woensdag 25 februari 2026

EEN ZOOITJE.

Ik wou dat ik wist hoe het komt dat het hier in huis zo langzamerhand en zooitje wordt. Een druk baasje ben ik, dat zeker. Maar dat ben de laatste jaren onophoudelijk. Mijn buren vragen zich dikwijls af waar ik uithang. Mijn vertier zoek ik dikwijls buitenshuis: bios, theater, sporten, fietsen, wandelen. Toch zit ik binnen ook niet stil. Althans niet letterlijk, want ik lees, schrijf, kook, eet, drink, zing, kijk tv, luister muziek, slaap, enzovoorts. Alles bij elkaar heb ik zoveel te doen, dat ik elke dag een uur te kort kom. Ik moet eigenlijk van mezelf om twaalf uur naar bed, elke dag weer 'eigenlijk'. Maar dan heb ik nog zeker voor een uur iets urgents te doen. Wat na dat uurtje nog blijft liggen is dat zooitje i mijn huis. Bijvoorbeeld: het is nu 01.00 uur 26 februari. Ik ben bezig dit stukje te tikken in het uur dat ik in feite al op één oor had moeten liggen.

Al dit stukje klaar is, neem ik mijn medicijnen in, poets en flos mijn tanden, spoel mijn mond en duik in mijn bed.Weer vergeten om mijn elektrische deken aan te zetten. Ja, die gebruik ik nog steeds als koudbloedige.

Binnen vijf minuten ben ik vertrokken. 

Na een uurtje sla ik het dekbed van me af, om, al slaapwandelend het zooitje  in mijn huis te inventariseren.

In de keuken op de rechterkant van het aanrecht staat een berg afwas van zeker drie dagen. Dat heeft er ook mee te maken: ik wil zo weinig mogelijk gas gebruiken. Eens in de drie dagen maak ik een zuinig sopje. De linkerkant van het aanrecht ligt vol met: aardbeien, bieten, wortelen en twee bakken Franse volle kwark. Dat had ik in de loop van de dag al moeten verwerken tot een smoothie of tot vuchtensapjes. Over de keukenstoel hangt een zwarte regenjas. Tegen de radiator steunen drie lege ovenplaten, een groen boodschappenwagentje, half vol met lege flesjes (van glas en plastic) en blikjes (van blik). In de hoek van de keuken staat werkeloze enigszins triest ogende opgedroogde zwabber.

Op mijn bureau in de gang, dat ik overigens niet meer als bureau gebuik, liggen achteloos neer gegooid: een baseball-petje, een zwarte, deftige herenhoed, een Russische ijsmuts, m'n fietshelm, een stapel (10 exemplaren) van het tijdschrift  'Vogelen voor beginners' dat ik, zelfs tijdens mijn slaapwandeling keurig netjes in de papierbak weet te deponeren.

In een hoek van die gang staat, op de grond, vlakbij de woonkamer  een mooi geschilderd portret van mij. 


                                     Ik was toen 19 jaar. 

Het is geschilderd door mijn ex Winny. 

Ik ben nog niet eens op de helft. Maar ... dit verhaaltje is vol. Misschien een volgend keer meer. Of het zooitje is dan over.


dinsdag 24 februari 2026

WIJ ZIJN DOEN.

Door een oud-collega, ben ik gevraagd om mee te denken over de ontwikkeling van een kenniscentrum 'Een duurzame toekomst'. Ik ben daar met nog een tiental anderen in januari jl. mee gestart.
 
Wat wil dat kenniscentrum?

Dat kenniscentrum wil het mensen, die zich steeds meer realiseren, dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen heel belangrijk is in het streven naar een meer duurzame toekomst, gemakkelijker maken hun invloed uit te oefenen op die bedrijven en overheden. 
Dat wil het kenniscentrum doen, door mensen bewust te maken van die invloed en door hen 'gereedschap' te geven om die invloed uit te oefenen. Dat doet het kenniscentrum op twee niveaus.

 

Ten eerste op individueel niveau. We gaan apps (bekijk bijvoorbeeld eens  app: Questionmark) en links verzamelen  via welke meer informatie ontstaat over de kwaliteit van de dagelijkse boodschappen en producten. En we geven tips en tricks hoe je duurzamer kan gaan leven.
 
Ten tweede op collectief niveau. Daar, waar mensen een misstand of een vermoeden daarvan aan de kaak willen stellen maar niet weten hoe dat aan te kaarten. 
Zoals bijvoorbeeld vervuilende activiteiten in de omgeving (afval in het water/het groen, bestrijdingsmiddelen, stank etc.). 
Onterechte claims van producenten (voedsel, verzorgingsproducten). 
Mogelijke slechte handelwijze naar mens en dier. 
De rechtszaak tegen de fabrikanten van de Sting* is een goed voorbeeld hoe onverantwoorde producten aan de kaak kunnen worden gesteld.
 
Aan deze mensen biedt het kenniscentrum een scala aan databanken met wetenschappelijk onderzoek of databanken van toezichthouders vol met rapportages over (in dit voorbeeld) de kwaliteit van het buitenwater.

 

Om wat meer ruchtbaarheid aan dit idee van een kennisbank te geven, is door ons als eerste de LinkedIn-pagina “Wij zijn doen” ontwikkeld. Hier kunt u een aantal ‘links’ vinden met handige tips en informatie over de duurzaamheid van een aantal producten. Op deze pagina willen we voorlopig 1 x per week iets posten over een onderwerp dat actueel is. 

 

Nu staan we voor de volgende fase waarin we een ‘website’ willen (laten) bouwen zodat ons bereik groter wordt. Hiervoor is echter geld nodig waarvoor bij het RMC (Rotterdams Milieu Centrum) een verzoek is ingediend. 
De website moet goed en simpel te doorgronden zijn. Daarvoor is een professionele aanpak nodig. Naast aanvullende financiële bijdragen zoeken we ook deskundigen die dat kunnen bouwen.

Op 5 maart komt de initiatiefgroep voor dit kenniscentrum weer bijeen en van iedereen wordt een plan of een idee verwacht. 

Doe maar onderzoek naar de duurzaamheid van de productie van kleding, groente, fruit. Ook lijkt me zinvol eens naar de producten van de Gemeente Rotterdam (o.a. de vuilophaal) èn het functioneren daarvan te kijken in relatie tot telefoonnummer 14020 en Rotterdam.nl.

Ik heb me rot geïrriteerd aan de nalatigheid van de vuilophaal de laatste maanden en aan het feit dat op de klachten daarover van de burger bij 14020 en  Rotterdam.nl niet gereageerd wordt.



 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


maandag 23 februari 2026

WAAR TWEE KIJVEN ...

Het is nu bijna twee jaar geleden, die aanvaring met mijn buurman Theo. Wij zijn dan niet alleen buren, maar ook vrienden. Hij is dan, mag ik wel zeggen, mijn beste vriend. Gedurende een jaar of vijf doen we allerlei leuke dingen samen. Bios, theater, wandelen, koffie drinken, spelletjes, lekker uit eten, bij elkaar op verjaardagsvisite. Gezellig allemaal en wanneer ik het moeilijk heb, staat Theo voor me klaar, luistert en helpt me. Die aanvaring, nu twee jaar terug bijna, breekt de vriendschap. 

Terug naar dat moment van de aanvaring, twee jaar terug, wil ik beslist niet. Daarmee zou ik de wond die nu geheeld is alleen maar weer open krabben.  Ik zeg maar zo: 'Waar twee kijven hebben beiden schuld. 

Twee jaar lang slagen Theo en ik er in om elkaar zo veel mogelijk te ontwijken. Als ik zo heel af en toe de kans krijg, scheld ik Theo uit en pest ik hem. Theo houdt altijd netjes 'de eer aan zichzelf'.


Ik


                                    Theo

Een paar maanden al, heb ik geen zin meer in die wrevel tussen Theo en mij. Ik wil die wrevel loslaten. Mijn boosheid, die al flink wat is afgenomen verdwijnt langzamerhand helemaal en maakt plaats voor mijn wens om weer gewoon met elkaar te te doen. In ieder geval om weer goeie buren te zijn. Goeie buren die immers beter zijn dan een verre vriend. 

Het liefst spreek ik hem aan als ik hem toevallig tegenkom in de flat, of op straat maar ik zie hem nooit. Ontwijken gaat ons goed beiden goed af. Ik besluit Theo te appen: 

Gisteren:

'Hallo Theo,

'Ik wil niet meer boos zijn op jou. Ik zeg: 'Zand er over.' Dat is natuurlijk mijn beslissing. Als jij anders wil beslissen vind ik dat okee. Wil jij er over nadenken om weer gewoon te doen? Laat me svp weten wat je wil?

Groet,

Jos.


Binnen het uur appt Theo terug:

ik ben niet boos op je tot ziens

groetjes van Theo


Ik realiseer me terdege dat we niet op stel en sprong naar de vriendschappelijke verhouding van twee jaar geleden terug kunnen schakelen. Dat heeft tijd nodig. Mijn wens is wel dat we langzaam weer naar elkaar toe zullen groeien en weer vrienden kunnen zijn.

Ik nodig Theo binnenkort uit voor een lekkere borrel. Ik hoop dat hij die uitnodiging aanvaardt.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


zondag 22 februari 2026

STADSJUTTER.

Half negen vanmorgen is er al een vreselijke teringherrie boven m'n hoofd. 't Is zondag dus dat mag helemaal niet zo vroeg. Na twaalven pas. Het komt van het huis van Tonnie, mijn bijzonder lieve bovenbuurvrouw, tien jaar ouder dan ik.. Haar hele inboedel wordt voor de deur van de flat neergepleurd (= niet zo netjes neergezet).Tonnie's zoon neemt het niet zo nauw.  Morgenochtend vroeg wordt het als grof vuil opgehaald. 

Tien jaar lang hebben we gezellig gepraat Tonnie en ik, over koetjes en kalfjes. Ze vraagt ook geregeld naar mijn zonen en kleinzonen en ze vertelt over haar zoon, waar ze dol op is. Hij is haar enige kind. 

De frequentie van onze gesprekjes neemt met de jaren af. Ze gaat steeds slechter lopen. D'r haar valt uit.  Ze valt nogal eens. Zonder haar scootmobile kan ze niet meer. Nauwelijks zie ik haar nog op straat. Uiteindelijk zal dat geleid hebben tot haar vertrek naar een verpleeghuis. Of misschien neemt d'r zoon haar in huis. 

Dat hoor je tegenwoordig wel vaker, dat kinderen hun hulpbehoevende ouder(s) in huis nemen, omdat er domweg te weinig plek is in verpleeghuizen.  Haar verhuizing komt voor mij volstrekt onverwacht. 

Als ik, aan het eind van de ochtend, de deur uit ga, is haar zoon al klaar met uitruimen. Ik hoop hem nog te spreken, om te horen waarom ze nu hals-over-kop verhuist. En waarheen.

Een vriend van me, Ayoub is behalve architect ook 'stadsjutter'. Hij zoekt 'schatten' tussen wat andere mensen bij het afval zetten. Hij heeft zo al heel wat waardvols opgeduikeld: schilderijen, beeldjes, servies, bestek. Dus, telkens wanneer er iemand uit het appartementencomplex waar ik woon verhuist, waarschuw ik Ayoub zodat hij snel kan komen 'strandjutten', voordat er 'andere jutters op het strand zijn'.

Hij appt me vanavond nog een bedankje dat ik hem ingeseind heb: hij is wezen kijken. Of er wat voor hem bij was appt hij niet. Dat had ik nou net zo graag willen weten. 

Ik besluit om vanmiddag een strandwandeling te gaan maken. Fantastisch, die metro, vlak voor mijn deur, brengt me binnen het uur in Hoek van Holland. 


Daar loop ik lekker uit te waaien. Woeste, hoge golven, gierende wind, (over)moedige kitesurfers, striemend zand en             een geheel verlaten naaktstrand.





Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



zaterdag 21 februari 2026

TALENTEN.

We zijn allebei niet zo bang uitgevallen, mijn zus en ik. Met het idee: 'kom op, laten we eens gek doen!' gaan wij, zestigers, naar Capsloc, de poptempel van Capelle aan den IJssel. Daar presenteren zich jonge mensen, die met hart en ziel met hun muziek en teksten bezig zijn. Allemaal uit onze regio. 

We vrezen de opa en oma te zijn in de zaal. Volkomen misplaatst. We hadden natuurlijk kunnen weten dat er trotse vaders, moeders, opa's en oma's van de aanstormende talenten, vol spanning in Capsloc zitten uit te kijken naar het optreden van hun 'wereldster'. 

Wij staan daar gewoon nieuwsgierig te zijn, naar wat de jeugd van tegenwoordig ons kan laten zien en horen.

Er zijn zo'n vijftig á honderd bezoekers, die zich geen moment zullen vervelen. De kwaliteit van het aanbod verschilt nogal maar dat was voor mij geenszins aanleiding om weg te lopen. Mijn zus is wat kritischer dan ik maar weglopen daar heeft ze geen moment aan gedacht. 

In tegenstelling tot haar ben ik niet zo'n fan van het deejay-werk. Misschien wel héél erg kort door de bocht: ze staan naar mijn idee maar een beetje creatieve composities van anderen te verscratchen.

Ik geef echter onmiddellijk toe dat de jongeman, die het spits af beet in Capelle, die deejay NKD8, een puber nog, zo te zien, creëerde een prachtige sound in het hem toegemeten kwartiertje. Niemand kan er stil bij blijven staan. Mijn zus en ik ook niet.

Het hele gebeuren is gratis. Gesponsord door het VSB-fonds. Zo tussen de acts door komen Capsloc-medewerkers hapjes uitdelen; het ene hapje is lekkerder dan het andere. Maar een gegeven paard ... 

Cassandra Sterling, een ultra-fragiel meisje bijna nog, een singer-song-writer, gekleed in een veel te groot, haar nog breekbaarder makend rouwjurkje, neemt plaats op het podium. Ze is in rouw. Heeft onlangs haar vriendin verloren. Haar verhaal is diepe treurnis, gepaard gaande met minuscule, trillende armbewegingen. Het iele stemgeluid van haar bereikt nauwelijks haar publiek. 

Haar moeder die vlak voor me staat tijdens Cassandra's act, laat een traantje tijdens haar optreden.

Na anderhalf liedje van Cassandra gaat mijn zus een peuk roken. Dan weet ik wel genoeg! 

Later, op weg naar huis, we staan in de metro, sabelt ze Cassandraatje ongenadig neer: ongeloofwaardig, huichelachtig, krokodillentranen. 

Er staat ook een viertal rappers/rapgoepen op het programma. Verrassend goed allemaal. Ik pik Seph er uit. Hij vraagt het publiek hem vijf woorden te geven waar hij een rap mee kan maken. Dat lukt hem goed. Hij moest wat doen met de woorden Trump, Obama, worst, konijn en pindakaas. Met zijn Rotterdamse tongval maakt hij er een geweldige rap van. Helaas kan ik hem niet navertellen. Seph maakt de zaal enthousiast: ze breken de tent af.

Een echt iets langere pauze is er niet. Ik moet dus haast-je-rep-je een biertje scoren. Ook hier een asociale prijs voor een fluitje: 3.50 euro. Ik neem tegenwoordig altijd één of meer flesjes Spa Rood mee.

De laatste die ik hier noem is Sterre Liz. Een keurig gekleed en gekapt jongdametje, met een gedicht, op door haarzelf gespeelde en gecomponeerde muziek. Ze zingt ook mooi. Teksten komen ook duidelijk over. Alles keurig netjes, eigenlijk. Maar toch is het te weinig. Te steriel.

Tegen tienen was het voorbij. 'Genoten' is een groot woord maar het was goed binnen te houden. Een leuke avond in Capsloc. Goed om te zien en te horen hoe onze beginnende muzikanten bezig zijn. Sommigen zijn al verrassend ver, vinden mijn zus en ik.  



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


vrijdag 20 februari 2026

BEZINT EER GIJ BEGINT.

'Bezint eer gij begint'. Dat heb ik mijn moeder vaak horen zeggen. Zo vaak, dat ik dat gezegde in de loop der jaren geïnternaliseerd heb. Zo sterk, dat de bezinning veelal leidde tot niet beginnen, niet doen, niks doen. 
 
Vanavond sta ik met een vriendin op een metroperron te wachten. Van daaruit zie ik in de overvolle metro een oud-collega, een vrouw,  vrolijk zitten praten met een man naast haar. Het lijkt Astrid wel. 

Zal ik de metro in stormen, op Astrid afvliegen: uitroepend: 'Hee, Astrid Bakker, dat is een tijd geleden? Hoe is het er mee? Wat zie je  goed uit!!!'

Wanneer ik gereageerd zou hebben, volgend mijn moeders adagium was ik me onmiddellijk gaan bezinnen. 

Wat heeft het voor zin om haar te begroeten? Het is al bijna 15 jaar geleden dat we samenwerkten.  Ze weet waarschijnlijk niet eens meer wie ik ben. Was onze samenwerking echt zo geweldig destijds? We zitten bovendien nog maar vijf minuten in de metro. Wat kunnen we nou in die vijf minuten? En die jeugdig ogend man die naast haar zit, wil vast helemaal niks met me. Wat moet Astrid nou met mij: een 76 jarige pensionado. En je eigen vriendin, laat je haar die vijf minuten dan aan haar lot over in die metro? Niet zo lief van je! Het is nu bovendien stervensdruk.  Je zal je door de drukte heen moeten wurmen.

Na deze bezinning zou ik dus beslist niet linksaf, als een dolle hond op Astrid afgelopen zijn maar dan zou ik rechtsaf de metrocoupé zijn ingeslopen, in de hoop dat mijn oud collega mij niet zou herkennen na al die jaren.

Maar wat ik doe is wat ik hier boven al opgeschreven heb, ik vlieg haar om de hals, we zijn verrukt elkaar weer te zien. Zij kan niet geloven dat ik al bijna 76 ben. Ik niet dat zij al 62 is. We zien er  allebei geweldig uit en met onze kinderen en kleinkinderen gaat het ook goed, hoewel ... ik meen me te herinneren dat haar enige zoon homoseksueel is. Maar wat maakt dat uit. 
Ik vraag nog wat Astrid gedaan had vanavond. Ze waren uit eten geweest.
Mijn vriendin en ik  waren bij een talentenjacht voor jonge popmusici.

Achteraf liep ik erover piekeren, dat ik mijn vriendin 5 minuten aan haar lot had over gelaten in de metro. 

Steeds meer is mijn motto geworden: 'Begin. Doe. Handel spontaan, impulsief en laat dat bezinnen, grotendeels, maar achterwege.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



donderdag 19 februari 2026

VRIENDEN.

Jarenlang heb ik geen vrienden gehad. Mijn laatste en beste vriend Peter van Tol, stierf toen hij 24 was. Ik was toen 23. We kenden elkaar tien jaar, van de middelbare school. Zeven jaren daarvan waren we de beste vrienden. De laatste drie jaar van onze vriendschap kregen we allebei verkering en ... dat was eigenlijk veel belangrijker: Peter bleef met zijn vriendin in Utrecht wonen. Ik verhuisde naar Rotterdam en trouwde daar snel met mijn vriendin Winny. De vriendschap met Peter verwaterde. 

Tot mijn grote ontsteltenis hoorde ik pas na twee jaar dat Peter dood was. Tot op de dag van vandaag weet ik nog niet waaraan.

Sinds de dood van  Peter is Winny niet alleen mijn vrouw geweest maar ook mijn enige vriend. Zelf heb ik in de periode dat ik met Winny was (45 jaar) en in de jaren ná onze echtscheiding niet echt vrienden gehad. In totaal bijna vijftig jaar heb ik geen vriend gehad. Pas op! Dat maakt mij nog geen zielenpiet, oh nee! 

Tijdens ons huwelijk had ik zelf geen vrienden. De vrienden en vriendinnen van Winny waren ook mijn vrienden en vriendinnen. Pas gedurende de vijf jaar na onze scheiding begon ik zelf wat contacten te leggen. 

De meeste van mijn huidige vriendschappen zijn voortgekomen uit mijn werk als taalcoach. Met tientallen mensen heb ik 'geconverseerd'. Vier van hen zijn vrienden van me geworden: Luis de Portugees, Juan de Costaricaan, Ayoub de Irakees en Georgis de Syriër. 

Taalcoach ben ik al weer enig tijd niet meer. Wel heb ik nog regelmatig contact met die vier taalcursisten, mijn vrienden inmiddels. We gaan naar bios, theater, kroeg of we drinken koffie bij mij thuis. Ik heb bijvoorbeeld, op vakantie in Luis geboortestad Porto, met zijn familie langs de Douro .... zitten eten en Port zitten lurken.. 

Vorige week deed Georgis een bakkie bij mij. Hij had een idee. Het zou toch leuk zijn, dacht hij, om regelmatig met het hele clubje van vijf (inclusief die kaaskop Jos) voor de gezelligheid bij elkaar te komen.

Ik betwijfelde of de mannen het zouden zien zitten maar dat gevoel sloeg nergens op. Ze waren stuk voor stuk door het dolle heen. Volgende maand start ik met mijn vriendenclubje.



Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com