Pageviews van de afgelopen week

maandag 22 juni 2026

RAAR VERHAAL, TOCH?

 Vandaag heb ik heel veel lopen huilen. Niet echt tot snikkens toe en ook niet met smartelijke bijgeluiden ofzo. Het was eigenlijk meer een soort grienen. Vooral onder het eten klaarmaken was het heftig. Ik schaafde de bietjes in plakjes en zolang als ik daarmee bezig was, liepen de tranen over mijn wangen.  Mijn vrouw zei laatst, dat zij op haar blote  knieën had liggen smeken om mij een aanbod voor een zeer goed betaalde full-time baan te laten aannemen. Zij had zelf toentertijd helaas geen energie om te werken. Ik sloeg die baan ondanks haar smeekbeden af. ‘t Was veel te zwaar voor mij. Wat heb ik aan een goed loon als ik binnen een paar maanden in de WW of WAO zit? Dit speelde dertig jaar geleden. Nog steeds is ze daarover heel erg boos op mij.


Aardappelen hoeven niet geschild te worden, want ik heb geschilde aardappelschijfjes om lekker te bakken. Dol ben ik op gebakken aardappelen. Al tijdens het openknippen van het aardappelschijfjespakje vloeien mijn tranen alweer.  
Gisteravond zag ik een film op tv. Een man bedreigde zijn vrouw. Zette een pistool op haar hoofd. Na enige seconden trok hij de revolver terug. De vreselijk geschrokken vrouw schreeuwde:’LUL …. KLOOTZAK!!’ En dat waren nou precies dezelfde woorden, die mijn vrouw tegen mij gebruikte met dezelfde intensiteit. Waarom? Ik had een paar dingen, die ze in mijn kast had gestald, teruggezet in andere kasten. Ik wilde mijn kast graag opgeruimd houden. Dat mocht niet. Ze was er furieus over en schold me grof uit.

De olie in de bakpan is heet. Ik doe de schijfjes er in. Het huilen … ik kan het niet stoppen. Kleine pijntjes …. maar alles bij elkaar….
Ik spreek Firas, mijn Syrische bovenbuurman aan. Keiharde muziek dendert in zijn huis maar zowat net zo hard in het mijne. Ik heb er last van. Natuurlijk. Keiharde Arabische muziek.
‘Dat is geen muziek,’ zegt Firas heel gevat, ‘het zijn religieuze gezangen.’
‘Ja hoor Firas,’ zeg ik, ‘hoe dan ook, die geluidsinstallatie van jou staat veel te hard. Zet hem voortaan zachter of koop een headset!’ Dan zie ik Firas in een flits naar mijn vrouw kijken, die achter mij staat. Hij stapt opeens op zijn fiets en is weg. Even later begrijp ik pas wat daar gebeurde. Mijn vrouw gebaarde naar Firas:’ laat die vent maar lullen, fietsen jij!’ Zo werd ik even mooi door m’n eigen vrouw voor lul gezet.

De geschaafde bietjes gaan in de magnetronschaal en ik geef ze alvast een shotje om een beetje op temperatuur te komen.
Ik sta nu even echt te janken … te schokschouderen … ik sta te snotteren; heb een zakdoek nodig.
 Vijfentwintig jaar geleden was ik eens een paar dagen fietsen, met vrienden. Ik zou eigenlijk vier dagen wegblijven maar het werden er maar drie. Met mijn thuiskomst verraste ik mijn eigen sneaky vrouw en mijn vriend de ultra hypocriet Bob P. Zij hadden dus van mijn afwezigheid gauw gebruik gemaakt elkaar eens nader te onderzoeken.  Mijn vrouw wil nooit wat kwijt over wat ze wel of niet heeft met andere mannen.  Maar bij wijze van uitzondering vertelde ze dat ze samen naar de bioscoop zijn geweest. Daarna hadden ze een goed gesprek gehad. Vandaag vertelt mijn vrouw mij pas, dat zij in dat gesprek aan de hypocriet Bob P. vertelde, dat ik tegen haar gezegd zou hebben, dat ik eigenlijk nóóit van haar gehouden heb. Een pertinente leugen! Ik houd nu al ruim 45 jaar intens van haar!
Waarom zou  mijn vrouw onder het genot van een wijntje zo’n soort leugen willen vertellen aan mijn ex-vriend de schijnheil Bob P.  Ik dacht dat ze zo de zakkenwasser Bob P. misschien wilde verleiden tot een intiemer samenzijn. Maar neen, dat was het niet. Minkukel Bob P. had haar graag besprongen maar mijn vrouw zegt dat ze hem niet leuk genoeg vond. Tja, het zal wel zo wezen …..

De aardappelenschijfjes moeten hoognodig gehusseld worden: de andere kant moet ook een korstje krijgen.

De worstjes nog bakken. Met boter en olijfolie. En wèèr brullen …. Het avondeten is nu bijna klaar: simpel dus: bietjes, gebakken aardappelen en saucijsjes. Toe een sinaasappel. 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

zondag 21 juni 2026

PARADE (1)

Vanavond ga ik naar de Parade. Kim Karssen, een stand-up comedienne. Had nog nooit van haar gehoord. Ik heb even opgezocht wie ze is en wat ze zoal doet. Maar echt een duidelijk beeld heb ik nog niet gekregen van haar. De voorstelling waar ik naar toe ga heet: ’Kim Karssen doet het staand’ Heel benieuwd wat ze dan staand doet.

 Ze staat bekend om haar absurdistische, groteske en speelse stijl, waarin ze grote maatschappelijke en persoonlijke thema's behandelt met veel humor, mimiek en taalliefde.

Als pedo-leidster van de theaterworkshop voor kleutertjes, vertelt ze vanavond, dat zowel zij als haar kleutertjes goed aan hun trekken waren gekomen..

 Zij studeerde in 2018 af aan de performance-opleiding van de Toneelacademie Maastricht. Haar voorstellingen balanceren tussen de grap en de traan.

 Klagen doet ze in haar show over de omvang van haar kut. Dertig jaar is ze nu en haar kut blijft groeien. Dat verdriet haar. Het woord ‘kut’ daar houdt ze wel van. Ze kan er veel mee kwijt: gevoelens van pijn, boosheid, verdriet, verbazing, bewondering en ga zo maar door.

tZe schuwt ongemak en het opzoeken van rafelranden niet, wat haar werk hilarisch én verontrustend maakt. Zonder enige gêne verwijderdt ze voor de ogen van haar publiek een ‘vuile’ tampon.

De Parade is er s middags)elk jaar en steeds weer is het leuk om er samen met je vriend of vriendin of met je kinderen ('s middags) naar toe te gaan. Er is een waanzinnige super- draaimolen, er worden de heerlijkste -makkelijkste maaltijden  geserveerd en niet te vergeten maken ze verrukkelijke koffietjes en hebben ze heerlijkheden voor erbij.  

Je hebt nog een week om er van te genieten.  Ja en de korte, krachtige acts, geven je weer voor een heel jaar je creativiteit terug. Echt na twee jaarlijkse bezoeken aan de parade ben je weer een heel ander mens.

 Als je nu geen tijd hebt voor Parade Rotterdam, ga dan naar Amsterdam, Útrecht,  Den Haag. Net zo leuk daar. Waar die Parade Rotterdam is? Vlakbij metrostation Eendrachtsplein, de Kunsthal, Museum Boymns, het Depôt en kinderziekenhuis. Tot twee uru 's nachts kan je er  terecht. Maar pas op als je met het OV bent. De laatste metro gaat meestal tien voor twaalf al.

 Het lijkt haast wel een reclamespotje … maar ik verdien er geen cent aan  hoor


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



zaterdag 20 juni 2026

LEEDVERMAKELIJKHEID.

 Zoals mijn lieve lezers al enkele malen ervaren hebben, kan ik nogal eens smakelijk schrijven over de botte pech van een ander. Ik denk bijvoorbeeld aan het verhaal van die arme man die met zijn scootmobiel veel te dicht op de treinrails stond en gelanceerd werd door de ‘windhoos’ van een aanstormende intercity. Verderop op het perron landde hij. Dood.

Met dit verhaal gun ik u, waarde lezer, wat leedvermaak. Ik verloor halverwege de roltrap mijn evenwicht en lag, in mijn korte broek, vast onder mijn fiets. De roltrap rolde door. Mijn fiets en ik daalden door de zwaartekracht weer langzaam af. Mijn  werd door de scherpe randen van de traptreden venijnig opengescratcht. Bovendien had in van angst in mijn (korte) broek gepiest.Ik lag daar volslagen machteloos.
Een attente reiziger moet op de stopknop van de roltrap hebben gedrukt. Omstanders haalden die fiets van mijn lijf en hielpen me opstaan. Ik wist dat ik onderweg mijn bril kwijt was geraakt. Daar begon ik ogenblikkelijk ‘m’n bril, m’n bril’ te jengelen. Zelf zie ik zowat niks zonder bril. Een zorgzame dame zag die bril halverwege de roltrap liggen. Mijn mobiel lag daar ook in de buurt. Die had ik nog niet eens gemist. Ik had zelf toen nog niet zo door wat een ravage aan mijn lijf was aangericht.
De EHBO’er deed zijn werk secuur. Hij depte het bloed, ontsmette de wondjes en plakte er waar nodig pleisters op. De vrouw van mijn bril raadde me nadrukkelijk aan om naar het ziekenhuis te gaan voor een tetanusinjectie. ‘Zo’n roltrap is een smeltkroes van besmettingen’, zei ze. De RET-man bracht mij en mijn fiets naar het overvolle perron.
Het was inmiddels tien uur in de avond. Ik was naar een theater geweest, vlak bij metrostation Beurs. Ik wilde naar huis fietsen. Maar… alweer had ik een lekke band. De derde in twee weken. Wat is dit?! Ik besloot met de fiets in de metro te stappen. Met alle gevolgen van dien.
Vanmorgen (zaterdag) belde ik het ziekenhuis voor die tetanusprik. ‘Daar is geen haast bij. Ga maandag maar naar uw huisarts. De incubatietijd van tetanus is 14 dagen. Als u koorts krijgt, als de wondjes gaan zwellen en er komt pus uit, dan moet u even contact opnemen met ons’, zei de SEH-arts.
Voldoende leedvermakelijkheid zo?

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 19 juni 2026

HOEPLA

 Ik houd er niet van om avond aan avond voor de treurbuis  te zitten. ‘Treurbuis’ is een woord en ook een begrip, dat bedacht is door de vorige week overleden geniale kunstenaar Wim T. Schippers. Wat hij deed leek nergens op. Het was volslagen uniek. En hij heeft veel gedaan. Zijn werk was provocerend en ontregelend. Hij had geen hogere doelen. Hij was geen wereldverbeteraar. Plezier in wat hij deed daar deed hij het voor. Hij had zowel de pest aan socialistische strijdliederen als aan de christelijke kerkliedjes uit zijn jeugd. Het leven was volgens Schippers niets meer dan een aaneenschakeling van onbenulligheden.

 Hij gebruikte de media voor het scheppen van een uitbundige anarchie. Zijn shows, begin jaren 70, rond Fred Haché, Barend Servet en Sjefke van Oekel, waren een aaneenschakeling van omvallende decors, opzettelijke technisch storingen en blote danseressen.

 

Tot Wim T. kwam was Hilversum deftig en conventioneel. Plots was daar het podium voor plat pratende acteurs uit de b-categorie, een dik aangezette houterigheid. Barend Servet als de mislukte reporter, Fred Haché de falende showmaster en Sjefke van Oekel als de kotsmde poppresentator.

 Schippers zette met zijn shows veel kwaad bloed. Vooral bi de gevestigde burgerij. Wat ook wel weer geestig was want de Haché acteurs verbeeldden met verve burgerlijke voorliefdes als pakken met dassen en zuurkool met vette jus. Maar tegelijk prikten ze feilloos door het dunne laagje burgerlijke beschaving heen door dubbelzinnige vragen te stellen aan Miss België. Die provocatie bracht menig tv-kijker boven zijn theewater.

 Ook in Schippers vroegste werk zie je dat ontregelende. Het programma ‘Hoepla’ is onmogelijk in te delen. Is het een jeugdprogramma, een muziekmagazine of een actualiteitenrubriek? Ja, Hoepla was Phil Bloom. Ze las in haar blootje voor uit de krant. Het volk sloeg massaal op tilt, SGP stelde Kamer vragen. Hoepla was ook jodelzangeres Olga Lowina en Mick Jagger achter elkaar gemonteerd. Voorafgegaan door een item over gezagsgetrouw KNIL-militairen.

Je zou kunnen zeggen: het leek nergens op. En inderdaad, ook in Hoepla deed Schippers weer precies wat ’ie zelf leuk vond, zonder zich te bekommeren om conventies. Of kijkersgunst. Zijn werk was volstrekt origineel en leunde nooit op iets wat er al was. Satire verafschuwde Schippers, juist vanwege dat voortborduren op het bestaande.

Zat er dan niets méér achter? Tja… Toen een tv-reporter hem begin jaren zestig bijna wanhopig vroeg wat hij als beeldend kunstenaar toch bedoelde met die a-dynamische kunstwerken als een vloer van zout of van glasscherven, was Schippers’ mystificerende antwoord: ‘Niets. Er is bijzonder weinig over te vertellen.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 18 juni 2026

DOPIO.

Ik ging op een bankje voor de Dopio ijssalon, op de Crooswijksweg mijn ijsje zitten oppeuzelen. Ik kocht twee bolletjes citroenijs op een oubliehoorn voor 4.50 euro. Daar zat ook een Marokkaanse moeder met een hoofddoekje en haar twee zonen. jongens die weinig van leeftijd verschilden, zo rond 10 jaar waren ze dacht ik. Het zou best een tweeling kunnen zijn. Dat komt in Marokkaanse kringen nogal eens voor.. Tweelingen zijn een soort degeneratieverschijnsel. Je ziet ze  vaak in huwelijken van verre  neven met verre nichten

De jongens zaten lekker te smullen van hun ijsbolletje, terwijl de moeder haar kinderwagen zachtjes heen en weer wiegde. Vanuit mijn perspectief zag ik de achterkant van kinderwagen. Zo af en toe  zag ik een mollige beentje van de baby in die kinderwagen bewegen. Ik vroeg de moeder of de baby geen ijs moest.

‘Daar is ze nog te jong voor,’ zei ze. ’Er  zitten in ijs stoffen die schadelijk zijn voor baby’s’, volgens de vrouw. Het baby’tje is een meisje van 8 maanden. ‘Ze is klaar’, zegt de vrouw. ‘Twee jongens en een  meisje. Mooi genoeg.’ Prima Nederlands spreekt ze.

Ik zeg haar dat ik óók twee zonen heb maar, die zijn al weer wat ouder. Ze wil weten hoe oud. Ik durf het haast niet te zeggen. Niet dat ik me er voor schaam …o,nee, allerminst maar ik vind mezelf gelijk ook zo’n oude man  met zulke oude zonen. 46 en 48 jaar zijn ze.  De Marokkaanse moeder is heel verbaasd dat ik net zo oud ben als de opa van haar kinderen.

Dan wil ze nog weten waar ik woon. Oh wat zou zij ook graag in Prinsenland wonen, maar dan in een eengezinswoning met een tuin … leuk voor de jongens, denkt zij.. Ze woont nu in een  duur oud huis op Crooswijkseweg voor 1.400 euro per maand. Kansloos is ze  voor huren in Prinsenland en kopen mag ze niet van haar geloof. Moslims mogen geen rente aan banken betalen. Dat wist ik niet.

 Mijn heerlijke ijsje is op. Ik kijk even naar de baby. Het kindje lacht meteen vrolijk  als onze ogen elkaar vinden. ‘Aicha’ heet ze zegt de moeder. Ik streel de kleine meid over haar armpje en weer lacht ze naar me. De moeder lacht nu ook. Naar mij. Ze is een lieve vriendelijke vrouw …

’Ik ga op huis aan,’ zeg ik.

 ‘Prettige dag, meneer.’

‘Prettige dag, mevrouw, dag jongens’.

 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 17 juni 2026

INSTALLATIES

Ik houd ervan om iedere dag iets te doen wat buiten mijn alledaagse dingen ligt. Dat houdt me scherp. Soms is dat een nachtwandeling door het bos, een ukeleleles of lunchen in het Praathuis. Vandaag was ik in het Museum Voorlinden in Wassenaar.

Verwacht hier geen muren vol traditionele schilderijen van Van Gogh of Picasso. Voorlinden toont juist het werk van niet-schilderende kunstenaars. Hun kunstwerken noemen ze ‘installaties’. Vandaag dompelde ik me onder in de wereld van William Forsythe, een kunstenaar die je dingen laat ervaren, die je anders nooit zult meemaken.
Zo bouwde hij een soort kelder van 5 bij 5 meter, met een hoogte van slechts 70 centimeter. ‘Ga maar door de kelder naar de overkant, op je knieën of rollend…’, nodigt Forsythe je uit. Kruipend bewoog ik me naar de overkant. Best spannend, want rechtop staan is hier simpelweg onmogelijk. Een unieke ervaring.
In de volgende ruimte – ter grootte van een flink klaslokaal – is een wand van 4 bij 4 meter die fungeert als een ultra-veelzijdige lachspiegel. Alles en iedereen in de ruimte reflecteert tot langgerekte, spiraalachtige vormen. Ook hier word je uitgedaagd tot actie: Beweeg! 
Op een tafeltje in een ruimte daarnaast ligt een plumôt. De vraag aan jou is: 'probeer die plumôt doodstil in je hand te houden, eerst up en dan down'. Geen enkele beweging is toegestaan. Dat lukt je dus niet, omdat je lichaam altijd onbewust trillingen blijft uitzenden.
In weer een andere zaal kun je ouderwets 'apenkooien'. Er hangen 350 ringen waar je naar hartenlust in kunt klauteren en klimmen. Met mijn zwakke schouder was dat niks voor mij, maar het was vanaf de zijlijn erg vermakelijk om 'de apies' bezig te zien. Voor niemand was het een makkie.
Indrukwekkend is ook de zaal met 80 pendules die vlak boven de vloer heen en weer zwaaien. Ze vormen een voortdurend veld van beweging en geluid. De uitdaging? Door de ruimte lopen zonder door de pendules geraakt te worden. Hoewel ik continu bleef uitwijken, was het tevergeefs; de patronen veranderden steeds. Keer op keer was ik de haas.
Vandaag schrijf ik over William Forsythe, maar er exposeren momenteel meer kunstenaars.
Het restaurant schijnt er goed te zijn, maar ik koos voor de fraaie tuin. Daar verorberde ik mijn eigen installatie: een broodje Noorse zalm met roomkaas. Vurrukkeluk!
Museum Voorlinden in Wassenaar is absoluut een aanrader.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 16 juni 2026

AL M'N BROEKEN ZAKKEN OP M'N ENKELS.

Het is alweer meer dan 11 jaar geleden dat ik gescheiden ben van de vrouw die de liefde van mijn leven werd. Nog steeds, ja. Willy heet ze. 45 jaar zijn we getrouwd geweest en we hebben twee zonen grootgebracht, Rick en Fred, die inmiddels 46 en 48 jaar zijn. Ook hebben we kleinkinderen: twee jongens, een van 12 en een van 10. Bert en Marius.
Gedurende die 45 jaren is het niet altijd ‘koek en ei’ geweest tussen Willy en mij. Dat kan ook haast niet anders. Maar het meeste ging meestal wel goed. Verdienen deden we beiden meer dan genoeg! En… we werkten ieder nooit meer dan 20 uur per week, al die jaren dat we samen waren. We deelden de lusten en de lasten. Onze zonen opvoeden, dat hebben we echt prima gedaan. Het zijn geweldige mensen geworden.
Willy en ik maakten er alleen seksueel een potje van… pfff… wat een gedoe… die seks… ik word er nou nog moe van. De laatste 15 jaren leefden Willy en ik als broer en zus. Ik vond dat zelf eigenlijk niet zo’n probleem. Ik was gelukkig met haar. Ik was trots op haar. Ze was een mooie, vrolijke, intelligente, sociale, creatieve vrouw… ik vond het fijn om in haar nabijheid te (mogen) zijn, haar vriend, haar maatje, oké, haar broer ook te (mogen) zijn. Ik was dus niet echt ongelukkig, maar zij wel: ‘Ik ben niet gelukkig,’ zei ze op een dag. Toen was het voor mij einde verhaal. Einde van het verhaal van ons huwelijk. Ik wilde haar geluk in een ander leven niet in de weg staan. Ik vertrok naar Prinsenland.
Vrij snel vond ik de woning waar ik nu nog in woon. Binnen het jaar na de scheiding leerde ik Paula kennen. Met haar had ik gedurende 5 jaar een LAT-relatie. Ik leerde haar kennen op het wijkkoor. In die vijf LAT-jaren kwamen we nauwelijks op straat. Paula was onafgebroken zo diep depressief dat voor haar geen ‘buiten’ kon bestaan. Desalniettemin was Paula wel zo geil als boter. Dat dan weer wel. Wat seks betreft kon ik toen een enorme inhaalslag maken. Aan dat latten van Paula en mij kwam na vijf jaar een einde, omdat ze wat al te opzichtig avances aan het maken was naar haar fysiotherapeut. ‘Ze kon het lonken duidelijk niet laten.’ Mij werd jaloezie verweten. ik kon opkrassen. Paula wilde niks meer met me te maken hebben. Ze is inmiddels niet meer.
Willy is de laatste drie jaar weer een goede (platonische) vriendin van me geworden. Het gaat helaas niet zo goed met haar. Ze heeft COPD en ze blijft maar roken en wordt alsmaar magerder.
Als ik haar vraag of ze dat laatste geen probleem vindt, antwoordt ze:
‘Ja, natuurlijk! Al m’n broeken zakken op m’n enkels!’

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 15 juni 2026

SLAPPE HAP.

 Stralend steekt een volkse Rotterdamse vrouw naast me in de gym haar loftrompet af bij het zien van de Hollanders op tv. Ze gedragen zich zo supergezellig daarginds in de USA. De vrouw staat voor haar hometrainer, maar voor ze gaat fietsen moet ze kennelijk eerst wat kwijt. Ze wil het hebben over de ‘Hollanditis’. Over al die Oranjegekkies die dansen, zingen, springen en drinken. Een feest van lekker samen met Hollanders onder mekaar zijn. Ons landje dat volgens haar langzamerhand in de stront aan het zakken was, spreekt nu weer een woordje mee. Trots! Zag je die Amerikanen? Vol bewondering staan ze ‘langs de lijn’ te klappen en juichen voor die goedlachse oranje positivo’s uit dat kleine, verre kikkerlandje.

‘In dit land maken we toch nooit meer zoiets mee!’ zegt de vrouw tegen mij.
Ze valt bijna om van opwinding. De vrouw is gehandicapt en loopt al jaren met een stok. Dat zal haar niet lekker zitten, dacht ik nog. Zoiets ...
Dan gaat ze weer los: ‘Stel je eens voor … hier in Rotterdam … een glunderende stoet buitenlanders, migranten, asielzoekers allemaal gekleed in het Rotterdamse groen vrolijk zingend, musicerend en lachend. Vieren we dan als echte Rotterdammers hun feestje met volle teugen mee? Nee, natuurlijk niet! Want dat gaat hier never-nooit gebeuren, man, omdat wij hier niet blij zijn met die buitenlanders. Die maken er hier een zooitje van.’
Gisteren zat ik per ongeluk voor Nederland - Japan. Wat een bagger! Na 18 minuten moest ik al kotsen. Volgens de vrouw zat ik wel vreselijk te overdrijven. Moest ze zonodig ook gaan zitten overdrijven:‘Die Jetten vliegt maar heen en weer naar zijn homovriendje in Australië, terwijl ik geen millimeter mag vliegen! En als ze die Jetten in Nederland es nodig hebben, blijft ie gewoon bij zijn vriendje hangen.’ Het open riool van de Telegraaf en de sociale media stond er natuurlijk vol mee. Vandaar.
Mevrouw heeft gezegd wat ze kwijt wou. Ze zit nu met rooie koontjes op d’r fietsje. Ze trapt zich de tering, maar komt geen meter vooruit.
Exact zoals dat hele kabinet Jette. Ik ben zelf absoluut geen fan van deze regering. Integendeel. Terwijl die vrouw daar doelloos zit te trappen, wil Jetten nog steeds de AOW-leeftijd verhogen, de WIA halveren en verkorten, en de eigen bijdrage in de zorg verhogen. De zorg, die toch al behoorlijk uitgekleed is, wordt ook nog verder aangepakt. Van mij mag er zo snel mogelijk een andere regering komen met PvdA-GroenLinks (PRO), SP, Partij voor de Dieren en vooruit, ook D66 erbij. Een socialere regering, die goed is voor de minima en de rijksten durft aan te pakken.
En pak dan meteen ook die slappe hap voetballende Hollandse miljonairs daarginds aan.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 14 juni 2026

EEN VOORTDURENDE DREIGING?

          In mijn bijna 76-jarige leven heb ik van de buitenwereld nooit enige dreiging            van gevaar  meegekregen.Toch was die er wel. Niet op straat, maar in mijn  eigen familie. Mijn pedo-opa, de vader van mijn moeder, kon niet van mij  afblijven. Ik was pas 6. Ook aan enkele jonge neefjes en nichtjes heeft hij zich  vergrepen.Mijn opa, mijn opa, mijn opa… niemand was zo’n klootzak als hij.

Natuurlijk ging er in mijn jeugd wel eens wat mis, maar dat bleef bij lokale incidenten. Zonder angstgolf of hysterie. Liep er een dronkenlap over straat? Dan liepen we er als kinderen plagend achteraan. En toen ik zelf eens met te veel drank op de fiets zat, sloot de politie me een nachtje op en kreeg ik een boete van 180 gulden. Het was misbaar van de straat, meer niet.
Er explodeerde in al die jaren nooit een bom in de wijken waar ik woonde. Er werd niemand bewusteloos geslagen of neergestoken. Wel werd er, toen ik 7 was, een buurjongen van 8 vermoord. Piet heette hij. Dat is tot nu toe de enige moord vlakbij mij geweest. Ook is er in de 'seventies' eens een fiets van me gejat in het Oude Noorden. Voor een prikkie kocht ik er een terug van een junk.

        In bijna 76 jaar is er dus nauwelijks iets gebeurd dat aan de grote klok                                   gehangen hoefde te worden. Met uitzondering van de moord op Piet; dat                                 werd destijds breed uitgemeten in de krant en op de radio. Dat van m'n                                    opa werd door de familie stil gehouden.

Tegenwoordig worden berichten, met name door sociale media, vaak op sensationele wijze en zonder context aangeboden en opgeblazen. De lezer smult er in eerste instantie van, maar voelt zich er ook minder veilig door. Kwetsbaarder. De immense hoeveelheid slecht nieuws wekt de indruk dat er voortdurend een reële, actuele dreiging voor iedereen aanwezig is. Terwijl ik, met mijn 76 jaar, bewijs dat het in de realiteit, ondanks de rauwe randjes, meestal wel meevalt.

            Lieve lezer, 

            stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

            stukkiejee.blogspot.com

 
























zaterdag 13 juni 2026

DOE MAAR.


Ik val maar gelijk met de deur in huis. Mijn zussen verrassen me met een uitstapje naar de Doe-Maar-musical vanmiddag. Voor mijn 75e verjaardag.




De musical is een wervelend feest van spel, dans, muziek, zang in een slim steeds weer veranderend décor. Alle DoeMaar toppers komen voorbij.  De songs komen binnen alsof ze nooit weg zijn geweest. De tomeloze inzet van de grote groep acteurs (met o.a. Ellen Pieters, Han Oldigs en Brigitte Heitzer) is een genot om te beleven. Deze musical ziet er gewoon uit als een feestje van de spelers.

Een dynamische voorstelling wordt het. De draaischijven op het podium en de loopband bevorderen de speelsnelheid met name in de hilarische scène als die met drie oude burgerlijke mannen. Ook het gerace met autopetten, in  felle groen-roze Doe Maar kleuren, bevordert de dinamiek. Vanuit de ruimte onder het podium duiken boodschappers met slecht nieuws op en tot slot herrijst daar zelfs een overleden personage.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de songs het moeten doen in deze voorstelling. En ... die doen het ook!! Het verhaaltje dat om die liedjes heen is bedacht, is nogal dunnetjes, onevenwichtig.

De zaal is overduidelijk enthousiast over de uitvoering van de verschillende toppers. Met name voor 'Nachtzuster' en 'Belle Hélène' ontvangt de groep een open doekje. Met 'Is dit alles.' zingt het publiek uit volle borst mee. 

De band, een zeskoppige formatie van jonge muzikanten is geweldig. De musici zitten niet zoals gewoonlijk 'op een kluitje'. Ze zitten verdeeld over alle speelplekken en blazen de ska- en reggaesound, energieker dan ooit, nieuw leven in.

Waar het precies vandaan komt ... ik weet het niet, hoor. Maar bij sommige intro's zit ik ineens te janken, héél even, ... maar toch ... bij: 'Pa', 'Wanneer de bom valt' en 'Nederwiet'. Oude mannen schijnen daar wel vaker last van te hebben. 


Ik ben mijn lieve zussen, alle drie, Lidy, Manda en Nel zó dankbaar voor dit mooie kado .... en nou snotter ik al wèèr! 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



vrijdag 12 juni 2026

VAN PERSIE.

 Ik ben eigenlijk nog steeds een beetje geshockeerd door het ontslag van Robin van Persie als trainer van Feijenoord. Want al met al  heeft die man toch redelijk gepresteerd. Hij heeft miljoenen verdiend  door de club te plaatsen voor de voorronde van de Champions League. Goed, ze zijn geen kampioen geworden maar dat was gezien de overmacht, ook dit seizoen, van PSV onmogelijk.

Feyenoord heeft duidelijk een risico genomen om van Persie in dienst te nemen. Hij heeft zonder meer een gouden carrière als prof in het internationale voetbal. Maar als trainer heeft hij naast wat jeudteams van Feyenoord  slechts een paar  maanden de prof


Deze tekss van Heerenveen getraind met gigantisch wisselende resultaten. Vele ups en downs.  Mij werd toen  als volger van de Pipo de Clown-eredivisie  weer eens duidelijk dat niet elk goed paard een goede ruiter is. Een uitpraak waarmee oud voetbaltrainer Co Adriaanse zich onsterfelijk maakte. Adriaanse  bedoelde daarmee dat een fantastische voetbalcarrière (het paard) absoluut geen garantie is dat iemand later ook een goede trainer of coach (de ruiter) zal worden. Het zijn immers twee totaal verschillende vakken waar andere kwaliteiten voor nodig zijn.

Door van Persie te contracteren, nam Feyenoord het standpunt in, dat de ronduit matige resultaten van Heereveen niet op het conto van van Persie geschreven moesten worden. Als Robin bij Feyenoord eenmaal aan de slag is zien we hetzelfde beeld als eerder bij Heereveen: ups en downs. Hij komt duidelijk iets tekort. Na zijn vertrek verbeterden de resultaten bij Heerenveen en eindigen ze nog op een redelijke plaats in onze Pipo De Clown-eredivisie. Als stevige middenmoter.

Bij Feyenoord werden de resultaten na verloop van tijd ook wat constanter, zeker nadat de club naast de al gigantische staf ‘good old’ Dick Advocaat aanstelde als  praatpaal voor van Persie. De resultaten werden wat evenwichtiger. Er werden puntjes gesprokkeld en het team eindigde als tweede. Dan zijn we weer bij het begin van dit verhaal: Feyenoord geeft van Persie een schop onder zijn kont.

Robert Eenhoorn, Feyenoords nieuwe bestuurder zit daar achter. Die man heeft er geen probleem mee iemand 'eruit te flikkeren'. Toen Arne Slot AZ trainde en hij, midden in het seizoen, belangstelling toonde voor de komende vacature van Feyenoord-trainer, kreeg hij ontslag op staande voet van Eenhoorn, toen AZ-directeur. 

Ik had van Persie nog wel wat tijd gegund bij Feyenoord. Hij zal toch best wat geleerd hebben bij Heerenveen en die laatste maanden bij Feyenoord.

 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

donderdag 11 juni 2026

PANNENKOEKEN.

‘Wat mensen raar aan mij vinden, is dat ik niet 24/7 onderuitgezakt op de bank voor de treurbuis zit. Nu eens een talkshow, dan eens een serie, af en toe een uitzwaaiwedstrijd, talentenjachten, met bekende Nederlanders, zo nu en dan (heel vaak) een kookprogramma. Het wordt van groot belang geacht dat er over ‘meegepraat' kan worden bij de koffieautomaat of in ‘de gezellige kamer van  het verzorgingshuis.

Ik ga er liever op uit, dan me te laten plezieren door zo’n kudde bekende Nederlanders. Ik heb er ook geen enkele behoefte aan om me door talkshows suf te laten lullen. Dan ga ik nog liever dood.

Maakt mij niet uit, al is het ‘s avonds elf uur. Ik ga gerust nog een eindje wandelen door ons Kralingse Bos.  Zooo Heeerlijk Rustig Dan!

Vanmiddag ga ik pannenkoeken eten. Eigenlijk was ik van plan om vandaag helemaal niks te eten. Te vasten dus. Want ik krijg een buikje. Dat wil ik niet. Maar vandaag zit er niks anders op: 11 juni 13.30 uur  Pannenkoeken eten.  Beneden in het Praathuis. Op zich niks speciaals. Maar ik weet dat  daar mensen ‘aan den pannenkoek’ zitten die mijn bloed wel kunnen drinken. Ik hun bloed ook trouwens. Dat maakt het nu juist zo speciaal. Een normaal mens zou tegen zichzelf zeggen: ’Wat heeft dat nou voor zin voor jou. Je hebt daar niks te zoeken. Lees een mooi boek, luister naar een prettig stukje muziek, doe een rielekst dutje, kijk een half uurtje tv, ga een eindje wandelen of fietsen of doe eens gek en trek je in alle rust lekker af! 

Als je zo nodig leuk een lekker pannenkoekje wilt eten, kan je ook gewoon eens met een paar gezellige buren naar de Nachtegaal in ons aller Kralingse Bos gaan?!’

‘Neen’, zeg ik daarop, ‘ik ga vandaag juist naar beneden om gezellig pannenkoeken te eten met alle buren, die daar ook trek in hebben. of we elkaar nu wel of niet aardig vinden. Voor de broodnodige verbinding. Baat het niet dan schaadt het niet.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

woensdag 10 juni 2026

OUWE HIPPIE.

Ik zit in de Franse les groep met acht vrouwen. Dat heb ik nou altijd. Het is altijd: 20% mannen en 80% vrouwen: bij het zingen, wandelen, zwemmen, kaarten, toneel spelen en kijken, schrijven, bloemschikken en dans. Dit keer is er zowaar, behalve ik, nog een man: Pieter. 

Die minderheid ten opzichte van vrouwen vind ik overigens geen enkel probleem! De vrouwen ook niet, omdat ik een gezellige man ben, al zeg ik het zelf.  Pieter is heel anders dan ik. Pieter is een ongezellige treiterkop. Hij bemoeit zich nauwelijks met de dames. Onophoudelijk is hij naar mij toe, irritant dominant en zogenaamd grappig. Altijd maar grapjes maken ten koste van anderen. Bij de vrouwen kan en durft hij helemaal niks en bij gebrek aan een andere man probeert hij mij voor lul te zetten.

Vanmorgen vroeg al, de groep is nog niet begonnen. Het is een beetje koud. Pieter kijkt  naar mijn korte broek en zegt dan :’Ben je vergeten je korte broek uit te trekken vannacht’.. Gisteren was het immers een extreem warme dag, vandaar.

 Pieter is de enige die lacht om zijn eigen grap, iets wat hij graag en veelvuldig doet. Maakt niet uit. Hij zijkt gewoon graag af. Vraagt hij zo maar opeens aan mij: ‘Hoe heet je ook al weer?’

‘Jos’, zeg ik .’O’, zegt Pieter ‘dan schrijf ik dat op: ‘Jos’ en dan zet ik daar gelijk ‘Ouwe hippie achter’, dan vergeet ik dat tenminste niet’. 

Hier overschrijdt Pieter mijn grens. Ik vraag hem, met een ijzige blik, waarom hij achter mijn naam ‘Ouwe hippie’ moet zetten … Ik wacht niet eens op zijn antwoord maar zeg onmiddellijk dat ik daar niet van gediend ben … streep dat ‘Ouwe Hippie’ maar weg achter mijn naam!!' 

Hij begint nog wat te sputteren. Ik draai me van hem weg en loop naar de toilet. Als hij, als ik uitgeplast ben, nog steeds zit te zijken, zeg ik koel: ’Streep jij nou maar dat ‘Ouwe hippie’ door, Pieter!! Uiteindelijk doet hij precies wat ik wil.

Sindsdien heeft Pieter zijn dominante pesterige gedrag naar mij ‘over boord’ gegooid. Er ontwikkelt zich nu tussen ons een vriendschap op basis van gelijkwaardigheid. Dat voelt prima. 


 Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

dinsdag 9 juni 2026

DE WARMING UP.

 Ik wist dat ik droomde en toch voelde alles puur natuur. In de spiegel van een onbekende voetbalkleedkamer zag ik mijn getransformeerde gezicht. Het zat vol koffiekleurige vlekken en etterende, bloedende wondjes. Bloed sijpelde van mijn schedel in mijn ogen en kriebelde in mijn nek. Mijn neus was dieppaars en de weinige tanden die ik nog had, waren zwart als roet.

De aanwezige mannen droegen een blauw-groen clubtenue. Ik droeg een trainingsbroek van de rommelmarkt en een door mijn vrouw gebreide trui met een grote, gele smile-cirkel. Aan mijn voeten prijkten splinternieuwe, veterloze roze Umbro-voetbalschoenen.
Plotseling keken de ongeveer tien mannen mijn kant op. Ze wezen naar me en lachten me intens gemeen uit. Ze begonnen hun voetbalschoenen naar me te gooien. Enkele raakten mijn gekwetste achterhoofd. Een schoen verbrijzelde de spiegel, waarna ik naar mijn gebarsten spiegelbeeld bleef staren. Twee mannen kwamen naar me toe en reegden veters in mijn schoenen. Een ander knipte met een grote schaar de smile-cirkel uit mijn trui.
Toen iedereen klaar was, trok een lange man met een dikke sigaar me lachend handschoenen aan. Hij gaf me een vriendschappelijke beuk en de rest duwde me het voetbalveld op. Ik werd in het doel gezet. Als warming-up liep ik met supergrote passen over de doellijn, van paal tot paal.
Op de penaltystip bleef ik stokstijf staan. Een scheidsrechter in het zwart huppelde fluitend op me af en bekeek mijn gezicht. Naast hem stonden twee verzorgers met waterzakken en sponzen. Op een signaal veegden ze hardvochtig het bloed van mijn hoofd. De koffiebruine vlekken vervelden direct, als derdegraads brandwonden. Een van hen trok onverwacht een bivakmuts uit zijn zak, die de scheidsrechter opgewekt over mijn hoofd trok. Alleen mijn ogen en lippen waren nog zichtbaar.
De wedstrijd begon. Hoe ik ook sprong of dook, ik hield geen bal tegen. Tien razende teamgenoten vloekten en tierden tegen me. Godzijdank werd ik daar wakker van. Mijn kussen zat onder het donkerrode bloed en gelig pus; ik had de wondjes op mijn voorhoofd in mijn slaap opengekrabbeld.

(Uit mijn rijke Rotterdamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com