Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label piemel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label piemel. Alle posts tonen

donderdag 19 maart 2026

DYNAMISCH, WERVELEND THEATER

Woensdagavond was ik in het Theater  Rotterdam bij de weergaloze voorstelling van het Germaans Staatstheater. Weergaloos, wervelend en uitputtend voor zowel het publiek als de acteurs. Van tevoren wordt de kijker al gewaarschuwd: deze voorstelling bevat scenes met elektrische scooters, sigaretten, emotionele uitbarstingen, geslachtsorganen, emotionele monologen en aars-positiviteit. Bedankt voor uw komst we wensen u een fantastisch show.

Helen Fisher daalt vanaf het plafond naar benden en zingt haar hit 'Ademood'. Ondertussen stormen tien acteurs op fietsen, elektrische scooters over het podium en de tribune. U heeft het gevoel dat u zich midden in  het centrum van Amsterdam bevindt. Iedereen is geïrriteerd en schreeuwt en scheldt naar elkaar.

 

Shit.

Schoft.

Fuck you.

Idioot.

Rot op.

Klootzak

Je staat in de weg.

Ik heb voorrang.

Dit is een eenrichtingsweg.

Let op

Heb je ogen o wat?

Kijk je met je kont o zo?

Je bent een domme koe.


In een volgende scene pakt de groep de op het podium rondslingerende schoonmaakspullen bij elkaar en begint als in een roes schoon te maken. Daarbij kijken ze  elkaar met een extreme afgunst aan. Maar de afgunst slaat al snel om in verbazing over de dingen om hen heen.


Wauw, wat een mooie stoel.

Wat een mooe koffiemok.

Wt een mooie gordijn.

Wat een mooie tafel.

wat een mooie zandzak.

Wat een mooie stoel.

Dan gaan alle leden van de groep de zaal in en geeft het publiek complimentjes.

Wat een mooi neus.

Wat een mooie sjaal.

wat een mooie oorbellen.

 Wat een mooie knieën.

Wat een mooi oren.

Wat een mooi haar.

Wat een prachtig publiek.


Met zijn twaalven tegelijk zeggen zij hun 'manifest: wij zijn'.


We zijn er klaar voor.

We zijn authentiek.

We zijn alternatief.

Wij zijn een sterke groep.

wij maken geschiedenis.

Wij maken het perfecte en echte theater.

Wij realiseren onze dromen.

Wij zijn tegen het patriarchaat.

Wij zijn antikapitalistisch.

Wij zijn a-sociaal.

Wij zijn een doorn in het oog voor de director.

We likken hun kont en pijpen de programmeurs van instituten.

We plassen elke dag,

Wij zijn banale seksuele personen

Wij zijn de kunstenaars die liever masturberen dan leven.

We maken stukken die de mensen raken.

Wij bepalen het waarom.

Wij keren ons tegen de hele theaterwereld.

Wij doen wat wij willen doen.

Wij doen niet wat de mensen willen zien maar wat ze moeten zien.

 

Een acteur blijft, als een kind, alleen achter op het immens grote lege podium. Hij friemelt aan zijn penis. Af en toe roep hij om zijn moeder.

 

Mamma

Mamma

Mamma

 

Een actrice zet een plumôt klem tussen twee tafels en gaat zich masturberen.

 

Een van de acteurs heeeft vreselijke pijn aan zijn aars. De dokter roep 9 stagiaires te hulp.

De dikter stelt vragen:


Heeft u veel plezier gehad e laatste tijd?

Alleen?

Met mannen?

Met hoeveel mannen

Met glijmiddel of zonder.

Met oude of jonge mannen.

 

Het hele schouwspel voltrekt zich in een adembenemend tempo. Geen tijd is er om even bij te komen, adem te halen. Voor de echte liefhebber was het volop genieten van een dynamisch stuk theater. Beter dan dit heb ik in heel mijn lange leven niet mogen ervaren. Helaas alleen nog maar te zien in Amsterdam op  20 maart.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


vrijdag 19 augustus 2022

DE KLEINE BAARD.

Het kleine mannetje met de baard laat zijn handen droogblazen in dat lawaaierige apparaat dat tegenwoordig bijna in elke toilet te vinden is. Ik heb mijn gulp inmiddels dichtgeritst. Met opzet  heb ik mijn piemel zo lang mogelijk laten uitdruppelen om dat baardmannetje vòòr mij naar buiten te laten gaan.  Persoonlijk gebruik ik het luidruchtige handendroogapparaat nooit … ik ben als de dood dat dat ding mij de handen afrukt.

Maar goed, mijn plannetje slaagt. Het baardje heeft niks in de gaten. Hij loopt linea recta naar buiten, het terras op. Terwijl ik mijn hand er voor in het vuur durf te steken, dat hij nog moet afrekenen.  Hoe dan ook, ik schuifel voorzichtig achter hem aan. In het voorbijgaan zie ik in het restaurant de drie dames waarmee hij hier is, nog zitten lachen, drinken  en babbelen.

Vanuit mijn positie in het restaurant zie ik probleemloos wat zich aan het tafeltje van de kleine baardmans  afspeelt.  Het kleine mannetjes-vraagstuk is aan die tafel hoogst urgent. Dit soort man  moet zijn geringe afmeting compenseren met lengte, in allerlei opzichten.  Alle drie de vrouwen zijn stuk voor stuk groot, groter dan hij.  Degene aan tafel, die het langst aan het woord is, is de kleine man.  Wie confisceert het grootste stuk stokbrood? Jawel: hij. De dames maken er geen punt van. Ze kennen hem al langer als vandaag. Periodiek, ja, eens per maand,  heeft hij de dames nodig. Het lijkt haast wel een soort van ongesteldheidscyclus.     

Hij gaat er niet zonder te betalen van door. Neemt plaats op het terras met de nog natte tafels en stoelen van de zomerse regenbui van zojuist. Het blijkt toch precies zo te zijn als ik dacht: die baard is nep. Hij kijkt schichtig in het rond, waant zich onbespied en trekt dan de baard van zijn kin. Hij smeert iets van een zalfje over zijn  kin en kaken.  Dan zie ik opeen dat het een bekende Nederlander is … het is … het is Jort Kelder!

Plotseling gaat hij op zijn terrasstoel staan, steekt zijn armen in de lucht en slaakt een  luide, langdurige kreet, zeg maar gerust een oerkreet. In de natuur, die om deze tijd al in diepe rust is, wordt  op deze wijze de rust wreed verstoord. Van uit alle richtingen klinkt verschrikt hondengeblaf. Vogels zijn meteen op hun hoede, alarmeren elkaar en vliegen kortstondig op. Enkele konijntjes spurten onzichtbaar uit hun holen en zoeken een nieuw veilig heenkomen voor de nacht.   

‘De kleine baard’ is nu natuurlijk niet meer ‘de kleine baard’ maar gewoon ‘de kleine’. Hij staat nog steeds op zijn terrasstoel en trekt zijn portefeuille. ‘Meisjes!’ roept hij dwingend ,’meisjes, kom!’ Kom snel hier! En met gespeelde onderdanigheid lopen de drie grote meiden naar die kleine toe.

‘Ik geef jullie driehonderd euro  mee om af te rekenen, meisjes. Het geld dat over is, is voor jullie. Het is niet veel maar onthoud: wie het kleine niet eert is het grote niet weerd.  Tot de volgende maand maar weer.’

‘Oké, wij rekenen af. Tot de volgende maand meneer Kelder,’ zeggen zij in koor.