Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 24 oktober 2026

BAH!

Het zijn vooral jònge ratten, die heen en weer scheuren over het rattenpad dat naar de Bijloo basisschool leidt. Waarom rènnen ratten toch altijd? Nog nooit heb ik een rat zien kuieren. Ze snellen van het ene struikgewas naar het andere over dat rattenpad.

Het is een kille, regenachtige vrijdagochtend. Slaperig sta ik uit mijn keukenraam naar buiten te koekeloeren. Vanochtend was ik al om half zes wakker, natuurlijk weer plassen… in slaap vallen lukte niet meer. Vanaf links, aan de struikenkant, komt een kerel aansjokken van onbestemde afkomst. Hij schokschoudert in de ricting van dat rattenpaadje. Hij is wat gehaast, loopt wijdbeens. Het lijkt wel of-tie moet poepen, dacht ik nog. En verdomd! Ik dènk dat, en hij slaat linksaf het rattenpad in en loopt door tot achter de struiken. Ik zie nu alleen nog maar zijn bovenlichaam van achteren. In één vloeiende beweging hurkt hij en trekt hij zijn broek omlaag. Hij zit te poepen! Nauwelijks anderhalve minuut later is hij klaar, haalt zijn broek op, ritst zijn gulp dicht en loopt over het rattenpaadje weer de straat in.
De manier waarop die kerel nu loopt, herken ik zó goed. Hij heeft natuurlijk een vuile bibs. Want ik heb nog nooit van iemand gehoord dat hij of zij een schone kont had na het poepen. Altijd pure noodzaak.Vegen!. Welnu, de man liep daar, nu nòg wijdbeenser dan voorheen. Met duim en wijsvinger trekt hij de kont van zijn spijkerboek iets naar achteren, een weinig weg van zijn vuile reet.
Ik weet precies hoe dat werkt. Het is me net zo een paar keer overkomen. Ik moest dan zó vreselijk poepen en was dan zó intens blij dat ik ergens mijn drol kwijt kon, dat ik vergat te checken of er wel wc-papier op die plee was. Met tegenstrijdige gevoelens zat ik daar: enerzijds blij dat ik verlost was van mijn dwingende vrachtje, maar anderzijds "absolutely not amused in the shit!". Afschuwelijk.
Het was eens bij bioscoop Kino. Vlak voor de film. Ik vertelde de barjuffrouw wat me was overkomen. Ze trok een vies gezicht en zei alleen maar: "De bàr is mijn pakkie-an, de toiletten zijn voor een ander. Sorry meneer, ik kan u niet helpen." Als een vies beest liet ze me in mijn poepbroek aan de bar staan.
De film die ik vanavond wou zien, moet, jammer maar helaas, even wachten. Wel een toepasselijke titel: 'Het goede kwaad.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 23 oktober 2026

HAJAR.

Je hoort het op de radio, je ziet en hoort het op tv. Het hele media-circus is er eigenlijk letterlijk dol òp èn ook: dol vàn. Gewoon hier, in ons doorgaans zo nuchtere Nederland. De moord op Hajar. Haar naam alleen al snijdt als een koud mes door de avondlucht. Hajar, een jonge vrouw, koud gevonden in een koffer in het water aan de Amsteldijk. Zomaar in een Nederlandse straat. 
Ik erger me kapot aan de minutieuze, op sensatie beluste berichtgeving van het NOS-journaal. Er wordt voor het 'Hajar-item' ultra veel tijd vrijgemaakt. Eindeloos geouwehoer over de geschiedenis van de vermoedelijke dader met zijn stiefvader. Over het gedrag van het slachtoffer, ver voordat ze werd gedood. Het is een smerig soort leedvermaak dat de kijker wordt voorgeschoteld. Het is heel onfatsoenlijk om de kijker vol te proppen met info waar hij niks mee kan en waar hij ook helemaal niks mee te maken heeft. De ene kijker neemt verlekkerd de smerige info tot zich, de ander wordt er nodeloos bang door gemaakt.
De gezichtsuitdrukkingen van de journaalmedewerkers, de verkondigers van het totaal overbodige sensatie-nieuws, maken op mij de indruk van geile mannen. Mannen, ja, die zich openlijk verlekkeren aan de 'Hajar-sensatie' als aan een mooi lief meisje, een kleutertje van vier. Strontmisselijk werd ik al van het ene NOS-journaal dat ik zag: dat van vrijdag 23 oktober om acht uur 's ochtends.
Doorgaans laat ik me informeren door Teletekst. Ter zake, betrouwbaar, goed en voldoende. Geen gore sensatie.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

























































donderdag 22 oktober 2026

VOORBIJGANGERS.

Had ik al eens iets geschreven over de verstopping van de medische stand in Nederland. Ja, ik geloof het wel. Ik heb al eens een stukje geschreven, dat ik heb genoemd 'Neuroloog?' Daarin werd ik door mijn huisarts verwezen. Kort na die verwijzing ontving ik een uitnodiging van de Neuroloog voor 8 januari 2027. Dan al!

Misschien val ik in herhaling, maar excusez-moi, dat heeft alles te maken met mijn leeftijd (76). Ik sprak er schande van tegenover mijn huisa ... o, ja, dat is ook nog zoiets: 'mijn huisarts' en 'mijn dokter' ... Ik ben geboren in 1950 en groeide op in de tweede helft van de 19e eeuw. Toen had ik, net als mijn broertjes en zusje, nou ja eigenlijk net als iedereen, zijn eigen huisarts. Mijn dokter was een klein corpulent kaal mannetje met een krulsnor, een dikke buik, een bromstem en een bolknak tussen zijn lippen. Een leuke man. Je zou haast gaan simuleren om op visite te krijgen.

 ‘Zouden huisartsen ooit nog wel eens hun huisje uit komen?’ vraag ik u af. Ik ben de laatste jaren een paar keer goed ziek geweest ... maar bij mij thuis …  een huisarts? Never nooit! 

Mijn dokter liet in Spangen, waar ik als jongen woonde, zijn hondje, een herder, uit bij mij in de straat.

‘Dag dokter' zei ik, alsof ik zijn vriendje was.

'Haa die Josje,' want toen mocht iedereen mij nog Josje (9) noemen, zeker die vriendelijke dokter.

Precies weet ik het niet meer. Het liep richting eeuwwisseling. Niemand had nog één huisarts. Een paar huisartsen werd zo langzamerhand min of meer normaal. Het werden er steeds meer. 

Op dit moment 'zit' ik bij de Huisartsenpraktijk Oost. 10 jaar geleden begon ik daar met alleen dokter Bos als huisarts. inmiddels kan ik door de vele bomen dokter Bos niet meer zien. Het laatste jaar, waarin ik helaas, de huisartsenpost plat liep, hebben zeker tien medewerkers van de praktijk aan me gezeten. Voor die afschuwelijk gordelroos tot voor een ellendig zwerende grote teen. 

Dokter Bos werd de directeur van die post en kon dus minder dokteren. Voor hem kwamen drie bekwame vrouwen in de plaats. Ik werd geholpen door drie best slimme medicijnenstudenten en ook al drie ZZP'ers. Invalkrachten. Allemaal zonder meer: 'eitje kwaliteitje'.

 

Nu tel ik al tien (met Bos en de rest) voorbijgangers, zogenaamde 'huisartsen'. Onmisbaar in deze constellatie is de elfde 'man': een goed bijgehouden dossier. Dat dossier is in feite de enige echte huisarts.

 We hebben hier in Oost een prima elftal, vooral uitmuntend in de thuiswedsrijden, In Oost. Daar gaat het toch om.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



woensdag 21 oktober 2026

LAAT TOCH LOS, JOS.

 

Ik zie Sofieke helemaal niet meer de laatste paar maanden. Er was een tijd dat we elkaar minstens drie keer per week, in de gym, tegen kwamen, héél gezellig. . De laatste twee maanden lijkt het alsof ze van de aardbodem verdwenen is. 

 Een hoogtepunt in het contact met Sofieke, was dat we samen naar een voorstelling van Herman van Veen gingen in Isala. Ik had niet verwacht, dat ze het leuk zou vinden om met me uit te gaan. In die periode had ik het gevoel, dat ik blijer was met haar, als zij met mij. 

Waar ik me bij Sofieke zo over verbaasde was, dat ze op het ene moment heel open was en even later over het zelfde alweer dicht klapte, als een oester.

Zo vertelde Sofieke dat ze een kinderboekje geschreven had. Het moest alleen voor publicatie nog geïllustreerd worden. Gretig vroeg ik of haar boekje mocht lezen. Doch :‘o, neen!’. Ze zette meteen haar hakken in het zand. Met yoga ging het net zo. Ze is yoga lerares maar  heeft geen leerlingen. Ik geef me gelijk bij haar op. Daar zegt ze blij mee te zijn. Maar de volgende dag appt ze me ‘toch maar niet, Jos’ Ik mag zelf verzinnen waarom niet. Van die dingen dus. 

Ik was daarentegen letterlijk een open boek.Ik heb een blog en schrijf elke dag een column, dat doe ik nu al bijna 20 jaar. Meer dan 2.000 columns! Ik heb er geen enkel probleem mee als Sofieke ze gaat zitten lezen. 

In het voorjaar stelde ik haar voor om te gaan wandelen, bij lekker weer. ‘Gezellig.’ Appt ze. En ...een paar dagen later is het lekker weer, en dan vraag ik: ’Ga je mee Sofieke?’ krijg ik als reactie :’Laat het los, Jos’  Nou ja … toen brak mijn klomp. 

Sindsdien, ik dacht dat het mei dit jaar was ... laten zij en ik elkaar steeds meer los. Onze begroetingen verwelken van: 'Hallo Sofieke’ naar: 'Dag Buurvrouw’ toteen lauw handbeweginkje'. 

Doodzonde, hoor!I Die leuke periode staat me nog zo goed bij. Tsja, Sofieke wilde dat ik ‘het‘ los zou laten. In loslaten ben ik alleen niet zo goed. Niet zo goed als zij, in dichtklappen.

Nu ik Sofieke al maanden niet gezien heb, voel ik een gemis. Ik vraag me af 'Waar ben je? Bij je zo geliefde broer misschien?? Bij je vriendin? Bij je petekind? Of ben je gewoon heel veel binnen-in je eigen huisje?.

Ik schrijf nu over Sofieke. Ik kan haar dus niet loslaten.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 20 oktober 2026

LASEREN (remastered)

 Vanmiddag zijn de spataderen in mijn linkerbeen weggelaserd. Of zeg maar gerust: weggelazerd. Om half één moest ik in het Sint Franciscus Gasthuis wezen. Volgens een kennis was het een fluitje van een cent. Ook andere kennissen hadden weer van andere kennissen gehoord dat het he-le-maal niks voorstelde.

Het deed me denken aan tien jaar terug. Mijn eerste kennismaking met laseren. Een keelarts zou mij pijnloos van het snurken verlossen met een laserapparaat van 1500 gulden. Zelden heb ik zo’n pijn geleden. "Iets te weinig verdoving gebruikt, sorry hoor, het was mijn eerste keer," sprak de arts terwijl ik zat te kermen. Een week lang kon ik niet slikken.
Nu de spataderen. Twee maanden geleden kreeg ik hiervoor steunkousen aangemeten. Gisteravond legde ik ze keurig klaar op mijn nachtkastje. Na mijn ochtendritueel ging ik eerst nog hard spinnen in de sportschool. Dat moest per se; ik mag nu veertien dagen niet meer sporten.
Daarna vlug naar huis, muesli eten en de krant doorbladeren. De tijd drong. Met mijn cliëntenkaart spoedde ik me naar de tram. Fietsen mag immers even niet. Gestrest als ik was, liep ik in mijn zenuwen naar de verkeerde tramhalte. De tram naar Plaswijk. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat de steunkousen nog thuis lagen. Terug dus.
Mijn geliefde echtgenote kijkt er al lang niet meer van op als ik binnen twee tellen weer voor haar neus sta.
"Leg ik verdomme die stomme kousen klaar, vergeet ik ze nog!" brom ik.
"Ik vroeg je nog zo: ben je niks vergeten?" zegt ze.
"Ja, ja, het is al goed," zeg ik beschaamd.
Weer op weg. Met steunkousen in een plastic tasje. En wélke halte pak ik? Weer die verkeerde Plaswijk-tram. Hoe krijg ik het voor elkaar? Tien over twaalf alweer. Godzijdank haal ik het. Om tien voor half een stopt de tram voor het ziekenhuis. Precies op tijd.
Toen merkte ik het. Mijn hand was leeg. Tasje weg. In de tram laten liggen! Achteraan rennen had geen zin meer. Gelukkig hadden ze in het ziekenhuis nog een paar kousen liggen. Een geluk bij een ongeluk.
Het laseren zelf ging goed. Al stierf ik van de pijn bij de zes gemene verdovingsprikken die nodig waren om dat lasergereedschap door mijn ader te laten kronkelen. Nu zit ik met de napijn. Elke vier uur moet ik 500 mg paracetamol slikken. Dat wordt de wekker zetten vannacht: 01.00 uur en 05.00 uur.
Of die aderen echt weg zijn, zie ik over een week pas. De dokter noemde het geslaagd. Deze kleinzerige patiënt is in ieder geval nog in leven. Zou er trouwens al een laserbehandeling bestaan tegen geheugenverlies?

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 19 oktober 2026

EINDELIJK WEER EENS EEN BLANKE!

Er staat een vrouw met lang geverfd blond haar tot op de schouders voor onze bejaardenflat. Ze wacht op ons, Erna (83) en mij. Kan ze mee naar binnen lopen. Geen sleutels. Ze is jonger dan wij, maar toch zeker achterin de zestig. Een super-gerimpeld rokerskoppie heeft ze. Op de zesde moet ze zijn.
Persoonlijk ga ik nóóit met de lift. Heel af en toe maak ik een uitzondering om een praatje te maken met een gezellige buur. Erna beschouw ik als gezellig. Zij en ik wonen op de vijfde.
Wanneer je, zoals ik dus, altijd over de trap gaat, up and down, dan loop je een hoop mensen mis. Ik ben zelf nog prima-de-luxe ter been. Ik heb die lift gewoon niet nodig. Dus altijd loop ik… nou ja, alleen vrijdags, onze marktdag, wanneer ik ook gelijk de supermarktboodschappen binnen sleep, dan ga ik naar boven met de lift. Ik doe mijn boodschappen in zo'n ouwe-lullen-boodschappenwagentje. Om zo'n volgeladen karretje op de vijfde te krijgen… ’t zal best lukken, tree voor tree dat karretje naar boven trekken… maar eenmaal op de vijfde kunnen ze me opvegen. Dus dat doen we maar niet.
Met Erna in de lift naar boven hoor ik nog eens wat. Ze gaat met een ‘vrouwtje’ van de derde en haar schoonzus, die op twee woont, naar een huisje in Oisterwijk. Die andere twee vrouwen, die vertelden mij toen ik in het repaircafé de staafmixer van Erna d’r schoonzus zat te repareren, dat ze Erna een beetje onder hun hoede nemen. Zij is de laatste tijd steeds meer ‘de weg kwijt’.
Al een paar maanden loopt ze elke zondag naar de brievenbus om haar ochtendkrantje op te halen, dat nog nooit op zondag bezorgd is. Eergisteren liep ze in haar baby-doll met haar boodschappenwagentje richting lift.
"Wat ga je doen, Erna?"
"Markt. Piepers kopen."
"’t Is geen vrijdag. Dus geen markt, Erna. Weet je wel hoe je d’r bij loopt?"
"O, stom! Ik dacht dat ik al aangekleed was." Beschaamd giechelend snelt ze terug naar haar appartement.
Dat was wel het ergste dat ik met haar meemaakte. Hoewel… als we uit de lift bij mijn appartement zijn beland, zegt ze op weg naar haar eigen huisje: "Blij toe dat er eindelijk weer eens een blanke een woning krijgt toegewezen in onze flat."
Ik ontplof zowat als ze dat gezegd heeft.
"Iedereen, met wat voor kleurtje dan ook, is hier welkom, vind ik. Wat je zegt, Erna, is pure rassendiscriminatie."
Verbouwereerd, in verwarring, draait Erna zich om. Loopt voor háár doen snel achter haar rollatortje naar huis.
"Ik klaag je aan!" roep ik haar nog na.
Achteraf bedenk ik me: moet ik Erna’s woorden wel zo streng beoordelen? Ik ben geen arts, maar ze lijkt me beginnend dement. Een beetje verward. Bangig en daardoor misschien wat racistisch.
Want eerder heb ik Erna nooit zoiets bespottelijks horen zeggen.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com