Pageviews van de afgelopen week

maandag 25 mei 2026

DE WIND DRAAGT ONS MEE.


Ik ben bezig mijn Frans op te frissen. In dat kader werd ik attent gemaakt op een wel heel bijzonder chanson, dat eigenlijk nauwelijks klinkt als een chanson. Dit lied: ‘Le vent nous portera’ dateert alweer uit 2001. Destijds is het nummer me totaal ontgaan. Terwijl het toch een grote hit was. 

"Le vent nous portera’ van de groep: ‘Noir Désir’ is dichterlijk en meeslepend. Het gaat in de song om acceptatie en tijdelijkheid van het bestaan. De "wind" symboliseert de ongrijpbare tijd en het lot. Alles wat de mens meemaakt wordt afgevoerd en gewist.

De boodschap is niet somber: het roept op, in het ‘hier en nu’ te leven , te accepteren, te dragen. Uiteindelijk kunnen we toekomst noch tijd beheersen. 

 De wind zal ons meedragen

 Couplet 1

Ik ben niet bang voor de weg
We moeten kijken, we moeten zien
Alles is verborgen onder de plooien
De geschiedenis van de weg en de rest
Alles zal goed komen, het zal wel lukken
De wind zal ons meedragen

 Couplet 2

Je boodschap aan de beer
En het traject van een ster
Niets is ons echt gegeven
Zelfs niet de herinnering aan wat we waren
En de wind zal het meenemen
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons meedragen

 Couplet 3

De streling en de schietmot
En deze wond die ons verscheurt
Het paleis van de andere dagen
Gisteren en morgen
De wind zal het meenemen

 Couplet 4

De genetica in de handtas
De chroom van de spuiten
En wat we nu nog kunnen doen
Als we de getijden overleven
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons meedragen

 Couplet 5

Deze parfum van onze dode jaren
Diegene die aan jouw deur kan kloppen
Oneindigheid van het lot
We houden er één van over, wat maakt het uit
De wind zal het meenemen

 Couplet 6

Terwijl de getijden stijgen
En iedereen zijn rekeningen maakt
Neem ik mee naar de schaduw van jouw armen
Wat ik nog in me draag
En de wind zal het meenemen
Alles zal verdwijnen, maar
De wind zal ons meedragen

 

Niet echt makkelijk die tekst.

Luister naar het lied . 

De geweldige melodie.

Beweeg lichtjes mee.

Geef je er aan over.

 

Op YouTube en Spotify

Le vent nous portera.

Noir Désir.

 

Geniet!

    zondag 24 mei 2026

    KWALLEN.

    Het zou wel heel raar zijn als het niet zo was: op het strand van de Hoek was het op deze Eerste Pinksterdag bomvol. Ik was er met mijn aangenomen zus M.  Geheel nieuw voor mij is dat een stuk strand ter grootte van een half voetbalveld door een strandexploitant is afgezet, alwaar de meer poenerigen onder ons zich iets ongestoorder kunnen laven aan de zon. In de gauwigheid zie ik vier van dergelijke privé strandjes, waar de strandgast tegen betaling van 12,50 euro de hele dag mag recreëren. Eten en drinken kan daar, tegen betaling natuurlijk, volop worden aangevoerd

    Ondanks het nijpende tekort van bedienend personeel in de horeca en dan met name in die strandtentjes, en zeker met dit heerlijk zomerse weer, zie ik de bedienende jongens en meisjes serveerders regelmatig tegen elkaar opbotsen op die halve voetbalvelden. Kosten noch moeite worden gespaard om deze beter bedeelden op het 'veld' te houden.

    Ik praat daar niet over met M. Ik weet wel zeker dat ze daar nooit zou gaan zitten, op dat voetbalveldje, maar er zo lang over ouwehoeren als ik doe, dat zit niet zo in haar. Ze houdt niet zo van dat uitgebreide gezeik van mij over in haar ogen zoiets lulligs. Wat ze ergens van vindt kom er meestal in een krachtig kernwoord uit. In dit geval was dat: 'kut' en klaar is Kees. M. dan in dit geval. En eerlijk is eerlijk, elk woordje dat  meer aan zoiets vuil gemaakt wordt is tijd- en taalverspilling, toch?

    Waar M. nou weer wel over valt en waarover zij zware woorden aan mij kwijt wil, is die dame met haar hondje: ’Mot je nou zo’n muts zien, die hier de hele dag topless gaat leggen zonnen met die arme Jack Russel vlak tegen d’r an geplakt. ’t Is bijna crimineel.’ Ik kan M. niet anders dan gelijk geven. Het is niet leuk voor dat kleine felle viervoetertje maar ze moet dat beestje op zo’n dag als deze beter gewoon thuis laten.

    ‘Het grote, dit hoeft voor mij niet verschijnsel’ van de dag, is vandaag geworden: de tatouage. De tatouage  is de afzichtelijke en geheel vrijwillige toetakeling van grote delen van de huid, zoals vertoond bij vrijwel alle strandmannen. Ik denk soms wel eens dat ik de enige ben zonder!

    Overigens hadden mijn aangenomen zuster M. en ik een heerlijk middagje op het strand van de Hoek: wandelen, picnicken, terrasje, koffie, bier, pootje baaien, een bang krabbetje, een meeuw op apegapen, een ultra-laag vliegend vliegtuig èn ... opvallend veel kwallen. Ook zonder tatouages.


    zaterdag 23 mei 2026

    NAAKTSTRANDJE.

     

    De laatste jaren heb ik wat meer bravoure. Doch het grootste deel van mijn leven bracht ik door in schuchterheid, preutsheid, verlegenheid en minderwaardigheid. Het is niet anders. Erg zichtbaar voor de buitenwereld is dat alles nooit zo geweest. Ik had leuk werk.  Vele jaren was ik  samen  met een prachtige vrouw, de liefde van mijn leven. Met haar kreeg ik twee geweldige zonen, die we samen hebben ‘grootgebracht’ en die het ‘leuk’ doen’. 

    Dat ik mijn zwakkere kant heb kunnen overwinnen komt enerzijds doordat ik, na de echtscheiding niet zó kon doorgaan. Ik moest zelfstandiger en krachtiger leren handelen. Mijn sterke ega was er niet meer, dus ik moest nu  echt aan de bak. Dat was één kant van mijn ’renaissance’. Bij de andere factoren, die mij sterker maakten speelde mijn zus een rol, een merkwaardige rol. 

    Ik was 64 jaar, in het jaar van de echtscheiding. Ik kreeg een huis in Ommoord. Mijn zus die vlak bij mij in de buurt woonde belde me op zomerse dag om mee te gaan naar het naaktstrand in het Kralingse Bos. Ik had nog nooit gehoord. dat er zoiets in Rotterdam was. Het zou sowieso  nooit in me opkomen om alleen naar zoiets toe te gaan. Mijn zus zit daar heel vaak. Ze heeft  ook haar kennisjes daar.

    Goed, ik ga met haar mee, beetje onwennig, in het begin, preuts maar dat blijkt totaal niet nodig … in een paar weken heb ik er geen enkele moeite meer mee om uit de kleren te gaan en sta ik in mijn blootje te jeu de boulen met Henriëtte en Paul, zij is net als ik acteur, Paul heeft een goedlopende patatzaak. Ik ben nog  tijdje  bevriend met haar geweest .Maar Paul kon dat  niet aan. Hij was stikjaloers … hoewel Henriëte en ik  een niet amoureuze vriendschap hadden.

    Dan de tweede factor die me krachtiger maakte kwam door een verjaardagscadeau dat ik van mijn zus kreeg. Het lijkt zo’n kleinigheid. Een  futiliteit met grote gevolgen. Ze gaf me een tienrittenkaart cadeau voor een (homo-)sauna: Sauna de Banier in de  Banierstraat. Mijn zus was daar zelf vaste gast. Zij is lesbisch. Ik heb heel wat moeten overwinnen om daar naar binnen te gaan en binnen te blijven. Ik ben geen homo. Ik heb helemaal geen probleem met homo’s maar ik had het rare vooroordeel dat ik als lustobject door de andere heren bekeken zou worden. Dat oordeel  bleek 100% bullshit te zijn. Ik heb er geweldig genoten. Ik moet toegeven dat ik nooit en te nimmer de ijs- en ijskoude waterton ben ingesprongen.

    Sauna en naaktstrand als sterkmakers. 't Klinkt vreemd maar het werkte goed. Vanmiddag, het was net zo lekker weer als die eerste keer, was ik daar weer even, open en bloot, op dat kleine stukje strand. Nu in m'n uppie. Mijn zus zit op de camping in Rockanje.

    vrijdag 22 mei 2026

    VAT.

    Joachim, een vriend van mij, een migrant uit Costa Rica, en al vele jaren woonachtig in Nederland, heeft een zeldzame interesse voor de Nederlandse taal. Het is niet zo dat hij een talenknobbel heeft, want hij spreekt in feite alleen zijn moedertaal, Spaans, vloeiend en Nederlands, beperkt. Zijn beheersing van de Nederlandse taal is nog niet eens zo 'om over naar huis te schrijven'. Hij heeft een bijzondere interesse voor Nederlandse spreekwoorden. Hij vertelde me dat hij in een aantal schriften, spreekwoorden en hun betekenis heeft vastgelegd. 

    Vanmorgen is hij op bezoek bij mij. We drinken koffie en vrijwel altijd komt er in ons gesprek een momentje waarop hij even zijn wijsvinger opsteekt, zijn ogen dichtknijpt, naar het plafond kijkt en dat een verhaspelde versie uitspreekt van een heus Nederlands spreekwoord. 

    Zo vertelde ik hem, dat ik, wanneer ik een nieuwe omgeving ben, bij een werkgroep of vergadering of zo, ik altijd onopvallend in een onopvallend hoekje ga zitten.'

    Oh', zei Joachim toen, 'jij dan kat uitkijken ... op boom. 

    'Ja Joachim, heel goed, ik kijk de kat uit de boom'. 

    Joachim is er dan fier op dat hij mijn gedrag in dat spreekwoord heeft kunnen vatten. Geheel toevallig schrijf ik nu net het woord .vatten' en evenzo toevallig stuitten we vanmorgen op het woord 'vat'.

    Joachim heeft me aantal weken geleden gevraagd om een stekje van de christusdoorn, een plant die vrijwel niet te koop is in plantencentra. Bij mij staat voor het raam van de woonkamer zo'n stekkie dat het aardig doet. Dat stekkie heb ik van Hendrik, een vriend, die heeft een flink aantal stekkies van die plant. Zonder aarzelen zegde ik Joachim toe dat ik wel een stekkie voor hem zou 'versieren'. 

    Alleen ... Hendrik komt niet zo vlot 'over de brug' met zijn stekkie. 

    Echter ... hoe dan ook: Joachim krijgt sowieso dat stekkie van de christusdoorn. Misschien vanavond, misschien morgen, misschien volgende week, misschien volgende maand doch: let op Joachim: 

    'Wat in het vat zit verzuurt niet'. 

    Joachim tikt het spreekwoord in zijn notitieapp en schrijft er bij wat het betekent: '

    Uitstel is geen afstel.

    donderdag 21 mei 2026

    LAAT MIJ MAAR SCHUIVEN (3)

     Een passend medicijn.

    Ik weet dat het slecht voor me is en toch doe ik het. Tegen iedereen houd ik mijn mond. Ook tegen mijn psych en mijn vrouw. Geheel op eigen houtje besluit ik te stoppen met lithium, hèt medicijn dat al meer dan tien jaar uitstekend werkt tegen mijn bipolaire stoornis. Lithiumgebruik heeft enkele vervelende bijverschijnselen, onder andere dat mijn gevoelens (zowel de ups als de downs) nogal pittig worden afgetopt. Daar wil ik van af.  Heel langzaam bouw ik dat medicijn af: in drie maanden tijd. Ik riskeer zo een psychose. Door het oog van de naald kruip ik. Ben een paar dagen manisch. Van mijn psych: (‘nooit meer zoiets op eigen houtje doen , hè!!)  krijg ik een ander medicijn voorgeschreven: zyprexa; dat slaat goed aan. Ik vóél tenminste weer eens wat.

     Mijn experiment was eigenlijk te  riskant. Het resultaat uiteindelijk positief:  een passend medicijn. Was ik maar eerder gaan experimenteren.


    (Uit mijn verre Rotterdamse verleden)

    Lieve lezer, 

    stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

    stukkiejee.blogspot.com

    woensdag 20 mei 2026

    LAAT MIJ MAAR SCHUIVEN (2)

     Een supergrote stroopwafel.

    Ik koop  een stroopwafel in de kraam op de Hoogstraat … zo’n supergrote … gulzig neem ik een hap, te gulzig want er breekt een stuk stroopwafel af en  valt op straat … een vrij groot stuk …  op de natte straat … gatver … dan ben ik echwel heel stom bezig als ik dat stuk stroopwafel opraap en nog opeet  ook? Toch doe ik dat: inhalig gris ik dat stuk van het trottoir … vlak voor de kwijlende bek van een boxer, die er blijkbaar ook wel zin in heeft.

    Ik kan er ziek van worden. Erg ziek misschien wel. Enfin, dat zie ik morgen wel weer … als ik niet ziek word, denk ik maar zo: dan heb ik mijn weerstand er mee verhoogd. Als  al die straatschooiers wèl tegen eten en drinken uit de afvalbakken opgewassen zijn, waarom moet ik  dan een groot stuk op de grond gevallen stroopwafel  laten liggen? Kom nou, ik laat me niet kennen.


    (Uit mijn verre Rotterdamse verleden)

    Lieve lezer, 

    stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

    stukkiejee.blogspot.com

    dinsdag 19 mei 2026

    LAAT MIJ MAAR SCHUIVEN (1)

     Op die fiets!

    Ik spreekt nogal eens mijn afkeuring uit over misdragingen van e-bikers en fat-bikers  maar ik moet eerlijkheidshalve  bekennen, dat ik er zelf, als doodgewone fietser ook wat van ken. Ik bent me er een!

    Ik overtreed alle mogelijk verkeersregels.

    Ik steekt mijn hand niet uit als ik de hoek om gaat.

    Ik trekt me geen bal aan van verkeerslichten.

    Ik rijd op fietspaden en autowegen in de verboden richting.

    Ik fietst op het trottoir.

    Ik hebt géén of wazig licht op mijn  fietst.

    Mijn remmen zijn slecht.

    D'r zit geen bel op mijn fiets.

    Is mijn fiets gejat, jat ik er een terug of koopt voor vijf euro een gejatte fiets bij een junk.

    En dan ben ik niet eens de enige die zich zo misdraagt. Ik stelt me erg kwetsbaar op als weggebruikert. Het is beslist niet zo dat ik er op wacht om overhoop gereden te worden. Het is me telkens weer te doen om dat piepkleine adrenalinestootje.


    (Uit mijn verre Rotterdamse verleden)

    Lieve lezer, 

    stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

    stukkiejee.blogspot.com