Pageviews van de afgelopen week

woensdag 21 oktober 2026

LAAT HET LOS, JOS.

 

Ik zie Sofieke helemaal niet meer de laatste paar maanden. Er was een tijd dat we elkaar minstens drie keer per week, in de gym, tegen kwamen, héél gezellig. . De laatste twee maanden lijkt het alsof ze van de aardbodem verdwenen is. 

 Een hoogtepunt in het contact met Sofieke, was dat we samen naar een voorstelling van Herman van Veen gingen in Isala. Ik had niet verwacht, dat ze het leuk zou vinden om met me uit te gaan. In die periode had ik het gevoel, dat ik blijer was met haar, als zij met mij. 

Waar ik me bij Sofieke zo over verbaasde was, dat ze op het ene moment heel open was en even later over het zelfde alweer dicht klapte, als een oester.

Zo vertelde Sofieke dat ze een kinderboekje geschreven had. Het moest alleen voor publicatie nog geïllustreerd worden. Gretig vroeg ik of haar boekje mocht lezen. Doch :‘o, neen!’. Ze zette meteen haar hakken in het zand. Met yoga ging het net zo. Ze is yoga lerares maar  heeft geen leerlingen. Ik geef me gelijk bij haar op. Daar zegt ze blij mee te zijn. Maar de volgende dag appt ze me ‘toch maar niet, Jos’ Ik mag zelf verzinnen waarom niet. Van die dingen dus. 

Ik was daarentegen letterlijk een open boek.Ik heb een blog en schrijf elke dag een column, dat doe ik nu al bijna 20 jaar. Meer dan 2.000 columns! Ik heb er geen enkel probleem mee als Sofieke ze gaat zitten lezen. 

In het voorjaar stelde ik haar voor om te gaan wandelen, bij lekker weer. ‘Gezellig.’ Appt ze. En ...een paar dagen later is het lekker weer, en dan vraag ik: ’Ga je mee Sofieke?’ krijg ik als reactie :’Laat het los, Jos’  Nou ja … toen brak mijn klomp. 

Sindsdien, ik dacht dat het mei dit jaar was ... laten zij en ik elkaar steeds meer los. Onze begroetingen verwelken van: 'Hallo Sofieke’ naar: 'Dag Buurvrouw’ toteen lauw handbeweginkje'. 

Doodzonde, hoor!I Die leuke periode staat me nog zo goed bij. Tsja, Sofieke wilde dat ik ‘het‘ los zou laten. In loslaten ben ik alleen niet zo goed. Niet zo goed als zij, in dichtklappen.

Nu ik Sofieke al maanden niet gezien heb, voel ik een gemis. Ik vraag me af 'Waar ben je? Bij je zo geliefde broer misschien?? Bij je vriendin? Bij je petekind? Of ben je gewoon heel veel binnen-in je eigen huisje?.

Ik schrijf nu over Sofieke. Ik kan haar dus niet loslaten.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 20 oktober 2026

LASEREN (remastered)

 Vanmiddag zijn de spataderen in mijn linkerbeen weggelaserd. Of zeg maar gerust: weggelazerd. Om half één moest ik in het Sint Franciscus Gasthuis wezen. Volgens een kennis was het een fluitje van een cent. Ook andere kennissen hadden weer van andere kennissen gehoord dat het he-le-maal niks voorstelde.

Het deed me denken aan tien jaar terug. Mijn eerste kennismaking met laseren. Een keelarts zou mij pijnloos van het snurken verlossen met een laserapparaat van 1500 gulden. Zelden heb ik zo’n pijn geleden. "Iets te weinig verdoving gebruikt, sorry hoor, het was mijn eerste keer," sprak de arts terwijl ik zat te kermen. Een week lang kon ik niet slikken.
Nu de spataderen. Twee maanden geleden kreeg ik hiervoor steunkousen aangemeten. Gisteravond legde ik ze keurig klaar op mijn nachtkastje. Na mijn ochtendritueel ging ik eerst nog hard spinnen in de sportschool. Dat moest per se; ik mag nu veertien dagen niet meer sporten.
Daarna vlug naar huis, muesli eten en de krant doorbladeren. De tijd drong. Met mijn cliëntenkaart spoedde ik me naar de tram. Fietsen mag immers even niet. Gestrest als ik was, liep ik in mijn zenuwen naar de verkeerde tramhalte. De tram naar Plaswijk. Tegelijkertijd realiseerde ik me dat de steunkousen nog thuis lagen. Terug dus.
Mijn geliefde echtgenote kijkt er al lang niet meer van op als ik binnen twee tellen weer voor haar neus sta.
"Leg ik verdomme die stomme kousen klaar, vergeet ik ze nog!" brom ik.
"Ik vroeg je nog zo: ben je niks vergeten?" zegt ze.
"Ja, ja, het is al goed," zeg ik beschaamd.
Weer op weg. Met steunkousen in een plastic tasje. En wélke halte pak ik? Weer die verkeerde Plaswijk-tram. Hoe krijg ik het voor elkaar? Tien over twaalf alweer. Godzijdank haal ik het. Om tien voor half een stopt de tram voor het ziekenhuis. Precies op tijd.
Toen merkte ik het. Mijn hand was leeg. Tasje weg. In de tram laten liggen! Achteraan rennen had geen zin meer. Gelukkig hadden ze in het ziekenhuis nog een paar kousen liggen. Een geluk bij een ongeluk.
Het laseren zelf ging goed. Al stierf ik van de pijn bij de zes gemene verdovingsprikken die nodig waren om dat lasergereedschap door mijn ader te laten kronkelen. Nu zit ik met de napijn. Elke vier uur moet ik 500 mg paracetamol slikken. Dat wordt de wekker zetten vannacht: 01.00 uur en 05.00 uur.
Of die aderen echt weg zijn, zie ik over een week pas. De dokter noemde het geslaagd. Deze kleinzerige patiënt is in ieder geval nog in leven. Zou er trouwens al een laserbehandeling bestaan tegen geheugenverlies?

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 19 oktober 2026

EINDELIJK WEER EENS EEN BLANKE!

Er staat een vrouw met lang geverfd blond haar tot op de schouders voor onze bejaardenflat. Ze wacht op ons, Erna (83) en mij. Kan ze mee naar binnen lopen. Geen sleutels. Ze is jonger dan wij, maar toch zeker achterin de zestig. Een super-gerimpeld rokerskoppie heeft ze. Op de zesde moet ze zijn.
Persoonlijk ga ik nóóit met de lift. Heel af en toe maak ik een uitzondering om een praatje te maken met een gezellige buur. Erna beschouw ik als gezellig. Zij en ik wonen op de vijfde.
Wanneer je, zoals ik dus, altijd over de trap gaat, up and down, dan loop je een hoop mensen mis. Ik ben zelf nog prima-de-luxe ter been. Ik heb die lift gewoon niet nodig. Dus altijd loop ik… nou ja, alleen vrijdags, onze marktdag, wanneer ik ook gelijk de supermarktboodschappen binnen sleep, dan ga ik naar boven met de lift. Ik doe mijn boodschappen in zo'n ouwe-lullen-boodschappenwagentje. Om zo'n volgeladen karretje op de vijfde te krijgen… ’t zal best lukken, tree voor tree dat karretje naar boven trekken… maar eenmaal op de vijfde kunnen ze me opvegen. Dus dat doen we maar niet.
Met Erna in de lift naar boven hoor ik nog eens wat. Ze gaat met een ‘vrouwtje’ van de derde en haar schoonzus, die op twee woont, naar een huisje in Oisterwijk. Die andere twee vrouwen, die vertelden mij toen ik in het repaircafé de staafmixer van Erna d’r schoonzus zat te repareren, dat ze Erna een beetje onder hun hoede nemen. Zij is de laatste tijd steeds meer ‘de weg kwijt’.
Al een paar maanden loopt ze elke zondag naar de brievenbus om haar ochtendkrantje op te halen, dat nog nooit op zondag bezorgd is. Eergisteren liep ze in haar baby-doll met haar boodschappenwagentje richting lift.
"Wat ga je doen, Erna?"
"Markt. Piepers kopen."
"’t Is geen vrijdag. Dus geen markt, Erna. Weet je wel hoe je d’r bij loopt?"
"O, stom! Ik dacht dat ik al aangekleed was." Beschaamd giechelend snelt ze terug naar haar appartement.
Dat was wel het ergste dat ik met haar meemaakte. Hoewel… als we uit de lift bij mijn appartement zijn beland, zegt ze op weg naar haar eigen huisje: "Blij toe dat er eindelijk weer eens een blanke een woning krijgt toegewezen in onze flat."
Ik ontplof zowat als ze dat gezegd heeft.
"Iedereen, met wat voor kleurtje dan ook, is hier welkom, vind ik. Wat je zegt, Erna, is pure rassendiscriminatie."
Verbouwereerd, in verwarring, draait Erna zich om. Loopt voor háár doen snel achter haar rollatortje naar huis.
"Ik klaag je aan!" roep ik haar nog na.
Achteraf bedenk ik me: moet ik Erna’s woorden wel zo streng beoordelen? Ik ben geen arts, maar ze lijkt me beginnend dement. Een beetje verward. Bangig en daardoor misschien wat racistisch.
Want eerder heb ik Erna nooit zoiets bespottelijks horen zeggen.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com





















































            

zondag 18 oktober 2026

OP DIE FIETS.

Ik zit vanochtend wat je noemt ‘superlekker in mijn vel’. Voel me zó opgewekt! Doe de zondagse schoonmaakklusjes met buitengewoon plezier. Zingend en swingend zelfs. Ik dacht opeens aan die malle buurman die achter zijn keukenraampje zit te turven welke vreemden zijn parkeerplekje inpikken. Dan lach ik me de schompes in mijn eentje. Eigenlijk ben ik dan een beetje té druk, ‘hypomaan’ noemen ze dat tegenwoordig met een moeilijk woord.
"Als dat maar goed gaat," zei mijn moeder zaliger vaak, wanneer ik een paar dagen achtereen te spontaan, te druk en te vrolijk was: "Houd nou maar op, Jos' zei ze dan, 'want dat draait straks weer allemaal op stront uit!"
In bioscoop Cinerama is vanmiddag de biopic te zien van Franz Kafka. Een goede schrijver. Tsjechisch. Moeilijk! Neen… daarom niet… zijn boeken zijn gewoon vertaald in het Nederlands. De film heet heel toepasselijk Franz. Volgens mijn buienradar blijft het deze middag droog, dus ik pak de fiets naar de Westblaak.
Althans, die fiets wìl ik uit de berging halen. Maar m'n Gazelle is pleite! Alleen m’n oude boodschappenfiets staat met twee lekke banden een beetje weggezakt tegen het muurtje van de berging.
Het eerste dat ik denk is dat hij gejat is. Door bekenden. Zonder één enkel spoor van inbraak. Moet mèt sleutel geweest zijn dus. Heel veel tijd om te bedenken wat er precies gebeurd zou kunnen zijn, gun ik me niet. Kafka staat nu op één.
Ik ben erg gefocust op de Gazelle. In de metro en zelfs onder Franz dwalen mijn gedachten soms af naar mijn trouwe fietsje.
Op het moment dat de nog jonge Franz — hij durfde niet eens te spetteren — door zijn ultralompe vader in het diepe wordt gegooid, besluit ik nà de film langs alle winkels te gaan waar ik de afgelopen dagen wat gekocht heb.
Geen Gazelle bij het Kruidvat, bij de Action, bij de Wibra, bij Zeeman, bij Appie, bij de apotheek, bij de huisartsenpraktijk en bij… jaaaaaaaaaaaa. Daar statie. Bij de Jumbo!! Ik moet haast janken van geluk.
Ach gut ... heeft hij daar zeker víér nachten alléén en in het dònker, kou staan lijden. Mijn Gazelletje. Hij staat nog steeds op slot. Ik ga snel even heen en weer om zijn reservesleuteltje op te halen. 
0p lieflijke toon zeg ik dan tegen m'n fietsje: 
'Dan kan je straks weer doen waar je voor gemaakt bent, hè. Lekker bewegen! Ja, toch?!'
Eind goed, al goed. Al kan ik dat van mezelf nú nog niet echt zeggen.

Op de fiets bij de Jumbo boodschappen gaan doen en die vervolgens naar huis toe sjouwen, en je fietsje een paar dagen onbeheerd bij die super laten staan.

Hebben we daar het mooie woord ‘dementerend’ niet voor uitgevonden? 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 17 oktober 2026

ABJECT.

Een rechercheur van de zedenpolitie belt aan bij een niet echt bescheiden woning in Hillegersberg, Rotterdam.  Hij wil praten met Rudolf (19), de zoon van een in het Rotterdamse bekende architecte, die daar woont met haar zoon. De jongen ziet er 'patent' uit. Echt wat je noemt een frisse gast. Die rechercheur gaat in gesprek met Rudolf in diens ruime slaapamer. 

Zó indringend, zó ernstig, zo beklemmend ... en tegelijk toch zó indringend menselijk als hij als politieman óók moet kunnen zijn.

De rechercheur heeft het over die kleine, zwakke, argeloze wezentjes, zes, zeven jaar oud - denk eens aan de ouders van die weerloze kleintjes - lijkwit, helemaal van de kaart, luistert Rudolf, de schuldige, toe en bekent volledig. 

Telkens is hij weer machteloos tegen die vervloekte neigingen. De rechecheur  luistert naar hoe Rudolf zijn hart uitstort, de emotionele biecht van een ontmaskerde dandy. Van het verschrikkeljke leed om de schande die hij zijn moeder aandoet. Zijn moeder van wie hij zo veel houdt. Van de wrede dreiging, dat het hem weer te machtig zal worden. Dat hij dan alles plots weer vergeet: zijn verstand, zijn gevoel, zijn voornemens. Meedogenloos ontvlamt die abjecte neiging weer.

Rudolf zal het gevang in moeten. De rechercheur is helder over de toekomstmogelijkheden van de jongen: 'Maak je maar geen illussies. dit soort stiekeme wandaden zijn desastreus voor een carrière'.

Vol berouw, vol medelijden, voor zijn zielige slachtoffertjes, belooft hij zich te bedwingen.

Korte tijd later krijgt die rechercheur een hartverscheurend mailtje van Rudolf onder ogen, gericht aan zijn moeder. Daarin troost  hij zijn moeder, dat hij nu geen gevangenisstraf zal krijgen. Simultaan bedankt Rudolf de rechercheur in een mailtje voor zijn humane behandeling. In dat mailtje bekent hij, dat hij wéér, twee keer op één middag, bezweken is voor zijn abjecte neigingen. 

Van de twee wegen die hem open stonden: de bak in of suicide, heeft hij voor de dood gekozen. Zo wist hij de openlijke schande voor zijn moeder te voorkomen.


Denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand anders? Praten helpt. Je kunt 24/7 gratis en anoniem contact opnemen met 113. Zelfmoordpreventie via 0800-0113 of chatten via www.113.nl



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


 

vrijdag 16 oktober 2026

EEN OPA VAN 76 EN EEN MEISJE VAN 25 (ZES)

De dinsdag na de voor mij om verschillende redenen teleurstellende zondagmiddag met de opvoering van het multimediale spektakel 'La Mer' in het Nieuwe Luxor, appte Andrea me een bijna euforisch bericht:

Hi Jos,         13-0ktober 2026

Ik ben ondertussen weer helemaal opgeknapt. Over een paar dagen krijg ik mijn salaris binnen en zal ik die 75 euro van het kaartje naar je overmaken. Ik vind dat wel zo netjes! Jammer dat het wat tegenviel. Ja Jos, ik heb ook het gevoel dat er een vloek op ons rust. Ik baalde ook zo ontzettend, want ik keek er ook ontzettend naar uit. Dat teetje komt zeker, dat is een belofte. Ik heb dit weekend nog weinig plannen. Ben dan óók niet meer besmettelijk. Laat me weten of het uitkomt, Jos.

Veel liefs Andrea.😀

Jos: 😉😉  17 oktober 2026

Wil ze nu echt zo snel na de derde geflopte date,  al weer op het volgende debâcel afkoersen? Voor mij komt dit in ieder geval te vroeg. Ik wil best, ooit nog eens een teetje met haar drinken maar niet komend weekend al. Dat ze onze afspraakjes moedwillig laat verdmpen, daar geloof ik niet in.

Ze wil echt wel wat leuks met me ondernemen maar er is iets dat haar tegenhoudt. Haar vriend misschien, als ze die tenminste heeft. Geen idee. Tsja, mogelijk speelt het leefijdsverschil een rol. 51 Jaar maar liefst. Andrea zou mijn kleindochter kunnen zijn. Hoe dan  ook: tot drie maal toe heeft ze  afspraken die we hadden, laten ploffen .... en nog wel op identieke wijze!

"Je gelooft het niet, Jos, midden in de nacht (03.00 uur) word ik wakker met zware hoofdpijnen en kotsnijgingen. Verder slapen lukt me niet ... ik ben echt niet in staat om straks met je mee te gaan naar ...' 

Zou ze drie keer achtereenvolgend bewust hetzelde simuleren? Dat kan. 't Lijkt me echter onwaarschijnlijk. 't Is vast psycho-somatisch, diagnostiseert deze stokoude leek. 

Voor mij persoonlijk maakt dat grote leeftijdsverschil de dates met Andrea spannend! Niet tè spannend; eerder uitdagend!


Hi Andrea,         14-10-2026

Fijn dat je weer helemaal okee bent. Ik schreef je dat ik hoopte ooit nog eens wat leuks samen te ondernemen (teetje, wandelingetje). Je appte van de week dat je het komend weekend wel  ruimte had maar dat komt voor mij  te vroeg. Ik dacht zelf meer aan iets samen doen in het komend voorjaar om zodoende die gemene vloek, die onze dates tot op heden, tot drie maal toe dwarsboomde te omzeilen. Als je me in april/mei volgend jaar appt of belt, kunnen we zeker en vast wat afspreken.

Ik hoop je dan weer te zien 'll sparkling girl'. 

Veel liefs, Jos.


Ik appte Andrea, met in mijn hoofd het motto: 'de tijd heelt alle wonden', in ieder geval, zo hoopte ik,  die van mij. Ik heb tijd nodig opdat het contact weer net zo sprankelend zal worden als in het prilste begin.

Is voor haar april 2027 te ver in de tijd en laat ze me nu lekker fluiten naar de centjes voor dat ticket? Heelt de tijd werkelijk alle wonden?

Ik heb het vieze gevoel, dat mijn laatste appje meer kapot gaat maken dan ik liefheb.


 Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 15 oktober 2026

BIJDEHAND.

Naar bed naar bed zegt Duimelot. Eenmaal in bed kan hij niet slapen .... duimpje is kapot. Gebroken op het bot. Hij kan best schaapjes tellen. Dat is al te zot. Dan liever bidden tot God. 

Eerst nog wat eten zei Likkepot, terwijl hij, gulzig zit te likken vlak naast hongerige Duimelot. Likken doe ik liever met de tong. Meer en meer wordt deze vinger Peuteraar genoemd. Peuteren aan neus, oor, kleine puistjes, jeukende korstjes en oneffenheidjes op de leuning van de bank.

Waar moet ik dat halen vraagt Lange Jan. Dezer dagen is Lange Jan niet alleen lang. Hij is een hork en voor de duvel nog niet bang. Lange Jan oordeelt meedogenloos. Vernietigt in één vloeiende beweging. Met die kaarsechte Lange. Die twee aan weerskanten, gaan bangelijk, diep buigend door het stof bij zijn giftige: 'fuck-off'.

In grootmoeders kastje, zegt Ringeling. Hij weet precies wat daar voor Likkepot te halen valt. Zou het likbaars zijn? Ringeling is zielig. Gewond door oma's vallend kastje. Op Ringeling. Zijn nagel laat los boven een gemeen zwerende verwonding.

'Dat zal ik verklappen,' zegt het kleine ding Het kleine ding heeft helemaal niks in huis om wat dan ook te verklappen. Niks. 't Is een klein dingetje, 't stelt niks voor ... een klein, krom getrokken, weer rechtgetokken en wederom ,,, jazeker wederom een kromtrekkend klein dingetje. Ik bedoel maar: dank zij Dupuytren zie ik er uit zoals jij me ken.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com