Pageviews van de afgelopen week

donderdag 28 mei 2026

POEPBRUIN

Een groot luchtbed heb ik gekocht. Daarmee ga ik op mijn balkon liggen zonnen. Elf jaar woon ik nu in dit appartement en nog nooit heb ik zoiets raars gedaan. Ik bedoel met zo'n luchtbed op het balkon. Vorig jaar had ik ook al, iets dergelijks. Ik wou toen coute que coute (koste wat het kost) bruine benen kweken. Toen deed ik, ook al was het eigenlijk te koud, vanaf maart al, een korte broek aan. Mijn bovenlijf hoefde toen niet zo nodig want ik ging op vakantie naar Edinburgh, Schotland en daar heeft toch iedereen een gevoelige kwetsbare, blanke huid (en rood peenhaar). Dan val ik dus niet uit de toon. Dit jaar is anders. Ik ga naar Franrijk.  Daar is iedereen altijd al gebruind in de maand april. Dus ik ga daar straks in juli niet voor lul lopen met mijn melkwitte torso. 

In april ben ik begonnen met een paar keer zonnebanken. Toen de zon hier meer zo hoog aan de blauwe hemel stond ben ik op mijn splinternieuwe luchtbed op mijn balkon gaan liggen. Nooit te lang en óók nooit zonder crème, want verbranden wil ik natuurlijk helemaal niet.

Toen ik een klein ventje was van zeg maar 8 jaar was ik met mijn jongere zusjes naar het strandbadje van de Kralingse Plas gestuurd. Het was een knetter hete dag. Zoals afgelopen dinsdag. Ik heb mijn zusjes helemaal ingesmeerd maar toen was de zonnebrandcrème op. Er werd toen nog geen gratis zonnebrandcrème verspreid langs de Plas. 

Maar, o, o, wat verbrandden die arme schoudertjes van mij. Rooier dan toen zouden ze nooit meer worden.  Lichtelijk traumatisch was, dat ik aan het einde van die dag het tramgeld kwijt was en ik met twee jengelende kleine zusjes zeker anderhalf uur in die hitte terug naar huis moest lopen. Toen ik thuiskwam vond ik het tramgeld, in een opgevouwen papiertje in de binnenzak van mijn overhemdje. Dat had onze moeder gezegd. Maar ik was het vergeten. Zeker omdat ik zo verbrand was. Mijn moeder had ook geen After Sun, dat bestond toen, 1958,  nog helemaal niet. Dus depte ze mijn rooie schouders en rug met een koud (nou ja) washandje.

Verbranden wil ik natuurlijk helemaal niet. Vandaar dat ik nu niet meer dan een kwartiertje in de zon lig. Dat is echt genoeg. Want, als ik in de spiegel kijk, dat zie ik iemand, die met dat poepbruine lichaam best in Frankrijk voor de dag kan komen. 

woensdag 27 mei 2026

KLEIN.

Om nu te zeggen dat het in Nederland slecht toeven is: ‘Nee, dàt beslist niet!’ Over het algemeen genomen, hebben we het hier wel goed. Minder bedeelden uit andere landen komen niet voor niets zo graag deze kant op. Dat zouden ze beslist niet doen als het hier armoe troef zou zijn. Kortom: er komen talloze instromers, die een graantje van onze welvaart meepikken. Onder die vele instromers van diverse pluimage zitten, volgens professor Okkie Wubbels, etno-geograaf aan de Universiteit van Groningen, ook veel kleine volwassen mannen (mannen onder de 1.68 m.), niet zijnde chondroblasten (dwergen, lilliputters).

De laatst jaren worden, met name uit de grote steden, geluiden opgevangen van autochtone bewoners, over kleine ergernissen, die steeds vaker uitgroeien tot gevoelens van boosheid over misdragingen van deze kleine volwassen man, ongeacht of deze man nu autochtoon of allochtoon is.

Om misverstanden te voorkomen wil professor Wubbels hier nog uitdrukkelijk vermeld zien, dat de kleine vrouw (onder de 1,60m) nog nooit voor enige overlast heeft gezorgd. 

Waarom is tegen deze groep kleine mannen tot op heden nog zo niks ondernomen?

De minister van Binnenlandse Zaken, die tegenwoordig net als iedereen op deze kleintjes moet letten,  heeft Professor O. Wubbels de opdracht verstrekt om eerst eens een low budget onderzoek te doen naar de aard van deze overlast, alvorens tot maatregelen over te gaan. Het resultaat is schokkend te noemen: de kleine man (KM) wordt door respondenten van het onderzoek genoemd als: 

Streber, valsspeler, druktemaker, vechtersbaas, oproerkraaier, machtswellusteling, dwingeland, bluffer, elleboogwerker, haantje de voorste,  gewelddadig.

Van de overlastgevende ‘onderzoeksgroep’ blijkt 80% autochtoon en 20% allochtoon te zijn, wat overeenkomt met de hier te lande normale verdeling autochtoon - allochtoon. Geen sprake is er derhalve van een allochtonenprobleem. Heel opvallend is een van de uitkomsten van dit onderzoek, dat deze kleinen vrijwel altijd solitair opereren. De overlast die ze veroorzaken is omgekeerd evenredig aan hun lengte. Vele kleintjes maken één grote, geldt ook in dit verband.

Het is, zo mag uit het onderzoek van professor O. Wubbels wel worden geconcludeerd: het is niet zomaar een kleine groep in onze samenleving. Volgens het CBS betreft het hier anderhalf procent van de volwassen mannen in Nederland, zeg maar ruim 200.000 mannen, kleiner dan 1.68 m. Zij zijn voor geen kleintje vervaard. Onderhand heeft ruim 90%  van de Nederlandse bevolking al eens meer of minder last met deze mannen gehad en hebben ze zowel geestelijke als lichamelijke schade aangericht. Over dat laatste moet nog een verkennend onderzoek op kleine schaal starten.


(Uit mijn verre Rotterdamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

dinsdag 26 mei 2026

ZO HILARISCH!

De aanblik van die verongelukte autobus in België, vanavond op het nieuws, op z’n zijkantje gezwieperd door een aanstormende sneltrein. Er wordt gezegd dat die chauffeur de gesloten hefboom heeft geramd. Er is natuurlijk geen chauffeur die zoiets opzettelijk doet. Wat er dan wel was moeten ze nog uitzoeken. Ik weet niet eens of die buschauffeur het overleefd heeft. Veel zwaargewonden en vier doden waarvan twee kinderen. Van 12 en 15 jaar. Toen ik dat hoorde, dat van die kinderen liepen de koude rillingen over m’n rug. Gek, hè. Van die overleden volwassenen is het ook vreselijk. Ze hebben misschien een vrouw en wat kinderen. Dat is toch ook zwaar dramatisch. Maar zoals ik bij het vernemen van de dood van die kinderen van 12 en 15 jaar oud, koude rillingen kreeg, over mijn rug, liet het bericht van het overlijden van die twee volwassenen mij ijskoud.

Ik zal het maar eerlijk zeggen: tegenwoordig voel  ik  vrijwel nooit meer  rouw,  medeleven of verdriet bij ernstige ongelukken. Noem het gewenning.

Neem nou dat ongeluk op  station Amsterdam Bijlmer.  Een ouwe man wurmt zich met z’n scootmobiel op het perron, zo ver mogelijk  over de witte stopstreep.  Zodat hij straks lekker als eerste naar binnen kan rijden.

Er moeten toch mensen op het perron geweest zijn, die die ouwe  stumperd hebben zien stuntelen.

Hij moet zich hebben verbaasd over de  enorme rotvaart waarmee zijn trein kwam aan denderen. Door de gigantische zuigkracht van die trein wordt de scootmobiel gelanceerd en de opa, wordt gekatapulteerd uit zijn karretje en valt te pletter op het Bijlmerperron. Reanimeren heeft geen zin meer.

Dan nog even dit: wat hebben die lui van het NOS-journaal bezield om dit futiele voorval tot vervelens toe aan de kijker te presenteren. Het zou me niet verbazen als de NOS met dit item internationaal wil scoren in de categorie: ‘ongeluk van het jaar’.

Ik schaam me er voor. Ik heb enorm moeten lachen om dat nieuws-item. Later op de avond en ook de volgende dag nog krijg ik de slappe lach. De gelanceerde scootmobiel, die vliegende ouwe stakker en de doodsmak die hij maakte. Ik heb er in mijn hoofd een grappig stripje van gemaakt … sorry, ik schiet nu weer in de lach. Zo hilarisch!

maandag 25 mei 2026

DE WIND DRAAGT ONS MEE.


Ik ben bezig mijn Frans op te frissen. In dat kader werd ik attent gemaakt op een wel heel bijzonder chanson, dat eigenlijk nauwelijks klinkt als een chanson. Dit lied: ‘Le vent nous portera’ dateert alweer uit 2001. Destijds is het nummer me totaal ontgaan. Terwijl het toch een grote hit was. 

"Le vent nous portera’ van de groep: ‘Noir Désir’ is dichterlijk en meeslepend. Het gaat in de song om acceptatie en tijdelijkheid van het bestaan. De "wind" symboliseert de ongrijpbare tijd en het lot. Alles wat de mens meemaakt wordt afgevoerd en gewist.

De boodschap is niet somber: het roept op, in het ‘hier en nu’ te leven , te accepteren, te dragen. Uiteindelijk kunnen we toekomst noch tijd beheersen. 

 De wind zal ons meedragen

 Couplet 1

Ik ben niet bang voor de weg
We moeten kijken, we moeten zien
Alles is verborgen onder de plooien
De geschiedenis van de weg en de rest
Alles zal goed komen, het zal wel lukken
De wind zal ons meedragen

 Couplet 2

Je boodschap aan de beer
En het traject van een ster
Niets is ons echt gegeven
Zelfs niet de herinnering aan wat we waren
En de wind zal het meenemen
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons meedragen

 Couplet 3

De streling en de schietmot
En deze wond die ons verscheurt
Het paleis van de andere dagen
Gisteren en morgen
De wind zal het meenemen

 Couplet 4

De genetica in de handtas
De chroom van de spuiten
En wat we nu nog kunnen doen
Als we de getijden overleven
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons meedragen

 Couplet 5

Deze parfum van onze dode jaren
Diegene die aan jouw deur kan kloppen
Oneindigheid van het lot
We houden er één van over, wat maakt het uit
De wind zal het meenemen

 Couplet 6

Terwijl de getijden stijgen
En iedereen zijn rekeningen maakt
Neem ik mee naar de schaduw van jouw armen
Wat ik nog in me draag
En de wind zal het meenemen
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons meedragen

 

Niet echt makkelijk die tekst.

Luister naar het lied . 

De geweldige melodie.

Beweeg lichtjes mee.

Geef je er aan over.

 

Op YouTube en Spotify

Le vent nous portera.

Noir Désir.

 

Geniet!

    zondag 24 mei 2026

    KWALLEN.

    Het zou wel heel raar zijn als het niet zo was: op het strand van de Hoek was het op deze Eerste Pinksterdag bomvol. Ik was er met mijn aangenomen zus M.  Geheel nieuw voor mij is dat een stuk strand ter grootte van een half voetbalveld door een strandexploitant is afgezet, alwaar de meer poenerigen onder ons zich iets ongestoorder kunnen laven aan de zon. In de gauwigheid zie ik vier van dergelijke privé strandjes, waar de strandgast tegen betaling van 12,50 euro de hele dag mag recreëren. Eten en drinken kan daar, tegen betaling natuurlijk, volop worden aangevoerd

    Ondanks het nijpende tekort van bedienend personeel in de horeca en dan met name in die strandtentjes, en zeker met dit heerlijk zomerse weer, zie ik de bedienende jongens en meisjes serveerders regelmatig tegen elkaar opbotsen op die halve voetbalvelden. Kosten noch moeite worden gespaard om deze beter bedeelden op het 'veld' te houden.

    Ik praat daar niet over met M. Ik weet wel zeker dat ze daar nooit zou gaan zitten, op dat voetbalveldje, maar er zo lang over ouwehoeren als ik doe, dat zit niet zo in haar. Ze houdt niet zo van dat uitgebreide gezeik van mij over in haar ogen zoiets lulligs. Wat ze ergens van vindt kom er meestal in een krachtig kernwoord uit. In dit geval was dat: 'kut' en klaar is Kees. M. dan in dit geval. En eerlijk is eerlijk, elk woordje dat  meer aan zoiets vuil gemaakt wordt is tijd- en taalverspilling, toch?

    Waar M. nou weer wel over valt en waarover zij zware woorden aan mij kwijt wil, is die dame met haar hondje: ’Mot je nou zo’n muts zien, die hier de hele dag topless gaat leggen zonnen met die arme Jack Russel vlak tegen d’r an geplakt. ’t Is bijna crimineel.’ Ik kan M. niet anders dan gelijk geven. Het is niet leuk voor dat kleine felle viervoetertje maar ze moet dat beestje op zo’n dag als deze beter gewoon thuis laten.

    ‘Het grote, dit hoeft voor mij niet verschijnsel’ van de dag, is vandaag geworden: de tatouage. De tatouage  is de afzichtelijke en geheel vrijwillige toetakeling van grote delen van de huid, zoals vertoond bij vrijwel alle strandmannen. Ik denk soms wel eens dat ik de enige ben zonder!

    Overigens hadden mijn aangenomen zuster M. en ik een heerlijk middagje op het strand van de Hoek: wandelen, picnicken, terrasje, koffie, bier, pootje baaien, een bang krabbetje, een meeuw op apegapen, een ultra-laag vliegend vliegtuig èn ... opvallend veel kwallen. Ook zonder tatouages.


    zaterdag 23 mei 2026

    NAAKTSTRANDJE.

     

    De laatste jaren heb ik wat meer bravoure. Doch het grootste deel van mijn leven bracht ik door in schuchterheid, preutsheid, verlegenheid en minderwaardigheid. Het is niet anders. Erg zichtbaar voor de buitenwereld is dat alles nooit zo geweest. Ik had leuk werk.  Vele jaren was ik  samen  met een prachtige vrouw, de liefde van mijn leven. Met haar kreeg ik twee geweldige zonen, die we samen hebben ‘grootgebracht’ en die het ‘leuk’ doen’. 

    Dat ik mijn zwakkere kant heb kunnen overwinnen komt enerzijds doordat ik, na de echtscheiding niet zó kon doorgaan. Ik moest zelfstandiger en krachtiger leren handelen. Mijn sterke ega was er niet meer, dus ik moest nu  echt aan de bak. Dat was één kant van mijn ’renaissance’. Bij de andere factoren, die mij sterker maakten speelde mijn zus een rol, een merkwaardige rol. 

    Ik was 64 jaar, in het jaar van de echtscheiding. Ik kreeg een huis in Ommoord. Mijn zus die vlak bij mij in de buurt woonde belde me op zomerse dag om mee te gaan naar het naaktstrand in het Kralingse Bos. Ik had nog nooit gehoord. dat er zoiets in Rotterdam was. Het zou sowieso  nooit in me opkomen om alleen naar zoiets toe te gaan. Mijn zus zit daar heel vaak. Ze heeft  ook haar kennisjes daar.

    Goed, ik ga met haar mee, beetje onwennig, in het begin, preuts maar dat blijkt totaal niet nodig … in een paar weken heb ik er geen enkele moeite meer mee om uit de kleren te gaan en sta ik in mijn blootje te jeu de boulen met Henriëtte en Paul, zij is net als ik acteur, Paul heeft een goedlopende patatzaak. Ik ben nog  tijdje  bevriend met haar geweest .Maar Paul kon dat  niet aan. Hij was stikjaloers … hoewel Henriëte en ik  een niet amoureuze vriendschap hadden.

    Dan de tweede factor die me krachtiger maakte kwam door een verjaardagscadeau dat ik van mijn zus kreeg. Het lijkt zo’n kleinigheid. Een  futiliteit met grote gevolgen. Ze gaf me een tienrittenkaart cadeau voor een (homo-)sauna: Sauna de Banier in de  Banierstraat. Mijn zus was daar zelf vaste gast. Zij is lesbisch. Ik heb heel wat moeten overwinnen om daar naar binnen te gaan en binnen te blijven. Ik ben geen homo. Ik heb helemaal geen probleem met homo’s maar ik had het rare vooroordeel dat ik als lustobject door de andere heren bekeken zou worden. Dat oordeel  bleek 100% bullshit te zijn. Ik heb er geweldig genoten. Ik moet toegeven dat ik nooit en te nimmer de ijs- en ijskoude waterton ben ingesprongen.

    Sauna en naaktstrand als sterkmakers. 't Klinkt vreemd maar het werkte goed. Vanmiddag, het was net zo lekker weer als die eerste keer, was ik daar weer even, open en bloot, op dat kleine stukje strand. Nu in m'n uppie. Mijn zus zit op de camping in Rockanje.

    vrijdag 22 mei 2026

    VAT.

    Joachim, een vriend van mij, een migrant uit Costa Rica, en al vele jaren woonachtig in Nederland, heeft een zeldzame interesse voor de Nederlandse taal. Het is niet zo dat hij een talenknobbel heeft, want hij spreekt in feite alleen zijn moedertaal, Spaans, vloeiend en Nederlands, beperkt. Zijn beheersing van de Nederlandse taal is nog niet eens zo 'om over naar huis te schrijven'. Hij heeft een bijzondere interesse voor Nederlandse spreekwoorden. Hij vertelde me dat hij in een aantal schriften, spreekwoorden en hun betekenis heeft vastgelegd. 

    Vanmorgen is hij op bezoek bij mij. We drinken koffie en vrijwel altijd komt er in ons gesprek een momentje waarop hij even zijn wijsvinger opsteekt, zijn ogen dichtknijpt, naar het plafond kijkt en dat een verhaspelde versie uitspreekt van een heus Nederlands spreekwoord. 

    Zo vertelde ik hem, dat ik, wanneer ik een nieuwe omgeving ben, bij een werkgroep of vergadering of zo, ik altijd onopvallend in een onopvallend hoekje ga zitten.'

    Oh', zei Joachim toen, 'jij dan kat uitkijken ... op boom. 

    'Ja Joachim, heel goed, ik kijk de kat uit de boom'. 

    Joachim is er dan fier op dat hij mijn gedrag in dat spreekwoord heeft kunnen vatten. Geheel toevallig schrijf ik nu net het woord .vatten' en evenzo toevallig stuitten we vanmorgen op het woord 'vat'.

    Joachim heeft me aantal weken geleden gevraagd om een stekje van de christusdoorn, een plant die vrijwel niet te koop is in plantencentra. Bij mij staat voor het raam van de woonkamer zo'n stekkie dat het aardig doet. Dat stekkie heb ik van Hendrik, een vriend, die heeft een flink aantal stekkies van die plant. Zonder aarzelen zegde ik Joachim toe dat ik wel een stekkie voor hem zou 'versieren'. 

    Alleen ... Hendrik komt niet zo vlot 'over de brug' met zijn stekkie. 

    Echter ... hoe dan ook: Joachim krijgt sowieso dat stekkie van de christusdoorn. Misschien vanavond, misschien morgen, misschien volgende week, misschien volgende maand doch: let op Joachim: 

    'Wat in het vat zit verzuurt niet'. 

    Joachim tikt het spreekwoord in zijn notitieapp en schrijft er bij wat het betekent: '

    Uitstel is geen afstel.