Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label blik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blik. Alle posts tonen

dinsdag 27 oktober 2026

TWAALF — DEEL 1 (remasterd)

Ik probeer me voor te stellen wat er kan zijn gebeurd. In het huis is het doodstil, alsof er niemand aanwezig is, wat vrijwel nooit voorkomt. Zeker niet op zondagmorgen. In dit huis woont een gezin met twaalf kinderen! De familie Henderson. Ik kan naar binnen omdat de deur van de bijkeuken niet op slot zit. De deur was wel dicht. Aan de linkerwand zie ik een werkbank met een stoel ervoor en op de grond een houten krat met ijzeren veren. Tegen de stoel zijn twee blauwe mountainbikes aangegooid. Onder de ene helft van de werkbank staat een heel regiment schoenen en pantoffels kriskras door elkaar, onder de andere helft zie ik een verzameling schoonmaakspullen: een zwabber, een stoffer en blik, emmers, schoonmaakmiddelen, moppen en dweilen. Aan de rechterkant hangt regenkleding en jassen voor alle seizoenen.

"Hallo!," roep ik, "hallo!, ik ben het, Peter. Is er iemand thuis?"
In de keuken ziet het er opgeruimd en ordelijk uit. Abnormaal, want normaal gesproken is het een behoorlijk rommeltje. De stoelen staan dan schots en scheef naast de tafel. De kruimels en plassen omvergegooid drinken van het ontbijt liggen dan nog op de eettafel en de keukenvloer. Het aanrecht staat dan boordevol vuile afwas.
Ook de huiskamer maakt een nette, opgeruimde indruk. Ik roep nog maar eens: "Hallo, is er iemand!?" De voordeur is op slot, dat is vrij normaal. De wc-deur ook maar dat is pas normaal als er iemand op zit… Als ik na herhaaldelijk kloppen en roepen geen reactie krijg, ruk ik hard aan de wc-deur… en… dan ga ik bijna onderuit … blijkt hij toch gewoon open te zijn. Maar ook daar niemand. Er hangt nog enigszins vochtig wasgoed aan een wasrek aan de deur van de meterkast. De was lijkt een paar uur geleden opgehangen.
Misschien dat er boven nog iemand is… wel vreemd want ik heb toch herhaaldelijk en luid geroepen. De badkamerdeur zou volgens het witte kleurtje onder de deurknop vrij moeten zijn, maar ik krijg hem niet open. Ik hoor geen douchestraal lopen. Ik hoor ook geen gerommel met zeepjes, eyeliners of deodorant. Ik stomp op de deur, roep een paar maal, maar geen reactie. Ik trek dan hard aan de deur en voel aan de bovenkant wat speling… blijkt dat er aan de onderkant een schuifknipje de deur dicht houdt. Waarom is dit?
Zoals verwacht is er niemand in de vier slaapkamers, maar er heerst wel een bijna onbeschrijfelijke orde en netheid in die slaapkamers. Het is in elke kamer, op één na dan, eerlijk gezegd altijd een zooitje. In alle kamers staan de ramen wagenwijd open, terwijl het toch niet echt erg warm is. Gewoonlijk staan de ramen op een kiertje met dit kille, regenachtige weer. Ik ga eens bij de buren vragen. Misschien hebben zij iets vreemds gezien.
(Morgen volgt deel 2)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 27 september 2024

ZONDER BENEN.

Ik sta met mijn twee kleindochtertjes van vier en vijf, bij Capri, onze ijsboer. Likkebaardend kiezen mijn schatjes hun lekkerste twee bolletjes uit.


‘Ga maar even aan dat tafeltje zitten,’ wijs ik, terwijl ik mijn eigen lievelingsijsje bestel: een oubliehoorn met drie citroenbolletjes. Moet ik in totaal tien euro voor afrekenen. Wat is ijs gvd teringduur tegenwoordig. Excusez le mot.

Die kleine dametjes zitten zó lekker te smullen. Zó kan je alleen je eigen kleindochtertjes maar zien smullen. Ik ga bij ze zitten. Rianne, de oudste, zit te staren naar iets achter me. Ada, de jongste kijkt ook met grote ogen die kant op. Ze zeggen niks. Kijken alleen maar. Likken gewoon door. Werpen af en toe een blik naar elkaar.

Ik wil nou ook wel eens weten wat daar achter me zo interessant is. Voorzichtig kijk ik. Daar zit een tamelijk jonge obesitas-vrouw, zonder benen, in een rolstoel. Zij heeft een blote jurk aan waarvan ze de onderkant in haar kruis heeft gepropt.

Het zweet breekt mij uit. ‘Laat ze alsjeblieft niks zeggen’, bid ik zowat. Tegelijk vrees ik het ergste. Dat gaan ze toch zeker niet doen, hè?

‘Ik vind citroen het lekkerste … en jullie?’ probeer ik. Ze reageren geen van beiden. Ze blijven staren.
Ada kijkt me aan, Rianne nu ook. Ik vind het allemaal prima. Laat ze maar lekker kijken. Zolang ze hun mond maar houden. ‘Houd je ijsje boven de tafel, lievertjes, anders druipt het ijsje straks op je mooie jurk en dan krijgt opa van mama op zijn kop’. Ze kijken elkaar aan.

En opeens springt die kleine Ada van haar stoel: ‘Opa, opa, kijk!’ Al wijzend loopt ze op de gehandicapte vrouw af: ‘Opa, opa, kijk ….’. Neen hè …. ik kan wel door de grond zakken. ‘Opa, kijk dan’ , zegt Ada …. ‘die mevrouw heeft ook een ijsje’.



Met veel dank aan Stefan Kok.

woensdag 28 augustus 2024

Serie: Een Rotterdamse bioscoop in de 60's & 70's. Deel 8: Zeven-Up.

 Alle servicemedewerkers (kassa, buffet, portiers, ouvreuses) van deze bios delen alle fooi altijd met elkaar. Een maand lang wordt alle fooi in een pot gestopt (die gaat de kluis in) en op de eerste dag van de nieuwe maand wordt alles evenredig over iedereen verdeeld.


Wij zijn met zijn tienen en gemiddeld zit er zo’n tweeduizend gulden in de fooienpot. Marja, die getrouwd is en twee kinderen heeft, zegt wel eens dat ze er voor de hele maand haar boodschappen van kan doen. Toch mooi meegenomen!
‘Kijk eens’ zegt Petra tegen Sonja, die druk is achter het buffet. Ze laat Sonja het briefje van vijf gulden zien: ‘fooi van de man die je hebt geholpen zijn plaatsje te heroveren.’
‘Zo, mooi, maar waarom stuur je hem niet gelijk naar mij Petra, zegt Sonja, met gelijk alweer die geile blik in haar ogen. Had ik even kennis met hem kunnen maken; leek me best een aardige vent.’
‘Weinig kans voor jou Sonja, hij had een heel leuke slanke vrouw bij zich.’
‘Nou en ... denk je dat ie niet zo af en toe met zo’n lekker mollig meissie als ik wil kroelen?’

Het is in de pauze van de film zo waanzinnig druk aan het buffet, Sonja en Sonnee kunnen het nauwelijks samen aan. Petra springt maar even bij. Zelfs de bedrijfsleider, meneer Duusjo, steekt dit keer de handen uit de mouwen. Pils, Cola, Seven-Up, Tonic, Appelsap … het is niet aan te slepen en dan heb je ook altijd nog van die zeikerds bij die thee of koffie willen. Ze dreigen door alle gekoelde drank heen te raken.
‘Zegt U het maar, meneer’ zegt Petra tegen de Surinamer voor de bar.
‘Zeven up alstublieft’ en Petra ontdoet zeven flesjes Seven Up van hun dop.
‘Kijk eens aan meneer zeven uppies.’
‘Maar mevrouw, ik ben maar alleen, wat moet ik nu met zeven flesjes Zeven Up?’
‘O, meneer, nou eh … ik dacht werkelijk dat u 7 Seven Up wilde hebben, helemaal mijn fout, sorry’. Maar dat betekende wel dat Petra zes Zeven-up dopjes uit de vuilnisbak moest gaan vissen en die zo goed en zo kwaad als het ging weer op die flesjes moest gaan persen, want als ze die drankjes niet zou kunnen verkopen, zou de schade verhaald worden op de fooienpot. Dat wilde ze niet op haar geweten hebben. Petra vindt het wel lullig van zichzelf dat ze zes bezoekers van die avond een iets minder dan normaal sprankelend Uppie heeft moeten verkopen. Maar ja, het is niet anders.

Morgen: deel 9: Na de pauze.