Pageviews van de afgelopen week

woensdag 22 juli 2026

MIJN LIJSTJE.

Op mijn 'nog te doen'- lijstje staan nu vijf acties in de wacht. De volgorde maakt niet uit.. Ze zijn alle vijf even (on)belangrijk. Allereerst ga ik naar de bieb om een boek te lenen dat geschreven is door Marguerite Duras: L'amant, oftewel: de minnaar. Een roman van een Franse intellectueel en feministische schrijfster,  in het Nederlands vertaald door Kiki Coumans. Toen ik in Avignon was zag ik een toneelstuk in de vorm van een interview tussen Marguerite Duras en een in haar tijd roemruchte journalist van het progressieve tijdschrift Le Monde. De passages in dat gesprek die handelden over de tumultueuze (liefdes)affaire tussen een Frans pubermeisje en haar Chinese minnaar, raakten mij zeer. Ik besloot die roman direct na de vakantie te gaan lezen. Ik trof het: 'de Minnaar' lag in de bieb op me te wachten. Nu kan ik gelijk door naar de nummers- twee en drie op mijn lijst, die ik beide op markt hoop aan te treffen. 

Om zonneschade te voorkomen draag ik een petje, soms een hoed. Een enkele keer prefereer ik een bandage, vind ik vooral leuk als ik uit ga. Ik ben nu eenmaal wat ijdeltuiterig. Die bandage is nummer drie op mijn lijstje. Het is nog vroeg in de middag. Niet zo druk op de markt. Ik zie al volop fruit liggen. Fruit, de nummer twee op mijn lijstje. Ik pak  dat grote stuk watermeloen met dat diep rode vruchtvlees. Het past nog maar net in mijn fietstas.

Ik ga het nu niet kopen maar, o, wat zien ze er lekker uit die stukken zalm ... het water loopt me .... Thuis in de vriezer heb ik nog genoeg liggen. Sinds mijn medici hebben ontdekt dat ik een te hoog cholesterol heb, ben ik een grootgebruiker van deze vurrukkulukke vis: die  zalm, de cholesterolverlager  bij uitstek.

Vlak voor de bieb, die nu gerenoveerd wordt, staat een kraampje met hoofddoekjes in alle mogelijk kleuren met fijne dessins. Vijf euro vraagt de verkoopster slechts voor een zwarte hoofddoek met tientallen witte balletjes er op. Geen kant en klare bandage dus. 

Vanavond eet ik toch bij sister M, dan vraag ik gelijk aan haar om van dit hoofddoekje een bandage te maken. O, jee!  Nu loop ik eigenlijk al op het lijstje vooruit wat dit etentje is nummer vijf op mijn lijst.

Eerst nog even vlug nummer 4, dat is de Kunsthal. Daar moest en zou ik de Flower-expostie nog weer eens een keer zien, om een klein beetje van  op te fleuren. Heb ik nu echt nodig. Ik ben na de vakantie toch een beetje opgebrand. 

Tot mijn grote verrassing is er in de Kunsthal nog een expositie bijgekomen van  Benedikte Bjerre. Zij had circa honderd pinguïns (ballonnen) in een ruimte neer gezet. Met die pinguïns kon gespeeld worden. Gegooid, geschopt (zachtjes). Ze komen altijd weer op hun pootjes terecht. Kinderen vermaken zich prima met die pinguïns.

Sister M. trakteerde op een zeer smakelijke Griekse salade met een portie zelf gesneden frietjes.  Dat kan ze wel. Vindt ze ook  leuk om te doen.

Dat hoofddoekje toverde ze in een handomdraai  tot een bandage. Staat echt leuk!  

 

 

 


dinsdag 21 juli 2026

UIT ELKAAR.

 

Mijn vakantie zit er al weer een paar dagen op. Maar in werkelijkheid was ik nog niet thuis geland. Ik pak  wel van alles aan maar allemaal in mijn alleentje. Voor mijn buren houd ik me nog angstvallig schuil, want als ze me zien, willen ze weten hoe het ginds was en ik kan alleen nog maar Frans praten. Als me door mijn buren wat gevraagd wordt, knik ik, lach ik of ik zeg  pardon of excuus en  loop op een  drafje  door.

 In de sportschool roep ik tegen al mijn sportvrienden ‘bonjour’ in plaats van ‘goedemorgen’ ze kijken er wel een beetje van op maar ze zijn er wel aan gewend dat ik raar doe. Alleen Pieter vraagt of het goed gaat.’’Un peu,’ antwoord ik, en ik ga een poosje zitten leg-pressen. Voor de rest van de tijd op de sportschool slaag ik er geheel in mezelf te zijn.

Op weg naar huis, zie ik dat Elisabeth komt aanfietsen. Ik doe net of ik haar niet  zie. We zijn al van ver voor de vakantie gebrouilleerd. Zij ziet mij wel en groet me vrolijk :’ Hallooo’.

Ik beantwoord haar begroeting: ‘Hallo Elisa…’ O, dat wilde ik juist  helemaal niet zeggen, die naam van haar achter mijn ‘Hallo’. Alleen ‘Hallo’ is genoeg, zolang we gebrouilleerd zijn, vind ik.

Buurvrouw Jans staat in trance haar balkon schoon te moppen.. Zij is duidelijk blij verrast als ze mij opeens op mijn balkon ziet  verschijnen met mijn bloemengietertje.‘Of ik het leuk had gehad, of het erg warm was, hoelang ik al thuis ben, dat ik er goed uit zie’. De woorden ‘bien’’, très’,’oui’ liggen op het puntje van mijn tong maar daar kan ik bij Jans niet mee aankomen. Maar ik zet door en het lukt me zowaar toch in het Nederlands: ‘Ik had het leuk gehad Jans, het was elke dag , minstens 35 graden, nog een wonder dat ik er goed uitzie, hè Jans?’

Zij wist voldoende. Met mj is alles prima. Maar Jans had groot nieuws te vertellen. Groot, schokkend nieuws. Haar kleinzoon, die 6 weken geleden in het huwelijk trad met een mooie Bosnische vrouw, heeft na drie huwelijksweken besloten van zijn vrouw te scheiden. In die eerste drie weken kwam haar ware aard naar  boven. Ze weigerde niet alleen maar was ook niet in staat om een bijdrage te leveren aan het schoon houden van de flat en het bereiden van de dagelijkse avondmaaltijd. 

Jans kleinzoon was daardoor volledig verbluft. Daar was geen woord Frans bij.

maandag 20 juli 2026

KOORTSLIP.

Aan mijn vakantie  heb ik een souvenirtje overgehouden. Een koortslip. De allereerste van mijn leven. Op mijn onderlip. Hoe kom ik er aan? Hoe kom ik er van af, kan ik beter vragen! 

Komt het van die paar keer dat ik Isa, een vakantievriendin,  op de mond gezoend heb of zij op de mijne? Van een ‘vuil’ glas misschien in een van de vele café’s? Of was het gewoon een zwak plekje daar en had ik door al dat theater geen weerstand tegen deze bacteriële aanval van binnen uit. Het is de eerste, scheef ik al. Dus ik weet niet wat ik daar mee aan moet.  Naar de apotheek? Naar de dokter? 

Voor de sinaasappelen en de citroenen ben ik toch al in de buurt van de apotheek. Ik loop daar maar gelijk naar binnen. Wonder boven wonder ben ik meteen aan de buurt. Heeft waarschijnlijk met de schoolvakanties te maken want normaal sta ik toch zeker een minuut of tien op mijn beurt te wachten. Ik wijs de apothekersassistente  op het korstje op mijn lip en vraag haar of ik daarmee naar  mijn huisarts moet. Ze knijpt haar ogen en beetje dicht als ze het plekje bekijkt en zegt dat dit het eindstadium is van de koortslip. 

‘Heeft u pijnlijke blaasjes op uw lip gehad?, vraagt ze.

’ Nee,’ zeg ik,’ik heb geen blaasjes en ook  geen pijn gehad. Ik keek zo maar eens in de badkamerspiegel en zag opeens dit bruine korstje.’’

‘Een koortslip begint  altijd met één of meer blaasjes, die drogen dan uit  en vormen een korstje. Tegen die blaasjes, zou ik wel een zalfje hebben maar voor  dit korstje op uw lip heb ik niks. Als het goed is, verdwijnt het vanzelf. Over een paar dagen bent u er van af.’.

Ik kijk de apothekersassistente lichtelijk bezorgd aan en vraag haar wat me te doen staat als die koortslip er over een paar dagen nog steeds zit.

‘Dan moet u zich met spoed bij uw huisarts melden, ’antwoordt ze resoluut, ‘maar ik verwacht niet dat het zo’n vaart zal lopen’. Lachend voegt ze daar nog aan toe: ’De komende dagen zeker niet zoenen, hoor!’

Het ligt misschien aan mij maar ik heb het gevoel dat ik niet helemaal  au sérieus genomen ben door die apothekersassistente.

zondag 19 juli 2026

DE POT. (Het Depôt)

Om op de eerste dag na mijn vakantie thuis te blijven zitten, daar heb ik geen zin in. Iets bijzonders wil ik vandaag zien. Op goed geluk fiets ik daarom naar het Museumpark.  Daar hebben we de Kunsthal en het Depôt (De Pot).

 Ik herinner me nu dat ik een maand terug een expositie zag in de Kunsthal van een Amerikaanse fotografe, Helen Levitt (1913 - 2009), die vrijwel haar hele werkzame leven het alledaagse straatgebeuren in de arme wijken van New York heeft gefotografeerd: spelende kinderen, pratende vrouwen in deuropeningen en intieme momenten. Heel veel foto’s bevat die expositie.

Ik besluit te gaan kijken wat het Depôt te bieden heeft. Daar iep ik vanmiddag langs werk van de  Rotterdamse schilders Charley Toorop en Pyke Koch. Toevallig had ik pas in de krant een artikel over die twee gelezen. Zij waren  bevriend. Ik was stomverbaasd te lezen dat Toorop een communist was en Koch een fascist. Een onmogelijke vriendschap vanuit mijn perspectief.

Daar liep ik in het Depôt nog over te mijmeren toen ik als het ware een kamer in gezogen werd met een tiental fraaie grote schilderijen. Het waren geen werken van een  heel bekende kunstenaar. Dat was het niet wat me daar naar binnentrok. De schilderijen bleken te zijn gemaakt door de voor mij onbekende Rotterdamse kunstenaar Wim van Veldhuizen (1954 - 2025). Wat ik in eerste instantie vluchtig rondkijkend zag waren het allemaal realistische, figuratieve werken. Zonder uitzondering grote, kleurrijke doeken (minimaal 2 bij 2). Boeiend om de nauwkeurige detaillering. Fascinerend ondanks het ontbreken van leven, van beweging in de werken.

Behalve van woonkamers, museumzalen en tuinen heeft van Veldhuizen ook impressies geschilderd van steden. Zijn lievelingsstad was New York. Dat is duidelijk te zien in het Dépôt..

Rotterdam is dus niet zijn lievelingsstad maar als we zijn Rotterdam-werken zien, is dat bijna niet te geloven. Zo subliem zijn deze schilderijen. Dat in zijn Rotterdam-werken  niets op zijn plaats staat, maakt niks uit. Het beeld wordt er alleen maar sterker door.

In een andere ruimte van het Depôt was ’de Pindakaasvloer’  naar een idee van de onlangs overleden mega-kunstenaar Wim T. Schippers opnieuw gelegd. Er draait  in die zaal een video met een interview over ’die vloer’ met Schippers.

Loop dan ook langs bij Van Veldhuizen. Vóór 1 oktober. Ook zeer de moeite waard!

Met de Rotterdampas is het Depôt gratis. 

zaterdag 18 juli 2026

WEER THUIS.

 Ja, nu zit ik weer thuis. Alsof ik nooit weggeweest ben. Wat ik nog vergeten ben ... veel trouwens, tijdens deze vakantie ben ik vergeten  ... maar ik bedoel nu, dat ik vergeten ben een adembenemende dans-voorstelling, die ik nog in Avignon zag, te beschrijven. 

De voorstelling werd, in een veel te warme uitverkochte zaal, uitgevoerd door twee tamelijk jonge mannen, dertigers. Gekleed in het zwart. Beiden met een afgetraind lichaam. De show had de titel 'Bang Bang'. De muzikale begeleiding werd door percussie instrumenten gedaan. Het meest essentiële van deze dansuitvoering was dat deze twee dansers gedurende de eerste 49 minuten van de voorstelling, tegelijkertijd, exact de zelfde bewegingen maakten met  hoofd, armen en benen. Ik noem het maar synchroon-dansen, naar het synchroon-zwemmen dat we al en poosje kennen. In de laatste en vijftigste minuut van de voorstelling doen de dansers precies van alles wat ze zelf willen.

Wat een ongeloolijke prestatie leverden deze twee dansers met hun synchroon-dans act! Ze starten met kleine bewgingen  op de plaats en voerden die  bewegingen in een steeds hoger tempo uit en maakten ze veel groter. Vervolgens gingen de twee zich in wisselende tempi over het podium bewegen. Van een slakkengangetje tot razendsnel. Niet alleen de tempi zijn wisselend, ook heeft elke seconde weer een andere beweging en nu eens wordt de beweging op kousevoeten uigevoerd, dan weer (zwaar) stampvoetend. En het gaat werkelijk allemaal met hoge perfecie. 

Met grote bewondeing heb ik deze mannen zien dansen. 'Dansen' , zeg ik, maar ik moet eigenlijk zeggen: 'topsport zien bedrijven', want daar lijkt het eigenlijk meer op. Vijftig minuten pure topsport. 

Terwijl ik deze mannen bezig zag, bekroop mij het gevoel dat hoogstwaarschijnlijk niet één van 'onze' oranje voetbal-miljonairs het zou volhouden: zo vijf minuten dansen. Of mag ik dat niet vergelijken?


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 17 juli 2026

KORT DOOR DE BOCHT.

 

Op  Teletekst las ik deze week dat een Amerikaanse agent in Maine onterecht een Colombiaanse migrant dood schoot. Volgens familieleden heeft de agent een lange geschiedenis van gewelddadig gedrag en ernstige psychische problemen. Het gaat om een 37 jarige man, die pas kort agent was. De agent is voorlopig op non-actief gesteld.

Familieleden van de agent zeggen dat de agent jaren gewelddadig gedrag vertoonde. Een ex-vrouw beschuldigt hem van mishandeling. Een andere ex-vrouw werd door hem bedreigd en geïntimideerd.

Een familielid zegt dat de agent al sinds zijn jeugd kampt met ernstige psychische problemen. Volgens de familie is hij  gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis.

Tot zover het Teletekstbericht. 

Heel erg kort door de bocht dit bericht, waarin Teletekst meldt waartoe je in staat geacht wordt, als je, net als ik, al op jeugdige leeftijd gediagnosticeerd bent met een bipolaire stoornis. 

De meeste lezers van mijn stukjes weten dat ik bipolair ben. Dat steek ik niet onder stoelen of banken. Ook mensen in mijn omgeving, die die verhaaltjes niet lezen, krijgen het via de tamtam wel te horen.

Teletekst maakt, door al het wangedrag van die foute agent maar op de bipolaire hoop te gooien, mensen onnodig bang ... en mij erg boos.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 16 juli 2026

EEN VREEMDE NACHT.

Een vreemde nacht. Aanvankelijk droom ik dat met mijn vrienden Derck en  Carry een muur schoonmaak van het pauselijk paleis, hier in Avignon. Vrij hoog zit op die muur vogelstront. Niet makkelijk schoon te krijgen. Daar klim ik naar toe en maak het schoon.

Daar eindigt mijn droom. Mijn vrienden en de ladder zijn verdwenen. Ik roep hun namen maar krijg geen reactie. Vraag me niet hoe. Dat weet ik niet, maar het lukt me het paleis binnen te komen. 

Dit is dus geen droom meer maar klinkklare werkelijkheid voor mij op dat moment. Het vertrek waar ik in terecht ben gekomen is aarde donker en, waarom weet ik al evenmin ik beweeg me daar schuivend met mijn benen voort  over de vloer van dat vertrek. Na enig heen en weer geschuifel ontwaar ik een lichtspoor. Dat spoor valt onder een gordijn. Het gordijn hangt voor een raam dat uitzicht biedt op een parkeerplaats. Het raam kan open, het is buiten doodstil. Iedereen slaapt. Ik zit daar opgesloten. Ik roep 'Derck, Carry, ‘Help ik zit hier opgesloten’. Help me, in het Frans roep ik ook herhaaldelijk: 'Aide moi'. Zo blijf ik zeker een kwartier roepen. Maar niemand reageert. Het is te hoog om daar uit het raam te springen of me naar beneden te laten zakken.

Ik moet  onderhand ook erg plassen. Maar dat kan ik niet in dit vertrek doen.  Ik schuifel bij het raam weg en bots tegen iets aan. Ik herken het geluid. Het is het geluid van het tafeltje bij mijn bed in mijn hotelkamer. Dan wordt mij .opeens duidelijk dat ik zeker een kwartier in mijn eigen hotelkamer heb liggen rond schuifelen en niet in een pauselijk paleis. In snel tempo herken ik nu alles. Doe het raam dicht, de gordijnen. Doe de lichten even aan en ga plassen. 

Het is half vier. Ik ga gauw weer naar bed en slaap tot om 7 uur de wekker gaat.

Weer een nieuw slaapwandel avontuur.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com