Posts tonen met het label verschonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verschonen. Alle posts tonen

woensdag 31 december 2025

WEL EENS GEDAAN?

 Op 13 september 1963, ik was 13 jaar oud, verhuisde ik van de  Rotterdamse Arbeidersbuurt Spangen naar Hordijkerveld. Een splinternieuwe Rotterdamse wijk op Zuid. Op die 13e september raakte ik in één klap al mijn school- en buurtvriendjes kwijt. Het lukte me niet zo snel om  nieuwe vriendjes te maken. Ik zat maar thuis, deed mijn huiswerk, speelde patience en hielp mijn moeder met het huishouden. 

Toevallig ook op 13 september 1963 kreeg ik er een broertje bij. Herman. Maar daar had ik natuurlijk niks mee, met zo'n baby. Behalve hem zo af en toe eens verschonen of een flesje geven.

Toen kwam Jan van 't Hof in mijn leven. Net als ik een eenling. Hij kwam bij mij op de hbs. In klas 2b. In de pauze liepen we met elkaar te praten op het schoolplein. 

'Heb jij het wel eens gedaan?' vroeg Jan.

'Wat?' vroeg ik.

'Nou, gewoon, of je het wel eens gedaan hebt!?'

'Nee', zeg ik.

'Ik ook niet.' zegt Jan.

Daar waren we eerlijk over.

Jan heeft er helemáál geen moeite mee over seks te praten. Hij vertelt me over welke meisjes op school hij fantaseert en wat hij in zijn verbeelding zoal met hen doet. Hij zegt dat hij zich soms wel vier of vijf keer op een dag aftrekt. 

Daarvan krijg ik het gevoel, dat ik niet helemaal spoor, aangezien ik het hoogstens één of twee keer per dag doe.

Als ik dat zeg, zegt Jan dat ik waarschijnlijk een lager libido heb, waar ik dan weer geen jota van snap. 

'Kan best zijn,' zeg ik. 'Ik heb geen flauw idee hoe vaak anderen het doen'. Ik weet alleen dat voor mij twee keer per dag genoeg is.

Op en dag vertelt Jan, dat hij het gedaan heeft met een meisje uit Crooswijk. Ik raak daar een beetje van in de war. Jan vertelt dan heel precies wat hij met haar gedaan heeft. Ik heb het vermoeden dat hij een potje staat te liegen. Dat zou ik best wel fijn vinden, als hij loog. Maar ik denk later toch dat hij de waarheid sprak. Want sommige dingen die hij vertelt ... die verzin je niet. 

Dan, een paar dagen later, zegt hij, dat hij met het meisje heeft gepraat.  

Ze wil het ook wel met mij doen, heeft ze tegen hem gezegd.

Neen! zeg ik.

'Ja, echt', zegt Jan.

Ik weet niet of hij bedoelt met z'n drieën òf ik alléén met het meisje.

Ik ben niet zo vlot dat ik het gelijk vraag aan Jan.

Diezelfde dag nog steken we de Maas over via de Maasbrug en lopen we dwars door het Centrum naar Crooswijk. 

In een smal straatje met oude huizen, woont het meisje van Jan.

Het schemert al. 

vrijdag 14 oktober 2022

EEN SLAPELOZE NACHT

Ik ben mijn bed aan het verschonen. Hoor ik plots een scherp geluid. Komt misschien van een van mijn buren. Even later hoor ik het weer … ’t is een piep. Een minuut later nog eens … het zou een vogelgeluid kunnen zijn ... daar is het alwèèr! Nog geen minuut later. ’t Klinkt tamelijk dichtbij. Maar ’t is zeker niet hier in de slaapkamer. Overal in huis ga ik kijken en luisteren. Onder de bank, de salontafel, de mooie boekenkast. Niks te zien. Niks te horen en terwijl ik zoek: ‘piep’ … elke minuut weer ‘piep’.

Leg mijn oor te luisteren op de tv, het modem … dan is het heel dichtbij. Het doet pijn aan mijn oren.  Van bovenaf komt het. Geen beest te zien op het plafond, op een paar vliegen na. Die piepen niet. 

Vlak boven mijn hoofd nu … mijn schedel vibreert er van. Kut. Het is de rookmelder! ‘Harde Piep’ en ‘rookmelder’ google ik: ‘batterijen leeg’ en ‘graspieper’ krijg ik als rectie’.

Ik ga gelijk zoeken naar vogelgeluiden op You Tube en ja hoor, mijn geluid is ook het geluid van de graspieper. Alleen …  die maakt dat geluid staccato en drie keer vlug achter elkaar. Dan heb ik nog geluk …

De batterijen van mijn rookmelder zijn dus leeg en moeten vervangen worden. Dat doe ik wel even, denk ik … er is alleen geen beweging in dat ding te krijgen. Dan moet de huisbaas het maar doen. Ik bel hem op donderdagmiddag om drie uur. Het gepiep gaat ondertussen met dezelfde irritante regelmaat door. De telefoniste zet me in de wacht. ‘U bent dit niet van ons gewend …  bla, bla, bla … wij verzoeken u het later nog eens te proberen.’ Om vier uur en om half vijf doe ik dat met als reactie hetzelfde bla,bla, bla-verhaal.

Het kan niet anders: dit wordt een slapeloze nacht. Trek desondanks mijn pyjama aan, poets mijn tanden, ga in bed liggen en probeer te slapen … tevergeefs. Het geluid blijft hinderen. Na anderhalf uur slaap ik nog niet. Ga porno zitten kijken. Blijf klaarwakker en krijg de hik.  Ga weer naar bed. Lig op mijn rechterzij, linkerzij, rug, buik en moet dan plassen. Om half drie ga ik er weer uit. Een boek gepakt ‘Platform’ van Michel Houellebecq’. Mijn oren worden nog steeds geterroriseerd. Mijn  pyjama is niet warm genoeg. Ik pak er een deken bij. Half vijf ga ik ‘uitzending gemist kijken’: Arjen Lubach. Lang zo leuk niet als ’s avonds.

Tot half acht lig ik in mijn bed te draaien, te woelen ... ga dan ontbijten en bellen naar de huisbaas. Ik ben de eerste. De telefoniste deelt me doodleuk mee dat de onderhoudsman pas over vijf dagen komt .. . piep,piep,piep. Nog vijf hele dagen met dat hinderlijke geluid leven wordt mijn dood (overdreven).

Ik, de man met de linker handen, ga op zoek naar een buur die mij wil helpen. Mijn handige buurvrouw Hilde komt gelijk, maar ze krijgt ook geen beweging in dat ding. Knutselaar Frans, ligt ziek op bed, zegt zijn vrouw. Dries, ex-buschauffeur, heeft me al een paar keer geholpen, is niet thuis. Bij Rob kan ik altijd aankloppen, zei hij me, toen ik hier kwam wonen. Hij houdt woord. Binnen een kwartier staat hij voor de deur, in een half uur heeft hij de rookmelder gedemonteerd en die rotpiep  geëlimineerd. Wat een rust.