zaterdag 21 februari 2026

TALENTEN.

We zijn allebei niet zo bang uitgevallen, mijn zus en ik. Met het idee: 'kom op, laten we eens gek doen!' gaan wij, zestigers, naar Capsloc, de poptempel van Capelle aan den IJssel. Daar presenteren zich jonge mensen, die met hart en ziel met hun muziek en teksten bezig zijn. Allemaal uit onze regio. 

We vrezen de opa en oma te zijn in de zaal. Volkomen misplaatst. We hadden natuurlijk kunnen weten dat er trotse vaders, moeders, opa's en oma's van de aanstormende talenten, vol spanning in Capsloc zitten uit te kijken naar het optreden van hun 'wereldster'. 

Wij staan daar gewoon nieuwsgierig te zijn, naar wat de jeugd van tegenwoordig ons kan laten zien en horen.

Er zijn zo'n vijftig á honderd bezoekers, die zich geen moment zullen vervelen. De kwaliteit van het aanbod verschilt nogal maar dat was voor mij geenszins aanleiding om weg te lopen. Mijn zus is wat kritischer dan ik maar weglopen daar heeft ze geen moment aan gedacht. 

In tegenstelling tot haar ben ik niet zo'n fan van het deejay-werk. Misschien wel héél erg kort door de bocht: ze staan naar mijn idee maar een beetje creatieve composities van anderen te verscratchen.

Ik geef echter onmiddellijk toe dat de jongeman, die het spits af beet in Capelle, die deejay NKD8, een puber nog, zo te zien, creëerde een prachtige sound in het hem toegemeten kwartiertje. Niemand kan er stil bij blijven staan. Mijn zus en ik ook niet.

Het hele gebeuren is gratis. Gesponsord door het VSB-fonds. Zo tussen de acts door komen Capsloc-medewerkers hapjes uitdelen; het ene hapje is lekkerder dan het andere. Maar een gegeven paard ... 

Cassandra Sterling, een ultra-fragiel meisje bijna nog, een singer-song-writer, gekleed in een veel te groot, haar nog breekbaarder makend rouwjurkje, neemt plaats op het podium. Ze is in rouw. Heeft onlangs haar vriendin verloren. Haar verhaal is diepe treurnis, gepaard gaande met minuscule, trillende armbewegingen. Het iele stemgeluid van haar bereikt nauwelijks haar publiek. 

Haar moeder die vlak voor me staat tijdens Cassandra's act, laat een traantje tijdens haar optreden.

Na anderhalf liedje van Cassandra gaat mijn zus een peuk roken. Dan weet ik wel genoeg! 

Later, op weg naar huis, we staan in de metro, sabelt ze Cassandraatje ongenadig neer: ongeloofwaardig, huichelachtig, krokodillentranen. 

Er staat ook een viertal rappers/rapgoepen op het programma. Verrassend goed allemaal. Ik pik Seph er uit. Hij vraagt het publiek hem vijf woorden te geven waar hij een rap mee kan maken. Dat lukt hem goed. Hij moest wat doen met de woorden Trump, Obama, worst, konijn en pindakaas. Met zijn Rotterdamse tongval maakt hij er een geweldige rap van. Helaas kan ik hem niet navertellen. Seph maakt de zaal enthousiast: ze breken de tent af.

Een echt iets langere pauze is er niet. Ik moet dus haast-je-rep-je een biertje scoren. Ook hier een asociale prijs voor een fluitje: 3.50 euro. Ik neem tegenwoordig altijd één of meer flesjes Spa Rood mee.

De laatste die ik hier noem is Sterre Liz. Een keurig gekleed en gekapt jongdametje, met een gedicht, op door haarzelf gespeelde en gecomponeerde muziek. Ze zingt ook mooi. Teksten komen ook duidelijk over. Alles keurig netjes, eigenlijk. Maar toch is het te weinig. Te steriel.

Tegen tienen was het voorbij. 'Genoten' is een groot woord maar het was goed binnen te houden. Een leuke avond in Capsloc. Goed om te zien en te horen hoe onze beginnende muzikanten bezig zijn. Sommigen zijn al verrassend ver, vinden mijn zus en ik.  



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


vrijdag 20 februari 2026

BEZINT EER GIJ BEGINT.

'Bezint eer gij begint'. Dat heb ik mijn moeder vaak horen zeggen. Zo vaak, dat ik dat gezegde in de loop der jaren geïnternaliseerd heb. Zo sterk, dat de bezinning veelal leidde tot niet beginnen, niet doen, niks doen. 
 
Vanavond sta ik met een vriendin op een metroperron te wachten. Van daaruit zie ik in de overvolle metro een oud-collega, een vrouw,  vrolijk zitten praten met een man naast haar. Het lijkt Astrid wel. 

Zal ik de metro in stormen, op Astrid afvliegen: uitroepend: 'Hee, Astrid Bakker, dat is een tijd geleden? Hoe is het er mee? Wat zie je  goed uit!!!'

Wanneer ik gereageerd zou hebben, volgend mijn moeders adagium was ik me onmiddellijk gaan bezinnen. 

Wat heeft het voor zin om haar te begroeten? Het is al bijna 15 jaar geleden dat we samenwerkten.  Ze weet waarschijnlijk niet eens meer wie ik ben. Was onze samenwerking echt zo geweldig destijds? We zitten bovendien nog maar vijf minuten in de metro. Wat kunnen we nou in die vijf minuten? En die jeugdig ogend man die naast haar zit, wil vast helemaal niks met me. Wat moet Astrid nou met mij: een 76 jarige pensionado. En je eigen vriendin, laat je haar die vijf minuten dan aan haar lot over in die metro? Niet zo lief van je! Het is nu bovendien stervensdruk.  Je zal je door de drukte heen moeten wurmen.

Na deze bezinning zou ik dus beslist niet linksaf, als een dolle hond op Astrid afgelopen zijn maar dan zou ik rechtsaf de metrocoupé zijn ingeslopen, in de hoop dat mijn oud collega mij niet zou herkennen na al die jaren.

Maar wat ik doe is wat ik hier boven al opgeschreven heb, ik vlieg haar om de hals, we zijn verrukt elkaar weer te zien. Zij kan niet geloven dat ik al bijna 76 ben. Ik niet dat zij al 62 is. We zien er  allebei geweldig uit en met onze kinderen en kleinkinderen gaat het ook goed, hoewel ... ik meen me te herinneren dat haar enige zoon homoseksueel is. Maar wat maakt dat uit. 
Ik vraag nog wat Astrid gedaan had vanavond. Ze waren uit eten geweest.
Mijn vriendin en ik  waren bij een talentenjacht voor jonge popmusici.

Achteraf liep ik erover piekeren, dat ik mijn vriendin 5 minuten aan haar lot had over gelaten in de metro. 

Steeds meer is mijn motto geworden: 'Begin. Doe. Handel spontaan, impulsief en laat dat bezinnen, grotendeels, maar achterwege.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



donderdag 19 februari 2026

VRIENDEN.

Jarenlang heb ik geen vrienden gehad. Mijn laatste en beste vriend Peter van Tol, stierf toen hij 24 was. Ik was toen 23. We kenden elkaar tien jaar, van de middelbare school. Zeven jaren daarvan waren we de beste vrienden. De laatste drie jaar van onze vriendschap kregen we allebei verkering en ... dat was eigenlijk veel belangrijker: Peter bleef met zijn vriendin in Utrecht wonen. Ik verhuisde naar Rotterdam en trouwde daar snel met mijn vriendin Winny. De vriendschap met Peter verwaterde. 

Tot mijn grote ontsteltenis hoorde ik pas na twee jaar dat Peter dood was. Tot op de dag van vandaag weet ik nog niet waaraan.

Sinds de dood van  Peter is Winny niet alleen mijn vrouw geweest maar ook mijn enige vriend. Zelf heb ik in de periode dat ik met Winny was (45 jaar) en in de jaren ná onze echtscheiding niet echt vrienden gehad. In totaal bijna vijftig jaar heb ik geen vriend gehad. Pas op! Dat maakt mij nog geen zielenpiet, oh nee! 

Tijdens ons huwelijk had ik zelf geen vrienden. De vrienden en vriendinnen van Winny waren ook mijn vrienden en vriendinnen. Pas gedurende de vijf jaar na onze scheiding begon ik zelf wat contacten te leggen. 

De meeste van mijn huidige vriendschappen zijn voortgekomen uit mijn werk als taalcoach. Met tientallen mensen heb ik 'geconverseerd'. Vier van hen zijn vrienden van me geworden: Luis de Portugees, Juan de Costaricaan, Ayoub de Irakees en Georgis de Syriër. 

Taalcoach ben ik al weer enig tijd niet meer. Wel heb ik nog regelmatig contact met die vier taalcursisten, mijn vrienden inmiddels. We gaan naar bios, theater, kroeg of we drinken koffie bij mij thuis. Ik heb bijvoorbeeld, op vakantie in Luis geboortestad Porto, met zijn familie langs de Douro .... zitten eten en Port zitten lurken.. 

Vorige week deed Georgis een bakkie bij mij. Hij had een idee. Het zou toch leuk zijn, dacht hij, om regelmatig met het hele clubje van vijf (inclusief die kaaskop Jos) voor de gezelligheid bij elkaar te komen.

Ik betwijfelde of de mannen het zouden zien zitten maar dat gevoel sloeg nergens op. Ze waren stuk voor stuk door het dolle heen. Volgende maand start ik met mijn vriendenclubje.



Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

woensdag 18 februari 2026

DORST.

Meestal drie keer per nacht word ik wakker ... om te plassen lijkt het. Zo voelt het tenminste. Maar d'r is nog wat anders, want al die keren dat ik waker word, sterf ik óók van de dorst. Niet te weinig. Ik heb een heel stijve tong (jaaa, tong), en in mijn mondholte is nauwelijks beweging te krijgen. 

'Je hebt net als ik diabetes-2,' zei Henk, een vriendelijke buurman, toen ik het er met hem over had. Dat zou best es kunnen maar ik wil nu wel es weten: wat haalt me uit mijn slaap. De nattigheid of de droogte.

Het zal de dorst zijn, want uit ervaringen van de laatste jaren weet ik dat mijn blaas te zwak is om me wekken en zeker 's nachts. De blaas loopt gewoon lekker leeg terwijl ik lekker in dromenland rondwaar en bezorgt me zo een flinke natte droom. Nee, die uitgedroogde mondholte wekt me om te voorkomen, dat ik mijn plas laat lopen. 

Ik drink graag, Ik drink veel. Zeker wel twee liter per dag. Niet zo snugger want wat ik al zo vaak heb horen zeggen: 'wat er in gaat moet er ook weer  uit'. Ik zal veel tactischer moeten gaan drinken.

Als ik voordat ik naar de bios gaat uitgebreid ga zitten drinken, moet ik gegarandeerd een kwartier voor het einde van de film naar de toilet. Ik heb daardoor al een paar keer de ontknoping gemist. Tegenwoordig drink tot 2 uur voor het begin van de film wat thee, koffie, Spa Rood. Zo valk voor de film start maak spoel ik mijn mond nog even met een klein slokje water ui de wasbak op het toilet..

Ik drink zeker twee liter per dag. Vooral Spa Rood. Ook wel wat thee, koffie, wijn, bier maar niet zo veel. Overdag drink ik niet omdat ik dorst heb. Geen droge mond. Ik drink omdat ik het lekker vind om te drinken. Het kan ook zijn mijn lichaam me inseint dat ik wat moet drinken. Daarvan ben ik me alleen niet bewust. 

Met 'dorst' kan ik het nog knap lastig krijgen. Ik las een interview met een man, die zich verdiept in 'sterven door stoppen met eten en drinken'. Dat lijkt me interessant voor over een jaar of twintig. Die geïnterviewde wist te vertellen dat het vooral ingewikkeld wordt om letterlijk te sterven van te dorst. Als je ècht wil stoppen met leven, aldus de geïnterviewde man, dan ben je sterk genoeg om door te hongeren en dorsten. Ik denk dat ik daar ook geen probleem mee zou hebben t.z.t.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

dinsdag 17 februari 2026

NAAR HELMOND?

Hoe ik bijna in Helmond belandde?

Ik ben wel  'in' voor cabaret. Zowel voor het traditionele, gewone, pure cabaret, voor one-man-shows  (Toon Hermans, Theo Maassen, Brigit Kaandorp, Hans Teeuwen, Ruud Smulders) maar ook voor optredens van duo's als Snip en Snap, Plien en Bianca, Waardenburg en de Jong en voor grotere clubs als Donquishocking, Lurelei en het cabaret Ivo de Wijs. Die vermaakten het publiek met een conference, een dialoog, een lied of samenzang.

Ze brengen avondvullende shows (max. twee uur) met persoonlijk en maatschappelijk verhalen. Ze bekritiseren en bespotten  gedragingen, verschijnselen, instituties. De ene cabaretier is wat linkser (geëngageerder) dan de andere maar een echt aanwijsbaar rechtse cabaretier weet ik echt niet of het moet Hans Teeuwen zijn. De laatste tijd tenminste.

Ook cabaretiers van een ander kaliber: de stand-up comedians zie ik graag. Misschien nog wel liever dan de hiervoor genoemde, toch meer beschaafde cabaretmannen en -vrouwen. 

Bekende stand-up comedians zijn Daniël Arends, Alina Sharipova, Yunu Aktas, Lisa Oosterman, Sezgun Gulec.

Het grappige aan stand-up comedy vind ik de schaamteloze interactie tussen de zaal en de artiest. Met name vanuit de artiest, die er van uit gaat dat zijn zaal vol zit met publiek, dat graag gekwetst, beschimpt en belachelijk gemaakt wordt. 

Graag ga ik bij een comedyshow op rij een zitten. Daar wordt je hard aangepakt door de artiest. Dat windt me op. Ik ben blijkbaar een masochist. 

Hoe kom ik nu in Helmond? 

Ik heb een paar weken geleden een ticket gekocht voor een optreden van de nieuwe ster aan het Cabaret-firmament: Ruud Smulders. Ik las een lovende recensie in de krant over een show van Ruud. Meteen ging ik op zoek naar zijn speellist. Hij zou in Maasluis optreden, heel dicht bij Rotterdam, met de metro makkelijk te bereiken. Ik kocht het ticket voor de show. 

Een kennis die haar eigen kaartje ging kopen zou samen met mij naar die show gaan. Toen ik haar gisteravond belde om verder af te spreken, bleek dat de datum van die voorstelling op hààr kaartje vandaag was in Theater Koningshof in Maassluis en op mijn kaartje overmorgen. 

Ik had mijn ticket niet gecontroleerd. Mijn kaartje was een geldig toegangsbewijs voor  de voorstelling in theater Speelhuis  Helmond.

Tot mijn grote opluchting had Maassluis nog kaartjes over en was Helmond zo goed om mijn geld te retourneren. 

Eind goed al goed. Want: waar ergens ligt Helmond eigenlijk? Hoe had ik daar moeten komen?


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

maandag 16 februari 2026

FIETS.

Een leven zonder fiets. Onvoorstelbaar voor mij. Vandaag moet ik in het centrum zijn. Dat is 10 kilometer. Gemiddeld doe ik daar drie kwartier over. Dit soort ritjes doe ik het altijd rustig aan. 

Het is deze dag alleen geen fietsweer. De hele dag regen, voorspelt de buienradar. Dan gaat fietsen het toch niet worden. Ik heb er dan flink de pest in maar ik heb geen zin om me zeiknat te laten regenen. Zeker niet op de heenweg. Op de terugweg is het wat anders. Dan word ik over vallen door de regen. Ik zou de fiets dan wel kunnen laten staan en met het openbaar vervoer terug reizen. Dat doe ik nooit. Ik fiets dàn door weer en wind terug. Kom als een verzopen kat thuis en verwissel in no-time mijn koude doorweekte kleren voor droge.

Toen ik nog jong was fietste ik wel door regenbuien. In een  regenpak. Die pakken hielden de nattigheid van buiten als van binnen tegen met als resultaat dat ik nog steeds doorweekt raakte. Ik ben snel met die regenkleding gestopt.

Terug naar vandaag: ik zit nu met de pest in mijn lijf in de metro. Mijn gedachten gaan onwillekeurig naar mijn fietsje, dat nu eenzaam en werkeloos in mijn berging staat. Het is een fijn fietsje. Een Gazelle. Een goed merk. Dat klopt, want hij heeft me nog nooit in de steek gelaten. Hoewel ...  toch wel een klein beetje. Twee keer reed ik lek. De eerste keer was het de voorband; de tweede keer de achterband. Meer banden heeft mijn fietsje niet, dus daar bleef het tot nu toe, gelukkig bij. Op zich kan ik m'n fietsje dat natuurlijk niet kwalijk nemen. En eerlijk gezegd, denk ik, dat het mijn eigen schuld was. Ik vermoed, dat ik te hard door een kuil in het wegdek gereden ben. Allebei de keren. Want ik vond bij het plakken van de banden geen glassplinter of een spijker. 

Vooral aan het plakken van de voorband had ik nogal wat werk. Het gaatje zat vlak naast het ventiel. Nou, de lezers die weten hoe je een band plakt, weten ook hoe moeilijk het is, om daar, op die plek, met een plakkertje, dat gaatje te dichten. Dat is toen dan ook twee keer fout gegaan. Twee keer dacht ik: 'he, hè, die band is geplakt'. Maar toen ik de volgende dag, met lekker weer, wilde gaan fietsen, was die voorband toch weer plat. Driemaal scheepsrecht, dacht ik terecht, want de derde keer was het lek boven. 

Godzijdank ging die achterband in een keer goed. Daar was ik wel blij om.

Voor de rest heb ik alleen maar veel plezier van mijn fiets, bedenk ik me in die muffe, overvolle metro. 

Alleen vandaag even niet. 


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com   

zondag 15 februari 2026

SNEEUW.

En ineens is de sneeuw weer terug. De kou was 'eersie'. Vrijdag en zaterdag was het al behoorlijk onder nul. Toen was de sneeuw zich al aan het klaarmaken. Zelf geloof ik er niet meer in dat er nog sneeuw zal vallen dit jaar. 

Wat begint de zondag toch heerlijk! Straf koud, dat wel. Maar bij een knalblauwe hemel en ...  tot één uur: volop zon. Tenminste bij mij in de straat. Natuurlijk, ik had de weerberichten wel gelezen en vernomen dat Schiphol vluchten geannuleerd had uit angst voor sneeuw, gladdigheid noemen ze dat bij het KNMI. Maar ik geloof er vandaag geen moer van. Voor mij is en blijft het in onze regio alarmcode nul. 

Zo rond een uur of een kleed ik me warm aan, doe mijn dikste wanten aan, pak mijn fiets uit de berging en doe een rondje gezond- door-Rotterdam: het Kralingse Bos, (met volop fucking hardlopers op het fietspad) en vervolgens langs ons prachtige riviertje de Rotte. Dan is het voor mij nog een klein stukkie door de bebouwde kom naar huis, in Prinsenland. En, ja, in dat laatste stuk gebeurt het, hè. 

Het begint toch nog te sneeuwen. Miniscule vlokken. Eigenlijk kan je dat nauwelijks vlokken noemen. Deze sneeuw is amper zichtbaar. Je voelt het alleen heel lichtjes op je gezicht ... héél af en toe. Maar ... het KNMI heeft wel een punt. Het is eind van de middag en er is een beginnetje van sneeuw. Dat blijft zo tot ik mijn fiets in de berging terug zet. Het is dan al weer vier uur. 

Ik loop mijn buurman Cor tegen het lijf. 'Gaat het toch nog sneeuwen vandaag buurman'. Hij mompelt, dat dit geen sneeuwen is maar hagelen. Hij is wel meer in de war. Meestal heeft hij het dan over God. Ik laat het maar zo. 

Dwarrelsneeuw is het die nu valt, sneeuw van minieme grootte, zwevende keukensuikerkorreltjes, daar lijkt het op. Nauwelijks zichtbaar nauwelijks voelbaar.

Thuis wacht me nog een saai maar noodzakelijk klusje: geheugen vrijmaken op mijn mobiel. Ik heb al veel foto's van m'n mobiel afgegooid. Tijdens dit werkje val ik in slaap en word om vijf uur pas wakker. Inmiddels ligt er dan een aardig pak sneeuw, een centimeter of drie, denk ik. 

't Is net als een week of drie geleden. Vanuit mijn woning zie ik een groot maagdelijk met sneeuw bedekt schoolplein. Wat hadden die kinderen drie weken terug een lol. Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gevechten, elkaar inkochelen. Het was de eerste keer in vijf jaar dat er een pak sneeuw lag. Wat zullen de kinderen morgenochtend weer genieten ... en ik ook. Ik geniet er ook van. Met volle teugen. 

Het KNMI weet helaas nu al mijn ijspret te bederven. Dooi en regen zijn voorspeld. Vannacht al. Geen ijspret morgen op de laatste dag  van de crocusvakantie, maar kutweer.



Mijn stukjes zijn te lezen op mijn blog:

stukkiejee.blogspot.com