Ik houd er niet van om avond aan avond voor de treurbuis te zitten. ‘Treurbuis’ is een woord en ook een begrip, dat bedacht is door de vorige week overleden geniale kunstenaar Wim T. Schippers. Wat hij deed leek nergens op. Het was volslagen uniek. En hij heeft veel gedaan. Zijn werk was provocerend en ontregelend. Hij had geen hogere doelen. Hij was geen wereldverbeteraar. Plezier in wat hij deed daar deed hij het voor. Hij had zowel de pest aan socialistische strijdliederen als aan de christelijke kerkliedjes uit zijn jeugd. Het leven was volgens Schippers niets meer dan een aaneenschakeling van onbenulligheden.
Tot Wim T. kwam was Hilversum deftig en conventioneel. Plots
was daar het podium voor plat pratende acteurs uit de b-categorie, een dik aangezette
houterigheid. Barend Servet als de mislukte reporter, Fred Haché de falende showmaster
en Sjefke van Oekel als de kotsmde poppresentator.
Je zou kunnen zeggen: het leek nergens op. En inderdaad, ook in Hoepla deed Schippers weer precies wat ’ie zelf leuk vond, zonder zich te bekommeren om conventies. Of kijkersgunst. Zijn werk was volstrekt origineel en leunde nooit op iets wat er al was. Satire verafschuwde Schippers, juist vanwege dat voortborduren op het bestaande.
Zat er dan niets méér achter? Tja… Toen een tv-reporter hem begin jaren zestig bijna wanhopig vroeg wat hij als beeldend kunstenaar toch bedoelde met die a-dynamische kunstwerken als een vloer van zout of van glasscherven, was Schippers’ mystificerende antwoord: ‘Niets. Er is bijzonder weinig over te vertellen.
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com