Mijn vrouw zei dat ze een avondje was wezen stappen. Ik lag in die periode net met een zware longontsteking in het ziekenhuis.
jeejeepee zo af en toe
Veruit de meeste blogs berusten 'zo af en toe' op waarheid
dinsdag 3 februari 2026
ELF JAAR EERDER (5) ONNODIG KWETSEN
maandag 2 februari 2026
ELF JAAR EERDER (4) VOGELS
Ik had er opeens schoon genoeg van, van al die kwieke vogels op ons balkon. Natuurlijk, het is hartstikke leuk als je vanuit de woonkamer, die op het balkon uitkomt, het komen en gaan kan bekijken van onze gevederde vrienden. Soms zijn we getuige van een kleine onderlinge vechtpartij tussen wat ongedurige spreeuwen. De spreeuwen komen op die lekkere en voedzame dingen af, die we voor de vogels op het balkon hebben opgehangen. Helaas blijft deze voederplek voor vogels geen geheim voor spreeuwen alleen. De vogeltamtam werkt uitstekend. Na de spreeuwen melden zich de koolmeesjes, die een soort lijnverbinding lijken te hebben met ons balkon. Vooral op de inhoud van de pot pindakaas zijn ze dol. Dat potje is precies groot genoeg voor een koolmees, trouwens ook voor de pimpelmees maar die zien we zelden. Voor spreeuwen is die pindakaaspot niks. Ze pletteren die pot steeds op de grond. Gelukkig zijn die potten wel behoorlijk stevig. Ze breken echt nooit. Vogels van alle soorten, maten en kleuren vertonen zich op ons balkon, terwijl we toch alleen maar een stuk of vijftig pinda’s in de schil aan een touwtje rijgen en ophangen aan de waslijn. Die gebruiken we toch nooit in de winter.
Een groot succes, vooral bij de mezen, zijn (logisch eigenlijk wel) de mezenballen. In alle standen peuzelen ze de ballen op. Ook eksters willen wel wat eten van de mezenbal maar zij geven er de voorkeur aan om een hele bal of een deel er van mee te nemen. Met hun angstaanjagende gekras slagen ze er in om veel lieve vogeltjes de stuipen op het lijf te jagen. Eigenlijk is ons balkon een soort mini restaurant voor lieve kleine vogels. Maar ja, ze zijn moeilijk tegen te houden, die relatief grote vogels: de duiven, de halsbandparkieten, de eksters en gaaien hoewel die gaaien nog zo erg niet zijn. We hadden eens een keer een appel in het gietijzeren balkonhek vastgezet. Binnen de kortste keren zien we een halsbandparkiet er met die hele appel vandoor gaan.
zondag 1 februari 2026
ELF JAAR EERDER (3) VERKOUDEN
Ik ben een beetje ziek. Gisteren was ik dat ook al maar vandaag een klein beetje meer. Mijn temperatuur vandaag is 39,5 en gisteren 39. Het stelt allemaal niet zo veel voor hoor: ik heb alleen maar hoofdpijn, kriebelhoest en last van benauwdheid. Kouwe rillingen trekken over mijn rug; af en toe is mijn lijf één groot kippenvel. Ik snuit me een ongeluk. Dat schijnt een goed teken te zijn. Mijn moeder zaliger zei altijd al: ’Dan komt de verkoudheid goed los.’
zaterdag 31 januari 2026
ELF JAAR EERDER (2) BANGIG
De laatste tijd is hij banger. Zoals de lift nemen in het gebouw waar hij woont. Hij durft het gewoon niet meer: angst dat lift in een vrije val komt of ergens onderweg klem komt te zitten.
vrijdag 30 januari 2026
ELF JAAR EERDER (1) ZATERDAG
Zaterdag. Ik heb mijn wekker op acht uur gezet. De wekker van mijn vrouw liep om zeven uur af. Zij gaat deze morgen met een vriendin naar een film van het IFFR; die begint om kwart over negen! De film gaat over Aboriginals.
donderdag 29 januari 2026
AFSCHEID VAN HANS
Vanmiddag heb ik afscheid genomen van Hans Ouwerling. Zijn stoffelijk overschot was naar het crematorium gebracht in Capelle aan den IJssel-Schollevaar.
Hans werd circa dertien jaar geleden mijn buurman. Toen was ik nog getrouwd met Winny. Hij was een positief ingestelde, behulpzame man. Zijn (eigen) woorden op zijn rouwkaart zijn veelzeggend:
Maak je over mij maar geen zorgen,
ik kom wel waar ik zijn moet
Ik heb een goed leven gehad.
Toen Winny en ik, tien jaar geleden uit elkaar gingen, bood hij me zijn hulp aan. Hij heeft me heel Rotterdam en omstreken in zijn grote auto rond gereden, zodat ik alle spulletjes en apparatuur kon aanschaffen, die ik nodig had om op mezelf te gaan wonen. Ook bij de feitelijke verhuizing van mijn spulletjes, van het Oude Noorden naar Prinsenland heeft hij me fantastisch geholpen. Daar ben ik hem tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor.
't Klinkt misschien vreemd als ik dat zo opschrijf maar ik waardeer het oprecht, dat hij goeie maatjes is geworden met Winny. Ze kookten regelmatig voor elkaar of ze aten samen thuis of buitenshuis.
Hans was toen hij dertien jaar geleden mijn buurman werd, al niet in optimale conditie. Last van zijn hart, longen en slokdarm. In de jaren daarna is zijn lichamelijke gesteldheid er niet op vooruit gegaan.
Toen ik 29 november jl. mijn 75e verjaardag vierde was hij een van de genodigden. Helaas moest hij afzeggen. Hij zag te veel op tegen de loopafstand tussen de parkeergrage en de locatie van mijn feestje. Hij is daarna alleen maar verder achteruit gegaan.
Ik heb niet zitten tellen, vanmiddag in het crematorium, maar ik schat dat er zeker 100 mensen waren en dat is héél veel voor een man van 80 jaar. Winny en nog een paar mensen die bij hem op het trappenhuis woonden waren erbij. Zijn (stief-)kinderen hebben gesproken. Zij waren open, eerlijk over Hans' mooie en minder mooie kanten.
Volgens zijn buren, die ik even sprak, heeft Hans het op laatst van zijn leven zwaar gehad maar ze waren het er unaniem over eens dat hij niet 'ondragelijk' had geleden.
Ik weet donders goed dat ik het niet voor het zeggen heb maar laat mij maar in mijn slààp heengaan. Vredig!
woensdag 28 januari 2026
IFFR (1)
Het IFFR komt er weer aan. Het Internationaal Filmfestival Rotterdam 2026. Ik maak het mee sinds 1978. Nog steeds geniet ik met volle teugen van spannende, trieste, humoristische, interessante, verrassende, absurde, brutale, creatieve en intelligente films, gemaakt in alle uithoeken van de wereld.
Ik ben vanmiddag bezig geweest met uitzoekwerk. Want dat is het! Uit een paar duizend films een stuk of vijftig films kiezen die me wel aanspreken.
'Ga je, mee Peter,' vraag ik aan goeie kennis van me, 'ga je mee naar het IFFR?'
'Neen, dat is mij te veel uitzoekwerk,' zegt Peter.
En gelijk heeft hij. Ik heb vanmiddag slechts tien films kunnen selecteren. Tien films voor twee dagen. Vijf films per dag is tegenwoordig voor mij de limit. Ik ga acht dagen kijken. Bij leven en welzijn ga ik veertig films zien.
Ooit is het wel eens gebeurd, dat ik vier kaartjes op één dag heb laten schieten. Dat was omdat het ijskoud was, er een ijzige poolwind stond en er een dik pak sneeuw lag.
Een ticket kost tegenwoordig 13.50 euro per film. Met een vijf- en tienrittenkaart ben ik iets goedkoper uit. Het meeste voordeel heb ik van mijn Cineville-abonnement. Ik mag daarmee voor niks naar tien films. Ook schijn ik nog korting te kunnen krijgen met de Rotterdampas maar dat moet ik nog even uitzoeken ... ja ja, wederom uitzoeken.
Zaterdag begint het IFFR voor mij persoonlijk. Ik kijk er naar uit ... maar zie er ook een beetje tegenop. Er spelen twee taaie ongerieflijkheden.
Al is de film nog zo onderhoudend, ik val op volkomen willekeurige momenten in slaap en lig dan hinderlijk luid te snurken tot ik door een geïrriteerde mede-filmfan wordt wakker geschud.
De meeste films duren te lang voor mij. Niet om de kwaliteit van het gebodene maar vanwege mijn zwakke blaas. De gemiddelde filmduur is 90 minuten. Ondanks dat ik bewust, nauwelijks drink, lukt het me zelden een film ononderbroken uit te kijken. Als ik onder de film naar de plee ga mis ik de ene keer niks en de andere keer mis ik net de clue. Dat maakt ook, dat ik me wat minder relaxed voel.
Als het enigszins kan blijf ik het IFFR bezoeken tot mijn tachtigste, dan heb ik er vijftig jaar òp zitten. Dat vind ik wel mooi.
Ik vrees dat ik mijn trouwe lezers en lezeressen tot 10 februari moet teleurstellen. Vrees ik, maar ... heel misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan en schrijf ik zo af en toe toch nog wat.