Pageviews van de afgelopen week

woensdag 18 maart 2026

KIKKER KOKE.

Ik bent naar het toneelstuk 'Kikker koke', oftewel 'Boiling Frog', de originele titel. weze kijke. Het décor is niet zo sensationeel: een woonkamer, een fauteuil en een gangetje naar de tuin. Achterin de zaal wordt d’r vanaf de eerste scène buitengewoon hard gelache door een vrouw. Ik mot effe zie wie dat is... het is Loes Luca! Tja, die is zelf actrice en zelfs als toeschouwer wil ze natuurlijk duidelijk aanwezig weze. Ze lach zo hard dat ik me afvroeg of ze d’r eigen kunstgebit an het teste was.
Kort na het begin kome d’r nog twee dames binne die naast me gaan zitte. De dikste van de twee neem naast mij plaats. Ik mot gelijk een halve zitplaats opschuive. Dat is effe slikke, want voor mij betekent dat dat ik de rest van het stuk — drie uur min vijf minute — op één bil mot zien uit te zitte. Ik dacht nog: "Meid, als jij nog breder wordt, kenne ze voor jou de Maastunnel gaan verbreden."
Mijn buurvrouw hebt nog lang niet de omvang van de hoofdrolspeelster, die hebt waarschijnlijk an twee stoele nog niet genoeg. Die actrice, Bianca van der Schoot, is van d’r eigen helemaal niet dik, maar ze hebt d’r eigen met allerlei spulle zo dik late make. De titel slaat op het idee dat een kikker in koud water dat langzaam gaat koke, gewoon blijf legge tot-ie gaar is. Zo gaat dat ook in het huis van Adriënne Berkema: ze terroriseert de hele bende en niemand durf d’r tegenin te gaan.
Als toeschouwer ben ik niet te benijde. De kwaliteit is hoog, maar in de zaal tref ik het niet. Buiten die houten linkerbil van mijn, hebt iemand naast of achter mijn een bijzonder slechte adem. Geen knoflook, maar een echte strontlucht. Ik ken toch moeilijk zegge: "Mevrouw, u ademt een rioollucht uit, wilt u effe ergens anders gaan zitte?" Dat doe je niet, maar ik zat wel te kijke of d’r toevallig ergens een dooie rat onder m’n stoel lag te rotte. Zo erg dus.
Adriënne is een echte huistiran die iedereen schoffeert. De dialoge tussen haar, die huichelachtige kerel van d’r en die geniepige tuinman zijn echt komisch. Halverwege ontstaat d’r mot over de cente en krijgt het stuk een bizarre wending. Het wordt steeds fysieker en soms ech eng. 
Ooit gaan zien dit stuk! Zeer de moeite waard.

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


dinsdag 17 maart 2026

BOUWVAKKERSDÉCOLLETÉ

 

Vrijgezel Alex is een echt goedweermens. Het moet zo vanaf maart wel héél erg slecht weer zijn wil hij niet in zijn korte broek èn met ontbloot bovenlijf in zijn buurtje rondlopen. Het is overduidelijk dat hij trots is  op zijn grote (1.90 m), slanke lichaam en eerlijk is eerlijk, hij ziet er voor een zestiger nog best goed uit. De zon hoeft maar één dagje goed te schijnen of hij is alweer poepbruin, trouwens ’s winters ziet hij er ook niet bepaald uit als een Hollandse bleekscheet. Hij heeft altijd wel ‘een tintje’, waarschijnlijk geërfd van voorouders uit (sub)tropische gebieden. 

Op zomerse dagen speelt Alex de onbezoldigd beheerder van het ruime binnenterrein. In zijn blote, bruine body, met zijn zonnebril en zijn vrolijk gekleurde bermuda, schrijdt hij  voort over dat terrein. Borst vooruit, kin omhoog, zijn armen  zó langs zijn lijf, alsof hij onder zijn oksels wc-rollen vastgeklemd houdt. 

Met een zelf gekocht grijpertje ontdoet hij het binnenterrein van het aangewaaide en achteloos weggeworpen zwerfvuil.  Ook verzorgt hij het groen: hij snoeit dorre takjes en verwijdert uitgebloeide bloemen. Dat doet hij op zijn hurken of gebukt, zijn bermuda zakt daarbij flink af, waardoor omwonenden een uniek uitzicht geboden wordt op  zijn welgevormde bouwvakkersdecolleté. 

’s Zomers lijkt hij haast alomtegenwoordig te zijn in de buurt. Vanaf zijn balkon becommentarieert hij op een vrolijke wijze de activiteiten op het binnenterrein.

In de richting van een stel babbelende buurtvrouwen davert hij: ‘Genoeg geluld nou, hè, dames, als jullie niks anders te doen weten kom je je handen maar effe bij mijn thuis laten wapperen, hahahaha. Genoeg te doen hier.’   

 Waarop de vrouwen gekscherend reageren met: ‘Begin jij zelf maar vast, Alex,  wij komen er zo aan.’

Onhoorbaar voor hem voegen ze er aan toe dat ze niet graag aan die klus bij hem thuis beginnen. Er wordt gekletst, dat het bij Alex een waar mannenhuishouden is. Vergeelde gordijnen. Onderlangs alle wanden staat een grote verzameling (lege) bier- en wijnflessen opgesteld. 

Op Alex zijn wc kan je maar beter helemaal niet komen. Een misselijk makende geur . Oude remsporen. Een smoezelige toiletpot met verdachte vingerafdrukken.

Zo gaat die brave Alex nog negatief over de tong nadat hij eens een stel buurvrouwen op verjaardagsvisite had.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


maandag 16 maart 2026

MODERNE KUNST.

Op het terras van ‘de Witte Aap’ in de Witte de Withstraat drink ik een biertje. De barman verstaat geen Nederlands, dus in plaats van een kleintje krijg ik een dure halve liter voor zevenhalve euro. Het zal de feestprijs wel zijn, denk ik cynisch.
‘Is deze stoel nog vrij, meneer?’ vraagt een oudere dame van een jaar of vijfenzeventig. Ze sjouwt met twee kingsize Wibra-tassen.
‘Zeker, mevrouw, gaat u zitten,’ antwoord ik beleefd.
‘Mooi, dan gaat ik eerst ff een biertje hale.’ Ze zet d’r tassen neer. ‘Pas jij ff op m’n spulletjes?’ Ze ziet dat mijn glas bijna leeg is. ‘Eh, wil jij er ook nog eentje? Zal ik die gelijk voor je meeneme?’
‘Graag, maar doet u mij ditmaal maar een kleintje pils.’
Het is druk in de straat. Er staat een dichter op een zeepkist en verderop speelt een djembégroep. Zelfs in de oude Heksenketel is toneel: Wachten op Godot van Beckett.
‘Alsjeblieft, één pilsie voor jou en ééntje voor mijn,’ zegt ze als ze terugkomt. Ze gaat zitte en drinkt haar glas in één teug leeg. ‘Proost! Sorry hoor, maar ik had me toch een dorst. Weet jij wat dit allemaal is hier… dit gedoe?’
‘Dat is moderne kunst,’ leg ik uit. ‘Ik ben net naar een stuk van Samuel Beckett geweest, gespeeld door mensen van de GGZ. Psychiatrische patiënten, zeg maar. Het was indrukwekkend.’
‘Okee,’ zegt ze, ‘dat is dus modern… Ik zou hier nooit gekome zijn als ma niet hoognodig nieuw ondergoed nodig had. Dat wat ze nog in de kast heb legge is niet toonbaar meer. Volop gate in d’r hempies en broekies. Vlekke die er met geen emmer Biotex meer uitgaan. Ik dacht: ik koopt gelijk een flink aantal sets bij de Wibra, da’s het voordeligst. Ik dacht dat het op zondag wel rustig zou weze in de stad, maar dat viel ff tege.’
Ze glimlacht breed. ‘Toen ik uit metro Beurs kwam, hoorde ik die Afrikaanse muziek. Ik heb ech genote van dat danse; ik hou d’r wel van… rumba, chachacha, de tango… Hou jij ook van danse?’
‘Zeker,’ zeg ik, ‘al houd ik meer van vrij dansen, zonder de verplichte pasjes.’
‘O,’ zegt ze bedenkelijk. ‘Nou ja, ma ken niet meer zo lang alleen blijve. Tegenwoordig bent ik het, als ouwe dochter, die voor d’r zieke moeder mot lope zorge. Thuiszorg doet geen klo… sorry… die doen niks meer voor ma. Nou, ik mot gaan… dag meneer.’ Ze geeft me een hand.
‘Dag mevrouw. Vergeet u het geld voor mijn biertje niet mee te nemen?’
‘Joh, schei jij nou ff gauw uit! Neem er nog maar lekker eentje van mijn. Tot ziens!’
Met een ietwat schommelende tred loopt ze de Witte de Withstraat in en verdwijnt langzaam in de menigte.


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


zondag 15 maart 2026

DE HANDDRUK VAN 6

Ik kon het niet laten. Onlangs zat ik in de Schouwburg voor een voorstelling van Orkater. Een naam met een grandioze, bijna heilige reputatie. In 1973, toen ik zelf op de toneelschool zat, was ik groot-fan. De groep heette toen nog Hauser Orkater. Met iconen als Annet Malherbe en Alex van Warmerdam brachten ze baanbrekend, absurdistisch theater. Weinig woorden, veel actie en rauwe seventies-muziek in het knusse theater 't Venster in de Gouvernestraat. Het was brutaal, het was raar, het was léven.

Het huidige Orkater? Slecht kan ik het niet noemen. De zang is keurig, de kostuums prachtig, maar het is zó statisch. De overvloed aan woorden verstikt de magie. Er zit simpelweg te weinig ‘Hauser’ in dit Orkater. Waar is het speelse gebleven? Waar is het gevaar? Terwijl de zaal volstroomde met een zee van grijze en kale hoofden — waar gaat het heen met ons geliefde theater? — gebeurde het echte spektakel op rij 7.
Ik zat op stoel 7 en kreeg een primeur. De man op stoel 6 deed iets wat in een theaterzaal bijna revolutionair voelt: hij stak bij het gaan zitten zijn hand uit en stelde zich voor. Blij verrast pakte ik de handschoen op. Ik stelde me direct ook voor aan de buurman op stoel 8, die het spel verbaasd maar glimlachend meespeelde.
Met nummer 6 raakte ik in gesprek. Een docent Frans die met tien gymnasiasten was gekomen, al was hij er onderweg al twee kwijtgeraakt. We deelden kort onze liefde voor het vak; ik als oud-dramadocent, hij als talenman. Het was een moment van echte verbinding, iets wat ik op het podium die avond miste. Achteraf was het contact met 6 en 8 het meest memorabele van de hele avond.
Na afloop liep ik over de Karel Doormanstraat. Het was half elf, maar ijssalon Capri was nog open. Ik kon het wéér niet laten. Voor het eerst dit seizoen kocht ik een oubliehoorn met twee bolletjes stracciatella. De prijs — 4,50 euro — was even schrikken, maar de smaak was authentiek. In tegenstelling tot de voorstelling was dit ijsje precies zoals theater hoort te zijn: fris, verrassend en een tikkeltje decadent.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


zaterdag 14 maart 2026

JARIG


15 maart is er een jarig,
Hoera, hoera!
Dat is na al die jaren
nog steeds een feit: dat ben jij.
Ik vind het prachtig
en schrijf, speciaal voor jou,
deze woorden voor een mooie vrouw.
Zij leve lang,
hoera, hoera!
Zij leve lang, hoera!

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


BAAT HET NIET DAN ...

M’n huisarts is een jonge, vriendelijke gozert. Een beginner, maar dat klinkt erreger dan dat ’t is. Hij is wat verlege, maar wel eerlijk; as hij iets nie weet, dan zegtie dat gewoon. Ik heb nou bijvoorbeeld een rood, ovaal achtig eczeemplekkie op m’n kuit legge. Omdat ze ’t daar zo teringdruk hebbe, maak ik ’t ze makkelijk: ik maakt een foto en die scant ik naar die praktijk.
Nadat hij daar een paar dage naar heb kenne kijke, zegtie doodleuk: „Het spijt me oprecht, maar ik kan de aard van deze aandoening niet direct vaststellen.” Hij is dan wel weer zo eigenwijs dattie geen receppie uitschrijft. „Smeert u er maar een beetje babyzalf op,” zegtie, „baat het niet, dan schaadt het niet.”
Halleeloeja dokter! Je denkt toch zeker nie dat deze ouwe hap babyzalf in huis heb legge? M’n huisarts zelf zal ’t wel hebbe staan. Hij zou best es vader kenne weze… al heb ik ook wel es gedacht datie ‘van de verkeerde kant’ was. Maar ja, dan kenne ze tegenwoordig ook gewoon vader weze, toch? Voor m’n eczeem heb ik toch maar ff zo’n potje Zwitsal gekocht. Helpt geen ene reet; die plek wordt alleen maar groter.
Ik heb gordelroos gehad en dat hadtie prima gezien. Ik ging kapot van de pijn, maar hij schreef me goeie pillen voor. M’n ore moeste laatst uitgespote worde, maar dat doet de huisarts tegewoordig nie zelf meer. Hebbe ze geen tijd voor, wordt aan de assistente overgelate.
Nou heb ik iets waar ik echt geen foto van ken make. Hemel en aarde hebt ik moete bewege bij die assistente om op ’t spreekuur te magge kome. ’t Is een wratje tusse m’n tene en elke stap die ik zet doet zeer. Ik heb zo’n stift bij ’t Kruidvat gehaald, maar dat spul doet niks. Drie weke moest ik wachte voor ik om half vier mog komme. ’t Zal me trouwens niks verbaze as hij geen raad weet met dat wratje.
Ik bent om kwart over drie de enige in de wachkamer, maar in de spreekkamer wordt vrolijk gelache. ’t Duurt maar en ’t duurt maar. As de huisarts me eindelijk binneroep, komt er een zwaar opgemaakte dame in een feestjurk naar buiten. Ik had er vergif op durve inneme dat er net twee manne in die spreekkamer zate te lulle. 
Iets te uitbundig wenst ze de dokter een zéér aangename voortzetting van de dag.
’t Is vier uur. De dokter is een half uur uitgelope, terwijl ik hier al drie kwartier zit wortel te schiete. 
„Voor dit euvel verwijs ik u toch liever door naar de dermatoloog,” zegt Bart. Voor dat kleine kutwratje krijgt ik dus gewoon een briefie voor de huidarts.

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


    




vrijdag 13 maart 2026

BOXERSHORTS

Zo langzamerhand ben ik weer eens aan nieuwe boxershorts  toe. Sinds mensenheugenis ga ik daarvoor naar Zeeman. Blindelings pak ik daar de grootverpakkingen. Tien boxershorts voor vijftien euro. Allesbehalve eco natuurlijk. Ik heb er nog nooit op gelet. 

Ik deed: zo veel mogelijk èn zo goedkoop mogelijk bij die over- producerende Zeeman.

Wanneer 'mijn omgeving' zegt dat de Hema, de Action, de Wibra en Scapino nog veel voordeliger zijn, denk ik: 'dat kan nooit waar wezen, want dat Zeemanspul is al bijna gratis.' 

Een jaar geleden kocht ik bij Zeeman dus tien boxershorts. Maart 2025. Ik heb er vandaag nog vier van over. Bij het aantrekken van die onderbroeken ...  die zes afgedankte stuks dus, heb ik het elastiek afgerukt. Het scheurde d'r gewoon af.

Nu ben ik de laatste tijd een beetje bezig met duurzaamheid: 'hoe, wat, waar, wie en waarom' met betrekking tot mijn koopgedrag, zal ik maar zeggen. Dus ik dacht misschien kan ik er achter komen wat voor materiaal voor die boxershorts wordt gebruikt, waar ze geproduceerd worden enzo. 

Mijn huidige boxershorts waren gemaakt van synthetisch elastaan. Dat spul is niet alleen slecht voor aan me reet maar ook rete slecht voor het milieu: het kan niet normaal recycled worden. Verbrand moet het worden met een als resultaat een onverwerkbaar eindproduct.

Ik viel haast van mijn stoel van verbazing toen ik op mijn speurtocht naar informatie, las dat Zeeman door de Nederlandse consument als meest duurzame kledingwinkel werd beschouwd. Die boxershorts van mij zijn absoluut geen duurzaam eitje-kwaliteitje. Dat scheef ik al. Maar naast die troep verkoopt Zeeman ook hoogwaardige boxershorts. Die worden gemaakt van gerecyclde materialen (petflessen en kapotte visnetten) en hoogwaardig katoen. 

De duurzame spullen liggen daar ook in de schappen. Je moet er alleen even naar zoeken. Ze zijn herkenbaar aan de labels ECO en GOTS. Dus zomaar blindelings graaien is er niet meer bij.

Niet alles is pluis bij Zeeman. Zo wordt geproduceerd in de lagelonenlanden. Hoe kunnen ze anders zulke spotgoedkope waar aanbieden? Wel laten ze de arbeidsomstandigheden (geen kinderarbeid) daar controleren door Fair Wear Foundaton (FWF). Wil je duurzaam kleding kopen check dan altijd die labels.  

Ik heb vanmorgen bij vier tamelijk grote kledingzaken gezocht naar een voor mij enigszins controleerbaar duurzame boxershort, geen tien, geen vijf maar misschien twee of een boxershort  wil ik aanschaffen. 

Nergens een EKO-, GOTS- of FWF-label op hun boxershorts gezien. Ik vond uiteindelijk één acceptabele exemplaar. Merk Reebok. Bij Zeeman. Gemaakt in Engeland en voor 95% vervaardigd van hoogwaardig katoen en 5% van (slecht) elastaan. Bijna helemaal recyclebaar. Hij kostte me 6 euro, die ene boxershort! Voor een krent als ik, is dat een rib uit zijn lijf. Ik heb dat onderbroekje toch maar gekocht. Het is ook om de wereld te verbeteren. Dan begin ik maar bij mezelf, dacht ik.

Ben trouwens al aan het sparen voor m'n tweede duurzame boxershort.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com