Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label oubliehoorn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oubliehoorn. Alle posts tonen

donderdag 18 juni 2026

DOPIO.

Ik ging op een bankje voor de Dopio ijssalon, op de Crooswijksweg mijn ijsje zitten oppeuzelen. Ik kocht twee bolletjes citroenijs op een oubliehoorn voor 4.50 euro. Daar zat ook een Marokkaanse moeder met een hoofddoekje en haar twee zonen. jongens die weinig van leeftijd verschilden, zo rond 10 jaar waren ze dacht ik. Het zou best een tweeling kunnen zijn. Dat komt in Marokkaanse kringen nogal eens voor.. Tweelingen zijn een soort degeneratieverschijnsel. Je ziet ze  vaak in huwelijken van verre  neven met verre nichten

De jongens zaten lekker te smullen van hun ijsbolletje, terwijl de moeder haar kinderwagen zachtjes heen en weer wiegde. Vanuit mijn perspectief zag ik de achterkant van kinderwagen. Zo af en toe  zag ik een mollige beentje van de baby in die kinderwagen bewegen. Ik vroeg de moeder of de baby geen ijs moest.

‘Daar is ze nog te jong voor,’ zei ze. ’Er  zitten in ijs stoffen die schadelijk zijn voor baby’s’, volgens de vrouw. Het baby’tje is een meisje van 8 maanden. ‘Ze is klaar’, zegt de vrouw. ‘Twee jongens en een  meisje. Mooi genoeg.’ Prima Nederlands spreekt ze.

Ik zeg haar dat ik óók twee zonen heb maar, die zijn al weer wat ouder. Ze wil weten hoe oud. Ik durf het haast niet te zeggen. Niet dat ik me er voor schaam …o,nee, allerminst maar ik vind mezelf gelijk ook zo’n oude man  met zulke oude zonen. 46 en 48 jaar zijn ze.  De Marokkaanse moeder is heel verbaasd dat ik net zo oud ben als de opa van haar kinderen.

Dan wil ze nog weten waar ik woon. Oh wat zou zij ook graag in Prinsenland wonen, maar dan in een eengezinswoning met een tuin … leuk voor de jongens, denkt zij.. Ze woont nu in een  duur oud huis op Crooswijkseweg voor 1.400 euro per maand. Kansloos is ze  voor huren in Prinsenland en kopen mag ze niet van haar geloof. Moslims mogen geen rente aan banken betalen. Dat wist ik niet.

 Mijn heerlijke ijsje is op. Ik kijk even naar de baby. Het kindje lacht meteen vrolijk  als onze ogen elkaar vinden. ‘Aicha’ heet ze zegt de moeder. Ik streel de kleine meid over haar armpje en weer lacht ze naar me. De moeder lacht nu ook. Naar mij. Ze is een lieve vriendelijke vrouw …

’Ik ga op huis aan,’ zeg ik.

 ‘Prettige dag, meneer.’

‘Prettige dag, mevrouw, dag jongens’.

 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 27 september 2024

ZONDER BENEN.

Ik sta met mijn twee kleindochtertjes van vier en vijf, bij Capri, onze ijsboer. Likkebaardend kiezen mijn schatjes hun lekkerste twee bolletjes uit.


‘Ga maar even aan dat tafeltje zitten,’ wijs ik, terwijl ik mijn eigen lievelingsijsje bestel: een oubliehoorn met drie citroenbolletjes. Moet ik in totaal tien euro voor afrekenen. Wat is ijs gvd teringduur tegenwoordig. Excusez le mot.

Die kleine dametjes zitten zó lekker te smullen. Zó kan je alleen je eigen kleindochtertjes maar zien smullen. Ik ga bij ze zitten. Rianne, de oudste, zit te staren naar iets achter me. Ada, de jongste kijkt ook met grote ogen die kant op. Ze zeggen niks. Kijken alleen maar. Likken gewoon door. Werpen af en toe een blik naar elkaar.

Ik wil nou ook wel eens weten wat daar achter me zo interessant is. Voorzichtig kijk ik. Daar zit een tamelijk jonge obesitas-vrouw, zonder benen, in een rolstoel. Zij heeft een blote jurk aan waarvan ze de onderkant in haar kruis heeft gepropt.

Het zweet breekt mij uit. ‘Laat ze alsjeblieft niks zeggen’, bid ik zowat. Tegelijk vrees ik het ergste. Dat gaan ze toch zeker niet doen, hè?

‘Ik vind citroen het lekkerste … en jullie?’ probeer ik. Ze reageren geen van beiden. Ze blijven staren.
Ada kijkt me aan, Rianne nu ook. Ik vind het allemaal prima. Laat ze maar lekker kijken. Zolang ze hun mond maar houden. ‘Houd je ijsje boven de tafel, lievertjes, anders druipt het ijsje straks op je mooie jurk en dan krijgt opa van mama op zijn kop’. Ze kijken elkaar aan.

En opeens springt die kleine Ada van haar stoel: ‘Opa, opa, kijk!’ Al wijzend loopt ze op de gehandicapte vrouw af: ‘Opa, opa, kijk ….’. Neen hè …. ik kan wel door de grond zakken. ‘Opa, kijk dan’ , zegt Ada …. ‘die mevrouw heeft ook een ijsje’.



Met veel dank aan Stefan Kok.

dinsdag 16 juli 2024

SOFTIJSJE.

 Vriendelijk was ik. Zò kocht ik de oubliehoorn met softijs: ‘Mag ik een softijsje van drie euro, mijnheer.’

’Dat wordt dan drie euro, meneer’ zei de ijsboer.
‘Ja,’ zei ik kortaf, maar niet onvriendelijk en ik overhandigde de verkoper drie euro. ’Alstublieft,’ zei ik nog.
De verkoper gaf me mijn ijsje en zei: ‘Fijne dag nog.’
‘Dank u … , werk ze,’ zei ik en liep de snackbar uit terwijl ik de punt van mijn softijsje afhapte. Het was een grote hap … ik was zó gulzig, dat ik vergat, dat ik daarvan pijn aan mijn hoofd zou kunnen krijgen. De door zo’n ijsje veroorzaakte hoofdpijn kan heftig zijn. Godzijdank trok de hoofdpijn snel weg . De rest van het ijsje at ik in alle rustig op.

Het was een rare dag. De zon scheen volop. Soms was het erg warm. Soms brieste er een oostelijk briesje en dan was het ineens een beetje fris. Door mijn voorzichtigheid met dat ijs en door de warmte smolt de ijsco sneller dan ik kon eten. Het ging sneller dan ik dacht. Het ijs droop over mijn hand, mijn arm, mijn t-shirt en mijn oranje Mr. Marvis. Ik beet het puntje onderaan de oubliehoorn af maar dat had tot gevolg dat er een plasje smeltijs via mijn kin en mijn hals op mijn borst en t-shirt terechtkwam. Hoewel ik dit soort ijs vaker gegeten had was ik nooit eerder zo in moeilijkheden geraakt.

Ik had nu alleen nog een lege oubliehoorn in mijn hand. Even stond ik nog in dubio: eet ik hem op of gooi ik hem weg. Van alleen zo'n oubliehoorn krijg je behoorlijk dorst, dus gooide ik hem in een afvalbak. Daar stond ik toevallig toch net naast.

Ik voelde me niet zo op mijn gemak met die kleefklauwen en vuile kleren. Ik was gelukkig dicht bij huis, hooguit tien minuten lopen. Het was vrij druk op straat. Ik zag de mensen kijken maar ik deed net alsof ik dat niet zag. Ik keek zo half vooruit, half schuin naar de straatstenen. Soms hoorde ik mensen lachen maar ik wist natuurlijk niet zeker of ze mij uitlachten. Om mezelf gerust te stellen, dacht ik maar van niet.

Ik was blij dat ik thuis was. Ik maakte een sopje voor mijn vuile kleren en stapte zelf vlug onder de douche.