Als ik haar vraag of ze dat laatste geen probleem vindt, antwoordt ze:
‘Ja, natuurlijk! Al m’n broeken zakken op m’n enkels!’
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com
Alle servicemedewerkers (kassa, buffet, portiers, ouvreuses) van deze bios delen alle fooi altijd met elkaar. Een maand lang wordt alle fooi in een pot gestopt (die gaat de kluis in) en op de eerste dag van de nieuwe maand wordt alles evenredig over iedereen verdeeld.
In het kader van sightseeing Den Bosch maakte ik vandaag een boottochtje op het riviertje de Duizel onder het bebouwde Den Bosch door. Het was een welkome koele activiteit in de bloedhitte van vandaag.
Lezers die allergisch zijn voor erotisch getinte tekst kunnen dit verhaal beter overslaan.
We ontmoeten elkaar. Ik versier haar. We zitten allebei nog
op school, ik op de toneelschool; zij op de kunstacademie. We kennen elkaar pas twee weken als ze bij me
op bezoek komt in Utrecht. Mijn hospita ziet ons aankomen. Die heks komt gelijk
op hoge poten naar ons toe: we mogen niet in haar huis blijven slapen. Tot laat in die avond zitten we te chillen,
beetje blowen, beetje vrijen, beetje muziek luisteren … staat opeens die hysterica
in mijn kamer. Als door een wesp
gestoken krijst ze: ‘Weg wezen jullie en wel meteen!’ Terwijl die kut (shakend)
hinderlijk in de weg blijft staan, pak ik op mijn dooie gemak mijn spulletjes
bij elkaar. Ze heeft nog een maand huur, honderd 100 euro, van me tegoed. Daar kan ze mooi naar fluiten.
Ik ben nu dakloos. Maar ik kan terecht in het grote
kraakpand op het Wilhelminaplein. Een aantal klasgenoten van me zit daar. Zijn
we altijd welkom. Er is een mooie kamer vrij. Midden in de kamer ligt een
tweepersoonsmatras met een hagelwit hoeslaken.
We gaan eerst samen naar een heerlijk feest, dansen daar wild
en worden dronken. Het is veertien februari. Ik weet niet precies hoe zij zich
voelt maar ik ben zo geil als boter. We kunnen niet van elkaar afblijven op weg
naar het kraakpand, we maken grapjes, lachen, bijten en zoenen.
Godverdomme! Ze
gebruikt de pil niet. Was ik vergeten. Jezus!!
Het is al tegen middernacht … kom nu nooit
meer aan condooms.
We hebben het alle twee nog nooit gedaan. Zowel opgewonden,
vooral ik … als nerveus, vooral zij, zijn we. Zonder condoom wil ze er niet aan.
Van een prikkelend voorspel kan nu geen sprake meer zijn. Ze pakt pen en papier
en begint druk te rekenen. Voor mij valt er weinig te rekenen: mijn pik is nu een
stuk kleiner dan tien minuten geleden. Het rekenen heeft haar niet de zekerheid
gegeven waar ze naar zocht. Haar eitje springt waarschijnlijk pas morgen … ze
besluit het er op te wagen:
‘Laten we het in godsnaam dan maar doen. Kom maar op!’
Mijn pik staat snel weer fier overeind, dat wel, maar voor het lekkere en het mooie kom ik veel te
vroeg klaar. Zij totaal niet.
Wèl zijn we nu alle twee in één keer ontmaagd. Dat kan maar
gebeurd zijn. Een bloedvlek, ter grootte
van een pioenroos, zó ontiegelijk mooi rood, prijkt in het hagelwitte laken.
Ze is niet klaar gekomen … haar ontmaagding deed pijn. Ook naderhand
nog. We zijn niet blij. Hadden het beter nog niet kunnen doen. Gedesillusioneerd
liggen we naast elkaar. Ik sla mijn arm om haar heen. Haar handpalmen legt ze zo
laag mogelijk op haar buik. Het lijkt of ze nog steeds ligt te rekenen.
‘Je bent als al die andere mannen, anticonceptie denk je
niet aan, dat is iets voor vrouwen, nietwaar?’
Op mijn wekelijkse kaartavond kan
ik me nauwelijks concentreren; wat me nooit gebeurt, ik zit tot twee keer toe
te verzaken. Mijn vaste maat zegt dat ik er maar mee moet stoppen; dat ik er
met mijn kop toch niet bij kan blijven. En daar heeft hij groot gelijk in. Mijn gedachten zijn meer bij de hoertjes dan
bij de kaartjes.
Het is niet alleen de opwinding die opspeelt, er is ook angst. Want het
is best spannend, zeg maar gerust gevaarlijk om in me eentje naar de hoerenbuurt
te gaan. Ik moet maar afwachten wat voor wijf ik tref en sommigen van die
wijven hebben pooiers, die je al voor tien eurocent een mes in je rug steken.
’t Is echt een zooitje ongeregeld dat daar rondloopt, verslaafden in alle
soorten en maten: mongolen, travestieten, psychisch gestoorden. Voor de
zekerheid heb ik daarom achter in mijn auto altijd een honkbalknuppel, een
broodmes liggen en … een hard gekookt eitje, maar dat laatste is omdat ik als
ik klaargekomen ben, altijd trek heb in zo’n eitje.
Laatst had ik een slank wijfie in mijn Mazda, zag er lekker uit. Pijpte
me voor vijftien euro, (vijf euro vooruit betalen), zonder condoom. Niks aan de
hand. Kwam lekker klaar. Voelde ik ineens dat dat wijfie een vent was. Ik dacht
dat ik gek werd. Ik heb hem meteen mijn auto uitgetrapt. Meneer had nog de
brutaliteit om de rest van zijn geld op te eisen. Ik heb hem toen een dreun met
die honkbalknuppel gegeven. Jezus, wat voelde ik me belazerd zeg! Die travestiet
loopt daar blijkbaar moederziel alleen. Daar had ik nog mooi geluk bij. Want
voor hetzelfde geld krijg zo’n criminele pooier achter me aan. Maar geluk of
niet in mijn hardgekookte eitje had ik helemaal geen trek meer.
Veel te schaars gekleed staat Coby
onder de plataan. De boom beschut haar tegen de striemende regen. Passerende
auto’s spatten haar, met zwarte netkousen bedekte benen, zeiknat. Ze zwaait
naar elke voorbijkomende automobilist. Vijftien euro heeft ze nog nodig om een
lijntje coke te kunnen scoren. Oftewel één pijp- of twee trekbeurten.