Posts tonen met het label piloot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label piloot. Alle posts tonen

dinsdag 30 december 2025

KETELBINKIE.

 Op de tweede kerstdag gaan m'n zus Manda, haar vrouw Nel, mijn buurvrouw mss. M en ik eten bij Ketelbinkie. Voor dat eten kunnen we pas om acht uur aanschuiven.

Om de dag een beetje te breken, maak ik 's ochtends een wandeling in het Kralingse bos. 

Op de automatische piloot, kijk ik, als ik aan het eind van de ochtend uitgewandeld ben, nog even in mijn brievenbus. Er ligt zowaar nog een kaart. Te zien aan het handschrift is de afzender een vrouw. Ik maak de enveloppe nog niet open. Want mss M. staat zo, om 13.00 uur, bij me voor de deur. 

Om de tijd te doden, spelen we scrabble en memory ... en we drinken en snoepen wat (stukje kerstkrans met amandelspijs ... mmmm.)

Mss M. wint deze middag alles. Uit alle macht probeer ik te doen alsof ik goed tegen mijn verlies kan. Maar mss M. heeft zoals gewoonlijk alles door.

Om acht uur 's avonds zitten we 'klaar' bij Ketelbinkie. De 'tent' zit helemaal vol. De bediening is goed en het eten perfect ... alleen ik verslik me haast in mij voortanden, die voor de zoveelste keer dit jaar afbreken. Alweer als ik een ha neem van een sneetje van een hard gebakken stokbrood. Ik kan mijn huilen niet bedwingen, even niet ... 

Het  eten is voortreffelijk, de porties zijn goed te behappen: niet te veel niet te weinig.

Ik heb weer mazzel dat ik met de auto (van Nel) thuis gebracht word. Mss M., mijn buurvouw, ook natuurlijk. Want zij woont een minuut bij mij vandaan. Het is wel prettig op net zo'n kouwe avond als gisteren.

Als ik mijn woonkamer binnen stap zie ik dat die late kerstkaart nog ongeopend op m'n salontafel ligt. Ik maak hem open. Er zit zo'n Kruidvat-kerstkaart in, met een zelf gemaakt foto. Met als enige tekst: 'Happy 2026'. 

Een prachtige, wat oudere vrouw zit op haar canapé. Ze leest één van m'n stukjes. Maar ... dat is Sonja ... naakt!

zondag 22 september 2024

HANDFIETS.

 Wat een dag. Vroeg gaan sporten. Om acht uur. Heel rustig op de gym deze ochtend. Ik ga op de automatische piloot de sportschool binnen. Loop gelijk naar de handfiets. Goed voor mijn nieuwe schouder. Ik fiets inmiddels op stand 13. Mijn ongeluksgetal. Gaat altijd wel wat fout op vrijdag de dertiende. ’t Is nou donderdag, dus ’t moet goed gaan. Mijn leven begon al fout. ‘t Was vrijdag de 13e juli 1950.Toch weer een valse start vandaag: een poetsdoekje vergeten mee te nemen.

Terug dus. De schone doekjes liggen direct bij binnenkomst op een tafeltje. Daarnaast staat de bloemenspuit. Je moet een doekje nat spuiten en meenemen. Voor de grap wordt wel eens een willekeurige sporter daar nat gespoten … niet iedereen vindt dat leuk … is mezelf ook wel eens overkomen ... ik vond eigenlijk niet zó … zelf spuiten is leuker. Met die poetsdoekjes moet ik de plekken schoon poetsen die ik aangeraakt heb op het apparaat waarop ik ben bezig geweest. Ik heb vaak het gevoel dat uit alle hoeken van de gym ogen op mij zijn gericht; ogen, die checken of ik wel alle plekken poets, die ik aangeraakt heb. Dat zal vast wel aan mij liggen, want ik heb nog nooit iemand er echt op betrapt dat ie naar me zat te loeren. Zelf zou ik zoiets trouwens ook nooit doen. Ik zou het niet eens kunnen. Ik ben daarvoor veel te gefocust.

Op de andere handfiets, naast mij, zit een mooi vakantie-bruin gebakken oma te handfietsen. Ik zeg haar vriendelijk gedag. Zij groet mij terug, constant handfietst ze achteruit in de laagste versnelling (1). Ik wissel het af: één minuutje vooruit … één minuutje achteruit en dat drie keer. In totaal dus zes minuten. Je oefent andere spieren als je voor- of achteruit handfietst, dat is prima. Voor de rest maakt het geen moer uit of je voor- of achteruit handfietst, je blijft gewoon op dezelfde plaats staan.

Een groepje mannen is deze ochtend sportief en sociaal bezig. Ze lopen met zijn vieren naast elkaar op de loopband. Dat houden ze een half uur vol. Er wordt door de heren wat afgeluld en gelachen.

Heel soms laat ik me ook wel eens verleiden om te babbelen. Ik houd het graag kort … kom eigenlijk alleen in de gym om dagelijks puur een uurtje te sporten … en te poetsen.

donderdag 13 oktober 2022

JE LACHT WEL MAAR JE BEN NIET BLIJ.

 ‘Je lacht wel maar je bent niet blij’. Iemand zei dat eens tegen mij en dat was ook echt zo.

Normaal gesproken heb ik er nóóit zo’n moeite mee om mijn vrólijke kant te laten zien, als ik het naar mijn zin heb, op wat voor manier dan ook. Het komt echter ook nogal eens voor dat ik het helemaal niet naar mijn zin heb,  zelfs geïrriteerd en bang ben en dan tóch alleen maar die vrolijke kant laat zien. Boosheid en angst slik ik vaak weg, lach ik vaak weg met een vriendelijke smile, met een geforceerd grapje of een gelaten stilzwijgen.  Dat is een tweede natuur van me geworden … op de automatische piloot reageer ik zo … in trance doe ik dat. Ik moet wel heel moeilijk peilbaar zijn voor mijn omgeving.

Die vaak zwijgzame ‘in-trance-reactie’ is  een soort dichtklappen … een niet bij machte zijn om adequaat te reageren op een vraag, opmerking of situatie. Mijn primaire reactie is dan blanco. Ik kan dan vrijwel nooit direct reageren. De werkelijke betekenis van woorden en gebeurtenissen dringt langzaam tot mij door. Dolgraag zou ik direct mijn reactie geven maar ik weet niet waarop, omdat de woorden, de gebeurtenissen dan nog niet bij mij aangekomen zijn. Ik ben blijkbaar een secundaire reageerder of trage ontvanger maar ook dat is niet altíjd zo. Soms weet ik zelfs in tweede of derde instantie geen reactie te verwoorden, een mening te geven, een oordeel te vellen. Ik vind het soms gewoon niet. En dat is niet omdat ik er niet voor durf uit te komen, dat ik het ergens niet mee eens ben maar vààk heb ik er gewoon de woorden niet voor.

Daar geneer ik me wel voor … als ik eerlijk ben zou ik steeds moeten zeggen: ‘Ik weet het niet of nog niet. Misschien weet ik het straks, morgen of later maar dan waarschijnlijk óók nog niet.’

Zelfs ten aanzien van zaken waar ik wèl redelijk wat vanaf weet, treedt het ‘in trance gebeuren’ op. Ik ben bijna mijn hele arbeidzame leven acteur geweest en vanaf mijn twintigste gemotiveerd lid van linkse politieke partijen en tòch kost het me razend veel moeite om primair te reageren op theater- of politieke ontwikkelingen.

Als kind van een jaar of 9, loop ik een beetje te dromen, op weg van school naar huis. Tot mijn schrik zie ik dat er een grote winkelruit aan diggelen ligt. Ik sta de schade en de etalage even rustig te bekijken, totdat de eigenaar van die zaak (een handelaar in  beha’s, nylonkousen, jarretels en korsetten) naar buiten gestormd komt en me ruw vastgrijpt: ‘Jij hebt die ruit ingeschoten, vuile rotaap! Je gaat hem mooi betalen ook,’ zijn gezicht loopt zowat paars aan.

Dat vind ik zo onrechtvaardig, dat ik dan ineens wèl adequaat en zeer primair weet te reageren: ‘Dat hèb ik niet gedaan,  stommeling’, zeg ik driftig en ik schop de man zo hard tegen zijn scheenbeen, dat hij me van de pijn los moet laten, waarna ik als een speer weg ren, naar huis, een eindje verderop in de straat.

In dit geval reageer ik impulsief … ik ben er zeker van … het gaat vanzelf. Maar zelfs als ik iets zeker weet, dan is mijn reactie niet altijd zo impulsief.  Tja … ’t is om gek van te worden!.

Ik ben echt een moeilijke man … 't is waar, wat mijn ex tegen iedereen zegt.