Pageviews van de afgelopen week

maandag 8 juni 2026

BIJ VOOR- EN TEGENSPOED.

Negentig procent van de Nederlandse mannen van 8 tot 88 loopt zich er  momenteel gek over te maken. Wat gaan onze voetbalmiljonairs doen na de verloren uitzwaaiwedstrijd?

 Er wordt in het wilde weg gepoold en gegokt. Op  mogelijke topscorers en uitslagen. De verwachtingen zijn niet hoog. Of ik nou wil of niet: herhaaldelijk hoor ik: 0-0, 1-0, 1-1, 2-1, 1-2 en …  en heel soms 8-1 of 1-9. Slechts een enkele wedstrijd levert dus een korfbaluitslag op. In vele families, gezinnen, bedrijven en instellingen voor de jeugd- en ouderenzorg wordt uitsluitend nog digitaal geconverseerd.

Ik vul zelf één pool in:

Wordt het voetbal in het WK in  2026 in de Verenigde Staten, Mexico en Canada nog een beetje verder verziekt onder leiding van de stampvoetende verwende rijkelui’s kinderen Infantino en Trump. De mannetjes  met de dollartekens in hun ogen?

Daarop is mijn antwoord: JA!!.

In 1974 heb ik met volle teugen genoten van het WK-toernooi in Duisland. Nederland had, met Cruijff, het beste team maar verloor de finale van West-Duisland. Alle spelers van dat elftal noem ik moeiteloos  nog op. Allemaal sterren! Zestien landen deden er mee aan dat toernooi. Meer dan genoeg.

Maar nú: een monsterlijk toernooi met 89 landen waaronder een paar landen die voor ‘zoete koek’ meedoen. Ik gruw er van. De rechtse clown Trump gaat een slaatje slaan uit dat toernooi waar de tickets, circa 1.000 dollar per stuk, alleen betaalbaar zijn voor bankdirecteuren en  criminelen.

In 2022 vond ik het al zó gruwelijk dat honderden arbeidsmigranten, onbetaald, onderbetaald  en onverzekerd zijn bezweken aan het opbouwen van het WK-toernooi  in Qatar. Ik heb van dat toernooi geen  bal willen zien.

Het zal al duidelijk zijn dat ik ook van  WK 2026  niks wil weten. Het interesseert me echt geen reet wie er geselecteerd zijn. Het zal mij worst wezen. Hoewel …  eerlijk gezegd hoop ik dat Nederland, de eerste wedstrijden verliest en snel weer naar huis moet,  zodat  de rust hier te lande ook zal weerkeren en de gok- en poolwaanzin weer wat zal luwen.

Ik hoop alleen dat in geval van een snelle uitschakeling die hooligans van  DEFEND HOLLAND niet van pure onsportieve nijd,  rotzooi gaat lopen trappen. D’r zitten immers nogal wat miljonairs in de Oranje-selectie met een migratie-achtergrond en daar heeft DEFEND HOLLAND het ook niet zo op, dacht ik.

Het gaat straks nog veel erger worden. In 2034 gaan ‘we’ naar  Saudië Arabië. Zou dan de voetbalwereld zeggen ‘ Neen, dit gaat te ver?’. Die regio heeft zo weinig met voetbal op, daar gaan we niet spelen’

Met Qatar 2022 zakte voor mij het hele internationale voetbal al in de stront.

Sindsdien vermaak ik me uitstekend op een ander niveau. Op het Kasteel. Bij Sparta.

Bij neerlaag of victorie.

Bij voor-en zelfs bij tegenspoed!

zondag 7 juni 2026

FRATSEN.

Fratsen is een theaterbureautje voor getalenteerde muzikanten, zangers, zangeressen. De organisatie richt zich op plekken met mensen die zoiets hebben van ‘Cultuur zal mij worst wezen’.

Desalniettemin slaagt dit Fratsen er momenteel in gemiddeld zo’n vijfentwintig tot vijftig geïnteresseerden per optreden op de been te brengen.  

 Fratsen biedt een middagprogramma van in totaal: tweeëneenhalf uur. Licht klassieke muziek, verzorgd door  twee musici.  Vervolgens kan er met een zanger(es)mee gezongen worden en Fratsen eindigt met een lekkere hap. Het mooie is dat zowel muziek, zang als eten uit één en dezelfde cultuur worden gekozen

Hier treden Fratsers op, in  wat grotere gebouwen, alwaar veelal mensen wonen, verzorgd worden of hun vertier zoeken. Maar óók de  buitenstaander is welkom.

Zo maakte ik ook kennis met Fratsen. Als buitenstaander werd ik (via een affiche en een flyer) attent gemaakt op het optreden van de Fratsers Isadora Higaria (violiste) en Dominuco Vierra Lloza (cellist), beiden afkomstig uit Chili en leerling van het Codarts de beroepsopleiding voor musici in Rotterdam.

Het publiek bestond deze zaterdagmiddag uit mij,  een andere  man, genaamd Piet (hij stelde zich aan mij voor) en nog vijftien 70-plus dames, waarvan vijf met een rollator en heel verassend .... drie met een décolleté

Het uiterlijk van de musici en hun gebaartjes, voor, tussen en na de muziekstukken maakten een enigszins debiele indruk. Zowel de cellist als violiste maakten met  hun immer hemelse glimlach een uiterst hoge Down indruk.  Mijn vooroordeel, dat zij representanten waren van de Josti Band werd echter simpel door hen ontkracht. Ze speelden  de sterren van de hemel. Onder andere deze drie stukken:

    Tang,o Op 165                  Isaac Albéniz

-        Musica Nocturna             Luigi Boccerini

-        Siete Cansiona                 Manuel e Falla.

Het tweede Fratsendeel was de zangles van Frats:  Isabella..  De zanggroep bestond uit zeven vrouwen en ik. De anderen waren afgehaakt (Piet ook). We zongen 'Vader Jacob' (cánon).

En we componeerden als groep seen tweeregelig liedje:

 ’Wat is het een mooie dag.

 Fijn dat ik hier zingen mag.

Lalalalala.

 

 En dat dan twee-stemmig.

Frats: Isabella wilde  ons, Fratsenpubliek, nog een kadootje meegeven:

 Ze zong circa 20 keer achter elkaar:

‘I love him. Jezus was his name and I love him'.

Héél, héél hartelijk dank Frats Isabella..’

 

Tot slot werd voor wat restte van het publiek een overheerlijke ‘Chili con fratsen’ geserveerd.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

zaterdag 6 juni 2026

WILD THING.

 

‘Wild Thing vind ik een weergaloos nummer. Het is van de Engelse rockgroep The Troggs.’ Een tophip halverwege de sixties. Een song met een ‘allejezushoog’  slijpgehalte.

De muziek van The Troggs associeer ik onmiddellijk met Elsje Fransen op wie ik korte tijd (in het geniep) bloedgeil was. Elsje moet nu drieënzeventig zijn als ze nog in leven is. Zoals ik al opmerkte, vond ik haar leuk … en onbereikbaar  Ik was in haar ogen niet veel soeps.  Ze deed ook geen enkele moeite om mij het gevoel te geven, dat ik ooit door haar geselecteerd zou worden. 

Wie schetst mijn verbazing (en schrik) als Elsje mij  op de eerste soosavond van het schooljaar ten dans vraagt. De band zet ‘Wild Thing’in. Het is nooit in mij opgekomen om haar ten dans te vragen. Ik vermoed dat ze me niet ten dans vroeg omdat ze me zo’n leuke jongen vond maar omdat ze daartoe was uitgedaagd door haar vriendinnen: ‘Die lelijke puistenkop met die ziekenfondsbril en die iets te korte spijkerbroek, (dat was ik dus), die durf je vast niet ten dans te vragen, Els!’.

Dat durfde Els dus wel. Vol gêne zie ik me nú nòg die houterige bewegingen maken die voor dansen moesten doorgaan. 

Ik bracht haar  na die soosavond, achter op mijn ‘schaambrommer’(het was geen Puch …  dus).thuis. Elsje zei daar dat ik mijn tong wel in haar mond mocht steken. Dat had ik nog niet eerder gedaan, bij niemand niet. Ik vond het op zich wel een lekker iets dat met die tongen maar Elsje had er snel genoeg van.

Heel eerlijk vertelde ze me toen dat ze eigenlijk verliefd was op Adri, een jongen, die ook bij ons op school zat. Ik zat in klas 3A, Adri in 2A. Hij was een jaar jonger dan ik. Ik zal heel eerlijk zijn:, die Adri was gewoon een lul … zo gluiperig als hij, grinnikend op het schoolplein, achter een stel macho-klasgenoten liep aan te kleffen. Bah!! Ondertussen roofden die macho’s Adri’s pakkie’s shag leeg. Hij durfde er toch niks van te zeggen. De lul! 

Maar hoe’n lul hij ook was, hij was knapper dan ik. Daar was toentertijd helemaal niet zo veel voor nodig.


Zoek op Spottify of YouTube

'Wild Thing' van The Troggs eens op en beluister.


 Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

vrijdag 5 juni 2026

HONDSDRAF.

Heerlijk hier op de tuin. Ik ben een rund, want ik heb mijn kale kop weer niet ingesmeerd met zonnebrandcrème. Ik zit hier te schrijven met een roodverbrande kop. Godzijdank heb ik nog wel wat aftersun in huis.

 Omdat ik de laatste weken hardnekkig de stop heb, ben ik vanmiddag in de tuin op zoek gegaan naar jonge brandnetelscheuten. Een aantal jaren geleden had ik ook zo’n last van constipatie. Een vriendin raadde me toen aan  thee te maken of een lekker soepje van de topjes van jonge brandnetelscheuten. Het klinkt bijna sexy: topjes van jonge brandnetelscheutjes. Prille brandnetelplantjes bij de vleet in mijn tuin. Voldoende voor zeker één maand thee en  een rijk gevulde groente-maaltijdsoep voor 2 weken.

Ik zit nu niet alleen met  een verbrand hoofd, ook mijn vingers hebben het nog zwaar te verduren ten gevolge van de branderige ‘touch’ met  de brandnetelscheutjes. Ik had ook handschoenen aan moeten doen bij het plukken, want die plantjes zijn walgelijk agressief. 

In de nacht die daarop volgde geschiedde het wonder. Om vier uur werd ik wakker, met  vreemde onderbuikgevoelens. Er diende zich een stevige scheet aan. Een natte nog wel. Godzijdank verdween er niet zo erg veel ontlasting in mijn pyjamabroek. Na mijn spurt richting wc,  gooide ik alle remmen los. Het was een geknetter en gespetter van jewelste, waarmee mijn darminhoud van zeker drie dagen, zich een weg naar de vrije wereld baande. Wat een opluchting!!

Het is een teringplant, die brandnetel, dat wel, maar toen heeft hij mij heel goed geholpen. Nou, daar hoop ik dus deze week weer op.

Om te beginnen neem ik straks voor het slapen gaan nog zo'n kopje schijtthee.

 


(Uit mijn rijke Rotterdamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

donderdag 4 juni 2026

RUST ZACHT MANNEN.

Deze middag was ik voor het eerst sinds een half jaar weer eens op Tuinderslust mijn  volkstuin. Trots ben ik  als ik op het mededelingenbord lees ik dat mijn tuin in het jaar 2011 de derde prijs heeft gewonnen. Toch mooi derde op een totaal van 350 tuinen.

Verder hangen er in de vitrine nog twee overlijdensadvertenties: een van Frits (60 jaar) en een van Bram (75 jaar). Verbaast me niks. Ze hebben het langer uitgehouden dan ik dacht. De een kon  nog nauwelijks op zijn poten staan. Als ik hem zag lopen, schoten de tranen me in mijn ogen. Mijn eigen heupgewricht raakte ervan ontzet.
‘Van mij mag het voor Bram snel afgelopen zijn,’ zei ik wel eens tegen mezelf.  Voor Bram zelf lag dat niet zo blijkbaar. Hoewel hij zich zeer moeizaam voortbewoog, behield hij een zekere blijmoedigheid. Er straalde, toen ik hem voor het laatst ontmoette, inderdaad plezier, vrolijkheid uit zijn ogen. Drie weken later lag ie wel mooi dood in de wachtkamer van de podotherapeut! Op zijn borst lag een Panorama open bij een interview met André van Duin.
Op Brams gezicht een lachende grimas.   
Frits, de andere overledene hoorde je al op honderd meter, zwaar hijgend, piepend, zuchtend en steunend aankomen  in zijn scootmobiel, die opgeleukt was met de zuurstoffles waarvandaan een slangetje naar zijn neus vertrok. Zijn kleinkinderen hadden nog hele families knuffelberen en – apen naast hem in zijn vervoermiddel gestopt. Longkanker of niet, Frits kon je uittekenen met een zware van de weduwe tussen zijn bruin uitgeslagen lippen geklemd.
‘Hoe is het ermee Frits?’ vroeg ik hem, de laatste keer dat ik hem zag. Hij wilde me antwoorden maar ik hoorde alleen een benauwd gehijg, er volgde een angstwekkende hoestbui en toen zwaaide met zijn hand zo van:
’Laat maar zitten, man.’ Twee weken later, Frits had net in de Primera-shop tien pakjes zware van Nelle, 20 pakjes Mascotte en twee aanstekers gekocht,  zakte hij langzaam onderuit in zijn scootmobiel. De geschrokken Primera winkelier belde 1-1-2 nog wel maar hulp mocht niet meer baten.

Bram, Freek, rust zacht mannen.


(Uit mijn rijke Rotterdamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

woensdag 3 juni 2026

KLODDERS.

Ik ben voor het eerst sinds mensenheugenis verkouden. Neusverkouden wel te verstaan. Ik ben geen zakdoekenmens. Ook geen tissuesmens. Althans niet om de snot van mijn neus in te snuiten. Tissues heb ik wel in huis maar die gebruik ergens anders voor. Dar ga ik het hier niet over hebben. 

Ik loop tot grote 'vreugde' van mijn nabije omgeving, de hele dag mijn neus op te halen. En het is echt de hele dag door en … ook niet te weinig! Meestal zijn het kleine kloddertjes, die ik ophaal, die zijn makkelijk weg te slikken. Maar soms … echt soms zijn het zulke grote klodders, dat ik ze nauwelijks in mijn mond kan houden. Vlug doorslikken lukt ook niet, want dan zou ik er in stikken. Het kan dus niet  anders: ik moet die hele mondvol wel uitspugen.

Ik heb wel eens  zo’n hele lading  op de toeclip van een mij links passerende wielrengekko gedeponeerd.  Hij barstte zowat van woede uit zijn veel te krappe gele trui. Hij zwaaide met zijn vuist en gilde zoals je wielrenners wel vaker hoort doen wanneer ze zo nodig een paar argeloze fietsers of wandelaars met een rotgang voorbij moeten sjezen. 

Vaart minderen, om mij er van langs te geven, deed die gele-trui-drager niet. Hij wilde blijkbaar in de snelheid van zijn groepje blijven. Die klodder van mij, op zijn toeclip die is er zo weer afgefietst.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik moet uitkijken, wat ik met die klodders doe. Het is niet zo'n beetje goor. Gevoelsmatig dan, hè. Want erg veel gorigheid is het bij elkaar genomen nou ook weer niet. In een handomdraai is het schoon gemaakt en in no time opgedroogd, bij lekker weer tenminste. 

Ik ben zelf trouwens ook wel eens bespuwd. Tijdens een fietstochtje langs de Rotte. Lekker rustig fietsweertje. Voor me rijdt een man uit tropische gebieden met een kleuter in het kinderzitje. Waar anders? Langzaam ben ik hem aan het inhalen. Ik hoor papa met Surinaamse tongval zingen ‘Als ik drie maal op mijn fietsbel bel. Nou dan weet je het wel. Nou dan weet je het wel’. Nou ik wist helemaal van niks, want toen hij uitgezongen was loosde hij een vrachie speeksel bovenop de linkermouw van m'n splinternieuwe jackie. 

’Gatverdamme, wat flikkie me nou, man?’

‘Oh, nee! O, sorry, sorry, sorry meneer.

‘Beter uit je doppen kijken, hè!' Daar liet ik het maar bij. 't Was lekker weer. Dan droogt die troep snel. Eenmaal thuis heb ik m'n jackie gelijk in de was gegooid. Dit is overigens alweer heel wat jaartjes geleden gebeurd.

Vandaag haal ik net mijn neus weer op. Glipt er toch een gigantische snotklodder m'n mond in ... kan hem ternauwernood binnen houden maar nadat ik er even flink op had gekauwd,  kon ik hem toch nog makkelijk doorslikken. 

dinsdag 2 juni 2026

PIKDONKER

Vannacht maakte ik een wandeling door het Kralingse Bos. Ik zit nu, 23.30 uur, op een bankje met uitzicht op de Plas. Aan de overkant van de Plas zie ik de lichten van de Kralingse Plaslaan, de woningen, het verkeer. Links de contouren van de molens.

Over mij heen vliegen halsbandparkieten. Ze gaan te keer alsof ze geslacht gaan worden. Ze overstemmen alle futen, waterkippen, eenden en ganzen.

Eet hier even een mandarijntje. Met verblindend licht sjeest een scooter op me af. De bestuurder is een vrouw: ’Goedenavond, meneer.’ Ze zet haar scooter op de standaard en gaat met haar hele arm, waar ze een vuilnisbakzak om heeft gewikkeld, staan graaien in de afvalbak, vlak naast mijn bankje.  Vier plastic flesjes scoort ze: kassa: 60 cent!  Daar gaat ze: op  naar de volgende ‘goudmijn’.

Het is nu echt pikdonker. Dichte struiken, grote bomen vlak langs het wandelpad. Goed opletten. Ik  zie hier geen reet. Gelukkig niet meer dan 100 meter.

Uitgerekend hier bots ik tegen een figuur op. Schrik me de tering.:

‘Money sir, please?’ Het is een vent. Hoe weet hij nou dat ik  een ‘sir’ ben?

‘O no! No never money I give for you’, stamel ik, ‘do you know why not?’

‘Yes, I know, sir, then I go buy coke.

‘Exactly’. Hoe raak ik die gast kwijt? Hij maakt me ‘un peu nerveux’.

‘I can give you an apple and a mandarino!’ Hij ruikt vast dat ik bang ben.

‘Okay, sir. Give it to me!

Ik duikel de vruchten op uit mijn rugzak.

‘Thanks, sir.’

‘You’re welcome’, lieg ik. Hij stinkt sterk … ui-achtig zweet. Hij laat me verder.

Donkerder wordt het vannacht niet. Ben nu bij het Hertenkamp. Ff mijn laatste mandarijntje oppeuzelen bij de picnic-tafel. Maar er is hier meer aan de hand. Hier wordt door twee heren e liefde bedreven. Geschrokken  van mij  staan ze razendsnel op, ‘fatsoeneren’ hun sportbroekjes en vluchten naar hun fietsen, die even verderop in het gras liggen.

Op zo’n bankje gaan zitten vind ik riskant. Een kwakje zit immers in een klein hoekje. Ik eet mijn mandarijntje liever staande op. Het is nog een dik kwartier van hier naar huis. Maar niet meer in het donker, gelukkig. Alles is   vanaf hier goed verlicht.

Ik heb trek. De benzinepomp aan het eind van de Prinsenlaan blijkt gesloten. Straks thuis een boterhammetje dan maar. Ben eigenlijk best moe. Van de zenuwen, zal wel.

Voor enen zal ik niet in mijn bed liggen.