Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 25 juli 2026

SNEEUWPOP IN DE ZOMER.

 Mijn oudste zus, Lidy, is vandaag jarig. Ze wordt 74. Al een eeuwigheid is ze getrouwd met Joop, mijn zwager dus, die er verantwoordelijk voor is, dat Lidy ook al een eeuwigheid in Schiedam woont.

Joop en Lidy hebben twee dochters. Kiona en Rianka. Leuke meiden, veertigers alweer, de moeders van Lidy's kleinkinderen. Ik zelf ben alweer zo oud geworden dat ik al die prachtige moderne voornamen van haar kleinkinderen  vergeten ben. Ik hoop dat m'n zus me dat niet kwalijk neemt.

Ik dacht vanmorgen nog: 'Kom ik ga eens bij haar op verjaardagsvisite, dat heb ik al jaren niet gedaan'. Maar ik hoorde bijtijds van mijn één na oudste zus, Manda, dat Lidy haar verjaardag in Maastricht viert.

Hel erg veel contact heb ik met mijn jarige zus nooit gehad. Niet omdat we elkaar niet aardig vonden maar zo achteraf denk ik dat dat gewoon kwam omdat zij nu eenmaal een meisje was en ik niet. Zij trok in ons gezin veel op met zus Manda en ik met niemand  eigenlijk, nou ja ... eerlijk gezegd, was mijn moeder mijn beste vriendin. Daar had ik wel genoeg aan.

Ons gezin was heel arm. Iedereen moest bijna alles wat ie verdiende in de huishoudpot stoppen en dan was het nog bij lange na niet genoeg. Lidy was heel strict: zij wilde zo weinig mogelijk bijdragen, het liefst niks. Ze vond mooie kleren en schoenen voor d'r zelf veel belangrijker. Toen vond ik haar erg egoïstisch; nu iet meer. Nu kan ik haar wel begrijpen.

Onvergetelijk is de vakantie die ik samen met mijn toenmalige echtgenote Winny en Lidy en Joop heb gemaakt naar Noorwegen. Met de Volkswagen bestelbus van de stomerij van Joop zijn vader  reden we op supersmalle bergweggetjes, met tegenliggers, langs afgrijselijke diepe afgronden. Doodsansten stond ik uit. Joop durfde godzijdank wèl te rijden. 

Het was midden in de zomer, we bouwden een sneeuwpop en we voerden sneeuwbal-gevechten. 's Nachts moest in de bungalowtent het butagaskacheltje aan. Echt waar!

Nog vers in mijn geheugen ligt het geweldige idee van Lidy , Joop en de zussen om mij voor mijn 75e verjaardag te trakteren op de 'Doe Maar-musical'. Van haar heb ik nog geen wensen gehoord. Ze is ook nog maar pas 74. Volgend jaar mag ze iets groots wensen. 

Ik ga haar nu feliciteren op de 'broers en zussen app'. 

vrijdag 24 juli 2026

IK HIELD MIJN HART VAST.

Tijdens het sporten stokte mijn adem al meer dan eens, mijn hartslag vloog ook omhoog. Ik hield mijn hart vast.

Vandaag zit ik bij cardioloog de Warme in het Jodocus-Gasthuis. Twee uur houden ze me daar bezig. Tussen kwart over acht en kwart over tien wordt mijn bloed geprikt en gaat het voor analyse naar het laboratorium. Tijdens die analyse heb ik een uur niks te doen. 

'Neem een boek mee,' raadt de cardio me aan. Goeie tip, ik was al een eind op dreef in het boek 'De Minnaar' van Margareth Duras. Zo vliegt de tijd voorbij. 

Een chagrijnig-ogende verpleegster neemt me mee naar een behandelkamer. Zij is zo'n 'u mag-typetje': 'u mag uw bovenlichaam ontbloten; u mag uw schoenen uitdoen; u mag uw rugzak daar ophangen.' 

'Goh wat een liberaal ziekenhuis, is dit zeg, ik mag hier bijn alles,' zeg ik een beetje plagerig. 'Zeker', zegt ze nors,'ga op die behandeltafel daar zitten!'

Ze plakt tientallen ronde plakkertjes op mijn bovenlijf en mijn benen. Al die plakkertjes zijn verbonden met het ECG-apparaat. Dat meet razendsnel of mijn hart te traag, te snel of onregelmatig klopt.

De verpleegster bromt dat ze alleen nog even mijn bloeddruk opmeet. Ze noemt twee getallen onder de honderd, die mij helemaal niks zeggen. 'Huh?' 

'Wilt u weten of uw bloeddruk goed is? Ja! Uw bloeddruk is goed! Dokter de Warme komt zo'. 

Dan gaat ze weg.

De cardioloog is een uiterst vriendelijke dertiger. Hij begint met een stethoscoop mijn longen te onderzoeken: 'Stroopt u uw shirtje een beetje omhoog, ja, vanachteren ook graag'. 

Dan mag ik gelijk met hem mee lopen naar zijn spreekkamer. Daar  probeert hj er achter te komen hoe erg het met mij is gesteld, qua hart dus. De soep blijkt echter niet zo heet gegeten te worden als hij opgediend wordt. 

'Alle controles zijn okee,' zegt de cardioloog. 'Ik ga u over drie maanden bellen, om te horen hoe het u vergaan is. Als het in die drie maanden niet  helemaal goed gegaan is maken we een nieuwe afspraak en doen we wat meer onderzoek'. 

'Mocht het onverhoopt éérder niet goed met u gaan, dan mag u contact met mij opnemen'.

donderdag 23 juli 2026

KILO'S.

Zo langzamerhand begint het hele Circus Jeejeepee weer op volle toeren te draaien. Ik moet toegeven, dat ik de eerste dagen na de vakantie niet in mijn gewone doen was. Wat ik al schreef, ik ontweek mijn buurtjes, zowel de leuke als de ellendelingen maar … op de sportschool ben ik altijd wel in voor een praatje, dan zoek ik het meestal zelf op maar nu .... als ik iemand mijn kant op zie komen, doe ik mijn ogen dicht, net alsof ik meditatief aan het  leg-pressen ben.

Vandaag komt Carry, dat lieve kleine ding op me af huppelen, die móét me ff bijpraten over haar gym- en  afvaltraject. Ze is alwéér een paar kilo’s kwijt.

Ik zeg haar zonder dralen, dat ze niet over d’r grens moet gaan, want met d'r  billen, benen en borsten moet ze nou echt uitkijken, hoor! Daar kan geen grammetje meer van af. Dat kan ik gerust tegen haar zeggen; kan ze goed van  me hebben.

'Nee Jee', want zo mag zij me noemen, 'ik houd m'n rondingen echt wel in de gaten. Daar bent ik zelf veelste trots op, dat weet je toch, man?’

Ik heb in m’n vakantie een foto geappt waarop ik sta te swingen op de beroemde Brug van Avignon. Toen ik later nog eens goed naar die foto keek, schrok ik me rot van mijn dikke pens. Die foto appte ik ook naar Carry. 

Carry zelf  is naar mij toe óók niet op haar mondje gevallen.  Ze zei: ‘Jee, je hebt je veelsteveel vol zitten vreten aan die smakelijke  ontbijtjes daar. Jij woog toch altijd 75? Hoeveel bejje nou?

 ‘Geen idee. Wil het niet weten ook. Komt door mijn weegangst. Die weegschaal van mij staat trouwens bij mijn buurvrouw. Terugvragen? Nee ze mag hem houden’. 

 ‘Kom mee!’ zegt Carry en dat kleine wijfie sleurt me mee naar de sportschool-weegschaal.

'Hup! Schoenen en sokken uit' beveelt ze me ... en hop staan op dat ding … :80,4 kilo!! Zo Jee.. 75 was jij toch altijd, hè? Nou dan weet je wel wat je de komende tijd te doen staat, mannetje en ze loopt een beetje triomfantelijk  naar haar geliefde toestel in de sportschool, de loopband.

 ‘Niet te heftig hè, Carry. Ik zie je liever niet als magere spriet.’

Ze doet net alsof ze me niet hoort.


woensdag 22 juli 2026

MIJN LIJSTJE.

Op mijn 'nog te doen'- lijstje staan nu vijf acties in de wacht. De volgorde maakt niet uit.. Ze zijn alle vijf even (on)belangrijk. Allereerst ga ik naar de bieb om een boek te lenen dat geschreven is door Marguerite Duras: L'amant, oftewel: de minnaar. Een roman van een Franse intellectueel en feministische schrijfster,  in het Nederlands vertaald door Kiki Coumans. Toen ik in Avignon was zag ik een toneelstuk in de vorm van een interview tussen Marguerite Duras en een in haar tijd roemruchte journalist van het progressieve tijdschrift Le Monde. De passages in dat gesprek die handelden over de tumultueuze (liefdes)affaire tussen een Frans pubermeisje en haar Chinese minnaar, raakten mij zeer. Ik besloot die roman direct na de vakantie te gaan lezen. Ik trof het: 'de Minnaar' lag in de bieb op me te wachten. Nu kan ik gelijk door naar de nummers- twee en drie op mijn lijst, die ik beide op markt hoop aan te treffen. 

Om zonneschade te voorkomen draag ik een petje, soms een hoed. Een enkele keer prefereer ik een bandage, vind ik vooral leuk als ik uit ga. Ik ben nu eenmaal wat ijdeltuiterig. Die bandage is nummer drie op mijn lijstje. Het is nog vroeg in de middag. Niet zo druk op de markt. Ik zie al volop fruit liggen. Fruit, de nummer twee op mijn lijstje. Ik pak  dat grote stuk watermeloen met dat diep rode vruchtvlees. Het past nog maar net in mijn fietstas.

Ik ga het nu niet kopen maar, o, wat zien ze er lekker uit die stukken zalm ... het water loopt me .... Thuis in de vriezer heb ik nog genoeg liggen. Sinds mijn medici hebben ontdekt dat ik een te hoog cholesterol heb, ben ik een grootgebruiker van deze vurrukkulukke vis: die  zalm, de cholesterolverlager  bij uitstek.

Vlak voor de bieb, die nu gerenoveerd wordt, staat een kraampje met hoofddoekjes in alle mogelijk kleuren met fijne dessins. Vijf euro vraagt de verkoopster slechts voor een zwarte hoofddoek met tientallen witte balletjes er op. Geen kant en klare bandage dus. 

Vanavond eet ik toch bij sister M, dan vraag ik gelijk aan haar om van dit hoofddoekje een bandage te maken. O, jee!  Nu loop ik eigenlijk al op het lijstje vooruit wat dit etentje is nummer vijf op mijn lijst.

Eerst nog even vlug nummer 4, dat is de Kunsthal. Daar moest en zou ik de Flower-expostie nog weer eens een keer zien, om een klein beetje van  op te fleuren. Heb ik nu echt nodig. Ik ben na de vakantie toch een beetje opgebrand. 

Tot mijn grote verrassing is er in de Kunsthal nog een expositie bijgekomen van  Benedikte Bjerre. Zij had circa honderd pinguïns (ballonnen) in een ruimte neer gezet. Met die pinguïns kon gespeeld worden. Gegooid, geschopt (zachtjes). Ze komen altijd weer op hun pootjes terecht. Kinderen vermaken zich prima met die pinguïns.

Sister M. trakteerde op een zeer smakelijke Griekse salade met een portie zelf gesneden frietjes.  Dat kan ze wel. Vindt ze ook  leuk om te doen.

Dat hoofddoekje toverde ze in een handomdraai  tot een bandage. Staat echt leuk!  

 

 

 


dinsdag 21 juli 2026

UIT ELKAAR.

 

Mijn vakantie zit er al weer een paar dagen op. Maar in werkelijkheid was ik nog niet thuis geland. Ik pak  wel van alles aan maar allemaal in mijn alleentje. Voor mijn buren houd ik me nog angstvallig schuil, want als ze me zien, willen ze weten hoe het ginds was en ik kan alleen nog maar Frans praten. Als me door mijn buren wat gevraagd wordt, knik ik, lach ik of ik zeg  pardon of excuus en  loop op een  drafje  door.

 In de sportschool roep ik tegen al mijn sportvrienden ‘bonjour’ in plaats van ‘goedemorgen’ ze kijken er wel een beetje van op maar ze zijn er wel aan gewend dat ik raar doe. Alleen Pieter vraagt of het goed gaat.’’Un peu,’ antwoord ik, en ik ga een poosje zitten leg-pressen. Voor de rest van de tijd op de sportschool slaag ik er geheel in mezelf te zijn.

Op weg naar huis, zie ik dat Elisabeth komt aanfietsen. Ik doe net of ik haar niet  zie. We zijn al van ver voor de vakantie gebrouilleerd. Zij ziet mij wel en groet me vrolijk :’ Hallooo’.

Ik beantwoord haar begroeting: ‘Hallo Elisa…’ O, dat wilde ik juist  helemaal niet zeggen, die naam van haar achter mijn ‘Hallo’. Alleen ‘Hallo’ is genoeg, zolang we gebrouilleerd zijn, vind ik.

Buurvrouw Jans staat in trance haar balkon schoon te moppen.. Zij is duidelijk blij verrast als ze mij opeens op mijn balkon ziet  verschijnen met mijn bloemengietertje.‘Of ik het leuk had gehad, of het erg warm was, hoelang ik al thuis ben, dat ik er goed uit zie’. De woorden ‘bien’’, très’,’oui’ liggen op het puntje van mijn tong maar daar kan ik bij Jans niet mee aankomen. Maar ik zet door en het lukt me zowaar toch in het Nederlands: ‘Ik had het leuk gehad Jans, het was elke dag , minstens 35 graden, nog een wonder dat ik er goed uitzie, hè Jans?’

Zij wist voldoende. Met mj is alles prima. Maar Jans had groot nieuws te vertellen. Groot, schokkend nieuws. Haar kleinzoon, die 6 weken geleden in het huwelijk trad met een mooie Bosnische vrouw, heeft na drie huwelijksweken besloten van zijn vrouw te scheiden. In die eerste drie weken kwam haar ware aard naar  boven. Ze weigerde niet alleen maar was ook niet in staat om een bijdrage te leveren aan het schoon houden van de flat en het bereiden van de dagelijkse avondmaaltijd. 

Jans kleinzoon was daardoor volledig verbluft. Daar was geen woord Frans bij.

maandag 20 juli 2026

KOORTSLIP.

Aan mijn vakantie  heb ik een souvenirtje overgehouden. Een koortslip. De allereerste van mijn leven. Op mijn onderlip. Hoe kom ik er aan? Hoe kom ik er van af, kan ik beter vragen! 

Komt het van die paar keer dat ik Isa, een vakantievriendin,  op de mond gezoend heb of zij op de mijne? Van een ‘vuil’ glas misschien in een van de vele café’s? Of was het gewoon een zwak plekje daar en had ik door al dat theater geen weerstand tegen deze bacteriële aanval van binnen uit. Het is de eerste, scheef ik al. Dus ik weet niet wat ik daar mee aan moet.  Naar de apotheek? Naar de dokter? 

Voor de sinaasappelen en de citroenen ben ik toch al in de buurt van de apotheek. Ik loop daar maar gelijk naar binnen. Wonder boven wonder ben ik meteen aan de buurt. Heeft waarschijnlijk met de schoolvakanties te maken want normaal sta ik toch zeker een minuut of tien op mijn beurt te wachten. Ik wijs de apothekersassistente  op het korstje op mijn lip en vraag haar of ik daarmee naar  mijn huisarts moet. Ze knijpt haar ogen en beetje dicht als ze het plekje bekijkt en zegt dat dit het eindstadium is van de koortslip. 

‘Heeft u pijnlijke blaasjes op uw lip gehad?, vraagt ze.

’ Nee,’ zeg ik,’ik heb geen blaasjes en ook  geen pijn gehad. Ik keek zo maar eens in de badkamerspiegel en zag opeens dit bruine korstje.’’

‘Een koortslip begint  altijd met één of meer blaasjes, die drogen dan uit  en vormen een korstje. Tegen die blaasjes, zou ik wel een zalfje hebben maar voor  dit korstje op uw lip heb ik niks. Als het goed is, verdwijnt het vanzelf. Over een paar dagen bent u er van af.’.

Ik kijk de apothekersassistente lichtelijk bezorgd aan en vraag haar wat me te doen staat als die koortslip er over een paar dagen nog steeds zit.

‘Dan moet u zich met spoed bij uw huisarts melden, ’antwoordt ze resoluut, ‘maar ik verwacht niet dat het zo’n vaart zal lopen’. Lachend voegt ze daar nog aan toe: ’De komende dagen zeker niet zoenen, hoor!’

Het ligt misschien aan mij maar ik heb het gevoel dat ik niet helemaal  au sérieus genomen ben door die apothekersassistente.

zondag 19 juli 2026

DE POT. (Het Depôt)

Om op de eerste dag na mijn vakantie thuis te blijven zitten, daar heb ik geen zin in. Iets bijzonders wil ik vandaag zien. Op goed geluk fiets ik daarom naar het Museumpark.  Daar hebben we de Kunsthal en het Depôt (De Pot).

 Ik herinner me nu dat ik een maand terug een expositie zag in de Kunsthal van een Amerikaanse fotografe, Helen Levitt (1913 - 2009), die vrijwel haar hele werkzame leven het alledaagse straatgebeuren in de arme wijken van New York heeft gefotografeerd: spelende kinderen, pratende vrouwen in deuropeningen en intieme momenten. Heel veel foto’s bevat die expositie.

Ik besluit te gaan kijken wat het Depôt te bieden heeft. Daar iep ik vanmiddag langs werk van de  Rotterdamse schilders Charley Toorop en Pyke Koch. Toevallig had ik pas in de krant een artikel over die twee gelezen. Zij waren  bevriend. Ik was stomverbaasd te lezen dat Toorop een communist was en Koch een fascist. Een onmogelijke vriendschap vanuit mijn perspectief.

Daar liep ik in het Depôt nog over te mijmeren toen ik als het ware een kamer in gezogen werd met een tiental fraaie grote schilderijen. Het waren geen werken van een  heel bekende kunstenaar. Dat was het niet wat me daar naar binnentrok. De schilderijen bleken te zijn gemaakt door de voor mij onbekende Rotterdamse kunstenaar Wim van Veldhuizen (1954 - 2025). Wat ik in eerste instantie vluchtig rondkijkend zag waren het allemaal realistische, figuratieve werken. Zonder uitzondering grote, kleurrijke doeken (minimaal 2 bij 2). Boeiend om de nauwkeurige detaillering. Fascinerend ondanks het ontbreken van leven, van beweging in de werken.

Behalve van woonkamers, museumzalen en tuinen heeft van Veldhuizen ook impressies geschilderd van steden. Zijn lievelingsstad was New York. Dat is duidelijk te zien in het Dépôt..

Rotterdam is dus niet zijn lievelingsstad maar als we zijn Rotterdam-werken zien, is dat bijna niet te geloven. Zo subliem zijn deze schilderijen. Dat in zijn Rotterdam-werken  niets op zijn plaats staat, maakt niks uit. Het beeld wordt er alleen maar sterker door.

In een andere ruimte van het Depôt was ’de Pindakaasvloer’  naar een idee van de onlangs overleden mega-kunstenaar Wim T. Schippers opnieuw gelegd. Er draait  in die zaal een video met een interview over ’die vloer’ met Schippers.

Loop dan ook langs bij Van Veldhuizen. Vóór 1 oktober. Ook zeer de moeite waard!

Met de Rotterdampas is het Depôt gratis.