Een vrouw met een niet alledaags, propperig lijfje en een Lady GaGa-face zit opeens op die spinningfiets naast me. Ze komt dus ook meefietse. Voor het eerst, dat moet haast wel, want ík hebt haar hier nooit eerder gezien; bovendien gaat ze zitte ragge op een fiets waarvan het stuur veel te laag staat en het zadel voor haar korte beentjes veel te hoog. Bovendien kan ze nog maar net bij het stuur met die korte armpjes van haar, doordat het zadel te ver naar achtere is geschove.
Jean, die charmante spintrainer, ziet gelijk dat het zo niet goed kan gaan en helpt haar met het instelle van de fiets op haar bijzondere afmetinge. Angst voor lichamelijk contact heeft die Jean niet. Kan hij natuurlijk ook niet gebruike in dit werk. Jean pakt haar routineus bij d’r middel; strekt haar linkerbeen wat, zet haar linkervoet op het pedaal en stelt dan het zadel in, op hoogte van de bovekant van haar linkerheupbeen. Dit alles doet hij swingend op de hard dreunende technomuziek die uit de krachtige boxe van de spinningruimte knalt. Met wat zachte druk van zijn hand op haar rug beweegt Jean haar bove-lichaam iets naar vore, hij strekt haar linkerarm een weinig en stelt de stand van het stuur in. En maar swinge, lache en zinge (onhoorbaar overigens). Ik dacht nog bij mezelf: als hij haar nog één keer zo beetpak, leg ze d’r eitjes straks nog in zijn nek.
Ze is echt omgekeerd evenredig aan de meeste andere spinsters hier. Die hebbe vrijwel allemaal aerodynamische kleding en dito lijve. Strakke sportkleding over afgetrainde lijve. Met haar slobbertrui (dat soort truie leg bij de Zeeman in de aanbieding voor 4,95 euro), haar veel te kort afgeknipte pyjamabroek (motief Brabants bontje) en haar blauwe, low budget gympies is ze duidelijk een dissonant in de gym hier. Toch zie ik op dit moment geen spinster die net zo opgewekt en fris als zij op de pedale staat.
Iedereen in de zaal laat zich opzwepe door trainer Jean: ‘We gaan nu steil de berg op,’ zegt-ie, ’draai de weerstand bij. Je moet nu pijn in je bove-bene voele. Kom op!’ Buiten adem en met een knalrode kop arriveer ik op de top van die fictieve berg.
Ik werpt even een vluchtige blik naast me en zie dat ‘proppie’ nog net zo monter en energiek op haar fietsje zit te strale als aan het begin van de training. Haar grote bruine ogen kijke mij lachend (of is het spottend?) aan. Het lijkt wel alsof ze op een zonnige lentedag over een vlak, geasfalteerd fietspad fietst, in een rustige landelijke omgeving met een heel klein beetje wind mee. Of lijkt dat misschien maar zo?
(Uit mijn verre R'damse verleden)
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com