Pageviews van de afgelopen week

dinsdag 4 augustus 2026

TEGEN ELKAAR OPEN ....

De huidige godvergeten hitte brengt ook verrassingen en gezelligheid met zich. Ik laat mijn voordeur openstaan tegenover mijn ook openstaande balcondeur. Dat geeft soms een aangenaam, licht verkoelend windje. Ik ben de eerste bewoner op de galerij. Alle buurtjes moeten langs mij heen. Ik vind dat geen probleem. Sommigen wel. Aicha de Marokkaanse buurvouw is een beetje wantrouwig over mijn goed bedoelde complimentjes over haar hoofddoekjes.  Zoals altijd begint Gülsum (Afghanistan)meteen te ouwezeuren over wanneer ik nou eens bij haar op de koffie kom. Zoals altijd antwoord ik  haar ‘volgende week’.

Opeens stijgt  een hels kabaal op van de straat. Drie roeken en twee meeuwen zijn verwikkeld in een gevecht om het stoffelijk overschot van een rat. Ze zijn zo aan schreeuwen en vechten dat geen van die vijf vogels toekomt een sappig stukje rattenlijk.

Er hangt de laatste dagen een gore rioollucht in de straat. Komt ook door die droogte/hitte. Bettie stormt de galerij op. Ze was net bij Jo, die vroeg haar zoon doodleuk om haar ramen binnen en buiten te zemen. Nog wel met dit weer, 33 graden. Dat kan je toch niet maken. Het kostte me echt moeite mijn mond dicht te houden. Kan je dat begrijpen, Jee?. Ik begrijp altijd alles. Zeker van Bettie.

Ik moet nu echt even weg van de galerij naar de supermarkt. Voor Spa Rood en zalm (vette vis tegen de cholestorol). Bier moet ik niet meer hebben. Daar word ik alleen maar gek van.

Halverwege de route naar de super word ik 'altijd' bedreigd door een kreisende kutmeeuw. Die vogel vliegt gillend boven me en laat zich zo af en toe als een havik  vallen. Vlak boven mijn hoofd lanceert hij zich weer naar boven. Soms krijg ik ook nog een flats vogelstront voor m’n  voeten. Altijd doet ie meeuw dit  op de heenweg naar de super. Op de terugweg hoor of zie ik die kreis-schijterd niet.

Ik kan dan met een gerust hart bramen gaan plukken van de struiken aan de overkant van onze flat. Struiken vol met vurrukkullukke bramen.

De buurvouw waarschuwde me dat ik niet de te laag hangende bramen moest opeten omdat daar vossen overheen gepiest zouden hebben. Nou, ik heb de proef op  som genomen en een handje laag hangende  bramen geplukt.

Ik ga gauw weer in dat lekkere windje op de galerij zitten. Die bramen oppeuzelen. Ze smaken net een stukje zachter en zoeter dan die hoger hangende bramen. Met vossensaus dus, zeg maar. Nu afwachten of ze goed binnen te houden zijn.


maandag 3 augustus 2026

VLIJMSCHERPE NAGELS

Ik heb in mijn leven heel wat poezen versleten. Hoeveel? Een stuk of tien, denk ik, maar nooit heb ik zelf besloten zo'n roofdiertje aan te schaffen.

Ik kom zelf uit een nest dat geheel onbekend is met huisdieren. Er kwam bij mijn ouders al veel te weinig geld binnen om iedereen genoeg te eten te kunnen geven. Dan gaan ze natuurlijk niet nòg een opvreter binnenhalen. Ondenkbaar.

Vooral ik, maar ook mijn broertjes en zusjes voelden zich niet alleen onwennig ten opzichte van huisdieren, nee, de meesten van ons waren ronduit bang.

Twintig jaar was ik inmiddels geworden,  toen ik mijn vriendin leerde kennen. Ik leerde haar al gelijk heel goed kennen als een groot dierenliefhebber. Ze hield werkelijk van alle dieren. Kleine dieren, grote dieren. Ook van paarden, koeien, geiten, schapen..

Ze had al een poes van drie jaar oud. Hompie, die woonde in het ouderlijk huis van mijn vriendin. Nu we samen gingen wonen in een huisje onder de huurwaarde, moest mijn vriendin haar kat meenemen. Ze vroeg wat ik daar van vond, dat Hompie meekwam. Maar ik vond het niet. Ja!! Wat had ik nou te vinden?! Ik had nooit een kat in mijn buurt gehad maar ik dacht wel: beter een poes dan een paard in ons huisje onder de huurwaarde.

Zolang Hompie leefde, heeft ze op twee meter afstand van me, naar me zitten blazen. Zelfs al had ik enkele minuten eerder overheerlijke Purina Hartbrokjes in haar bakje gedaan. Twee keer heeft ze me flink beschadigd met die vlijmscherpe nagels van haar. Hompie en ik waren alleen thuis. Ik draaide mijn hoofd om, om mijn shag te pakken en tegelijkertijd zet Hompie haar houwdegens  in mijn linkerkuit en scratcht. Deed pijn. Woedend was ik! Onvindbaar was ze voor mij. Zelfs als ik met haar voederbakje schuddend door het huis liep en 'pssss pssss Hompie, kom dan' deed, kwam ze niet te voorschijn.

Pas als mijn vriendin thuis was, durfde Hompie te voorchijn te komen. Dan voelde het beestje zich veilig. Terecht! Want waar mijn vriendin bij was kon ik niet de wraak op die kat nemen, die ik voor ogen had. Dat zou ze me verbieden. Mijn plan was Hompie voor straf een kwartiertje boven op de keukendeur te laten staan. Dat bleek toch niet zo'n goed idee, want toen ik halverwege de deur geklommen was sprong Hompie opeens uit mijn handen en scratchte tot bloedens toe mijn kale kop. Tussen mij en Hompie is het nooit meer goed gekomen. Ze is nog veertien geworden. Ik was ruim 30 toen ze stierf!

De vele katjes die mijn vriendin later meebracht gedoogden mij en ik hen.

   

zondag 2 augustus 2026

GEEN HOND.

 I

Ik weet  niet precies waarom ik hierover begin. Ik hoor tot vervelens toe: 'Joh, je bent alleen! Waarom neem je geen hond? Dat is gezellig!

IMaar ik néém géén hond! Ik ben juist zo blij dat ik geen hond heb. Geen geblaf na elke druk op mijn deurbel. Geen gegrom als ik een andere hond tegen kom. Geen hond die ik vier keer per dag uit moet laten. Geen poep, die ik met mijn hand in een plastic zakje van de straat of uit het gras moet grabbelen. Geen hond omdat hij met het grootste genot door de stront van anderen gaat liggen rollen en in de goorste slootjes verkoeling zoekt. Geen hond want ik wil niet die benauwende hondengeur, waar mijn hele appartement naar gaat ruiken. Geen hond die lichtjes jankend naast mijn eettafelstoel in de bedelhouding zit, in afwaching van iets lekkers. Geen hond, die, als ik even niet thuis ben op mijn canapé gaat liggen stinken en maffen, terwijl hij wéét dat ie dat niet mag, omdat zijn haren daarop achterblijven ... dat laatste weet hij niet, daar is hij weer niet slim genoeg voor. 

Geen hond met staart waardoor mijn spullen van de salontafel worden gezwiept.Geen hond die elke vrouw die mij bezoekt aan haar kruis moet ruiken. Geen hond omdat eens per jaar zijn anusklieren moeten worden uitgeknepen, wat een pus geeft met een hemeltergende stank. Geen hond, want die bestudeert hoe hij de ijskast moet open maken, waarin hij stukken rauw hart heeft zien verdwijnen. Geen hond, want die heeft, als ik een half uurtje te laat thuis kom, mijn boeltje ondergepiest of -gescheten. Geen hond omdat je eigenlijk altijd aan huis gebonden bent met zo'n beest, zeker als alleenstaande. Als je met iemand samenwoont of een LAT-relatie hebt, kan je nog wel eens afpreken wat, wanneer, waar en wie voor de hond zorgt.   

Wat ik ontzettend leuk vind van het hebben van een hond is, dat ik een balletje of een stuk hout kan weggooien en zeggen 'Pak! Bello!' Dat die hond, Bello dus, hard naar die bal of naar dat stuk hout gaat rennen en die bal of die tak tenslotte vlak voor mijn voeten neerlegt.

Maar om daar nou alleen een hond voor te nemen vind ik ook weer overdreven.

  

zaterdag 1 augustus 2026

MAKKELIJKE BALLEN.

 Ik had er echt zin in. Ik zou met Leen, een kennis van me, voor het eerst sinds lange tijd weer eens naar een honkbalwedstrijd gaan kijken. Leen weet veel van honkbal. Hij is trainer geweest en scheidsrechter. Ik ben niks geweest in honkbal. Alleen maar toeschouwer. Ik woonde, toen ik ongeveer tien jaar was  vlakbij Sparta Honkbal. Mijn vader vond dat een leuke sport om te naar te kijken. Ik mocht met hem mee. Hij leerde me de spelregels. Ik ging het ook leuk vinden.

Tot mijn 18e ben ik regelmatig naar honkballen blijven kijken. Sparta was heel goed in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw. Landskampioen werden ze meerdere malen. Met  honkbalpersoonlijkheden als Simon Arindell, Hamilton Richardson en Hudson John. Mannen, allemaal uit de Antillen.

De honkbalclub Sparta bestaat niet meer. De club is na een fusie met nota bene de honkbalclub Feyenoord failliet gegaan.

Een andere Rotterdamse club ‘Neptunus’, is nu een topclub in Nederland. Vanmiddag zit ik met Leen in het prachtige Neptunus honkbalstadion, vlakbij de Rotterdamse gevangenis. Neptunus speelt tegen de club Curacao, die gesponsord wordt door de staat Curcacao.

Als de spelers voor hun warming up het veld staan, doet Leen ook zijn warming up. Dan begint hij tegelijk met de match aan zijn schier eindeloze monoloog over hoe en waarom scheidsrechters staan zoals ze staan en gebaartjes maken zoals ze die nu eenmaal maken. Hoe coaches bij honk drie en bij honk één gaan aangeven of een speler ‘op de honken’ wel of niet moet gaan lopen. Het is een oneindige woordenstroom met aanwijzingen uit de oude doos van ex-trainer en ex-scheidsrechter Leen. Hij praat de wedstrijd vol over makkelijke ballen, moeilijke ballen, harde ballen, curve-ballen, foutballen, wide-ballen, vuile ballen, schone ballen, dalende ballen, stijgende ballen, wijkende ballen  en slagballen, volle bak, schijn, overnemen van posities en de volgorde van de lijst met slagmannen, waarvan tijdens de wedstrijd niet mag worden afgeweken.

60 Jaar geleden had mijn vader me dat allemaal al verteld en Leen verkoopt me dit als de laatste nieuwtjes. Maar als ik dat zeg tegen Leen, kijkt hij alsof hij water ziet branden ...emmaa lullen. Hij blijft maar gaan, dwars door mijn weinige woorden heen, alsof die niet hoorbaar zijn voor hem. 

Op het eind van de wedstrijd valt hij stil en vraagt me doodleuk of ik me niet geërgerd heb aan die autist naast me, die geheel in trance, zo zwaar had zitten ouwehoeren.

''k ben blij dat ik niet met je mee gegaan ben Leen!' antwoord ik.

vrijdag 31 juli 2026

JEUK.

Voor het eerst sinds jaren word ik niet uit mijn slaap gehouden door die rot-vervelende muggen. Ik heb half juni bij het Kruidvat  de ‘anti muggen stekker’ aangeschaft voor 15 euro, en daar heb ik geen spijt van. Als het goed is werkt het spul 36 dagen. Heerlijk.

Alleen … juist nú moet ik wel gestoken zijn door een ander soort insect. Ik heb  al een week een vurige rode jeukplek op mijn linker onderarm!

Ik heb al met mijn nagel een kruisje in de beet gedrukt en het met een watje met azijn gedept. Maar dat is gewoon mijn moeders’ truc tegen lastige muggenbeten en muggen worden in mijn slaapkamer met behulp van het Kruidvat al vermorzeld.

Waar zou ik dan door geprikt kunnen zijn. Door een niet vliegend insect want dat Kruidvatmiddel maakt vliegen voor insecten onmogelijk.

Door een vlo misschien. Van een vlo krijg je kleine rode jeukende prikjes naast elkaar maar dàt is niet wat ik nu heb. Dit is één rode, vurige jeukvlek ter grootte van een 2 euromunt, met in die rode vlek drie harde bultjes. Twee kleine en een grote.

De dader zou ook een kruisspin geweest kunnen zijn. Toen ik net terug was uit Avignon zag ik dat er in de struiken aan de overkant van mijn flat volop bramen rijp waren. Ik ben toen gelijk gaan plukken. Best kans dat de kruisspin toen ook gelijk toesloeg. Elke prik van de kruisspin moet echter afzonderlijk zichtbaar en voelbaar zijn. Zo zit het bij mij ook niet.

Dan kan het  haast niet anders dan dat ik door een bedwants ben gebeten. (Mijn slimme aangenomen zusje dacht gelijk al aan iets betwanterigs). Zo’n rode vlek met drie harde plekjes er in, dat klopt  precies. Hoogstwaarschijnlijk ben ik gebeten in het Franse hotel en is de beet pas in Rotterdam, een week na de vakantie, zichtbaar geworden. De wants zelf is hopelijk in Avignon in de super gekoelde hotelkamer achtergebleven. Als ik een wants had meegenomen uit Frankrijk had ik al lang nieuwe rode jeukplekjes gehad.

Mijn huisarts, die ik voor de zekerheid nog even consulteerde,  zei dat ik de eczeem zalf die ik nu toch al gebruik (Betnelan)ook mag smeren op die tergende  jeukplek op mijn linker onderarm. Dat zal nu wel snel beterswantsen.

donderdag 30 juli 2026

GOED GEVULD

Ik ben nog op vakantie in Avignon. Vrolijk druk op straat. Vooral op de Rue de la Républic: winkelende mensen, theatermakers die reclame maken voor hun voorstellingen in honderden theaters. Straatartiesten ook, zoals jongleurs, acrobaten, (tap)dansers, muzikanten, zangers doen daar hun act en gaan daarna ‘met de pet’ rond. Ze horen er absoluut bij, die straatartiesten en ze zorgen ook voor die geweldige sfeer daar.

In die ‘Rue’ zijn vele café's, waar onbeperkt getoiletteerd mag worden, je hoeft niet persé zoals in de benepen Rotterdamse horeca eerst een drankje of een hapje te bestellen voordat je mag gaan piesen of poepen.

Elke dag zoek ik een ander terrasje uit voor de 'double café' bij mijn elders gekochte, rijk belegde broodje. Pas de problème.

Om raadselachtige redenen valt in de eerste week van mijn verblijf in Avignon, de bril van mijn neus èn staat mijn horloge opeens stil. Voor beide probleempjes kan ik op die Rue de la Republique ook terecht. Net als in Nederland, geeft de opticien mijn bril een gratis  kleine beurt. De horlogier aldaar slaat er een slaatje uit door voor het plaatsen van een nieuw batterijtje in mijn horloge 15 euro te rekenen. Op het Lage Land staat zit elke vrijdag op de markt een man die dat voor een tientje doet.

Monoprix is de grote supermarkt op de Rue de la République. Ik koop daar een pot grote zure bommen, 12 flesjes 'eau petillant', 2 liter melk, een kilo kersen, een pond druiven, een groot stuk watermeloen en een kilo magere Franse kwark. Het gaat net in de rode boodschappentassen, die ik mee heb. De koelkast is gelijk goed gevuld.

Dan realiseer ik me dat ik niet zo lang meer in Avignon zal zijn. Over anderhalve dag vertrekt mijn TGV richting Rotterdam. Alles opeten en drinken is geen optie. Ik zou vanaf heden alleen fruit kunnen gaan eten en melk drinken maar dan krijg ik toch maar een fractie op van wat ik in de koeling heb staan. Er zit niks anders op dan wat over blijft in de koelkast te laten staan voor de volgende hotelgast op deze kamer.

De ochtend voor vertrek, ik ben net uit mijn bed, wil ik nog even verifiëren hoe laat precies die trein straks gaat. Het retourkaartje zit in een speciaal vakje van mijn koffer. 

Als ik me buk om dat kaartje te pakken besef ik dat mijn koffer al thuis is, in Rotterdam. Net als ik.

In mijn droom heb ik me de afgelopen tijd flink druk lopen maken over die overvolle koelkast. Wanneer ik de deur van mijn eigen koelkast hier nu open, zie ik staan wat ik hier gisteren blijkbaar al bij mijn Jumbo, hier om de hoek heb gekocht.

Genoeg tijd derhalve om het hier allemaal lekker op te peuzelen en drinken, gelukkig


woensdag 29 juli 2026

IRRITANT (2)

 Ronduit lullig, dat voorval. Vlak voor de deur van ons bejaardentehuis, vond ik een heuptasje. Goed gevuld. Bankpasjes, sleutels, adressen en (kortings)pasjes van allerlei organisaties. Op het moment dat ik het vind heb ik haast ... een afspraak met de fysio. Inmiddels weet ik dat dat tasje van flatbewoner Ton is. Ton is een zwaar invalide oudere man. Hij beweegt zich al vele jaren uitsluitend voort in een rolstoel. Ik bel bij hem aan. Geen gehoor, tot twee maal toe. Ton is thuis dat weet ik zeker. Hij doet gewoon niet open. ‘De groeten Ton,’ zeg ik in mezelf, ‘ik moet er nu echt vandoor’. Zijn volle heuptasje past niet in Ton’s brievenbus dus haal ik er wat spulletjes uit en stop dat alles in zijn brievenbus.

Vier uur later ben ik terug van de fysio. Loop in één ruk door naar Ton. Bel weer twee keer aan, zonder resultaat. Dan tik ik twee keer hard (geïrriteerd) op de ruit naast zijn voordeur. Hij doet opeen, zeker een minuut later, met een slaperige kop open.

‘Ha Ton, Ik heb hier beneden op straat je heuptasje gevonden. Alles ligt nu in je brievenbus. Nog geen anderhalve minuut later zie ik hem zijn brievenbus schoon vegen. Ik wees hem toen nog even precies aan waar ik zijn tasje gevonden had: op het trottoir vlak achter een geparkeerde auto.

‘Ja’, zieligt Ton, ‘het was daarstraks veel te druk om me heen. Buurvrouw Hulst vroeg me of ik de deur wilde open doen met mijn afstandsbediening. Buurman Peter zei dat mijn taxi er al stond … terwijl die juist wegreed. Ik was hier net door die taxi afgezet.

'De mensen moeten me met rust laten', sikkeneurt Teun. Ik kan niet tegen die drukte om me heen. Dan raak ik in de war.’ Uiteindelijk kon er bij Ton toch geen bedankje af.

Ik moest onwillekeurig denken aan de dag dat mijn oudste zoon, tien oud jaar toen, een portemonnee vond met daarin tien briefjes van honderd euro. Hebben we gelijk aangegeven bij de politie. Via de politie kwam de eerlijke verliezer bij mij aan de deur. Ik liet mijn zoontje de portemonnee aan de dolblije man terug geven. Zonder dralen ritste de man zijn knip open en gaf mijn zoontje, een briefje van honderd euro.

Ton was niet zo blij, zo te zien … en al helemaal niet zo gul. '