Nu moet ik door! ‘A’ heb ik gezegd, nu moet ik ook ‘B’ zeggen. Waar ben ik gebleven? Bij de door mij als afzichtelijk ervaren vorm van mijn hoofd. De term rugbybalachtig gebruikte ik daarvoor. Echter: over het merendeel van m’n gezichtsdelen kan ik wel tevreden zijn. Mijn oren, neus, kin en lippen zijn bescheiden, fijntjes van formaat. Momenteel kan ik alleen niet zo tevreden meer zijn over de prestaties van mijn neus en oren, die gaan hard achteruit. Mijn vaak geprezen blauwe ogen vind ik zèlf wat te klein,om echt mooi te zijn.
Ik ben vijf maal per week te vinden op de sportschool, maar beslist niet om me te ontwikkelen tot een soort Jerommeke uit de Suske en Wiske strips. Mijn biceps, triceps en core zijn magertjes, al zeg ik het zelf. Dat zou dus wel wat beter kunnen. Met die vijf keer in de week dat ik nu sport, houd ik mijn conditie en spiermassa op peil, meer niet. Wanneer ik een mooiere, gespierde ‘oudere’ zou willen worden, zal ik op de training een tandje bij moeten schakelen.
Dan… ik kan er niet omheen… de schaamstreek. Mijn trots in deze regio, de donkerblonde bos schaamhaar van mijn jonge jaren, is niet meer. Tegenwoordig is mijn schaamstreek 'getooid' met een steeds verder uitdunnend plukje grijze haartjes, overigens geheel passend bij mijn ouderdom (76).
Tsja, wat valt er verder over die schaamstreek van mij nog te zeggen? Als jonge, potente man was ik niet zo tevreden over de lengte van mijn lul. Te klein vond ik hem. Dermate onzeker was ik erover dat ik een vrouwelijke psychiater consulteerde. Voor die afspraak had de vrouw ook haar echtgenoot meegenomen. Op haar verzoek liet hij ‘hem’ aan mij zien. De diagnose luidde: pénis de taille normale. Niet te klein, niet te groot. Ik echt blij! En… ja, ik kan me natuurlijk vergissen, hoor, maar het leek net alsof er bij dat stel ook een stukje spanning wegebde…
Ik ben zelf voor 90% impotent. 10% heb ik van de winter bij de andere tentspullen in de berging gezet. Mijn moeder, ze is er al bijna twintig jaar niet meer, had duidelijk te doen met ‘de impotente man’ in haar omgeving. Alsof zij door hem heen kon kijken, typeerde ze de man met de meesterlijke zegswijze: "Zijn geweer hangt onder zijn weitas." Zó grappig!
Met viagra in de weitas schijnt 'ie' trouwens minder te gaan hangen.