Pageviews van de afgelopen week

donderdag 30 april 2026

BRAMMETJE.

Ik ga vandaag een nieuw fototoestel kopen. Natuurlijk bij Media Markt, op het Binnenwegplein, waar anders. Op dat plein maakt een ‘zeepsopkunstenaar’ met behulp van zeepsop,  wind en een touw tussen twee lange stokken, kolossale zeepbellen. De een nog gigantischer dan de ander. Ik en nog enkele shoppers genieten er van, tot er een mannetje van een jaar of vijf  het nodig vindt om elke iets grotere bal uit elkaar te laten spatten door er tegen te schoppen.  Ik kijk zo es in het rond. Ja, ergens moet er toch een vader, moeder, een opa of zo zijn maar niemand maakt aanstalten om het joch te corrigeren. Als  hij weer  zo’n prachtige zeepbel verknalt, kan ik het niet laten en roep (iets te luid misschien):

‘Hé, jij! Stop daar verdomme eens mee, joh!’

Op dat moment pas maakt mams, op haar rose pumps, zich schielijk los uit het publiek:

’Kom, EricJan, kom, we gaan verder.’ Ze fatsoeneert zijn jasje en zijn spijkerbroekje; het kereltje wil eerst nòg zo’n bel gaan mollen maar dan zegt mam: ‘Neen, nou niet meer, schat’ en samen verdwijnen ze in de richting van de Hoogstraat.

Ik ga meestal maar naar Media Markt voor al mijn fototoestellen: daar zijn de prijzen goed, ze hebben soms heel aardige aanbieding en er lopen genoeg verkopers rond om je van alles wijs te maken over welk toestel dan ook. Meestal bepaal ik thuis al mijn keuze: bekijk enkele testen van de Consumentengids en bepaal hoeveel geld ik wil gaan uitgeven. Honderd euro is vandaag de limit. Vanmiddag valt mijn keuze op de Nikon Coolpix voor honderdtien euro. Een tientje boven de begroting  Nou ja, dat moet kunnen, ik ben content en dat ga ik vieren. Da’s niet moeilijk hier want vlak voor Media Markt 


t de SuperPatatTent van Bram Ladage. Eens per jaar trakteer ik mezelf  feestelijk op ‘een Brammetje’:zo’n grote patat met onbeschoft veel pindasaus. En vandaag is die feestelijke dag.

  

(Uit mijn verre R'damse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 29 april 2026

KOMT GOED.

Mijn Ghanese  buurvrouw is echt niet dom. Ze weet dat het niet klopt wat veel Nederlandse mensen zeggen: ‘de gevangenissen zitten vol met jonge criminele asielzoekers-migranten. Die zijn in ons land allemaal kansloos: geen opleiding, geen baan, weinig geld.

De groep criminele, kansloze, oer-Nederlandse jongeren is even groot en er  zitten er van die groep net zo veel in de bak,’ zegt Aretha. ''Dat verzin ik niet, dat zegt het Centraal Buro voor de Statistiek,' voegt ze er aan toe.

 ‘Die groep  kansrijke Nederlandse jongeren  studeert, heeft een baan, en  soms ook al een gezin en kinderen, die  groep zorgt niet voor overlast.

Kansarmoede  voert  zowel  de Nederlander als de migrant naar de criminaliteit.‘

Maar  als God het wil,  komt het goed

Die Aretha  praat  goed Nederlands. Ze vertelt dat criminaliteitsverhaal duidelijk. Maar ja … ze is dan ook al bijna twintig jaar in Nederland.

 ‘Sorry, het Is wel van de tak op de hak,’ zegt Aretha direct tegen mij, ,’je moet mee gaan doen met die nieuwe soos in onze flat. Er mag daar nu absoluut niet meer  geroddeld worden. Ik mag ook niet meer over God komen praten.  De mensen die vroeger roddelden zijn er nu niet meer bij. Dus … Je kan er koffie drinken, pannenkoeken eten, bingoën en allemaal spotgoedkoop. Ik ga af en toe wel koffie drinken en als het even kan ga ik op donderdagochtend met het wandelclubje mee. Komt goed,’ aldus Aretha mijn Ghanese buurvrouw.

 Aretha  bidt ook voor mij.’ Ze ziet mijn verdriet’, zegt ze. .’Jouw verdriet weerspiegelt zich in je ogen.’

’Ja, toen ik zelf vanmorgen in de spiegel keek, dacht ik ook, Jezus, die ogen, het lijkt alsof ik een week niet geslapen heb: dikke, flauwe  ogen, grote wallen eronder,  maar misschien heeft het er mee te maken dat ik wat eerder een uur in het zwembad heb gelegen. Soms is dat van zo’n grote treurigheid. Een ondiep waterbassin vol onbekende maar warme  treurigheid.’

 ‘Komt goed’, zegt Aretha, mijn Ghanese  buurvrouw.’

 Het komt ook allemaal wel goed met jouw kleinkinderen, ’zegt zij dan.

‘Met mijn kleinkinderen is helemaal niks aan de hand, Aretha. Dat  zijn twee gezonde, intelligente jongens van  twaalf en negen. Maar waarom vertel ik je dat allemaal. Wat doe je er in godsnaam mee?’

‘Ik praat  over hen met God, bid  voor jou en voor hen. Opdat alles goed komt en goed blijft tot in de eeuwen der eeuwen,’ zingt Aretha, mijn Ghanese buurvrouw.

 


dinsdag 28 april 2026

PIM.

Er gebeuren soms dingen die me met stomheid slaan. Dat zal iedereen wel overkomen. Zo had ik en vele lezers dat zeker ook, ook met de moord op Pim Fortuyn.
Pim daagde uit, sarde, speelde zijn politieke spel op de  grens van wat oirbaar was, werd onnoemelijk populair bij het volk en gehaat bij de allochtonen. Ik zelf, overtuigd lid van de linkse kerk en tegen vrijwel al Pims’ ideeën, had toch een zwak voor hem. De flair waarmee hij zowel (politieke) tegenstanders als brutale  journalisten(‘ga toch koken, mens’ tegemoet trad vond ik dapper, strijdbaar en grappig, hilarisch zelfs soms. Vooral dat laatste ontbrak er veel te veel aan in bij politici.

Als ik een stukje, zoals dit,  zit te schrijven, krijg ik wel eens last van een lichte vorm van writers’ block . Ik ga dan ter afleiding even NOS-teletekst kijken op het web en meestal komt de inspiratie daarna wel weer.
Met knalrooie letters, normaal zijn ze wit, stond die dag op teletekst te lezen dat Pim Fortuyn was vermoord op het Hilversumse Mediapark. Mijn bek viel open. Een toonaangevend politicus in Nederland vermoord. Dat was voor zover ik me kon herinneren nog nooit gebeurd.    

Vanuit mijn werkkamer riep ik naar Carola, mijn echtgenote, wat ik zo juist op teletekst las. Zonder aarzeling reageerde ze:
‘Mooi zo! Opgeruimd staat netjes!’ Ze was er helemaal niet rouwig om dat Pim er niet meer was. Carola zag dictatoriale trekjes in Fortuyn. Met lede ogen bekeek ze zijn succes al enige tijd en ze vreesde de maatschappelijke gevolgen voor zijn kruistocht tegen Islam en moslims in ons land, als Pim aan het bewind zou komen.
Ik was het politiek wel heel erg met hem oneens maar dat wil niet zeggen dat ik stond te juichen om zijn dood. Missen zou ik hem, zeker weten! Hij maakte de politiek  levendig, leuk en spannend. In alle opzichten aantrekkelijker dan die saaihannes van een  Wilders. Tuurlijk, zal ik die ook missen: als kiespijn. Maar daarom hoeft hij nog niet dood.

Net als vele anderen heb ik erg genoten van een lijsttrekkersdebat in 2002 waarin nieuweling-lijsttrekker Pim Fortuyn met de toenmalige ervaren PvdA leider Ad Melkert op komische wijze de vloer aanveegde. De heer Melkert heeft zich na 2002 nooit meer op het Nederlandse politieke toneel mogen of durven vertonen.
Van het bericht van de moord op Pim viel mijn bek wagenwijd open en alweer gebeurde dat van het bericht, dat de moordenaar ene Volkert van der G. was, een geitenwollensokkenmiljeuactivist. Geen Mo el B. of Ali C. dus of wat voor getergde  moslimterrorist dan ook. Daar was ik wel weer blij om! Want was Pim vermoord door een allochtoon, dan waren de rapen helemaal gaar geweest!

        
(Uit mijn verre R'damse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com




maandag 27 april 2026

KONINGSDAG.

Het is Koningsdag. In de wijk waar ik woon is daar niets van te merken. Normaal is deze buurt ook al behoorlijk 'deadish'; deze korte wandeling naar de supermarkt voelt zelfs enigszins macaber aan. Het is half elf in de ochtend. Het is nog wat frisjes. Eigenlijk wat te fris om met een korte broek te lopen, zoals ik nu doe. Ik loop langs het huis van 'de dichter' Arjan Doorgeest. Het is al weer lang geleden, dat ik hem zag. Ik heb hem eens één van mijn stukjes toegestuurd en hem gevraagd: 'zeg er eens wat van , meneer de dichter? Hij reageerde dat hij dat snel zou doen. Maar het is inmiddels een jaar geleden en ik heb nog niks van hem gehoord. 'De dichter is erg ziek', schreef hij, 'het is nog maar de vraag hoelang hij het nog maakt.' Zijn naam, en die van  zijn vrouw en dochters, prijken nog wel op de voordeur van zijn huis. Ik hoop echt dat het goed met Arjan gaat.

Een paar bewoners en een welzijnswerker proberen de ontmoetingsruimte van de flat waar ik woon weer wat leven in te blazen. In eerste instantie voelde ik afkeer van dat plan: 'niks voor mij, ik heb geen zin in bekvechten met ultra-echts. 

Dan schrik ik me de pleuris. Uit het struikgewas, vlak voor mijn rechterschoen, schiet een schichtige eekhoornkleurige rat ter grootte van mijn schoenmaat (45) over het trottoir en via de rijweg in de rioolput, aan de rand van het trottoir, aan de overkant..

Ik heb nu toch maar besloten mee te gaan doen met die nieuwe opzet. 'Weglopen' is geen optie. Al meer dan tien jaar ben ik hier één van de buren. Met de meeste van hen voel ik me verbonden en wil ik me ook verbonden blijven voelen. Ik ga meelopen mt het wandelgroepje op de donderdagochtend. Voor mij is het zaak om verstandig te zijn, niet te polariseren.

Als ik bijna bij de super ben komt een stel van middelbare leeftijd me tegemoet, beiden in een oranje colbertje en een strooien hoedjes met rood-wit-blauw-lintje.

'Zo', zeg ik, 'het is duidelijk feest vandaag!!' 

'Jazeker', reageren ze lachend.

Ze keken nog even naar, mij of ze misschien iets feestelijks aan mij konden ontwaren. Maar dat ging niet lukken: ik was geheel in het zwart inclusief korte broek.

zondag 26 april 2026

PANNENKOEKEN.

Ik ben tien jaar. Als het grote vakantie is, ben ik pas jarig, dat vind ik jammer want ik mag nooit eens in de klas trakteren. Één keer mocht het wel, toen ik negen werd. Van die lekkere karameltoffees en van die rode zuurballen trakteerde ik toen. En wat er overbleef heb ik met mam en pap en mijn zusjes thuis opgepeuzeld.

Met mijn beste vriend, Thom, ging ik alle klassen nog langs.  De meesters kregen een sigaret van mij. ‘Gefeliciteerd’ zeiden die meesters, pakten een sigaret uit mijn pakje, rommelden in hun lessenaars en haalden er een stomme kaart uit. Een kaart met een molen en paar koeien of een kaart met een vrachtauto. Ik houd helemaal niet van koeien, molens en vrachtauto’s. Ik heb al die kaarten gelijk in de prullenbak bij mij in de klas gegooid, op één na: een foto van het hoofd van Abe Lenstra.  Pap zei altijd dat Abe Lenstra de allerbeste voetballer was, dus gaf ik die kaart aan Pap. Ik dacht dat hij er wel blij mee zou zijn. ‘Wat is dat?’ vroeg hij. Ik zei: ‘Nou, kijk dan pap, Abe Lenstra.’ ‘O,’ zei hij alleen hij keek verder naar een cowboyfilm op de televisie.

Mam had al eens eerder tegen me gezegd dat pap altijd al zo was. Hij kon niet zo goed blij zijn. ‘Boos kon hij wel heel goed zijn’ zei mam. Nou dat hoefde ze mij niet te vertellen, dat wist ik heus wel. Hij schreeuwde dan zo hard dat mijn oren er pijn van deden. Pap was eigenlijk alleen maar boos op mam en op mij. Toen ik eens stiekem een gesprek afluisterde tussen mam en tante Lien, toen hoorde ik mam zeggen, dat ik haar oogappel was. Oogappel betekent lievelingetje. Raar, wat heeft dat nou met ‘oog’ en ’appel’ te maken. In ieder geval was pap daarom jaloers op mij, denk ik dan.
Pap is ook een beetje knorrig, omdat mam steeds dikker wordt. ‘Ja,’ zei mam, ’ik eet de laatste tijd een beetje te veel pannenkoeken. ’Dat was helemaal niet waar. Dat zei ze de laatste keer ook. Toen kregen we mijn jongste zusje er bij.. Nee, ik weet het haast wel zeker: we krijgen er nu weer een broertje of een zusje bij. Maar ik doe net of ik van niks weet. Want ze kan toch al niet zo veel hebben de laatste tijd. Mijn zusjes trappen natuurlijk wel in dat leugentje van mam, want die zijn nog niet zo slim.
Nu mam steeds dikker wordt, wordt ze ook steeds chagrijniger. Ze is ook altijd maar moe. Toen mijn jongste zusje nog bij mam in d’r buik zat, was mam altijd vrolijk en druk in de weer. Raar hè, zo’n uitdrukking: ‘in de weer ...’ ben je dan echt in de weer?

Pap stinkt. Mam kan daar niet tegen nu. Soms houdt ze haar neus dicht als pap uit zijn werk komt.
Pap werkt bij een melkfabriek. Hij is bijrijder op een grote vrachtauto. Kwartliterflesjes schoolmelk brengt hij ’s morgens vroeg naar alle scholen. Er gaan natuurlijk wel eens flesjes kapot en de melk  komt dan op straat terecht en op pap zijn kleren. En als het warm weer is wordt de melk in zijn kleren zuur. Mam wordt daar misselijk van.  Moe, misselijk, chagrijnig, het zal ook wel met mijn nieuwe broertje of zusje te maken hebben.

Kort nadat Léon, ons nieuwe broertje geboren is, wordt mam langzaam weer  normaal.

Léon is een leuk ventje, met heel aparte ogen. Mam zegt dat Léon een mongooltje is .... mongooltjes hebben allemaal zulke ogen.

(Uit mijn verre R'damse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com




zaterdag 25 april 2026

SPETTEREND.

Houdt het nou nooit eens op? Reken ik in 'my mind' af met twee vrouwen, op wie ik gedurende enige tijd min of meer verliefd ben geweest, duiken er twee spiksplinternieuwe 'meissies' op, waar ik zo maar ineens stapelgek op ben. Ik kan het zelf haast niet geloven, laat staan bijbenen.

Op de sportschool, vrijdagochtend, kruist de blik van een sportster mij terloops. Niet veel later gebeurt dat nog eens en als ik klaar ben met oefenen op de leg-press staat zij vlak achter me: 'Oh, toevallig dat u klaar bent hier, meneer', ze lacht ietwat timide, 'ik wou hier net op gaan oefenen.'

'Ik al hem eerst even schoonmaken, mevrouw', zeg ik.

'Ja, tuurlijk, doet u maar rustig an hoor', zegt zij relaxed. 

Zij sport al zeker vier maanden op de vrijdagochtend. Ze valt me hier al die tijd al op: leuk figuur, fijne stem, lief gezichtje, maakt gezellig praatjes. Ze is nog geen vijftig, denk ik. We hadden nog nooit eerder contact. En nu, na bijna vier maanden vertelt ze me in nog geen minuten bijna alles: gescheiden, een nog thuiswonende zoon van 27, een huurhuis in Capelle, al acht jaar een vast baan, ze laat me diverse foto's zien van haar werk, ze heeft zo nu en dan last van haar nek, ze laat me zien waar precies en ze heet Paula. 

Oh, en na onze korte maar krachtige kennismaking was in 'my mind' het plan al geïmplementeerd voor een eveneens korte maar heftige masturbatie. Midden op de dag nog wel! Wat ik normaal nooit doe. Normaal  trek ik me 's avonds pas af vlak voor het slapen gaan, boven de wasbak in de badkamer meestal.

Diezelfde vrijdagavond had ik in het Isalatheater een cabaretvoorstelling met een paar kennissen.. Misha Wertheim treedt op. Een geweldige cabaretier vind ik. Hij presenteert zijn publiek op zware kost: holocaust en feminicide. Niet iedereen van ons clubje was uitgesproken enthousiast over Misha. Rudi, zijn zoon, Trudie en ik vonden het geweldig. We praatten gezellig even na. Na enig tijd vertrokken Rudi en zijn zoon. Met Trudie babbelde ik nog even verder. Misschien verlaagde ik me wel tot het niveau van een geil oud macho mannetje maar ik verzoop zowat in Trudies zaad vragende ogen. Het was tijd om snel huiswaarts te keren. Ik liep met haar op naar haar auto. We omhelsden elkaar. Zij stapte in  haar auto. Ik liep naar de metro. Zij reed weg naar haar woonplaats Zoetermeer. Ik sloot deze vrijdagavond uitermate feestelijk af met een spetterende masturbatie-fantasie. 

Asjemenou, twee keer op een dag! Dat maak ik haast nooit (meer) mee.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

donderdag 23 april 2026

ZEIKNESTE

Ik was veertien toen m’n moeder besloot dat ik d’r praatpaal zou worde. Ze moes een hoop kwijt en veel vriendinne had ze niet. De meeste bure vertrouwde ze voor geen meter en voor d’r zusse was ma zelf een soort uitlaatklep. Voor de kindere was ze een hartstikke lieve, vrolijke moeder. 

Maar als praatpaal hoorde ik d’r soms behoorlijk uit d’r rol schiete. Ik vond het een eer, hoor. Enne, niet onbelangrijk: ik wist precies wat ze van alles en iedereen dacht. Ook over mij: ik was d’r goudappeltje. Een ijverige leerling die z’n moeder altijd een handje helpte, of het nou met de afwas was of met het oppasse op m’n broertjes.

Over m’n twee oudste zusse was ze minder te spreke. Die twee pieste nog heel lang in d’r nest. Dat deeje ze natuurlijk niet expres, daar kenne ze ook niks aan doen. Maar hoe lief ma ook kon weze, ze noemde ze tegen mij gewoon ‘zeikneste’. Ze werd er doodziek van, van dat bedplasse.

Ria, de oudste, had nooit zin om naast d’r kostgeld nog wat extra’s in de pot te gooie. Die gaf d’r cente liever uit aan mooie klere en schoene. Ze zag er graag puik uit, en geef d’r is ongelijk?! Maar ma was zwaar de pest in en bleef erover doorzeike tegen mij. Lenie en ik ware d’r oogappeltjes, omdat wij wel een extra duit in het zakkie deeje. Op een avond zei ma tegen me: "Ria is hartstikke jaloers, het is een jaloers kreng!" Ik was veertien, ik wist amper wat dat woord betekende.

Wat ma niet wist – of ze hield d’r eige doof – was dat ik in die tijd als een gek lag te rukke in m’n nest. Ik zat helemaal in m’n fantasie met de mooie overbuurvrouw. Ik zorgde er wel voor dat de lakens schoon bleve: ik ving die plakboel op in een oud T-shirt en dat leide ik dan tusse m’n matras en de spiraal van m’n bed. Als ma dat had gewete, had ze me vast een ‘stiekeme viespeuk’ genoemd.

Over m'n vader had ze ook niks goeds te melde. Volgens ma wilde hij alleen maar ‘dat’. Meer hoefde voor hem niet, dat kende die man niet eens. Ze zei: "Als er een natte dweil tegen z’n gevalletje leg, dan krijg-ie al zo’n grote!" Ze zei zelfs dat ze d’r eige misselijk voelde als dat ding d’r aanraakte. 

Dat ze samen toch zoveel kindere hebbe gefabriceerd, snapte ze d’r eige nog steeds niet.Ik zat erbij en ik luisterde maar een beetje. Soms begreep ik d’r, maar vaak ook niet. Het was toch de wereld van een volwassene, he? Maar ik bleef luistere, want ik vond het wel wat dat ze mij had uitgekoze om stoom af te blaze.


(Uit mijn verre R'damse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com