Pageviews van de afgelopen week

woensdag 4 november 2026

EEN ROTTERDAMSE ANTI-HELD: COR EVERSTEIJN.

 Cor Eversteijn is een bekende Rotterdammer. Hij is zowel herenkapper als bokser geweest en werd ooit Nederlands kampioen bij de amateurs. Cor is geboren en getogen in Spangen. Net als ik. We zaten op dezelfde kleuter- en lagere school. Op die lagere school stond geen onderwijzer voor de klas, maar een broeder; een katholieke geestelijke in een lange zwarte jurk.

Gedurende drie jaren – twee jaar kleuterschool en een jaar lagere school – trokken Cor en ik vrij veel met elkaar op, hoewel we nooit echt vrienden werden. Cor was niet zo'n studiehoofd. Hij was liever fysiek bezig. Beetje sporten, beetje stoeien. Ook met mij. Hij was klein van stuk en heel sterk. Waarom weet ik niet, maar meestal liet hij mij winnen. Hij bleef al in de eerste klas van de lagere school zitten, en later nog een keer. Ik verloor hem daardoor uit het oog. Jongens van de hogere klassen bemoeiden zich liever niet met van die kleine pestkopjes. Ik dus ook niet.
Wij wonen in de van Lennepstraat, de familie Eversteijn woont pal om de hoek, in de Roemer Visserstraat, drie minuten bij ons vandaan. We konden destijds allebei, ieder vanuit ons eigen huis, de semi-prof voetballers van Sparta zien trainen. In die tijd, de vijftiger jaren, draaide Sparta nog volop mee in de top van de ere-divisie.
Twee zussen die bij mij in de straat wonen, brengen me elke dag naar de kleuterschool. Mijn moeder heeft daar zelf geen tijd voor. Die zussen, vrijwilligers vanuit de kerk, gaan dan ineens ook Cor naar school brengen. Waarom? Geen flauw idee. Mijn moeder heeft er nooit iets over gezegd. Opeens zit Cor ’s morgens bij ons te ontbijten. Na het eten lopen we samen naar school. Het enige dat mijn moeder loslaat, is dat ma Eversteijn ziek is.Wat haar precies scheelt, zegt ze niet. Daar vindt ze me zeker te klein voor:

"Cor moet geholpen worden; dus doen we dat. Klaar!" zegt ze.

Achter de werkelijke reden kom ik pas vele jaren later: pa Eversteijn heeft ma Eversteijn zwaar mishandeld. Ma ligt in het ziekenhuis, pa zit in de bak.
Gewoonlijk loop ik hand in hand met de zussen. De een houdt mijn linkerhand vast, de ander mijn rechter. Dan laten ze me zo af n toe tussen hen in schommelen, van voor naar achter... van voor naar achter... lekker gevoel geeft dat!
Cor is, net als ik, erg verlegen. Hij zegt haast nooit wat. Hoe ik ook mijn best doe, ik kan me zijn jongensstem niet meer herinneren. Van 1958 tot 1979 vergeet ik zomaar dat er überhaupt een Cor Eversteijn bestaat. Zelfs zijn nationale bokstitel in 1970 – ik ben dan toch al twintig jaar – is volledig aan mij voorbijgegaan. Door zijn boksprestaties en helaas ook door zijn overmatige drugs- en drankgebruik wordt Cor pas rond 1980 voor mij aan de vergetelheid onttrokken. Hij is populair en wordt een bekende Rotterdammer. De Rotterdamse media volgen hem in zijn laatste jaren op de voet. In 1983, drieëndertig jaar oud, dronk hij zich dood.





 Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 3 november 2026

ONBESCHOFT VEEL EN LEKKERE PINDASAUS

Niet elke dag lig ik in de sportschool, het 'zwambad' of in de bios weg te rotten. Zo af en toe wil ik nog wel eens iets aanschaffen of nieuw kopen. Vandaag ga ik kijken voor een nieuw fototoestel. Natuurlijk bij Media Markt, op het Binnenwegplein. 

Aldaar maakt een ‘zeepsopkunstenaar’ met behulp van de wind en een touw, tussen twee lange stokken, kolossale zeepbellen. De een nog gigantischer dan de ander. Ik en nog een stel  winkelende mensen staan er van te genieten … tot er een mannetje van een jaar of vijf  het nodig vindt om elke, iets grotere bal uit elkaar te laten spatten, door er tegenaan te schoppen.  Ik kijk zo es in het rond … ja … ergens moet toch een vader, moeder, opa of zo zijn maar niemand maakt aanstalten om het joch te corrigeren … als hij weer eens zo’n prachtige zeepbel verknalt, kan ik het niet laten en roep (expres bozig hard):

‘Hé, jij! Stop daar godverdomme eens mee, joh!’ Op dat moment pas komt mams schielijk uit het publiek tevoorschijn op haar roze pumps: ’Kom EricJan, kom, we moeten verder.’ Ze fatsoeneert zijn jasje en zijn spijkerbroekje; het kereltje wil nòg zo’n bel gaan mollen maar dan zegt mam:
‘Neen, nou niet meer, schat’ en samen verdwijnen ze in de richting van de Oude Binnenweg.

Ik ga meestal maar naar Media Markt voor 'al mijn fotogedoe'. Bij die zaak zijn de prijzen goed, ze hebben soms heel aardige aanbiedingen en er lopen genoeg verkopers rond om je van alles wijs te maken over welk toestel dan ook. Meestal bepaal ik thuis al mijn keuze: bekijk enkele testen van de Consumentengids en bepaal hoeveel geld ik wil gaan uitgeven. Honderd euro vandaag is vandaag de limit. Vanmiddag valt mijn keuze op de Nikon Coolpix voor honderdtien euro. Een tientje boven de begroting … nou ja, dat moet kunnen, ik ben content en dat ga ik vieren. Da’s niet moeilijk hier want vlak voor Media Markt staat de SuperPatatTent van Bram Ladage. Eens per jaar trakteer ik mezelf  feestelijk op zo’n grote patat met onbeschoft veel  pindasaus … en laat het nou net vandaag die feestelijke dag wezen.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 2 november 2026

THANK YOU FOR NOTHING.

 Midden in de nacht flos ik een kroon van een kies. Om klokslag negen uur bel ik Jürgen, mijn tandarts.

"Ik ben een weekje op vakantie," meldt hij. Dat wordt dus de spoedeisende hulp op de EUR. Om tien voor half twaalf moet ik er zijn, om twaalf uur mag ik plaatsnemen op de tandartsstoel.
In de wachtkamer van de EUR word ik gebeld door mijn huisarts. Twee dagen terug was ik nog bij haar. Ik wilde toen een spoedverwijzing naar de oogarts voor een bloedend oog en dubbelzien. De huisarts belde met het oogziekenhuis, maar daar vonden 'ze' mij blijkbaar niet erg genoeg voor een spoedje. Mijn huisarts ging daar gretig mee akkoord, met als resultaat een afspraak pas vijf dagen later. Godverdomme! Ik verweet haar dat ze niet goed voor me opkwam. Ik kon dat daar niet, in haar spreekkamer. Ze besefte echt niet hoe dat dubbelzien me beperkt: lezen en schrijven vormen tachtig procent van mijn leven. Ik vertrok en wierp haar verwijtend toe: "Thank you for nothing."
Mijn huisarts moet in het weekend niet lekker geslapen hebben. Ze belt me vandaag, maandag dus, terwijl ik bij de EUR zit. Ze meldt me dat ze nu toch wél een spoedje heeft aangevraagd. Niet bij de oogarts, maar bij de neuroloog! Zij heeft het licht gezien en legt nu een verband tussen mijn neurologische problemen en het dubbelzien. Bij die neuroloog stond de afspraak eerst schandelijk ver weg, op 8 januari. De huisarts meldt dat ze gaat proberen de boel te bespoedigen. Ik hoor nog van haar.
Ondertussen zijn drie spoedhulpverleners op de EUR verwoed bezig mijn kroon te herplaatsen. Jürgen heeft pakweg drieënhalve minuut werk aan zo’n klusje. In een vloek en een zucht heeft hij die 65 euro die daarvoor staat in de knip. Deze spoeddames hebben daarentegen erg veel onhandigheid. Ik voel hun bestek op plekken in mijn mond waar nooit eerder een spiegeltje heeft gespiegeld, laat staan een haakje heeft gehaakt. Na een halfuurtje vruchteloos lijmen, stampen, duwen, zuigen en polijsten treedt een vierde dame de behandelruimte binnen. Voor haar is dit een makkie. Zij herplaatst al neuriënd de kroon, alsof het een fluitje van een cent is.
Ik ben weer thuis. Ik sta op het punt om inkopen te doen voor mijn avondeten. Nasi wordt het.
De telefoon gaat. Neurologie IJsselland.
"Morgenochtend tien uur! Komt u dan?"
"Zeker!"
Ik doe het niet zo gauw, mijn onvrede uiten naar een zorgverlener. Maar mijn "Thank you for nothing" heeft toch best wel wat geholpen.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



zondag 1 november 2026

AYAKA.

Geheel onverwachts krijg ik vanavond buurvrouw Ceny op bezoek. Ik ben net klaar met eten. Ik wilde nog even een stukje 'Theo en Thea' anno 2026 meepikken bij het herdenkingsprogramma '75 jaar jeugd-televisie in Nederland' op Ned 3. Mijn kinderen waren nog geen tien jaar toen ik samen met hen naar dit prachtige, baanbrekende duo keek. Theo en Thea waren mijn favorieten. Onbegrijpelijk is het dan dat ik, blijkbaar al na enkele fragmenten waarin dat koppel figureert, in slaap val. Ik schrik wakker van de deurbel. Van Theo en Thea is geen spoor meer te bekennen.
Er wordt één keer op m’n bel gedrukt. Geen bekende dus, want al mijn kennissen weten dat ze twee keer moeten bellen. Anders doe ik niet direct open. Bij één keer bellen loop ik eerst naar mijn keukenraam om te kijken wie er voor de deur staat. Dat doe ik nu dus ook. Daar zie ik vaag een persoon staan zwaaien met een pakje. Alsof die wat komt bezorgen. Raar, op de zondagavond? Ik zie een onbekende maar vriendelijke glimlach, wat me doet besluiten om toch maar open te doen.
Pas dan zie en hoor ik dat het Ceny is. Vanmiddag ontmoette ik haar nog. Nou ja, ontmoette... ze riep van twee hoog naar mij, beneden op de grond:
"Zo, dat is lang geleden dat ik u gezien heb!"
Ik wist haar naam toen al niet meer. Het is zeker een jaar geleden dat ik haar ontmoette in de metro. We liepen destijds samen naar ons appartementencomplex en het was voor ons beiden een verrassing dat we in hetzelfde gebouw bleken te wonen. Sindsdien had ik haar niet meer gezien.
"Waar ben je al die tijd geweest?" riep ik naar boven.
"In Aruba," verstond ik. Wat ze verder zei hoorde ik niet.
"O," zei ik gelijk, alsof ik het allemaal prima had begrepen.
"Kom binnenkort wat bij me drinken... koffie, thee... praat makkelijker."
"Goed idee," reageerde ze.
Leuk, Ceny! Ik vind haar ècht tof.
Wat ik nog niet eerder heb mogen meemaken gebeurt nu: Ceny staat nog géén twee uur na onze ‘balkonscène’ met iets lekkers te eten – Ayaka – voor de deur. 
Er zat niet eens voldoende tijd tussen om hier stiekem op te hopen.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 31 oktober 2026

EEN TE LANGE WARMING UP..

Mijn lidmaatschap van sportschool Optisport had ik opgezegd. In de maanden november en december koos ik voor het Medisch Therapeutisch Centrum, het MTC. Dat wordt immers vergoed door de verzekering en zo bespaar ik mooi een dikke honderd euro. Begin januari schrijf ik me wel weer in bij Optisport.
Ik was vooraf nogal euforisch over het intakegesprek met Simon, de medisch fysiotherapeut. Simon had in geuren en kleuren zitten vertellen wat het MTC allemaal te bieden heeft. Ik gaf hem op een briefje wat ik nodig had: evenwichtstraining, massage voor mijn nek en schouders, en wat lichte conditietraining op de hometrainer.
De eerste echte trainingssessie zet Simon me meteen aan het werk: "Om te beginnen, Jos, MAG je een kwartiertje gaan fietsen. Je warming-up."
"Ik ben al warm, Simon," zeg ik, "ik heb net een kwartiertje gefietst van huis naar hier."
"Zo begin ik de training nu eenmaal altijd," werpt Simon tegen. Hij beent direct weg naar een tiental dames, waarmee hij gedurende mijn fietstijd de 70+ gezelligheidsgym doet.
Na mijn kwartiertje fietsen 'MAG' ik, eerlijk waar, tien minuten gaan roeien. Inmiddels is er een groepje stramme veteranen gearriveerd. Ook voor de gym. Simon doet gezellig. Zo af en toe klinkt een iets te luide, bijna dwangmatige lach uit enkele kelen. Mijn eerste halfuursessie zit er alweer bijna op. Tot op heden hielden mijn fysio’s zich altijd een heel half uur één-op-één met mij bezig. Van Simon krijg ik nog net vijf minuten evenwichtstraining en klaar is Jos. Vreemd? Ja. Uitermate vreemd.
In de tweede oefensessie volgt Simon exact hetzelfde patroon. Vóór ik weer vastgepind word op een apparaat, vraag ik naar de beloofde massage. Simon spreekt met lede ogen over de lange wachtlijst voor ‘onze’ enige massagetafel. Over drie weken is er heel misschien ‘een gaatje’.
"Okee," zeg ik, "als dat lukt, boek mij dan maar gelijk in voor acht beurten daarna." Maar zo werkt dat volgens Simon niet.
Ik MAG weer gaan fietsen. Terwijl de 70-plussers zo nu en dan lichtelijk kirren om zijn stroef klinkende gezelligheid, trap ik een paar minuten.
Genoeg! Hier ga ik niet mee door. Ik stap af, doorbreek dat oude dameskringetje en blijf pal in het midden staan. Ik kijk Simon recht aan en zeg:
"Wat jij hier doet is oplichterij, man! Je zet mij weg op apparaten terwijl jij aan de slag gaat met die groepen. Over de massage en trainingen heb je lopen liegen. Schandalig, Simon. Ik ga dit aanhangig maken bij mijn verzekeringsmaatschappij. MAG dat? Neen. Dat moet zelfs, Simon!"
Het is inmiddels eind oktober. Ik meld me weer aan bij Optisport.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 30 oktober 2026

LEVENSLANG (deel 2)

 LEVENSLANG — DEEL 2

Ik had helemaal geen zin om me druk te maken om dat ventje.
"Ach mam, dat knulletje komt heus wel weer boven water," zei ik… oeps! Dàt had ik beter niet kunnen zeggen, want mijn moeder gooide een klosje garen naar mijn hoofd. Raak!
"Houd je een beetje in, snotneus!"
Het duurde toen toch nog tien dagen eer Antoine D. levenloos werd aangetroffen op nog geen vijfhonderd meter van het Jodocus-College. Misbruikt en gewurgd. Heel slinks had de moordenaar het knulletje begraven in het Park… in dicht struikgewas, vlak bij het standbeeld van de Rotterdamse dichter Tollens.
De aanwezigheid van vrijwel alle leerlingen en leraren van het Jodocus moet een grote steun zijn geweest voor Duus. Een geknakt man stond achter het kleine, witte kistje dat weldra ter aarde besteld zou worden. De vrouw aan zijn zijde, klein, stevig en kordaat ogend (zijn vrouw?), moest Duus er met alle kracht van weerhouden zich op het kistje te werpen.
Pas vier maanden later kwam een tip binnen die leidde tot de aanhouding van Lucas H., kappersbediende van kapsalon "Gedekt!?". De kapsalon staat op een steenworp afstand van de vindplaats van de kleine Antoine.
Een inmiddels al wat oudere ex-klant herinnerde zich de kapper van "Gedekt?". De klant, toen nog zeer jeugdig, was tijdens een knipbeurt onzedelijk betast door Lucas H. Zijn toenmalige klantje was door H. bij zijn kruis gevat. Dat kwam later in bedekte termen via de rechtbankverslagen naar buiten. Veertien jaar kreeg Lucas H., die vlot bekende.
Duus hebben we nooit meer gezien. Hij kreeg levenslang.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 29 oktober 2026

LEVENSLANG (deel 1)

 LEVENSLANG — DEEL 1

Toen mijnheer Duchamps die ochtend, zonder bericht, niet op school verscheen, was dat geen reden om alarm te slaan. Hij was nóóit ziek, dus het meest voor de hand liggende was dat hij "voor de brug stond te wachten". Alleen… hij bleef de hele dag weg en ook de volgende dag kwam hij niet opdagen.
Niemand op school wist eigenlijk iets van het privéleven van de heer Duchamps… Duus werd hij genoemd, een ongelooflijk lieve, zachtaardige leraar (wiskunde). Was hij getrouwd? Had hij kinderen? We konden het ons haast niet voorstellen. Hij was zo lelijk als hij aardig was… een lange, magere man, ongeveer 35 jaar oud, met een lijkbleek gezicht vol ouderdomsvlekken en een scheef mondje met abnormaal uitstulpende lippen. Op zijn schedel zaten hier en daar wat slierten haar. We zagen hem nooit op de fiets of in de auto… hij kwam altijd lopend… hij woonde vast in de buurt van de school. Met zijn karakteristieke "Piet Por-passen" dook hij nu eens in de ene, dan weer in de andere zijstraat op, in de richting van de Hemelvaartsingel, waar het Jodocus-College stond.
"Is dat niet een leraar bij jullie op school?" vroeg mijn moeder, toen ik aan de ontbijttafel in de woonkamer mijn algebra-huiswerk zat te doen.
"Wie?" vraag ik.
"Mijnheer Duchamps, die naam komt mij toch zó bekend voor."
"Mijn leraar algebra."
"O ja, die fragiele, lange man. Heel vriendelijk. Nu weet ik het weer. Je was gezakt voor je toelatingsexamen en toen ben ik daar gaan praten. Heb ze verteld dat je een hele slimme jongen bent en dat zenuwen je waarschijnlijk de das om hebben gedaan… Duchamps… hij nam zelf je herexamen af en je werd alsnog toegelaten. Aardige man," zegt ze.
"Hij is al twee dagen niet op school, is hij dood of zo?" vraag ik een beetje provocerend, net alsof ik haar niet serieus neem.
"Zeg, houd jij eens op… bijdehandje… over hèm staat niks in de krant, alleen over zijn zoontje Antoine van zeven, die nu al drie dagen vermist is. Wat moeten die ouders in een vreselijke angst leven. Wat een kwelling!"
Ik had helemaal geen zin om me druk te maken om dat ventje.
"Ach mam, dat knulletje komt heus wel weer boven water," zei ik… oeps! Dat had ik beter niet kunnen zeggen geloof ik, want mijn moeder gooide een klosje garen naar mijn hoofd. Raak!
"Houd je een beetje in, snotneus."
(Morgen volgt deel 2)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com