Pageviews van de afgelopen week

woensdag 26 augustus 2026

TRIBUNE IN LICHTERLAAIE.

 Ik schrik me de tering afgelopen zondag om 7 uur. Zit met m'n bord op schoot. De samenvatting van de voetbalwedstrijd Cambuur Leeuwarden  - Feyenoord begint met een shot op een heel supporters vak dat in lichterlaaie staat. Het is de Cambuur-familietribune, waar ouders met (jonge) kinderen zich veilig wanen. De wedstrijd is  al enige minuten bezig. Zeven, denk ik. Dan besluit een Feyenoord-idioot om een aanslag te plegen op de mensen die op de gezinstribune zitten.

Veel toeschouwers op die tribune moeten, gezien de fel uitslaande vlammen brandwonden hebben opgelopen. Teletekst zegt dat er  zeven mensen (jong en oud neem ik aan) ernstig gewond zijn geraakt aan hun ogen en oren.

Martien (22)  zit thuis. Zet een halve liter aan zijn mond. Lurkt. Hij heeft het net voor de derde keer op tv teruggezien. Machtig. Die hele tribune stond echt in de fik. Dat gegil van die wijven en die kids. Lachen! Dat gegil hoort hij nu pas. Da’s  even genieten. Nog een keer. Nog  harder. Lacht besmuikt. Neemt een paar slokken.

Hij heeft nog flink wat spul over van de jaarwisseling. Dat moet knallen. Eerst wil hij bij Sparta. Maar daar is de controle streng.

Hier bij Cambuur is 't een makkie. Hij komt als een superdikzak het Feyenoord-vak op. Zijn jas vol vuurwerk.  Hem wordt geen strobreed in de weg gelegd. Hij zoekt een plekkie op het uitvak tussen dom schreeuwende Feyenoord die-hards. Ze staan domdruk heel Cambuur kapot te schreeuwen. Hem zien ze niet. Hij brengt zittend  alles in orde. Die stompzinnigen om hem heen hebben niks in de gaten.

De wedstrijd is een paar minuten oud als hij zijn vuurwerk tussen de niets vermoedende genietende gezinnen pleurt en 'hup' gelijk is hij weg. Nog voordat de handhavers, die tweedehands politie, mensen kan tegen houden, scheurt Marien al op zijn motor naar Rotterdam.

Feyenoords directeur, Robert Eenhoorn, heeft zelf besloten om twee wedstrijden geen Feyenoordsupporters mee te nemen naar uitwedstrijden. Ach, hoe nobel! Hoe onnoemelijk nobel.

Twee wedstrijden geen Feyenoordsupporters mee naar uitwedstrijden, meneer Eenhoorn. Ach gutteguttegutt meneer Eenhoorn! Twee wedstrijden, poeh-poeh-poeh, meneer Eenhoorn.

De KNVB moet nu echt optreden: straf Feyenoord met een aantal wedstrijden (minstens 10) zonder publiek in de Kuip èn minstens 10 weken zonder supporters naar uitwedstrijden. Dan is na 10 weekjes het leed voor ‘onze’ rood-witte glorie  alweer geleden, toch?.

De gewonde mannen, vrouwen en kinderen in Leeuwarden hebben waarschijnlijk hun hele leven last van deze aanslag.

De goeden zullen onder de kwaden lijden. Beiden hebben nog een alternatief: thuis voor de buis.

dinsdag 25 augustus 2026

ARMOEDE UITGELEGD (DEEL 3)

De beledigende broccoli. 

We zijn aanbeland bij het slotakkoord van het drieluik over het boek van Tim ’s Jongers. Gisteren liet ik u zien dat echte armoede begint waar de keuzevrijheid stopt. Hoe reageert onze overheid daarop? Niet door te zorgen voor fatsoenlijke bestaanszekerheid, maar door een leger aan coaches op de minima af te sturen. Dat is de betutteling van de welgestelde beleidsmaker, en ’s Jongers maakt er in zijn boek korte metten mee onder de noemer: de beledigende broccoli. Het idee is even hardnekkig als naïef. Men denkt dat arme mensen ongezond leven of schulden maken omdat ze 'dom' zijn of niet weten hoe het moet. 

Dus wat doet de gemeente? Die stuurt een leefstijlcoach langs. Die komt in een huishouden waar de stress van de onbetaalde energierekening de muren omlaag drukt, vertellen dat ze meer broccoli moeten eten en biologische appels moeten kopen. Terwijl die mensen hun eten nota bene bij de Voedselbank moeten ophalen en blij zijn áls er überhaupt iets op tafel staat. Het is niet alleen misplaatst, het is ook beledigend. Het verschuift het probleem van een falend politiek systeem naar het individu. Je bent niet arm omdat de huren te hoog zijn en de lonen te laag; nee, je bent arm omdat je de verkeerde keuzes maakt. Alsof een praatsessie met een budgetcoach de gaten in je schoenen dichtmaakt.

Mijn academische collega noemde mijn neiging om serieuze discussies te doorbreken met een grapje ooit terecht 'zeveren'. Het was mijn overlevingsmechanisme tegen de elite. De overheid doet met al haar coaches eigenlijk precies hetzelfde, maar dan zonder de humor. Ze zeveren over leefstijl om het maar niet over de keiharde knaken te hoeven hebben. 

Een arbeiderskind heeft geen advies nodig over groenten. Mensen in armoede hebben rust nodig, regie, en het geld waar ze recht op hebben. Koop dat boek van Tim ’s Jongers, ook als u wél geld heeft. Misschien dat we de wereld dan eindelijk eens gaan bekijken door de bril van de man die de tramrails schoonmaakt, in plaats van de man die erover vergadert. 

maandag 24 augustus 2026

ARMOEDE UITGELEGD (DEEL 2)

Deel 2. De luxe van de keuze.

Ik zag een tijdje geleden de documentaire Een leven zonder geld. (zie ook mijn column  d.d. 21 april jl). Daarin wordt de Duitse Heidemarie Schwermer gevolgd. Een keurig verzorgde dame op leeftijd die besloot al haar bezittingen op te geven. Ze reist rond, geeft lezingen en ruilt haar arbeid voor voedsel en onderdak. Ze dweilt de vloer van een supermarkt in ruil voor verse groenten. Tijdens een lezing op een Spaanse school reageert een tiener vlijmscherp: ‘U leeft van het geld van anderen… dus u leeft wel degelijk van geld!’

Die knaap sloeg de spijker op zijn kop. Heidemarie maakt een lifestylekeuze. Ze is een voormalig psychotherapeute, spreekt haar talen en ziet eruit als een gedistingeerde dame. Als een ongeschoren, sjofel geklede verwarde man uit een sketch van Van Kooten en De Bie ditzelfde zou proberen, kon hij fluiten naar de welwillendheid van de groenteboer. Heidemarie heeft het ultieme privilege: zij kan kiezen voor de armoede.

Dat brengt me terug bij het boek van Tim ’s Jongers. Hij legt uit dat de vermogende bovenlaag armoede vaak romantiseert als een soort minimalistisch avontuur. Maar ware armoede is geen keuze.

In de lente van 2012 hielp ik op een zaterdagmiddag mee met een inzamelingsactie voor de Voedselbank in Rotterdam. We vroegen winkelend publiek om iets extra’s te kopen. De vrijgevigheid was hartverwarmend; de kratten stroomden vol. Want ja, ook in een stad als Rotterdam wordt er echt honger geleden. De mensen die daar wekelijks in de rij staan voor een pakket, hebben geen netwerk van gulle gevers. Ze hebben geen intellectuele bagage om lezingen te geven in ruil voor een slaapplek. Zij ruilen hun vloeren dweilen niet voor hippe bio-broccoli; zij proberen simpelweg te overleven in een systeem dat hen vermorzelt.

Het verschil tussen Heidemarie en de cliënten van de Voedselbank is het fundament van het armoedevraagstuk. Als je kunt kiezen om zonder bezit te leven, bezit je nog altijd de regie over je eigen leven. Echte armoede begins pas wanneer de keuzevrijheid stopt. En dat is precies waar onze overheid de mist in gaat. Die denkt namelijk dat je armoede kunt oplossen door mensen 'keuzes' aan te leren met een leger aan coaches en adviseurs. Hoe misplaatst die betutteling is, laat ik u morgen zien in het slotakkoord van dit drieluik.

zondag 23 augustus 2026

ARMOEDE UITGELEGD (DEEL 1)

Deel 1. De magazijnchef.

Ik las onlangs 'Armoede uitgelegd aan mensen met geld' van Tim ’s Jongers. Het is een boek dat de zogenaamde bovenlaag een spiegel voorhoudt. Politici en beleidsmakers denken namelijk nog altijd dat armoede een keus is. Door je best te doen, kansen te grijpen en door te leren ontkom je er aan. Alsof de overheid een schooldeur openzet en de rest vanzelf gaat. Ze hebben geen flauw idee van de psychologische oorlog die je als arbeiderskind moet voeren om die drempel over te stappen.

Ik weet er alles van. Ik kom uit een straatarm gezin uit de jaren vijftig. Thuis was er simpelweg te weinig geld om iedereen genoeg te eten te geven. Mijn vader maakte tramrails schoon in Rotterdam. Hij was ultra-laaggeletterd. Mijn moeder wilde dolgraag dat ik doorleerde. Ze hielp me met overhoren, maar ze begreep niets van de stof.

In 1967 zat ik in de vierde klas van de HBS. Een bekakte leraar Nederlands vroeg aan de klas: ‘Wie zijn vader is hier nou nog arbeider?’ Iedereen moest vertellen wat zijn vader deed. Uit pure schaamte en overlevingsdrang loog ik dat mijn vader magazijnchef was bij Hooijmaaier, de beschuitfabriek. De andere jongens zeiden allemaal dat hun vader een goeie baan had. Ik ging elke dag doodsbenauwd naar school, het Montfoort-College, de hbs. Ik had slechte resultaten, geen vrienden en deed geregeld alsof ik ziek was omdat ik niet durfde, spijbelde soms ook. Toen er een paar stoere klasgenoten op ziekenbezoek kwamen, zakte ik door de grond van schaamte. Ik was de oudste van tien kinderen. Het stonk bij ons thuis naar de pies omdat mijn jongere broertjes en zusjes nog in hun bed piesten. Ik moest er niet aan denken dat dat op school zou worden rondgebazuind.

Als ik een vraag kreeg in de klas, werd ik vuurrood en blokkeerde ik volledig. Leraren pestten me erom. Als ik een spreekbeurt had, spijbelde ik. Een gevoel van minderwaardigheid is mijn hele werkzame leven (op hbo-niveau) met me meegereisd. Bij elk diploma dacht ik dat ze het me dat maar cadeau deden. Gewoon, omdat er statistisch gezien weer eens een arbeiderskind moest slagen.

Dat is precies wat Tim ’s Jongers bedoelt. Armoede is geen gebrek aan talent, het is een gebrek aan rust, regie en een veilig fundament. De politiek stuurt tegenwoordig leefstijlcoaches op armen af om te vertellen dat ze broccoli moeten eten. Maar een arbeiderskind heeft geen advies nodig. Wat we nodig hebben is echte bestaanszekerheid en het recht om er te mogen zijn, zonder je te hoeven schamen voor de baan van je vader.

zaterdag 22 augustus 2026

MIJN DUIM

Ik heb de laatste tijd last van vooral één stramme duim. Mijn rechterduim. Hij wil niet meer lekker buigen. Vijftien jaar lang hing hij anoniem boven de spatiebalk van mijn toetsenbord, als de geruisloze dirigent van de stilte tussen mijn woorden. U leest deze zin omdat die duim net op tijd naar beneden kwam om ruimte te maken. Maar vandaag weigert hij mee te veren. De stramheid trekt inmiddels door naar mijn wijsvinger en mijn pols. Een zeurende erfenis van een schouderoperatie van elf jaar geleden, zo bedacht ik me. Het lichaam is blijkbaar net een archief; het onthoudt alles.

Als ik naar mijn rechterhand kijk, zie ik de littekens van mijn eigen onhandigheid. Mijn duim heeft nogal wat te verduren gehad in dit leven.
Het begon toen ik een jaar of acht was. Een tennisbal waar mijn vriendje en ik mee speelden, rolde in een rioolput. Ik opende het loodzware deksel en pakte het balletje. Net toen ik mijn hand wilde terugtrekken, trapte mijn vriendje voor de grap het putdeksel hard dicht. Het topje van mijn duim lag er half af, het hing er maar een beetje bij. Er moest flink gehecht worden in het ziekenhuis. Het litteken is na al die jaren nog altijd wit en duidelijk zichtbaar.
Toen ik zestien was, volgde klap nummer twee. Ik rende met hoge snelheid op een glazen flatdeur af. Om de klap op te vangen stak ik mijn handen vooruit, maar ik knalde dwars door het glas. Het was een bloederige boel en de ruit sloeg een flinke homp vlees uit mijn duim. Jan, de vader van een vriend en EHBO’er, heeft me toen geweldig geholpen en provisorisch opgelapt. Het vlees bleek onhechtbaar. Mijn ouders waren naderhand woedend. Niet om het bloed, maar omdat ik niet direct naar hén was gekomen voor hulp. Die ruzie heeft de vriendschap met Jan lange tijd behoorlijk verlamd. Wat ik er aan overhield? Een flinke klomp weefsel op mijn rechterhand. Mijn eigen 'duimbobbel'.
Nu ik deze column typ, voel ik die oude breuklijnen weer samentrekken. Het putdeksel en de glasscherven hebben zich decennialang koest gehouden, maar naarmate ik ouder word, melden ze zich alsnog aan het toetsenbord. Mijn duim tikt de spatiebalk een stuk langzamer aan dan vroeger. Maar ach,  dat geeft wat meer rust tussen de zinnen door.

vrijdag 21 augustus 2026

NEUROLOOG.

 

 Hoe ziek moet je precies  zijn om door je arts doorverwezen te worden? En naar wie dan? Geen flauw idee. Ik heb wel héél uiteenlopende klachten als ik naar de dokter ga … dus.

Ik zie haar voor het eerst, mijn huisarts, een leuke jonge vrouw, met een Indonesische naam. Ze wil natuurlijk weten waarom ik naar hier gekomen ben. Logisch. Dat zou ik ook willen weten als ik haar was.

Ik heb uiteenlopende klachten en ik zou graag weten of ik daarvoor behandeld kan worden door haar of door een specialist, waarvoor ze dan een verwijsbriefjes moet uitschrijven.  Ik zelf had gedacht naar de KNO-arts, waarom weet ik eigenlijk ook niet precies.

Ik vertel haar dat ik soms op willekeurige momenten van de dag, terwijl ik soms iets en soms ook niets aan het doen ben, méér dan tien keer achter elkaar heel diep moet geeuwen. Het is onophoudelijk, achter mekaar, heeeel diep geeuwen. De tranen biggelen daarbij  over mijn wangen.

De arts, reageert niet alsof ze het raar vind. Dat hoeft van mij ook helemaal niet. Als ik het zelf maar raar vind, daar gaat het toch om??

‘Iets anders en lastig tegelijk is dat ik zo vreselijk diep slaap. Zo diep dat wanneer ik mijn bed uit stap om bijvoorbeeld te gaan plassen, ik in eerste instantie mijn eigen wc niet weet te vinden’.

Dit vindt de arts wel interessant om te horen, want ik zie haar fanatiek alles noteren  wat ik zeg.

‘Uiteindelijk vind ik altijd wel iets om in te plassen, een bloemenvaas, een plantenbak, een theepot, een prullenbak of toch, net op het nippertje de wc. Ik ben dan al wel behoorlijk bang dat ik het niet meer houd en het ‘in mijn broek doe’’.

‘Soms ga ik 's nachts mijn bed uit en in mijn pyjama mijn huis uit en  realiseer ik me op de galerij dat ik  mijn huissleutel niet bij me heb. Dan moet ik midden in de nacht mijn buurvrouw, die diep in slaap is, wakker maken voor de reserve sleutels, die zij van mij heeft. Zij blijft altijd opgewekt en vrolijk in zo'n geval, mijn buurvrouw, ook al is het al de vijfde keer, maar het is natuurlijk allesbehalve leuk’.

Ik zeg tegen de dokter: 'dit is toch een interessant verhaal, nietwaar?’

'Zeker,' zegt ze, 'ik wil weten of je werkelijk beginnend dement bent, wat ik vermoed. Daarom verwijs ik je naar de neuroloog. Daar staat je een hele dag vol testjes te wachten'.

De volgende dag krijg ik een mail van het ziekenhuis, dat ik ‘al’ over 62 dagen bij de neuroloog mag komen. Bof ik even!


 

 

donderdag 20 augustus 2026

PHISHING.

Ik word op mijn mobiel gebeld. Neem op en hoor een mannenstem zeggen, dat ik luister naar een opname van Amazone.

'Er is bij ons bedrijf, met uw gegevens, een laptop besteld ter waarde van 998 euro. Wanneer u deze bestelling heeft geplaatst doet u niets. Wanneer u deze bestelling niet heeft geplaatst, tikt u op ‘1’ en verbreekt u het contact met ons.'  

Onmiddellijk nadat ik hoor dat  er een laptop is besteld, verbreek ik het contact met 'Amazon'. Nog geen half jaar geleden kocht bij Media Markt een splinternieuwe laptop voor 450,= euro. Ben ik heel tevreden mee. Dan ga ik vanzelf niet nu al een nieuwe kopen.

Ik moet dit bij de Bank melden. Ben bij de Rabo. Vrij snel krijg ik iemand aan de lijn.

'Goed u dit meldt. Het is een bekende truc. Als u op '1' had gedrukt was de transactie een feit geworden. 'Phishing' heet dat, meneer' zei de bankmedewerker. De Rabo-man zegt verder dat hij bij mijn betaalrekening de bij mij mislukte 'truc' zal noteren. Dus als er een betaalverzoek komt van 998,= euro voor een laptop, dan wordt dat gelijk geweigerd. Tevens meldt de bank dit dan bij de financiële recherche.

Iets anders: aanvankelijk dacht ik dat het iets reëels was. Wekenlang wordt ik  door Google-0ne op dreigende toon gemaand om 49 eurocent te betalen. Ik betaalde dat bedragje al drie maanden geleden maar Google-One blijft jengelen om die 49 cent. Dat bedragje is om het geheugen van  de laptop uit te breiden. Google-One dreigt, als ik binnen een week niet betaal, dan worden er geen mailtjes van en naar mij meer in behandeling genomen.

Volgens de Raboman is ook dit een vorm van fishing: door mij herhaaldelijk te laten reageren op hun mailtjes 'vissen' ze steeds iets van mijn gegevens uit 'mijn gegevens-vijver'.

Voor alle zekerheid stelt de Raboman voor om mijn betaalpas te blokkeren en een nieuwe te maken.. Gelukkig heb ik nog wat cash in huis zodat ik de pinloze periode kan overbruggen.