Pageviews van de afgelopen week

vrijdag 13 maart 2026

BOXERSHORTS

Zo langzamerhand ben ik weer eens aan nieuwe boxershorts  toe. Sinds mensenheugenis ga ik daarvoor naar Zeeman. Blindelings pak ik daar de grootverpakkingen. Tien boxershorts voor vijftien euro. Allesbehalve eco natuurlijk. Ik heb er nog nooit op gelet. 

Ik deed: zo veel mogelijk èn zo goedkoop mogelijk bij die over- producerende Zeeman.

Wanneer 'mijn omgeving' zegt dat de Hema, de Action, de Wibra en Scapino nog veel voordeliger zijn, denk ik: 'dat kan nooit waar wezen, want dat Zeemanspul is al bijna gratis.' 

Een jaar geleden kocht ik bij Zeeman dus tien boxershorts. Maart 2025. Ik heb er vandaag nog vier van over. Bij het aantrekken van die onderbroeken ...  die zes afgedankte stuks dus, heb ik het elastiek afgerukt. Het scheurde d'r gewoon af.

Nu ben ik de laatste tijd een beetje bezig met duurzaamheid: 'hoe, wat, waar, wie en waarom' met betrekking tot mijn koopgedrag, zal ik maar zeggen. Dus ik dacht misschien kan ik er achter komen wat voor materiaal voor die boxershorts wordt gebruikt, waar ze geproduceerd worden enzo. 

Mijn huidige boxershorts waren gemaakt van synthetisch elastaan. Dat spul is niet alleen slecht voor aan me reet maar ook rete slecht voor het milieu: het kan niet normaal recycled worden. Verbrand moet het worden met een als resultaat een onverwerkbaar eindproduct.

Ik viel haast van mijn stoel van verbazing toen ik op mijn speurtocht naar informatie, las dat Zeeman door de Nederlandse consument als meest duurzame kledingwinkel werd beschouwd. Die boxershorts van mij zijn absoluut geen duurzaam eitje-kwaliteitje. Dat scheef ik al. Maar naast die troep verkoopt Zeeman ook hoogwaardige boxershorts. Die worden gemaakt van gerecyclde materialen (petflessen en kapotte visnetten) en hoogwaardig katoen. 

De duurzame spullen liggen daar ook in de schappen. Je moet er alleen even naar zoeken. Ze zijn herkenbaar aan de labels ECO en GOTS. Dus zomaar blindelings graaien is er niet meer bij.

Niet alles is pluis bij Zeeman. Zo wordt geproduceerd in de lagelonenlanden. Hoe kunnen ze anders zulke spotgoedkope waar aanbieden? Wel laten ze de arbeidsomstandigheden (geen kinderarbeid) daar controleren door Fair Wear Foundaton (FWF). Wil je duurzaam kleding kopen check dan altijd die labels.  

Ik heb vanmorgen bij vier tamelijk grote kledingzaken gezocht naar een voor mij enigszins controleerbaar duurzame boxershort, geen tien, geen vijf maar misschien twee of een boxershort  wil ik aanschaffen. 

Nergens een EKO-, GOTS- of FWF-label op hun boxershorts gezien. Ik vond uiteindelijk één acceptabele exemplaar. Merk Reebok. Bij Zeeman. Gemaakt in Engeland en voor 95% vervaardigd van hoogwaardig katoen en 5% van (slecht) elastaan. Bijna helemaal recyclebaar. Hij kostte me 6 euro, die ene boxershort! Voor een krent als ik, is dat een rib uit zijn lijf. Ik heb dat onderbroekje toch maar gekocht. Het is ook om de wereld te verbeteren. Dan begin ik maar bij mezelf, dacht ik.

Ben trouwens al aan het sparen voor m'n tweede duurzame boxershort.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


woensdag 11 maart 2026

CLUB DE PARIS

Ik (50) lag in het ziekenhuis met m’n linkerpoot op twee plekke gebroke. Frits (55) lag naast me, die had z’n rechterbeen stuk. Frits was een gezellige gozert, zo eentje die altijd wel een mop of een anekdote uit z’n mouw schudde. Hij was gescheie omdat-ie iets te vaak buiten de pot had gepies. Een echte charmeur; elke zuster of vrouwelijke arts klampte hij aan voor een babbeltje. Steevast vollugde daarna: ‘Nou, met die meit zou ik ’s ochtends graag een beschuitje ete.

Ook met m’n vrouw probeerde hij goede maatjes te worde. Dat lukte aardig, tot-ie ‘per ongeluk expres’ aan d’r kont zat. Ze draaide d’r eige gelijk om en gaf Frits een flinke klap voor z’n kop.Au,’ zei Frits, ‘die was raak. Van zulke wijve hou ik nou. Die geve je meteen duidelijkheid.’‘Ja, sorry hoor, Frits,’ zei m’n vrouw, ‘de enige die aan m’n reet mag komme is hij daar.’ Toen wees ze naar mijn.

Toen we allebei weer wat aan de beterende hand ware, zei Frits dat ik een ‘pittig wijf’ had en vroeg hoe ze in bed was.‘Gewoon’, zei ik, ‘tja, ken altijd beter.’‘Hebbie niet eens zin om samen met mij naar een sexclub te gaan?’ vroeg hij. Ik voelde er weinig voor. Mijn enige contact ooit met een hoer was op een groot fiasco uitgelope.‘Nee, Frits, daar heb ik slechte ervaringe mee en bovendien heb ik er gewoon de poen niet voor'.

Toen zei Frits dat het mij niks hoefde te koste; hij trakteerde. Ik vroeg me af waar ik dat aan verdiend had, maar waarschijnlijk durfde hij niet alleen. Ik zei dat ik d’r over na moest denke. Ik had er best zin in, maar als hij alles betaalde voelde ik me weer zo’n klaploper. 

Toen ik voorstelde de drankjes te doen, schotie in de lach.‘Die drankjes zijn onbetaalbaar, man. Vijftien euro voor een pilsje. Nee, ik ga jou traktere.’De eerste vrijdag na ons ontslag reden we naar Club de Paris in Dordrecht. De ‘serveersters’ ware sexy gekleed en we mochte d’r allebei eentje uitzoeke. De dames dronke de allerduurste cocktails aan ons tafeltje en daarna ginge we naar de kamertjes. Mijn serveerster was een jonge, goedlachse Russische. Ze kleedde mijn ontspanne uit, daarna d’r eige. Het was fijn, dat half uurtje samen.

Ik heb Frits nooit durruvve vrage wat het gekost heeft. We hebbe het er eigelijk nooit meer over gehad. Voor mij was het in ieder geval onbetaalbaar goed.


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



dinsdag 10 maart 2026

HELLEPIE, HELLEPIE!

Stomverbaasd ben ik als het NPO-journaal meldt hoeveel Nederlanders in die peperdure golfstaatjes wonen en vakantie vieren. Ik had geen flauw idee dat zo velen zich dat konden veroorloven. Alles is daar zo duur dat een gemiddelde Nederlandse tandarts het er nog niet redt.

Vermogen, ken je dat woord? Dàt moet je hebben om daar te zijn zonder pijn in je portemonnee. Met een ton op de bank ben je daar nog steeds de minst-vermogende; met drie ton gaat het net, al voelt dat appartementje dan vast niet comfortabel. Maar als je écht vermogend bent, kost de rest je drie keer niks. Je werkster, nanny, fysio en chauffeur: allemaal migranten, bijna gratis.

De vaste bewoners, zonder uitzondering miljardairs, hebben massaal migranten uit Azië gelokt. Inmiddels is 90% van de bevolking migrant. Je kunt gerust stellen dat die miljardairs zelf geen reet uitvoeren. 
Ondertussen zijn de arbeidsomstandigheden voor de migranten abominabel; het benadert de slavernij. Paspoorten worden ingenomen, vakbonden zijn verboden en er moet gewerkt worden in extreme hitte. Hun huisvesting is schaamteloos: één klein kamertje voor tien man, ver van de bewoonde wereld. In evacuatieplannen komt de migrant niet eens voor. Tel daarbij op dat homoseksualiteit beboet of  bestraft wordt (soms met de doodstraf) en het plaatje is compleet.
Maar opeens breekt daar dan de pleuris uit en worden de staatjes gebombardeerd. Potjandosie toch! De vakantiegangers en expats die dachten zich daar eeuwig te kunnen wentelen in luxe, veiligheid en zon, schrikken wakker. Ze waren, o, heerlijkheid, verlost van de betuttelende Nederlandse overheid en konden lekker belastingvrij cashen (of zwart geld witwassen), maar nu horen ze ineens: boem, boem, boem.
"Hellepie, hellepie!" hoor ik ze nu piepen. Ook de Nederlandse criminelen die daarheen waren gevlucht, willen nu ineens weg daar. Duizenden landgenoten staan daar nu zielig te wezen. Hellepie, hellepie.
Van de erbarmelijke omstandigheden van de migranten om hen heen heeft 'Neerlands Trots' zich nooit een flikker aangetrokken. Sterker nog, ze profiteerden ervan.
Ze ontvluchtten Nederland omdat ze er "te veel belasting" moesten betalen, maar nu het eng wordt, moet diezelfde betuttelende overheid op kosten van de belastingbetaler (van mij dus ook) direct vliegtuigen sturen om deze zakkenvullers op te halen. 
O, wat waren ze Nederland toch zat! Toedeloe! Zak nu maar lekker in de str ... het zand.
Ik ga morgen helpen het 'Arme Zieltjes Centrum' voor deze lui in te richten. In Wassenaar. Ik heb nog geen wanklank gehoord. De gemeenteraad is al akkoord.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


maandag 9 maart 2026

DOLLY

‘Loop effe mee naar m’n slaapkamer,’ zeg ik tege buurman Kees. M’n pc staat daar en ik gaat die man helpe met z’n zorgtoeslag, want de belastingdienst maakt er weer eens een teringzooitje van.
Terwijl ik dat ding aanzet, staat Kees te kijke oftie water ziet brande.
‘Joh, wat heb jij daar voor rariteit in die kast staan?’
‘M’n pc, pannenkoek!’
‘Nee joh, gek, ik bedoelt die seksbom!’ Hij staat met z’n bek ope naar Dolly te staren.
Dolly is een barbiepop, maar niet voor kleuters. Een pittig modelletje: afgetraind, bos blond haar, stelte van hier tot Jeruzalem en een zwart minijurkie waar je u tege zeg. En van die rooie lippe... daar kejje een flatgebouw mee schoonzuige.
‘Wat mot jij met dat huppelkutje?’ vraagt Kees. ‘Heb je de lente soms in je bol?’
‘Ach, de een hangt posters op, ik hebt een heftig poppetje in de kast,’ zeg ik. ‘Ieder z’n meug toch? Ze vreet geen brood.’
Ik hebt d’r drie jaar terug langs de Rotte gevonde. Ze lag op het fietspad en ik dach: "Lul niet, dat is een gave pop." Dus ik hebt d’r achterop de bagagedrager gemikt. Ik dach er een kind blij mee te kenne make, maar niemand wou d’r. 
Nou zit ze jou vanuit de kast liefdevol aan te gape.
Kees kijkt me aan of ik ze niet alle vier op een rijtje hebt.
‘Het is echt zo gegaan, Kees. Ik krijgt d’r de schuur niet uit. In de kliko vind ik zonde, het blijft een puik wijffie. Wil jij d’r niet? Of kejje iemand die je d'r een plezier mee ken doen?’
‘M’n nichie is zes,’ zegt Kees. ‘Als ik met deze stoeipoes aankomt, krijgt ik ruzie met m’n zus. Dat kind krijgt meteen een minderwaardigheidscomplex. Ga op de rommelmarkt staan, vang je zo vijf piek.’
‘Ja, lekker dan... de hele dag tusse de oude meuk voor één pop? Ik had dat poppetje gewoon in de Rotte moete flikkere.’
‘Nou, schiet op,’ zeg ik tegen Kees, ‘wilt je nog wete hoe je die poen van de zorgtoeslag krijgt, of blijft je de hele middag staan te geilen op dat kleine rose barbietje?’
'Neen, laan we maar zorgtoeslag doen.
‘Nou dan, láát Dolly in de kast en parkeert je luie reet op die stoel hier!’


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 





zondag 8 maart 2026

PET.

Misschien dat het  tijdens het schrijven van dit stukje nog gaat gebeuren, maar ik ken nauwelijks een positieve context van het woordje 'pet'. Nou, ik heb lang zitten verzinnen en uitgerekend op dit moment schiet me iets te binnen: 'Petje af'. 'Een oudoom van me, ome Bram, die met dat toupetje (hee ...) Die oudoom, die vertelt bijvoorbeeld dat hij, nu hij toch met pensioen is, de eerste de beste gelegenheid heeft aangegrepen om helemaal vanaf het Pieterpad naar Santiago de Compostella in Spanje te lopen. Meer dan duizend kilometer. Wat zeggen we daar dan van? 

'Petje af, ome Bram. Of dat niet postitief is, soms? Het ging mij nog bijna mijn petje te boven, de positieve noot in dezen.

Op zich is 'met de pet rond rondgaan' niet 100% positief of negatief. De bedoeling is doorgaans goed. Vaak is er iets heftigs negatiefs aan vooraf gegaan. Iets heftigs en ook nog eens duurs. Een kapot gesprongen tropisch aquarium. Voor een getroffen (en geliefd) familielid of een beetje zielig maar trouw lid van de atletiek vereniging wordt dan wat geld ingezameld om wat nieuws te kopen ... ja, er wordt dan dus met de pet rondgegaan. 

Zowel bij beoordelingen van kunstzinnige als sportieve prestaties wordt tot vervelens toe dat woord 'pet' gebruikt. De laatste jaren steeds wat minder. Tegenwoordig horen we steeds vaker de woorden 'kut' of  'klote' en als de waardering nog wat lager uitvalt wordt het in de vergrotende trap: 'zwaar kut' of 'zwaar klote'. 

Onze alom geprezen, jonge, homoseksuele, goedlachse premier, Rob Jetten stuit op flink wat weerstand met name uit de links-politieke hoek. Nu zijn voornemens bekend worden: verhoging eigen risico in de zorg, verhoging AOW-leeftijd, kortere duur van de WW en de ridicule vrijheidsbijdrage (de rijken betalen veel minder dan de minima) hoor ik regelmatig bozig zggen: 'Nou, die Jetten, daar heb ik geen hoge pet van op'. Ik, links persoon, zegt dan: recht uit mijn pet  (neen, hart) 'Fuck off Jetten'. Maar nu heb ik even de pet op van criticus van Jetten. Dat is toch heel andere koek dan de pet van tante Jet. Ja, inderdaad, die van de scouting. Die ging er gewoon vandoor met haar rooie autopet, met onder haar jas mijn  zo goed als nieuwe aaipet. Moet ik straks toch nog even de pet rond. Maar waar?



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


GEEN DURFAL.

 Late we wel weze: ik bent geen durfal. Geen held op sokke, maar gewoon een schijterd eerste klas. Soms hebt ik zo’n vlaag van verstandverbijstering en denkt ik dat ik de hele wereld aan kan, maar halverwege me actie schijt ik alweer in me broek.

Zo kreeg ik laatst het maffe idee om van de hoge duikplank te sjorre. Maar ja, halverwege die trap dacht ik al: "Joh, laat dat duiken maar zitten, springt maar gewoon." Eenmaal op dat randje van die zwiepende plank, met me tene over de rand, vond ik springe eigenlijk een klote-idee ook. Dus daar stond ik dan, te trille als een juffershondje in de kou. Ik moest me met me goeie gedrag weer helemaal naar benede wurme, langs een rij van die bijdehandte gassies, die me natuurlijk stonde uit te lachen. Nou, da’s ook lekker voor je ego.
Om de zenuwen weg te spoele, ben ik toen maar veilig baantjes gaan trekke bij startblok één, zo ver mogelijk weg bij die hoge duik. Twintig baantjes schoolslag, vijfentwintig meter per stuk. Lekker op m’n rug, een half uurtje peddele. Had ik mooi de tijd om na te denke waarom ik nou zo’n ontzettende lafbek was. Waar was ik nou bang voor? Dat ik m’n eigen te pletter zou vallen? Dat ik bovenop een andere zwemmer zou plettere? Of dat ik m'n nek zou breke op de bodem van het bad en de rest van m'n leve in zo'n karretje zou moeten zitte?
Terwijl ik daar zo een beetje lag te dobbere, begon ik me eigenlijk wel wijs te voele. Waarom moet je je in godsnaam van drie meter hoog in dat water flikkere? Het geeft alleen maar een hoop herrie, die golve zijn irritant en iedereen moet met een boog om die duikplek heen zwemme. "Afschaffe dat kreng," dacht ik nog bij baantje dertien.
En net op dat moment klapt er zo’n rotjochie, luid lachend, bovenop me rug. "Bommetje!" riep hij nog. Hij had niet goed uitgekeke, zei 'ie later met z'n onschuldige smoeltje.
Met me laatste krachte hees ik mezelluf de kant op. Gekneusde ribbe natuurlijk. Zo zie je maar weer: je kan nòg zo voorzichtig weze in het leve, maar een ongelukkie zit in een klein hoekie. 

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


vrijdag 6 maart 2026

KWAAD MET KWAAD ....

Op een wandelingetje mij in de buurt zie ik drie knaapjes van kleur een vierde jochie van zijn fat-bike trappen en er met die bike vandoor gaan. Dat vierde mannetje ligt daar van Pampus. Ik kon er niks meer aan helpen. Het enige was die jongen troosten en hem zeggen dat ik alles gezien heb. Ik geef hem m'n mobiele nummer. De verwondingen vallen mee. De knul bedankt me dat ik naar hem toe gekomen ben.

Dat gebeurde van de week. En tegelijk komt er dan weer wat bij me naar boven van begin vorig jaar. Ik ben toen, in maart, een willekeurig, oud, kaal grijs slachtoffer geweest van baldadige, licht criminele gassies, naar het zich laat aanzien uit  Noord-Afrika.

Het begint met een 'lollige' actie van twee jongens. Zij rijden op een scooter in de zelfde richting als ik. Ik ben op de fiets. Zij rijden hard. Op het moment dat zij mij passeren, stompt de man die achterop zit, mij zeer hard op mijn rug. Pijnlijk ook.

Een paar dagen later komt een klein groepje fat-bikers aangefietst. Ik rijd hen tegemoet. Op het moment dat we elkaar passeren knalt de jongeman die voorop fietst, de inhoud van zijn bidon in mijn gezicht. Luid gelach.

Een week verder loop ik vier jonge jongens tegemoet. Ik zie ze aankomen denk niet dat ze kwaad in de zin hebben. Ik loop de laatste honderd meter naar mijn huis, als blijkt dat ze toch wat in hun schild voerden: het kleinste mannetje uit de groep, graaide in één vloeiende beweging mijn mooie zwarte hoed van mijn hoofd en rende daar mee naar zijn maatjes, die hun vriendje met mijn hoed op zijn kop met dolle pret onthalen.

De vierde daad is niet zozeer pijnlijk, als wel grof en asociaal: een al wat oudere puber (16)  haalt me, al lopend in op het drukke metroperron. Wanneer hij mij passeert, bukt hij zich naar me toe en spuugt  een gore, groengele klodder slijm op mijn schoen. Razendsnel maakt hij dat hij weg komt. Die schoen moet natuurlijk weer schoon maar ik vind het bijna te vies om te doen. 

Met twee vrienden ga ik het die klodder-boy betaald gezet. Hij moet boeten voor de wandaden die hij èn zijn streekgenoten mij hebben aangedaan. Hij is de enige die ik ken uit de buurt.

We hebben hem enige tijd gevolgd en hebben toegeslagen op de plek waar hij elke week een momentje helemaal alleen  is. 

Alle drie hadden we een bivakmuts op.We hebben hem van zijn fiets getrokken, stompen uitgedeeld op zijn rug, een fles water in zijn gezicht gegooid en hem onder de bivakmutsen vandaan met zo goor mogelijk slijm besmeurd. Die twee maten van me houden die gast in bedwang terwijl ik zijn fiets total-loss trap. Met een kettingslot bind ik hem aan dat wrak vast en gaan er snel vandoor. 

Ik had nooit gedacht dat dit in me zat. 

Toch is het bij mij in gepompt: 

'Gij zult geen kwaad met kwaad vergelden'. 

Hoezo niet? Het is geweldig! Ik ben blij dat ik het gedaan heb.

Nooit meer wat van gehoord.

 



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com