Pageviews van de afgelopen week

maandag 21 september 2026

BLEU, BLANC, BLOND.

Deze ochtend van 10.00 tot 12.00 uur doe ik de cursus ‘Franse chansons zingen’ onder leiding van de (bijna) blinde en de nog net niet geheel dove fotograaf Alain, van origine een Fransman, al meer dan zestig jaar woonachtig in Nederland.. Hij zet een uitstekende cursus neer met positieve chansons (Jacques Brel is hem, helaas, wat te zwartgallig). Via Alains laptop komt het chanson tot ons. Op A4-tjes levert hij ons tekst, vertaling en uitleg van de liedjes. 

Als ik zeg ons, dan is dat natuurlijk de cursusgroep. Die groep bestaat uit vijftien personen, allen boven de zeventig, waarvan één man: 'ik', zei de gek. 

Vandaag doen we de leuke, lieve meezinger 'Bleu, blanc, blond' van Marcel Amont. Vrij vertaald ziet dat er zo uit: 

'Blauw, wit, blond'. 

Als ik die titel hoor, komen gelijk herinneringen naar boven. Toen ik als dertienjarige puber op de HBS zat, hadden 'we' een leraar die niet opgewassen was tegen onze wanorde en bovendien vreselijk uit zijn bek stonk (het leek een mix van pure stront en de stank van een overvolle asbak met oude sigarenpeuken). Ik overdrijf dit niet. We doken, wanneer hij langs onze banken liep om in onze schriften te kijken, zo onopvallend mogelijk en zo ver mogelijk weg van zijn misselijkmakende uitstoot met een onverwacht groot bereik. 

Ik had te doen met die leraar Frans, meneer de Bie, een Belg — ja, ook dat nog. Als ik toen in bed lag... voelde ik me verdrietig om wat De Bie overkwam... maar wat kon ik uitrichten? Ik was zelf toen nog maar zo'n schuchter mannetje. 

Ik vond De Bie een goeie man. Hij bracht toch maar mooi, elke dag, helemaal vanuit België, zijn pick-up en al die Franse singletjes mee voor ons. Hij vroeg ons zelfs of we verzoeknummers hadden. Zo belandde zelfs 'Michelle' van The Beatles op het pick-upje van meneer de Bie. Volslagen idioot natuurlijk: voor dat ‘petit, petit, petit' peutje Franse tekst: "...sont des mots qui vont très bien ensemble, Michelle ma belle." 

Hij gaf ons A4-tjes met de teksten van chansons van onder anderen Adamo, Johnny Hallyday, Françoise Hardy, Claude François, Jacques Brel én van dat heerlijke chanson dat Alain deze morgen met ons gaat doen van Marcel Amont: 'Bleu, blanc, blond'. 

De man draaide elke les een paar nummers voor ons. Bijna iedereen keette er gewoon doorheen. 

De Bie heeft het slechts één jaar volgehouden op het Montfortcollege, onze scholengemeenschap op Rotterdam-Zuid. Het zou me niks verbazen als hij sui... iets anders is gaan doen.


* Beluister op YouTube of Spotify: Marcel Amont: Blue, blanc, blond.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



zondag 20 september 2026

.MBOEOEOEOEOEOEHOE!!


Ik heb het vieze vermoeden dat Linda (56), met wie ik vanavond voor het eerst date, in het Luxor Theater bij de stand-up comedy night, er uiteindelijk niet zoveel lol in had als ik. 

Tim, de man die de optredens aan elkaar praat, checkt wat voor vlees hij vanavond in de kuip (Luxor) heeft. Eerst vraagt hij alle mannen om hun aanwezigheid kenbaar te maken. Het geluid van een kudde koeien weerklinkt in de zaal. Zo ongeveer: 

"MBoeoeoeoehoe." 

Dan de vrouwen, die het op vrolijk-lichtvoetige sirenewijze doen. Zó ongeveer: 

"Haieiejieieieoooh." 

Ongeveer dan, hè. Man/vrouw – fifty/fifty. Geen surprise. Wat verwacht je anders bij een comedy night: het is geen Yentl & De Boer. Dan zit Luxor met 80% feministische vrouwen. Ja toch? 

"Waar komen jullie toch vandaan?" vraagt Tim ons af. Uit REO natuurlijk: Rotterdam En Omstreken. Vanzelf. Ik woon in Prinsenland, ik ben hier vanavond de enige uit Prinsenland, de wijk waar je nog niet dood gevonden wilt worden. En als ze je vinden, laten ze je gewoon liggen. 

Zuid geldt niet als een 'Rotterdam-proof' gebied. Zuiver bezien is Zuid ‘Klein Brabant’. Allemaal boeren daar. Ze komen alleen hiernaartoe voor André van Duin of Tineke (kots, kots) Schouten. Vanavond dus zeker niet. 

Van de Kop van Zuid zit er voor deze comedy night een halve zool en een paardenkop in de zaal. Het merendeel van de bewoners van die Kop van Zuid is ‘intelligentia’ en heeft giga schulden vanwege de woonlasten die net zo hoog zijn als die torenhoge gebouwen daar… zelfs het ticket met Rotterdampaskorting kan bruintje niet trekken. 

Tim is helemaal blij met Patries en Denies uit Crooswijk. "Kompt ik ook vandaan. Bent ik geboren," zegt Tim. De dames hebben geen heren bij zich. Tim vraagt: "Hoe dat zo?" "Dood," zegt het duo in koor. Lachen… ze breken die tent hier af. Ik kom ook niet meer bij. 

Tim wilt dan weten hoe oud of jong de zaal is. De jongste mens in de zaal blijkt elf, ook een Tim. 

Dan de oudjes… "Wie is er ouder dan 50, 60, 65?" Hand opsteken. Heel veel. Ouder dan 70... veel minder. Ouder dan 75... één. Ik, 76 jaar. MC Tim met joviale juichstem: "Dan bent u vandaag de oudste hier. Hoe heet u?" 

"Jos." 

"Geef Jos een daverend applaus, mensen!" 

Ik sta op, laat me toejuichen als een overwinnaar, bal mijn vuist, kijk lachend de zaal in en roep naar de mensen die me toejuichten: 

"MBoeoeoeoeoeoeoeoe!!

Mijn avond kan niet meer stuk. 

Hoewèhel… de show begint en Linda (56) is er niet meer. Weg. Zonder één woord te zeggen.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 19 september 2026

MET HET BORD OP SCHOOT.

De laatste tijd heb ik niet zo veel lol meer in Studio Voetbal. Nota bene bij de samenvatting van de topper Ajax - PSV crashte mijn bord met de vurrukkelukke chili con carne op mijn wit/blauw geknoopte Marokkaanse tapijt. Dat kan ik nu ook wel wegflikkeren, want die grote rooie tomatenvlek krijg ik er nooit van ze leven meer uit. Ik was in slaap gevallen. Verveeld door dat irritante tikkie breed… tikkie breed… tikkie terug gepiel. 

Niet alleen vervéél ik me met dat bord op me schoot. Soms irriteer ik me er rot aan. Niet aan die voetballertjes, hoor. Die doen wat ze van de trainer moeten doen. Ik krijg steeds meer de pest aan commentatoren, analisten en presentatoren. Die intonatie van vrijwel alle presentatoren en nieuwslezers in omroepland — niet alleen die van het bord op schoot dus. Via hun eenheidsworst-presentatie infantiliseren ze de kijker. Hoe dan? Het valt niet mee dit op papier weer te geven. Let maar eens op hoe zinnen worden uitgesproken. Het lijkt alsof ze in de huid kruipen van een kleuterjuf. Het is te irritant voor woorden om aangesproken te worden als kleuter. 

De kerels die de voetbalsamenvattingen ‘op schoot’ van gebral voorzien, zijn beslist niet van de kleuterklas-achtige. Zij komen op een enkele uitzondering na van de langzame leerschool. Onbeschaamd zitten ze de hun toegemeten tijd helemaal vol te lullen met wat de kijker zelf ook allemaal kan waarnemen op zijn beeldscherm. Totaal overbodig zijn die mannen met hun oeverloos lawaai. Hun geblaat is niet alleen hard, maar ook ondermaats. Niet zelden zet ik het geluid uit. Regelmatig ruiken veldspelers ‘bloed’, zet de trainer door zijn gedrag ‘kwaad bloed’ of haalt de rechtsback van PSV het ‘bloed’ onder de nagels vandaan van de linksbuiten van Ajax, en is Ajax - PSV een bloedeloze vertoning. 

Dan die vrouw als wedstrijdanalist in 'bord op schoot'? Leoni Stentler, die analiste, mag daar meepraten omdat ze zelf ‘hoog’ gevrouwenvoetbald heeft. Vrouwenvoetbal is wezenlijk een andere sport. Hoe kan iemand van een totaal andere sport het mannenvoetbal analyseren? Dat is hetzelfde als Mister Ed, een paard uit een oude tv-serie, een analyse laten maken van de Formule 1-races op Zandvoort. Van het vrouwenvoetbal kunnen heel simpel enkele belangrijke verschillen worden genoemd met het mannenvoetbal: het tempo, de strakke passing, de schotkraft en de fysieke één op één (duel)kracht. Zowel het grote veld als de grote doelen vormen voor vrouwenvoetballers aanzienlijke verschillen. 

Met de analyse van het duo van Hooijdonk - Mr. Ed staat het bord steviger op schoot.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 17 september 2026

ZUURKOOL MET ELSTAR

Deze zomer droeg mijn nog jonge appelboom geen vruchten. Begin lente van 2025 kocht ik het Elstar boompje voor 9,95 euro bij de Lidl. Hij was lang, iets meer dan twee meter, en sprietig. Er zaten toen al vijf bloesempjes aan, die alleen nog bevrucht moesten worden. Hetgeen ook geschiedde. Één appel werd door een brutale halsbandparkiet gesnaaid; de andere vier smaakten zoals de lekkerste Elstars smaken.

In de lente van 2026 bloeide er één zielig bloemetje aan een dun spriettakje. Met het eerste zuchtje wind verdween het. 

De zomer liep op haar eind. De nog steeds sprietige Elstar krijgt kuren. Eind augustus al laat hij zijn nog redelijk talrijke hoeveelheid blaadjes verdrogen, kromtrekken en verdorren. Stuk voor stuk maken de bladeren de indruk te sterven van de dorst. In september laat hij successievelijk vrijwel al zijn blaadjes al vallen. Waar de oren van een Elstar zitten, als hij ze überhaupt heeft, weet ik niet, maar ik zeg luid en duidelijk dat de herfst pas over zes weken begint. Hij geeft geen sjoege; gaat onverstoorbaar door met loslaten. Dat zal ongetwijfeld helend voor hem zijn. 

Ik maak contact via AI met een tuinrobot. Die diagnosticeert een gemankeerde waterdoorvoer (verzopen). Zij adviseert, op afstand, de aarde van de Elstar te verversen, te mengen met hydrokorrels en het boompje tot de lente van 2027 overdekt op het balkon te zetten. 

Kijk hem daar nu staan. Ik moet nog zien of er ooit nog een appel uit dat boompje valt. Te ver van de boom mag die appel trouwens niet vallen, omdat hij dan te pletter valt op het balkon. 

Ik wip snel even naar de Jumbo. De Elstars zijn in de aanbieding. Twee kilo voor de prijs van één: 1,98 euro. Bij de appels pakt een jonge vrouw de Elstars één voor één op, laat de vrucht door beide handen rollen en legt die dan weer terug in de kist. Alsof ze de beste eruit zoekt. Ik vraag het gewoon. 

Met een guitige blik in haar ogen beaamt ze het: "Hij gaat in de zuurkool. Het moet de allerlekkerste zijn. Mijn zuurkool met appel is een delicatesse." 

"Kan best zijn. Nooit gegeten," zeg ik. "Ik eet zuurkool alleen als stamppot met spekjes en een stuk rookworst van de Hema. Fingerlicking good… maar eh… die ‘zuurkool met Elstar’ van jou lijkt me prima binnen te houden," lachte ik, "laat me maar es wat proeven." 


"Okee!" zegt ze. "Hoe pakken we dat aan dan?" 

"Nouhou," zeg ik, "breng me straks maar zo’n lekker kliekje van je. Hier kan je het kwijt," en ik overhandig haar mijn kaartje. "O, ik wil het best ook wel bij jou op komen halen, hoor." 

"Neen, dat hoeft niet. Geef me je telefoonnummer maar, dan bel ik je als ik in aantocht ben," zegt zij. "Hoe heet je eigenlijk?" 

"Jos." 

"Leuke naam!" 

"En jij?" 

"Miriam." 

"O."


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 16 september 2026

WIE SCHRIJFT DIE BLIJFT.

 Waarover te schrijven vandaag? Ik ga maar een beetje in het wilde weg zitten schrijven. Schrijfspieren een beetje losmaken, noem ik dat. 

Heerlijk vond ik de tijd dat papa op zee was. Hij werkte op een cruiseboot. Geen boos geschreeuw. Papa schreeuwde altijd als er thuis dingen gebeurden die hem niet zinden. Bijvoorbeeld als wij met z'n drietjes — ik en mijn zussen Lidy en Manda — tikkertje deden in de woonkamer en in de keuken. Dan ging papa, als het hem te lang duurde, tegen ons zitten schreeuwen. En hij had toch al zo’n zware stem. Als hij gewoon had gepraat, hadden we heus wel naar hem luisterd. Maar papa was niet zo goed in gewoon praten. Ach ja, niemand is perfect, toch? 

=======

Het bovenstaande noem ik een kladje, mijn warming-up. Ik schreef zomaar achter elkaar op wat er in mijn hoofd opkwam. 

Als je het niet wilt lezen, beste lezer, moet je het vooral niet doen. Geen probleem. Je bent doorgaans toch maar met een piepklein groepje. Mijn stukjes hebben gemideld zo’n dertig lezers… heel af en toe zijn het er maximaal een paar honderd. 

Wanneer ik vooral gelezen word? Als ik schrijf over mijn pijn, mijn kwaaltjes en blessures, mijn angsten, mijn lafheid, mijn geilheid, mijn vergeetachtigheid en mijn lichtelijk dementeren, mijn verliefdheid én mijn bipolariteit. Ik noem maar wat. Ik heb sinds 2000 ruim 2000 stukjes geschreven. Nog nooit heeft een lezer op één van mijn verhaaltjes gereageerd. Niet hoe leuk het stukje was of ontroerend, grappig, slecht, beledigend, brutaal of dom. 

Ik zal hier eerlijk over zijn. Het interesseert me ook geen ene reet wat de lezer van mijn schrijfsels vindt. Die stukjes zijn natuurlijk om gelezen te worden. Maar ze zijn puur voor mezelf geschreven. 

Vanaf 2000 schrijf ik. Voordien heb ik nooit een bezigheid gehad met zo’n hoog ‘mindfulness’-gehalte. Ja, heel soms een spannende voetbalwedstrijd. 

Drie à vier uur per dag ben ik met zo'n verhaaltje bezig. Drie à vier uren gefocust op het schrijven, vanaf halverwege de avond tot aan de finishing touch in de kleine uurtjes. Als ik daarna mijn hoofd op het kussen te rusten leg, ben ik binnen twee minuten in Morpheus' armen. 

Lees mijn stukjes zoals ik ze schrijf: puur voor jezelf. Doe het mindful. Ik blijf schrijven. 

Wie schrijft, die blijft.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 15 september 2026

IK BEN GÉÉN SCHREEUWER!

 Alex en ik hebben vanmorgen een oriënterend gesprek. Als we een match hebben, kan hij zomaar mijn eerste personal trainer worden. Nadat ik hem mijn lijst met lichamelijke en geestelijke ongemakken heb overhandigd, zie ik hem lezen en geleidelijk wit wegtrekken. Het is inderdaad een niet onaanzienlijk lijstje om als personal trainer mee te moeten werken: nieuwe schouder, dode pees, bijna immobiele lamme arm, liesbreuk, klapvoet. 

Onze oriëntatie is zo halverwege, als schuin achter Alex de deur van de yogazaal geopend wordt door een yoga-dame: klein van stuk, geheel gekleed in yoga-zwart, de haren yoga-grijs. Ze werpt een blik op het hoekje waar Alex en ik zitten te oriënteren.

"Zou u wat zachter willen praten?" Ze kijkt mij aan, maar het is natuurlijk Alex. Hij is duidelijk gepikeerd en zit met een pruillipje zijn woede te verbijten. Dat gaat hem niet goed af. 

Ik doe er, direct na het yoga-verzoek, nog een schepje bovenop:

"Ja, Alex, als jij mijn personal trainer wordt, wil ik dat je met mij niet zo hard praat zoals je gewoonlijk doet. Immers, Alex, waarom zouden al die andere sporters in de zaal je moeten horen. ’t Is toch gewoon één op één." 

Ik heb dat nog niet gezegd of hij werpt mijn ongemakkenbriefje terug naar mij, naar mijn kant van het tafeltje.

"O jee, nou is hij helemaal klaar met mij," denk ik.

Zijn mond had hij nauwelijks open of hij siste als een giftige slang:

"Zoiets heb ik in mijn lange carrière in de sport nog nooit meegemaakt… niet zo hard praten… ha!" 

"Tsja Alex, eens moet dan toch de eerste keer zijn."

Zijn gezicht staat op storm. Abrupt staat hij op, recht zijn schouders en zegt strijdbaar met zijn bekende stevige geluid:

"Ik bèn geen schreeuwer!!"

Even onverwachts als hij ging staan, gaat hij weer zitten. Lichtelijk onnozel zit hij me aan te kijken. 

"Je kán best wel anders, Alex," zeg ik. "Woensdags heb je die lieftallige oude dame. Haar instrueer, corrigeer en complimenteer je alsof je bij haar op theevisite bent, met dat aangename, mannelijke stemgeluid dat je ook in huis hebt. Het kan echt wel anders, Alex." Maar dat wil hij niet horen. 

Wat ik niet direct verwacht, gezien de loop van de oriëntatie, is dat hij toch met mij in zee wil gaan, hetgeen ik bijzonder waardeer. We beginnen echter niet voordat ik een brace heb ter voorkoming van struikelpartijen met m’n klapvoet. 

Zowel voor Alex als voor mij zullen het (in)spannende sessies worden, zowel geestelijk als lichamelijk. Dat is op voorhand een applausje waard.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 14 september 2026

MONDJE DICHT, HÈ?

Vanochtend zit ik bij de mondhygiënist. De afspraak is om 10.00 uur. Om 10.10 uur haalt ze me op. Normaal gesproken word ik boos als ‘ze’ me tien minuten voor lul laten zitten. Nu niet. Door haar. Een half jaar geleden had ik haar ook. Nel heet ze. Toen had ze nog geen bril op. Zonder bril is ze leuker. Zoals eigenlijk iedereen. Ze was daar toen net begonnen. Ik was één van haar eerste klantjes. Een leuke meid, Nel: knap, openhartig, blond opgestoken haar, slank, circa 1.82 meter. Al vrij snel bleek dat we allebei gek waren op stand-up comedy. Zij correspondeerde destijds met Marie Koet, een aanstormend comedy-talent dat toen ook al bij Arjan Lubach was geweest. Nou, dan had je het al een heel eind geschopt. 

"Toevallig ga ik donderdag en vrijdag met familie en vrienden naar comedy-nights in het Oude Luxor." Dat moest ik even aan Nel kwijt. Ik dacht eigenlijk: "Dat zal ze wel weten." Maar niet dus. Ik zei nog: "Het is niet uitverkocht..." 

"O, ik zal es kijken," zei ze. Meer niet. Toen moest ik gaan zitten. 

Halverwege de behandeling perste ik mijn lippen stijf op elkaar, zodat ze het instrumentje waarmee ze bezig was, niet uit mijn mond kon krijgen. Ondertussen kijk ik haar met pretoogjes aan. We moeten allebei lachen als ik mijn mond open doe. Beetje ondeugend en toch leuk. Voor de rest laat ik Nel gewoon haar dingetje doen. 

"Zullen we telefoonnummers uitwisselen, Nel? Misschien vind je het leuk om zo af en toe met deze opa te bellen. Deze opa praat nu met twee kleinzonen, een kleindochter erbij lijkt me super." 

Met een heel lief stemmetje zegt Nel dat het in dit soort medische omgevingen 'not done' is om een persoonlijke relatie aan te gaan met cliënten. "Maar... zo heel af en toe ben ik een klein beetje stout. In je dossier staat je nummer. Ik ga je bellen. Leuk. Spannend!" 

Ik val haast van haar stoel van verbazing. Gelukkig is ze net klaar met me.

"Dag meneer Mastwijk." 

Heb ik haar dan nog niet verteld dat ik Jos heet? Blijkbaar niet.

"Neehee Nel, geen ‘dag meneer Mastwijk’ maar ‘dag Jos’. Ik heet Jos." 

Ze kijkt me met een warme glimlach aan en zegt me heel nadrukkelijk gedag:

"Dag Jos! En eh… mondje dicht, hè!"


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com