Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Veruit de meeste blogs berusten 'zo af en toe' op waarheid
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Van een zeer creatieve en ook sportieve kennis, Henk, kreeg ik een recent door hem geschilderd werk toegestuurd. Dat deed hij niet zomaar. We spraken elkaar op de sportschool. Ik klaagde daar min of meer over mijn gebrek aan inspiratie. Toen Henk dat hoorde kreeg hij het idee om mij zijn laatste schilderij toe te sturen en mij te vragen er een tekstje bij te verzinnen.
Zo zonder woorden is het schilderij al een vrolijke boel, waarin twee volslanke, bijna obesitas dames de een blank de ander bruin het strandbadje uit en het strandje op huppelen, met ieder een rode tulp in de hand. Ze lijken door te draven naar de uitgestrekte maar verlaten zonneweide.
Achter het weghuppelende duo, nog in het strandbadje, staren
een rode en twee kleine oranje tulpen, steunend op hun wortels, de huppelende dames
na.
Hardlopers zijn
doodlopers.
‘Tulpendieven op de vlucht’.
De paus krijgt elk jaar met Pasen ‘tulpen uit Amsterdam’. Deze twee tulpen (uit Rotterdam) moeten daar ook nog bij. De sportieve dames proberen de vracht naar Rome nog te achterhalen, al roepende:
Leo,
Leo, two red tulips from hiero.
Ik laat het hierbij en sta open voor suggesties van lezers. Let me know.
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Ik heb een appje gekregen van iemand die me ernstig wil waarschuwen. Hij zegt dat hij schrijft onder het pseudoniem N. Connu. Al vele jaren leest hij mijn stukjes Stukjes die worden geschreven onder de naam Jeejeepee.
Het gaat inmiddels om bijna 2.500 stukjes, waarvan de meest
gezellig en onderhoudend zijn. Maar een flink aantal van die stukjes zijn volgens
meneer Connu ronduit beledigend en beschadigend voor de personen waar Jeejeepee
over scheef.
Mijn verhaaltjes zijn, vooropgesteld, niet altijd 100% waar. Dat meld ik ook boven elk stukje. ‘Stukjes berusten zo af en toe op waarheid'. De onderwerpen waar ik over schrijf emotioneren mij. Zou ik daar dan mee moeten stoppen? Tijdens het schrijven en na de publicatie stormt het soms wel in mijn hoofd om wat ik met mijn woorden te weeg breng.
In de bijna 20 jaar dat ik nu schrijf heeft één lezeres zich eens woedend tot mij gewend per voice-mail. Ik had, volgens haar leugens over haar opgeschreven. Dat stukje moest weg van face-book, waarin het gepubliceerd was. Als ik haar niet zou gehoorzamen zou ze me bij de politie aangeven. Daar schrok ik toen wel even van. Maar ik heb nooit overwogen om dat stukje weg te halen. Dat zou wat moois zijn. Waarom zou ik een enigszins emotioneel getint stukje niet mogen publiceren. Die halve gare Connu wil nu ook dat ik dat stukje weghaal of hij stapt namens die mevrouw naar de rechter.
Een aantal mensen in mijn omgeving heeft zich ook gemeld bij
Connu. Mensen vinden mijn opstelling abject: ik ben allergisch voor
mensen met een ultrarechts mensbeeld. Ik zal hun namen nu niet noemen. Ze weten
het zelf wel. Ik kan me de stupiditeit van die mensen niet
voorstellen. En als ik oprecht overtuigd ben van de stomheid van iemand, waarom
zou ik daar dan niet over mogen schrijven. Deze mensen willen blijkbaar alleen
van mij lezen dat ‘meneer’ Trump en ‘meneer’Wilders bekwame politici zijn, met
zinvolle ideeën voor de samenleving. Nee beste meneer Connu. Dat ga ik voor hun en
uw lol dus niet doen.
Ook mijn weigering om ‘mongolen’ ‘mensen met het syndroom van Down’ te noemen wordt me niet in dank afgenomen. Haatmail, waar de honden geen brood van lusten ontvang ik, vuilnisbakzakken vol. Het populairste scheldwoord was ‘imbeciele kankerdebiel’.
Ook mijn naaste familieleden zijn verbolgen over de gevoelige onderwerpen die ik aansnijd. Hun bedplassen, hun stotteren, hun gierigheid, hun woonplaats, ik zou er alleen over schrijven om lollig te zijn, over hun rug heen. Was nooit mijn bedoeling. Connu heeft zo wel een stok om mij mee slaan.
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Lucy (16), een van de meiden in de gemengde groep leerlingen van de vormingsschool, maakt het wel erg bont. Zij zit tegenover, meester Cees (24) en wroet met haar ontblote voetje tussen zijn benen. Ze zit zomaar zijn kruis te masseren! Hij krijgt het er flink benauwd van. Zo vlug als hij kan glipt hij bij de meiden weg en schuift bij de jongens, mannen bijna, aan; onder hoongelach van de dames. De ‘opwarm-sessie’ van met name Lucy heeft succes: zij kunnen weer doorgaan met waar zij dol op zijn: babbelen en optutten.
Bij de jongens, ook allemaal zo rond de 16 jaar, gaat het er wat ruiger, dynamischer aan toe. Er wordt meer hardop gevloekt. Gesprekken worden afgewisseld met een beetje stoeien, de ene keer wat feller dan de andere keer. Karel en Rene, twee schreeuwerige zielepiet-types, zitten elkaar een beetje te dollen. Ze imiteren een vechtscene uit een Kong-Fu film, die ze in het weekend zagen en Karel raakt Rene daarbij net iets te hard op zijn kin, waardoor de stoeipartij menens wordt. Cees springt er tussen; dat helpt wel maar niet zoals hij wil. Rene en Karel stoppen met hun vechtpartij maar nu richten ze hun agressie gezamenlijk op Cees.
‘Jongens, stoppen nou,’ (ze zaten boven op hem: Karel wipt op en neer op Cees zijn borstkas; René zit op Cees zijn knieën. Hij kan helemaal niks).’Jongens ga nòù van me af en gauw’, smeekt Cees bijna. Hij heeft zich in feite al overgegeven. Maar ze gaan gewoon door. Ziekelijk.
Ik (23 collega van Cees), ben benieuwd of hij echt geweldloos zou blijven ... hij is tenslotte pacifist. Cees verdedigt zich voor geen meter. Dan vind ik het welletjes. Met zijn tweeën tegen een!?.
’Kappen!’ zeg ik. Ik móét me er nu wel mee gaan bemoeien. Zowel Rene als Karel weten dat ik absoluut niet bang voor ze ben. Ik grijp ze alle twee bij hun lurven en sleur ze van Cees af.
‘Stelletje leipen! Willen jullie Cees dood hebben?’ Ik duw het tweetal weg.
Die Karel zit een tijd lang met een krankzinnige blik in zijn ogen na te hijgen van zijn achterlijke gedrag. René lijkt wat meer schuldbewust.
'Het leek wel of ik verlamd was’, zegt Cees later tegen me als hij weer wat bijgekomen is. Bedankt Jos.’
En de dames? Het geweld ging geheel aan hen voorbij. Zij kwekten en tutten er ondertussen lustig op los.
Cees meldde zich de dag na het gebeuren ziek. We hebben hem hier niet meer teruggezien. Hij wilde zelf geen contact meer met ons. Via via hoorden we dat hij als schoonmaker is gaan werken in een psychiatrische inrichting in Rhoon. Ik hoop dat hij daar net zo’n reddende engel treft als hij hier aan mij had anders zou het wel eens helemaal verkeerd met hem kunnen aflopen.
(Uit mijn verre R'damse verleden)
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Vandaag wil ik in ieder geval naar de marathon 2026 van Rotterdam gaan kijken. Van mijn huis uit is het bijna één rechte weg, kwartiertje lopen, naar de Boszoom waar de lopers een belangrijk kilometerpunt passeren. Ik wist dat niet, maar ik zie vrijwel alle lopers op hun horloge kijken, als ze over een oranje wegmarkering lopen. Bij sommige lopers zie ik dan op hun gezicht een glimlach verschijnen bij anderen een grimas. Dan weet ik wel hoe laat het is: ‘te laat, te vroeg of precies op tijd’.
Wat me zo aan de zijlijn opvalt is dat er héél weinig vrouwen meelopen.
Het extra-vreemde voor mij is wel dat de meeste vrouwen een stuk harder lopen dan
de mannen. Waarschijnlijk zijn die vrouwen wat later gestart en zijn de beste vrouwen
zo langzamerhand de mindere mannen aan het inhalen.
Vòòr mij begint opeens een jonge vrouw met een blonde
paardenstaart enthousiast te roepen: ‘Antoine, Antoine’, een man geheel in
het zwart, kijkt eerst niet en na de derde Antoine kijkt hij eindelijk op en zwaait lachend.
‘Dat was nog maar op het nippertje,’ bemoeide ik me er mee,
‘hij hoorde je nog maar net op tijd’..
‘Ja’, zei ze, ‘ik kreeg net door, dat hij hier al voorbij moest zijn maar daar was Antoine toch nog’ zei ze, helemaal gelukkig en buiten adem.
Aan weerskanten van me staan, bijna tegen mijn kuiten, twee honden. De één is een nare vechthond, de ander een vriendelijk-ogend vuilnisbakkie. Allebei staan ze zich hier rot te vervelen. De een staat vast aan het
dranghek de ander wordt door zijn baasje aan de lijn gehouden. Geen idee waarom, maar dat lief-ogende
vuilnisbakkie wordt opeens laaiend op die engerd. Vlak achter mijn
kuiten … kunnen ze mekaar net niet de strot afbijten. Het lieve hondje wordt
door zijn baasje teruggetrokken en bestraffend toegesproken. Het baasje van de pitbull geeft zijn trouwe viervoeten
een trap tegen zijn ongewoon grote kloten, waarop het beest van pijn en ellende ineen krimpt.
De vrouw met de paardenstaart draait
zich om naar het trottoir en roept naar iemand daarginds:
‘Antoine is hier toch nog langs gekomen . Hij heeft me
gezien’.
Ze praat nu zachter tegen een man met een kind op zijn arm en blikjes frisdrank in een doorzichtige boodschappentas. De man gat vlak voor mijn neus staan.
De vrouw met de paardenstraat lijkt iedereen te kennen. Zij
juicht iedereen met zijn of haar voornaam toe. Ik dacht dat ze misschien bij PAC
zat, die grote Rotterdame Atletiekclub. Maar even later zie ik tussen die lui, die nu voor me staan, door, dat onder het deelnemersnummer
op de buik van de loper, ook in vrij grote letters nog de voornaam van de marathonloper staat te lezen. Ik kon
me dat van eerdere jaren niet herinneren.
Na een halfuurtje had ik wel weer gezien. Wel een nieuw record staan te kijken: 23 minuten en 17 seconden. Vorig jaar keek ik 25.12. Dit was mijn 20e marathon. De eerste keer stond ik 2 uur 24 minuten en 27
seconden langs de lijn.. Maar ja dat was nog in de vorige eeuw. Toen was ik nog
niet eens 50. Dus reken maar uit.
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Gedwongen prostitutie is het onderwerp van een documentaire serie die de EO op de dinsdagavonden in januari 2015 uitzendt. (Er komen nog twee delen). Een op de prostituees blijkt onder dwang te moeten werken.
(Uit mijn verre R'damse verleden)
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Vanmorgen loop ik Lenie in het trappenhuis tegen het lijf. Ze is met een zakje gft-afval op weg naar de gft-bak. Ik zeg haar dat die gft-bak al propvol zit, dat ze die zak beter thuis kan houden, totdat de gft bak geleegd is. Maar ze doet net alsof ze niets hoort. Ze begint meteen tegen me aan te praten. Over parkeren. Zij (75) rijdt zelf nog auto. Ze voelt zich tekort gedaan omdat er te weinig parkeerplek is in onze straat.
‘Moet je nou horen Jos, je kent Hans toch wel, van hierboven, die heeft van achter zijn keukenraampje zitten turven hoeveel van onze parkeerplekken worden ingepikt door medewerkers van die twee scholen aan de overkant van onze flat. Het waren er wel meer dan twintig. Dat is toch te gek!'
Als ik dat hoor
schiet ik spontaan in de lach. ’Echt waar Lenie, echt waar? Heeft ie dat echt
gedaan? Wat on-ge-loof-lijk zielig, zeg! Ik zie hem he-le-maal zitten daar
achter dat raam. Heel fanatiek met pen en papier.
‘Jaaah’,zegt Leni, ‘hij moet regelmatig zijn auto neerzetten
op de parkeerplaats van het zwembad. Daar is het niet veilig. Daar kan hij zijn
autootje niet zien!
Ik zie Patrick komen aankuieren. Ik heb Franse les bij hem. Ik ga van de zomer naar Frankrijk. Vandaar dat ik mijn Frans wil opfrissen. Patrick is een echte Fransman, die al bijna zestig jaar in Nederland woont. In Prinsenland ook. Ik mag eén keer per week twee uurtjes bij hem langs komen voor les. Hij loopt een beetje traag vandaag. Hij is niet zo gezond. De les van vandaag kan niet doorgaan omdat hij straks naar de dokter moet. Iets met zijn longen geloof ik. Ik wens hem sterkte.
‘Nou, Patrick, tot
volgende week (la semaine prochaine) dan maar weer, hè? Au revoir! (Tot ziens!)’.
Ik heb in de middag, in plaats van Frans, mijn boekhouding zitten doen. Alles klopte. Ga straks nog wat Franse woordjes in mijn hoofd stampen en wat lezen in de roman ‘Vrouw’ van de Noorse schrijver Knausgärd. Dan ga ik de witlofsalade, die ik gisteren gemaakt heb oppeuzelen. ’s Avonds zit ik in de schouwburg. Ik ga naar het toneelstuk Gundi kijken, geïnspireerd op Gandi. De vredesapostel, tevens president van India. Het stuk wordt gespeeld door een Duitse theatergroep met de Nederlandse naam :’De warme winkel’.
Ik ben net weer thuis: Een weerzinwekkend slecht toneelstuk was het, met derderangs acteurs.