Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label dolgraag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dolgraag. Alle posts tonen

zondag 23 augustus 2026

ARMOEDE UITGELEGD (DEEL 1)

Deel 1. De magazijnchef.

Ik las onlangs 'Armoede uitgelegd aan mensen met geld' van Tim ’s Jongers. Het is een boek dat de zogenaamde bovenlaag een spiegel voorhoudt. Politici en beleidsmakers denken namelijk nog altijd dat armoede een keus is. Door je best te doen, kansen te grijpen en door te leren ontkom je er aan. Alsof de overheid een schooldeur openzet en de rest vanzelf gaat. Ze hebben geen flauw idee van de psychologische oorlog die je als arbeiderskind moet voeren om die drempel over te stappen.

Ik weet er alles van. Ik kom uit een straatarm gezin uit de jaren vijftig. Thuis was er simpelweg te weinig geld om iedereen genoeg te eten te geven. Mijn vader maakte tramrails schoon in Rotterdam. Hij was ultra-laaggeletterd. Mijn moeder wilde dolgraag dat ik doorleerde. Ze hielp me met overhoren, maar ze begreep niets van de stof.

In 1967 zat ik in de vierde klas van de HBS. Een bekakte leraar Nederlands vroeg aan de klas: ‘Wie zijn vader is hier nou nog arbeider?’ Iedereen moest vertellen wat zijn vader deed. Uit pure schaamte en overlevingsdrang loog ik dat mijn vader magazijnchef was bij Hooijmaaier, de beschuitfabriek. De andere jongens zeiden allemaal dat hun vader een goeie baan had. Ik ging elke dag doodsbenauwd naar school, het Montfoort-College, de hbs. Ik had slechte resultaten, geen vrienden en deed geregeld alsof ik ziek was omdat ik niet durfde, spijbelde soms ook. Toen er een paar stoere klasgenoten op ziekenbezoek kwamen, zakte ik door de grond van schaamte. Ik was de oudste van tien kinderen. Het stonk bij ons thuis naar de pies omdat mijn jongere broertjes en zusjes nog in hun bed piesten. Ik moest er niet aan denken dat dat op school zou worden rondgebazuind.

Als ik een vraag kreeg in de klas, werd ik vuurrood en blokkeerde ik volledig. Leraren pestten me erom. Als ik een spreekbeurt had, spijbelde ik. Een gevoel van minderwaardigheid is mijn hele werkzame leven (op hbo-niveau) met me meegereisd. Bij elk diploma dacht ik dat ze het me dat maar cadeau deden. Gewoon, omdat er statistisch gezien weer eens een arbeiderskind moest slagen.

Dat is precies wat Tim ’s Jongers bedoelt. Armoede is geen gebrek aan talent, het is een gebrek aan rust, regie en een veilig fundament. De politiek stuurt tegenwoordig leefstijlcoaches op armen af om te vertellen dat ze broccoli moeten eten. Maar een arbeiderskind heeft geen advies nodig. Wat we nodig hebben is echte bestaanszekerheid en het recht om er te mogen zijn, zonder je te hoeven schamen voor de baan van je vader.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

donderdag 13 oktober 2022

JE LACHT WEL MAAR JE BEN NIET BLIJ.

 ‘Je lacht wel maar je bent niet blij’. Iemand zei dat eens tegen mij en dat was ook echt zo.

Normaal gesproken heb ik er nóóit zo’n moeite mee om mijn vrólijke kant te laten zien, als ik het naar mijn zin heb, op wat voor manier dan ook. Het komt echter ook nogal eens voor dat ik het helemaal niet naar mijn zin heb,  zelfs geïrriteerd en bang ben en dan tóch alleen maar die vrolijke kant laat zien. Boosheid en angst slik ik vaak weg, lach ik vaak weg met een vriendelijke smile, met een geforceerd grapje of een gelaten stilzwijgen.  Dat is een tweede natuur van me geworden … op de automatische piloot reageer ik zo … in trance doe ik dat. Ik moet wel heel moeilijk peilbaar zijn voor mijn omgeving.

Die vaak zwijgzame ‘in-trance-reactie’ is  een soort dichtklappen … een niet bij machte zijn om adequaat te reageren op een vraag, opmerking of situatie. Mijn primaire reactie is dan blanco. Ik kan dan vrijwel nooit direct reageren. De werkelijke betekenis van woorden en gebeurtenissen dringt langzaam tot mij door. Dolgraag zou ik direct mijn reactie geven maar ik weet niet waarop, omdat de woorden, de gebeurtenissen dan nog niet bij mij aangekomen zijn. Ik ben blijkbaar een secundaire reageerder of trage ontvanger maar ook dat is niet altíjd zo. Soms weet ik zelfs in tweede of derde instantie geen reactie te verwoorden, een mening te geven, een oordeel te vellen. Ik vind het soms gewoon niet. En dat is niet omdat ik er niet voor durf uit te komen, dat ik het ergens niet mee eens ben maar vààk heb ik er gewoon de woorden niet voor.

Daar geneer ik me wel voor … als ik eerlijk ben zou ik steeds moeten zeggen: ‘Ik weet het niet of nog niet. Misschien weet ik het straks, morgen of later maar dan waarschijnlijk óók nog niet.’

Zelfs ten aanzien van zaken waar ik wèl redelijk wat vanaf weet, treedt het ‘in trance gebeuren’ op. Ik ben bijna mijn hele arbeidzame leven acteur geweest en vanaf mijn twintigste gemotiveerd lid van linkse politieke partijen en tòch kost het me razend veel moeite om primair te reageren op theater- of politieke ontwikkelingen.

Als kind van een jaar of 9, loop ik een beetje te dromen, op weg van school naar huis. Tot mijn schrik zie ik dat er een grote winkelruit aan diggelen ligt. Ik sta de schade en de etalage even rustig te bekijken, totdat de eigenaar van die zaak (een handelaar in  beha’s, nylonkousen, jarretels en korsetten) naar buiten gestormd komt en me ruw vastgrijpt: ‘Jij hebt die ruit ingeschoten, vuile rotaap! Je gaat hem mooi betalen ook,’ zijn gezicht loopt zowat paars aan.

Dat vind ik zo onrechtvaardig, dat ik dan ineens wèl adequaat en zeer primair weet te reageren: ‘Dat hèb ik niet gedaan,  stommeling’, zeg ik driftig en ik schop de man zo hard tegen zijn scheenbeen, dat hij me van de pijn los moet laten, waarna ik als een speer weg ren, naar huis, een eindje verderop in de straat.

In dit geval reageer ik impulsief … ik ben er zeker van … het gaat vanzelf. Maar zelfs als ik iets zeker weet, dan is mijn reactie niet altijd zo impulsief.  Tja … ’t is om gek van te worden!.

Ik ben echt een moeilijke man … 't is waar, wat mijn ex tegen iedereen zegt.