Elke ochend, as ik naar de sportschool gaat, komt ik d’r tege. Een vrouw van een jaar of veertig, een mongooltje. Ze is altijd same met d’r moeder, die toch ook al een endje in de zeventig mot weze. Waar ze heen gaan? Tja, leg dat maar us uit.. Geen idee. Het ken van alles weze, naar de familie of de supermarkt ofzo, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoede dat ze elke ochtend rond die tijd naar de dagbesteding voor verstandelijk gehandicapte gaan.
Bijna altijd zijn ze same en bijna altijd hebbe ze mot met mekaar. Die moeder ken het nooit goed doen. Met d’r lage damesstem gooit die dochter d’r moeder allerlei verwijte naar d’r hoofd die ik niet verstaan ken, maar zo komp het wel over. Soms loop ze stampvoetend een paar meter voor d’r moeder uit, met een muil die op onweer staat. De andere keer loop ze juist weer tergend langzaam een paar passe achter d’r moeder an. Zo dwingt ze dat mensie om steeds achterom te kijke en d’r eigen tempo an te passe. Een heel enkele keer zie ik d’r alleen op pad gaan. Ook dan kijkt ze zo nukkig uit d’r doppe, dat hoort blijkbaar gewoon bij d’r. Met grote stappe loop ze me tegemoet; ze kijk niet op of om en loop gewoon door.
Ik heb best wel us medelijde met die ouwe moeder, want die doet het in de oge van d’r dochter toch nooit goed. De wanhoop straalt uit d’r oge. Het valt ook niet mee as je op weg ben naar de tachtig en je lig constant overhoop met zo’n recalcitrante dochter op je nek.
Mijn jongste broertje Marco is ook een mongool. Twintig jaar jonger dan ik is tie. Me moeder was 39 toen ze van hem beviel. Hij is precies het tegenovergestelde van die nukkige dame: meestal hartstikke rustig, vriendelijk en meegaand. Wat dat betreft is het natuurlijk net as bij gewone mense: elke mongool is weer anders.
Hoewel Marco niet zo’n moeilijke gozer is, heb me moeder er verstandig aan gedaan om hem, toen die nog een tiener was, uit huis te plaatse in een begeleide woonvorm. Dat was een hele kluif voor d’r om dat te besluite. Ze heeft er zat traantjes om gelate, maar het was een goeie beslissing. Een verstandelijk gehandicapt kind in huis blijf tot in de lengte van dage een hele zorg, ook al ken Marco nog zo rustig en vriendelijk weze.
Me moeder heb zo een redelijk rustige ‘oude dag’ gehad en Marco heb het in z’n eigen huisie, met z’n begeleiders en die andere bewoners prima naar z’n zin. Voor zowel me moeder as voor Marco was het altijd een klein feessie as ze mekaar weer zage, bij hem of bij moeders thuis… of op een verjaardag… want dán was het dubbel feest, begrijp je?
(Uit mijn verre R'damse verleden)
Lieve lezer,
stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:
stukkiejee.blogspot.com