Pageviews van de afgelopen week

dinsdag 19 augustus 2025

TE GAST: Paulien Cornelisse

Tijdens mijn afwezigheid plaats ik hier columns van anderen.

4. Paulien Cornelisse. (Volkskrant).

=============================

 Een tv in een vakantiehuisje.

Een vakantiehuisje in een vakantiepark. Wij zijn hier wel vaker, en we hebben altijd hetzelfde type huisje. Soms staan we op een , soms naast een speeltuintje, maar de inrichting is precies hetzelfde. Zelfs het bevreemdende kunstwerk aan de wand, waarop wordt uitgelegd hoe je pannenkoeken bakt, is overal gelijk. De slaapkamer op de begane grond. Je kunt daar nét om het bed heen schuiven en je laten vallen na een dag strand, en (ach ja, waarom ook niet) pannenkoeken eten. In de bovenhoek van de kamer hangt een tv.

Dit nu is mijn enige echte kritiekpunt op dit huisje. Een tv in een bovenhoek ziet eruit alsof hij in een gevangenis hoort, of in een gesloten inrichting. En dat zijn nu juist associaties die op een plek met allemaal dezelfde huisjes, waar iedereen steeds dezelfde verdwaasde rondjes loopt en al doende het contact met de buitenwreld verliest, te allen tijde vermeden dient te worden. 

maandag 18 augustus 2025

TE GAST: SANDER DONKERS

Tijdens mijn afwezigheid plaats ik hier columns van anderen.

3. Sander Donkers. (Volkskrant).

=============================

Veertien minderjarige meisjes.

Graag zou ik alle Kamerleden die voor de smerige en kansloze asielwetten stemden een nachtje willen opsluiten in Fenix, Rotterdam. Dat is een museum, dus een straf kan je het niet noemen. Wel zou je er blootgesteld kunnen worden aan een andere kijk op migratie - het enige thema.

Daags nadat een stel halvegaren in Coevorden de komst van 14 (!) minderjarige (!) meisjes (!) wist te blokkeren met rellen en brandstichting, doolde ik door de zalen van het museum vol kunstwerken en foto’s die een eeuw ontheemding omspanden. Altijd waren er mensen op de vlucht, overal ter wereld. Als ze daar geen goede reden voor hadden gehad, waren ze niet in beweging gekomen. Elke gelukszoeker is in de eerste plaats een ongeluk-ontvluchter.

Door het raam zag ik de kade waar ooit duizenden landgenoten aan boord gingen van de Holland-Amerikalijn, op zoek naar wat velen nu hier hopen te vinden: een beter leven, pardon, ik bedoel natuurlijk: geluk.

zondag 17 augustus 2025

TE GAST: PAULIEN CORNELISSE

Tijdens mijn afwezigheid plaats ik hier columns van anderen.

2. Paulien Cornelisse. (Volkskrant).

=============================

Funest voor de zwemtijden.

In Friesland bezochten we een buitenzwembad van olympische proporties, maar dan wel met een glijbaan en een pierenbad erbij. Ook gooide het personeel matten en banden in het water, zodat er lekker kon worden gespeeld. Al ronddobberend in een band kwam ik tot de overtuiging dat deze toevoegingen aan het olympische bad ook bij de Olympische Spelen niet zouden misstaan en tijdens een wedstrijd zou een atleet zich uit het water mogen hijsen, naar de glijbaan rennen, ervan afgaan, om met een plons midden tussen zijn/haar banen zwemmende collega’s te belanden. Ondertussen zou een andere zwemmer op een mat mogen klimmen om daar te gaan zitten wiebelen, zodat er golfjes ontstaan.De andere zwemmers zouden, of er niks loos was, moeten proberen door te gaan met hun baantjes. Ik geef toe, het is allemaal funest voor de zwemtijden, maar de zwemmer die met de minste irritatie op deze hindernissen reageert is natuulijk wel een echte winnaar.

zaterdag 16 augustus 2025

TE GAST; JARI VAN DER PLOEG

Tijdens mijn afwezigheid plaats ik hier columns van anderen.

1. Jari van der Ploeg. (Volkskrant).

=============================

Migrerende migranten.

De eerste scène vond plaats in 2006 en werd gefotografeerd door Arturo Rodrígues, die er een World Press Photo mee won. Op zijn foto’s is te zien hoe de vluchtelingen, zodra ze aan land komen, handdoeken krijgen aangereikt van de geschrokken toeristen, net als flesjes water en af en toe zelfs een hand op hun schouder.

Tijdens de tweede scène, die eerder deze maand plaatsvond in Granada, schrikken de toeristen eveneens. Maar ditmaal pakken ze geen handdoeken om te helpen. Ze pakken parasols om de aan land klauterende vluchtelingen een oplawaai te geven. Sommige badgasten schelden, anderen tieren en werken de vreemdelingen tegen de grond.

Gedurende een deel van de periode tussen die twee scènes in, versloeg ik voor deze krant de Europese migratiestromen. In een poging dat zo secuur mogelijk te doen, heb ik onder meer de geur beschreven van een overleden drenkeling op zee. Ik heb beschreven hoe alleenreizende migranten, sommigen niet ouder dan 14 jaar, in Athene hun lichaam moesten verkopen aan oudere mannen, omdat ze geld nodig hadden voor eten.

En ik heb de chaos en wanhoop in kamp Moria op Lesbos in woorden proberen te vatten, onder meer door artsen te citeren die een enorme stijging zagen van het aantal zelfmoordpogingen onder gevluchte kinderen. Sommigen sneden zichzelf, de meesten liepen gewoon de zee in.

In de eerste paar jaar waren de reacties op dat soort verhalen nog vriendelijk: wat erg, hoorde ik dan. En: wat kunnen we vanuit Nederland doen? Maar later volgden steeds vaker boze berichten van mensen die vonden dat ik de discussie bevuilde. Ze zeiden dat ik mijn lezers emotioneel chanteerde door dit soort zielige verhalen op te tikken, dat ik mij schuldig maakte aan vluchtelingenporno en dat het bij zo’n belangrijk thema als migratie veel beter zou zijn om enkel naar de feiten te kijken, niet naar emoties.

Ik dacht dan altijd: is het dan geen feit dat even verderop, in Griekenland, kinderen zelfmoord plegen omdat ze zich zo verschrikkelijk alleen gelaten voelen?

En ik dacht: waarom moet een gevoel als compassie eigenlijk buiten de migratiediscussie worden gelaten, terwijl je de angst voor en woede op migranten wel ongebreideld mag opstuwen?

Vooral de laatste maanden gaat het hard, alsof naast de ijskappen ook onze tolerantie sneller smelt dan verwacht. In Spanje worden vluchtelingen aangevallen door toeristen, in Griekenland moeten uitgeprocedeerde asielzoekers voortaan elektronische enkelbanden dragen en in Nederland zorgde VVD-Kamerlid Queeny Rajkowski deze week voor een tot voor kort ondenkbaar dieptepunt.

Ze twitterde dat ‘Netanyahu hint op migratiestromen uit Gaza’. En omdat Nederland zo’n nieuwe, ongecontroleerde migratiestroom niet aankan, eiste ze per direct een staakt-het-vuren.

Twee jaar lang deed haar VVD niets tegen de genocide. Niets. Maar nu de slachtoffers ervan mogelijk hierheen komen, is opeens dringend actie nodig. Het is momenteel campagnetijd dus in een zeer bewuste poging stemmen te winnen, zegt de meest toonaangevende partij van Nederland: een vermoorde Palestijn is tot daar aan toe. Maar een migrerende Palestijn? Dat nooit.

Ik zou er eigenlijk boos om moeten worden, woest zelfs want dat is een emotie die telt, maar in alle eerlijkheid voel ik vooralsnog alleen verdriet.

woensdag 6 augustus 2025

LEEG OF VOL.

Een onafzienbare leegte is indrukwekkend. 'Afgeladen vol' imponeert ook, maar is doorgaans tijdelijk van aard. Een geheel gevulde emmer is niet zo veelvuldig te zien als een lege emmer. Zeker als er een gat in zit. 

Bij enigszins normaal functionerende mensen is zowel de blaas als de maag doorgaans matig half leeg. Heel af en toe zitten maag en blaas vol. Na een eet- en drinkfestijn.

Neem een voetbalstadion. Twee maal driekwartier per veertien dagen is het stadion stampvol. De volgende dertien dagen is er een volledig stilte. Het stadion staat ook nog eens leeg in de zomer- en winterstop!

Het is bij mij in de straat altijd leeg. Behalve kort voor half negen ’s ochtends en kort na half drie ’s middags dan is mijn straat  vol met kinderen en hun ophalers. Tussen half negen en half drie en tussen drie uur ’s middags en acht uur ’s ochtends is mijn straat vrijwel leeg. Nu, met de zomervakantie is het hier zes weken nòg leger: geen kinderen geen volwassen ophalers.

Mijn boekenkast staat vol. Er kan niks meer bij. Geen boek. Ik heb twee boeken voor mijn verjaardag gehad. ‘Liefde’ van Karl Ove Knausgärd en ‘Het goede kwaad’ van Samanta Schweblin. Voor deze boeken moet ik een plekje inruimen. 

Ik ga wat boeken van me ’te geef’ leggen op de stoeltjes in de hal van mijn bejaardentehuis. Een jaartje terug ging ik, nadat ik daar wat 'meeneemboeken' had neergelegd, weer even vlug  naar boven, naar mijn appartement, om nog meer meenemers te halen. Toen ik vijf minuten later weer beneden was, waren al die boeken al meegenomen. Zo zal met de volgende stapel ook wel weer.

Van melk weet iedereen, dat er volle melk bestaat maar geen lege. De tegenhanger van volle melk is magere melk Grappig is dat je een vol pak half volle melk leeg kan drinken.

Ook bestaat het begrip leeghoofd. Iemand die niet zo slim is. Iemand die wel slim is wordt geen volhoofd genoemd maar een bolleboos of iets dergelijks.

Een paard: dat kàn een volbloed zijn. Hoe zou een leegbloed er uit zien? Raar?

Voldoende is mijn schrijfsel somss. Maar ‘leegdoende’? Neen, nooit van gehoord. Noem mijn schrijfsel dan maar gewoon slecht.



De pijp is leeg. Tot en met 31 augustus geen nieuwe schrijfsels. Vanaf 1 september weer vol gas. Alleen .... niet meer dagelijks!

Ik blijf natuurlijk leesbaar voor je. Met bijna 2000 schrijfsels leg ik voor je klaar.

maandag 4 augustus 2025

EDINBURGH, LAATSTE DAG!

Mijn geplande vakantie van drie weken in Edinburgh is er een geworden van drie dagen. Ik zit als ik dit schrijf al weer thuis.  Ik ben in die stad voor het theaterfestival maar ook voor de andere bezienswaardigheden. Onder andere een excursie naar het beroemde Monster van Loch Ness.

Maar …, ik ben overweldigd door de gigantische hoeveelheid nieuwe indrukken van een voor mij onbekende stad, met veel inwoners en juist in de maand augustus een grote toeristengolf. De theaterlocaties, die ik wil bezoeken en de startpunten van de excursie  zijn verdeeld over de hele stad. Voor een aantal excursies en voorstellingen had ik de kaartjes al gekocht. Helaas heb ik de juiste locaties vaak niet kunnen vinden. Sommige dus wel maar te laat, ondanks google maps en ondanks de behulpzaamheid van de Edinburgers.

Daar komt nog bij dat het hostel waar ik voor 16 dagen had geboekt niet aan mijn verwachtingen voldoet. Het is te onrustig in de slaapzaal waar mijn bed (en locker) staat. Ik slaap nauwelijks. In plaats van te slapen tel ik de mislukkingen bij elkaar op. Het niet kunnen vinden van theaters, bezienswaardigheden. De weg kwijt raken. Letterlijk. En soms ook figuurlijk. Dit ‘niet slapen’ kan ik psychisch niet aan.

‘Ga hier weg’. Steeds dwingender, paniekeriger  gonst het door mijn hoofd. Vroeg in de ochtend bel ik met Easy Jet voor een vlucht naar Nederland. Ik pak mijn koffer in. Pas laat in de avond is het tot mijn opluchting geregeld. Vannacht slaap ik (goed) in mijn eigen bed.

Ik voel me een looser. Ben zeer teleurgesteld, dat ik deze trip, waarvan ik me zoveel heb voorgesteld niet heb kunnen afmaken. Ik ben te overmoedig geweest. Heb me van te voren niet gerealiseerd dat ‘al dat leuks’ plaatsvindt in een voor mij totaal onbekende stad. Dus niet in Rotterdam, mijn woonplaats, waar ik elke heg en steg en vele mensen ken. En niet onbelangrijk ook: waar mijn bed staat.

Voor een 75 jarige, zoals ik dus, is het blijkbaar te moeilijk om in een stad als Edinburgh in korte tijd wegwijs te worden,. Zich een beetje thuis te gaan voelen. Zich te vermaken.

De les die ik hieruit leer is: leef wat minder wild, neem wat meer rust. Leef een leven dat reëler is. Meer past bij een 75-jarige man.

 

zaterdag 2 augustus 2025

EDINBURGH, DAG 2

De voorstelling, die ik me gemaakt had van het hostel waar ik nu zit, was veel te rooskleurig. Waar ik het tweeëneenhalve week mee zal moeten leren leven is een hoogslaper en een locker. Een behoorlijke kast om mijn kleding, medicijnen, vitaminen en de rest ordelijk op te bergen is er niet. Dat ik in een slaapzaal terecht zou komen, wist ik, maar daaromheen had ik wat meer luxe verwacht. Het hostel zit een oud enigszins verwaarloosd gebouw van vijf hoog en wel op de bovenste verdieping daarvan. Een lift is er niet. Het is ook beslist niet zo dat ‘goedkoop, duurkoop is’ wat vaak wordt gezegd. Nee want voor mijn hoogslaper en locker betaal ik ruim honderd pond per dag. 

 Ik heb overigens wel goed geslapen. In de loop van de nacht ben ik nog even vriendelijk gewekt door een van de kamergenoten. Hij wilde mijn gesnurk stoppen.

 Niet inbegrepen bij logiesprijs maar wel lekker is het ontbijt. Bij een ‘breakfast-restaurantje op 5 stappen van het hostel.

 Ik zit in het oude centrum van Edinburgh. Prachtige woningen, zakelijke panden, kerken, standbeelden.  Het is er overal ontzettend druk.

 Voor de excursie naar het Schotse kasteel vanmorgen kom ik een half uur te laat. Ik heb me een ongeluk lopen zoeken. De groep is niet meer in te halen.

 Daarna gewandeld naar een locatie waar veel theatershows te zien zijn. In een prachtig park. Schaduwrijke wandelpaden met volop banken en uitgestrekte grasperken. Zo kennen we dat niet in Nederland. Het weer hier is goed. Zacht, niet te warm. Af en toe een wolkje voor de zon. Ik heb daar twee voorstellingen bekeken, in een circustent. Een komische acrobatiek-act en een van ouds her bekende trapeze-act. Allebei erg goed. 

Ik heb nog een ticket voor een act van vanavond. Maar helaas: dat theater heb ik niet kunnen vinden. Ondanks alle aanwijzingen van alle kanten. Tussen 8 en 9  heb me doodongelukkig, zoekende,  voortbewogen tussen de massa mensen in het centrum. 

Dit gaat niet goed. Een fors tegenvallend vakantieverblijf en (voor mij) onvindbare theater- en excursielocaties. Dit voelt voor mij nu, op dag twee al, meer als een kwelling aan dan als een prettige vakantie.

Ik wil zo snel mogelijk weg hier.

vrijdag 1 augustus 2025

EDINBURGH DAG 1.

Niet alleen van mij, maar van duizenden andere reislustigen werd vanmiddag op Schiphol het geduld danig op de proef gesteld. Controle op hoeveelheid bagage. Checken van de boardingpas en paspoort (wel 5x).Na een wandeling van zeker drie kilometer over de Schiphol-wirwar zit dit ik nu te schrijven. Pal voor de Gate H26 zit ik. Daar, waar mijn vliegtuig naar Edinburgh moet vertrekken. Om19.45 uur precies. . Doch helaas hagelslag. Het vliegtuig gaat veel later. Om 21.15 uur pas. 

De trein van Rotterdam naar Schiphol heeft veel weg van het spreekwoordelijk blikje sardines. Net als ik de gft-bak naast de coupé-schuifdeuren als zitplaats in gebruik genomen heb, vraagt een medereiziger met een gigantische hoeveelheid bagage,mij om weerveven op te staan zodat hij zijn afgekloven appeltje in de gft-bak kan lozen. ‘Sorry’, zegt hij ‘ik zàg wel dat je nog maar net ging zitten, maar ik moest toch echt dat klokhuisje even kwijt’.

‘Neen’’, zeg ik,’dat deed u d’r om meneer! U wachtte net zo lang met dat klokhuisje tot ik zat'. 

'Neen hoor, grapje.'  

Even schrikt hij. Maar hij herpakt zich snel. ‘Pas maar op’, zegt de Belg, want hij is een Belg,‘ er komen straks nog drie klokhuizen aan van m’n vrouw en mijn dochters’.

Nòg drie keer opstaan voor afgekloven appels.

‘Ik eet klokhuizen altijd op’ probeerde ik nog. Dat had slechts kokhalzen tot gevolg.

Op mijn voor de hand liggende vraag aan de Belg of hij ook gaat vliegen antwoordt hij dat hij veertien uur gaat vliegen om vrienden te bezoeken die in Nepal gaan trouwen. Nepal doet me gelijk denken aan wiet. In de zestiger jaren was Nepal wiet de duurste en de lekkerste, die we hier in Holland konden krijgen. Een vriend van de Belg die al in Nepal was had op wandelingen daar al wietplantages gezien en geroken. 

Hij vindt het leuk te horen dat ik voor het theaterfestival naar Edinburgh ga. Hij zou het alleen zelf niet zo gauw doen omdat zijn Engels niet zo best is. Maar zonder kennis van de Engelse taal valt daar ook veel te genieten van mime, acrobatiek en muziek.

Op dit moment vlieg ik over de Noordzee. Het vliegtochtje duurt een uur en vijf minuten. Om half tien Engels tijd ben ik op het vliegveld van Edinburgh. Als het goed is wacht daar een taxi om me naar mijn hostel brengt aan de Princesstreet.

Het Princesstreet-hostel, waar ik om tien uur aankom, overtreft mijn stoutste verwachtingen. 

donderdag 31 juli 2025

ARTIESTEN.

Toen ik vijftien jaar was, kwam Hans Kabel in mijn leven. Een neef. De enige zoon van Annie, een overleden zus van mijn moeder.  Hans was een paar jaar ouder dan ik. Hij was wat met mij van plan. Hans had een goocheldoos. Bijna alle trucjes uit die doos kende hij: een knoop uit een touw laten verdwijnen, een kaart raden die iemand in zijn hoofd had genomen, een heleboel blauwe balletjes uit zijn mond halen. Ook haalde hij een zakdoek uit mijn broekzak, die ik er zelf nooit had in gestopt. Trucjes leren hoefde ik niet. Ik moest Hans alleen maar assisteren: ‘Hooggeëerd publiek hier is de wereldberoemde goochelaar Abi Kadobra’. Want zo wilde Hans graag genoemd worden, als hij optrad.

Een optreden met alléén goochelen vond hij te weinig. Hans bedacht een zangduo: de Hajo’s (van Hans en Jos). Ook wist hij al dat we voor bejaarden moesten optreden.

Het liedje ‘Ik wil een cowboy als man’ van Ria Valk leek mij zelf wel leuk om te doen. Maar Hans vond dat niks voor een jongen van mijn leeftijd. ‘Jonge jongens willen nooit een  cowboy als man, tenzij ze homo zijn,’ zei hij. Van homo’s had ik toen der tijd nog nooit gehoord. 

Twee songs moesten er zeker in volgens Hans: ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’ en ‘Een moederhart een gouden hart.’  Deze twee songs gingen we instuderen en tegelijkertijd gingen we flyeren bij alle verpleeg- en verzorgingshuizen. Daar wilden we graag de Hajo-show’ laten zien. Binnen twee weken waren we volgeboekt. Twee keer per week traden we (gratis) op . Het werd een succes. Het is dat de meeste toeschouwers te terminaal waren maar uit die tevreden bekkies konden we duidelijk afleiden dat ze zeer content waren met ons optreden.  

Hans' grote succesnummer was 'Ben van der Steen' over een invalide dansende zanger met drie benen. 

Hans wilde er nog wel een paar weken aan vastplakken maar ik was het zat. Ik leerde in die tijd ook de muziek kennen van Bob Dylan en de Rolling Stones en daar ging mijn hart toch steeds meer naar uit dan naar de gezapige producties van Gert en Hermien. Hans weigerde pertinent mijn favorieten  bij de oudjes ten gehore te brengen. Onder de naam Hazojo (Hans zonder jos) ging hij verder. Op zijn achttiende stopte hij er abrupt mee, om hopman bij de scouting te worden.


woensdag 30 juli 2025

SLAPPELING.

Er komt een tafeltje vrij bij het raam, een beetje in een achterafhoekje. Daar zit hij graag. Hij hoeft niet op te vallen. Alleen een bakkie leut en Leo Urgel is weer fris in de kop. Maar net als hij aan dat tafeltje wil gaan zitten, pikt een oma met haar kleinkind z’n tafeltje in.  Hij maakt daar geen punt van, in tegendeel: hij knikt de vrouw vriendelijk toe.

Hij móét nu een bakkie. Leo Urgel, gepensioneerd leraar Frans,  weet hier in Schiedam precies waar hij dan moet zijn. Bij Café Exspreszo. Het is druk. Hij is een beetje ongeduldig en te bescheiden om zijn stem te verheffen.

 ‘Leo kent die vrouw, maar vraag hem niet waarvan.

‘Meneer, wat kan ik voor u betekenen? ’ Het is de ober. Leo bestelt zijn hoognodige espresso.

‘Komt er zo aan, meneer.’ Zo raar is het niet dat hij bekenden in Schiedam tegenkomt. Hij heeft vele jaren les gegeven op het plaatselijk Lyceum. Een van de weinige dingen in zijn leven waar hij tevreden mee is. Oké, hij was geen kanjer ... had wel eens ordeproblemen …

‘Uw espresso, meneer. Drie euro vijftig alstublieft.’

… zijn leerlingen vonden hem waarschijnlijk te aardig om weg te pesten, … misschien kwam het doordat hij er ook echt wàs voor zijn leerlingen …

Die koffie had hij nodig. Hij knapt er van op …

Die vrouw … hij kijkt heel onopvallend naar haar … zij kijkt ook even naar hem ... nee hè …  in één oogopslag ziet hij nu haar kleine jeugdige gestalte voor zich, haar grote, groene, felle ogen, haar kleine sproetenneusje, haar kastanjebruine haar in een staartje, bolle wangetjes en haar mooie volle lippen … het zweet breekt hem uit … Karina! Dat studieweekend in ’s Gravesande … Leo was goepsleider …  tien leerlingen  waaronder Karina ... 17 was ze. 57 moet ze nu zijn.

Hij zet zijn lege espressokopje op een tafeltje en verdwijnt hals-over-kop uit café Exspreszo. De schaamte is er weer … die laatste avond van het weekend was Karina bij hem op de kamer. Wat hij toen voelde, had hij lang niet meer gevoeld. Ja, heel in het begin, toen zijn vrouw en hij pas samen waren. .

Er zou niks gebeuren … er mòcht niks gebeuren! Ze was mooi. Karina vond hem vast alleen maar leuk om mee te praten. Zijn lichaam was niet zo veel bijzonders.  

 Karina rukte opeens haar bloesje open en legde zijn hand op haar mooie, harde, kleine borst. Hij ging vervolgens veel te ver …  slappeling die hij was.

Later moest hij,  hij kòn gewoon niet anders,  zijn vrouw alles over hem en  Karina vertellen. Zijn vrouw  zou het hem nooit vergeven.


(Uit mijn oude Schiedamse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com

  

dinsdag 29 juli 2025

DANK OE WEL.

 

Ik zit in de metro, op weg naar huis. ‘Was in de bios vanavond.

’Station Prinsenlaan,’ wordt er omgeroepen’. ’Don’t forget to check out’. Net op tijd realiseer ik me dat ik er hier uit moet.  Ik ben de enige. ’t Is kwart voor twaalf. Volgens 9292 is het tien minuten lopen naar mijn huis. Dat zal wel wat meer worden, omdat ik er bij de stoplichten achter kom, dat ik ben vergeten uit  te checken. Terug dus.  Nooit leuk in de miezeregen. Beetje fris ook.

Het stoplicht staat op rood. Daaaaaaag! Ik loop gewoon door. D’r komt niks aan … ja, heel in de verte. Overdag neem ik het ‘olifantenpaadje’ tussen de scholen door. In het donker loop ik liever over het trottoir langs de Alexanderlaan. Ondanks de straatverlichting voel ik me daar toch niet zo op mijn gemak.

Op de hoek van de Alexanderlaan en de Rodaristraat verschijnt langzaam een drentelende menselijke gestalte. Rillingen over mijn rug! Maar ik dwing mezelf dapper door te lopen. Normaal staat hier nooit iemand op die hoek. Ik knal van spanning zowat uit m’n lijf. Ik nader die figuur. Nu begrijp ik Rinus, mijn buurman. Waarom hij altijd voor het donker thuis wil zijn. Ik ben die knakker nu op zo’n meter of tien genaderd. Het is een tamelijk grote kerel. Flink wat groter dan ik. Een baard. Een jaar of vijftig. Een blikkie Best bier.

In mijn broekzak, al mijn pasjes. Rotterdampas, cinevillepas, bankpas, ov-chipcard. En ook een beetje cash. Dat ben ik gvd straks allemaal kwijt. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik ben een echte schijterd. Probeer in een boogje om hem heen te komen. Maar nee, ik ben verloren. Hij komt, met dat blikkie, op me af en zegt enigszins lallend ‘Goede avond mieneer, oe me helpen … ik bang … ik nat … koud … ik weten niet  waar huis.’

Het is een doorweekte, dronken Turk. 

‘Waar moet je dan naar toe, man?’, vraag ik, met mijn stoere stem.  

‘Romanohof 7.’

‘Oh, dat weet ik wel te vinden. Ik loop met je mee.’… nog steeds stoer.

Ik ben zo opgelucht, dat ‘die figuur in het duister’ geen kwaad in de zin heeft. Ik ga er haast een stoer dansje van doen ... bestaat zoiets wel?

Romanohof 7 is hier twee keer vallen vandaan. Een afkickentrum. Voor alcoholisten onder andere. Vlak voor de deur, gooit die Turk nog vlug het laatste slokje bier achter in zijn keel.

Ik bel voor hem aan. Voordat hij naar binnen stapt geeft hij me een stevige hug.

‘Dank oe wel, mieneer’.

maandag 28 juli 2025

EEN HUISDIER.

 Voor één van mijn goede vriendinnen, die liegt, dat ze nooit mijn verhaaltjes leest.

‘Neem een huisdier’, krijg ik als alleenstaande vaak te horen.  Vandaag ook weer. Van Fred. Lange tijd niet gezien. Een ouwe schoolvriend.

‘Wat voor dier, Fred?  Ik woon vijf hoog in een lullig appartementje. Verder trek ik er, als AOW’er zijnde, dagelijks op uit: veel wandelen, fietsen, naar het theater, de bios en twee weken per jaar ga ik met een groep ouwe knarren fietsen over onze Limburgse bergen.

‘Tsja, ik denk dan gelijk aan een hond', zegt Fred 'zeker met  dat vele wandelen van je. Maar gezien je andere activiteiten …moeilijk, moeilijk. Kan je van die fietsvakantie geen wandelvakantie maken? Een hond doet niets liever dan rennen!’

‘Oh neen, Fred! Die fietsvakanties blijven er in! En dan? De hond mee? Dat beest wordt toch horendol van die fietsers. Hij loopt ook continu in de weg. Dat wordt een kwelling voor mensen en dier.’

‘Waar ik vooral tegenop zie is dat ik de hond drie of vier keer per dag uit moet laten. Als ik wat ‘heb’:, een verjaardag, vergadering, bios of theater zal ik een oppas moeten regelen. Een hond is een handenbindertje.  Eigenlijk moet je bij alles  nadenken over de gevolgen voor jou en de hond. ‘



‘Vroeger, Fred, toen mijn ex en ik nog jong waren en onze kinderen klein,  hadden we een heel leuke hond. Een bastaard Gordon Setter. Sita noemden we hem. Een vrolijk beest waar het hele gezin van genoot.  Hem te herinneren maakt me nu weer blij.  Zelfs onze drie poezen hielden van hem. Hij liet hen (met frisse tegenzin) soms rustig een deel van zijn eten oppeuzelen.  Toen moesten we óók vaak van alles regelen om bijvoorbeeld drie weken naar Frankrijk te kunnen. Voor het overige  sleepten we Sita gewoon altijd overal mee naar toe. Het uitlaten deden we, toen de kinderen wat groter werden, om de beurt, met zijn vieren. Soms ‘vochten’ de jongens er om wie Sita mocht uitlaten. Wat hebben we van Sita een plezier gehad! Bij een gezin, als dat van ons toen,  ervaar je een hond niet zo gauw als een last. Maar als ik me nu, op mijn ouwe dag, in m’n uppie, voorstel als hondenbezitter, zie ik huizenhoog op tegen al dat gedoe.’

‘En een poes dan? vraagt Fred.  ‘Een poes kan prima alleen zijn en hoef je nooit uit te laten. Want … daar is de kattenbak!’

‘Oh alsjeblieft Fred. Neen!’ Flap ik er gelijk uit ...’die stank in mijn huis… neen!  …en aahhh, die kattenharen overal op en onder. Ik krijg nu al kriebels. ‘

‘Bij jou past nu het best een goudvis,’ zegt Fred gekscherend, ‘daar heb  je een rustige, propere, bescheiden, solitaire   huisgenoot aan’. Ik heb er zelf drie rondzwemmen.’

‘Okee, Fred. Thanks! Ik ga eens een hengeltje uitgooien. Je weet maar nooit hoe een koe een goudvis vangt,’ ik schaam me een beetje omdat ik hard moet lachen om mijn eigen flauwe grap.

Fred is net naar huis en als ik even sta te plassen, valt mijn oog op het tegeltje met de wijsheid: ‘Visite en vis blijven drie dagen fris. ’


‘Toeval bestaat niet’, zegt één van mijn goede vriendinnen. Zij leest altijd alles van mij. Dat zegt zij tenminste. 

zondag 27 juli 2025

LIEGEN

 Misschien best leuk om es naar Blijdorp te gaan. Kost geen drol met de Rotterdampas.Ik ga niet alleen. Met Dea, denk ik. Al een tijdje niks met haar gedaan. Ze is dol op dieren. Of ze een Rotterdampas heeft weet ik niet. Wordt wel een dure grap als ze die niet heeft. Betaalt ze de hoofdprijs. Begint ze niet aan. Zo breed heeft ze nou ook weer niet. Ik ga haar bellen.

Ze heeft die pas niet. Bovendien vindt ze ‘dat hele Blijdorp’ zwaar kut. Al die gefrustreerde beesten in kooien en bezopen lullige buitenruimtes. Neen, dan gaat ze veel liever ‘op safari’ in de Beekse Bergen: met een auto langs de loslopende  dieren rijden. 

Dát vind ik juist eng! Fijn in Blijdorp, die afstand tot de dieren door prikkeldraad, hekwerk, agressief groen,  een brede sloot of zoals bij die haaien in dat superaquarium,  door dat dikke glaswerk.

Maar, ze heeft er gewoon geen zin in. Dat merk ik al gelijk aan haar reactie. Nee, het is niet Blijdorp of safari. Ze heeft er absoluut geen zin in om met mij, waar dan ook maar naar toe te gaan.

’t Wordt uiteindelijk brunchen op de Witte de With. Op zich lekker en gezellig. Vond ik. Maar op een gegeven moment norst Dea: ’Ken je nou niet es even ophouwen met  dat gezeik over die exen van je?!' 

Daar heeft ze wel een punt. Ik draafde maar door. Mijn eerste ex had ik zoëven tè lang en tè hoog, op zitten hemelen: ‘Ze was zó goed in tekenen, in schilderen, in zingen en in viool spelen ... echt héél goed in alles.

Over mijn tweede ex heb ik eigenlijk alleen maar verteld hoe ongelooflijk ze kon liegen. Ze kon liegen alsof het gedrukt stond. Na een best wel gezellig potje neuken vroeg ik haar, een beetje lomp, dat geef ik grif toe, wat voor kleur schaamhaar ze had, toen ze nog een jonge meid was. Nu grijs, dat zag ik zo wel naturlijk.

‘Dat weet ik echt niet meer, hoor’, loog ze. Jaren later onder de douche versprak ze zich. Met enige trots, of  was het ijdelheid (?), wees ze: ‘Daar had ik vroeger een flinke bos zwart schaamhaar.’ Maar vervolgens toegeven, dat ze eerst had zitten liegen tegen me?  Welnee!! Zoiets vergeet je toch zeker niet: de kleur van je schaamhaar?! Dat maak je mij niet wijs.

Het heeft gesmaakt. Ik vraag de rekening en één cappuccino. Dea  zit vol.

‘Oké  Dea. Geen woord meer over mijn exen. Van de drie vrouwen in mijn leven ben jij veruit het lekkerst in bed … maar, eh, ja eh, het maakt op zich natuurlijk helemaal niks uit en …..ik durf het je ook bijna niet te vragen maar eh … wie heeft jou eigenlijk ontmaagd?’

Ik vermoed, dat Dea mij daarom al een tijdje op afstand houdt.

 

zaterdag 26 juli 2025

DE HORT OP.

Al twee keer geen reactie. Dit is drie. Ik weet niet eens of Theo thuis is ….we hebben niks

afgesproken, Nog steeds geen gehoor. Voor alle zekerheid loop ik nog even naar de overkant. Misschien vang ik een glimp van hem op. Hij woont op de vierde … wel een beetje hoog voor een glimp. Theo is de hort op, denk ik.

Nu hij toch niet thuis is ga ik dit buurtje wat verkennen. Ik loop eerst rechtdoor de straat uit. Het valt me op dat er vandaag in deze straat weinig auto’s geparkeerd staan. Ik snap het wel, want er zijn hier enkele scholen. Die leraren hebben dezer dagen vakantie, net als de leerlingen maar die hebben natuurlijk géén auto.

Aan het eind van de straat ga ik rechtsaf. Daar staat een abri, zo’n huisje voor wachtenden op de bus. Er staat niemand te wachten.


Opeens loopt een vrouw in een lange rode jurk mij voorbij. Het was net zo’n jurk als Willeke Alberti aan had, in dat vraaggesprek met Johan Derksen. Hij tongde zich zowat bij Willeke naar binnen. Die gore zeiksnor. Veel te lang wordt in dat programma onsmakelijk geroddeld over Sören Lerby, de schoonzoon van Willeke.

Een vrouw met een hondje komt me tegemoet. De hond trekt zijn lijn strak, als hij me ziet. Honden aaien houd ik niet van. Ik doe een flinke stap op zij … bovendien mógen dat soort kuttenlikkertjes helemaal niet meer gefokt worden. Ik ben niet zo dapper maar het liefst zou ik ze vermorzelen. Ik haat ze! Niets vermoedend lacht de vrouw me vriendelijk toe. Ik lach, op de automatische piloot, vriendelijk terug. Daar moet ik eens mee ophouden. Steek liever je tong uit naar zo’n mens!

Ik steek over op een zebrapad naar links. Een geel  busje, de wijkbus, stopt keurig voor me. Er wordt getoeterd en uit het busje klinkt vrolijk: ‘Hé, hoi Jos!!’ en ik zie het lachende hoofd van de chauffeur.

’Verdraaid, daar zit Theo!’ Ik zwaai vrolijk:‘Hé Theo!.

Ik ga dan rechtdoor de straat in. Weer een abri. Nu stampvol. Tien mensen zeker, misschien wel dertien. Het is vandaag markt. Daarom is die abri waarschijnlijk zo vol. Ik ga nu ook in de abri mee staan wachten. Ik heb even geen zin meer om te lopen. Als het busje er is ga ik gewoon weer verder.

  

vrijdag 25 juli 2025

ECHTE LIEFDE.

Sinds een week is de lucht weer geklaard in de relatie tussen mij en mijn vriendin. Na zeker twee maanden van elkaar haten, met scherp sarcasme,  schelden, geniepige acties, verwijten, valse beschuldigingen, kwetsende onthullingen, huilen, zwijgen, schreeuwen, elkaar ontlopen,  treiteren,  wantrouwen, elkaar afsnauwen. Maar ... leuk en gezellig doen tegen vrienden, vriendinnen en familie. Elkaar voor leugenaar uitmaken. Elkaar lelijk zitten aankijken. Niet tegenover elkaar zitten met eten. Alleen je eigen kleren wassen. Koffie of thee alleen voor jezelf zetten. Alleen de ‘troep’ van jezelf opruimen. Geen ‘hallo’ zeggen bij het thuiskomen. Geen ‘dag’ zeggen bij het weggaan. Niet zeggen wat je gaat doen of wat je gedaan hebt. Alleen leuke dingen doen met vrienden of vriendinnen, maar niet meer met elkaar. Geen overleg over te beluisteren muziek of tv programma’s. Geen rekening houden met elkaars voorkeur. Niks vertellen over wat je beleefd hebt. Geen ‘goede morgen’  of  ‘welterusten’ zeggen. Met de deuren slaan als je weet dat de ander al slaapt. Als er bezoek is, huichelen, alsof er niks aan de hand is.

Gelukkig ben ik me er, steeds van bewust geweest, dat haat en liefde dicht bij elkaar liggen. Ik kon niet bij mijn liefde, zij kon niet bij haar liefde maar we wisten, dat die er was. Anders houd je het nooit bij elkaar uit.

Sinds een week zijn we weer ‘on speaking terms’. Zij dreigde onze relatie te beëindigen. Dat bleef als het ware ‘in de lucht hangen’. Vorige week wilde ik duidelijkheid van haar.  Ik vroeg haar wanneer ze naar een advocaat zou stappen. Ik wilde weten waar ik aan toe was.  Ik vond het doodzonde.  ’Zó lang hebben we lief en leed gedeeld! Moeten we het dan nu voor die laatste paar jaar, laten ploffen?’

‘Ik heb je een hoop ellende bezorgd door mijn medicijnen niet te slikken. Sorry, daarvoor. Dat was stom. Weet, dat ik nog steeds veel van je houd.’

‘Ik heb ook fouten gemaakt; kleine, grote fouten,’ zei m’n vriendin. ‘Ook sorry daarvoor,’ … ze stond op en zei: ’Zullen we weer normaal tegen mekaar doen?’

‘Graag en liefst ook een stuk warmer dan de laatste tijd.’

Ik stond op. 

We hielden elkaar lekker vast. 

Best lang.

Zij huilde. 

Ik zei nogmaals: ‘sorry, voor die pillen’.

‘Nu pas kan ik je dat vergeven. Lang heeft dat onze relatie bekoeld.’

Sindsdien strelen we elkaar weer. Zoenen we ... nog geen tongen. Praten we elkaar de oren van het hoofd. Lachen we  en doen we leuke dingen. Vragen we aan elkaar wat we willen drinken of  eten. Kortom sindsdien doen we weer alles wat mensen die van elkaar houden ook doen. 

 

donderdag 24 juli 2025

BLIJMOEDIG.

Donderdag, ik vergis me in de aanvangstijd van  'fifty fit. Dat is een groepsactiviteit op de sportschool. Ik ben te laat. Dan ga ik maar zwemmen. Ik krijg in het zwembad volop complimentjes van zwemmers voor ‘de woorden’ die ik sprak bij de begrafenis van mijn buurvrouw, die een fervente zwemster was. Ik word er verlegen van. En …  ik héb nog niet eens gesproken. Ik heb alleen maar een paar woorden voorgelezen. Die woorden had ik dan wel zelf geschreven. Hoe raar het misschien ook klinkt, ik vond het een even verdrietige, als blijmoedige, vredige plechtigheid. Rust lieve buurvrouw.

Voor mijn aanstaande vakantie naar Schotland koop ik bij het Grenswisselkantoor honderd Engelse ponden. Schotse ponden zijn in Nederland niet te koop. Voor honderd pond moet ik maar liefst honderdveertig euro neerleggen.

Schuin achter mij zit een oud vrouwtje te wachten op haar grenswisselbeurt. Ze heeft mij en nog twee wachtenden voor zich. Die staan veel te dicht achter me. Ik kan precies ruiken wat ze gisteren gegeten hebben. Die vrouw vlak achter me heeft, zeker weten, Chili con carne op. Die kerel daarachter karnemelksepap. Gatverredamme! Na zijn duidelijk hoorbare boer walmt de flauwe geurmix van haver en karnemelk veel te langzaam mijn neus voorbij. Net nu ik zowat aan de beurt ben, sta ik te kokhalzen!

Ik heb ponden gekocht, het oude dametje verkoopt ze juist. Ik heb er nog met geen woord over gerept maar ze ziet er niet uit. Zij heeft een tumor, links op haar wang en over haar kaak. Een tumor, die bijna zo groot is als haar gezicht. Ik wist niet dat het een tumor was. Ik vroeg die mevrouw wat ze daar op haar gezicht had.

‘Een tumor’, zei ze. Met een glimlach!

‘Laat u het weghalen?’

‘Nee, daarvoor was ik in England. Kan alleen daar. De artsen durfden het niet aan. Ik zou vijf uur onder narcose moeten.

‘Dat ga je niet redden’, zeiden ze daar.

‘Terwijl ik feitelijk toch een jonkie ben.’.

‘Doet het pijn?’

‘Neen, nooit ‘.

Het is alleen letterlijk en figuurlijk ‘geen gezicht’. Aan haar manier van doen merk ik niet dat ze er onder lijdt. Ze straalt zelfs blijmoedigheid uit. Heus!

Onwillekeurig knijp ik lichtjes in haar onderarm. Wens haar sterkte. We gaan. Ik heb mijn ponden. Zij heeft haar euro’s. Tot mijn verbazing pakt ze, net als ik, de fiets. Ik m’n mountainbike; zij haar ouwe opoe fiets.

woensdag 23 juli 2025

HEER IN HET VERKEER.

 Als voetganger ben ik zonder meer een ‘Heer in het verkeer’. Oversteken doe ik bijna altijd op zebrapaden. De verkeersregel is dat de voetganger daar voorrang heeft op alle overige verkeer, met uitzondering van ambulances, militaire colonnes en uitvaart-stoeten. Ik moet daar meteen bij aantekenen dat fietsers en e-bikers,  oud, jong en van beiderlei kunne lak hebben aan deze regel.

Onlangs maakte ik aanstalten om over de zebra naar de overkant te gaan toen ik op zo’n 50 meter van links een e-biker wild zag gebaren en luidkeels hoorde schreeuwen: ‘he’, ho, let op, ik kom er aan’ . Veel te hard kwam hij aansjezen. . Hij had me bijna overhoop gereden. Nee, fietsers weten zeker dat ze niet hoeven te stoppen voor een voetganger op de zebra. Maar … misschien ben ik abuis. Misschien hoeven fietsers inderdaad helemaal niet te stoppen voor voetgangers. Voor alle zekerheid neem ik voorlopig geen risico’s. Als een e-biker zoals gewoonlijk met een grafsnelheid op mij  afracet, blijf ik als een lulletje rozenwater staan wachten tot de (heel vaak, heel erg oude) snelheidsduivel voorbij is.

Anderzijds: automobilisten houden zich prima aan deze regel. Van de zware vrachtwagencombinatie tot de Fiat Panda. Zelf ben ik zo'n voetganger die zware vrachtwagencombinaties voorrang gun. Met een genereus gebaar geef ik dan aan: ’Rijd maar lekker door vrachtwagentje’. De vrachtwagenchauffeur is daarmee in zijn nopjes. Steekt zijn duim op of bedankt met een eenmalige koplampknipper. 

Voor personenauto’s, ga ik niet staan wachten tot zij stoppen. Ze beginnen meestal zelf al op een metertje of vijftig af te remmen. Als ze (bijna) stilstaan, glimlach ik naar de automobilist, die ik overigens niet echt goed kan zien. Hij mij wel. Ik maak dan met mij rechterhand een dankjewel-gebaar of ik geef een duimpje. Soms knippert de chauffeur dan, heel lief, een keer met zijn koplampjes. Dan hebben we het heel even gezellig zo, als verkeersdeelnemers onder mekaar. Daar doe je het ook een beetje voor, toch?

Zo af en toe zijn er autobestuurders die, als ik al aan het oversteken ben, met een teringvaart op mij in komen rijden. Soms met gierende, ja zelfs rokende banden. Vlak naast me, bijna tegen me aan, is hun kar tot stilstand gekomen. Voor deze asociale vorm van voorrang geven, kan er bij mij geen gezellig onder-ons-bedankje meer af. Héél soms toon ik dan boosaardig mijn ‘dikke middelvinger’.

Wat niet past bij deze ‘Heer in het verkeer’.

dinsdag 22 juli 2025

ANNA.

 Ik ben de jongste niet meer (75). Inmiddels heb ik zo veel lichamelijk ongemak, dat ik regelmatig met artsen en apothekers van doen heb. Vandaag moest ik naar de apotheek om mijn medicijn ‘Macrogol en Electrolyten’ op te halen. Dat klinkt heel wat maar ik noem dat medicijn heel simpel ‘mijn  poepzakje’, want meer is het niet. Ik heb nogal gauw last van ‘de stop’. Die poepzakjes, helpen mij aan een prettige en regelmatige stoelgang. 

 In de truttige buurt waar ik woon, Prinsenland zijn er m.i. slechts twee leuke dingen te doen. Ten eerste: wandelen over Oud-Kralingen. Ten tweede: (snel) met de metro naar Rotterdam-Centrum.  

Twee vrije stoeltjes naast elkaar  probeer ik meestal te pakken in de metro. Ga bij het raam zitten. Ik rij altijd achteruit, zodat Prinsenland zich langzaam aan mijn oog onttrekt. Heel langzaam ontspan ik. Kan ik weer lekker relaxt ademhalen.

Ook als er per ongeluk iemand naast me komt zitten verandert daar niets aan. Ik blijf gewoon strak naar buiten kijken, ook als er bijvoorbeeld iemand met erg dikke billen naast me komt zitten. Dat vind ik niet zo’n probleem   ik wip gewoon wat door naar het raam, zodat ik er geen last meer van heb. Pas als de metro ondergronds gaat, bij Kralingse Veer, is mijn ontspanning volledig. Ik heb het kneuterige Prinsenland achter me gelaten. Arriveer nu in de wereld, die er toe doet. Vandaag naar de bieb en de markt.

 In de bieb geef ik Nederlandse les aan de 29 jarige Russin Anna. Ik ben nu drie jaar met haar bezig. Daarin heeft ze grote stappen gemaakt. Haar baas beloonde haar daarvoor met een loonsverhoging van 100 euro per maand gegeven. Alleen moest Anna hem er wel een kusje op zijn mond voor geven. Dat heeft ze nog gedaan ook … (had ze nooit moeten doen) .Bij die gelegenheid had haar baas ook gelijk haar borsten schielijk betast. Dat kon natuurlijk niet!… (ze had hem toen meteen hard in zijn ballen moeten knijpen!).  Anna durfde er niks van te zeggen. Anders zou die 100 euro misschien mislopen. Die opslag heeft ze trouwens gewoon gekregen.

Op de markt, waar het vanwege het lekkere weer erg druk was heb ik een portie kibbeling gekocht. Op een bankje vòòr de bieb, ver weg van truttig Prinsenland, geniet ik van de kibbeling en … zo lang mogelijk van de gezellige drukte, het mooie weer en het lekkere sfeertje hier.

maandag 21 juli 2025

IJDELTUIT.

In de maand maart van dit jaar besloot ik in mijn korte broek te gaan lopen. Tot op heden doe ik dat nog steeds. Meerdere malen heb ik vorst, striemende koude wind en gehoon van van mijn omgeving moeten doorstaan. Het waren de middelen die mijn doel heiligden: met bruine op vakantie.

Voor het eerst in mijn leven hoor ik vandaag tegen me zeggen: ‘zòòò lekkere bruine benen!'Karin zei dat, een nichtje van me. Leuk, brutaal ding. Ik heb d'r vandaag op de koffie. Ze kijkt me opeens recht in de ogen. ‘Je bent een echte ijdeltuit geworden. Hoe ouder hoe gekker!’

Haar woorden komen flink bij mij aan. Ik begrijp niet hoe ze daar bíj komt.

‘Nou neem nou je wens om met bruine benen naar Schotland op vakantie te gaan. Er zijn geen wittere benen in de wereld te vinden dan Schotse benen. En  moet je daar dan zo nodig gaan lopen pronken met die stoere gebruinde stampers van je, ome Jos?! Alaaf, zou ik zeggen!

‘Maar er is meer. Je wilt gewoon opvallen. Want … is het nou niet een beetje overdreven om je ALTIJD en OVERAL in zwarte kledij te vertonen. En dan opeens zo'n zwarte hoed erbij. 'Hoe dat zo?'

‘Tegen de zon’, zeg je dan. Zelfs al is er geen zonnestraaltje te bekennen, hebbie die hoed op. Het is een beetje tè, hè! Weet je?

Ik moet toegeven dat ik soms wat apart voor de dag kom. Denk je dan echt dat ik dat uit ijdelheid doe? Laat me niet lachen. Dat gaat gewoon onbewust.

Maar Karin was nog niet klaar.

‘Dat soort dingen doe je niet onbewust, ome Jos!’

‘Hoe bedoel je? Wat niet?’

 'Dat gejojo met die brillen van je bijvoorbeeld. Nu eens loop je met een groen, rood, zwarte punkbril op je neus, dan weer met een bril met een zwart montuur en vervolgens, heb je helemaal geen bril op. Je kan me nog meer wijs maken, ome Jos, maar voor dat soort dingen kies je gewoon!’ Hetzij om op te vallen, hetzij om quasi interessant te doen’.

 Dat ik nogal eens van bril wissel, heeft niks te maken met ijdeltuiterij. Als ik hoofdpijn heb zet ik geen bril op, met die punkbril lees ik. Die vergeet ik wel eens af te zetten, als ik naar buiten ga. That’s it! Meer niet. Dat ik dat zou doen uit ijdelheid!? Wat een gezeik! ’t Is gewoon slap gelul!

 Kort voordat Karin bij me weg gaat, drukt ze me op het hart, om nooit meer zo’n achterlijke bandage om m’n hoofd te doen: ‘Je waant je zo waarschijnlijk de een of andere popster. Maar sorry hoor, ome Jos, je loopt er alleen maar mee voor lul. Zwaar voor lul'.

.

    

zondag 20 juli 2025

RUST.

 

Als ik bijna tien jaar geleden hier kom wonen, ben ik nog verdrietig, in mezelf gekeerd en neerslachtig.  Ik ben dan nog maar net gescheiden. In deze omgeving ken ik geen kip. Mijn hele leven heb ik in het Oude Noorden gewoond. Daar ook heb ik al mijn sociale contacten. In de kroegjes. Bij de sport- en theatervereniging. Hier in de buurt heb ik niks. Ik heb in het begin ook helemaal geen zin om aan wat voor nieuws dan ook te beginnen.

Met een duf hoofd  doe ik op de automatische piloot, wat er nu eenmaal gedaan moet worden. Ik lees de krant en kijk elke dag naar alles op tv. Ook al was er niks aan.

Het moet begin september 2015 geweest zijn, dat ik van huis op weg was naar de supermarkt. Somberend. Ik schrik uit die somberheid op door het vrolijke stemgeluid van een tamelijk jonge vrouw, die me met een pittige vaart tegemoet fietst:

‘Hallo buurman!’

 Ze is me toen te snel voorbij gefietst. Ik had geen flauw idee wie ze was.

Enkele dagen later gaat het net zo.

‘Hallo buurman!’

 Dan kijkt ze achterom naar me en zegt schaterlachend:

 ‘Je weet niet wie ik ben, hè? Hahaha’.

Het is het eerste leuke, lieve, actieve contact dat gemaakt wordt met mij door die nog steeds onbekende buurvrouw. Onvergetelijk voor mij.

Ze heeft helemaal gelijk. Hoe ik ook pieker, ik weet die buurvrouw niet te plaatsen. Zij is er één van de 119.

Pas als ik, eind september 2015,  uit pure verveling, besluit om 7.00 uur te gaan zwemmen, wordt het raadsel opgelost. Zij stapt in het zwembad op me af. Stelt  zich aan me voor als de vrouw op de fiets. Ze woont een paar deuren verderop. Duidelijk nu.

 Vroeg in de ochtend om 7.00 uur gaat ze altijd zwemmen.  Een echte waterrat, dat is ze. In de wedstrijdbaan zwemt ze iedereen eruit. Ze gaat misschien wel tien keer zo snel als ik.

Net als ik is ze vrijwilliger bij de Prinsenhof. Zij is receptioniste. Ik geef taalles.

 Kort geleden verliest ze haar man. Op haar verzoek ben ik bij zijn begrafenis geweest.

We drinken later zo nu en dan, gezellig een bakje koffie .

Ik mis haar hier de laatste  maanden ... en nu is ze er helemaal niet meer. Wat me heel verdrietig maakt.

 

Veel liefs Ineke.

 

Rust.