Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label acrobaten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label acrobaten. Alle posts tonen

donderdag 30 juli 2026

GOED GEVULD

Ik ben nog op vakantie in Avignon. Vrolijk druk op straat. Vooral op de Rue de la Républic: winkelende mensen, theatermakers die reclame maken voor hun voorstellingen in honderden theaters. Straatartiesten ook, zoals jongleurs, acrobaten, (tap)dansers, muzikanten, zangers doen daar hun act en gaan daarna ‘met de pet’ rond. Ze horen er absoluut bij, die straatartiesten en ze zorgen ook voor die geweldige sfeer daar.

In die ‘Rue’ zijn vele café's, waar onbeperkt getoiletteerd mag worden, je hoeft niet persé zoals in de benepen Rotterdamse horeca eerst een drankje of een hapje te bestellen voordat je mag gaan piesen of poepen.

Elke dag zoek ik een ander terrasje uit voor de 'double café' bij mijn elders gekochte, rijk belegde broodje. Pas de problème.

Om raadselachtige redenen valt in de eerste week van mijn verblijf in Avignon, de bril van mijn neus èn staat mijn horloge opeens stil. Voor beide probleempjes kan ik op die Rue de la Republique ook terecht. Net als in Nederland, geeft de opticien mijn bril een gratis  kleine beurt. De horlogier aldaar slaat er een slaatje uit door voor het plaatsen van een nieuw batterijtje in mijn horloge 15 euro te rekenen. Op het Lage Land staat zit elke vrijdag op de markt een man die dat voor een tientje doet.

Monoprix is de grote supermarkt op de Rue de la République. Ik koop daar een pot grote zure bommen, 12 flesjes 'eau petillant', 2 liter melk, een kilo kersen, een pond druiven, een groot stuk watermeloen en een kilo magere Franse kwark. Het gaat net in de rode boodschappentassen, die ik mee heb. De koelkast is gelijk goed gevuld.

Dan realiseer ik me dat ik niet zo lang meer in Avignon zal zijn. Over anderhalve dag vertrekt mijn TGV richting Rotterdam. Alles opeten en drinken is geen optie. Ik zou vanaf heden alleen fruit kunnen gaan eten en melk drinken maar dan krijg ik toch maar een fractie op van wat ik in de koeling heb staan. Er zit niks anders op dan wat over blijft in de koelkast te laten staan voor de volgende hotelgast op deze kamer.

De ochtend voor vertrek, ik ben net uit mijn bed, wil ik nog even verifiëren hoe laat precies die trein straks gaat. Het retourkaartje zit in een speciaal vakje van mijn koffer. 

Als ik me buk om dat kaartje te pakken besef ik dat mijn koffer al thuis is, in Rotterdam. Net als ik.

In mijn droom heb ik me de afgelopen tijd flink druk lopen maken over die overvolle koelkast. Wanneer ik de deur van mijn eigen koelkast hier nu open, zie ik staan wat ik hier gisteren blijkbaar al bij mijn Jumbo, hier om de hoek heb gekocht.

Genoeg tijd derhalve om het hier allemaal lekker op te peuzelen en drinken, gelukkig


woensdag 21 mei 2025

KRUIDJE ROER ME NIET.

Voor het optreden van een groep Poolse acrobaten koop ik twee tickets.. De groep treedt op in het kader van de Circusfestival.  Eén kaartje voor mij en één voor mijn zoon. Hij is gek op circus. Maar… hij is ziek! Dus zit ik met dat kaartje. Nu heb ik genoeg vrienden en vriendinnen die een avondje met me uit zouden willen. Maar wie er nou blij is met een avondje acrobatiek: I don’t know.

Met Mieke kan ik naar de Doelen. Klassieke muziek vooral. Beslist geen opera. Vind ik trouwens ook geen bal aan. Sonja, daar hoef ik geen moment aan te twijfelen: dans, moderne dans. Wandelen ook wel. Irene is altijd in voor cabaret of stand-up-comedy, allebei goed.


 Maar …aan wie kan ik dat kaartje voor de circus-act kwijt?

Op de gym praat ik zo af n toe met Lies. Een buurvrouw ook. Leuk. Slim. Alleen een kruidje roer me niet soms. De ene keer loopt ze je strak voorbij. Zonder een woord te zeggen. De andere keer loopt ze een meter of tien achter je en roept ze: 'Hé, loop es niet zo snel!'doe eens rustig!’.

We weten al lang hoe we heten. Nog nooit heeft ze mij bij mijn voornaam genoemd. Geen idee waarom niet. Ik heb trouwens het gevoel dat zij zich er niet zo lekker bij voelt als ik haar met Lies aanspreek. Ik kom dan  misschien te dichtbij voor haar. Misschien is het het leeftijdsverschil. Ik ben twintig jaar ouder.

Desalniettemin vraag ik Lies mee naar het circus. Nee heb ik. Ja kan ik krijgen. Tot mijn grote verbazing, zegt ze,: ‘Ja leuk! Hoe laat spreken we af, beneden in de hal?’

 Wat een act!! Groots was het. Gewaagd. We zijn beiden verrukt. Maar … op mijn vraag of ik haar nog eens een keer kan uitnodigen voor een circusact, zegt ze: ‘Nee, dank je.’ 

Jammer vind ik het óók dat ze tot slot van de avond  niet wat komt drinken bij mij thuis. ‘Daar hou ik niet van,’ zegt ze bits. 

‘Voor mij hoef je niet bang te zijn, hoor Lies.’ Waarop ze giechelend hinnikt: ‘Met mannen die zoiets zeggen moet je goed uitkijken.’. Ik reageer niet direct. Ik ben een secundaire reageerder. Haar woorden doen me pijn.

Het kan verkeren met Lies. Een paar weken geleden vertrouwde Lies me in het zwembad nog toe, dat ze, behalve mij, geen enkele buur bij haar binnen zou laten. Dat klonk me wel aangenaam in de oren. Een goeie klik. Inmiddels voel ik wel wat meer afstand.