten. Mijn adres, da’s logisch, tot aan mijn exacte geboortedatum toe. Een tikkeltje overdreven vind ik dat. Ik hoefde nog net niet mijn maat schoen op te geven. 

Nadat de medewerkster hartelijk is uitgelachen om mijn vocabulaire, kan ik mijn lachen om haar ook nauwelijks inhouden. Ze deelt me doodleuk mede dat ze volgende week dinsdag de aannemer naar me toe stuurt. 

De aannemer. Voor een lekkend gootsteenstopje. 

Op zoiets kan ik nou helemaal leeglopen.

  Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 8 september 2026

GEKWETST WORDEN?

Help! Ik heb kaartjes over. Kaartjes voor twee verschillende stand-up comedy nights in het Oude Luxor Theater. Aan wie kan ik ze kwijt? Twee maanden geleden kocht ik acht kaarten voor twee avonden met flitsende humoristen. Zes kaarten voor een groepje op vrijdag 18 september, en twee kaarten voor een nog onbekend duo op zaterdag 19 september. Van dat duo was ik er uiteraard zelf één. 

Het 'kaartje-over' voor de achttiende september was oorspronkelijk van mijn zoon Ralf. Die kon helaas niet; hij had het te druk met zijn muziek. Voor die eerste avond had ik een clubje van zes samengesteld uit familie en vrienden. Het gezelschap wist wat het kon verwachten. Stand-up comedy staat wijd en zijd bekend als een theatervorm die wrevel wekt en kwetst. Als publiek moet je dat kunnen incasseren. 

Henk (80), ook wel bekend als de ‘zwemmende bas’, viel als kandidaat al snel af. Hij blijkt qua humor meer op de lijn van Toon Hermans te zitten. Als een bas-brommend ballonnetje zwemt hij in het babbelbad van het ene naar het andere startpunt. 

Barend (71) zag er met zijn 140 kilo ook vanaf. Hij vreesde het mikpunt van de avond te worden. Bovendien was hij bang dat hij met zijn achterwerk niet in de smalle Luxor-stoeltjes zou passen, waardoor het gevaar bestond dat de brandweer hem er na afloop uit zou moeten zagen. Hij bedankte vriendelijk. 

Linda, een slimme, leuke dame van in de vijftig, zou moeiteloos in de groep passen. Echter: ik heb haar veel liever op mijn duo-seat op zaterdagavond, om gezellig naast elkaar van de comedians te genieten. Vraag me niet waarom. 

Annemarie (78) is degene die uiteindelijk het kaartje van Ralf krijgt. Ze heeft duidelijk plezier in dit soort humor. We zijn al eens samen naar een presentatie van jonge comedians in Theater de Bakkerij in Rotterdam-Noord geweest. Voor de groep is ze niet bang, en van de artiesten kan ze incasseren. Ze is een lange dame, maar kleedt zich spannend als een jonge meid — en dat staat haar niet eens raar. Ze draagt haar ultra-korte hotpants 'on top' van haar mooie, lange, ranke benen. Benen die zó om commentaar vragen als de comedian ze in het oog krijgt. Annemarie wordt er warm noch koud van. 

Het is eng en het kwetst, maar stiekem is het ook wel weer fijn om daar dadelijk het mikpunt te moeten zijn. 

**De Line-up in het Oude Luxor:** 

* **Vrijdag 18 september:** We zien Tim Hartog, een rasechte Rotterdammer met een hoge grapdichtheid en scherpe zelfreflectie; Teun van den Elzen met zijn gortdroge, politiek-maatschappelijke satire; en Emily Higgson met het Engelstalige segment vol expressieve culturele observaties over Nederland.
* **Zaterdag 19 september:** Tim Hartog leidt de avond als Master of Ceremonies (MC). Naast Teun van den Elzen en Emily Higgson schuift deze avond ook Felix van den Berg aan, bekend om zijn gortdroge, absurdistische stijl en ijzersterke oneliners.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 7 september 2026

13 JULI: MIJN GEWISTE VERJAARDAG.

Terwijl ik dit opschrijf, borrelen er diepe gevoelens van verachting in mij omhoog. Verachting jegens Ratko Mladić, en jegens de vele duizenden Serviërs die vandaag in Belgrado massaal bijeenkwamen om de relieken van die schoft af te likken. Het was nog net geen officiële staatsbegrafenis, want dat mocht niet van Europa. Maar met de uitvaart van vandaag werd de Europese Unie mooi te kakken gezet; het was bijna een feest ter herinnering aan het Servische record ‘Bosnische mannen laten afslachten’ door Zijne Militaire Slachthings Hoogheid Mladić. 

Bij het restafval had hij gemoeten. Springlevend, en de fik erin. Dat had hij verdiend. Op zijn bevel werden destijds in juli 1995 duizenden Bosnische jongens en mannen vermoord door ze simpelweg voor een diepe kuil neer te zetten, ze dood te knallen en ze naar beneden te laten donderen. Het is een diep, extreem schokkende gebeurtenis die ik nooit, maar dan ook nooit zal vergeten. Want deze genocidale afslachting vond plaats op mijn verjaardag: 13 juli. Sindsdien is die datum besmet. 

En die Nederlander, de toenmalige bevelhebber Thom Karremans? De Opper-Blauwhelmsmurf heeft destijds geen poot uitgestoken om de enclave te beschermen. Hij leeft nog, weggestopt in Spanje. Zou hij ooit nog rustig hebben kunnen slapen? Ik hoop het oprecht niet. Hoe zou die Blauwhelmsmurf zich vandaag voelen, nu Mladić in Belgrado met militaire eer en saluutschoten naar zijn graf wordt gedragen? Nergens kan die smurf naartoe om die ongekende lafheid van zich af te schudden. Misschien verstopt hij zich wel sneaky in een grote GFT-bak, om zich daar op de grote hoop lekker een jaartje te laten composteren. 

Ach, zo erg als Mladić was Karremans nou ook weer niet. Het is ergens een fijne gedachte om te weten dat hij straks na zijn dood als compost nog van nut kan zijn voor de wereld. Hij heeft het straks niet meer in de hand, maar mocht het zover zijn: dan moet er één zakje van zijn compost naar Servië, en één naar Bosnië-Herzegovina. Misschien dat er op die bebloede aarde dan eindelijk eens iets fatsoenlijks wil opbloeien.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



zondag 6 september 2026

ELASTIEKJES EN HET BINNENHUISE OERWOUD 

 Ooit was de zondag mijn vaste schoonmaakdag. Niet alleen mijn lijf en leden schrobde ik dan grondig, maar ook mijn tweekamerappartement. Dat doe ik al veel te lang niet meer. Dat betekent overigens niet dat het bij mij thuis een onleefbare bende is, dat nou ook weer niet, maar het is simpelweg minder netjes dan weleer. Vandaag herstel ik de traditie in ere. 

De zes keukenkastdeurtjes en de twee frontjes van de keukenladen zijn inmiddels onsmakelijk beduimeld. Telkens als mijn oog daarop valt, maak ik vlug dat ik wegkom om iets zinvols te gaan doen: een column schrijven, een boek lezen of een filmpje kijken. Sinds ik echter fanatiek aardbeien blender voor mijn smoothies, lijkt het keukenkastdeurtje vlak achter het apparaat wel aardbeirood ge-airbrusht. Gelukkig krijg ik, na al die maanden van verwaarlozing, alles vrij eenvoudig schoon. Ik gebruik Dash, omdat elk weldenkend mens dit middel de hemel in prijst. 

Ik weet vooraf al welke anarchie ik in de linkerkeukenlade zal aantreffen. Het is in die la een volledig losgeslagen boel. De batterijen — AAA, AA en die platte, ronde zilverkleurige — liggen kriskras door elkaar. Daarnaast tref ik honderden elastiekjes aan, in hoopjes naar grootte her en der verspreid. 

Elastiekjes; dat was mijn vaders wondergereedschap waarmee hij in eerste instantie alle kapotte spullen probeerde te repareren. Schoenen, gelijmde schoteltjes, zijn bril, ingewikkelde fietsreparaties. Mijn vader was een man van: 'niet geschoten is altijd mis'. Al gold voor hem ook: hoe ouder hij werd, hoe minder hij schoot. 

Dat met die elastiekjes heb ik overduidelijk van hem geërfd. Voor mijn vakantie bundelde ik met elastieken van verschillende grootte braaf mijn sokken, onderbroeken, T-shirts, overhemden, washandjes en theezakjes. Zo efficiënt gingen de spulletjes de koffer in. 

Nu ligt alles weer ordentelijk gesorteerd in die linkerlade: de batterijen en de elastiekjes, maar ook de punaises, een gasaansteker, lucifers, een zaklantaarn, rollen plakband, aluminiumfolie en de schaar. 

Tot slot van de schoonmaakdag ga ik de ramen zemen. Lekker makkelijk, met Glassex. Het resultaat is altijd direct goed, hoewel het zeker een half jaar geleden is dat ik deze klus heb geklaard. Aan de voorkant, de keukenkant, zeem ik zowel binnen als buiten. Aan de achterkant, de woonkamerkant, doe ik uitsluitend de buitenkant. Binnen kan ik simpelweg niet bij het raam komen. 

Ik heb daar namelijk een soort regenwoud voor mijn ruit staan. Zolang er nog probleemloos door mijn woonkamerraam gekeken kan worden, ga ik geen onnodige risico’s nemen door dat complete oerwoud te verplaatsen. Ook al is het maar tijdelijk, het blijft uit milieuoverwegingen volstrekt onverantwoord. Vandaar.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 5 september 2026

EEN OPA VAN 76 EN EEN MEISJE VAN 25. (TWEE)

Het was natuurlijk te mooi om waar te zijn. Die date tussen Chelsea en mij. Aan de ene kant vond ik het ontzettend leuk en was ik er trots op dat zo'n oude knakker als ik nog zo in de smaak kon vallen bij zo'n fris, vrolijk en bruisend meisje. Excuses: ‘vrouw’. 

Ik heb er helemaal niets bijzonders voor hoeven te doen. Eén keer per week liep ik die zonnestudio binnen en dan kwam ze me stralend melden dat ze mijn zonnebank had schoongemaakt en het noodzakelijke hoofddoekje ter bescherming van mijn kale kop — mijn woorden — ook al had klaargelegd. 

Na een zonnesessie, ik was al bijna buiten, riep Chelsea me een keer terug. Ze stond te praten met een mooie man van begin vijftig, schat ik. "Dat is mijn vader," zei ze. Haar vader en ik gaven elkaar een hand, knikten elkaar vriendelijk toe en zeiden onze namen, zoals dat gaat bij zo'n eerste kennismaking. Ik ervaarde het als uiterst verrassend en verbazingwekkend dat Chelsea me daar in die studio aan haar vader voorstelde. Een vader die qua leeftijd mijn zoon had kunnen zijn. "U heeft een leuke, vriendelijke dochter, meneer," zei ik nog. Haar vader nam mijn compliment met een glimlach in ontvangst. 

Op 13 juni waren we toevallig allebei voor het laatst bij de zonnestudio. Chelsea gaf me die dag haar telefoonnummer, geheel spontaan. Ik had nergens om gevraagd. Zij stelde voor om na de vakantie een 'teetje' te gaan drinken. 

Dat teetje is vooralsnog niet zo’n goed ideetje gebleken. Twee keer planden we een date, en twee keer zei ze af. Vanmiddag zou de derde keer worden. Driemaal scheepsrecht. Om vier uur bij Brasserie Het Loo. 

Ik had vanmorgen m’n ogen nog maar net open, of ik zag het appje van Chelsea, gepost om drie uur vannacht: 

*‘Hi Jos, ik lig de hele nacht wakker, ik baal als een stekker, ik vind het zelf bijna ongeloofwaardig. Mijn luchtweginfectie is naar mijn longen gegaan en naar mijn hoofd. Ik heb ook koorts, al twee dagen. Ik hoopte dat ik vandaag wel sterk zou zijn, maar helaas, nog steeds rillerig. Maandag ga ik naar de dokter. Het is voor mij ook niet uit te houden. Ik app je zodra ik echt ben hersteld. Ik baal echt ontzettend.’* 

Daar antwoordde ik op: 

*‘Wat kut voor jou, Chelsea. Voor mij ben je absoluut niet ongeloofwaardig. Ons teetje komt heus nog wel een keer... wat in het vat zit... beterschap! Don't worry, be happy! Groetjes, Jos.’* 

Dat zij zich momenteel lichamelijk zo belabberd voelt, geloof ik onvoorwaardelijk. Waar zij echter niets over schrijft, is het geestelijke ongemak dat deze date met zich meebrengt — iets wat overigens niet alleen voor haar geldt. Het leeftijdsverschil maakt deze ontmoeting voor beiden bijna ondraaglijk spannend. 

Na dat ‘nee’ van Chelsea's lichaam, voelde ik de spanning bij mij, voor die teetje-date, heel langzaam weg ebben.