Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label teiltje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label teiltje. Alle posts tonen

zondag 29 maart 2026

MAAT 47.

 

Schoenen, sokken en  voeten zijn nauw met elkaar verbonden. Ik heb moeilijke voeten. Iedereen die per ongeluk mijn blote voeten te zien krijgt, slaat de schrik om het hart en zal zich afvragen of ik me op die ‘uitsteeksels’ nog fatsoenlijk kan voortbewegen.

Tsja, mijn voeten zijn inderdaad niet de fraaiste en ook niet de makkelijkste. Ze zijn groot. Maat 47. Ik ben de enige in mijn familie en kennissenkring. Maat 47 en altijd  pijn. Het is lastig dat die maat haast nergens te koop is. Bij de kleinere schoenwinkel zit 46 nog net in het assortiment. 47 wordt te weinig verkocht. Te riskant voor de kleine middenstander. Bij een zaak als  Van Haren zijn ze wel te koop.

Niet  elk maatje 47 zit trouwens lekker. Sommige knellen m’n enkels zowat murw. Halverwege een pittige wandeling moet ik de 47’ers uittrekken en vervangen door mijn oude gympen. Thuis leg ik die nieuwe schoenen 24 uur in een teiltje warm water, zo versoepelt het leer. Mijn voeten zet ik ernaast om ze een half uurtje lekker te laten weken.

Alle 47-schoenen hebben voor mij een te smalle leest. Dat betekent, mijn voeten zijn  vrijwel altijd iets te breed. Dat merk ik aan de eeltvorming op de buitenkanten van mijn voeten. De kleine tenen worden  door de tenen ernaast krachtig tegen de schoenzool  geperst. Daar komen dan weer blaren. Die weer splatsjen en verharden tot eelt. Duurzaam en pijnlijk. Bij elke stap.

 Op mijn beide grote tenen groeien schimmelnagels. Millimeters dik. In onsmakelijke varianten grijs Mijn oude schoenen zijn door de groei van die nagels ietwat opgehoogd. De nagels moeten nu worden bijgeknipt en - geveild.. Daar kom een pedicuur voor.

Je ziet er niks van en qua pijn heb ik er geen last van maar qua walging weer wel. Mijn zweetvoeten.. Een probleem op zomerse hoogtijdagen. Als ik m’n zweetsokken  laat rondslingeren, want dat zijn de boosdoeners. Niet mijn voeten deze keer.

Mijn buurvrouw spreekt me op straat aan: ‘Ik heb een tijdje achter je gelopen, buurman. Het lijkt wel of je dronken bent. Je loopt zo te slingeren’.

‘O ja? Zeker m’n nieuwe schoenen,’ zeg ik. Ik ga natuurlijk niet dat hele verhaal aan haar neus hangen. Zeker niet aan háár neus.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 10 april 2025

IN 'T TEILTJE.

Ik heb een grote pan met water op het gas gezet.  Voor straks. In het teiltje, ons luxueuze zinken ligbad van een meter bij zestig centimeter.  Elke  vrijdag avond stopt ma ons in bad. Voor het slapen gaan. In de sociale woningbouw anno 1950 zijn begrippen als douche en badkamer nog ongehoord. Voor een gròte wasbeurt waren daar speciaal de buurtbadhuizen voor.

Het teiltje wordt midden in het iele keukentje gezet tussen het aanrecht en de keukenkast. Dan wordt er een laagje koud water in gegoten, Daar bovenop een paar pannen kokend heet water. Nog wat koud water toevoegen tot het lekker is om in te zitten. Ma stelt met het puntje van haar ellenboog de juiste temperatuur vast.  Ze zeept ons met een washandje in.

 Zusje Anneke, de jongste, gaat als eerste. Ze is drie. Het water is dan nog lekker warm. Anneke boft altijd. Mijn andere twee zusjes die waren toen zeven en acht. Die wilden samen in dat teiltje. Het werd altijd een plensboel. Net als altijd en overal zaten ze elkaar in dat teiltje te zieken. Met een waterballet als gevolg. En boze buren.

Ik ben de oudste. Ben nu pas aan de beurt. Lauw water. Ik zet nog een pan water op. Ma had haar handen vol aan het droogzwieren van de gezusters.

Ik ben al in mijn blootje. Krijg het een beetje koud. Pak mijn pan met kokend water. Iets te  schichtig. Hij dreigt uit mijn handen te vallen en in plaats van dat ik hem laat vallen wil ik hem opvangen. Lekker snugger. Had hem beter kunnen laten vallen. Dat ziedende water stroomde over mijn handen.

Het was 1958. Van een brandwondencentrum had nog nooit iemand gehoord.  Wat had ik toen zoiets nodig! Goeie dokters. Aan allebei mijn handen hingen de vellen erbij.  De artsen wisten niks beters te verzinnen dan me drie keer per dag met m’n handen in een koudwater badje te laten zitten. Koud water???  Gewoon koud kraanwater temperatuur. Kouder bestond niet bij ons thuis. Een koelkast was er niet. Niks van luxe. Mijn moeder moest mijn handen met brandzalf, een soort vaseline, insmeren. Wat een zalf was dat, zeg! De brandwonden werden zo weer in de fik gezet. Gruwelijk. Ellenlang duurde het. Hoe lang ben ik vergeten. Helemaal niks kon ik met mijn handen.

Later bleek ik super-onhandig te zijn. Ook nu nog. Lang tijd dacht ik dat dat door het kokende water kwam.

Ik weet nu dat het gewoon in mijn genen zit. Dat dan weer wel.