Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label vuist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vuist. Alle posts tonen

vrijdag 20 maart 2026

MEELOPERTJE

Ik kent Jan nog van ut gymnasiums. Jare zestig. De triomfdage van de Stones en de Beatles. Van Feijenoord natuurlijk ook. Een stille gozer was ut. Bleek, mager. Grote bril op z’n gok, klein koppie, vet haar naar achtere gekamd met slage erin… neen, ’t was niet bepaald moeders mooiste.

Hij komp bij ons in de tweede… een middelmatige leerling… goed in economie. Hij blokkeert alleen as-ie een mondelinge beurt krijg… z’n harses word dan zo rood as een kreeft. Kejje nagaan hoe dat d’r uit zag.

Het duurt effe voordat-ie aansluiting krijg bij de rest van de knape uit klas 2B. Hij laat z’n haar groeie en doe z’n bril af, zo lijk-ie een beetje op Keith Richards van de Stones. Echt geaccepteerd word-ie door dat groepje Stones-fans niet, maar as-ie ut bevel van de schooldirecteur negeert om naar de kapper te gaan en in nette kleren naar school te komme, stijg z’n populariteit wat. Maar… echt een prominent lid van die groep word-ie nooit. Eens een meelopertje, altijd een meelopertje.

Voetballe is z’n sport… héél goed zijn we d’r geen van alle in, Jan ook niet. In de loop van de derde kom een stel Feyenoord-fans op ut idee om bij thuiswedstrijde van Feyenoord naar de Kuip te gaan. Het is de tijd waarin Coen Moulijn als dertiger excelleert, al noemde wij hem toen al liefkozend ‘die ouwe lul’. Jan is d’r altijd; maar ook hier hebtie nooit ut hoogste woord, zelfs juiche bij een doelpunt doetie ingetoge… hij lach… steek een vuist omhoog: ‘yeah!’

 

Ik bent een keer bij hem thuis gewest. Veel broertjes en zussies hebtie… zes tel ik d’r al… later kwame d’r nog meer bij. Jan is daar de oudste. Wat me is bijgebleve, is dat armoedige meubilair en die verslete vloerbedekking die daar lag te legge. Ook die penetrante zeiklucht… geen huisdier te bekenne… van die broertjes dus.

 

Onze economiedocent wil eens bewijze dat arbeiderskindere ut gymnasium nooit hale. Hij doe bij ons in de klas een onderzoekje naar ut beroep van de vaders. Hij krijg gelijk, want d’r zit bij ons géén arbeiderskind in de klas.

Mijn vader zit in de directie van C&A Nederland. Maar ik weet zeker dat Jan z’n vader in een fabriek werk, gezien het armoedige zooitje dat daar thuis lag te legge. Maar Jan antwoordt doodleuk dat z’n vader onderdirecteur is bij Bolletje… van die beschuit. Hij schaamde zich d’r eigen volgens mij voor dat z’n vader een arbeider was.

Dat is dàn… later pas kom de trots op een vader die hem laat doorlere, terwijl ut thuis armoe troef is. Later verklapt Jan me dat z’n vader al jare rolle eierbeschuit in doze staat te legge en naar ut magazijn loop te sjouwe.

Na de middelbare school verliest ik hem uit ut oog en dan, wie had dat ooit kenne denke, dan groei Jan, dat schuchtere meelopertje, uit tot één van de meest gelezene schrijvers van Nederland. Leuk hem heel anders gekend te hebbe en… eerlijk is eerlijk: ik zou wille dat ik maar een heel klein beetje van z’n talent had. Dan was dit zeker-weten, een leuk stukje geworden.


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



donderdag 13 februari 2025

TWEELINGBROERS.

Toevallig had iedereen in de metrowagon iets naast zich op zijn bankje neer gelegd. Ik was de enige met een vrije plek naast me. Hij was net ingestapt, bij Schenkel. De metro reed alweer en de man zocht al schommelend een zitplaatsje. Impulsief klop ik met mijn linkerhand op de vrije plek naast mij. Hem zo uitnodigend om naast mij te komen zitten.

 ‘Uw benen willen niet meer zo, hè?

’Nee, het is meer me evenwicht. Ik heb medicijnen voor mijn hoge bloeddruk en die zijn weer slecht voor mijn nieren en daar ga ik dus van slingeren. ’

‘Ik heb óók moeite met mijn balans. Bij mij komt het door slaappillen. Slik ze al bijna 25 jaar.  Kan niet meer  zonder.

Opeens kijkt hij me aan en vraagt hoe oud ik ben.  

’74,’ zeg ik. Daar kijkt hij duidelijk van op zijn neus.

‘Ik ben 73.’ Reageert hij een beetje teleurgesteld. Hij had vast gedacht de oudste van ons tweetjes te zijn.

Nu we hier  toch even tot elkaar veroordeeld zijn, vraag ik hem of hij, net als ik, alleen woont.

‘Neen, ik woon samen met mijn tweelingbroer.’

‘O, dat lijkt me nog eens leuk.

‘Ja, dat zou op zich best leuk kunnen zijn ….’ een miniem zenuwtrekje doet zijn hoofd dan twee maal kort achtereen ‘neen’ schudden …tegelijkertijd balt hij zijn rechterhand tot een krachtige vuist … ’Tsja… vòòr  die tijd woonde ik samen met onze moeder. Na haar dood werd dat huis wat te duur en te groot voor me. Toen ben ik bij mijn tweelingbroer, die altijd alleen heeft gewoond, ingetrokken. Vandaar natuurlijk ook’.

Ik laat het onderwerp maar rusten. Duidelijk te pijnlijk voor hem.

Als we station Blaak binnen rijden beklaagt hij zich er over dat ze  gekort werden op hun AOW toen ze bij elkaar introkken. Nu krijgen ze samen 2.400 euro AOW bruto per maand. Twee alleenstaanden krijgen 2.800,= euro. Dat zit hem lelijk dwars. Tot drie keer toe moet ik die AOW-riedel van hem nog aanhoren. Zeker omdat ik zijn verontwaardiging niet luid en duidelijk deel.

Nee, voor mij is dat niet meer als normaal. Toch? 

We waren inmiddels bij Beurs. Daar moest hij er uit. Geen idee waarom. Hoefde ik ook niet te weten. Zo te zien had ie niet echt iets nodig. Nou ja, geld misschien.

‘Het beste met uw balans!’

‘Hou u goed vast hè!’