Op 13 september 1963, ik was 13 jaar oud, verhuisde ik van de Rotterdamse Arbeidersbuurt Spangen naar Hordijkerveld. Een splinternieuwe Rotterdamse wijk op Zuid. Op die 13e september raakte ik in één klap al mijn school- en buurtvriendjes kwijt. Het lukte me niet zo snel om nieuwe vriendjes te maken. Ik zat maar thuis, deed mijn huiswerk, speelde patience en hielp mijn moeder met het huishouden.
Toevallig ook op 13 september 1963 kreeg ik er een broertje bij. Herman. Maar daar had ik natuurlijk niks mee, met zo'n baby. Behalve hem zo af en toe eens verschonen of een flesje geven.
Toen kwam Jan van 't Hof in mijn leven. Net als ik een eenling. Hij kwam bij mij op de hbs. In klas 2b. In de pauze liepen we met elkaar te praten op het schoolplein.
'Heb jij het wel eens gedaan?' vroeg Jan.
'Wat?' vroeg ik.
'Nou, gewoon, of je het wel eens gedaan hebt!?'
'Nee', zeg ik.
'Ik ook niet.' zegt Jan.
Daar waren we eerlijk over.
Jan heeft er helemáál geen moeite mee over seks te praten. Hij vertelt me over welke meisjes op school hij fantaseert en wat hij in zijn verbeelding zoal met hen doet. Hij zegt dat hij zich soms wel vier of vijf keer op een dag aftrekt.
Daarvan krijg ik het gevoel, dat ik niet helemaal spoor, aangezien ik het hoogstens één of twee keer per dag doe.
Als ik dat zeg, zegt Jan dat ik waarschijnlijk een lager libido heb, waar ik dan weer geen jota van snap.
'Kan best zijn,' zeg ik. 'Ik heb geen flauw idee hoe vaak anderen het doen'. Ik weet alleen dat voor mij twee keer per dag genoeg is.
Op en dag vertelt Jan, dat hij het gedaan heeft met een meisje uit Crooswijk. Ik raak daar een beetje van in de war. Jan vertelt dan heel precies wat hij met haar gedaan heeft. Ik heb het vermoeden dat hij een potje staat te liegen. Dat zou ik best wel fijn vinden, als hij loog. Maar ik denk later toch dat hij de waarheid sprak. Want sommige dingen die hij vertelt ... die verzin je niet.
Dan, een paar dagen later, zegt hij, dat hij met het meisje heeft gepraat.
Ze wil het ook wel met mij doen, heeft ze tegen hem gezegd.
Neen! zeg ik.
'Ja, echt', zegt Jan.
Ik weet niet of hij bedoelt met z'n drieën òf ik alléén met het meisje.
Ik ben niet zo vlot dat ik het gelijk vraag aan Jan.
Diezelfde dag nog steken we de Maas over via de Maasbrug en lopen we dwars door het Centrum naar Crooswijk.
In een smal straatje met oude huizen, woont het meisje van Jan.
Het schemert al.

.jpg)