Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label smakelijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label smakelijk. Alle posts tonen

zaterdag 20 juni 2026

LEEDVERMAKELIJKHEID.

 Zoals mijn lieve lezers al enkele malen ervaren hebben, kan ik nogal eens smakelijk schrijven over de botte pech van een ander. Ik denk bijvoorbeeld aan het verhaal van die arme man die met zijn scootmobiel veel te dicht op de treinrails stond en gelanceerd werd door de ‘windhoos’ van een aanstormende intercity. Verderop op het perron landde hij. Dood.

Met dit verhaal gun ik u, waarde lezer, wat leedvermaak. Ik verloor halverwege de roltrap mijn evenwicht en lag, in mijn korte broek, vast onder mijn fiets. De roltrap rolde door. Mijn fiets en ik daalden door de zwaartekracht weer langzaam af. Mijn  werd door de scherpe randen van de traptreden venijnig opengescratcht. Bovendien had in van angst in mijn (korte) broek gepiest.Ik lag daar volslagen machteloos.
Een attente reiziger moet op de stopknop van de roltrap hebben gedrukt. Omstanders haalden die fiets van mijn lijf en hielpen me opstaan. Ik wist dat ik onderweg mijn bril kwijt was geraakt. Daar begon ik ogenblikkelijk ‘m’n bril, m’n bril’ te jengelen. Zelf zie ik zowat niks zonder bril. Een zorgzame dame zag die bril halverwege de roltrap liggen. Mijn mobiel lag daar ook in de buurt. Die had ik nog niet eens gemist. Ik had zelf toen nog niet zo door wat een ravage aan mijn lijf was aangericht.
De EHBO’er deed zijn werk secuur. Hij depte het bloed, ontsmette de wondjes en plakte er waar nodig pleisters op. De vrouw van mijn bril raadde me nadrukkelijk aan om naar het ziekenhuis te gaan voor een tetanusinjectie. ‘Zo’n roltrap is een smeltkroes van besmettingen’, zei ze. De RET-man bracht mij en mijn fiets naar het overvolle perron.
Het was inmiddels tien uur in de avond. Ik was naar een theater geweest, vlak bij metrostation Beurs. Ik wilde naar huis fietsen. Maar… alweer had ik een lekke band. De derde in twee weken. Wat is dit?! Ik besloot met de fiets in de metro te stappen. Met alle gevolgen van dien.
Vanmorgen (zaterdag) belde ik het ziekenhuis voor die tetanusprik. ‘Daar is geen haast bij. Ga maandag maar naar uw huisarts. De incubatietijd van tetanus is 14 dagen. Als u koorts krijgt, als de wondjes gaan zwellen en er komt pus uit, dan moet u even contact opnemen met ons’, zei de SEH-arts.
Voldoende leedvermakelijkheid zo?

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 14 augustus 2022

HET VOELT GOED

Het voelt goed. Ik had niet gedacht dat het zo goed zou voelen. Ik twijfelde er even aan of ik Maarten wel aan zou kunnen. Hij is en stuk kleiner dan ik maar ziet er wel sterk uit. Desondanks kan ik het niet uitstellen.  Ik ben helemaal klaar met Maarten.

Die avond maakt mijn vrouw Isabel een tortilla. Zoals gewoonlijk is die weer bijzonder smakelijk .  Nog voor het toetje wil ze iets met mij en onze zonen bespreken.  Ik heb werkelijk geen flauw idee waar ze het over wil hebben … de kinderen kijken mij enigszins verbaasd aan.

‘Oké’ zegt de oudste, ‘als het ijs maar niet smelt.’

Enfin, ze vertelt over Maarten. Hij is een collega van Isabel. Zij heeft met hem te doen. Zijn vrouw  is onlangs bij hem weggelopen. Sindsdien verzorgt hij zich niet zo best. Hij vereenzaamt  en is depri. ‘Wat is depri?’ vraagt de oudste.

‘Hij vindt het leven vaak niet leuk meer,’ antwoordt Isabel.

Ook verwaarloost hij zijn werk. Isabel wil hem graag helpen. Ze denkt dat het goed voor hem is om hem een tijdje een meer huiselijke omgeving te bieden. Aangezien wij toch een kamer over hebben, vraagt ze ons drietjes of wij het zien zitten om Maarten een tijdje in huis te nemen.

Ik voel gelijk al weerstand. Maarten heb ik nog nooit ontmoet. Alleen dat zielige verhaal ken ik nu. Ik kijk de kinderen aan. De jongste vraagt hoeveel jaar Maarten is en of hij kan voetballen. Maarten is 23 … of hij kan voetballen weet Isabel niet … hij heeft wel een Feyenoord-vignet op zijn jack. Onze oudste, zelf heel muzikaal, wil weten of hij een muziekinstrument bespeelt en of hij zelf ook kinderen heeft.  Maarten heeft Isabel wel eens verteld dat hij violist is in het Rotterdams Filharmonisch orkest … hij heeft twee heel jonge  kinderen, een vanéén jaar en een van drie jaar, twee meisjes. Die zijn nu bij hun moeder.

Ik zou zelf wel eens willen weten, ik kan mijn weerstand nauwelijks verhullen, waarom zijn vrouw bij hem weg is gegaan. ‘Dat is nogal simpel,’ zegt Isabel, ‘ze is verliefd geworden op een andere man en gelijk bij hem ingetrokken.’

‘Wat is ingetrokken,’ vraagt de jongste. ‘Ze zijn gaan wonen in het huis van de man op wie ze verliefd is geworden,’ antwoordt Isabel.

De jongens lijken niet zo’n probleem van Maartens komst te maken. Ik ben achterdochtig en heb het vermoeden dat er meer aan de hand is … een vrouw loopt niet zo maar halsoverkop bij haar man weg. Na enig aandringen vertelt Isabel, dat er ooit op de zaak over Maarten geroddeld is. Hij zou alcoholist zijn. ‘Dan géén Maarten hier! No way,’ zeg ik, ’eens een alcoholist altijd een alcoholist!’

Maar … ik was in ons democratische gezinnetje in de minderheid. De andere drie willen het wel proberen met Maarten.

Hij is nu zo’n week  of acht onze huisgenoot. Ik kom thuis van voetbaltraining. ’t Is een beetje laat geworden. Op de salontafel staat een heel regiment lege wijn- en bierflessen. In ‘onze’ slaapkamer, in ‘ons’ echtelijk bed, tref ik Maarten, in een zeer gepassioneerde houding  aan met mijn echtgenote Isabel. Ik zeg niks … impulsief spring ik bovenop Maarten … klem mijn duimen om zijn nek, mijn vingers om zijn hals en wurg hem. 

Het voelt goed. Ik had niet gedacht dat het zo goed zou voelen.