Pageviews van de afgelopen week

maandag 23 maart 2026

FRANS OPFRISSEN

Dezer dagen ben ik  druk in de weer om mijn kennis van de Franse taal wat op te poetsen. Misschien heb ik het al geschreven: ik ga van de zomer weer een paar weken naar Avignon in Zuid Frankrijk. De laatste keer dat ik daar was is  meer dan tien jaar geleden. Ik ben überhaupt sinds die  tijd  nooit meer in Frankrijk geweest.

Daarom was ik op zoek naar mensen die me zouden kunnen helpen de Franse taal beter te leren spreken. Tot mijn vakantie, in juli, zou ik dan met ze kunnen ‘sparren’.

Ik wou net zoiets doen als wat ik zelf jarenlang deed met migranten die net in Nederland waren en een beetje Nederlands spraken … door elke week een uurtje met mij te praten verbeterde hun Nederlands..

Ik heb nu twee mensen gevonden die me willen helpen. Een Fransman, die hier al meer dan vijftig jaar woont en een Nederlandse vrouw, die ik ken van Klup. Met ieder van ga ik één keer per week een uurtje praten.

Met Fransman, Patrick (77), heb ik al twee keer gesproken. Hij pakt het heel schools aan. Hij stelt me heel concrete vragen in het Frans die ik natuurlijk ook in het Frans moet beantwoorden. Heel anders dan zoals ik dat zelf deed met mijn leerlingen. Wij converseerden destijds altijd ‘voor de vuistweg’. Patrick is heel sérieus. Ik kan niet echt merken dat hij lol beleeft aan het les geven aan mij. Dat kan ik me ook best voorstellen, want het niveau van mijn Frans is in die tien jaren naar onpeilbare diepten gekelderd. Allerbelabberdst. 

Over de ‘manier van werken’ van de dame (Anne Marie, 76) kan ik nog niks zeggen. Woensdagmiddag is de eerste les. We hebben kort geleden al eens met elkaar in ‘lollig’ Frans gecorrespondeerd over activiteiten in Klup-verband.

Via A.I. trof  ik afgelopen zondag de app van het talenprogramma Talkpal.   In feite biedt dat  programma me alles wat ik nodig heb: woordjes leren, werkwoordvervoegingen, zinsbouw oefeningen, rollenspelen  met  intelligente ‘robots’, die antwoorden van mij corrigeren. En dat voor 12 euro per maand. Ik kan er 24/7 mee oefenen.

Het is nu voor mij van cruciaal belang dat ik niet te veel doordraaf. Ik ben zo iemand die dan 24/7 ineens niets anders meer doet dan Franse woordjes leren en grenzeloos Frans blijft lullen met die intelligente robots. Het is zelfs nog veel erger: als ik fiets zeg ik hardop  wat ik zie, in het Frans:

le bois de Kralingen (het Kralingse bos),

le théatre (het theater),

cette auto va trop vite (deze auto rijdt te snel),

quelle grande arbre (wat een grote boom),

 le soleil brille (de zon schijnt),

Je suis presque chez moi. (Ik ben bijna thuis)

 

en ik zeg hardop in het Frans wat ik hoor)

Mon petit chien aboie heureux (mijn hondje blaft blij).

 

Fin.

 

C


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 22 maart 2026

PROPPIE.

Een vrouw met een niet alledaags, propperig lijfje en een Lady GaGa-face zit opeens op die spinningfiets naast me. Ze komt dus ook meefietse. Voor het eerst, dat moet haast wel, want ík hebt haar hier nooit eerder gezien; bovendien gaat ze zitte ragge op een fiets waarvan het stuur veel te laag staat en het zadel voor haar korte beentjes veel te hoog. Bovendien kan ze nog maar net bij het stuur met die korte armpjes van haar, doordat het zadel te ver naar achtere is geschove.

Jean, die charmante spintrainer, ziet gelijk dat het zo niet goed kan gaan en helpt haar met het instelle van de fiets op haar bijzondere afmetinge. Angst voor lichamelijk contact heeft die Jean niet. Kan hij natuurlijk ook niet gebruike in dit werk. Jean pakt haar routineus bij d’r middel; strekt haar linkerbeen wat, zet haar linkervoet op het pedaal en stelt dan het zadel in, op hoogte van de bovekant van haar linkerheupbeen. Dit alles doet hij swingend op de hard dreunende technomuziek die uit de krachtige boxe van de spinningruimte knalt. Met wat zachte druk van zijn hand op haar rug beweegt Jean haar bove-lichaam iets naar vore, hij strekt haar linkerarm een weinig en stelt de stand van het stuur in. En maar swinge, lache en zinge (onhoorbaar overigens). Ik dacht nog bij mezelf: als hij haar nog één keer zo beetpak, leg ze d’r eitjes straks nog in zijn nek.

Ze is echt omgekeerd evenredig aan de meeste andere spinsters hier. Die hebbe vrijwel allemaal aerodynamische kleding en dito lijve. Strakke sportkleding over afgetrainde lijve. Met haar slobbertrui (dat soort truie leg bij de Zeeman in de aanbieding voor 4,95 euro), haar veel te kort afgeknipte pyjamabroek (motief Brabants bontje) en haar blauwe, low budget gympies is ze duidelijk een dissonant in de gym hier. Toch zie ik op dit moment geen spinster die net zo opgewekt en fris als zij op de pedale staat.

Iedereen in de zaal laat zich opzwepe door trainer Jean: ‘We gaan nu steil de berg op,’ zegt-ie, ’draai de weerstand bij. Je moet nu pijn in je bove-bene voele. Kom op!’ Buiten adem en met een knalrode kop arriveer ik op de top van die fictieve berg.

Ik werpt even een vluchtige blik naast me en zie dat ‘proppie’ nog net zo monter en energiek op haar fietsje zit te strale als aan het begin van de training. Haar grote bruine ogen kijke mij lachend (of is het spottend?) aan. Het lijkt wel alsof ze op een zonnige lentedag over een vlak, geasfalteerd fietspad fietst, in een rustige landelijke omgeving met een heel klein beetje wind mee. Of lijkt dat misschien maar zo?


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 21 maart 2026

LOSLATEN

Ik noem haar altijd mss X. Vindt ze geen probleem. ‘Grappig eigenlijk wel’, zegt ze.  We hebben  een klik zo gezegd. Nu eens wat meer, dan eens wat minder. Doorgaans leuke gesprekjes van de hak op de tak vaak, over koetjes zowel als kalfjes.

Over speelfilms. We zijn allebei lid van Cineville. Over mijn liefde voor theater, die zij telkens belachelijk maakt (ze  weet geen hol  van theater).

 Over hoe ze in haar vel zit. Over  haar werk. Dat ze ander werk wil. Over het sprookje dat ze schreef en over die ‘pilatus-lessen’ die ze geeft. Zou kùnnen geven dan. Want ze heeft niemand die bij haar op les wil.. Ik bied me gelijk aan om te pilatussen maar mij  wijst ze resoluut af. Why? I don’t know. Bang misschien voor deze enge man  bij haar alleen in huis?

Ondanks die afwijzing lijkt het me leuk wat meer contact met haar te hebben. Ik app haar: ‘Zullen we, bij goed weer, eens een wandelingetje maken, mss X?

Van haar antwoord valt mijn mond wijd open van verbazing: ‘Gezellig’.

Ik vroeg haar eens  op de thee. Om het haar makkelijk te maken, voegde ik eraan toe dat het niet langer dan een kwartiertje zou hoeven te duren.’ Nee’, zei ze cordaat,’ik wil wel thee met je drinken maar dan alleen in de bioscoopfoyer, na afloop van een film. Daar komt het al enige jaren niet van.

 Kort na haar ‘gezellig’ reactie stel ik haar twee mogelijke wandeldata voor. Maar dat valt niet in goede aarde: ‘Ik kan nóóit in het weekend’ (één van de middagen wàs in het weekend). Bovendien belóóf ik nooit meer wat, zei ze. Ik doe  alleen nog maar dingen  spontaan’.

 

Dat valt nog niet mee, allebei tegelijk spontaan. Maandag waagde ik het er op. ’s Middags is  goed weer voorspeld. Echt wandelweer:

 ’Vanmiddag wandelen mss X?’

 ‘Neen’, antwoordt ze beslist.

 ‘Je zei toch dat je het gezellig zou vinden een wandelingetje te maken met mij?

 ‘Laat me maar los, Jos’. Zegt ze dan. En nog eens: ‘Laat me los, Jos’

 Blijkbaar voelt  onze 'band' voor háár te beklemmend. Ik wist niet eens dat ik aan haar vast zat. Maar ... okee, geen probleem. Jos laat haar los. Jos schakelt  van ‘mss X-contact’ naar ‘buurvrouw-contact’.

‘Hallo buurvrouw, zeg ik enthousiast tegen haar: ‘Goedemorgen’. (Nog nooit heeft ze me Jos genoemd). Ze komt naast me fietsen in de gym. Zwijgend. Koe noch kalf is in beeld.  Ik laat los dus zwijg.

Mijn buurvrouw ook. Zo fietsen we zes minuten in een ijzig stilzwijgen naast elkaar.

Zij stopt dan met fietsen.

Zonder een woord te zeggen gaat ze naar een ander fitness apparaat.

Ik fiets nog tien minuten door.

Tsja, ik ben nu ''mss X', en bijna ‘buurvrouw’ kwijt. Over een paar weekjes ga ik helemaal los met ’mevrouw’.

En dan is het eindelijk een feit, dan ben je me kwijt, dan ben je me kwijt..


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 





























En dan is het eindelijk  een feit, je  bent me  kwijt.


vrijdag 20 maart 2026

MEELOPERTJE

Ik kent Jan nog van ut gymnasiums. Jare zestig. De triomfdage van de Stones en de Beatles. Van Feijenoord natuurlijk ook. Een stille gozer was ut. Bleek, mager. Grote bril op z’n gok, klein koppie, vet haar naar achtere gekamd met slage erin… neen, ’t was niet bepaald moeders mooiste.

Hij komp bij ons in de tweede… een middelmatige leerling… goed in economie. Hij blokkeert alleen as-ie een mondelinge beurt krijg… z’n harses word dan zo rood as een kreeft. Kejje nagaan hoe dat d’r uit zag.

Het duurt effe voordat-ie aansluiting krijg bij de rest van de knape uit klas 2B. Hij laat z’n haar groeie en doe z’n bril af, zo lijk-ie een beetje op Keith Richards van de Stones. Echt geaccepteerd word-ie door dat groepje Stones-fans niet, maar as-ie ut bevel van de schooldirecteur negeert om naar de kapper te gaan en in nette kleren naar school te komme, stijg z’n populariteit wat. Maar… echt een prominent lid van die groep word-ie nooit. Eens een meelopertje, altijd een meelopertje.

Voetballe is z’n sport… héél goed zijn we d’r geen van alle in, Jan ook niet. In de loop van de derde kom een stel Feyenoord-fans op ut idee om bij thuiswedstrijde van Feyenoord naar de Kuip te gaan. Het is de tijd waarin Coen Moulijn als dertiger excelleert, al noemde wij hem toen al liefkozend ‘die ouwe lul’. Jan is d’r altijd; maar ook hier hebtie nooit ut hoogste woord, zelfs juiche bij een doelpunt doetie ingetoge… hij lach… steek een vuist omhoog: ‘yeah!’

 

Ik bent een keer bij hem thuis gewest. Veel broertjes en zussies hebtie… zes tel ik d’r al… later kwame d’r nog meer bij. Jan is daar de oudste. Wat me is bijgebleve, is dat armoedige meubilair en die verslete vloerbedekking die daar lag te legge. Ook die penetrante zeiklucht… geen huisdier te bekenne… van die broertjes dus.

 

Onze economiedocent wil eens bewijze dat arbeiderskindere ut gymnasium nooit hale. Hij doe bij ons in de klas een onderzoekje naar ut beroep van de vaders. Hij krijg gelijk, want d’r zit bij ons géén arbeiderskind in de klas.

Mijn vader zit in de directie van C&A Nederland. Maar ik weet zeker dat Jan z’n vader in een fabriek werk, gezien het armoedige zooitje dat daar thuis lag te legge. Maar Jan antwoordt doodleuk dat z’n vader onderdirecteur is bij Bolletje… van die beschuit. Hij schaamde zich d’r eigen volgens mij voor dat z’n vader een arbeider was.

Dat is dàn… later pas kom de trots op een vader die hem laat doorlere, terwijl ut thuis armoe troef is. Later verklapt Jan me dat z’n vader al jare rolle eierbeschuit in doze staat te legge en naar ut magazijn loop te sjouwe.

Na de middelbare school verliest ik hem uit ut oog en dan, wie had dat ooit kenne denke, dan groei Jan, dat schuchtere meelopertje, uit tot één van de meest gelezene schrijvers van Nederland. Leuk hem heel anders gekend te hebbe en… eerlijk is eerlijk: ik zou wille dat ik maar een heel klein beetje van z’n talent had. Dan was dit zeker-weten, een leuk stukje geworden.


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



donderdag 19 maart 2026

DYNAMISCH, WERVELEND THEATER

Woensdagavond was ik in het Theater  Rotterdam bij de weergaloze voorstelling van het Germaans Staatstheater. Weergaloos, wervelend en uitputtend voor zowel het publiek als de acteurs. Van tevoren wordt de kijker al gewaarschuwd: deze voorstelling bevat scenes met elektrische scooters, sigaretten, emotionele uitbarstingen, geslachtsorganen, emotionele monologen en aars-positiviteit. Bedankt voor uw komst we wensen u een fantastisch show.

Helen Fisher daalt vanaf het plafond naar benden en zingt haar hit 'Ademood'. Ondertussen stormen tien acteurs op fietsen, elektrische scooters over het podium en de tribune. U heeft het gevoel dat u zich midden in  het centrum van Amsterdam bevindt. Iedereen is geïrriteerd en schreeuwt en scheldt naar elkaar.

 

Shit.

Schoft.

Fuck you.

Idioot.

Rot op.

Klootzak

Je staat in de weg.

Ik heb voorrang.

Dit is een eenrichtingsweg.

Let op

Heb je ogen o wat?

Kijk je met je kont o zo?

Je bent een domme koe.


In een volgende scene pakt de groep de op het podium rondslingerende schoonmaakspullen bij elkaar en begint als in een roes schoon te maken. Daarbij kijken ze  elkaar met een extreme afgunst aan. Maar de afgunst slaat al snel om in verbazing over de dingen om hen heen.


Wauw, wat een mooie stoel.

Wat een mooe koffiemok.

Wt een mooie gordijn.

Wat een mooie tafel.

wat een mooie zandzak.

Wat een mooie stoel.

Dan gaan alle leden van de groep de zaal in en geeft het publiek complimentjes.

Wat een mooi neus.

Wat een mooie sjaal.

wat een mooie oorbellen.

 Wat een mooie knieën.

Wat een mooi oren.

Wat een mooi haar.

Wat een prachtig publiek.


Met zijn twaalven tegelijk zeggen zij hun 'manifest: wij zijn'.


We zijn er klaar voor.

We zijn authentiek.

We zijn alternatief.

Wij zijn een sterke groep.

wij maken geschiedenis.

Wij maken het perfecte en echte theater.

Wij realiseren onze dromen.

Wij zijn tegen het patriarchaat.

Wij zijn antikapitalistisch.

Wij zijn a-sociaal.

Wij zijn een doorn in het oog voor de director.

We likken hun kont en pijpen de programmeurs van instituten.

We plassen elke dag,

Wij zijn banale seksuele personen

Wij zijn de kunstenaars die liever masturberen dan leven.

We maken stukken die de mensen raken.

Wij bepalen het waarom.

Wij keren ons tegen de hele theaterwereld.

Wij doen wat wij willen doen.

Wij doen niet wat de mensen willen zien maar wat ze moeten zien.

 

Een acteur blijft, als een kind, alleen achter op het immens grote lege podium. Hij friemelt aan zijn penis. Af en toe roep hij om zijn moeder.

 

Mamma

Mamma

Mamma

 

Een actrice zet een plumôt klem tussen twee tafels en gaat zich masturberen.

 

Een van de acteurs heeeft vreselijke pijn aan zijn aars. De dokter roep 9 stagiaires te hulp.

De dikter stelt vragen:


Heeft u veel plezier gehad e laatste tijd?

Alleen?

Met mannen?

Met hoeveel mannen

Met glijmiddel of zonder.

Met oude of jonge mannen.

 

Het hele schouwspel voltrekt zich in een adembenemend tempo. Geen tijd is er om even bij te komen, adem te halen. Voor de echte liefhebber was het volop genieten van een dynamisch stuk theater. Beter dan dit heb ik in heel mijn lange leven niet mogen ervaren. Helaas alleen nog maar te zien in Amsterdam op  20 maart.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


woensdag 18 maart 2026

KIKKER KOKE.

Ik bent naar het toneelstuk 'Kikker koke', oftewel 'Boiling Frog', de originele titel. weze kijke. Het décor is niet zo sensationeel: een woonkamer, een fauteuil en een gangetje naar de tuin. Achterin de zaal wordt d’r vanaf de eerste scène buitengewoon hard gelache door een vrouw. Ik mot effe zie wie dat is... het is Loes Luca! Tja, die is zelf actrice en zelfs als toeschouwer wil ze natuurlijk duidelijk aanwezig weze. Ze lach zo hard dat ik me afvroeg of ze d’r eigen kunstgebit an het teste was.
Kort na het begin kome d’r nog twee dames binne die naast me gaan zitte. De dikste van de twee neem naast mij plaats. Ik mot gelijk een halve zitplaats opschuive. Dat is effe slikke, want voor mij betekent dat dat ik de rest van het stuk — drie uur min vijf minute — op één bil mot zien uit te zitte. Ik dacht nog: "Meid, als jij nog breder wordt, kenne ze voor jou de Maastunnel gaan verbreden."
Mijn buurvrouw hebt nog lang niet de omvang van de hoofdrolspeelster, die hebt waarschijnlijk an twee stoele nog niet genoeg. Die actrice, Bianca van der Schoot, is van d’r eigen helemaal niet dik, maar ze hebt d’r eigen met allerlei spulle zo dik late make. De titel slaat op het idee dat een kikker in koud water dat langzaam gaat koke, gewoon blijf legge tot-ie gaar is. Zo gaat dat ook in het huis van Adriënne Berkema: ze terroriseert de hele bende en niemand durf d’r tegenin te gaan.
Als toeschouwer ben ik niet te benijde. De kwaliteit is hoog, maar in de zaal tref ik het niet. Buiten die houten linkerbil van mijn, hebt iemand naast of achter mijn een bijzonder slechte adem. Geen knoflook, maar een echte strontlucht. Ik ken toch moeilijk zegge: "Mevrouw, u ademt een rioollucht uit, wilt u effe ergens anders gaan zitte?" Dat doe je niet, maar ik zat wel te kijke of d’r toevallig ergens een dooie rat onder m’n stoel lag te rotte. Zo erg dus.
Adriënne is een echte huistiran die iedereen schoffeert. De dialoge tussen haar, die huichelachtige kerel van d’r en die geniepige tuinman zijn echt komisch. Halverwege ontstaat d’r mot over de cente en krijgt het stuk een bizarre wending. Het wordt steeds fysieker en soms ech eng. 
Ooit gaan zien dit stuk! Zeer de moeite waard.

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


dinsdag 17 maart 2026

BOUWVAKKERSDÉCOLLETÉ

 

Vrijgezel Alex is een echt goedweermens. Het moet zo vanaf maart wel héél erg slecht weer zijn wil hij niet in zijn korte broek èn met ontbloot bovenlijf in zijn buurtje rondlopen. Het is overduidelijk dat hij trots is  op zijn grote (1.90 m), slanke lichaam en eerlijk is eerlijk, hij ziet er voor een zestiger nog best goed uit. De zon hoeft maar één dagje goed te schijnen of hij is alweer poepbruin, trouwens ’s winters ziet hij er ook niet bepaald uit als een Hollandse bleekscheet. Hij heeft altijd wel ‘een tintje’, waarschijnlijk geërfd van voorouders uit (sub)tropische gebieden. 

Op zomerse dagen speelt Alex de onbezoldigd beheerder van het ruime binnenterrein. In zijn blote, bruine body, met zijn zonnebril en zijn vrolijk gekleurde bermuda, schrijdt hij  voort over dat terrein. Borst vooruit, kin omhoog, zijn armen  zó langs zijn lijf, alsof hij onder zijn oksels wc-rollen vastgeklemd houdt. 

Met een zelf gekocht grijpertje ontdoet hij het binnenterrein van het aangewaaide en achteloos weggeworpen zwerfvuil.  Ook verzorgt hij het groen: hij snoeit dorre takjes en verwijdert uitgebloeide bloemen. Dat doet hij op zijn hurken of gebukt, zijn bermuda zakt daarbij flink af, waardoor omwonenden een uniek uitzicht geboden wordt op  zijn welgevormde bouwvakkersdecolleté. 

’s Zomers lijkt hij haast alomtegenwoordig te zijn in de buurt. Vanaf zijn balkon becommentarieert hij op een vrolijke wijze de activiteiten op het binnenterrein.

In de richting van een stel babbelende buurtvrouwen davert hij: ‘Genoeg geluld nou, hè, dames, als jullie niks anders te doen weten kom je je handen maar effe bij mijn thuis laten wapperen, hahahaha. Genoeg te doen hier.’   

 Waarop de vrouwen gekscherend reageren met: ‘Begin jij zelf maar vast, Alex,  wij komen er zo aan.’

Onhoorbaar voor hem voegen ze er aan toe dat ze niet graag aan die klus bij hem thuis beginnen. Er wordt gekletst, dat het bij Alex een waar mannenhuishouden is. Vergeelde gordijnen. Onderlangs alle wanden staat een grote verzameling (lege) bier- en wijnflessen opgesteld. 

Op Alex zijn wc kan je maar beter helemaal niet komen. Een misselijk makende geur . Oude remsporen. Een smoezelige toiletpot met verdachte vingerafdrukken.

Zo gaat die brave Alex nog negatief over de tong nadat hij eens een stel buurvrouwen op verjaardagsvisite had.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com