Pageviews van de afgelopen week

woensdag 19 augustus 2026

KOMMIE UIT ROTTERDAM DAN?

Hij heeft een heerlijk hotel in Den Bosch. Grote kamer. Luxe douche en een aparte plee. Het ontbijt ook al prima de luxe. Alleen …alles bij mekaar : peperduur. Daar komt ook nog es bij: hij is alleengaand en dan betaal je helemaal de hoofdprijs:150 Euro per nacht.

Meestal zit hij in z'n uppie te ontbijten maar vandaag komt ook een pappa met een zoontje van pakweg 7 á 8 jaar eten. 

Hij is halverwege zijn ontbijtje en wil nog wat sinaasappelsap en yoghurtjes scoren.

Papa staat uitgebreid aan zijn kleine manneke uitleg te geven over wat voor lekkers het ontbijtje hun te bieden heeft. Het knaapje, Jean-Luc, is met stomheid geslagen. Zo af en toe kijkt hij afwisselend naar zijn vader en naar die andere hotelgast,  alsof hij bevestiging zoekt voor wat zijn pa allemaal beweert.

'Dat yoghurtje met aardbeien is me toch lekker', zegt hij tegen vader en zoon. 'Die moet je echt proberen. Heb ik gisteren gedaan en vandaag neem ik het weer.'

 Als blikken kunnen doden, was hij er niet meer geweest. Vader is duidelijk niet gediend van zijn ongevraagde advies. Papa trekt Jean-Luc meteen naar de ontbijtruimte.

'We wachten wel even totdat meneer klaar is.'

 Die vader is ook duidelijk niet te spreken over het zwarte linnen tasje dat hij over zijn stoel heeft hangen. Het was een zwart linnen tasje met dikke zwarte letters. Met er op de tekst:' 'SJOUWT ME DE TERING'.

 'Wat staat daar papa?' vraagt het ventje.

 'Waar bedoel je, Jean-Luc?' Paps kijkt met frisse tegenzin op uit zijn kwaliteitskrant.

 'Daar waar die meneer zit te eten' en het ventje wijst met zijn vingertje naar de achterkant van mijn ontbijttafelstoel.

 'O, Jean-Luc, dat betekent dat er hele zware spullen zitten in dat tasje, Zo zwaar dat die meneer het bijna niet meer kan dragen.'

 'Maar pappie waarom staat er dan niet gewoon :'DIT IS VEEL TE ZWAAR VOOR MIJ' op dat tasje?'

 ''SJOUWT ME DE TERING' is plat-Rotterdams, jongen. De man die daar zit te eten komt vast en zeker uit Rotterdam. Hij wil dat, door met dat tasje te lopen, aan de hele wereld laten weten'.

 Hij hoort het zijn pappa zeggen. Jean-Luc kan hem niet anders dan gelijk geven.

 Deze kleine Jean-Luc en zijn pa zijn de eersten die hij tijdens zijn vakantieperiode van 6 weken over dit tasje hoort praten. Hij was met dat tasje met die tekst 5 weken in Zuid-Frankrijk en één week in Den Bosch. Niemand vroeg hem tot zijn grote teleurstelling: 'KOMMIE UIT ROTTERDAM DAN?'


dinsdag 18 augustus 2026

JONGE MEISJES.

Ook toen was iedereen  blij met de regen. Het was maar liefst vier weken droog geweest. Ik ben op weg naar mijn huisarts  als er weer een plensbui losbarst. Even ga ik in een abri staan, tussen een paar mensen die al doorweekt zijn. Er komt een figuur op het bushokje af maar hij loopt door. Dat figuur is een familielid, hij ziet mij niet. Blij toe!

Het is Heeroom Jacobus. In de familie staat Jacobus bekend als Ome Koos, de schuinsmarcheerder, de man met de vette lach, de gore bakken, de VVD’er en ook als de zielepiet, die niet van vrouwen kan afblijven. 

Koos is ook een heel getalenteerd tekenaar met pen en Oost Indische inkt. Hij draagt de naam Jacobus met ere: letterlijk uit het Hebreeuws vertaald betekent het: de pennenlikker. Twintig jaar is hij missionaris in Nederlands Indië. Daar is hij door het kerkelijk gezag halverwege de vorige eeuw oneervol ontslagen.

Zelfs in die brave jaren vijftig van de vorige eeuw handelt ome Koos al in pikante prenten van jonge schone parochianen (veel te jonge meisjes).  De Indische mannen komen graag bij Ome Koos biechten. Die biechtstoel is de plaats waar de prenten van eigenaar wisselen.

Ome Koos loopt de abri voorbij, zijn hoofd diep tussen zijn schouders om te voorkomen dat hij midden op straat verdrinkt. Het is nu echt melkboeren-hondenweer!

Ik ben  blij dat hij me niet ziet. Altijd weer precies hetzelfde: hij ziet me, krijgt een rood hoofd, loopt naar me toe en begint me uit te foeteren.

Zijn wrevel naar mij dateert vanaf de dag dat ik hem confronteerde met zijn oneervol ontslag als missionaris in Nederlands Indië. Het was in de glorietijd van vadertje Drees.

‘Is het waar, o, is het echt waar o, ome Koos dat u daar bent ontslagen vanwege het tekenen en verkopen van pornografische prenten van jonge meisjes?’

Pornografische tekeningen van jonge meisjes, o, mijn neef?’

Ja, o, oom, het verhaal gaat dat u jonge meisjes bespiedde en tekende als ze zich ontspannen, dartelend baadden’.

Oom Koos kijkt me aan. Krijgt die rooie kneiter weer van woede, scheldt mij uit en probeert mij zelfs te slaan.

Toch zielig zo'n man. Door iedereen verstoten, behalve door God, die geniet met volle teugen van de prenten van Koos en is daarover beslist niet boos.

maandag 17 augustus 2026

MOOIE ROOIE CANAPÉ.

Die rat is toch ook morsdood? Dat kan haast niet anders! Ik dacht dat ik alles nu wel gehad had. Toen ik wakker werd lag ik op mijn mooirooie kringloopcanapé in mijn tweekamerappartement. Daarop had ik, weet ik veel hoelang, liggen pitten.

Maar ... niet uitsluitend in mijn sláápkamer, want ik werd daarnet wel klaarwakker op mijn lievelingscanapé in de woonkamer. Misschien heb ik ook nog wel liggen meuren in de keuken, het halletje of de badkamer. Daar kan ik niks over meedelen want daar staat alles nog op zijn plaats. Mijn dekbed heb ik naar de canapé gesleept.

Boven en onder mijn appartement zijn precies dezelfde woningen, die zijn niet van mij, maar van mijn buren. Die zijn vannacht gevlucht voor de explosie in mijn droom.

 De buurvrouw (een andere buurvrouw: Eveline) liep net zo lang te rollebollen met een butagasfles tot die ontplofte en zij er bij. Ik droomde dat de benedenbuurman met een atoombommetje  in mijn woonkamer aan het squashen was, die bom ketste en klotste tegen alle muren aan, deng, dang, dong.

In mijn droom werden  al mijn oorlellen afgerukt door de kracht van de atoombom, die net was geland in mijn nek. Ik kon springen wat ik wou maar de bom bleef daar, net achter de Euromast hangen. Op mijn buik lag nog steeds dat aviertje met een stukkie er op 'getiteld' 'eenzaam maar niet alleen.

Die rat blijkt toch nog te leven. Hij springt op m’n schouder en schrokt  mijn oorlellen in no time naar binnen. Ik ben gelijk in paniek: ga voor ik ze kwijt ben, gelijk lopen zoeken naar mijn sleutelbos, mijn bankpas  en OV-chipcard. Gelijk controleer ik ook of mijn gulp wel dicht zit. ...waar maak ik me in Jezusnaam druk om?

Ik ga mijn hoofd onder de keukenkraan houden en zwier mijn natte haren droog door mijn hoofd hard heen en weer te schudden. Ook hard stoot ik mijn hoofd pijnlijk tegen de kraan, tot bloedens toe.

Ik bet die hoofdwond met keukenpapier en pak een flesje Spa Rood om de wond schoon te spoelen. Pleistertje d’r op. Klaar is Kees. Met  een slokje Spa smeer ik mijn droge strot. Jezus, wat had  ik een dorst, alsof ik een dooie rat had gegeten.

Nog ff lekker op mijn lievelingssofa, het flesje Spa leeg drinken, stukjes belegen 30-plus kaas, beetje mosterd erbij. (Mmmmm). Heb ik eindelijk de tijd om dat aviertje te lezen ‘eenzaam maar niet alleen’.


zondag 16 augustus 2026

DIALOOG MOBILE (3)

 Met mij.

.............

Kut, natuurlijk

................

Nee, helemaal niks

.........

Die kleine doet steeds de deur voor me open

............

Ja, hij is net een soort hulphond

...........

Een jochie van acht?

..........

Peter

................

Nee, dat niet

..........

Hij staat nou bij Bram

............

Bij  Bram, ja

.................

Ja, ik was zelf ook al zo bijdehand.

...........

Dan moet ie me voeren, hè. Om beurten: eerst ik een patatje dan Peter zelf een patatje

.............

Die milkshake aardbei moet ie vast houden terwijl ik de beker leegzuig, dat moet toch kunnen.

.........

Zes weken, dan mag het gips d'r af.

........

Zo lang ik nog geen hulp heb?

...............

Peter, ik zou niet weten wie anders.

..........

We kenden elkaar nog maar net .... gingen we vaak samen.

..........

Ja en ook uitkleden natuurlijk, daar heeft meneer geen moeie mee.

..............

Tsja, je weet hoe mannen zijn ...!

...................

Ja, ik ben geïndiceerd voor hulp bij koken, schoonmaken en douchen.

..............

Nee, die zijn er inderdaad niet! Ze hebben alleen maar mannen met een migratie achtergrond in de aanbieding.

..................

O nee? Jij zit het niet in het gips!

..............

Die ziet het helemaal niet zitten. Tsja, je weet toch hoe mannen zijn, hè.

...............

Al gaat ie op z'n kop staan ... Beter professionele hulp dan Peter (lees: niks). Kan die fijn naar zijn drukke werk.

.................

Nee, nu kan meneer ineens wel een paar dagen vrij krijgen.

............

ik kijk nergens meer van op ... ga je hangen ... doei. 

......



zaterdag 15 augustus 2026

MOBIEL GESPREKJE (2)

Hallo. Met mijn! Waar bent je dan?
..................
Wat hebbie?
...............
Hoe kommie daar nou weer an?
...............
Thuis?
........ 
Waro dan?
..........
Ja, ik hebt al zo vaak gezegd dat je dat kleedje daar weg moet doen..
......
Ja, als het kalf verdronken is,dempt men de put
............
Neen, sorry zo bedoelt ik het niet ik ....
.........
Hebbie geen paracetamol gekregen dan?
............
Hoe lang benne ze nog met  je bezig, denkie?
.............
In het gips? Ister wat gebroken?
......
Daar bejje ook mooi mee en alle twee tegelijk nog wel. 
....................
ja, dat snap ik ook nog wel, dat je ff niks meer kan.
...........
en het huishouden, de kinderen, het eten ... gaat Peter zijn handen nog uit zijn mouwen steken?
.............
O neen?  ....  Ken die niet gemist worden op zijn werk?
.............
Laat me niet lachen? 
.............
Ik? Schoonmaken en koken bij jou? 
................
Het spijt me, zegt maar tegen Peter dattie een paar snipperdagen opneemt om te zorgen voor zijn vrouw en kinderen.
...............
Neen! Hij moet nu eens een keertje wèl zijn verantwoordelijkheid nemen.
........
Jij bent altijd veelste gemakkelijk voor die man.
.......
 Neen, tegen Henk van mij hoef je dat soort dingen nooit te zeggen ... doet ie altijd uit zichzelf al.
...............
Okee, als dat gips er op zit bellen we nog. Doet Peter de groeten als je hem straks belt.
 ................
Neen, dat kennie, Henk is drie dagen vissen in Noorwegen. Sterkte d'r mee.

vrijdag 14 augustus 2026

KLEI.

 

'Klei' was de laatste voorstelling die ik zag, donderdagavond in Den Bosch. Hier spelen de acteurs, in een landschap van tien ton klei en vijfhonderd liter water.

 'Klei’ laat je voelen hoe het is om deel te zijn van iets groters dan jezelf. Hoe kwetsbaar en krachtig een lichaam kan zijn als het zich overgeeft aan de aarde.

 In een rond modderbassin met een diameter van 20 meter hebben, bij aanvang van de voorstelling, de drie acteurs al een metamorfose ondergaan tot modderspringers. Er ontwikkelt zich een strijd in de klei op leven en dood van nu eens één tegen één dan weer één tegen twee. Hun bewegingen zijn onmenselijk-springerig, zelfs als zij de liefde lijken te bedrijven.

 De voorstelling is met circa 400 toeschouwers, dik uitverkocht. Bij binnenkomst worden de toeschouwers regenjassen aangedaan. Dit is ter bescherming van de kleding tegen het moddergooien van de wezens in het bassin. Het is een uniek idee en schouwspel. Dit soort verrassingen is wat Boulevard Den Bosch zo leuk maakt.

 Klei  was ongeveer tien uur  afgelopen. Ik wilde naar de Parade terug, het episch centrum van het festival. Omdat ik niet precies wist hoe te lopen, vroeg ik een vrouw die ook bij 'Klei' was de weg. Ze legde me de route keurig uit en ... verrassing: halverwege haalde die vrouw me op de fiets in en riep lachend naar me: 'Spring maar achterop, ik geef je een lift naar de Parade.'. Dat scheelde mooi een half uur lopen en ik kon een half uurtje langer swingen op de klanken van  een toffe Utrechtse Nederbeatband.

Aardige, leuke dame trouwens, Marisca, die me een lift gaf ... vraag ik haar, toen we eenmaal bij de Parade waren, of ik haar wat te drinken kon aanbieden .. nou dat kon dus ... we hebben ook nog even lekker staan swingen. Alleen, helemaal vergeten telefoonnummers uit te wisselen. 

 Stom, maar daar is het nu het te laat voor.

 Wij zijn weer thuis.

donderdag 13 augustus 2026

ZANGONTBIJT.

Op het programma van het festival staat deze ochtend een 'zangontbijt'. Het is afgezaagd, ik geef het toe, maar het is eigenlijk te warm om te eten. Zingen gaat dan nog net, als het blijft bij simpele 'lalalalala'-community-singing, afgewisseld door zingend doorgeven van borden, bestek (50 stuks), brood, zoet en hartig broodbeleg en fruit. 

Marjolein, een van de dames die tegenover me aan de eet- tafel zit, ziet mij lijden in de zon, die mijn nek en linker arm tergt. Marjolein biedt me een plekje in de schaduw naast haar aan. De vorige eetster was niet goed geworden.

 Aanvankelijk dachten de Bosschenaren om me heen dat ik de enige Rotterdammer was maar aan onze overkant zat nog een stel bij mij vandaan: Elsje, een mongooltje van een jaar of 16, moeilijk schatten vind ik dat met mongooltjes. Ze was met haar moeder en haar opa en oma. Die kwamen allemaal van Zuid dus dat is, zoals algemeen bekend, eigenlijk geen Rotterdam. Ik was blij dat dat eten afgelopen was. Niet alleen vanwege de hitte. Honger had ik ook niet want ik had om acht uur 's ochtends al in mijn hotel zitten ontbijten. 

Na het zangontbijt, als ik op weg ben naar mijn hotel, ontmoet ik Rachid een Marokkaanse jongeman. Hij is al 31 jaar, heeft vrouw, kind en huis in Gouda. En … hij werkt in Den Bosch als schoonmaker. We ontmoeten elkaar als we allebei opeens stil staan voor een tegel in een Bossche winkelstraat. Een dichterlijke strofe:

 'Ook de hond van Munir zal stoppen als zijn baasje zegt:

 'توقف يا كلب حلو'    (Stop lieve hond)'.

 

Dat vonden we alletwee op hetzelfde moment ineens leuk om te lezen. 

Ik ben dit, wat u nu leest aan het schrijven als op mijn deur wordt geklopt. Hard geklopt, zacht geklopt. Ik vermoed dat het de Marokkaanse schoonmaker is.  Maar wat maakt het uit. 

Het is toch fantastisch dat zij dit, en nog veel ander vuil en vervelend werk, voor ons willen opknappen. Ik ga hem zeggen dat ik nog graag nog een uurtje wil doorschrijven (het is nu twee uur). Ik doe de deur open en daar zie ik Rachid, van zojuist, voor de deur staan. Hij werkt dus in mijn hotel. Ik begroet hem vrolijk. Hij kijkt heel vriendelijk naar mij en zegt dat hij wel eerst een andere kamer gaat schoonmaken.

Ik wil ook vriendelijk zijn en bied Rachid aan dat hij mijn kamer wel mag schoonmaken als ik hier gewoon doorwerk. Maar dat lacht hij snel weg: 'Neen hoor, doet u maar rustig aan meneer. Over een uurtje zijn wij terug?’

Maar hij is mooi niet meer gekomen vandaag, die kut-marokkaan.