dinsdag 3 februari 2026

ELF JAAR EERDER (5) ONNODIG KWETSEN

 Mijn vrouw zei dat ze een avondje was wezen stappen. Ik lag in die periode net met een zware longontsteking in het ziekenhuis.

Ik vroeg: ’Wezen stappen? Met wie dan?’
‘Wat ‘met wie dan’? vroeg mijn vrouw.

‘Gewoon, met wie je dan bent wezen stappen,'? zei ik.

‘Dat ga ik jou niet vertellen hoor …,’zei mijn vrouw. Nee, dat vind ik onnodig kwetsend zowel voor hem als voor jou. Ik denk dat het voor jou niet echt okee zou zijn als ik jou over al mijn kleine verliefdheden zou gaan vertellen.’

‘Al je kleine verliefdheden? …….. zijn het er dan zo veel?’ vroeg ik.

‘Ik weet niet precies hoeveel, hoor, maar het gaat meestal snel over.  En het gebeurt alleen maar in mij hoofd hè. Die ander weet nergens van. Ze zijn meestal van op mijn werk. Soms heb ik er wel eens twee op een dag. Het gebeurt ook dat ik een maand lang één kleine verliefdheid heb. Heb jij dan nooit zoiets?’ zei zij.

‘Uhm, om je de waarheid te zeggen …. ja, ik heb bijvoorbeeld zo’n kleine verliefdheid met …’

‘Nee stop!’, zei zij, ‘dat wil ik niet horen. Wat jij met een ander hebt of wil hebben of denkt te hebben, dat hoef ik niet te weten, hoef ik niet te horen.’ zei zij.

‘Van zo’n kleine verliefdheid heb jij meestal geen last hoor, schatje,’ zei zij, ‘nee, want ik doe meestal toch niks met zo’n kleine verliefdheid.’

‘Meestal doe je niks met zo’n kleine verliefdheid?’ zei hij, ’meestal…’

‘Nou ja, ik bedoel niet helemáál niks natuurlijk: ik haal wel eens een kop koffie voor hem, of geef hem een boterham van mij als hij trek heeft, ik lach vriendelijk naar hem als ik met hem in de metro zit. Met sommigen doe ik inderdaad helemaal niks: dan kijk ik stuurs voor me uit als hij naast me zit. Wat ik wil zeggen, is dat jij heus niet bang hoeft te zijn dat je iets te kort komt, hoor. Want het is allemaal even vluchtig even luchtig; het is meestal zo weer over. Een heel enkele keer, wordt die kleine verliefdheid wel eens wat heftiger …’ zei zij.

‘Ja, ‘ zei hij,’ zo had ik laatst een tamelijk heftige kleine verliefdheid met Loreena,’

‘Hè dat had je nou niet moeten zeggen, wat zei je nou? …… Loreena ……. wat? Die stagiaire?  Wat heb jij daar mee gehad? Die is toch veel te jong?’ zei zij.

‘We zijn na het werk wat gaan drinken in pub tegenover de zaak. Aan de bar gezeten, gedronken, gepraat,  gelachen, gestreeld,’ zei hij, ‘ik heb Loreena daarna even met de auto thuis gebracht. We hebben gezoend. ‘And that’s all!'’

‘Zo’, zei zij, ‘dus jullie hebben gezoend? Getongzoend soms? Nee, dat zal wel niet hè?’

‘Nee, Loreena en ik hebben elkaar een zoen op de mond gegeven. Met gesloten mond. En maak je er nou alsjeblieft niet onnodig druk over, want dit stelt allemaal niks voor,’ zei hij. Loreena heeft een leuke vriend en ik heb een leuke vrouw en dat willen we allebei zo houden, toch?’

‘Oh, zei zij, als bij mij een kleine verliefdheid eens wat heftiger wordt, dan kan het wel eens gebeuren, dat mijn fantasie een beetje op hol slaat …dan haal ik me 's nachts allerlei spannende dingen in mijn hoofd … maar dat is op zich heel onschuldig.’

‘Okee,’ zei hij, ‘ en met wie heb je dan nu die heftige kleine verliefdheid? ….. O, nee, dat mag ik niet weten, hè? ….. dat zou me toch alleen maar onnodig kwetsen????

maandag 2 februari 2026

ELF JAAR EERDER (4) VOGELS

Ik had er opeens schoon genoeg van, van  al  die kwieke vogels op ons balkon. Natuurlijk, het is hartstikke leuk als je vanuit de woonkamer, die op het balkon uitkomt, het komen en gaan kan bekijken van onze gevederde vrienden. Soms zijn we getuige van een kleine onderlinge vechtpartij tussen wat ongedurige spreeuwen. De spreeuwen komen op die lekkere en voedzame dingen af, die we voor de vogels op het balkon hebben opgehangen. Helaas blijft deze voederplek voor vogels geen geheim voor spreeuwen alleen. De vogeltamtam werkt uitstekend. Na de spreeuwen melden zich de koolmeesjes, die een soort lijnverbinding lijken te hebben met ons balkon. Vooral op de inhoud van de pot pindakaas zijn ze dol. Dat potje is precies groot genoeg voor een koolmees, trouwens ook voor de pimpelmees maar die zien we zelden. Voor spreeuwen is die pindakaaspot niks. Ze pletteren die pot steeds op de grond. Gelukkig zijn die potten wel behoorlijk stevig. Ze breken echt nooit. Vogels van alle soorten, maten en kleuren vertonen zich op ons balkon, terwijl we toch alleen maar een stuk of vijftig pinda’s in de schil aan een touwtje rijgen en ophangen aan de waslijn. Die gebruiken we toch nooit in de winter. 

Een groot succes, vooral bij de mezen, zijn (logisch eigenlijk wel)  de mezenballen. In alle standen peuzelen ze de ballen op.  Ook eksters willen wel wat eten van de mezenbal maar zij geven er de voorkeur aan om een hele bal of een deel er van mee te nemen. Met hun angstaanjagende gekras slagen ze er in om veel lieve vogeltjes de stuipen op het lijf te jagen. Eigenlijk is ons balkon een soort mini restaurant voor lieve kleine vogels. Maar  ja, ze zijn moeilijk tegen te houden, die relatief grote vogels: de duiven, de halsbandparkieten, de eksters en gaaien hoewel die gaaien nog zo erg niet zijn. We hadden eens een keer een appel in het gietijzeren balkonhek vastgezet. Binnen de kortste keren zien we een halsbandparkiet er met die hele appel vandoor gaan.

Die gaaien daarentegen zijn eerder te lief! Afgelopen zomer hoorde ik een hels kabaal op ons binnenterrein; twee gaaien gingen woedend te keer tegen een paar kraaien die het gaaiennestje hadden leeggeroofd. Toen ik even later op het binnenterrein was zag ik drie gaaienlijkjes liggen. Triest. Die kraaien hadden niet eens de moeite genomen dit lekkere hapje op te peuzelen
Al die kleine vogels zijn echt leuk: roodborstjes, vinken, mussen, en ook de wat grotere: merels en lijsters.
Het vervelende van de grotere vogels is dat ze de kleinere verjagen. Maar vreemd genoeg: van de grootste van die vogels, de duif, is vrijwel geen enkele kleine vogel
bang. Ja, als de duif ff flink met zijn vleugels klapt dat vliegen er wel wat kleintjes op, maar die zijn ook zo weer terug op hun ouwe stek.
Opeens had ik er dus schoon genoeg van, van al die stront op ons balkon.  Laatst, met oud en nieuw, ging al mijn visite op het balkon staan kijken aar het vuurwerk. In een mum van tijd was alle vogelpoep onze woonkamer in gelopen. En vorige week wilde ik wat glaswerk weggooien in onze eigen glasbak gleed ik uit over die verraderlijk gladde kakkederrie … lag ik in een spagaat op mijn balkon. Dat was voor ons de limit. Mijn vrouw heeft al het wintervogelvoer dat we nog in voorraad hadden op het binnenterrein opgehangen.

Sindsdien is het een stuk rustiger bij ons op het balkon en schoner.

zondag 1 februari 2026

ELF JAAR EERDER (3) VERKOUDEN

 Ik ben een beetje ziek. Gisteren was ik dat ook al maar vandaag een klein beetje meer. Mijn temperatuur vandaag is 39,5 en gisteren  39. Het stelt allemaal niet zo veel voor hoor: ik heb alleen maar hoofdpijn, kriebelhoest  en last van benauwdheid. Kouwe rillingen trekken over mijn rug; af en toe is mijn lijf één groot kippenvel. Ik snuit me een ongeluk. Dat schijnt een goed teken te zijn. Mijn moeder zaliger zei altijd al: ’Dan komt de verkoudheid goed los.’

Dit is de eerste verkoudheid, waarbij ik geen ouderwetse boerenzakdoek gebruik maar uitsluitend de papieren van het merk  Tempo. Maar het scheelt nogal,  zo’n boerenzakdoek of zo’n papieren Tempootje. In zo’n rode boerenzakdoek snoot ik gemiddeld tien keer, voordat ik er een pot thee van trok …. nee, nee, grapje ….. voordat ik hem in de wasmand deed. In zo’n Tempo-pakje zitten tien papieren zakdoekjes, die je elk maar één keer kunt gebruiken en … zo  is mijn ervaring van vandaag, dan zit het meeste snot nog aan mijn vingers ook. Ik ben wel blij dat mijn snot tot op heden helder is. Misschien komt het nog, maar persoonlijk vind ik de taaiere groenige snotkwakjes er vooral voor anderen onsmakelijk uitzien. In die boerenzakdoeken was dat simpel weg te proppen maar snot van zo’n Tempootje blijft ongegeneerd aan je handen kleven.
Ik nies me ook een ongeluk. Ik zat in de bioscoop; er zitten twee vrouwen naast me, één links en één rechts. Opeens voel ik de nieskriebel aankomen maar ik kan noch naar links en noch naar rechts. Dus instinctmatig duik ik naar voren, ik houd mijn hand nog wel voor mijn mond maar de nek van de man voor mij was toch flink vochtig geworden. De man keek even ontstemd om en veegde de boel met zijn sjaaltje droog.

Vanmorgen was ik op de sportschool, ja want zo ben ik nou ook wel weer, de sportschool gaat gewoon door, verkouden of niet. Ik was aan het fietsen en ja, hoor, weer een niesimpuls. Weer aan allebei de kanten dames. Bijzonder fraaie afgetrainde sportdames. Dan kies ik ervoor om gewoon recht op mijn fiets te blijven zitten en te niesen. Ik had alleen mijn hand om voor mijn mond te houden, was te laat om mijn handdoek te pakken. Het was echter een buitengewone nies, die zowel naar links als naar rechts krachtig wegspoot. Geheel in stereo lieten de fraaie sportdames mij weten dat ik een gore ouwe viezerik was. Dat vond ik wel wat  overdreven maar een beet je gelijk hadden ze toch wel. Ik excuseerde me. De dames pakten mij mijn handdoek af en veegden daarmee hun armen en gezicht schoon.  'Niet meer doen hè, ouwe?' 

Van kriebelhoestjes krijg ik het een beetje benauwd. Het zijn van die korte hoestjes heel vlug achter elkaar, die van vrij hoog in de longen komen. Is er wat aan te doen? Gelukkig wel. Kruidvat heeft Daro Droge Hoestsiroop. Een dikke suikersiroop creëert een beschermend filmlaagje in de keel .
Daarnaast verkoopt een grote snoepspeciaalzaak  in de Zwartjanstraat een verrukkelijke honingdrop die de kriebelhoest tot een minimum beperkt. Met die drop en de hoestsiroop kom ik deze dag en de komende dagen wel door.


Eerder gepubliceerd in februari 2015

  

zaterdag 31 januari 2026

ELF JAAR EERDER (2) BANGIG

De laatste tijd is hij banger. Zoals de lift nemen in het gebouw waar hij woont. Hij durft het gewoon niet meer: angst dat lift in een vrije val komt of ergens onderweg klem komt te zitten.

Naar beneden lopen gaat nog net, maar het zweet breekt hem wel uit. Hij is panisch voor als hij een van zijn buren tegenkomt … en als die dan wat tegen hem zegt, dan durft hij niks terug te zeggen. Dat komt omdat hij heel erg slist. Zo erg dat niemand een touw kan vastknopen aan wat hij zegt. Zelfs zijn eigen moeder, met wie hij al vanaf zijn geboorte samenwoont, verstaat soms helemaal niets van wat hij zegt.
Soms is het simpel een vraag van een buurman te beantwoorden. Bijvoorbeeld als de buurman zegt:
’Hallo buurman, gaat het goed?’
Dan is het voldoende dat hij ‘ja’ knikt, ook al gaat het helemáál niet goed. Want die buurman heeft er  niks mee te maken, dat het niet goed gaat met hem. Wat heeft het voor zin dat de buurman dat dat weet?!

Wat moeilijker te beantwoorden  is de vraag  van een buurvrouw:
‘Hallo buurman, de afrekening van de stookkosten is veel te hoog. Protesteert u ook mee bij de huisbaas?’
‘O,s ngblkss, ssskwee nies,’ zegt hij dan.
Hij gaat naar de bibliotheek; wil er om half elf zijn. Vlug gaat hij de portiek uit. Eigenlijk had hij nog naar de post willen kijken. Hij verwacht dat er geld gestort is op zijn rekening. Misschien staat hij nu niet meer rood. Door de ontmoeting met de buurvrouw raakte hij een beetje in de war en vergat hij helemaal naar de post te kijken.
Hé, toevallig ziet hij de buurvrouw net  het portiek verlaten. Zo snel als hij kan gaat hij terug de portiek in maar hij had zich de moeite kunnen besparen want de post was nog niet geweest.
‘Zal ik problemen krijgen in de bibliotheek?’ dacht hij. Want gisteren ontving hij van de Gemeentelijke Bibliotheek een kaartje waarop stond dat hij vier boeken, drie weken te lang geleend heeft. Hij moest de boeken snel terugbrengen en: 12 euro boete betalen … hij stond in de min. Hij is een beetje onzeker over hoe ze bij de bibliotheek zullen  reageren. Van de laatste keer dat hij er was, kon hij zich nog herinneren, dat er veel grote kale mannen, in zwarte uniformen rondliepen. Hij  kan zich niet meer precies herinneren of ze ook een wapen droegen, of niet. Hij dacht van wel.
De hele weg van huis naar de bibliotheek, liep hij zichzelf een beetje op te fokken. Over de boeken, die hij veel te lang geleend had, over het geld, of het nou wel of niet op zijn rekening zou staan en over de mannen in die zwarte pakken, of ze nou wel of geen wapens hadden, misschien wel messen.
Toen stond hij ineens voor de Poffertjeskraam op de Botersloot en in één klap was hij alle sores vergeten. Hij stapte naar binnen bestelde slissend een grote portie poffertjes (eess sgrosse ssporssie sspossesstsjes) De serveerster begreep hem en hij nam er een kop koffie bij (dat wees hij aan).
 ‘Zeven euro vijftig,’ zei de serveerster. In zijn enthousiasme voor de poffertjes was hij ineens alles vergeten: dat hij zo sliste, dat hij op weg was naar de bibliotheek en dat hij geen saldo had. Met ingehouden adem stopte hij zijn bankpas in het betaalapparaat van de poffertjeskraam en … jawel hoor hij had weer saldo. Dat was een hele zorg minder. Alleen vroeg hij zich nog steeds af of de mannen in die zwarte uniformen nu wel of niet bewapend waren.


Eerder gepubliceerd in februari 2015

vrijdag 30 januari 2026

ELF JAAR EERDER (1) ZATERDAG

 Zaterdag. Ik heb mijn wekker op acht uur gezet. De wekker van mijn vrouw liep om zeven uur af. Zij gaat deze morgen met een vriendin naar een film van het IFFR; die begint om kwart over negen! De film gaat over Aboriginals.

Daarna gaat ze een nieuw fornuis kopen. Want van de week heeft ons fornuis het begeven. De thermostaat gaf het op. Ze wil eigenlijk een fornuis gaan kopen bij Media Markt, omdat er dezer dagen bij die winkel geen BTW betaald hoeft te worden.  Maar dat bleek grote nep te zijn. Toen heeft ze het fornuis maar gekocht bij ons in de buurt, bij Aaijkens, waar we eigenlijk altijd al ons witgoed kochten. Ze heeft gekozen voor het merk Beco. Nooit van gehoord.  Zal het wat zijn? We merken het wel. Donderdag wordt ie bezorgd.
Het is dus zaterdag en dan doe ik altijd de wekelijkse boodschappen bij Dirk van der Broek en ik ben graag vroeg in die winkel want dan is het nog lekker rustig. Voordat ik op de fiets stap doe ik nog even gauw  een gekleurd wasje in de wasmachine. Vandaag  ben ik om negen uur bij Dirk van der Broek en om ongeveer tien uur ben ik weer thuis.
Ik ruim de boodschappen op, haal de was uit de wasmachine en hang die op aan het droogrek in de werkkamer. Het is geen weer om buiten was te drogen.
Het is nu elf uur; tijd om naar de sportschool te gaan. Normaal ga ik niet op zaterdag maar nu wel  omdat de vrijdag uitvalt: dat is oppasdag geworden bij mijn kleinzoon Bent.
Het stelt allemaal niet zo erg veel voor wat ik op die sportschool doe: wat lichte oefeningen (rug, biceps, benen, borst, liezen, bovenbenen, triceps, hamstrings) op een stel van die apparaten.  Ik sluit mijn gedoe op de sportschool af met drie kwartier cardio: een kwartiertje fietsen, een kwartiertje  roeien en een kwartiertje crossen. Dan zit het er al weer op.
Nog even lekker douchen en dan weer op huis aan. Wat ik nog wel even kwijt wil: hij zit er weer. De tengere kleine Surinaamse (Javaanse) man, smal snorretje, ergens in de dertig, schat ik. Hij droogt zich zittend af, terwijl  hij zijn hoofd ritmisch heen en weer beweegt op zijn muziek en zijn muziek is onwijs hard afgespeelde hiphop. Praten met elkaar in de kleedkamer is schier onmogelijk.
Thuis eet ik wat en ga de Volkskrant lezen. Op zaterdag is dat altijd een hele kluif: de gewone krant, het Volkskrant magazine en dan nog een bijlage genaamd Sir Edmund.
In het Volkskrant magazine staat een leuk en uitgebreid interview met Bianca Krijgsman (van Plien en Bianca), ze won onlangs een Emmy Award als beste actrice. Een van haar uitspraken:‘Als Plien er niet zou zijn zou ik nooit in mijn eentje op het toneel gaan staan.’

Onder het lezen van de krant schiet me opeens te binnen dat ik afgelopen donderdag een tas met twee lesboeken Nederlands in de kleedkamer van de sportschool heb laten liggen. Het is bijna vier uur, sluitingstijd. Ik ren er naar toe. Gelukkig laten ze me daar nog binnen en ik heb nog eens het geluk ze dat ze mijn tas gevonden en bewaard hebben. Ik kreeg hem natuurlijk terug.

Thuis lees ik nog even en dan maak ik de zaterdagse avondmaaltijd klaar: brood met gebakken eieren.


’s Avonds heb ik even dit stukje geschreven, gekeken naar Cojones (leuk!), de samenvattingen bekeken in Studio Voetbal (Jammer PSV weer gewonnen) en dan naar bed.


Eerder gepubliceerd op 31 januari 2015

donderdag 29 januari 2026

AFSCHEID VAN HANS

Vanmiddag heb ik afscheid genomen van Hans Ouwerling. Zijn stoffelijk overschot was naar het crematorium gebracht in Capelle aan den IJssel-Schollevaar. 

Hans werd circa dertien jaar geleden mijn buurman. Toen was ik nog getrouwd met Winny. Hij was een positief ingestelde, behulpzame man. Zijn (eigen) woorden op zijn rouwkaart zijn veelzeggend:

 

Maak je over mij maar geen zorgen,

ik kom wel waar ik zijn moet

Ik heb een goed leven gehad.


Toen Winny en ik, tien jaar geleden uit elkaar gingen, bood hij me zijn hulp aan.  Hij heeft me heel Rotterdam en omstreken in zijn grote auto rond gereden, zodat ik alle spulletjes en apparatuur kon aanschaffen, die ik nodig had om op mezelf te gaan wonen. Ook bij de feitelijke verhuizing van mijn spulletjes, van het Oude Noorden naar Prinsenland heeft hij me fantastisch geholpen. Daar ben ik hem tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor.

't Klinkt misschien vreemd als ik dat zo opschrijf maar ik waardeer het oprecht, dat hij goeie maatjes is geworden met Winny. Ze kookten regelmatig voor elkaar of ze aten samen thuis of buitenshuis. 

 Hans was toen hij dertien jaar geleden mijn buurman werd, al niet in optimale conditie. Last van zijn hart, longen en slokdarm. In de jaren daarna is zijn lichamelijke gesteldheid er niet op vooruit gegaan. 

Toen ik 29 november jl. mijn 75e verjaardag vierde was hij een van de genodigden. Helaas moest hij afzeggen. Hij zag te veel op tegen de loopafstand tussen de parkeergrage en de locatie van mijn feestje. Hij is daarna alleen maar verder achteruit gegaan.

Ik heb niet zitten tellen, vanmiddag in het crematorium, maar ik schat dat er zeker 100 mensen waren en dat is héél veel voor een man van 80 jaar.  Winny en nog een paar mensen die bij hem op het trappenhuis woonden waren  erbij. Zijn (stief-)kinderen hebben gesproken. Zij waren open, eerlijk over Hans'  mooie en minder mooie kanten.

Volgens zijn buren, die ik even sprak, heeft Hans het op laatst van zijn leven zwaar gehad maar ze waren het er unaniem over eens dat hij niet 'ondragelijk' had geleden.

Ik weet donders goed dat ik het niet voor het zeggen heb maar laat mij maar in mijn slààp heengaan. Vredig!


woensdag 28 januari 2026

IFFR (1)

Het IFFR komt er weer aan. Het Internationaal Filmfestival Rotterdam 2026. Ik maak het mee sinds 1978. Nog steeds geniet ik met volle teugen van spannende, trieste, humoristische, interessante, verrassende, absurde, brutale, creatieve en intelligente films, gemaakt in alle uithoeken van de wereld.

Ik ben vanmiddag bezig geweest met uitzoekwerk. Want dat is het! Uit een paar duizend films een stuk of vijftig films kiezen die me wel aanspreken.

'Ga je, mee Peter,' vraag ik aan goeie kennis van me, 'ga je mee naar het IFFR?'

'Neen, dat is mij te veel uitzoekwerk,' zegt Peter. 

En gelijk heeft hij. Ik heb vanmiddag slechts tien films kunnen selecteren. Tien films voor twee dagen. Vijf films per dag is tegenwoordig voor mij de limit. Ik ga acht dagen kijken. Bij leven en welzijn ga ik veertig films zien. 

Ooit is het wel eens gebeurd, dat ik vier kaartjes op één dag heb laten schieten. Dat was omdat het ijskoud was, er een ijzige poolwind stond en er een dik pak sneeuw lag. 

Een ticket kost tegenwoordig 13.50 euro per film. Met een vijf- en tienrittenkaart ben ik iets goedkoper uit. Het meeste voordeel heb ik van mijn Cineville-abonnement. Ik mag daarmee voor niks naar tien films. Ook schijn ik nog korting te kunnen krijgen met de Rotterdampas maar dat moet ik nog even uitzoeken ... ja ja, wederom uitzoeken.

Zaterdag begint het IFFR voor mij persoonlijk. Ik kijk er naar uit ... maar zie er ook een beetje tegenop. Er spelen twee taaie ongerieflijkheden. 

Al is de film nog zo onderhoudend, ik val op volkomen willekeurige momenten in slaap en lig dan hinderlijk luid te snurken tot ik door een geïrriteerde mede-filmfan wordt wakker geschud. 

De  meeste films duren te lang voor mij. Niet om de kwaliteit van het gebodene maar vanwege mijn zwakke blaas. De gemiddelde filmduur is 90 minuten. Ondanks dat ik bewust, nauwelijks drink, lukt het me zelden een film ononderbroken uit te kijken. Als ik onder de film naar de plee ga mis ik de ene keer niks en de andere keer mis ik net de clue. Dat maakt ook, dat ik me wat minder relaxed voel. 

Als het enigszins kan blijf ik het IFFR bezoeken tot mijn tachtigste, dan heb ik er vijftig jaar òp zitten. Dat vind ik wel mooi.

Ik vrees dat ik mijn trouwe lezers en lezeressen tot 10 februari moet teleurstellen. Vrees ik, maar ... heel misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan en schrijf ik zo af en toe toch nog wat.