Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label onsmakelijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onsmakelijk. Alle posts tonen

zondag 6 september 2026

ELASTIEKJES EN HET BINNENSHUISE OERWOUD 

 Ooit was de zondag mijn vaste schoonmaakdag. Niet alleen mijn lijf en leden schrobde ik dan grondig, maar ook mijn tweekamerappartement. Dat doe ik al veel te lang niet meer. Dat betekent overigens niet dat het bij mij thuis een onleefbare bende is, dat nou ook weer niet, maar het is simpelweg minder netjes dan weleer. Vandaag herstel ik de traditie in ere. 

De zes keukenkastdeurtjes en de twee frontjes van de keukenladen zijn inmiddels onsmakelijk beduimeld. Telkens als mijn oog daarop valt, maak ik vlug dat ik wegkom om iets zinvols te gaan doen: een column schrijven, een boek lezen of een filmpje kijken. Sinds ik echter fanatiek aardbeien blender voor mijn smoothies, lijkt het keukenkastdeurtje vlak achter het apparaat wel aardbeirood ge-airbrusht. Gelukkig krijg ik, na al die maanden van verwaarlozing, alles vrij eenvoudig schoon. Ik gebruik Dash, omdat elk weldenkend mens dit middel de hemel in prijst. 

Ik weet vooraf al welke anarchie ik in de linkerkeukenlade zal aantreffen. Het is in die la een volledig losgeslagen boel. De batterijen — AAA, AA en die platte, ronde zilverkleurige — liggen kriskras door elkaar. Daarnaast tref ik honderden elastiekjes aan, in hoopjes naar grootte her en der verspreid. 

Elastiekjes; dat was mijn vaders wondergereedschap waarmee hij in eerste instantie alle kapotte spullen probeerde te repareren. Schoenen, gelijmde schoteltjes, zijn bril, ingewikkelde fietsreparaties. Mijn vader was een man van: 'niet geschoten is altijd mis'. Al gold voor hem ook: hoe ouder hij werd, hoe minder hij schoot. 

Dat met die elastiekjes heb ik overduidelijk van hem geërfd. Voor mijn vakantie bundelde ik met elastieken van verschillende grootte braaf mijn sokken, onderbroeken, T-shirts, overhemden, washandjes en theezakjes. Zo efficiënt gingen de spulletjes de koffer in. 

Nu ligt alles weer ordentelijk gesorteerd in die linkerlade: de batterijen en de elastiekjes, maar ook de punaises, een gasaansteker, lucifers, een zaklantaarn, rollen plakband, aluminiumfolie en de schaar. 

Tot slot van de schoonmaakdag ga ik de ramen zemen. Lekker makkelijk, met Glassex. Het resultaat is altijd direct goed, hoewel het zeker een half jaar geleden is dat ik deze klus heb geklaard. Aan de voorkant, de keukenkant, zeem ik zowel binnen als buiten. Aan de achterkant, de woonkamerkant, doe ik uitsluitend de buitenkant. Binnen kan ik simpelweg niet bij het raam komen. 

Ik heb daar namelijk een soort regenwoud voor mijn ruit staan. Zolang er nog probleemloos door mijn woonkamerraam gekeken kan worden, ga ik geen onnodige risico’s nemen door dat complete oerwoud te verplaatsen. Ook al is het maar tijdelijk, het blijft uit milieuoverwegingen volstrekt onverantwoord. Vandaar.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 26 juli 2025

DE HORT OP.

Al twee keer geen reactie. Dit is drie. Ik weet niet eens of Theo thuis is ….we hebben niks

afgesproken, Nog steeds geen gehoor. Voor alle zekerheid loop ik nog even naar de overkant. Misschien vang ik een glimp van hem op. Hij woont op de vierde … wel een beetje hoog voor een glimp. Theo is de hort op, denk ik.

Nu hij toch niet thuis is ga ik dit buurtje wat verkennen. Ik loop eerst rechtdoor de straat uit. Het valt me op dat er vandaag in deze straat weinig auto’s geparkeerd staan. Ik snap het wel, want er zijn hier enkele scholen. Die leraren hebben dezer dagen vakantie, net als de leerlingen maar die hebben natuurlijk géén auto.

Aan het eind van de straat ga ik rechtsaf. Daar staat een abri, zo’n huisje voor wachtenden op de bus. Er staat niemand te wachten.


Opeens loopt een vrouw in een lange rode jurk mij voorbij. Het was net zo’n jurk als Willeke Alberti aan had, in dat vraaggesprek met Johan Derksen. Hij tongde zich zowat bij Willeke naar binnen. Die gore zeiksnor. Veel te lang wordt in dat programma onsmakelijk geroddeld over Sören Lerby, de schoonzoon van Willeke.

Een vrouw met een hondje komt me tegemoet. De hond trekt zijn lijn strak, als hij me ziet. Honden aaien houd ik niet van. Ik doe een flinke stap op zij … bovendien mógen dat soort kuttenlikkertjes helemaal niet meer gefokt worden. Ik ben niet zo dapper maar het liefst zou ik ze vermorzelen. Ik haat ze! Niets vermoedend lacht de vrouw me vriendelijk toe. Ik lach, op de automatische piloot, vriendelijk terug. Daar moet ik eens mee ophouden. Steek liever je tong uit naar zo’n mens!

Ik steek over op een zebrapad naar links. Een geel  busje, de wijkbus, stopt keurig voor me. Er wordt getoeterd en uit het busje klinkt vrolijk: ‘Hé, hoi Jos!!’ en ik zie het lachende hoofd van de chauffeur.

’Verdraaid, daar zit Theo!’ Ik zwaai vrolijk:‘Hé Theo!.

Ik ga dan rechtdoor de straat in. Weer een abri. Nu stampvol. Tien mensen zeker, misschien wel dertien. Het is vandaag markt. Daarom is die abri waarschijnlijk zo vol. Ik ga nu ook in de abri mee staan wachten. Ik heb even geen zin meer om te lopen. Als het busje er is ga ik gewoon weer verder.