Ik maak me een beetje zorgen om mij. Het lijkt haast wel of
ik dement ben. In het beginstadium dan, hè. Dat ik het nog weet, dit nog allemaal
zo op kan schrijven. Misschien stel ik me wel aan. Is het gewoon een
bijverschijnsel van pillen slikken, veel
te veel hooi op mijn vork nemen en een tijdelijke aanval van gejaagdheid.
Maar hoho, wat ister dan toch
Nog geen uur geleden was ik in de sportschool bij de physio.
Half uitgekleed. Ik! Niet de physio!. Physio behandelt me prima. Ik ga daar weg
en laat de helft van mijn spullen in die behandelkamer liggen: mijn sleutelbos
(!) wat vreselijk stom, mijn vest en mijn petje. Ik vond het al zo fris op de
weg terug naar huis. Er ging echter geen
lichtje bij me branden. Ik ben nu net even terug gegaan om die spullen op te
halen. Ze lagen keurig bij de receptie van de gym. Bij diezelfde gezellige
receptioniste die me drie weken geleden mijn toen bij die physio vergeten
mobiel terug gaf. Ik geneerde me nog net niet dood.
Wat zij niet weet is dat ik de laatste drie maanden zeker vijf handdoeken, twee grote en drie kleinere op
de gym heb laten slingeren. Ik dacht toen, och, ik heb toch voldoende
handdoeken laat ze ze maar houden, daar. Ik heb er nu nog maar drie over. Ik moet er echt een paar bij kopen. Die
ik liet slingeren, waren trouwens toch al behoorlijk versleten. Een smoesje,
dat weet ik.
Tsja, er komt nog meer. Ik ben nog maar op de helft van dit ‘dementiestukje’. Afgelopen zondag ben ik lekker bezig. Met mijn
opfriscursus Frans. Het maken van een flinke portie chili con carne (voor vijf
dagen). Het uitzoeken van een film, die
ik vanmiddag in de bios wil gaan zien.
De film is gauw gekozen: een Franse film, die mooi past bij
mijn opfriscursus: ’l’Étranger’ in Cinerama om half vijf. Het is een mooie
‘film noir’. Wanneer ik in een filmscene
iemand ie koken realisseer ik me dat ik mijn ‘chili’ thuis op de inductieplaat
heb laten staan. Sinds vanochtend half twaalf. Op standje 4+. Het is inmiddels
half zes. Ik ren de bios uit. Spring op mijn fiets. Heb nare visoenen van verkoekte chili en een verziekte
inductieplaat. Om kwart over zes sta ik in mijn keuken, til de deksel van de
-pan op en zie dat de chili nog vredig staat te pruttelen. Ik zet het wel
meteen uit. Ik was kapot. Het was natuurlijk niet alleen dat angstzweet. Ik had
me ook nog es de pleuris gefietst.
Zodoende denk ik dus dat ik me zorgen moet maken. Want dit is
het niet alleen. Er is nog meer. Maar
dit stukje zit vol. Hier laat ik het even bij.