Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 7 juni 2025

WAH ZEGGIE?

Deze zaterdag is alles gericht op het bezoek aan mijn broer Ron, die vandaag zestig wordt. Hij geeft een feest in Vierpolders. Waar? In Vierpolders!! Begin dit jaar heeft hij al zijn vrienden en familieleden al uitgenodigd.

Ik heb er even over nagedacht of ik wel zou gaan. Ik heb niks tegen mijn broer Ron. Een leuke vent. Zeker als je samen met hem in een klein clubje bent. Dan kan je gezellig met hem praten, samen leuke dingen doen. Prima allemaal. Maar de vriendengroep rond Ron, daar heb ik het niet zo op. Zowel de mannen als de vrouwen vind ik stoerdoenerig en poenerig. Hun lachen en praten is doorgaans overdreven luidruchtig. Het is een lachen, waarvan ik me afvraag: ‘moet dat nou echt zo orenpijnigend hard?’.

Met dat harde praten van hun  ben ik op zich wel content. Dan versta ik tenminste goed wat er gezegd wordt. Mijn gehoor is de laatste jaren namelijk flink achteruit gegaan. Ik zit in de fase, dat ik tot vervelens toe moet vragen: ‘Wah zeggie?’ ‘Assie val dah leggie,’ zouden Ron z'n vrienden dan ongetwijfeld geantwoord hebben. In mijn eigen omgeving krijg ik nogal eens de hint om eens bij Specsavers langs te gaan voor een gehoorapparaatje. Dan doe ik net of ik niks hoor.

Het feestje is in Vierpolders, vijfendertig kilometer van Rotterdam. Te ver om te fietsen of te lopen. Ik heb John (59), een andere broer van me, mèt 'n auto, gevraagd om me op te pikken. En dat doet hij.

 John woont  en werkt in Hilversum. Hij moet deze zaterdag eerst nog werken. Daarna komt hij naar mij toe, in Rotterdam. Tussen zes en zeven zal hij hier zijn. Hij doucht, eet wat bij mij en doet andere kleren aan. Tegen achten vertrekken we en om een uur of negen zijn we in Vierpolders.

Een paar maanden terug vroeg ik nog aan Ron of hij cadeauwensen had. Die had hij niet. Hij vond het alleen al leuk dat ik, zijn vijftien jaar oudere broertje, zou komen.

Zelf vind ik het echter niet zo fijn om met lege handen te komen. Ik werd me er toen, niet zonder gêne van bewust, dat ik niet wist wat ik voor hem moest kopen. Dat ik Ron na al die jaren nog niet goed genoeg kende.

John opperde gisteren, toen we wat afspraken voor vandaag, dat we Ron samen een kaart geven, met van ieder van ons wat geld er in. Lekker makkelijk, nietwaar?

Ieder twintig gaan we doen. Het begin van ’n miljoen, toch?!

vrijdag 6 juni 2025

NIET TE PRUIMEN.

 O, wat zien ze er verleidelijk uit, in de kraam van de goed gemutste marktkoopman. De rood-gele glimmende pruimen lachen me verleidelijk toe. Hun zoetsappige smaakt vevult mijn mond. Ze liggen naast de wat nors ogende paarse familieleden.

‘Ze zijn nu nog wat hard’ zegt de man maar leg ze een tijdje in de zon, dan zijn ze in een mum van tijd rijp. ’Doet u maar een pondje.’ Hij weegt een pond (6 pruimen) af en doet ze in een milieu-onvriendelijk plastic zakje.

Als de marktkoopman even niet kijkt, durf ik wel even te knijpen in de paarse pruimen. Ze voelen niet goed. Mijn vingers seinen naar mijn mond: ‘Melig! Niet te pruimen.’

Vandaag moet ik ook, even verderop, bij de Zuidvruchtenkraam gedroogde pruimen zonder pit kopen. Altijd een pondje. Daar doe ik een maand mee. Aan gedroogde pruimen kan ik me geen buil vallen. Oké, de ene maand zijn ze wat zoeter en voller van smaak dan de andere maand. Rijp zijn ze altijd en ook lekker zacht.

Het is elke dag het eerste dat ik eet: twee gewelde gedroogde pruimen. De dag ervoor heb ik twee gedroogde pruimen in een bakje water. gelegd  Die zijn dan geweld als ik ze wil verorberen. Ze smelten als het ware op m’n tong. Glijden heel gewillig naar binnen. Daarna eet ik de rest van mijn ontbijtje.

Dat ik de dag begin met die twee gewelde, gedroogde pruimen komt door een huisarts, die ik jaren geleden had. Ik had darmklachten en regelmatig ‘de stop’. Zo erg soms, dat ik af en toe met mijn vingers de ontlasting uit mijn anus moest drukken of pulken. Toevallig had mijn dokter zelf ook zulke klachten gehad. Die gingen over nadat hij was begonnen met die gewelde, gedroogde pruimen. Ik doe het nu al járen. Alles wat ik eet glijdt keurig netjes mijn lichaam weer uit.

Thuis gekomen blijkt de goedlachse marktkoopman een beschimmelde pruim in het zakje te hebben gestopt. Kloothommel! Heb ik er nog maar vijf over. Die leg ik in het zonnetje want ze zijn nu nog zo hard dat je er een vogeltje mee dood zou kunnen gooien.

woensdag 4 juni 2025

EHBH.

 ‘Het ligt er aan wat voor weer het is.’  Meestal gaan we ’s woensdags naar de bioscoop of een eindje wandelen maar nu had Rinus voorgesteld om naar de Rotterdam Rooftop Roetsj te gaan. Dat is een superhoge glijbaan aan de achterkant van het Maritiem Museum vlakbij Beurs. Daar kan je dan af gaan als je dat wil. 

Hij kon niet weten dat het niet zo’n heel goed  idee was. Ik heb al jaren last van hoogtevrees.

‘Heb je dat dan ook al op zo’n lullig zwembad glijbaantje of ben je alleen bang op tientallen meters hoogte?’ ‘Neen, Rinus, ik heb al hoogtevrees als ik op het perron van de metro sta te wachten, maar dáár heb ik het nog enigszins onder contrôle.’

‘Niet om stoer te doen, hoor,’ zegt Rinus, maar die angst ken ik niet. ‘Ik klim net zo makkelijk een ladder op om bijvoorbeeld op drie hoog de ramen te zemen …. of als ik in een bergachtig gebied op vakantie ben, heb ik er geen moeite mee om op een bergpad langs een diep ravijn te wandelen.’  

Mij lijkt het niet alsof hij aan het opscheppen is.

‘t Is raar, want ik heb zes jaar lang op de zestiende verdieping gewoond, daar voelde ik me gewoon safe. Alleen soms, als het hard waaide en de lamp aan het plafond ging slingeren, kreeg ik het een beetje benauwd. Ik ging daar ook niet graag het balkon op met stormachtig weer. 

Hoogtevrees had ik niet van jongs af aan. Het wàs er opeens. Ik moest zo nodig een jong poesje redden dat op ons dak angstig zat te mauwen. Het beestje zat op een gegeven moment veilig en wel te spinnen in mijn woonkamer, terwijl ik als verstijfd stond in de dakgoot op de derde. Durfde noch voor noch achteruit. Dat was nog op het Zwaanshals. Ik was bang! De brandweer heeft me toen uit de nood geholpen.

‘Nou wat doen we? Durf je de Rooftop Roets aan?’

‘Gaan we doen!’ doe ik stoer. Boven op dat dak bij de glijbaan krijgen we een matje om mee naar beneden te glijden. Roetsj! Rinus is al zowat beneden.

Ik word bevangen door een soort stramheid, mijn adem stokt.

‘Tong tussen je tanden, hard bijten en hoepla! Naar beneden op je roetsjmatje!’ Kennelijk ben ik al roetsjend mijn  bewustzijn verloren. Heel eventjes maar .

Tot vreugde van Rinus en de vrijwilligers ben ik al snel weer opgelapt in het tentje van de EHBH (Eerste Hulp Bij Hoogtevrees).

dinsdag 3 juni 2025

WEERZIEN.

 

Met Ruud zit ik druk te praten over Telstar, Wilders, Ronald Koeman junior en Paus Jodocus III. Vòòr, veel verderop, aan de andere kant van het metrostel, zie ik iemand zwaaien. Dat gezwaai blijkt naar mij te zijn. Nou zie ik het pas, nu ik aan het uitstappen ben.!  Dat is Mien. Zij heeft me van die afstand af herkend.

Het kan slechter: het weerzien met Mien. De vriendin van mijn veel te vroeg overleden vriend Memet.  Ik ben samen met Ruud op weg naar huis na een nostalgisch bezoekje aan Spangen.

Halló Mien.’ Ik schreeuw het haast uit. ‘Wat kom jij hier doen?’ Ze woont, voor zo ver ik weet, aan de totaal andere kant van  Rotterdam.

‘Ik moet op de Hesseplaats zijn!’ antwoordt ze. Wat ze daar gaat doen zegt ze er niet bij.

‘O, nou Mien, leuk je weer te zien,’ jok ik. En ik geef haar twee luchtkusjes. Meer tijd voor wat anders is er niet, tussen in- en uitstaptijd. Ze kijkt me lachend aan. Zonder geluid te maken zegt ze: ’Ik bel je’. Ik moet zeggen dat Mien op zich een hartelijke meid is. MAAR … ik heb mijn hele leven, nog nooit iemand ontmoet die, een uur in een kwartier kan lullen. 

Beste afspraak die je met Mien kan maken is: kopje thee, tom poes, half uurtje. Lang zat.

 Het is zeker acht jaar geleden dat Memet onverwachts sterft. Hartaanval. Nota bene in het ziekenhuis. Geen redden meer aan.

Met Mien begint hij enkele jaren voor zijn dood een LAT relatie.

Een onorthodoxe migrant is hij . Ik leer hem kennen bij mijn toneelclubje.  Hij is een goede acteur tevens licht- en geluidstechnicus.Het kost hem veel moeite maar hij leest ook Nederlandse romans, van Wolkers en Koch bijvoorbeeld.  Super geïntegreerd is hij.

We bezoeken musea, theaters en we koken lekkere maaltijden.

Het is gezellig met z’n drieën. Na de dood van Memet hebben Mien en ik geen contact meer gehad. Al die jaren heb ik geen moment meer aan de babbelzieke Mien gedacht. Geen behoefte aan iemand als zij.

Ze gaat me nu snel bellen. Dat kan nooit wat worden, toch?

 Hé, zit Ruud nu nog steeds in de metro?

maandag 2 juni 2025

FRATSEN.

Ik ben vanmiddag in Crooswijk. In een buurthuisachtige setting (Open Huis Crooswijk, in de Exercitiestraat). Daar wordt een concert geven door bassiste Alejandra Rony uit Costa Rica en accordeoniste Helen Sousa uit Spanje. Beiden studerend aan de Codart-Hogeschool. Dat ze nog op school zitten is absoluut niet te merken, want de kwaliteit van de musici is van wereldklasse. Ze spelen wereldmuziek, tango en composities van Manuel de Falla (

De accommodatie is klein en schamel. Er komt binnenkort een opknapbeurt. Er zijn twintig belangstellenden voor de eveneens twintig vintage-zitplaatsen. Het concert is daarmee meteen uitverkocht.

Na het concert, dat drie kwartier duurt, volgt nog een presentatie door ene Fred Hoogsteder, die op een tv-radio-combinatie, eurovisiesongfestival-momenten laat zien (en bekommentarieert) uit de periode 1964  t/m 1974. De liedjes van sommige winnaars worden spontaan door de aanwezigen meegezongen. Met name het winnende liedje van France Gall: ‘Je suis une pouppée de cire une poupée de son.’ Ik persoonlijk zing niet mee omdat ik de meeste songfestivalliedjes uit die periode drie maal niks vind.  Niks ten nadele overigens van de presentatie van Fred. Die is van grote klasse.

 Zowel de act van de muzikale dames als die van Fred worden mogelijk gemaakt door de Stichting Fratsen. Deze stichting organiseert cultrele programmering verdeeld over verschillende plekken in Rotterdam Noord.

Tijdens de beide optredens, maar ook wel een beetje ervoor en erna,  leer ik Connie kennen, een aardige, ook knappe dame, in 1956 geboren in Schiedam (net als ik, maar ik in 1950). Ze woont met veel plezier in Rotterdam Noord (Liskwartier)  Regelmatig gaat ze in haar eentje op stap. Net als nu. Zo bezoekt ze vaak theater de Bakkerij. Heel leuk vind ik om te horen dat ze ‘Echte Liefde’,  de toneelgroep waar ik lange tijd speelde, kent. Ze kan zich  mij zelfs nog herinneren in de rol van Henk, in het gelijknamige stuk. Leuke rol, leuk stuk over een simpele Oud Noorderling. Ben ik nog wel een beetje trots op.

 Voor de bezoekers van het buurthuis hier, die dat willen, is het mogelijk om nog even te blijven hangen. Er wordt namelijk aansluitend een workshop ‘breien’ gegeven … niks voor mij. Daarna kan er gezamenlijk wat gegeten worden. Kost vier euro. Wat de pot schaft is nog niet bekend.

Ik weet  het nu al wel. Ik ga zelf lekker witlofsalade maken thuis. Heerlijk fris en vol vitamines.

 Ik denk er, voor ik Crooswijk uit fiets, nog net aan om Connie te vragen of ze telefoonnummers wil uitwisselen. Dat wil ze gvd niet! Trut!

  

zondag 1 juni 2025

NOOIT MEER DOEN.

Met mijn vriend Ayoub ga ik naar het Arab Film Festival 2025. We kiezen de film: ‘When we’re born’.

Het is een muzikaal drama waarin drie jonge Egyptenaren een persoonlijke en sociale uitdaging aan gaan. Het is een drieluik. De eerste verhaallijn volgt een jonge personal trainer, die pas getrouwd is.Hij droomt van zijn eigen sportschool maar daar heeft hij geen geld voor. De tweede verhaallijn draait om een christelijke vrouw, die verliefd wordt op een moslimman. De derde lijn toont ons een jongeman, die een carrière in de muziek ambieert tegen de wil van zijn autoritaire vader in.

Het klinkt geweldig. Maar ik vond het niks.  Traag, voorspelbaar, matig spel. Met uitzondering van de singer-songwriter uit verhaallijn drie. Met zijn songs scheidt hij de chapters van de film mooi van elkaar. 

Tijdens de film raadpleegt Ayoub regelmatig zijn mobiel. Soms gaat hij zelfs zitten typen. Hinderlijk is dat. Vlak naast me. Storend. Als ik hem vraag waar die mee bezig is, zeg hij, dat hij bij tweede hands winkels kijkt of er iets bij is voor hem. 

Terwijl Ayoub me antwoordt wordt er uit de zaal hard ‘stilte’ geroepen. Ik laat het daar dan maar bij.

Na afloop kom ik er toch nog bij hem op terug.

‘Je kan die  film toch niet goed volgen als je steeds op je mobiel zit?!’

‘Ja. Niet alles belangrijk, in film.’

‘Nou, dat kan ik niet hoor, Ayoub. Maar wil je dat niet meer doen als ik er bij ben. Ik heb er last van.’ ‘Okee dan.’ Heel blij lijkt hij nu niet met mij.

We nemen niks te drinken in de bios. Veel te duur:

twee pils:

‘dat wordt dan zeven euro, meneer’.

Gek  zijn ze geworden met die prijzen.

Bekijk het maar met jullie pils. Ik neem  wel een paar slokken gemeentepils. Op de wc.

 

Enigszins verbolgen komt Ayoub terug van de wc. ‘

Geen ‘M’ en ‘V’ meer op deur wc! Vrouwen boos!’.

‘Zeker moslimvrouwen?’

‘Neen, Nederlandse vrouwen ook’.

‘Nou Ayoub, ik vind het prima dat mannen en vrouwen van de zelfde toiletten-ruimte gebruik mogen maken. Prima’.

Dan zegt Ayoub, dat hij gehoord heeft  dat een man zich op een M-V-toilet openlijk stond af te trekken. Bij een urinoir. Vrouwen zien. Vrouwen boos.

‘Ja, kom nou even Ayoub, aftrekken is sowieso verboden in het openbaar. Als een man het echt niet kan laten moet hij  zich volledig afzonderen.

Ayoub hield zijn mond er verder over dicht.

Onze wegen scheiden zich. Ik loop over de Zwaan naar de overkant van de Maas. Ayoub gaar naar een tweede handszaakje vlakbij het Poortgebouw.

zaterdag 31 mei 2025

WAARVOOR GEVLUCHT?

 

Doodmoe ben ik van Georgis. Een Syrische asielzoeker. Ik heb hem taalles gegeven. Ben bevriend met hem geraakt. Maar dat gaat denk ik niet zo lang meer duren. Hij gaat steeds meer zeiken over moslims. Die deugen volgens hem allemaal niet. Hij lijkt soms Wilders wel. Dat is het niet alleen. Hij communiceert als een blind paard. Hij beantwoordt appjes niet of te laat. Nu ook weer: Ik wil om zes uur gaan fietsen. Het is tien voor zes. Meneer heeft nog niks laten weten. Op het allerlaatste moment appt hij: ik fiets met je mee. Zo irritant.

We gaan samen naar het Arab Film Festival 2025. Naar een Syrische film getiteld: Salma.

 Hij woont in Rotterdam, in zijn uppie, in een afgedankt kamertje van een voormalig verzorgingshuis. Beter wat dan niks, toch? Want tegenwoordig is er niks voor asielzoekers. Zijn ex-vrouw en zijn drie dochters wonen in Alblasserdam.

Georgis gaf in syrië scheikunde aan de universiteit. Doet hij nu niks meer mee. Hij kan alleen in het Arabisch praten over scheikunde. Geen enkele Nederlander die daar wat van snapt.

Hij wil niet meer werken aan zijn Nederlandse taal. Hij is bijna zestig. Hij vindt het wel welletjes zo. Hij is makkelijk. Voor moeilijke dingen vraagt ie mij te hulp: of ik voor hem wil bellen, mailen of appen. En ik ben dan zo’n goedlul, die dat nog doet ook.

 Hij werkt als gratis klusjesman. Bij een vrouw van zevenentachtig heeft hij op Hemelvaartsdag laminaat gelegd. In een buurthuis geeft hij schaakles; daar deelt hij gratis voedsel uit aan mensen die het financieel slecht hebben …. Hoe heet dat ook al weer? … O ja de voedselbank. Dat laatste vindt hij heel goed werk. Als ik bij hem op bezoek ben dan zegt hij soms wel tot drie keer toe dat Nederland  een goed land is … met zoiets als de voedselbank. Op zo’n manier wil hij mij complimenteren met mijn land. Daar zit ik nou niet op te wachten.

 Ik heb liever dat hij eens goed nadenkt waarom hij zo de pest aan moslims heeft. Als ie zo doorgaat kap ik met hem. Ik word die man een beetje zat. De film vond ik drie maal kut. Georgis vond hem prachtig want de hoofdrolspelers zijn twee geweldige acteurs ... lyrisch is hij over ze …  toneelspelers uit de Assad-tijd!!!

 Waar is die man tien jaar terug voor gevlucht?

 

donderdag 29 mei 2025

OOIT VERWARD

Eens per maand zit hij bij zijn psych. Hij is een zogenaamd verward persoon. Niet zo erg dat hij in de krant gestaan heeft of zo. Dat hij mensen beroofd heeft, aangerand, misbruikt of zelfs vermoord  Hij is ook niet met een pistool een tv-studio binnengedrongen om een presentatrice de stuipen op het lijf te jagen.

Nee, hij is meer ‘huis- tuin-en keuken’ verward. Hij vergeet van alles; bijvoorbeeld: zijn drol weg te spoelen, zijn gulp dicht te ritsen of hij gaat zonder kunstgebit naar zijn werk.

Hij is des duivels als iemand hem ‘homo’ noemt.  Dan springt hij, op zijn blote voeten, hoog op en komt dan zo hard, op de plavuizen vloer terecht dat zijn beide hielen verbrijzeld zijn.

Op een veel te vol geplande dag scheert hij zijn kop helemaal kaal ... trekt een oud Sparta-shirtje aan en gaat zo naar z’n werk. Daar kust hij impulsief al zijn collega’s (ook de mannen) op de mond, waarna zijn leidinggevende hem adviseert een paar dagen thuis te blijven. Hij was niet helemaal ‘toppie’ volgens zijn bazin.

Dat was hij ook niet toen hij, lang geleden, zijn kinderen op 5 juni (precies een half jaar voor Sinterklaas)naar de Maas stuurde om de Sinterklaas-verkennersboot te gaan bekijken. Hij vertelde zijn kinderen, dat Zwarte Pieten informatie kwamen inwinnen in verband met de te geven cadeaus  op  5 december. Met zijn kinderen ging hij als een speer naar de Maas maar er was natuurlijk geen stoomboot te zien. Een verward verzinsel. De psych schreef wat pillen voor, ...die spoelde hij door de plee, verward als hij was.

Dan valt hij weer om. Breekt zijn schouder en dan schrijft een arts, om zijn pijn te bestrijden, morfine voor. Dat mag hij helemaal niet hebben in combinatie met z’n andere pillen. Het gevolg van die verkeerde pillen-mix is dat hij gaat slaapwandelen’. In zijn pyjama, op zijn blote voeten, in de regen, in de nacht. 

Na een wandeling van een uur staat hij tenslotte weer voor zijn voordeur. Verward. Zonder huissleutels. Het kan niet anders. 

Hij moet nu zijn buurvrouw uit haar bed bellen.


woensdag 28 mei 2025

LINKS RECHTS.

 Het is een handicap. Met dansles vond ik het altijd het ergst. ‘Begin met rechts’ zei de dansleraar en prompt stapte ik met mijn linkerbeen naar voren, soms bovenop  het voetje van mijn danspartner. Ik heb nooit leren stijldansen. Ik kon links en rechts nooit zo goed uit elkaar houden. Ook kon ik met dansen, de passen niet onthouden. Op de stijldansvloer voelde ik me een stijve hark. Iedereen om mij heen was vrolijk aan het zwieren en zwaaien en ik, en natuurlijk mijn partner, maar vooral ik stond in verwarring stil langs de kant.

 Stijldansen kon ik dus niet maar ik kon wel degelijk dansen: vrij dansen … dansen, zonder regeltjes, op muziek van Pink Floyd of the Stones. Dan maakte ik op de dansvloer wilde bewegingen met mijn hoofd, mijn armen en mijn benen ….. springen deed ik ook en dan kreeg je het omgekeerde effect: de stijldansers stonden langs de kant beteuterd naar mij te kijken, naar mij, die stijve hark, die ineens wèl bleek te kunnen dansen …. alleen anders.

Behalve wild dansen was er nog een soort dansen dat ik uitstekend beheerste. Dat was ‘slijpen’. Veel regels had je daar niet voor. De belangrijkste voorwaarde was de muziek. De groepen Moody Blues en Procul Harum  maakten lekkere slijpmuziek. De muziek moest in een uiterst slow tempo zijn. En voor het goed slagen van het slijpen moest je het doen met iemand, die dat ook heel graag met jou wilde doen. Je ging zo dicht mogelijk tegen je partner aan dansen, met je handen op haar billen en als het goed is (en je bent niet te lang) dan slaat zij haar armen om je heen ….. en naarmate het muzieknummer vordert, dansen jullie steeds dichter tegen elkaar aan. Ook jullie onderlijven zijn dan inmiddels stevig tegen elkaar aangedrukt. Er worden schurende bewegingen gemaakt.

Wild dansen was eigenlijk het allerleukst maar slijpen was het allerlekkerst op de dansvloer. En het fijne was: links of rechts deed er helemaal niet toe.

 

 

dinsdag 27 mei 2025

ZO PLAT ALS EEN PANNEKOEK.

 De ekster wipt onder de hortensia’s vandaan het trottoir op. Ik ben op weg naar de pedicure om haar mijn schimmelnagel te laten zien.  Dat kan die ekster natuurlijk niet weten. Dat interesseert hem helemaal niets. Hij weet onderhand dat hij niet bang hoeft te zijn voor zo’n groot mens als ik. Voor grote mensen überhaupt niet. Kinderen is een ander verhaal. Toch werpt de vogel een snelle blik op mij, voor hij weer wegwipt onder de hortensia’s.

 In die splitsecond dat ik de ekster heen en weer zie springen, hangt er iets paniekerig te kronkelen uit zijn snavel. Dat kan niet anders dan een worm zijn. Ik loop te ver weg om te zien waar de ekster precies heen gaat. Eet hij de worm zelf op? Of eten zijn jongen de worm? Ik weet niet of hij jongen heeft. Het zou best kunnen in deze periode. Ik blijf even staan om te horen of er hongerige geluiden van eksterjongen uit het struikgewas opklinken.

 Ja, ik hoor wat. Dat is het geluid van moeder roek, die haar jongen vliegles geeft. Wat een lawaai maken ze. Ik hòòr ze hier alleen. Vanaf mijn balkon op de vijfde zie ik de familie roek vol overgave bezig: klein stukkie vliegen uit de boom ... landen op het gras ... pik-pik wat eten tussen de grassprieten  … weer een klein stukkie vliegen … pik-pik … eten …  en een stukkie moeder achterna … en maar twetteren.

Eksterjongen, die krijsen om een stukkie worm, hoor ik niet. Vader ekster zal zijn worm dan wel zelf verorberd hebben. Of hij heeft de worm gedeeld met zijn vrouwtje, als zij er nu is.

Ik zie iets akeligs  langs de stoeprand. Daar ligt een ekster. Een mannetje? Een vrouwtje? Geen idee. Maar wèl dood! Zeker weten. De vogel is plat. Zo plat als een pannekoek. De platte dode ekster ligt op de plek waar gewoonlijk een autoband staat. Het arme beestje slaapt diep als de auto hem plat walst.

Was deze vogel, zaliger, bevriend met de wipekster van zoëven?  Zijn worm is, nu  zeker en vast, opgegeten. Voldaan wipt ekster nu op het lijkje af. Pikt hier en daar wat eten op voor straks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                                

maandag 26 mei 2025

DE STEKKER ERUIT.

Schelden, kwetsen, pesten, straffen, stoppen, tegenhouden, verbieden, terugsturen. Misschien vergeet ik nog iets, dat  Wilders zo vaak en zo graag doet. Verdeeldheid dat is wat hij wil zaaien. Anderen de schuld geven van allerlei problemen. Woningnood, cellentekort, personeelstekort in de zorg, hoge zorgkosten,  hoge huren, migratie. Zijn partij zit nu in de regering maar is onmachtig iets op een behoorlijke manier samen te regelen. Dat ligt natuurlijk nooit aan Wilders, die, en dit terzijde,  dikke maatjes is met oorlogsmisdadiger Poetin en de criminele dwaas Trump, maar àl-tijd ligt de schuld bij anderen. Hetzij bij andere regeringspartijen, hetzij bij migranten en dan met name bij moslims.

Vandaag dreigt Wilders de stekker uit de regeringscoalitie te trekken. Het aan banden leggen van de instroom van migranten schiet niet snel genoeg op, naar meneer zijn zin zin. De PVV heeft via de regering ,inmiddels al meer dan een jaar, de kans gehad om er iets aan te doen. Maar … met die PVV-Fabertjes -aanpak (ik ben beleid!): weinig kans! Extreem-onnozel

Laat die PVV maar lekker uit de regering stappen. Laat trouwens dat hele kneusjes-kabinet Sloof maar op hoepelen. Dat kabinet heeft in meer dan een jaar nul komma nul voor mekaar gekegen. Niks, nada!  Alleen … ach gottegottegot, dat armetierige Fabertje, dat onbedoeld komische nootje in dit kabinet, dat ga ik missen, hoor. Maar over het geheel genomen: opgeruimd staat netjes.

Hoe moet het land dan verder? Wat mij betreft is het absoluut niet nodig om  nieuwe verkiezingen te houden. Met de laatste verkiezingsuitslag, van november 2022, is het mogelijk om een centrum-linkse meerderheidsregering te vormen. Dus met PvdA/Groen links, VVD, CDA, SP, Dierenpartij, en D66. Stuk voor stuk partijen met veel bestuurlijke know how in huis. Die kunnen beleid maken en uitvoeren. Dat hebben we nodig in Nederland.

Weg wezen Wilders, ik kan je missen als kiespijn.

zondag 25 mei 2025

RODDEL.

I.

Mijn definitie van roddelen is praten over iemand die er niet bij is. Dat is bij mij dus niet altijd kwaadspreken over iemand. Meestal niet trouwens, omdat ik het helemaal niet prettig vind om lelijke dingen over mensen te vertellen of zo maar wat te verzinnen. Ik zeg niet dat ik nóóit kwaadspreek. 

Al weer jaren geleden begon mijn toenmalige naaste buurvrouw Nel, wat met onze overbuurman, Frans. Ik was daar niet zo blij mee. Allebei waren ze single. Frans gescheiden. Nel, was nog maar pas naast me komen wonen met haar zoontje Wop (3) en een enorme Duitse herder. Op zichzelf niks bijzonders eigenlijk.

Ik wist dat er iets niet pluis was met Frans. Hij was gescheiden en zijn twee kinderen waren hem door de kinderbescherming afgenomen wegens huiselijk geweld. De hele buurt kende het verhaal inmiddels wel maar Nel weet nog van niks. Nadat ik Frans een paar zomerse dagen achtereen in zijn blote body en zwembroek bij Nel in de tuin had zien zitten, vond ik het de hoogste tijd om Nel in te lichten over Frans. Ze wist nog nergens van.

De volgende  dag kwam Frans woedend mijn tuin in zetten en liep driftig op mij af. Ik stond een beetje te schoffelen. Frans pakte ter hoogte van mij borstbeen ruw mijn t-shirtje vast en siste me toe: ‘Ik heb mijn kinderen nóóit wat aangedaan. Als je dat verhaal nog één keer rondbazuint, maak ik je helemaal kapot, kankerlul’.

De vriendschap tussen Frans en Nel was gelijk over.                                 

Over Frans wordt in de straat nog veel geroddeld. Maar niet door mij. Ik kijk wel uit.

II.

In een wooncomplex wordt al gauw gefluisterd:

‘Hebbie dah gezien? Afgelopen zaterdag? Het was nog licht. Zag ik Karel, die ouwe baas van de derde ... ja joh, die altijd in z'n korte broek loopt ... langs wippen bij Rina. Weetjewel, dat rare typje van de vierde, die rooie. ‘Een bakkie doen, noemen ze dat…ja ja, tot zo laat in de avond zeker ?…en een paar dagen later gaat die rooie bij Karel pizza zitten eten … ja, ja … dat moeten we allemaal maar geloven? … Nou, okee, ze zullen best een bakkie doen en een stukkie pizza eten maar daar blijf het de res van de avond tuurlijk niet bij. Leert mijn de mannen kennen. Gelooft mijn nou, mensen,  op het laatst duiken ze gewoon met elkaar hun nest in. Hoewel … ik vraagt me serieus af of die Karel hem nog wel overeind krijg. Hihihi.


Woest was Karel toen hij het hoorde. Maar hij deed net of hij gek was. 


zaterdag 24 mei 2025

AANKOMEND TALENT.

Het is vrijdagavond stervensdruk in het theater. Ik kom zelf voor de kleine zaal waar een voor mij onbekende cabaretière optreedt. Wat voor grootheid in de grote zaal staat? Geen idee’. Ik vraag het de juffrouw van de garderobe.

‘De drie J’s.’

‘Welke 3-J's?'

De juffrouw van de garderobe weet me niet meer te vertellen dan dat de drie J’s drie Jannen zijn.

In de foyer verdringen zich bijna vijfhonderd blanke ouwetjes. Grijze kalende koppies. De enige Jan die publiekstekker zou kunnen zijn voor deze verzamelde opa’s en oma’s is Jantje Smit. Maar zit niet bij dit drietal. Nou ja ...

 De drie J-bejaardenkudde begeeft zich naar de grote zaal.

In de kleine zaal treedt Annick Boer op. Ook van háár had ik  nooit gehoord. Hoe is het mogelijk!? Zo’n groot talent! Onbegrijpelijk dat ze nu nog in dit kleine theater Isala optreedt. Een 54-jarig 'aankomend jong talent'.

Van cabaretier Richard Groenendijk, die de hele avond, met z’n dikke kop voor me zit, hoor ik dat Annick, het leeuwendeel van haar carrière in musicals heeft gespeeld. Onder andere in de musicals  Titanic, Doe maar, Little Shop of Horrors en Ja Zuster, Nee Zuster. Ze is geknipt voor musicals. Heeft een grandioze stem en acteren gaat haar ook goed af. Het musicalpubliek kent haar goed. Ik haat musicals. 

Haar show van vanavond is geweldig. Voor mij is ze geen aanstormend talent meer. Ze is gewoon meer dan rijp om mee te doen op het level van bijvoorbeeld Brigit Kaandorp. Annicks persiflage van een echtpaar op zijn retour is buitengewoon hilarisch en herkenbaar.

 Na afloop plof ik met gratis (!) drankje neer naast een stel veertigers, dat verveeld 'ins blaue hinein' zit te staren. Stiekem hoopt het stel op een vlot jong stel naast hun op de bank om  mee te babbelen. Plaats genoeg! Maar … helaas! Ze moeten het met mij doen. Een in de zeventiger jaren van de vorige eeuw van huis weggelopen figuur. Compleet met kettinkjes, armbandjes en een bandage over de kale plekken op zijn hoofd..

 Zijn jullie bij dat cabaret geweest, in die kleine zaal?

Ze fleuren zichtbaar op. Kijken mij en elkaar blij aan. Als duo klinkt het bijna: ‘Ja, was leuk, hè?’

 ‘Nou nee, ik was  in de grote zaal. Bij de 3-J’s. Zwaar kut,’ lieg ik. Geen zin in slap gezeik met dat stel.

vrijdag 23 mei 2025

UITGESTOKEN TONG.

Een boekenbon van 15 euro had ik nog liggen. Vorig jaar juli gekregen van buurvrouw Lucille, voor mijn verjaardag. Hoe zal het trouwens met haar zijn? Ze zit alweer twee maanden in Suriname. Bij haar oude vader. Ze blijft nog een maand weg. 

Ik had nooit gedacht dat zij Bouterse een toffe kerel zou vinden. ‘Hij heeft veel goede dingen gedaan.’ Als ik de naam Bouterse hoor, denk ik alleen maar aan de decembermoorden, die hij op zijn geweten heeft. Iets pósitiefs kan ik me niet bedenken. Ja, dat ie de pijp uit is nou. Dat vind ik positief. ‘Opgeruimd staat netjes.’

Uitgerekend met die boekenbon van Lucille wil ik een boekje gaan kopen van een Suriaamse journaliste, Arita  Siltasongh. Kort geleden kreeg ze van haar moeder te horen dat haar opa en oma fout waren in de Tweede Wereldoorlog.

Ze was daar, begrijpelijk, nogal van in de war. Om de eerste schrik te verwerken heeft ze er een essay over geschreven. Daar ben ik erg nieuwsgierig naar. Dus begeef ik me met boekenbon naar Donner. Het boekje is uitverkocht.

Het zou niet mijn idee zijn maar als het een beetje wil kan Arita.de nettowinst van haar werkje bijvoorbeeld doneren aan een Stichting van Holocaust-slachtoffers. Heel macaber om geld te doneren aan zo’n Stichting, terwijl de Joodse nakomelingen van de Holocaust van ’40  -  ‘45  momenteel een tweede Holocaust creëren onder de Palestijnen in Gaza.

 Van Donner naar de bieb is maar een kwartiertje. Daar zit Trees. Op de canapé, achter de ‘Nederlandse Romans’. Terloops zie ik dat ze Zoutkust zit te lezen. Welke zichzelf respecterende Nederlandse vrouw op leeftijd heeft dat boek niet gelezen? Ik begrijp dat je eigenlijk pas meetelt, als vrouw in vrouwenland, wanneer je alle drie de Zoutkusten gelezen hebt. Zoooooo moooooooi!!

 Aardige vrouw Trees. Ze lijkt 102 maar ze is, naar eigen zeggen pas 68. Ze is klein, tenger, en heeft een uiterst gerimpeld hoofdje met halflang geblondeerd haar.  Normaal zien we elkaar in de kroeg. Nu hier dus, met … en dat is helemaal nieuw voor mij,  een t-shirt met het logo van de Rolling Stones: die uitgestoken rooie tong. Geen idee dat ze Stones-fan was. We hebben dezelfde concerten in de Kuip gezien, de vorige eeuw. Dat maakt de band wat steviger. Ik zie, bij gebrek aan het origineel, tegenwoordig graag Stones-coverbands. Trees niet. Ze heeft liever Mick zelf. Ook al is hij 82. Ze tekent er voor om ook zo oud te worden:

‘Als ik maar net zo gezond blijft als hij’, zegt ze met iets van angst in haar ogen.

donderdag 22 mei 2025

BRAM EN FREEK.

Alles en iedereen wordt duurder. Dus ook Bram Ladage. Zijn patat is voor mij al ruim 50 jaar onovertroffen. Een medium patatje pindasaus koop ik altijd. Vanmiddag betaal ik daar 8,80 euro voor. Het kan zijn dat mijn geheugen me in de steek laat, maar ik dacht, dat ik er heel lang geleden één gulden voor betaalde. Met mayo. Toen had tie nog geen pindasaus.

 

De laatste paar jaar neem ik, als ik die frietjes op heb, nog een lekkere milkshake aardbeien. De grootste. Mmmm … heerlijk. Ook pittig qua prijs: 4,50 euro. Maar zóóó lekker. Ik heb vanmiddag bij die Ladage-tent op het Binnenwegplein, zitten smullen.

 

‘Ga je dan helemaal van Het Lage Land naar het Binnenwegplein fietsen  om een patatje pindasaus te kopen?’ Zal je dan vragen.

‘Nee, natuurlijk niet’, zeg ik dan. ‘ Ik heb eeb afspraak met Freek, mijn tandarts. Die  zit twee keer vallen bij Ladage vandaan.  Ik sterf van de pijn aan mijn tandvlees. Als ik pinda’ zit te knauwen. Om precies te zijn: het is het tandvlees onder de achterst kies van mijn rechter onderkaak. Het enige dat Freek ziet was is piepklein ontstekinkje. Daar geeft hij me een antibioticakuur voor.

 

Na dat bezoek aan de tandarts word ik als het ware op de automatische piloot naar Bram op Binnenwegplein gevoerd. Waarom weet ik nu nog niet. Omdat ik trek heb waarschijnlijk.

Ik vind het gezellig om bij die speciale Ladage-kraam  te kopen. Hij heeft een goede ‘hand’ van mensen aannemen. Ze zijn leuk met elkaar en met de klanten.

 

Het valt me de laatste jaren op dat ook de niet blanke medemens Bram massaal heeft ontdekt. Op de rand om de grote bloembak bij de patatkraam zie ik vooral veel moslimvrouwen samen met hun vriendinnen en jonge kinderen genieten van Bram’s lekkernijen.

De meeuwen, die daar in de buurt rondvliegen hebben het gemunt op de nog niet zo ervaren ‘nieuwkomers’. De vogels snaaien met speels gemak patatjes uit de vingertjes van de jonge kinderen.

Ik vraag me af of Bram nog leeft. Hij is volgens mij even oud als ik. Ook daar ben ik niet helemaal zeker van. Ik zal het eens aan mijn zus vragen. Bij haar heeft Bram nog op dansles gezeten. In dansschool Regina in het Zwaanshals. Misschien dat ze nog contact gehouden hebben. 

Swingen kon die Ladage destijds misschien nog wel beter als frituren. Althans dat heb ik wel eens horen zeggen.

woensdag 21 mei 2025

KRUIDJE ROER ME NIET.

Voor het optreden van een groep Poolse acrobaten koop ik twee tickets.. De groep treedt op in het kader van de Circusfestival.  Eén kaartje voor mij en één voor mijn zoon. Hij is gek op circus. Maar… hij is ziek! Dus zit ik met dat kaartje. Nu heb ik genoeg vrienden en vriendinnen die een avondje met me uit zouden willen. Maar wie er nou blij is met een avondje acrobatiek: I don’t know.

Met Mieke kan ik naar de Doelen. Klassieke muziek vooral. Beslist geen opera. Vind ik trouwens ook geen bal aan. Sonja, daar hoef ik geen moment aan te twijfelen: dans, moderne dans. Wandelen ook wel. Irene is altijd in voor cabaret of stand-up-comedy, allebei goed.


 Maar …aan wie kan ik dat kaartje voor de circus-act kwijt?

Op de gym praat ik zo af n toe met Lies. Een buurvrouw ook. Leuk. Slim. Alleen een kruidje roer me niet soms. De ene keer loopt ze je strak voorbij. Zonder een woord te zeggen. De andere keer loopt ze een meter of tien achter je en roept ze: 'Hé, loop es niet zo snel!'doe eens rustig!’.

We weten al lang hoe we heten. Nog nooit heeft ze mij bij mijn voornaam genoemd. Geen idee waarom niet. Ik heb trouwens het gevoel dat zij zich er niet zo lekker bij voelt als ik haar met Lies aanspreek. Ik kom dan  misschien te dichtbij voor haar. Misschien is het het leeftijdsverschil. Ik ben twintig jaar ouder.

Desalniettemin vraag ik Lies mee naar het circus. Nee heb ik. Ja kan ik krijgen. Tot mijn grote verbazing, zegt ze,: ‘Ja leuk! Hoe laat spreken we af, beneden in de hal?’

 Wat een act!! Groots was het. Gewaagd. We zijn beiden verrukt. Maar … op mijn vraag of ik haar nog eens een keer kan uitnodigen voor een circusact, zegt ze: ‘Nee, dank je.’ 

Jammer vind ik het óók dat ze tot slot van de avond  niet wat komt drinken bij mij thuis. ‘Daar hou ik niet van,’ zegt ze bits. 

‘Voor mij hoef je niet bang te zijn, hoor Lies.’ Waarop ze giechelend hinnikt: ‘Met mannen die zoiets zeggen moet je goed uitkijken.’. Ik reageer niet direct. Ik ben een secundaire reageerder. Haar woorden doen me pijn.

Het kan verkeren met Lies. Een paar weken geleden vertrouwde Lies me in het zwembad nog toe, dat ze, behalve mij, geen enkele buur bij haar binnen zou laten. Dat klonk me wel aangenaam in de oren. Een goeie klik. Inmiddels voel ik wel wat meer afstand.

dinsdag 20 mei 2025

FENIX.

 

Vergissen is menselijk. Dinsdag is mijn zwemochtend. Van tien tot elf kronkel ik me langs de opgewonden babbelende, veel te dikke 80-plus dames. Zwemmen doen ze niet. Zij waden slechts door het extra lekker warme water van hun doelgroepenbadje. Door mijn noodgedwongen gekronkel zwem ik wel mooi driehonderd meter per uur extra. Dus ik zeur verder niet over hun gedrag.

Als ik vanmorgen, zo rond half elf, mensen, die ik van zwemmen ken, in de richting van het zwembad zie lopen, realiseer ik me, dat het dinsdag is. Ik had in het zwembad moeten liggen. Zit ik hier te roeien in de gym. Heb nu geen zin meer om te gaan zwemmen. Ik neem straks wel een frisse duik ut mijn roeiboot.

Na het sporten staat deze dinsdag in het teken van Fenix. Het gloednieuwe museum, Rotterdams trots. Ik heb met mijn vriend Ruud afgesproken om daar heen te gaan. Fenix overrompelt ons. Om te beginnen: de Tornado. Een wervelende, oogverblindende  trap,  ontworpen door de Chinese architect Ma Yansong. De trap voert de bezoekers naar de boven liggende verdiepingen. Op elke verdieping openen zich magistrale vergezichten op al wat mooi is in Rotterdam. Enorme zalen met verrassende kunst uit vrijwel elke discipline en alle windstreken. Het wekt geen verbazing dat het thema van de expositie ‘migratie’ is. De kunstwerken komen in deze supergrote ruimten uitstekend tot hun recht. Ook voor de bezoekers is het een geheel nieuw ervaring om niet hijgend in elkaars nek van kunst te kunnen genieten.

Heel bijzonder is de zaal, waarin van 2000 koffers een doolhof is vervaardigd. De oudste koffer dateert uit 1898 en kwam met de Trans-Siberië Express naar Nederland. De nieuwste zijn kleurrijke modellen, die vorig jaar nog werden gebruikt. Het team van Fenix reisde door Nederland, de Verenigde Staten en Canada om kofferdonateurs te ontmoeten, hun koffers te verzamelen en de verhalen vast te leggen. Met een audiotour kan je de herinneringen die deze koffers met zich meedragen beluisteren.

Aan de wand achter het kofferdoolhof is te lezen hoe Rotterdam in de loop der jaren met migranten is omgesprongen. Van heel ver terug in de historie tot en met 17 mei jl.: de dag dat Maxima deze ‘Migratie-tentoonstelling opende.

In Fenix , op de Paul Nijghkade in Katendrecht, is nog zo veel meer moois en zinvols te ontdekken. Mis dat niet! Ruud en ik gaan daar zeker nog meer van genieten.

 Bekijk ook de prachtige website: fenix.nl

maandag 19 mei 2025

CHRIS GEEFT DE GEEST.

Chris is dood. Chris, mijn Christusdoorn. Chris, vijfenvijftig jaar  mijn huisgenoot. Nu is hij niet meer. Mijn trots en glorie was het. Bewonderd, ook door al mijn bezoek.

Om zijn ongewoon grote omvang. Wat wil je ànders van een gezonde vetplant van die leeftijd.

Om zijn ontelbare lieflijke kleine rode bloemetjes, waar hij in alle seizoenen mee pochte. Ja, Chris was een ijdeltuit van jewelste.

Maar … o wee, kom niet te dicht bij, want zijn doornen zijn niet voor de poes. Een elektromonteur die onder het kozijn, vlak onder Chris,  wat moest bekabelen, gilde het uit van de pijn. Beetje te schielijk opgestaan. Zat een venijnige tak met doornen vast in zijn rug. Chris is dan wel zo fideel om die tak los te laten maar zijn doornen moest hij in die rug laten zitten. Die krijg je er niet zo maar uit. Geen pincet tegen opgewassen. Die doornen moeten er uit zweren. Tsja, dat is de minder gezellige kant van Chris.

Chris staat er nog fier bij, als ik er een klein Chrisje bij wil. Dat ziet Chris niet zitten. Hij wil geen stekelig stekkie doneren. Pas als ik hem z’n jeugdfoto’s laat zien, borrelen kennelijk vaderlijke gevoelens op. Hij gaat akkoord en hij levert.


De stek slaat aan. Ontwikkelt zich tot een kittig ‘Doorntje’. Klein maar fijn. Met alles er op en er aan. Frisgroene blaadjes, vrolijke, kleine, rode bloemetjes en geniepige doorntjes.

 

Mijn vriend Juan, die zo eens in de veertien dagen koffie bij me komt drinken, kan zijn ogen niet van dat kleine Doorntje afhouden.  Op een van onze koffie-ochtenden besluit ik Doorntje aan Juan te schenken. Hij is zo blij als een als een kind met  het kleine plantje.

Vanaf die dag gaat het bergafwaarts met Chris. Blaadjes vergelen, bloemen verschrompelen te snel, zijn ooit zo strakke takken verworden tot slap hangende stengeltjes. Met tuinhandschoenen aan snoei ik de slechtste takken weg.

Van Juan hoor goed nieuws over Doorntje. Ze groeit gestaag en oogt blij met maar liefst acht kleine rode bloemetjes.

Nieuwe aarde probeer ik. Nòg meer snoei ik hem terug. Ik zet hem op het balkon. In het zonnetje.

Juan zal nog bij zijn tuinman langs gaan. Hem vragen wat er loos kan zijn.

Zijn laatste blaadjes laat hij vallen. Chris geeft de geest.

Ik knip het dode hout van Chris in kleine stukken. Voor in de GFT-bak.

Ik mail Juan: ’Laat maar’.

zondag 18 mei 2025

WAT GIJ NIET WILT, DAT U GESCHIEDT ...

 Vanmiddag ga ik demonstreren. De Palestijnen steunen. In Den Haag. Op het Malieveld. Ik loop nu nog in mijn badjas te dweilen. Kwart voor twaalf. Ik schat zo in, dat ik met de metro binnen het uur, van mijn huis op Den Haag Centraal kan zijn. Dan is het nog tien minuten lopen naar het Malieveld.

Ik gooi die dweil en die emmer vlug-vlug  de badkamer in. Uiterlijk 12 uur moet ik de deur uit. Een kwartier om aan te kleden, te ontbijten, lunchpakketje te maken, bidons te vullen en wat te lezen (en leesbril) voor onderweg. 

De organisatie heeft de demonstranten opgeroepen om in het rood te komen. Zo maken we de Nederlandse regering duidelijk dat we één groot blok zijn.  Helaas kan ik daar geen gehoor aan geven. Ik heb niks roods. Ik loop altijd in het zwart. 

Om tien over twaalf vertrekt de metro pas. Om één uur in Den  Haag zijn? Dat red ik nooit. Ik stap op Metrostation Prinsenlaan in. Er zit al iemand met  een rode zweetband. Maar dat zegt nog niks. Bij elk station stappen er meer rood geklede mensen in. In metrostation Beurs wordt het zelf ‘pushen’. Ook borden gaan mee de metro in met leuzen als:‘Netanyao Moordenaar’ ‘Palestina Free’ en ‘Schoof ben je doof?’’. Ook staat iemand met een groot karton met foto’s van uitgemergelde Palestijnse kinderhoofdjes. Israël heeft immers ‘honger’als genocide wapen ingezet. 

Duizenden demonstranten arriveren met mij, na enen in Den Haag. Te laat dus. Maar er bestaat hier vandaag geen te laat.

Wat ik in Den Haag zie, emotioneert me zeer. Een immens groot schuifelend rood blok van meer dan honderdduizend mensen voor me. Vogels van allerlei pluimage. Ze klappen en yellen ‘Palestina Free’. Mijn vriend Janwillem moet hier ook ergens lopen. In deze drukte krijg ik geen verbinding met hem. Hoeft ook niet per sé. ’t Is wel goed. We spreken elkaar vanavond.

Een Palestijn op het podium zegt: ’In een gebombardeerde school, tref ik de dertien lijkjes van jonge Palestijnse kinderen aan. Daar dachten ze bij elkaar veiligheid te vinden.’.

Ik vind dat Israël in de oorlog tegen de Palestijnen oorlogsmisdaden pleegt. Dat wil overigens niet zeggen dat ik antisemiet ben. Ik snap alleen niet, dat de Joden, die op zo’n gruwelijke wijze hebben geleden, nu zelf hard bezig zijn de Palestijnen hetzelfde leed aan te doen.

.

Wat gij niet wilt, dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet

zaterdag 17 mei 2025

VOGELTJES, DIE VROEG ZINGEN ....

 

Slecht geslapen vannacht: twee uur er in en om half acht al weer wakker.

Wat er om vijf over half acht gebeurt? Ik heb dan nog maar net mijn onderbroek aan. Begin ik geheel onbewust te zingen; en wat begin ik te zingen: ‘Jungen komm bald wider’. Ongelooflijk. Geen gouwe ouwe van de Stones of Bob Dylan, neen, Jungen komm  ….’van weet ik wat voor pipo.  Ik blijf dat lied een minuut of vijf, gedachteloos neuriën, tot opeens de stem van mijn moeder, zaliger, in mijn hoofd weerklinkt: ‘Jos, denk er om jongen, vogeltjes die vroeg zingen, zijn later voor de poes’.

Tsja, je kan het geloven of niet maar die ‘wijsheid’ gaat voor mij altijd op.

Ik kreeg een lekke band. Verknalde een schriftelijke overhoring. Verloor geld voor de tram. Blunderde als keeper. Liep een blauwtje. Vergat een stuk van een toneelrol en gaf mijn moeder een bos fresiaatjes, toen ze net ontdekt had, dat ik twee weken had lopen spijbelen. 

Al die keren had ik ’s ochtends vroeg een of ander lullig liedje lopen zingen of neuriën, realiseerde ik me achteraf. Iets van Adamo, Willeke Alberti, Dave Berry, Ria Valk en Gert of Hermien. Nooit eens neuriede ik eens lkkr tf nummer. Gek is dat, hè? En nu dus ook weer.

Wat er vandaag na die vroege vogeltjes mis ging?

Ik had wat boodschappen gedaan bij de Lidl-Binnenhof. Bij elkaar voor zo’n twintig euro. Ik wil betalen met Lidl-Pay. Daarmee kan je alleen bij Lidl betalen. Dat werkt gvd niet vandaag! Heb geen ander betaalmiddel bij me en Lidl is niet vrijgevig: 'alles voor niks' ... daar beginnen ze niet aan. Moet ik terug naar huis voor mijn pincard’. Half uurtje heen half uurtje terug.

 

Ik ben al een tijdje op zoek naar een leuk zomerhoedje. Ik kom bij C&A in de Oosterhof terecht en daar hangt er zo eentje. Leuk, luchtig en van stro. Voor vijftien euro. Vervelend: maat 60 is iets te ruim, maat 58 iets te krap is en mt 59 bestt. Gk hè? Ik kocht dat maatje 60 en hield hem gelijk op. 

Ik zet nota bene nog geen drie stappen buiten de Oosterhof of mijn maatje 60 laat zich van mijn hoofd wippen. Zwr kt! Gelukkig heb ik de bon nog. C & A doen gelukkig allebei niet moeilijk. Zonder problemen fiets ik met mtje 58 door naar Lidl Binnenhof om daar mijn boodschappen dan maar ff te pnnn.

Ik zit het dus niet te verzinnen:

 

Vgltjs die vrg zngn zn ltr vr de ps!