Pageviews van de afgelopen week

maandag 24 februari 2025

PINDAROTSJES.

Ik ben allerminst een snoeper. Zelden haal ik wat in huis. Gebak, koekjes  of kaakjes beschouw ik niet  als snoep. Maar onder andere : zuurtjes, toffees, spekkies, dropjes, pepermuntjes, Haagse hopjes, kussentjes vallen bij mij weer wel onder snoepgoed.  Hartig snoepgoed noem ik gewoon ‘iets hartigs’, zoals stukjes kaas, worst, pinda’s en chips. Gezond snoepgoed heet bij mij fruit.

Gebak, koek en dergelijke haal ik alleen in huis wanneer ik mensen op de koffie krijg.’ Iets in huis halen  voor bij de koffie’, zal ik maar zeggen. Dan koop ik bij voorbeeld als ik twee bezoekers krijg drie eierkoeken (een voor mezelf) en een rol Mariakaakjes, voor bij het tweede kopje koffie. Niet die hele rol ineens natuurlijk. 

Echt snoepgoed neem ik in huis als ik de kleinkinderen op bezoek krijg, een zak zuurballen bijvoorbeeld of een stel roomknotsen. Daar zijn ze dol op.

Van de week, en zo kom ik eigenlijk op dit hele verhaal, krijg ik zo rond lunchtijd Sohrab, een vriend met Iraanse roots op bezoek. Eens in de veertien dagen zie ik hem. Voor mij hoeft het niet maar hij neemt altijd iets lekkers mee.  Deze keer heeft hij kletskoppen meegenomen.

‘s Ochtends heb ik zelf ook al wat gekocht, op de markt. Pindarotsjes. Dat lijken net chocolaatjes. Maar het zijn absoluut géén chocolaatjes. Het zijn pinda’s, in stukken gestolde chocola. Hoe dan ook. Sohrab raakt zijn eigen meegebrachte kletskoppen niet aan. Hij probeert een pindarotsje en daar blijft het niet bij ... hij neemt er nóg een en nóg een. ‘Da’s lekker man’, zegt hij. Hij heeft blijkbaar nog nooit zoiets gegeten ... neemt er nog een. Hij vraagt me met volle mond, hoe dat spul precies heet. Pakt zijn mobieltje erbij en vraagt me het te spellen.

'P.I.N.D.A.R.O.T.S.J.E.S.'

Ik geef Sohrab ook nog de tip dat hij het hier op de vrijdagmarkt kan kopen bij de zuidvruchtenkraam.

Hij denkt dat zijn dementerende moeder ze lekker zal vinden. Sohrab gaat een doosje naar haar opsturen. Zij woont nog Iran bij haar broer in Mashad. Tsja, in Iran hebben ze geen verpleeghuizen. Ook geen pindarotsjes.

zondag 23 februari 2025

AFSPRAAK.

Leo, een van m’n buren heeft me uitgenodigd om eens bij hem langs te komen. Zolang als ik hier woon, tien jaar inmiddels, kom ik Leo (en zijn vrouw, Frieda) hier in de buurt tegen. De laatste twee jaar zie ik ze ook in het zwembad.  Net als ik stuntelt Leo ook een beetje in het warme, ondiepe doelgroepenbad. Ik ben daar bezig als gevolg van een ongeneeslijke schouderkwetsuur. Waarom Leo daar zwemt weet ik niet precies, dat hoor ik nog wel eens.

Zijn vrouw is actief in de wandelclub, waar ik ook in zat. Leo liep daar ook wel eens mee. Zo hebben we elkaar een beetje leren kennen. Het meest eigenlijk in het zwembad.

Ik hoefde niet lang na te denken toen hij me vroeg om eens bij hem langs te komen. Ik vind hem sympathiek. Net als ik is hij ook geïnteresseerd in muziek en voetbal. Jazz en Ajax Daar houd ik weer niet zo van. Van allebei niet. Toch zei ik meteen ‘ja’.

Stom! Ik vergeet Leo te vragen naar zijn achternaam, zijn huis- of telefoonnummer om een afspraak met hem te maken.

Er wonen hier in dit buurtje een paar honderd mensen, sommigen zie je tot vervelens toe, enkelen regelmatig, anderen zo af en toe en een enkeling eens per jaar of nooit. Ik had Leo al veertien dagen niet gezien tot ik hem gisteren tegen het lijf liep.

‘Ik had al drie keer bij je op bezoek kunnen zitten, Leo, maar ik wist geen adres dus …’

‘Zeg maar wanneer je wil komen’.

‘Dat kan ik nu niet zeggen. Ik heb geen agenda bij me. Geef me je huisnummer maar dan kom ik bij je langs. Spreken we wat af’.

Deze middag bel ik bij hem aan. Frieda doet glimlachend de deur open. Ik zeg, een beetje verlegen, zoals ik nu eenmaal ben,  dat ik voor Leo kom ... om een afspraak te maken. Ze weet er al iets vanaf, merk ik. Leo komt relaxed uit de keuken de woonkamer ingelopen.

‘Hallo Jos’, zegt Leo monter, ‘hoe is het?’

‘Goed, Leo, anders was ik niet naar je toe gekomen’.

Nu pas, onder dit opvallend lage plafond van hun woonkamer valt me op hoe groot hij is. Hij ik zeker vijf centimeter langer dan ik, schat ik. Wel zijn we even slank.

Al snel hebben we afspraak gemaakt. Over een paar dagen gaan we elkaar weer zien.

zaterdag 22 februari 2025

A COMPLETE UNKNOWN.

Vanmiddag ga ik kijken naar ‘A complete unknown’, de nieuwste film over Bob Dylan. Daar verheug ik me op. Bob wordt gespeeld door een lookalike die net zo indringend kan zingen als Dylan zelf. De film beslaat de periode 1960 - 1965. Het verhaal wordt verteld aan de hand van vijf songs:

-          Song to Woody (Guthry) 1961

-          House of the Rising sun 1962

-          Blowin in the wind  1963

-          Don’t think twice it’s all right 1962

-          Like a rolling stone 1965


Song to Woody.

Het is een mooi beeld, drie generaties folkzangers, van wie Guthrie de oudste en Dylan de jongste is. Guthrie heeft zijn hoogtijdagen gehad, Seeger zit aan de top van zijn populariteit en Dylan is de troonopvolger.

Song to Woody was een van de twee eigen nummers op zijn in 1962 uitgebrachte debuutalbum 'Bob Dylan'. Het liedje werd tot voor kort zo’n vierduizend keer per dag gestreamd. Sinds de film in de Verenigde Staten uitkwam zijn dat er dagelijks 55 duizend!

House of the rising sun.

Bob Dylan hoorde het nummer  ‘The house of the rising sun’ voor het eerst in een versie van Joan Baez. Daarop heeft hij een eigen ‘House’ gemaakt, dat in 1964 door The Animals werd uitgebracht en een wereldwijde hit werd. Toen Dylan tijdens zijn optredens tot vervelens toe gevraagd werd om ‘House’ te spelen, zei hij dat hij er geen zin meer in had om dat Animals-nummertje te spelen.

Blowin’ in the wind.

Dylan schreef het naar eigen zeggen in een minuut of tien en riep bij de eerste livevertolking al dat het ‘geen protestsong’ was. Het was in elk geval wel het eerste grote bewijs dat hij meer was dan alleen een folkzanger.

Don’t think twice it’s all right.

Dylan probeert met deze song een geliefde te vergeten en zingt, overtuigend: ‘I gave her my hart , but she wanted my soul’. 

Like a rolling stone.

De onverwoestbare rockklassieker. Vanaf nu geen folk-geluid meer van Dylan. Door een groep (folk)-fans van Bob wordt dat niet geaccepteerd. Ze scholden hem tijdens een concert uit voor  ‘Judas’.

Geweldig die film. Ik heb er van genoten. De film heeft me zeer ontroerd. Ik heb tijdens de vertolking van’Blowing in the wind’en ‘Don’t think twice it’s allright’ ongegeneerd zitten janken. Het zal de leeftijd wel zijn.

 

(met dank aan de Volkskrant)

 

vrijdag 21 februari 2025

YOGA.

 

Hij komt uit Syrië. Woont hier nu al zo’n jaar of tien. Ik ken hem nu drie jaar en heb hem (een beetje) Nederlands leren praten. Ruim een jaar nu geef ik geen les meer, aan niemand niet. En sedertdien zie ik Yusuf nog zo eens in de paar weken. Dan drinken, eten en praten we wat. Gisteren appte hij me of ik langs wilde komen.  Wat zou er aan de hand zijn, dacht ik. Daar was ie nooit meteen zo duidelijk over.

Ik ben zelf altijd direct in dat soort situaties. Laatst bijvoorbeeld was er een probleempje met de deur van mijn koelvriescombinatie en omdat Yusuf nogal handig is appte ik hem om even langs te komen om te kijken of hij het kon oplossen. 

Wanneer hij mij bijvoorbeeld snel nodig had, vroeg hij me onverwachts op de koffie.  

Deze keer stond er nog maar net een kop koffie voor m’n neus of hij had een vraag. Het ging over de sportschool. Hij dacht er over om lid te worden, vooral omdat er ook yoga aangeboden wordt. Er worden echter drie soorten aangeboden en hij weet niet goed hoe hij daar een keus uit moet maken. Hij vertelt dan, met een nerveus lachje,  dat hij in Krimpen aan de IJssel al eens op een yoga-club had gezeten, met alle maal jonge lenige vrouwen. Yusuf zelf, 58 jaar, was daar al snel  afgegaan. Niet letterlijk maar figuurlijk.

Yusuf is een slimme man. In een van de eerste lessen, die hij bij mij had, zei hij, dat hij mij voortaan zou gebruiken als zijn persoonlijk adviseur. Dat heb ik toen maar zo gelaten, maar dat was ik natuurlijk niet van plan. Zo af en toe eens een telefoontje plegen of een mailtje opstellen, dat vind ik oké, maar hij moet vooral zèlf aan de slag. Vandaag wilde hij me duidelijk voor zijn karretje ‘sportschool’ spannen. ‘Kan ik daar een proefdag krijgen? Wat kost het. Wat kan ik voor dat geld doen? Wanneer? Kan ik ook yoga doen?’

'Ga na je zwemles naar de receptie van de sportschool, daar kunnen ze je alles rustig uitleggen'. 

Dat zou die doen. Dat kan hij ook prima. Hij is er slim genoeg voor. Hij vindt het dus alleen makkelijker als ik het voor hem doe. Dit keer gaat die vlieger niet op.

Yusuf is niet alleen een slimme maar ook een heel eigenzinnige man. Ik snap daarom ook niet waarom hij in de desinformatie van het Kremlin gelooft. Voor hem is Zelenski de grote agressor in de oorlog met Rusland. Terwijl in Europa iedereen weet dat Poetin de oorlog met Oekraïne begonnen is.

donderdag 20 februari 2025

ONDER EEN VIADUCT.

 

Ik loop op de Mariniersweg in de richting van de bibliotheek, als een kerel , die me tegemoet loopt, zomaar ineens tegen me roept: ‘Zo, jij loopt al net zo rottig als ik’. We moeten er alle twee even om lachen maar we lopen gewoon door.

Dat ik zo rottig loop, daar ben ik me niet  van bewust. Het is vandaag koud, dus ik loop met opgetrokken schouders, de een hoger dan de ander en met mijn hoofd weggedoken in mijn jas. Ik kan me er absoluut geen voorstelling van maken hoe dat rare lopie van mij er nou precies uitziet. Die kerel zelf, loopt met een zware Jumbo boodschappentas te sjouwen. Vandaar dat hij zijn eigen lopie rottig vindt, denk ik.

 En als dat ‘rottige lopie’ nou het enige is, dat ik vandaag over me heen krijg dan valt het nog wel mee. Maar op de sportschool komt vanochtend een altijd jolige sportvriend op me af, kijkt me indringend aan en vraagt me:  ‘Onder welk viaduct heb jij vannacht geslapen, Jos’.

Ik wil nu toch wel eens zien hoe ik er bij loop en besluit om via de Hoogstraat door te lopen naar C&A. Daar vis ik een paar broeken en truien op en ga er gelijk mee naar de paskamers. De situatie bij C&A is natuurlijk totaal anders dan op de Mariniersweg. Bij C&A is het al sowieso niet zo koud. Ik loop een paar keer voor die passpiegel heen en weer. Ik zie dan, dat ik in de loop der jaren behoorlijke o-benen heb ontwikkeld. Mijn rechterbeen is duidelijk een beetje korter dan links. De rechterschouder, die nieuwe,  zit flink wat hoger dan die linker, waardoor ik me nogal scheef en schokkerig voortbeweeg. Rottig mag die man het van mij best noemen. 

Die grap over dat viaduct begrijp ik pas als ik mijn muts af doe. Dan zie ik mijn lange grijze haren alle kanten opstaan. Tsja, … onder een viaduct gelegen.

Nu ik toch bij C&A ben  koop ik gelijk maar twee nieuwe zwarte broeken. Het is voor het eerst sinds tientallen jaren dat ik daar koop. Jarenlang heb ik al mijn kleding, schoenen ook, bij Bristol gekocht. Ik ben nu toch geslaagd bij C&A voor broeken. Een broek kost daar net zo veel als destijds bij Bristol: 40 euro. Een vriendin van me zegt gelijk dat ze bij Zeeman voor 30 liggen. Maar dat kan ik haast niet geloven. Dat moet een broek zijn van een mindere kwaliteit.

Na C&A ga ik toch nog even naar de bibliotheek. Daar leen ik een boek de Noorse schrijver Karl Ove Knausgärd.

woensdag 19 februari 2025

ONTBIJT.

Er is een tijd geweest dat ik ’s ochtends in de keuken een paar boterhammen klaar maakte, een potje thee zette en het daarna op het dienblad mee naar de woonkamer nam. Ik liep dan vlug even naar de brievenbus voor de krant en ging in m’n makkelijk stoel zitten lezen en ontbijten. Dat doe ik dus niet meer. Ik eet mijn ontbijtje leunend tegen het aanrecht en kijk door het keukenraam naar buiten. Ik sta daar meestal tussen 8 en 9 uur.

Ik woon vlakbij de lift. Op mijn galerij zijn nog negen andere woningen. En als ik daar in de keuken sta te eten, zie ik iedereen voorbij komen. Ik heb geen gordijnen ofzo. Alles en iedereen kan mij dus ook zien staan. De ene buur zwaait vriendelijk, de ander doet net of tie me niet ziet, weer een ander wenst me smakelijk-eten en anderen zijn vòòr achten al op pad of komen hun huis pas uit ná negenen.

In dat uurtje zie enkele honderden kinderen door hun ouders naar de basisschool, waar ik op uitkijk, gebracht worden. Het verbaast me hoeveel kinderen (ook de oudsten) nog door hun ouders met de auto voor het schoolplein worden afgezet. Niet alleen als het koud, nat of mistig is maar ook als de mussen bijna dood van het  dak vallen. Wanneer ik die kids dan naar school zie lopen, merk ik dat ze toch allemaal prima functionerende beentjes hebben. Dus wat zou er op tegen zijn ze lekker van huis naar school te laten lopen. Het verkeer wordt dan niet hinderlijk opgehouden en de straat krijgt minder uitlaatgas te verwerken.  

Op de fiets en lopend worden ook veel kinderen naar school gebracht. Daar ben ik wat milder over. Schoner voor het milieu. En ja, op een gegeven moment is een kind groot en wijs  genoeg om zelfstandig naar school te lopen of te fietsen. Verstandige ouders geven hun kind  ook dat vertrouwen.

Overigens ben ik heel blij met die school. Volop geniet ik een paar maal per dag van de vrolijke levendigheid en de uitbundig kolkende zee van geluiden voor mijn bejaardentehuis. 

dinsdag 18 februari 2025

EEN VRIEND.

Deze week wordt het zestien graden, hoorde ik van mijn buurvrouw. Ik kwam net terug van zwemmen en stond daarvan nog te bibberen van de kou. De buurvrouw stond bij de flatdeur om haar logeetje, het kleine hondje Dory, terug te geven aan haar kleinzoon Brian. Hij moest  in het weekend gaan chillen met zijn vrienden dus had hij mijn buurvrouw, gevraagd om Dory het weekend te nemen. Ze zwaaide hond en kleinzoon uit, liet de liftdeur dichtklappen en verzuchtte: ‘Zo opgeruimd staat netjes.’

Ze ziet er wel weer wat beter uit, mijn buurvrouw, Tanja. Het was de laatste tijd de ene keer  zorgen over haar bloeddruk, dan weer over bloedarmoe, dan moest ze bloedtransfusies krijgen. Heel onheilspellend was het, dat volgens de specialist, haar lever niet goed functioneerde.

Met een andere buurvrouw, Nel, gaat het helemaal niet goed. Ze is al vanaf voor de kerst opgenomen in een psychiatrische ziekenhuis. Van terug naar huis gaan is voorlopig nog geen sprake. Ze is depressief en suïcidaal. Ik mis haar behoorlijk. Voor mij is ze een van de leukere buurvrouwen. Van dag één dat ik hier kwam wonen. Ik weet nog goed dat ik, die eerste dag, boodschappen had gedaan bij de Jumbo. Ik liep mijn straat in, richting flat. Op de fiets komt een dame aangefietst. Ze belt een paar keer en roept naar me: ‘Halloooo meneertje!!’ Toen riep ze lachend: ’Je weet niet wie ik ben, hè?’ Dat vond ze blijkbaar lollig. Ze zei verder niks. Pas toen ik haar een paar dagen later op de galerij tegenkwam stelde ze zich aan me voor als buurvrouw Nel.

 Kort nadat haar man overleed had ik wat doortastender moeten optreden, dan waren Nel en ik nu zeker  vrienden geweest. Ik heb toen een koffieafspraak laten verwateren en we hadden afgesproken eens naar de bios te gaan, daar is ook niks van gekomen.  Toen kreeg ze een vriend waar ze veel mee ging sporten. Ik gunde haar die vriend wel. Maar zij zei uitdrukkelijk tegen me dat hij niet ’haar vriend’ maar ‘een vriend’ was. Dat moet ze natuurlijk zelf weten. Ik weet wel dat ze blij mag zijn met die vriend. Ik heb een paar keer met hem gesport op de gym en daar maakt hij een heel gezellige en behulpzame indruk op mij.

De zon staat op mijn woonkamer. Daar is het om 13.09 uur 19 graden. Buiten is het +2.   

maandag 17 februari 2025

RAAR.

Ik heb mijn hond, Aldo, net uitgelaten in het parkje en loop nu door het winkelcentrum naar huis terug. Daar bedenk ik me dat ik ook iets mee moet nemen voor Bert en Sonja. Ik draai me om en loop naar de slijter. Wat zij meestal drinken ben ik vergeten. Op de gok koop ik iets wat ikzelf lekker vind: Henkes jonge jenever. De slijter vraagt me of hij zo’n dun laf wit papiertje om de jeneverfles heen moet wikkelen. ‘Hoezo?’ Als Bert en Sonja geen jonge jenever lusten, koop ik t.z.t. wel weer eens wat anders voor ze. 

Wat ik normaal gesproken nooit doe is: gaan zitten op een bankje in dat winkelcentrum. Zeker met deze temperatuur. Min 4.  Aldo kijkt me aan of hij het in Keulen hoort donderen. Wat me bezielt weet ik niet precies meer, maar ik draai die Henkes open en neem een paar  stevige slokken.  Achteraf denk ik dat de kou me heeft aangestuurd. Met die ‘min vier’ had ik het zonder drank nooit lang uitgehouden op dat bankje. Nu las ik in het stukje in de Havenloods  dat ik daar wel een half uur lang vreemde capriolen heb uitgehaald.

In steeds vager wordende herinneringen zie ik me zelf bezig op en rondom dat bankje. Heel ver weg klinkt het jammerlijke gejank van Aldo, die hier geen chocola meer van kan maken. Me niet bewust van enig gevaar imiteer ik balancerend op dat bankje een Roemeense koorddanser … dat ik verder ‘de Engelbewaarder’ meer lalde dan zong kan ik me op zich niet voorstellen maar dat stond toch wèl in dat wijkkrantje. Ondanks de kou hebben er nog flink wat mensen naar mijn act staan kijken.    

Aldo schijnt helemaal uit zijn dak te zijn gegaan,  toen ik voor het rock-and-rollen mijn schoenen, sokken en  spijkerbroek uittrok en waggelend in mijn boxershort ging dansen. Ik wist, zelfs al was ik straalbezopen, dat de hedendaagse man, ook ’s winters nog in een korte broek loopt.

Volgens dat krantje zijn Aldo en ik na die exhibitionistische act rustig door handhavers afgevoerd. Vraag mij niet hoe. Aldo wil er aan mij geen woord over kwijt.

zondag 16 februari 2025

DRUK.

Het was een bekende zin van de populaire cabaretier Toon Hermans in een van zijn sketches in de jaren tachtig: “Dokter, als ik hier druk, doet het daar pijn”.

Ik moet daar aan denken wat er gebeurt als ik mijn kop hard tegen de voorkant van een boekenplank druk. Neen, ik krijg de plank niet opgetild, daarvoor staan er te veel boekenop. Ik krijg ook geen pijn. Ik krijg jeuk. Onmiddellijk na die druk op mijn kop. Op de meest onverwachte plekken. Billen, benen, borst,  oksels, buik, penis. Gelukkig niet op alle plekken tegelijk en alleen maar thuis. Want een dergelijke boekenkast vind je nergens anders. Ik moet er wel gelijk iets aan doen anders is het leed niet te overzien. Het is al verschillende malen voorgekomen dat ik met mijn broek op mijn knieën moest gaan zitten krabben tegen de jeuk op mijn bovenbenen. Als ik alleen met mijn vriendin thuis ben is dat niet zo’n probleem. Als we bezoek hebben vind ik wel een ander plekje. ’t Blijft altijd uitkijken met die plank.

Wanneer ik met een vinger druk uitoefen op mijn scheenbeen, ontstaat daar een kuiltje. Het dient nergens toe maar vervolgens moet ik dan tussen de vijf á tien keer ongenegeerd geeuwen. Mond wijd open, geeuwkreet en er is geen tijd voor een hand voor de mond. Ik zou deze connectie kunnen gebruiken om, als ik ergens ben, kenbaar te maken dat ik slaap of honger heb of me stierlijk verveel. Maar zo ben ik niet. Ik zeg dan gewoon dat ik weg ga omdat ik slaap of honger heb of dat ik me stierlijk verveel.  

Dat zijn van die akelige lichamelijke reacties, hè. Geeuwen, jeuk. Ik hoef op zich nergens op te drukken maar als ik gekieteld word in mijn zij of onder mijn voeten, dan gier ik het uit. Houdt het kietelen op, dan stop ik ook met gieren. À la minute.

Met  duim of wijsvinger druk ik op de ader bij mijn pols en masseer die. Ik doe dit voor het slapen gaan, 2 tot 3 minuten. Maak daarbij kleine cirkeltjes. Het mag geen pijn doen, maar ik moet wel wat druk voelen. Dan herhaal ik de massage op mijn andere pols, ook een paar minuten. Slaapopwekkend! Als ik zo mijn pols masseer ben ik niet lang wakker meer.

 

zaterdag 15 februari 2025

ZIELENPOOT

De koudste dag van het jaar zou het worden. Nou, als we het hiermee, min drie,  gehad hebben dan valt het nog wel mee. Ik fietste vanmorgen langs de Rotte om bij de molen ‘De Vier Sterren’ meel te kopen voor het bakken van mijn eigen dagelijks brood. Toen kwam de herinnering bij mij op aan enkele tientallen jaren geleden.

Ik leerde mezelf schaatsen, op een stukje Rotte in het centrum van Rotterdam. Ik was toen al tegen de veertig. De temperatuur schommelde zo rond de min tien.  Na drie dagen flink oefenen achtte ik me prima in staat om een flinke schaatstocht te maken.  

‘Deze jongen gaat vandaag eens iets interessants laten zien: schaatsen van Rotterdam naar Zoetermeer!'  bazuinde ik stoer rond. Een kilometer of twintig was dat en het ging geweldig.  Het kostte me nauwelijks een uur maar het werd snel donkerder en ik wilde wel voor het tè donker werd weer thuis zijn. Ik keerde dus om en gelijk al, met de allereerste slagen, merkte ik waarom die heenweg zo vlot ging.  De westenwind had ik mee en nu, terug naar huis, had ik hem zwaar tegen.

Niet alleen de wind maakte het me moeilijker. Ook doordat de zon onder was werd het steeds kouder op de Rotte. Steeds minder schaatsers ook waagden zich op het ijs, waardoor ik me minder veilig voelde. Ik vreesde verraderlijke wakken en ijsschotsen. Op de heenweg hoefde ik daar niet bang voor te zijn:  ik kon veilig het pad van mijn voorgangers volgen.

Ondanks de toenemende kou, het was nu min 11, zweette ik als een otter. Drie kwartier was ik inmiddels al op de terugweg en ik was nog maar halverwege.

De tweede helft kwam ik nauwelijks vooruit. Mijn bewegingen waren stram, mijn houding houterig. Ter nauwer nood was ik in staat om de kade vlakbij mijn huis op te klauteren. Op mijn Noren moest ik naar huis klunen. Thuis zaten mijn vrouw en mijn zonen aan de eettafel al aan hun toetje. Meewarig keken ze me aan. Ik voelde mij een zielenpoot.

Die interessante 'jongen' was gesloopt, onderkoeld, moest uit zijn kleren worden geholpen, onder de warme douche worden gezet en in bed worden gestopt. Schaatsen heeft hij nooit meer gedaan. Hij schreef er alleen nog een sneu stukje over.

Brood bakken is ie wel weer blijven doen. Maar dit ter zijde.

vrijdag 14 februari 2025

HOPELOOS EN ZINVOL.

 

Als kind was ik was een heilig boontje. Leerde braaf de oefeningen van Liefde, Geloof en Hoop. In de derde klas van de lagere school moest je die uit je hoofd kennen en opzeggen voor de klas. Ik zweette me rot, blokkeerde bijna maar het lukte me … dankzij God.

 

De oefening van Hoop.

Oneindig goede God, ik hoop, door de verdienste van Jezus Christus, van U te verkrijgen: de eeuwige zaligheid en alle genade, die ik daarvoor nodig heb. Dat hoop ik met een vast vertrouwen, omdat Gij het hebt beloofd, die almachtig zijt, oneindig goed voor ons en getrouw in Uw beloften.

 

Aanvankelijk hoopte ik op een prachtig leven na de dood. Als ik leef als een goed mens, als een goed christen dan hoop ik in de hemel te komen. Gij, God, de almachtige,  heeft het beloofd.

Geloven in het hiernamaals is zinloos als je er zeker weet dat er geen leven is na de dood. Als je dan toch gelooft dat er ‘toch iets’ moet zijn, lijkt dat op verliefd zijn op iemand die niet bestaat.  

Mijn voormalige hoop is hopeloos geworden en vervangen door zingeving.  Samen met vele anderen  ben ik actief voor een betere, rechtvaardigere samenleving in het hier en nu. We zijn solidair met strijd van de zwakken en onderdrukten in de wereld.  

Voor mij kan de zin ook zijn: dat de wereld wat zachter wordt, minder wreed. Wreedheid is slecht in alle culturen, voor alle mensen. Dat er gelijke rechten komen voor alle mensen en gehandhaafd worden.  Een duurzame wereld gerealiseerd wordt. De rijkdom eerlijk verdeeld.

Zinvol werken is je gemotiveerd voor inzetten voor een betere wereld, onafhankelijk of het uitzicht op succes biedt. Het gaat om de weg er naar toe, meer dan om het einddoel.

‘Het is nu eenmaal zo’, is iets, dat je niet over de wereld kan zeggen. Het kan altijd anders.  Maar omdat we er zelf zo diep inzitten, merken we dat niet en  laten we alles maar zoals het is. 

Geloven in het hiernamaals is voor mij  hopeloos. Samenwerking voor een betere wereld maakt het leven zinvol voor mij.

donderdag 13 februari 2025

TWEELINGBROERS.

Toevallig had iedereen in de metrowagon iets naast zich op zijn bankje neer gelegd. Ik was de enige met een vrije plek naast me. Hij was net ingestapt, bij Schenkel. De metro reed alweer en de man zocht al schommelend een zitplaatsje. Impulsief klop ik met mijn linkerhand op de vrije plek naast mij. Hem zo uitnodigend om naast mij te komen zitten.

 ‘Uw benen willen niet meer zo, hè?

’Nee, het is meer me evenwicht. Ik heb medicijnen voor mijn hoge bloeddruk en die zijn weer slecht voor mijn nieren en daar ga ik dus van slingeren. ’

‘Ik heb óók moeite met mijn balans. Bij mij komt het door slaappillen. Slik ze al bijna 25 jaar.  Kan niet meer  zonder.

Opeens kijkt hij me aan en vraagt hoe oud ik ben.  

’74,’ zeg ik. Daar kijkt hij duidelijk van op zijn neus.

‘Ik ben 73.’ Reageert hij een beetje teleurgesteld. Hij had vast gedacht de oudste van ons tweetjes te zijn.

Nu we hier  toch even tot elkaar veroordeeld zijn, vraag ik hem of hij, net als ik, alleen woont.

‘Neen, ik woon samen met mijn tweelingbroer.’

‘O, dat lijkt me nog eens leuk.

‘Ja, dat zou op zich best leuk kunnen zijn ….’ een miniem zenuwtrekje doet zijn hoofd dan twee maal kort achtereen ‘neen’ schudden …tegelijkertijd balt hij zijn rechterhand tot een krachtige vuist … ’Tsja… vòòr  die tijd woonde ik samen met onze moeder. Na haar dood werd dat huis wat te duur en te groot voor me. Toen ben ik bij mijn tweelingbroer, die altijd alleen heeft gewoond, ingetrokken. Vandaar natuurlijk ook’.

Ik laat het onderwerp maar rusten. Duidelijk te pijnlijk voor hem.

Als we station Blaak binnen rijden beklaagt hij zich er over dat ze  gekort werden op hun AOW toen ze bij elkaar introkken. Nu krijgen ze samen 2.400 euro AOW bruto per maand. Twee alleenstaanden krijgen 2.800,= euro. Dat zit hem lelijk dwars. Tot drie keer toe moet ik die AOW-riedel van hem nog aanhoren. Zeker omdat ik zijn verontwaardiging niet luid en duidelijk deel.

Nee, voor mij is dat niet meer als normaal. Toch? 

We waren inmiddels bij Beurs. Daar moest hij er uit. Geen idee waarom. Hoefde ik ook niet te weten. Zo te zien had ie niet echt iets nodig. Nou ja, geld misschien.

‘Het beste met uw balans!’

‘Hou u goed vast hè!’

woensdag 12 februari 2025

SOCIAAL ONHANDIG.

Ik krijg te horen dat ik ‘sociaal onhandig’ ben. Hoezo?  

Ik speel in het  toneelstuk ‘Two of a kind’ de rol van , Richard, een hoerenloper. De regisseur, Ans,  wil, dat ik in mijn blote billen aan de slag ga met de hoer. Ze zien me daar echt niet in m’n blote kont. Dus ik weiger pertinent. We worden het er niet over eens. Ik kan vertrekken en word (maar wat graag) vervangen door Sjaak.

Ontspannen loop ik te winkelen. Kom ik mijn vriend Cor tegen. Vriendelijk zeg ik hem gedag. Hij reageert niet vriendelijk. Ik was, een week daarvoor, een eetafspraak bij hem thuis, vergeten. De vriendschap was over.

Mijn naaste buurvrouw Thea sluit vriendschap met overbuurman Koos. Van Koos was bekend dat hij ‘losse handjes’ had. Hij had zijn nog niet eens zo lang geleden zijn ex mishandeld. Daarover informeerde ik Thea. Zij wist van niks. Zij schrok daarvan. Koos was woedend over wat ik Thea zei.

Bij mijn overbuurvrouw Bennik klaag ik over haar gehandicapte zoon Peter. Hij steelt om de haverklap plantjes uit mijn voortuintje en zet die neer bij zijn moeder in de tuin. Mijn overbuurvrouw verkoopt me vervolgens een muilpeer.

Ik heb eens gezegd, dat Spijkenisse voor mij als bewoner van Ommoord een brug te ver is. ‘Daar gaan ze me nooit zien’. Nu wonen daar wel een broer en een zus van me. Die zus wil mij nu ook niet meer zien. Mijn broer zal me niet tegenhouden?

In mijn jeugdige overmoed (16) vraag ik vriendin Tanja, met wie ik wandel in het bos of ze  met me wil vrijen. Ze zet me dan toch een keel op. Oorverdovend.

Half zes. Ik kom thuis. Uit mijn werk. Mijn zoon, 18 jaar dan,  zit op de bank, voor de tv naar muziekclips te kijken. Het geluid staat nogal hard. De muziek bevalt me niet. Ik loop linea recta naar de tv en zet het apparaat uit. Mijn zoon staat op, zegt niets, stampt naar zijn kamer en knalt de deur achter zich dicht.

 Hoezo? Daarom misschien!? 

dinsdag 11 februari 2025

PIZZAATJE.

 

Met een van mijn buurvrouwen ben ik  goed bevriend. Ik zeg zelfs wel eens tegen haar: ’Ik ben blij met jou’. Meestal zegt zij dan: ‘Ik ben ook blij met jou’. Dat klinkt haast net zo als wanneer een man zegt tegen zijn geliefde : ‘Ik houd van jou’ waarop zij reageert met:  ‘Ik ook van jou’.  Maar die vlieger gaat niet op voor mijn buurvrouw en mij. Zij is veel te jong voor mij. We schelen meer dan 20 jaar en dat is qua liefde enzo niet meer bij te benen voor de oude man die ik ben.

Met onze vriendschap zijn we echt blij.  Maar wat houdt dat dan in?

Gezellig een bakkie doen, nu eens bij mij, dan eens bij haar. Praten over boeken, films, kinderen, schoondochters, kleinkinderen, ziektes, broers, zussen, ouders, buren, kunst en seks. Over politiek bekvechten we alleen maar met elkaar.

 Videoclips gaan we zitten bekijken. Van voornamelijk hààr favorieten. Niet dat ze mijn muziek niet wil horen, maar ik ken zelf bijna niks (Alleen Bob Dylan en the Stones). Zij weet honderd keer meer van muziek dan ik. Soms zingen we  een duetje (‘Vluchten kan niet meer …’  of die hit van Jagger & GaGa), dat vind ik nou leuk en … als zij geen last heeft  van iets in d’r lijf, gaan we relaxed staan swingen of twisten op een nummer van Tina Turner of Chubby Checker.

Samen eten doen we ook. Dan maakt ze iets lekkers. Bijvoorbeeld: Surinaamse roti met kip, ei, kousenband, aardappel en zure komkommer. Heel bewerkelijk! Daar is ze soms een hele middag mee bezig.

Laatst nodigde ik haar uit om bij mij eens  een pizzaatje te komen eten.’

 ’Graag,’ zei ze, ‘maar je maakt het jezelf wel héél erg makkelijk, meneer, met die pizza: zo, hup,  bij de super uit de vriezer gewipt en klaar is kees. Als ik roti maak, sta ik me mooi een hele middag uit te sloven!’  Tsja … daar heeft ze wel een punt mee.

Een enkele keer bekijken we een show van een cabaretier, maar zo’n hele show is vaak te lang voor haar focus. Bij haar thuis kijken we liever naar hilarische clips uit oude komische series van van Kooten en de Bie, Debiteuren Crediteuren en Jiskefet. Of die blokfluit in een doosje …

Ook bij onze vriendschap hoort het tweedehands winkelen. Daar is ze echt heel sterk in. Net als in behangen en sauzen. En nog veel meer dingen. Jammer, daar heb ik geen plek meer voor. Het stukkie is vol.

We mogen echt blij zijn met elkaar! 

maandag 10 februari 2025

IFFR 2025

Ik heb genoten van het 54e Internationale Film Festival Rotterdam. Daarvan heb ik er zowat 40 gezien. Toen ik in de 70’er jaren naar het IFFR ging, was het nog een klein, intiem, gezellig en eerlijk gezegd ook een elitair festival. De films draaiden in de beginperiode in de oude bioscopen Lantaren, Venster, Thalia, Lumière, Cinerama. Het Oude Luxor deed op een gegeven moment ook mee. Lang niet altijd waren de zalen uitverkocht. Tegenwoordig is het IFFR een massa-attractie. Alle Rotterdamse bioscopen doen mee. Pathé voorop. Er worden in tien dagen tijd vierhonderd films vertoond voor duizenden mensen. Vrijwel alle vertoningen zijn uitverkocht. Bij veel films is de regisseur uitgenodigd om met het publiek over zijn of haar werk te praten.

Het festival wordt gestart met 6 verwachte toppers op de VPRO-Previewdag. Afgesloten wordt altijd met  de Volkskrantdag: een zondag waarop vijf van de publieksfavorieten vertoond worden. Ik ga dit jaar (voor het eerst) niet naar de Volkskrantdag omdat alle toppers in de weken kort na het IFFR in de Rotterdamse filmhuizen (KINO, Cinerama, LantarenVenster) te zien zullen zijn. Met mijn Cineville-pas  heb ik onbeperkt toegang tot die filmhuizen.

Het IFFR is voor mij ook een sociaal gebeuren. Ik ontmoet er oude en nieuwe bekenden. Meestal. Voor het eerst heb ik me de eerste paar dagen echter wat alleen, verloren gevoeld. Toch bleef ik kijken. Vooral omdat ik al twintig voorstellingen gereserveerd had.

Later werd het wat gezelliger. Ik ontmoette o.a. de lieve Crooswijkse oma Tine (we wisselden onze telefoonnummers uit)en de grappige Vlaardinger Leen. We strekten zo af en toe samen onze benen, recenseerden de film die we net gezien hadden en aten samen een hapje.

Verrassend vond ik dat ik Loes Luca tegenkwam. Ik zat bij haar, zij zat bij mij, op de toneelschool. Ze heeft iets meer succes dan ik. Loes zat op de stoel vlak voor me bij de film Theatre  (een kutfilm met heel nare dwerg, als regisseur). Leuk om ‘wat oude koeien’ met haar uit de sloot te halen. 

Het mooiste moment laat tot op het laatst op zich wachten.

Een wachtende vrouw zoekt een zitplaatsje.

Er is niks vrij.

Ik ken haar voel ik …

Ik sta op

U bent IFFR-vrijwilligster?.

Ja.

Hoe heet u?

Liesbeth.

Ik knik … ze is het … ik ken haar

Als ik zeg: ‘Ik heet Jos.’

Roept ze: ‘Neen, neen,’ ze bloost en wendt zich af.

45 jaar geleden waren zij en ik voor het laatst samen.

Gedurende héél korte tijd hebben we het fijn gehad.

Wel iets te ver gegaan ... daar was de tijd ook naar.

  

Mijn persoonlijke top drie IFFR 2025:

1.Memoir of a snail.

2. The seed of the sacred fig.

3. Ghost trial.

 

Lees op Google meer over die films.

dinsdag 28 januari 2025

HET SPLEETJE.

Veertien ben ik en ik zit op mijn kleine ijskoude kamertje algebra te doen. Niet echt makkelijk met de drukte van vier piepjonge broertjes in de woonkamer vlak onder me. Als het weer rotherrie is beneden, doe ik het licht in mijn kamer uit.

Door het spleetje tussen mijn slaapkamergordijnen kijk ik precies in de huiskamer van de familie No-soe. De No-soetjes, Indonesische mensen, zijn het regiem van Soekarno ontvlucht.

Meneer No-soe ligt onderuitgezakt in zijn luie stoel. Van de vijf kinderen No-soe, liggen er al in vier in bed.  De oudste, kleine  Johnny,  zit in zijn rolstoel nog onrustig te stuiptrekken met zijn polio-beentjes en het stompje dat zijn rechterarm moet voorstellen. Johnny en z’n moeder gaan altijd samen als laatsten naar boven. Hij in de traplift.

Ze zit nog in haar baby-doll op de bank. Zij is een mooie tamelijk jonge vrouw. Nu denk ik dat ze toen drieëndertig was. Het is haar niet aan te zien dat ze al vijf kinderen gebaard heeft. Mevrouw No-soe lacht altijd lief naar me als ik haar in de bus of bij de slager tegenkom. Ik ben natuurlijk zelf ook altijd aardig tegen háár. We praten nooit. Ook gaan we niet naast elkaar zitten in de bus.

Ik weet haar voornaam niet eens. Mevrouw No-soe is een kleine, tengere vrouw. Nooit zie ik haar in haar blootje. Ze heeft vrij kleine borsten en ook  niet zo grote billen, dat zie ik wel. Maar dat maakt mij niks uit. Ik vind haar aantrekkelijk … èn héél aardig. Wat zit ze nu te doen? Te puzzelen? Te macrameeën? Ik kan het niet goed zien door dat spleetje. Ik voel lekkere kriebels in mijn lijf.

Plotseling is er gestommel op de trap. Als een kat spring ik van achter de gordijnen mijn bed in. Het is ma. Ze gooit mijn slaapkamerdeur open: ‘Waarom heb je geen licht aan?’

‘Ik werd gek van dat lawaai beneden. Zó kan ik echt niet leren? Ik ben maar even op bed gaan liggen.’

 Inmiddels was mijn plasser niet meer zo hard, zodat ik nu best op mijn rug kon gaan leggen.

‘Tjsja, ik vind het rot voor je. Ik zal zeggen dat ze beneden wat rustiger moeten doen. 

Wat drinken?

‘Thee.’

‘Wat erbij?’

‘Zijn er nog bastognekoeken?’

 

 

Beste lezer,

Ook in 2025 duik ik weer onder in het IFFR.

Op 12 februari is het eerstvolgende stukje

weer te lezen. Tot dan.

maandag 27 januari 2025

JABBERTALK.

Midden in de nacht is ze haar bed uit gegaan. Half drie … hij was er nog steeds niet. Had niks van zich laten horen. Ze kon niet slapen, terwijl ze toch haar slaappilletjes ingenomen had. Van alles had ze al geprobeerd. Linkerzij, op haar rug, rechterzij. Haar inademingen tellen van één tot tien. Niks hielp. Ze bleef maar liggen piekeren. In bed blijven liggen had geen enkele zin. TV-kijken hielp wel eens een enkele keer. Ze deed haar peignoir aan, liep naar de woonkamer en zette de tv aan. Er was niets wat haar kon boeien behalve ‘Toren- C’ dan, maar dat was weer veel te hilarisch voor nú. Een warme douche dan maar. Daar werd ze meestal wat soezerig van. Ze kleedde zich uit. De deur van de badkamer liet ze open staan zodat ze hem zou horen als ie zou aanbellen. Haar oortjes deed ze in en ze zette Kris Kristofferson zachtjes op. Meezingen met Kris (Lovin’ her was easier than leavin’ her…), het ontspande haar.  Zij hield van zijn lage warme stem.

Ze neuriede zachtjes. Liet het warme water op haar hoofd spetteren. Het  zandlopertje aan de muur gaf aan dat ze al bijna vijfminuten had staan douchen.  Toen hoorde ze haar mobieltje, dat ze op de wasmachine had gelegd.

Hij was het. Ze herkende zijn stem gelijk. Wat hij zei, daar begreep ze geen snars van. Hoewel, ze donders goed begreep dat hij te veel op had van het een of ander. Hij stond te ‘jabberen’. Als hij een stilte liet vallen, vulde zij die met: ‘kom je zo naar huis, jongen?’ Dat vroeg ze een paar keer. Toen zei ze: ‘Nou, dag jongen. Tot zo, hè?’ 

Ze was inmiddels flink afgekoeld. Droogde zich goed af. Liep naar de keuken en vulde de waterkoker voor een kop thee. Verse Earl Grey is haar thee. Hoofdschuddend ging op een barkruk zitten. Bovenop haar hete kop thee legde ze een stroopwafel. Ze blijft wachten tot hij er is.

zondag 26 januari 2025

DURROFIAN.

 

Altijd weer dat pijnlijke bobbeltje boven mijn rechteroog. Laatst zei een bevriende medicus me dat ik het moest laten weghalen. Ik zou er nog  geld voor krijgen ook, drie honderd euro schatte hij in. De substantie waaruit het bestaat is nogal waardevol.  In Europa en de USA is het nog nauwelijks bekend.

Nauwelijks schrijf ik, omdat het hier door de steeds verder uitdijende Aziatische gemeenschap langzamerhand bekender wordt. Het is het element Durrofian dat in uiterste instantie bepalend is voor intuïtieve vaardigheid bij vrouwen. Heel uitzonderlijk is het, dat de substantie zich, zoals nu bij mij, bevindt in een, mannenlichaam. Het heeft daar in feite niks te zoeken.

Doorgaans verdwijnt het element tijdens de prille zwangerschap al uit het mannelijke embryo. Het krijgt dan een plekje in de nabijheid van een van de resterende eitjes. Het wordt als het ware in de wacht gezet tot zich een meisje aandient. Dat elementje is duizend maal kleiner dan dat bobbeltje op mijn voorhoofd. Het heeft de eigenschap om in het zelfde tempo met het embryo mee te groeien.

Het is dus een dubbele vergissing van de natuur geweest. Allereerst al de plek in het jongenslichaampje op zich en het doorgroeien van het element in dat embryootje in het bijzonder.

In onze westerse wereld wordt niet zo veel waarde gehecht aan de intuïtie. Hier kennen  vrouwen er doorgaans veel meer waarde aan toe dan mannen, die er nogal eens schamper over kunnen doen.

Wetenschappelijk onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat het volgroeide D-element uit het lichaam van de man kan worden geëxtraheerd en worden geïnjecteerd in vrouwen met een chronisch D-tekort.  Noem het maar een vrouw met een gebrek aan intuïtie.

Op dit moment staan er bij EUR achthonderd vrouwen op de wachtlijst. Stuk voor stuk zijn zij bereid vijfduizend euro te betalen voor de D-injectie. Mij persoonlijk zou de extractie hier 300 euro opleveren. In New Delhi echter is de wachtlijst vele malen groter en kan ik er duizend euro (excl. reiskosten) voor betaald krijgen.

Niet veel mannen lopen warm voor deze ingreep. Het zal er ongetwijfeld mee te maken hebben, dat het gonst van de geruchten, dat deze ingreep bij hun tot onvruchtbaarheid zal leiden. Voor mij persoonlijk is dat echter geen probleem, omdat ik ruim vierenveertig jaar geleden al  gesteriliseerd ben.

zaterdag 25 januari 2025

GESCHELD EN GESCHREEUW.

M’n oudste zus, dacht toen ze nog een tiener was alleen maar aan zichzelf. Als ze maar mooie kleren had, genoeg make-up en een leuke vriend, ook dat wel. Dat waren de belangrijkste dingen voor haar. Haar werd wel eens een beetje kostgeld gevraagd … voor het avondeten. Meestal luisterde ze niet eens naar zo’n vraag. 

Ze zat ‘s avonds op de bank, half naar de tv, half naar d’r spiegelbeeld te kijken. Puistjes uit te knijpen, door d’r haar te woelen, zo met haar  vingers. Sigaretjes te roken, kauwgum te kauwen. Koppie thee te maken, alleen voor zichzelf. Hard te praten met haar vriend door de telefoon, waardoor wij de tv weer harder moesten zetten. Normaal lachte ze nóóit maar nu, met die vriend aan de telefoon kwam ze zo af en toe niet bij van het lachen. Terwijl we wisten dat die vriend van haar helemaal geen fuifnummer was. Als hij bij ons op de bank zat, … nou ja dat was dan ook het enige wat hij deed: bij ons op de bank zitten.

Mijn oudste zus vond het maar onzin om kostgeld te betalen. Ze dacht dat kostgeld  eetgeld was. En eten deed ze zelf nauwelijks. Dus wilde ze er ook niet voor betalen.  Ze at zó weinig, tegenwoordig zou ze de diagnose  anorexia krijgen. Maar destijds scholden we haar uit voor ‘magere spriet’. Dan werd ze boos. Maar ze at niks meer en betaalde ook geen cent kostgeld meer.

‘Magere spriet’  mocht niet. ‘Bij ons thuis wordt niet gescholden,’ zei ma. Niet dat ze dan boos werd. Ze was nooit boos, op niemand. Nou, toch eigenlijk wel: op pa en vooral als hij thuis was. Hij was namelijk weinig thuis als zeeman zijnde . Zes weken ‘opgehoepeld’ zei ze wel eens en dan een week ‘ellende’ thuis.’ Het kon wel eens druk zijn in ons huis.  

Ik heb drie jongere zusjes en vier jongere broertjes, die hadden wel eens ruzie met elkaar over het laatste beetje chocolade vla, de laatste bastognekoek ofzo. Pa had een zware stem en als hij zei dat mijn broertjes rustig moesten wezen, dan zei hij dat met een flinke stemverheffing: ’En nou is het gvd afgelopen!!! Etc…’ Zo zat hij nogal eens te schreeuwen. Tot grote ergernis van ma. Dat zei ze tenminste  tegen mij als hij weer voor zes weken op zee zat.

Ma zei dan wel eens tegen mij: ’Er zit ook helemaal niks bij, bij die vader van jou! Rustig met hem praten is onmogelijk. Altijd maar gelijk dat geschreeuw'. 

Tsja, zo ging dat toen.

vrijdag 24 januari 2025

SCHAAPJE, SCHAAPJE ...

Ik heb hoofdpijn. Zo vlak boven mijn rechteroog. Ik heb toch geen dieren in huis, ondanks alle goed bedoelde adviezen voor een alleenstaande zoals ik. Daar kan het dus niet aan liggen. Dieren maken me gelijk zo afhankelijk. Die moeten verzorgd worden.  Als je dat niet doet, krijg je problemen. Van stank en rommel.

Impulsief koopik een schaap. Maar wat ik met die wol aan moet weet ik bijvoorbeeld al niet? ‘Schaapje, schaapje heb je witte wol, ja baas, ja baas drie zakken vol,’ zo gaat dat liedje toch. Ik zou genoeg hebben aan èèn zak. Méér zakken vind ik overdreven.

Het geluid dat een schaap maakt vind ik aangenaam. Luister zelf eens goed:  ’beèèèèèè ... okee …  zó, van papier af, klinkt het niet zo helder, neen.  Nog eens: (doe zelf maar eens mee, dat werkt) bèèèèeèèèè, bèèèeèèè`, bèeèèèèè` (3x ja!). Hoor je. Niet te hard. Denk aan de buren. Van zulke geluiden mógen  buren niet eens wakker worden.

Wel lekker makkelijk: een schaap hoeft maar één keer per dag naar buiten. Één uurtje om te plassen en te grassen (gras eten).  ’t Is alleen moeilijk met de buurthondjes. Altijd gezeik. Die honden beginnen al tegen je schaap te blaffen als ze gewoon lekker staat te grassen. Een beetje schaap laat zich helaas telkens weer opfokken door die kuttenlikkertjes. Een schaap is per slot van rekening toch ook een vrouwtje. Ze raakt er van in de war.

Om haar te stabiliseren zet ik haar een koptelefoon op met cello muziek van  Johann Sebastiaan Bach,  … ook de hondjes komen er van tot rust, zo blijkt weldra.

Het is verder heel makkelijk met zo’n schaap. Als ze klaar is met eten doet ze nog een grote plas, drukt een heel regiment keuteltjes uit haar poepertje en dan wil ze weer op ‘stal’. Ze wacht meestal tot ik op de bank zit en dan komt ze lekker bij me liggen. Ik ga lezen. Zoiets kan ze niet.

Ze moet zo af en toe geschoren worden. Dat doe ik niet zelf. Daar laat ik de wijkherder voor komen. Van de katholieke kerk. Mijn schaap is ook RK. Zij is al weer jaren terug  nog eens geteld door één van die herdertjes, die ‘bij nachte’ lag.