Pageviews van de afgelopen week

dinsdag 31 maart 2026

ZORGEN OM MIJ.

 Ik maak me een beetje zorgen om mij. Het lijkt haast wel of ik dement ben. In het beginstadium dan, hè. Dat ik het nog weet, dit nog allemaal zo op kan schrijven. Misschien stel ik me wel aan. Is het gewoon een bijverschijnsel van  pillen slikken, veel te veel hooi op mijn vork nemen en een  tijdelijke aanval van gejaagdheid.

 Maar hoho, wat ister dan toch

 Nog geen uur geleden was ik in de sportschool bij de physio. Half uitgekleed. Ik! Niet de physio!. Physio behandelt me prima. Ik ga daar weg en laat de helft van mijn spullen in die behandelkamer liggen: mijn sleutelbos (!) wat vreselijk stom, mijn vest en mijn petje. Ik vond het al zo fris op de weg terug naar  huis. Er ging echter geen lichtje bij me branden. Ik ben nu net even terug gegaan om die spullen op te halen. Ze lagen keurig bij de receptie van de gym. Bij diezelfde gezellige receptioniste die me drie weken geleden mijn toen bij die physio vergeten mobiel terug gaf. Ik geneerde me nog net niet dood.

 Wat zij niet weet is dat ik de laatste drie maanden zeker  vijf handdoeken, twee grote en drie kleinere op de gym heb laten slingeren. Ik dacht toen, och, ik heb toch voldoende handdoeken laat ze ze maar houden, daar. Ik heb er nu nog maar drie  over. Ik moet er echt een paar bij kopen. Die ik liet slingeren, waren trouwens toch al behoorlijk versleten. Een smoesje, dat weet ik.

 Tsja, er komt nog meer. Ik ben nog maar op de helft van dit ‘dementiestukje’.  Afgelopen zondag ben ik lekker bezig. Met mijn opfriscursus Frans. Het maken van een flinke portie chili con carne (voor vijf dagen). Het  uitzoeken van een film, die ik vanmiddag in de bios wil gaan zien.

De film is gauw gekozen: een Franse film, die mooi past bij mijn opfriscursus: ’l’Étranger’ in Cinerama om half vijf. Het is een mooie ‘film noir’. Wanneer ik in een  filmscene iemand ie koken realisseer ik me dat ik mijn ‘chili’ thuis op de inductieplaat heb laten staan. Sinds vanochtend half twaalf. Op standje 4+. Het is inmiddels half zes. Ik ren de bios uit. Spring op mijn fiets. Heb nare  visoenen van verkoekte chili en een verziekte inductieplaat. Om kwart over zes sta ik in mijn keuken, til de deksel van de -pan op en zie dat de chili nog vredig staat te pruttelen. Ik zet het wel meteen uit. Ik was kapot. Het was natuurlijk niet alleen dat angstzweet. Ik had me ook nog es de pleuris gefietst.

Zodoende denk ik dus dat ik me zorgen moet maken. Want dit is het niet alleen.  Er is nog meer. Maar dit stukje zit vol. Hier laat ik het even bij.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 30 maart 2026

DE WARE LIEFDE

 Ik heb nu al bijna tweeëntwintig jaar geen moeder meer. Althans geen moeder meer in levende lijve. In juni 2004 is ze overleden. Vraag me niet waaraan ze precies is overleden want dan ga ik stotteren … kom, laat ik toch een poging wagen: ze had een paar tia’s gehad ze begon te dementeren, toen kreeg ze nog een tia en toen gaven ze haar in het verpleeghuis de pijnstiller morfine en daar is ze heel langzaam aan dood gegaan. Vijfenzeventig is ze geworden. Ik was toen vierenvijftig.

De eerste twintig jaar van mijn leven was ma mijn idool. Ik deed alles voor haar en zij deed alles voor mij. Ik was haar oudste zoon (van een gezin met in totaal tien kinderen). Ik was haar oogappel, werkezel, boodschappenjongen  en vertrouwenspersoon in gezins- en familiekwesties. Het zal wel een bijzonder soort liefde geweest zijn, die liefde tussen moeder en haar oudste zoon. Het was vanzelfsprekend een liefde zonder een spoor van lichamelijk contact.
Carole gooide mij wel eens voor de voeten dat ik pas tevreden zou zijn als onze echtelijke relatie net zo zou worden als mijn relatie mijn moeder. Was de relatie tussen
 mij en mijn moeder dus geheel zonder lichamelijk contact, de echtelijke relatie tussen Carole en mij was vrijwel geheel zonder lichamelijk contact. Dus op dat gebied ontliepen die relaties elkaar niet zo veel.

'Alles’ voor elkaar over hebben klinkt ook wel erg ruim. Wat zit er in dat ‘alles’ voor mij?
Mijn zusjes bezig houden als ma het druk had met huishoudelijk werk.
Met mijn zusjes naar het Kralingse Bos gaan als het lekker weer was, dan kon ma haar zwakke moeder, onze lieve oma,  lekker een dagje gaan helpen.
Voor haar zus, mijn tante Lenie, boodschappen doen, want die had zulke drukke kinderen en haar man zat in de continudienst dus die kon ook geen boodschappen doen.
Geld voor haar te leen vragen bij mijn opa, (de vader van mijn pa) om brood en suiker te kunnen kopen.
Later, toen er steeds meer broertjes en zusjes bij kwamen, ging ik ook wel lopen stoffen en stofzuigen. Gras maaien deed ik ook. Dat vond ik wel leuk.
Voor mijn jongste vier broertjes was ik behalve grote broer, ook een halve vader. Ik gaf ze de fles, verschoonde hun luiers, deed ze in bad, bracht ze naar bed en deed overdag allerlei leuke dingen met ze van zwemmen tot voetballen.

Ma had ook ‘alles’ voor mij over, schreef ik. Wat dan wel?
Er was nauwelijks geld. Mijn vader verdiende nog niet eens genoeg geld om een vrouw met één kind te onderhouden. Laat staan een vrouw met tien kinderen. Ze leent her en der geld zodat ik met een studie kon beginnen. Klasse.
Net zo ging het met die brommer. Ze kocht een brommer voor me. Op afbetaling. Elke maand vijftig gulden. Die kon ze absoluut niet missen. Iedere jongen van zestien had een brommer. Ik dus ook, vond ze. Het was een ontzettende kutbrommer. Dat heb ik haar maar nooit gezegd.
Ook dat camelkleurige colbertje wilde ze persé voor me kopen. Iedere jongen op de hbs, waar ik toen op zat, had zo’n jasje.
Ze gaf mij met eten altijd van alles het meeste: vlees, groente. Ik moest er nog van groeien en hard studeren … (die anderen zeker niet dan??)


Ik leerde door haar goede zorgen zo goed dat ik in Utrecht kon gaan studeren van een ruime studiebeurs. Ik kreeg toentertijd een leuke vriendin, Carole,  door wie de verhouding met ma rigoureus veranderde. Carole was mijn nieuwe idool … niet zo leuk voor ma … maar ja  … Carole was de ware liefde. 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 29 maart 2026

MAAT 47.

 

Schoenen, sokken en  voeten zijn nauw met elkaar verbonden. Ik heb moeilijke voeten. Iedereen die per ongeluk mijn blote voeten te zien krijgt, slaat de schrik om het hart en zal zich afvragen of ik me op die ‘uitsteeksels’ nog fatsoenlijk kan voortbewegen.

Tsja, mijn voeten zijn inderdaad niet de fraaiste en ook niet de makkelijkste. Ze zijn groot. Maat 47. Ik ben de enige in mijn familie en kennissenkring. Maat 47 en altijd  pijn. Het is lastig dat die maat haast nergens te koop is. Bij de kleinere schoenwinkel zit 46 nog net in het assortiment. 47 wordt te weinig verkocht. Te riskant voor de kleine middenstander. Bij een zaak als  Van Haren zijn ze wel te koop.

Niet  elk maatje 47 zit trouwens lekker. Sommige knellen m’n enkels zowat murw. Halverwege een pittige wandeling moet ik de 47’ers uittrekken en vervangen door mijn oude gympen. Thuis leg ik die nieuwe schoenen 24 uur in een teiltje warm water, zo versoepelt het leer. Mijn voeten zet ik ernaast om ze een half uurtje lekker te laten weken.

Alle 47-schoenen hebben voor mij een te smalle leest. Dat betekent, mijn voeten zijn  vrijwel altijd iets te breed. Dat merk ik aan de eeltvorming op de buitenkanten van mijn voeten. De kleine tenen worden  door de tenen ernaast krachtig tegen de schoenzool  geperst. Daar komen dan weer blaren. Die weer splatsjen en verharden tot eelt. Duurzaam en pijnlijk. Bij elke stap.

 Op mijn beide grote tenen groeien schimmelnagels. Millimeters dik. In onsmakelijke varianten grijs Mijn oude schoenen zijn door de groei van die nagels ietwat opgehoogd. De nagels moeten nu worden bijgeknipt en - geveild.. Daar kom een pedicuur voor.

Je ziet er niks van en qua pijn heb ik er geen last van maar qua walging weer wel. Mijn zweetvoeten.. Een probleem op zomerse hoogtijdagen. Als ik m’n zweetsokken  laat rondslingeren, want dat zijn de boosdoeners. Niet mijn voeten deze keer.

Mijn buurvrouw spreekt me op straat aan: ‘Ik heb een tijdje achter je gelopen, buurman. Het lijkt wel of je dronken bent. Je loopt zo te slingeren’.

‘O ja? Zeker m’n nieuwe schoenen,’ zeg ik. Ik ga natuurlijk niet dat hele verhaal aan haar neus hangen. Zeker niet aan háár neus.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 28 maart 2026

ONDER HET MES.




Morge word ik geopereerd. Me pink groeit alsmaar krommer en ik krijg ’m niet meer overeind. Om nege uur mot ik in Franciscus weze. Om twaalf uur wordt het mes in me hand gezet en als het goed is, ken ik om tien voor één weer met een rechte vinger wijze.

Ik ben tot nu toe drie keer eerder onder het mes gelege. De eerste keer was ik nog een klein peutertje: me amandele werde geknipt. Ik kreeg een kapje over me mond en neus en binne de minuut was ik buiten westen. Hoe lang het geduurd heeft weet ik niet, maar ik stierf van de pijn. Vooral die aanblik van al dat bloed over dat witte lake om me nek… ik dacht echt dat ik dood zou gaan.

Toen ik tweeëndertig jaar was en we twee kinders wel genoeg vonde, besloot ik me te late sterilizere. Een simpelere ingreep bestaat er niet: plaatselijk verdove, sneetje make, de boel dichtbrande en klaar is Kees. Manne in me omgeving zeie: “Joh, je voelt er niks van; bakkie pleur na afloop en je pakt de auto naar huis.” Me vrouw was weer eigenwijs en had al besloten dat ze me zou brenge en hale. Gottegot, wat was ik blij dat ze er was. Ik had erg veel pijn tussen me bene en liep als een oud opaatje dat het in z’n broek had gedaan. Ik schaam me er best een beetje voor, maar bij het instappe van de auto heb ik zelfs een beetje legge janke van de pijn.

De laatste keer was het lasere van de spatadere in me linkerbeen. Dat been werd plaatselijk verdoofd. Opeens voelde ik iets kokend heets tege me kuit. Kleinzerig als ik ben, gilde ik het uit: “AAAAUW!!” Wat er precies gebeurde kon ik niet zie, want me been was afgeschermd. Ik heb zo’n flauw vermoede dat die chirurg expres iets heets tege me kuit hield. Hij stond daar zogenaamd onschuldig rond te kijke. “Heeft u pijn, meneer?” vroeg hij nog quasi bezorgd.

En dan ga ik nu onder het mes voor de ziekte van Dupuytren. “Reke maar dat u zes uur kwijt bent,” zei een zuster, “maar dan staat uw pink ook wel weer recht.” Van nege tot drie uur dus! Wat duurt dat eigenlijk lang. Me arm wordt verdoofd door een prik onder me oksel. Als ik het nodig vind, ken ik om een slaappilletje vrage. Dat lijkt me helemaal zo gek nog niet.

Na afloop mag ik niet lope, fietse of met de tram. Ik mot dus een taxi neme of iemand met een wage vrage. Gelukkig komt me buurvrouw me hale. Laten we hope dat die pink straks weer rechtstaat, anders ken ik niet eens meer fatsoenlijk een biertje vasthoude!


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 27 maart 2026

MOETEN.

Moeten zorgen.

Leo is zelf een migrant maar allesbehalve een migrantenvriend. Zijn vrouw baart hem nu veel meer zorgen dan de politiek. Leo is druk in de weer met zijn dementerende echtgenote. Hij wil haar in haar laatste levensfase alles geven wat ze nodig heeft.

Hij ervaart met pijn in zijn hart de dominante kille benadering van de medewerkers van het verzorgingshuis.. Er is daar continu sprake van onderbezetting. De zorg, dit zware werk,  wordt bedroevend slecht betaald. 

Leo mist  de liefdevolle verbinding vanuit het verpleeghuis naar de cliënten.. Hij is daar te gast en vanuit die rol wil hij daar zijn voor de die afdeling.  Dus niet omdat hij moet van  een hogere macht: het is zijn mensbeeld dat hem motiveert.  Hij voorziet in een behoefte. Hij zingt, speelt mondharmonica, danst, masseert, wandelt, trakteert, troost: hij is er voor iedereen op de afdeling niet alleen voor  zijn eigen Marja. Zijn Marja is de enige van de afdeling die nog bezoek krijgt. De andere vier hebben niemand meer. Krijgen dus nooit bezoek .Het is prachtig dat Leo daar ook voor hen wil zijn. 

Maar ...  hij moet wel oppassen. Zijn grenzen bewaken. Dit is een situatie die makkelijk tot een burn-out kan leiden voor Leo.  

 De zorgmedewerkers reageren op Leo’s gedrag alsof hij hen voor de voeten loopt. Hij wordt, met zijn humane, menslievende, aandachtige houding, door hen als lastig ervaren.

 

Moeten schrijven.

Natuurlijk komt er niet eens in de zoveel tijd iemand thuis bij me langs om me op straffe van 100 stokslagen te dwingen: ‘Jij moet elke dag een stukje schrijven.’ Natuurlijk niet.

Hoewel ik wel bijna dezelfde woorden gebruik: ’Ik heb geen tijd, want ik moet vandaag nog een stukje schrijven. Neen, mijn stukjes zijn beslist geen dwangarbeid.. Ik vind het telkens weer een verrukkelijke bezigheid. Het ene stukje is weliswaar beter dan het andere, toch ben ik er altijd weer blij mee.

 Moeten ademen.

Ik vernam dat er ooit eens een pientere (oude) dame vertoond werd op tv, die zei: ’Moeten, moeten?? Ik moet helemaal niets'. Jaha, okee, een ding moet ik echter wel en dat is ademhalen’.

Deze pientere schrijver voegt daar dan nog gaarne aan toe dat hij ook zo af en toe moet poepen en héél vaak moet plassen. 


Lieve lezer,

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen 

via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 26 maart 2026

MONGOOL.

Elke ochend, as ik naar de sportschool gaat, komt ik d’r tege. Een vrouw van een jaar of veertig, een mongooltje. Ze is altijd same met d’r moeder, die toch ook al een endje in de zeventig mot weze. Waar ze heen gaan? Tja, leg dat maar us uit.. Geen idee. Het ken van alles weze, naar de familie of de supermarkt ofzo, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoede dat ze elke ochtend rond die tijd naar de dagbesteding voor verstandelijk gehandicapte gaan.
Bijna altijd zijn ze same en bijna altijd hebbe ze mot met mekaar. Die moeder ken het nooit goed doen. Met d’r lage damesstem gooit die dochter d’r moeder allerlei verwijte naar d’r hoofd die ik niet verstaan ken, maar zo komp het wel over. Soms loop ze stampvoetend een paar meter voor d’r moeder uit, met een muil die op onweer staat. De andere keer loop ze juist weer tergend langzaam een paar passe achter d’r moeder an. Zo dwingt ze dat mensie om steeds achterom te kijke en d’r eigen tempo an te passe. Een heel enkele keer zie ik d’r alleen op pad gaan. Ook dan kijkt ze zo nukkig uit d’r doppe, dat hoort blijkbaar gewoon bij d’r. Met grote stappe loop ze me tegemoet; ze kijk niet op of om en loop gewoon door.
Ik heb best wel us medelijde met die ouwe moeder, want die doet het in de oge van d’r dochter toch nooit goed. De wanhoop straalt uit d’r oge. Het valt ook niet mee as je op weg ben naar de tachtig en je lig constant overhoop met zo’n recalcitrante dochter op je nek.
Mijn jongste broertje Marco is ook een mongool. Twintig jaar jonger dan ik is tie. Me moeder was 39 toen ze van hem beviel. Hij is precies het tegenovergestelde van die nukkige dame: meestal hartstikke rustig, vriendelijk en meegaand. Wat dat betreft is het natuurlijk net as bij gewone mense: elke mongool is weer anders.
Hoewel Marco niet zo’n moeilijke gozer is, heb me moeder er verstandig aan gedaan om hem, toen die nog een tiener was, uit huis te plaatse in een begeleide woonvorm. Dat was een hele kluif voor d’r om dat te besluite. Ze heeft er zat traantjes om gelate, maar het was een goeie beslissing. Een verstandelijk gehandicapt kind in huis blijf tot in de lengte van dage een hele zorg, ook al ken Marco nog zo rustig en vriendelijk weze.
Me moeder heb zo een redelijk rustige ‘oude dag’ gehad en Marco heb het in z’n eigen huisie, met z’n begeleiders en die andere bewoners prima naar z’n zin. Voor zowel me moeder as voor Marco was het altijd een klein feessie as ze mekaar weer zage, bij hem of bij moeders thuis… of op een verjaardag… want dán was het dubbel feest, begrijp je?

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 25 maart 2026

KUNSTHAL.

Met mijn 'maatje tegen wil en dank, Anton, fiets ik, met windje tegen naar de Kunsthal. Anton begint nog voor we aan het fietsen zijn te sputteren, dat we een pittige wind tegen zullen hebben.

‘We kunnen beter met de metro gaan.’

‘Nee’, zeg ik kordaat ‘'we gaan fietsen!

’Dan wil ik wel uitmaken hoe we daarheen fietsen,’ zegt het kind (68)’.

Zelf zou ik over de Maasboulevard zijn gegaan, dat is de kortste weg. Wel hebben we dan dan de zuidwestenwind tegen. Nee, we wurmen ons met Anton voorop, door het centrum van de stad, hetgeen uiteindelijk vijf kilometer extra fietsen kost. Qua tijd zal het niet zo veel schelen omdat we binnen de bebouwde kom niet zo veel last van de stevige wind hebben.

Als we de Kunsthal in gaan, komt Anton erachter dat hij zijn Rotterdampas nog niet heeft verlengd. Met een schaapachtige blik op zijn gezicht wappert hij nog met zijn id-kaart naar de kassière in een poging om nog 65-plus korting te bemachtigen. Neen dus. Dat betekent dat hij 19 euro (!)  moet betalen om naar binnen te mogen..

Ik mag met mijn Rotterdampas gratis naar binnen. Wat een lul, die Anton. Hij blijft desalniettemin nog behoorlijk wat minuutjes schaapachtig lachen. Vindt het waarschijnlijk geen probleem. 19 euro! Ik vind dat veel geld.

Er zijn op  dit moment twee voor mij interessante exposities  in de Kunsthal. Er is een expositie van genomineerden voor de prestigieuze Nationale Nederlanden prijs. In een andere zaal staat de Engelsman David Shrigley centraal. Vooral naar wat die laatste mij te bieden heeft ben ik heel nieuwsgierig. 

Het is heel interessant om de genomineerden voor de NN-prijs te zien. Goed te zien hoe maatschappelijk geëngageerd deze jonge mensen stuk voor stuk bezig zijn. Duidelijk wordt stelling genomen in bijvoorbeeld de migratie-problematiek. De materalen waar ze hun kunstwerken mee vervaardigen zijn vaak  gerecycled.

David Shrigley (68) is  een eigenwijze, grappige kunstenaar. Van alles doet hij. Hij is een ideeënman, maakt grappige tekeningen, bij grappige teksten en andersom. Hij maakt opblaasbare objecten, voor in grote zwembaden of in de zee. Onder andere een gigantische zwarte eend. Maar ook maakt hij kleinere speelbeesten en kleine lieve beeldjes.

Het interesseert Anton allemaal geen fluit. Hij verveelt zich, heeft dorst en honger, want hij is vergeten om vanmorgen te ontbijten. Hij is er nu pas drie kwartier en dat voor die voor die 19 euro. Maar hij gaat toch weg. Bananen kopen bij Albert Heijn. Hij heeft een lege maag, die moet gevuld..

Een andere Engelse kunstenaar, de wereldberoemde Banksy vroeg Shrigley mee te werken aan een  alternatief pretpark in Engeland genaamd Dismaland. Dat pretpark moest het tegenovergestelde bieden van de 'dolle pret' die de ons bekende pretparken’ te bieden hebben:

Frustratie, teleurstelling , kapotte, mislukkende, defecte attracties. Het personeel daar kreeg de opdracht zo chagrijnig mogelijk en nors te zijn. Het werd, ongelooflijk, een enorm succes.

 In de Kunsthal laat David ons (het publiek) de onmogelijke opdracht uitvoeren een zwaar aambeeld met pingpongballetjes van de werktafel te gooien. Uittermate frustrerend.  

Ik ga zeker nog een keer kijken.  

Zeer de moeite waard.


Lieve lezer,

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen 

via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


                                            

                                                                                                       


dinsdag 24 maart 2026

DORST

"Vandaag doe ik es makkelijk: effe twee van die dikke pizza’s van dokter Utker gehaald. Een ‘Bacon’ en een ‘Texas’. We snije die dinge altijd doormidde, ken je van allebei proeve. Nou, die Texas was best te hachele, maar die Bacon was godsgruwelijk zout. Ik ken drinke wat ik wil, anderhalve liter Spa rood al in me mik, maar die dorst gaat niet weg.
Het dee me gelijk denke an 1969. Ik was an het lifte naar Spanje en kreeg een lift van twee homo’s naar hun hotel in Béziers. Aardige gasten, niks mis mee en ik mog daar nog pitte ook. Ik zat net effe imme nakie uit te dampe op de rand van me bed na het douche, komme ze opeens allebei in hun blootje me kamer binne zette, met een bladje Pastis.
Ze kwame zowat tegen me an zitte en begonne an me bene te friemelen. Ik zei: 'Non, non messieurs, daar kenne we niet an beginne, hoor.' Ze liete me gelukkig met rust en zette me de volgende ochtend netjes af bij een liftplek.
Maar die dag was het bloedverziekend heet, wel tweeëndertig graje. Ik stond uren te verrotte in de zon bij Perpignan en me water was allang op. Me lippe en me tong ware gortdroog; ik kon ze bekant niet meer bewege. Uiteindelijk ben ik met de bus naar een durpje vlakbij gegaan en heb daar in een café gelijk drie glazen water achterover geslage. Ik ging zowat de pijp uit van de dorst.
Ik zeg je eerlijk: ik heb in m’n leve nog nooit zo’n trek in vocht gehad. En da’s uniek, want normaal gesproke ben ik net as een goeie Rotterdamse hoer: ik ken een hoop hebbe, maar van een droge bek hou ik niet!"

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com




maandag 23 maart 2026

FRANS OPFRISSEN

Dezer dagen ben ik  druk in de weer om mijn kennis van de Franse taal wat op te poetsen. Misschien heb ik het al geschreven: ik ga van de zomer weer een paar weken naar Avignon in Zuid Frankrijk. De laatste keer dat ik daar was is  meer dan tien jaar geleden. Ik ben überhaupt sinds die  tijd  nooit meer in Frankrijk geweest.

Daarom was ik op zoek naar mensen die me zouden kunnen helpen de Franse taal beter te leren spreken. Tot mijn vakantie, in juli, zou ik dan met ze kunnen ‘sparren’.

Ik wou net zoiets doen als wat ik zelf jarenlang deed met migranten die net in Nederland waren en een beetje Nederlands spraken … door elke week een uurtje met mij te praten verbeterde hun Nederlands..

Ik heb nu twee mensen gevonden die me willen helpen. Een Fransman, die hier al meer dan vijftig jaar woont en een Nederlandse vrouw, die ik ken van Klup. Met ieder van ga ik één keer per week een uurtje praten.

Met Fransman, Patrick (77), heb ik al twee keer gesproken. Hij pakt het heel schools aan. Hij stelt me heel concrete vragen in het Frans die ik natuurlijk ook in het Frans moet beantwoorden. Heel anders dan zoals ik dat zelf deed met mijn leerlingen. Wij converseerden destijds altijd ‘voor de vuistweg’. Patrick is heel sérieus. Ik kan niet echt merken dat hij lol beleeft aan het les geven aan mij. Dat kan ik me ook best voorstellen, want het niveau van mijn Frans is in die tien jaren naar onpeilbare diepten gekelderd. Allerbelabberdst. 

Over de ‘manier van werken’ van de dame (Anne Marie, 76) kan ik nog niks zeggen. Woensdagmiddag is de eerste les. We hebben kort geleden al eens met elkaar in ‘lollig’ Frans gecorrespondeerd over activiteiten in Klup-verband.

Via A.I. trof  ik afgelopen zondag de app van het talenprogramma Talkpal.   In feite biedt dat  programma me alles wat ik nodig heb: woordjes leren, werkwoordvervoegingen, zinsbouw oefeningen, rollenspelen  met  intelligente ‘robots’, die antwoorden van mij corrigeren. En dat voor 12 euro per maand. Ik kan er 24/7 mee oefenen.

Het is nu voor mij van cruciaal belang dat ik niet te veel doordraaf. Ik ben zo iemand die dan 24/7 ineens niets anders meer doet dan Franse woordjes leren en grenzeloos Frans blijft lullen met die intelligente robots. Het is zelfs nog veel erger: als ik fiets zeg ik hardop  wat ik zie, in het Frans:

le bois de Kralingen (het Kralingse bos),

le théatre (het theater),

cette auto va trop vite (deze auto rijdt te snel),

quelle grande arbre (wat een grote boom),

 le soleil brille (de zon schijnt),

Je suis presque chez moi. (Ik ben bijna thuis)

 

en ik zeg hardop in het Frans wat ik hoor)

Mon petit chien aboie heureux (mijn hondje blaft blij).

 

Fin CU


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 22 maart 2026

PROPPIE.

Een vrouw met een niet alledaags, propperig lijfje en een Lady GaGa-face zit opeens op die spinningfiets naast me. Ze komt dus ook meefietse. Voor het eerst, dat moet haast wel, want ík hebt haar hier nooit eerder gezien; bovendien gaat ze zitte ragge op een fiets waarvan het stuur veel te laag staat en het zadel voor haar korte beentjes veel te hoog. Bovendien kan ze nog maar net bij het stuur met die korte armpjes van haar, doordat het zadel te ver naar achtere is geschove.

Jean, die charmante spintrainer, ziet gelijk dat het zo niet goed kan gaan en helpt haar met het instelle van de fiets op haar bijzondere afmetinge. Angst voor lichamelijk contact heeft die Jean niet. Kan hij natuurlijk ook niet gebruike in dit werk. Jean pakt haar routineus bij d’r middel; strekt haar linkerbeen wat, zet haar linkervoet op het pedaal en stelt dan het zadel in, op hoogte van de bovekant van haar linkerheupbeen. Dit alles doet hij swingend op de hard dreunende technomuziek die uit de krachtige boxe van de spinningruimte knalt. Met wat zachte druk van zijn hand op haar rug beweegt Jean haar bove-lichaam iets naar vore, hij strekt haar linkerarm een weinig en stelt de stand van het stuur in. En maar swinge, lache en zinge (onhoorbaar overigens). Ik dacht nog bij mezelf: als hij haar nog één keer zo beetpak, leg ze d’r eitjes straks nog in zijn nek.

Ze is echt omgekeerd evenredig aan de meeste andere spinsters hier. Die hebbe vrijwel allemaal aerodynamische kleding en dito lijve. Strakke sportkleding over afgetrainde lijve. Met haar slobbertrui (dat soort truie leg bij de Zeeman in de aanbieding voor 4,95 euro), haar veel te kort afgeknipte pyjamabroek (motief Brabants bontje) en haar blauwe, low budget gympies is ze duidelijk een dissonant in de gym hier. Toch zie ik op dit moment geen spinster die net zo opgewekt en fris als zij op de pedale staat.

Iedereen in de zaal laat zich opzwepe door trainer Jean: ‘We gaan nu steil de berg op,’ zegt-ie, ’draai de weerstand bij. Je moet nu pijn in je bove-bene voele. Kom op!’ Buiten adem en met een knalrode kop arriveer ik op de top van die fictieve berg.

Ik werpt even een vluchtige blik naast me en zie dat ‘proppie’ nog net zo monter en energiek op haar fietsje zit te strale als aan het begin van de training. Haar grote bruine ogen kijke mij lachend (of is het spottend?) aan. Het lijkt wel alsof ze op een zonnige lentedag over een vlak, geasfalteerd fietspad fietst, in een rustige landelijke omgeving met een heel klein beetje wind mee. Of lijkt dat misschien maar zo?


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 21 maart 2026

LOSLATEN

Ik noem haar altijd mss X. Vindt ze geen probleem. ‘Grappig eigenlijk wel’, zegt ze.  We hebben  een klik zo gezegd. Nu eens wat meer, dan eens wat minder. Doorgaans leuke gesprekjes van de hak op de tak vaak, over koetjes zowel als kalfjes.

Over speelfilms. We zijn allebei lid van Cineville. Over mijn liefde voor theater, die zij telkens belachelijk maakt (ze  weet geen hol  van theater).

 Over hoe ze in haar vel zit. Over  haar werk. Dat ze ander werk wil. Over het sprookje dat ze schreef en over die ‘pilatus-lessen’ die ze geeft. Zou kùnnen geven dan. Want ze heeft niemand die bij haar op les wil.. Ik bied me gelijk aan om te pilatussen maar mij  wijst ze resoluut af. Why? I don’t know. Bang misschien voor deze enge man  bij haar alleen in huis?

Ondanks die afwijzing lijkt het me leuk wat meer contact met haar te hebben. Ik app haar: ‘Zullen we, bij goed weer, eens een wandelingetje maken, mss X?

Van haar antwoord valt mijn mond wijd open van verbazing: ‘Gezellig’.

Ik vroeg haar eens  op de thee. Om het haar makkelijk te maken, voegde ik eraan toe dat het niet langer dan een kwartiertje zou hoeven te duren.’ Nee’, zei ze cordaat,’ik wil wel thee met je drinken maar dan alleen in de bioscoopfoyer, na afloop van een film. Daar komt het al enige jaren niet van.

 Kort na haar ‘gezellig’ reactie stel ik haar twee mogelijke wandeldata voor. Maar dat valt niet in goede aarde: ‘Ik kan nóóit in het weekend’ (één van de middagen wàs in het weekend). Bovendien belóóf ik nooit meer wat, zei ze. Ik doe  alleen nog maar dingen  spontaan’.

 

Dat valt nog niet mee, allebei tegelijk spontaan. Maandag waagde ik het er op. ’s Middags is  goed weer voorspeld. Echt wandelweer:

 ’Vanmiddag wandelen mss X?’

 ‘Neen’, antwoordt ze beslist.

 ‘Je zei toch dat je het gezellig zou vinden een wandelingetje te maken met mij?

 ‘Laat me maar los, Jos’. Zegt ze dan. En nog eens: ‘Laat me los, Jos’

 Blijkbaar voelt  onze 'band' voor háár te beklemmend. Ik wist niet eens dat ik aan haar vast zat. Maar ... okee, geen probleem. Jos laat haar los. Jos schakelt  van ‘mss X-contact’ naar ‘buurvrouw-contact’.

‘Hallo buurvrouw, zeg ik enthousiast tegen haar: ‘Goedemorgen’. (Nog nooit heeft ze me Jos genoemd). Ze komt naast me fietsen in de gym. Zwijgend. Koe noch kalf is in beeld.  Ik laat los dus zwijg.

Mijn buurvrouw ook. Zo fietsen we zes minuten in een ijzig stilzwijgen naast elkaar.

Zij stopt dan met fietsen.

Zonder een woord te zeggen gaat ze naar een ander fitness apparaat.

Ik fiets nog tien minuten door.

Tsja, ik ben nu ''mss X', en bijna ‘buurvrouw’ kwijt. Over een paar weekjes ga ik helemaal los met ’mevrouw’.

En dan is het eindelijk een feit, dan ben je me kwijt, dan ben je me kwijt..


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 





























En dan is het eindelijk  een feit, je  bent me  kwijt.


vrijdag 20 maart 2026

MEELOPERTJE

Ik kent Jan nog van ut gymnasiums. Jare zestig. De triomfdage van de Stones en de Beatles. Van Feijenoord natuurlijk ook. Een stille gozer was ut. Bleek, mager. Grote bril op z’n gok, klein koppie, vet haar naar achtere gekamd met slage erin… neen, ’t was niet bepaald moeders mooiste.

Hij komp bij ons in de tweede… een middelmatige leerling… goed in economie. Hij blokkeert alleen as-ie een mondelinge beurt krijg… z’n harses word dan zo rood as een kreeft. Kejje nagaan hoe dat d’r uit zag.

Het duurt effe voordat-ie aansluiting krijg bij de rest van de knape uit klas 2B. Hij laat z’n haar groeie en doe z’n bril af, zo lijk-ie een beetje op Keith Richards van de Stones. Echt geaccepteerd word-ie door dat groepje Stones-fans niet, maar as-ie ut bevel van de schooldirecteur negeert om naar de kapper te gaan en in nette kleren naar school te komme, stijg z’n populariteit wat. Maar… echt een prominent lid van die groep word-ie nooit. Eens een meelopertje, altijd een meelopertje.

Voetballe is z’n sport… héél goed zijn we d’r geen van alle in, Jan ook niet. In de loop van de derde kom een stel Feyenoord-fans op ut idee om bij thuiswedstrijde van Feyenoord naar de Kuip te gaan. Het is de tijd waarin Coen Moulijn als dertiger excelleert, al noemde wij hem toen al liefkozend ‘die ouwe lul’. Jan is d’r altijd; maar ook hier hebtie nooit ut hoogste woord, zelfs juiche bij een doelpunt doetie ingetoge… hij lach… steek een vuist omhoog: ‘yeah!’

 

Ik bent een keer bij hem thuis gewest. Veel broertjes en zussies hebtie… zes tel ik d’r al… later kwame d’r nog meer bij. Jan is daar de oudste. Wat me is bijgebleve, is dat armoedige meubilair en die verslete vloerbedekking die daar lag te legge. Ook die penetrante zeiklucht… geen huisdier te bekenne… van die broertjes dus.

 

Onze economiedocent wil eens bewijze dat arbeiderskindere ut gymnasium nooit hale. Hij doe bij ons in de klas een onderzoekje naar ut beroep van de vaders. Hij krijg gelijk, want d’r zit bij ons géén arbeiderskind in de klas.

Mijn vader zit in de directie van C&A Nederland. Maar ik weet zeker dat Jan z’n vader in een fabriek werk, gezien het armoedige zooitje dat daar thuis lag te legge. Maar Jan antwoordt doodleuk dat z’n vader onderdirecteur is bij Bolletje… van die beschuit. Hij schaamde zich d’r eigen volgens mij voor dat z’n vader een arbeider was.

Dat is dàn… later pas kom de trots op een vader die hem laat doorlere, terwijl ut thuis armoe troef is. Later verklapt Jan me dat z’n vader al jare rolle eierbeschuit in doze staat te legge en naar ut magazijn loop te sjouwe.

Na de middelbare school verliest ik hem uit ut oog en dan, wie had dat ooit kenne denke, dan groei Jan, dat schuchtere meelopertje, uit tot één van de meest gelezene schrijvers van Nederland. Leuk hem heel anders gekend te hebbe en… eerlijk is eerlijk: ik zou wille dat ik maar een heel klein beetje van z’n talent had. Dan was dit zeker-weten, een leuk stukje geworden.


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



donderdag 19 maart 2026

DYNAMISCH, WERVELEND THEATER

Woensdagavond was ik in het Theater  Rotterdam bij de weergaloze voorstelling van het Germaans Staatstheater. Weergaloos, wervelend en uitputtend voor zowel het publiek als de acteurs. Van tevoren wordt de kijker al gewaarschuwd: deze voorstelling bevat scenes met elektrische scooters, sigaretten, emotionele uitbarstingen, geslachtsorganen, emotionele monologen en aars-positiviteit. Bedankt voor uw komst we wensen u een fantastisch show.

Helen Fisher daalt vanaf het plafond naar benden en zingt haar hit 'Ademood'. Ondertussen stormen tien acteurs op fietsen, elektrische scooters over het podium en de tribune. U heeft het gevoel dat u zich midden in  het centrum van Amsterdam bevindt. Iedereen is geïrriteerd en schreeuwt en scheldt naar elkaar.

 

Shit.

Schoft.

Fuck you.

Idioot.

Rot op.

Klootzak

Je staat in de weg.

Ik heb voorrang.

Dit is een eenrichtingsweg.

Let op

Heb je ogen o wat?

Kijk je met je kont o zo?

Je bent een domme koe.


In een volgende scene pakt de groep de op het podium rondslingerende schoonmaakspullen bij elkaar en begint als in een roes schoon te maken. Daarbij kijken ze  elkaar met een extreme afgunst aan. Maar de afgunst slaat al snel om in verbazing over de dingen om hen heen.


Wauw, wat een mooie stoel.

Wat een mooe koffiemok.

Wt een mooie gordijn.

Wat een mooie tafel.

wat een mooie zandzak.

Wat een mooie stoel.

Dan gaan alle leden van de groep de zaal in en geeft het publiek complimentjes.

Wat een mooi neus.

Wat een mooie sjaal.

wat een mooie oorbellen.

 Wat een mooie knieën.

Wat een mooi oren.

Wat een mooi haar.

Wat een prachtig publiek.


Met zijn twaalven tegelijk zeggen zij hun 'manifest: wij zijn'.


We zijn er klaar voor.

We zijn authentiek.

We zijn alternatief.

Wij zijn een sterke groep.

wij maken geschiedenis.

Wij maken het perfecte en echte theater.

Wij realiseren onze dromen.

Wij zijn tegen het patriarchaat.

Wij zijn antikapitalistisch.

Wij zijn a-sociaal.

Wij zijn een doorn in het oog voor de director.

We likken hun kont en pijpen de programmeurs van instituten.

We plassen elke dag,

Wij zijn banale seksuele personen

Wij zijn de kunstenaars die liever masturberen dan leven.

We maken stukken die de mensen raken.

Wij bepalen het waarom.

Wij keren ons tegen de hele theaterwereld.

Wij doen wat wij willen doen.

Wij doen niet wat de mensen willen zien maar wat ze moeten zien.

 

Een acteur blijft, als een kind, alleen achter op het immens grote lege podium. Hij friemelt aan zijn penis. Af en toe roep hij om zijn moeder.

 

Mamma

Mamma

Mamma

 

Een actrice zet een plumôt klem tussen twee tafels en gaat zich masturberen.

 

Een van de acteurs heeeft vreselijke pijn aan zijn aars. De dokter roep 9 stagiaires te hulp.

De dikter stelt vragen:


Heeft u veel plezier gehad e laatste tijd?

Alleen?

Met mannen?

Met hoeveel mannen

Met glijmiddel of zonder.

Met oude of jonge mannen.

 

Het hele schouwspel voltrekt zich in een adembenemend tempo. Geen tijd is er om even bij te komen, adem te halen. Voor de echte liefhebber was het volop genieten van een dynamisch stuk theater. Beter dan dit heb ik in heel mijn lange leven niet mogen ervaren. Helaas alleen nog maar te zien in Amsterdam op  20 maart.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com