Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label burn-out. Alle posts tonen
Posts tonen met het label burn-out. Alle posts tonen

vrijdag 27 maart 2026

MOETEN.

Moeten zorgen.

Leo is zelf een migrant maar allesbehalve een migrantenvriend. Zijn vrouw baart hem nu veel meer zorgen dan de politiek. Leo is druk in de weer met zijn dementerende echtgenote. Hij wil haar in haar laatste levensfase alles geven wat ze nodig heeft.

Hij ervaart met pijn in zijn hart de dominante kille benadering van de medewerkers van het verzorgingshuis.. Er is daar continu sprake van onderbezetting. De zorg, dit zware werk,  wordt bedroevend slecht betaald. 

Leo mist  de liefdevolle verbinding vanuit het verpleeghuis naar de cliënten.. Hij is daar te gast en vanuit die rol wil hij daar zijn voor de die afdeling.  Dus niet omdat hij moet van  een hogere macht: het is zijn mensbeeld dat hem motiveert.  Hij voorziet in een behoefte. Hij zingt, speelt mondharmonica, danst, masseert, wandelt, trakteert, troost: hij is er voor iedereen op de afdeling niet alleen voor  zijn eigen Marja. Zijn Marja is de enige van de afdeling die nog bezoek krijgt. De andere vier hebben niemand meer. Krijgen dus nooit bezoek .Het is prachtig dat Leo daar ook voor hen wil zijn. 

Maar ...  hij moet wel oppassen. Zijn grenzen bewaken. Dit is een situatie die makkelijk tot een burn-out kan leiden voor Leo.  

 De zorgmedewerkers reageren op Leo’s gedrag alsof hij hen voor de voeten loopt. Hij wordt, met zijn humane, menslievende, aandachtige houding, door hen als lastig ervaren.

 

Moeten schrijven.

Natuurlijk komt er niet eens in de zoveel tijd iemand thuis bij me langs om me op straffe van 100 stokslagen te dwingen: ‘Jij moet elke dag een stukje schrijven.’ Natuurlijk niet.

Hoewel ik wel bijna dezelfde woorden gebruik: ’Ik heb geen tijd, want ik moet vandaag nog een stukje schrijven. Neen, mijn stukjes zijn beslist geen dwangarbeid.. Ik vind het telkens weer een verrukkelijke bezigheid. Het ene stukje is weliswaar beter dan het andere, toch ben ik er altijd weer blij mee.

 Moeten ademen.

Ik vernam dat er ooit eens een pientere (oude) dame vertoond werd op tv, die zei: ’Moeten, moeten?? Ik moet helemaal niets'. Jaha, okee, een ding moet ik echter wel en dat is ademhalen’.

Deze pientere schrijver voegt daar dan nog gaarne aan toe dat hij ook zo af en toe moet poepen en héél vaak moet plassen. 


Lieve lezer,

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen 

via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 28 juli 2024

HUISDIER.

Je moet een huisdier nemen, krijg ik regelmatig te horen, van mensen die waarschijnlijk denken dat ik eenzaam ben’. Vandaag weer. Buurman Cor nu.


‘Wat voor beest dan, Cor?
‘Neem een hond, dat zou ‘n prima wandelmaatje voor je zijn.

'Ik ben vaak niet thuis en ga een paar keer per jaar op vakantie ... fietsvakantie meestal … da’s toch niks met een hond .’

'Moet je dan persé gaan fietsen op die vakanties van je? Kan je niet gaan wandelen? Een hond holt graag mee!’

‘Neen’, zeg ik beslist, ’dat zijn meestal fietsvakanties, zei ik al, met groepen, Cor, en bovendien de combinatie hond-fiets … een hond loopt continu in de weg. Dat wordt een kwelling voor dat beest, voor mij en de andere fietsers.’

‘Ook lastig is dat ik dat beest drie of vier keer per dag uit moet laten. Dat gaat me nooit lukken. Neen Cor, een hond is te veel een handenbinder. ‘

‘Vroeger,’ vervolgde ik, ‘ hadden we een heel leuke hond, een bastaard Gordon Setter. Sita heette hij, een vrolijk beest. Zelfs de drie poezen, vonden hem wel tof. Hij liet hen rustig een deel van zijn eten oppeuzelen. Toen moesten we wel vaak iemand regelen om Sita uit te laten. Dat lukte altijd moeiteloos. Ook sleepten we Sita overal mee naar toe. Veel plezier hebben we gehad aan die hond. Die hond ook aan ons, trouwens. Als ik me echter zoals nu, op mijn oude dag, voorstel als hondenbezitter krijg ik op slag een burn-out’.

‘Wat denk je dan van een poes?,’ zegt Cor, ‘dat is een solitair beest, daar heb je geen omkijken naar … èn die heeft zijn kattenbak.’

‘Oh neen, Cor, … die walgelijke kattenbankstank wil ik niet in mijn huis hebben en overal die kattenharen. Ik krijg nou al jeuk‘.

‘Een goudvis misschien? Daar heb je een rustige, propere, niet zo bewerkelijke huisgenoot aan.’

‘Okee Cor, als ik zo af en toe die goudvissenkom bij jou mag stallen, ga ik me daar op oriënteren’.