Posts tonen met het label dol. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dol. Alle posts tonen

maandag 19 januari 2026

VERYUPT?

 

Altijd leuk om mss E. tegen te komen op de sportschool. Er was een tijd dat we samen van 9 tot 10 uur 's ochtends sportten en babbelden. Tegenwoordig lopen we elkaar gewoon mis.

Nou ja gewoon? Ik denk wel eens dat mss E. mijn manische geouwehoer spuugzat is en daarom vanachter haar keukengordijn in de gaten houdt wanneer ik naar de gym ga of weer terug kom en dat zij daar dan haar eigen sporttijden op aanpast.

Vanochtend babbelen en fietsen we als vanouds. Niet te hard ... in een comfortabel tempo.

Onze woningen zijn vrijwel identiek. Zij houdt een lofzang op onze appartementen met vandaag volop zon op de grote woonkamerramen. Geen stookkosten deze dag. De gemiddelde temperatuur binnenshuis gaat oplopen tot 20,5 graad. Mss E.is dol op haar huis. 

'Absoluut mss E.', zeg ik, 'een  prachtige woning. Ze zou alleen ergens anders moeten staan'.

’Ergens anders?’vraagt zij.

'Ja, ergens anders,' antwoord ik. 'In het Oude Noorden of Crooswijk'.

'Oude Noorden of Crooswijk?' vraagt zij.

'Ja, in het Oude Noorden of Crooswijk,' antwoord ik. 'Ik ben op en top een centrum man'. 

'Op en top een centrum man?' vraagt zij?

En tamelijk onverwachts, sprint mss E. weg en zegt: 

'Het Oude Noorden is de laatste jaren wel erg veranderd.' 

Dan had ik tegen haar kunnen zeggen:

’Erg veranderd?’ 

Maar zo'n pestkop ben ik nu ook weer niet.

Dus ik haak gelijk in op haar opmerking: 

‘Inderdaad, mss E. tot mijn grote verdriet is het Oude Noorden flink veranderd, de laatste decennia'.

‘De laatste decennia?' vraagt zij gelijk weer.?

'Ja, de laatste decennia, is die wijk half veryupt', zeg ik.

‘Half veryupt?’ vraagt zij. 

'Ja, 50% is tegenwoordig student of hoger opgeleid en de andere helft is arbeider of uitkeringstrekker,' zeg ik.

Dan zegt mss E.: 'Het was toch hoognodig dat daar eens wat gebeurde.'

        'Waarom de sociale structuur van het Oude Noorden overhoop             halen. Waarom betaalbare woningen slopen. Waarom de                     machtige en gezellige smeltkroes van tientallen nationaliteiten,          die daar vanaf 1960 is ontstaan, ruïneren,' is mijn reactie.

         'Ruïneren?' vraagt zij.

         'Ruïneren, ja,' zeg ik. 'Politiek gezien is het blijkbaar simpeler             om een arbeiderswijk van zijn identiteit te ontdoen dan                       Hilgersberg, de Rotterdamse wijk van de rijke pikken,' zeg ik.

         'Rijke pikken?' vraagt zij.

        'JA! MSS. E. RIJKE PIKKEN!!' antwoord ik.

        Mss E. is al met haar gele doekje in de weer om haar fiets                    schoon te poetsen.

        'Tsjonge, jonge,' verzucht zij, met een blik op mij.            

maandag 24 februari 2025

PINDAROTSJES.

Ik ben allerminst een snoeper. Zelden haal ik wat in huis. Gebak, koekjes  of kaakjes beschouw ik niet  als snoep. Maar onder andere : zuurtjes, toffees, spekkies, dropjes, pepermuntjes, Haagse hopjes, kussentjes vallen bij mij weer wel onder snoepgoed.  Hartig snoepgoed noem ik gewoon ‘iets hartigs’, zoals stukjes kaas, worst, pinda’s en chips. Gezond snoepgoed heet bij mij fruit.

Gebak, koek en dergelijke haal ik alleen in huis wanneer ik mensen op de koffie krijg.’ Iets in huis halen  voor bij de koffie’, zal ik maar zeggen. Dan koop ik bij voorbeeld als ik twee bezoekers krijg drie eierkoeken (een voor mezelf) en een rol Mariakaakjes, voor bij het tweede kopje koffie. Niet die hele rol ineens natuurlijk. 

Echt snoepgoed neem ik in huis als ik de kleinkinderen op bezoek krijg, een zak zuurballen bijvoorbeeld of een stel roomknotsen. Daar zijn ze dol op.

Van de week, en zo kom ik eigenlijk op dit hele verhaal, krijg ik zo rond lunchtijd Sohrab, een vriend met Iraanse roots op bezoek. Eens in de veertien dagen zie ik hem. Voor mij hoeft het niet maar hij neemt altijd iets lekkers mee.  Deze keer heeft hij kletskoppen meegenomen.

‘s Ochtends heb ik zelf ook al wat gekocht, op de markt. Pindarotsjes. Dat lijken net chocolaatjes. Maar het zijn absoluut géén chocolaatjes. Het zijn pinda’s, in stukken gestolde chocola. Hoe dan ook. Sohrab raakt zijn eigen meegebrachte kletskoppen niet aan. Hij probeert een pindarotsje en daar blijft het niet bij ... hij neemt er nóg een en nóg een. ‘Da’s lekker man’, zegt hij. Hij heeft blijkbaar nog nooit zoiets gegeten ... neemt er nog een. Hij vraagt me met volle mond, hoe dat spul precies heet. Pakt zijn mobieltje erbij en vraagt me het te spellen.

'P.I.N.D.A.R.O.T.S.J.E.S.'

Ik geef Sohrab ook nog de tip dat hij het hier op de vrijdagmarkt kan kopen bij de zuidvruchtenkraam.

Hij denkt dat zijn dementerende moeder ze lekker zal vinden. Sohrab gaat een doosje naar haar opsturen. Zij woont nog Iran bij haar broer in Mashad. Tsja, in Iran hebben ze geen verpleeghuizen. Ook geen pindarotsjes.