Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 5 april 2025

CHRONISCH.

 Chronisch.

Steeds weer zie ik haar in die schitterende rode  jurk. Haar modieuze korte laarsjes. Haar zwarte opgestoken haar. Haar bril met de grote donkere glazen. Haar stralende uitbundige lach. En waar ik ook kom, overal waar we samen geweest zijn sluipt ze in mijn mind. In mijn gedachten zie ik haar en hoor ik haar ook telkens weer. Op zo vele metrostations. In het Kralingse Bos. Bij Trompenburg.  In restaurants. Rond de Zevenhuizen Plas. In Gouda, Hoek van Holland, Delft, Schiedam, Vlaardingen en  Maassluis. Bij mooie muurschilderingen. Bij dat beroemde toneelstuk en in het wooncomplex  Justus van Effen in Spangen.

Ze woont dicht bij mij in de buurt en telkens als ik langs haar huis kom, verschijnt ze in mijn hoofd. Het is nu bijna een jaar dat we elkaar niet meer (willen) zien. Vòòr die tijd hadden we wekelijks contact.

Ik heb haar nu in één jaar tijd drie keer gezien. Één keer in het bos, één keer bij het Kruidvat en één keer voor haar huis. Ik kwam toen toevallig net aan fietsen. Ze zag mij ook. Dat was duidelijk te zien aan haar gezichtsexpressie. Die was boos. Dat klopt. Ze is al een jaar boos. Koppig.  Ze haat me. Ik hoop dat ze mijn gezichtsuitdrukking goed heeft gezien. Die straalde uit: ‘zullen we het goed maken?’ Want ik bèn echt héél aardig.

‘Zullen we vrienden worden?’ Vroeg ik haar jaren terug. Ze leek me wel  me wel een leuke vriendin.  Ze was net zo oud als ik, sportief ook, slank, knap, gezellig en zag er altijd leuk uit. Ik was nooit zo op mijn uiterlijk. Dat zal ze wel niks vinden. Mijn verhaaltjes las ze elke dag. Ze heeft er zelfs feedback op gegeven.  

Vriendschap met mij wilde ze niet. Wel voelde ze zich vereerd en had waardering voor mijn kwetsbare opstelling.

Wat is dat toch? Zij blijft in mijn hoofd rondwaren.  Ben ik verliefd?

Zij is  heel resoluut. Bijvoorbeeld: als er in een drukke metro één zitplaatsje vrij is, naast mij, kiest ze ervoor te blijven staan. Naast mij gaat ze beslist niet zitten. Dat is symptomatisch voor haar gedrag. Ze mijdt mij. Houdt afstand. Wijst mij af.

Daar komt nog eens bij dat ze blij is met Wilders. Ik walg van die man en zijn politieke doeleinden.

Ondanks dat alles, zit de fantasie over die charmante, aantrekkelijke, vriendelijke, goedlachse  vrouw, al meer dan een jaar tussen mijn oren. Chronisch.

vrijdag 4 april 2025

GOED ZO JUMBO!

 

Goed zo Jumbo!

 

Twee weken geleden raakte ik in conflict met de Jumbo bij mij om de hoek. Hoe? Lees dat nog maar eens na in mijn stukje van 'Ongelegitimeerd' van 24 maart jl.

Het Jumbo hoofdkantoor heeft gereageerd en ik kan niet anders zeggen dan: Grote Klasse Jumbo. De leiding geeft toe dat ze fout zat. Een beveiliger moet zich altijd kunnen legitimeren. En dat kon hij nou net niet.

 ‘Volkomen terecht dat u dat weigerde’, aldus mevrouw van Miert, medewerker van de Landelijke Jumbo klantenservice. Zij geneerde zich voor wat mij was aangedaan. Temeer gezien mijn leeftijd en mijn staat van dienst als 10 jaar trouwe klant. Ze sprak er schande van dat de politie er werd bijgehaald. De bedreiging met een winkelverbod door de beveiliger was beneden alle peil.

 Namens heel Jumbo maakt ze excuses. Wat verbindt Jumbo aan deze verontschuldiging? Ik krijg, omdat ik zo'n oude man ben en al meer dan 10 jaar klant bij hun, een tegoedbon  van 1.000 euro te besteden in 2025. Oké netjes!

 Ik had ook nog wat over die scancontroles. Meteen doorpakken nu! Ik ben al tientallen keren gecontroleerd. Bij elke correcte controle moet je een zegeltje krijgen. Ik heb bij naar schatting tachtig controles nog nooit een zegeltje gezien. Voor een volle kaart, met zes zegeltjes, krijg je een pak stroopwafels. Dertien pakken stroopwafels misgelopen dus. Die controle-medewerkers pikken die zegeltjes zelf in. Alleen als de klant er om vraagt krijgt ie er een. Nou, om kort te gaan: Jumbo stuurt mij tien pakken stroopwafels toe. Tien voor de prijs van 0,00. 

 Ik bracht ook Frits van Eerd nog even ter sprake. Die oud  Jumbo directeur waste miljoenen euro's wit. Jumbo klanten zijn daardoor ontiegelijk benadeeld. Ik heb tegen mevrouw van Miert gezegd, dat ze moeten nadenken over een coulance-regeling voor alle Jumboklanten. Voor het geval de heer van Eerd schuldig wordt bevonden.

 

donderdag 3 april 2025

GEVLUCHT. (reprise)

Twee weken geleden ontmoette ik Ali in de sportschool. We zijn  aan het crossen. Naast elkaar. Onze blikken, vriendelijk, kruisen elkaar. Voor de grap zeg ik, dat hij me toch niet meer kan inhalen.

‘Sorry?’  zegt  hij, ‘don’t understand  ... English  please?’

‘It was a joke. You will never pass me, I said’.

Het is blijkbaar niet zijn humor en ik geef toe:  ik ben wel eens lolliger geweest.

We stappen zo’n beetje tegelijkertijd van het cross-toestel af. Allebei flink bezweet.

We stellen ons aan elkaar voor. Ali is hier voor het eerst. Ik sport hier al jaren.  We drinken wat. Hij koffie, ik thee.  We praten wat.

Ali blijkt een zesentwintig jarige asielzoeker uit Somalië. Ali kwam op zijn vlucht eerst in Kenia en daarna in Duitsland terecht. Zijn vrouw en zoontje  kwamen niet verder dan Kenia.

Na een maand Duitsland zat hij eerst een jaar in het AZC in Emmen. Hij had daar zelfs een baantje. Werkte ’s nachts als bakker. Nu zit hij werkloos in een flatje in de Rotterdamse Provenierswijk. Bij de sportschool om de hoek.

 ‘Work, difficult, very difficult.’

‘ Word dan vrijwilliger, man!’

‘Yes, but volunteer also is very difficult’. Ik praten Dutch taal very bad ... I only speak English and  Arabic language … so I can not  be volunteer!’

Ali en ik gaan wekelijks een uurtje Nederlands met elkaar praten. In de bieb. Hij wil wel! Via wat gegoogle heeft hij een digitale taalcursus gedownload. Elke dag doet hij er een uurtje zijn best op. Nu al een jaar lang.

‘Dutch taal makes me crazy!’

Ondanks zijn sporten en een beetje Dutch leren, verveelt hij zich een ongeluk. Vrienden of familie in de buurt heeft hij niet. Hij staart wat uit het raam van zijn flatje. Met uitzicht op een doods straatje. Af en toe komt een fietser voorbij. Zo nu en dan ruist die ene boom. Alleen als de basisschool uit gaat bruist het straatje. Het is dan een vrolijke boel. Ali's hoogtepunt van de dag. Tegelijkertijd mist hij dàn juist zijn zoontje erg.  Die kleine jongen van hem had daar lekker mee kunnen spelen.

Als de straat weer doods is, pakt Ali een momentje voor zichzelf. Hij trekt zich met zijn laptop in zijn slaapkamer terug. Met een activiteit waar hij geen hele dágen mee vult. Tien minuten hooguit. Dan is hij daarmee klaar voor hooguit een paar dagen.

Vandaag praten we bij hem thuis. Bel een paar keer aan. Geen reactie. Vreemd. We hebben toch afgesproken. Zou hij vergeten zijn? Of is hij zó met zijn laptop in de weer, dat hij alles om zich heen vergeet?

woensdag 2 april 2025

BOTTLE OF MILK.

 Elk jaar kost het me weer enorm veel moeite en overredingskracht om de lange broek te vervangen door de korte broek. Vandaag is het echt weer zo’n dag. Kortebroekenweer . En genoeg tijd om buiten te spelen. Ik ga het doen.

Jaren geleden deed ik het anders: voor wat bruin moest worden, kocht ik dan bij Kruidvat enkele tubes bruinsmeersel. Ik smeerde , nee … zij  (mijn toenmalige echtgenote) smeerde er mijn gehele melkwitte lichaam mee in. Ze deed het niet graag maar ik hoefde haar niet te dwingen. Het resultaat was steevast abominabel: vieze oranje-bruine vegen  over mijn ‘bottle of milk’. Geen porum.

Vanmorgen was ik voor het eerst met een sportbroekje in de gym. Vorig jaar werd ik nog geziekt om mijn witte benen. Sinds ik die pester bij zijn strot heb gepakt, houdt hij zich gedeisd.

De zon moet nu zijn werk gaan doen. Henny, een vriendin, deed alleen moeilijk. Net als ik, wilde ze naar de bieb en het Stedelijk Museum in Schiedam. Een leuk museum. Nu is daar ‘Vrouwen van Schiedam’ te zien.  Henny en ik gingen fietsen. De afspraak was één uur bij mij voor de deur.

Ze stond al startklaar. Haar helm op. Ik stapte uit de berging.

‘Nee, hè?! Je gaat toch zeker niet zo, hè?’ Ze keek met een vernietigende,  afkeurende blik in de richting van mijn korte broek. Althans dat dacht ik. Het bleek haar dus niet zozeer om mijn broekje te gaan maar om de benen die daar onder  uitstaken. Twee lijkwitte, dicht met zwarte haren begroeide benen. 'Melkflessen’.

‘Ja, zeer zeker wel! Zó ga ik! Ik wil nu eindelijk wel eens een keertje bruine benen hebben.’

‘Nou, dan spijt het me feestelijk voor jou, Jos. Dan blijft ik mooi thuis! Ik gaat echnie voor Jan Met De Korte Achternaam naast jou fietsen’.

‘Jammer, Henny, dat je je ongemakkelijk voelt om mij. Je kàn natuurlijk een stukje achter me gaan rijden ... ongezellig, dat wel. Denk je nou echt dat iemand jou zal uitlachen, om mijn witte benen?’ Ik werd echter toegelachen en aangemoedigd door tegemoet komende fietsers: ’Hé, lekker  bruine benen kweken!!’

Ze zei niks maar opeens reed ze toch naast me.

dinsdag 1 april 2025

AFLUISTEREN.

Voor vandaag had ik met mijn maatje Ruud afgesproken om het Houweling Telecommuseum te bezoeken.

Het museum zit in een oude telefooncentrale in Rotterdam Noord, gebouwd in  1923. Er is daar van alles te ontdekken over telecommunicatie. Van de ontdekking van de telefoon in 1880 tot de  hedendaagse smartphone technologie. Over telefoonpioniers als Bell en Ericsson wordt uitgebreid verteld. Het museum herbergt letterlijk alles, van toen tot nu. 

De eerste centrales konden maximaal honderd tot vijfhonderd verbindingen realiseren. Daar was een gigantische hoeveelheid arbeidskrachten voor nodig. Het waren bijna uitsluitend vrouwen, die in de centrales werkten. Het heeft lang geduurd eer de privacy van telefoongesprekken gegarandeerd kon worden. De telefonistes konden aanvankelijk interessante gesprekken afluisteren.  

Met het toenemen van technische mogelijkheden van de telecom nam de arbeidsintensiviteit van de branche af. Tegenwoordig kan de KPN het zelfs stellen met vier medewerkers op het hoofdkantoor.

Aan de oproep van KPN medewerkers, om alle niet meer gebruikte telecommunicatiemiddelen bij hen af te leveren, is uitstekend gehoor gegeven. Er is in het museum van alles te vinden: telexen, faxen, telefoonboeken, telefooncellen grijs en groen (ook houten, voor in het postkantoor), telefoontoestellen met een draaischijf en met druktoetsen. Het toestel waar ex Koningin Beatrix mee belde en dat van Anne Frank. Mobieltjes in alle soorten en maten. Smartphones. Je kan het zo gek bedenken. Ik ontdekte bijvoorbeeld de telefoon van Dik en Dun (Laurel and Harry), niet echt die van hùn natuurlijk, maar wel precies dezelfde.

Een postkantoorloket, waar een in de veertiger jaren van de vorige eeuw, bijvoorbeeld een gesprek naar Bandoeng in Nederlands Indië besteld kon worden: eerst 33 gulden betalen voor drie minuten.  Het gesprek kon dan gevoerd worden in een houten cel met twee dikke deuren tegen het afluisteren. Op die deur was een kleine metalen asbak bevestigd. Roken in de telefooncel was verboden.

In mijn studententijd woonden we met zijn zessen in een trappenhuis. We hadden toen een gezamenlijke telefoon en een tikkenteller aan de muur hangen. Het schriftje waarin we al onze gesprekken moesten noteren ontbrak in het museum. Destijds werden bij ons lang niet alle tikken genoteerd. Altijd gezeik over.

Bij het verhaal van de rondleider over de telefooncel gingen onwillekeurig mijn gedachten uit naar de film met een telefooncel in de hoofdrol: ‘Phone-Booth’ van regisseur Joel Schumacher. Een huiveringwekkende vertoning. Goeie film.

Prima uitje: dit Houweling Telecommuseum.

 

Meer info:    www.houwelingtelecommuseum.nl

Wieteke van Dort zong  een lief liedje over telefoneren met Bandoeng.

 Hallo Bandoeng    te beluisteren op You Tube en op Spotify

maandag 31 maart 2025

Gehackt (half om half).

Het afgelopen weekend was voor mij vrijwel permanent billen knijpen. Hoezo? Mijn mobiel deed zo raar en was op den duur volkomen kierewiet. Als ik het apparaat aanzette kreeg ik meteen een slecht- nieuws melding. Mijn bloeddruk, hartslag en BMI waren niet in orde. Gevaarlijk zelfs. Abonneer je. Dat deed ik natuurlijk niet. Ik ben niet gek!

Ik wilde net de Momo-app op mijn mobiel openen.  Momo is een club die boekjes en appjes maakt voor mensen met stedentrip-plannen. Zoals ik dus. Naar Edinburgh. In augustus. Ik had een boekje en een app bij ze besteld. Dat boekje had ik. Maar die Edinburgh-app nog niet. Dat wilde ik met de Momo-app melden. Maar die hele Momo app was zoek.

Mijn anders zo relaxte telefoon maakte intervalspurtjes door zijn volledige bestand. En alsof mijn mobiel een one-armed-bandit was, stopte die spurt op een volkomen irrationeel moment.

Ook het Spotify-icoontje was weg. In deze doffe ellende zou een muziekje de sfeer immers wat kunnen opklaren. Bij toeval ontdekte ik, dat ik die muziekfabriek toch kan beluisteren. Ik laat Google zoeken naar ‘Spotify abonnement’ en jawel daar is tie. Ik ging gelijk op zoek naar Jack Johnsons beste nummers en kreeg  zijn allerbeste: ‘Better together’.   

Zoals met Spotify  ging het met alle icoon-appjes. Ik was doodsbenauwd, dat ik al mijn afspraken kwijt zou zijn. Mijn telefoonnummers , whats-app-contacten en mailadressen. Ook mijn bank-app, o godzijdank, ook die was via de Google zoek-site te vinden. Ik kon er  mijn rekening inzien en facturen betalen. Dat deed ik natuurlijk niet, want die hack- klootzakken gluurden natuurlijk mee. Wachten tot ik mijn pincode gebruik. Dan slaan ze toe. Ja, met dat soort spinsels loop ik dan rond, zo’n weekend.

Ik heb op mijn telefoon de betaling staan voor mijn vakantiereisjes naar Edinburgh en Berlijn. En vier tickets voor een serie stand-up comedians in het Isala theater. Stom, had ik ze maar uitgeprint. Maar wie verwacht nou zoiets? Nu is het nog pas zaterdag. De klok gaat straks een uur vooruit. Is het eerder zondag, een pluspuntje.

Ook whats-app is icoonloos. Toevallig zie ik, via Google,  een appje van een van mijn kleine broertjes. Of ik op zijn verjaardag kom, over drie maanden. Wordt ie al zestig …

Die hackers gaan me vast chanteren of ze jatten mijn bankrekening leeg. Ik weet zeker dat ik niet bestand ben tegen een leven als dakloze. Daarom vraag ik aan mijn buurvrouw, hoe ze dat dan gaat aanpakken. Ze maakt er een eind aan, als ze het zat is. Dat zegt ze tenminste altijd. Maar nooit hoe.   

‘s Maandags gingen de winkels gvd pas om 13.00 uur open. Dan sta ik op de soep bij de Media Markt. Volgens de vriendelijke Media Markt medewerker was ik niet echt gehackt: ‘Zo half om half,’ zei die. Ik had  mijn mobiel te vol gepropt met apps.  

De vriendelijke jongeman plukte geduldig alle onnodige apps van mijn mobiel. Die doet het weer perfect. En dat geheel grateloos.

zondag 30 maart 2025

CONSENT.

Ik verveelde me meestal een ongeluk als Theo en Agnes bij ons op bezoek waren. Theo en Ida kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Ze zijn min of meer collega’s van elkaar: architecten, top-architecten in het Rotterdamse. Haar belangrijkste actuele werk is  de 21 verdiepingen tellende woontoren (een half miljoen per appartementje) in de wijk Prinsenland. Theo houdt zich meer en liever bezig met de sociale woningbouw in Rotterdam-Noord. Het is zo langzamerhand traditie dat Ida en Theo op zo’n avond een potje schaken met elkaar. Ida wint meestal wel maar zo te zien vindt Theo dat geen probleem. Naar mijn idee is hij al blij met haar gezelschap.

Het logisch gevolg van dat geschaak is dat ik het leeuwendeel van de avond met Agnes opgescheept zit. Omdat ik zelf geen idee heb waarmee, laat ik haar de tijd opvullen met  een onnavolgbare woordenstroom. Meestal over lekkere lotionnetjes, goeie series, verzorgende shampootjes en smakelijke receptjes. Tot ze een keer zei dat ze een broodje gebakken had. Een tijgerbroodje. Ik ben onmiddellijk uit mijn half slaap gewekt.

‘Ik bak zuurdesembrood,’ zei ik.  Lekkerder brood bestaat er niet!’ Dat wilde ze dus ook leren bakken. Met frisse tegenzin stemde ik er mee in. We spraken een avondje af dat Ida een vergadering had.

Het rijsmiddel, zuurdesem, had ik al klaar. Verder is het dan het afwegen van de andere ingrediënten, het invetten van het bakblik, het  gevulde bakblik een uur in de oven zetten op 200 graden en klaar is Kees. Ze volgde het hele proces, ik mag wel zeggen, met hart en ziel. Agnes stond er letterlijk met haar neus boven op. Zo zelfs, dat ze, ik dacht eerst per ongeluk, zo af en toe, zachtjes tegen me op botste, ook soms met haar borsten. Ik liet Agnes  liet het meest arbeidsintensieve klusje doen; het kneden van het deeg. Ze had er duidelijk schik in. Haar eerste broodje werd uiteindelijk héél smakelijk.

We aten die avond nog een nog  warm sneetje brood met oude kaas. Een wijntje erbij, ook al zo lekker.  Agnes was, dacht ik, duidelijk in de stemming voor meer. De wijn deed zijn werk. Ze kwam op de bank dicht naast me zitten, lachte, maakte blije geluiden, praatte natuurlijk hurry-up en raakte me bijna overal teder aan. Het liet me allemaal niet onberoerd.

We belandden in de slaapkamer en gingen op bed liggen. Ik trok haar slipje uit. Ik liet mijn broek tot op mijn knieën zakken. Op handen en knieën hing ik over Agnes. Voorzichtig probeerde ik hem er bij haar in te hangen.

‘Wat doe je, Jos?’

‘Ik ga hem  …’

‘Neen, Jos, beter nog van niet.’

‘Okee dan.’ Ik draai van Agnes af en krijg van haar een knuffel.

'Je bent een schat, Jos'.



zaterdag 29 maart 2025

NACHTWACHT.

Gisteravond zag ik de laatste voorstelling van de negen die ik voor de maand maart  had besteld bij het Theater Rotterdam. Een lijvig stuk. Van  zeven uur tot half elf.  Het was ‘Nachtwacht’ een schitterende voorstelling. Het was een mix van spel, dans, livemuziek en rauwe emotie. Ik werd meegesleurd in een zware storm, waarin een familie zich bevindt. Het is een verhaal over ouder worden, sterven en de poging om los te breken uit de ons toebedeelde levenspatronen.

Het spel sleurde me mee van de avond in de nacht in een bedwelmende sfeer. Steeds zwakker wordt een hartslag, die even stokt, en dan weer aanzwelt tot een onstuitbare beat. Ik kon niet anders  dan mee bewegen met de rituele reis op het pad dat leidt tot het onbekende. Het oude vervaagt daar langzamerhand. Een uitbarsting, een uitbundige bevrijding, volgt. Dan wordt alles onthult door het eerste licht van een nieuwe dag.

De voorstelling is kritisch maar toont ook mededogen met het Nederlands zorgsysteem en de mensen die dag en nacht hun best doen om dat te geven, waar wij zelf vaak niet toe bereid zijn.

De hoofdrol wordt gespeeld door ster-acteur Jack Wouterse. Hij speelt een man in de laatste maanden van zijn leven. Door familie, geesten en echo’s uit het verleden wordt hij omringd.  Hij gaat zijn eigen gangetje. Vooral zijn kinderen hebben het moeilijk met de overgang naar een nieuwe tijd. Zij  zitten precies tussen doen wat er van ze verwacht wordt en hun drang naar het kiezen van hun eigen weg. Tussen het oude en het nieuwe dus

Enerzijds verwijst ‘Nachtwacht’ naar Rembrandts meesterwerk, met daarop de iconen van een voorbije tijd. Het werk laat tegelijk ook de geboorte van machtspatronen zien, die de personages vandaag nog proberen te verbreken.

Anderzijds verwijst ‘Nachtwacht’ vooral naar het waken rond het sterfbed van een autoritair familiehoofd. Ondanks alles wat er gebeurd is, komen alle leden van de familie samen voor een imposant afscheidsritueel. Daar kan ineens toch ruimte bestaan voor bevrijding. Aan het einde van de nacht is de kans om opnieuw te kiezen wie je bent.

Het hele ensemble was in bloedvorm. Jack Wouterse was steengoed. Maar dat is niks nieuws. Dat is hij altijd al. Helaas is hij veel te zwaar.  Voor mij was Sarah Janneh dè uitblinker bij de dames. Zij speelde de kleindochter van stamvader Jack. Acteren, dansen en zingen: als de beste! Ik vind het alleen jammer, dat ze zo walgelijk dik is.

vrijdag 28 maart 2025

NORMAAL GESPROKEN.

Normaal gesproken schrijf ik dit soort verhaaltjes laat in de middag of ’s avonds. Soms ook ‘s nachts. Maar vandaag zit ik om 's ochtends tien uur al voor mijn pc op het toetsenbord te rammen. Ik ben nog niet helemaal wakker want het wemelt in die paar zinnen al van de fouten. Gelukkig ziet de lezer daar niks van, want voordat ik dit stukje de wereld in stuur heb ik al die fouten er uit gefilterd.

Maar goed … . ik heb deze dag nog niet veel mee kunnen maken, laat staan iets interessants om over te schrijven.

Nou ja vooruit:… ik heb een beetje meel en water toegevoegd aan het zuurdesempapje, dat nodig is, om het zuurdesembrood dat ik wekelijks bak te laten rijzen. Maar dat is nu niet bepaald leesvoer waar de gemiddelde lezer op zit te wachten. Dat gaat denk ik voor àlles op wat er op zo’n ochtend als deze gebeurt. Dus je kan nog stoppen met lezen.

Zoals elke andere ochtend ga ik naar de sportschool. Als ik de kleedkamer binnenkom staat een clubje mannen, de een nog bloter dan de ander druk te lachen en te praten. Het klinkt een beetje nerveuzig. Ze maken zich klaar om het sportzweet van hun lijven af te spoelen. Als ik mijn handdoek uit mijn sporttas pak komt er een sporter de kleedkamer in, die kennelijk tot dat zelfde groepje behoort. Hij maakt met veel aplomb enkele lollig bedoelde opmerkingen, waar alleen hijzelf (luidkeels) om moet lachen.  Enigszins verongelijkt gaat hij zitten en trekt zijn korte sportbroekje en  –shirt uit.

Ik wens de heren in de kleedkamer nog een ‘fijne dag’. Voordat ik aan het eerste apparaat begin, moet ik een schoonmaakdoekje pakken en nat maken. Daarmee poets ik elk toestel dat ik bepoteld heb schoon.

Oké. Dan ga ik aan de slag en doe in één uur tijd mijn oefeningen aan tien apparaten. Meestal loopt dat uurtje uit tot vijf kwartier omdat het wel zo leuk is om zo af en toe met een mede-sporter een praatje te maken. Bijvoorbeeld met Elisabeth, Ria, Frans, Henk, Rob, Peter, Els, Ans en Ernie. Sociaal en sportief.

Vandaag sprak ik kort met een sporter, die (net als ik) tien jaar geleden al, in deze toen spicsplinter nieuwe sportschool, actief was. Hij is hier al die jaren blijven hangen. Ik brak na een jaar al mijn schouder, waardoor ik vele jaren niet kon sporten. Sinds ruim een half jaar kan ik weer lekker meedoen, onder het motto: ‘doe wat je kan’.

Poeh … dit doe ik in ieder geval nooit meer. Zo vroeg wat gaan zitten schrijven, dat ken echnie..      

donderdag 27 maart 2025

KAAPKWARTIER.

Met mijn vriend Ayoub was ik op een doodgewone donderdagmiddag als deze, in het Kaapkwartier. Vlak naast metrostation Rijnhaven. Eigenlijk is dat gewoon nog Katendrecht maar die naam schrikt veel mensen af. Het doet ze denken aan de hoerenwijk, die Katendrecht vroeger was. Maar vanmiddag had het hier allemaal niks met prostitutie te maken.

In het Bayhouse aldaar, een groot appartementen- woningen en winkelcomplex wordt in de nog leegstaande winkelruimte een expositie geopend  met werk van 180 Rotterdamse kunstenaars. Mijn vriend Ayoub is één van hen. Hij heeft hier een paar werken hangen: een fraaie compositie van  dinky-toys, een collage van knopen en een van knuffels. Héél origineel.  

De expositie wordt druk bezocht door (helaas) voornamelijk witte Rotterdammers. Ina Klaassen, de directeur van Boymans opent de tentoonstelling. Zij benadrukt in haar openingswoord het belang van vrije kunsten en creativiteit in een periode, waarin wereldwijd, door met name de ultra-rechtse regimes daar zwaar op bezuinigd wordt. Ze verwijst naar totalitaire staten waar uitsluitend kunstuitingen gedoogd worden die een nationalistisch en propagandistisch karakter hebben.

Onder de aanwezigen bevindt zich een in het Rotterdamse uitgaansleven bekende travestiet. Hij is vandaag zèèr pikant gekleed, in zijn knalrode ultrakorte minirokje over zijn zwarte netpanty. Hij is een kunstobject op zich. Zijn stem doet zijn  frivole verschijning echter verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Het is een verfrissende, vernieuwende en inspirerende expositie. Er is een veelheid aan stijlen te bewonderen. In elke expositieruimte, zijn de kunstenaars aanwezig om te vertellen over hun werk en vragen te beantwoorden.

De expositieruimte  ziet uit op het  Rotterdamse  strand in aanleg.  Jazeker, over een paar jaar kun je hier chillen op een gloednieuw stadsstrand. Het gedeeltelijk dempen van de Rijnhaven startte bijna twee jaar geleden en is onderdeel van de grote verandering in dit Rotterdamse gebied, tussen het Nieuwe Luxor en het metrostation Rijnhaven. Zo komen er dus dat strand en een nieuw park van 6,5 hectare in het water. Hierin drijven allerlei ‘dingen’, zoals restaurant Putaine, een kantoor en de tiny houses. Een tiny house  is een kleine woning met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter en heeft een maximale grondoppervlakte van 35 vierkante meter. Naast meer groen worden er ook zo’n 2.500 nieuwe woningen gebouwd. Over het percentage sociale woningbouw wordt nog gesteggeld. Ik vrees dat de nieuwe woningen onbetaalbaar zullen worden, als de politieke verhoudingen in ons land niet veranderen.

Ayoub moet al snel weer weg uit Kaapkwartier. Ik krijg dat ‘Kaapkwartier’ haast mijn bek niet uit. Ayoub moet zijn kinderen uit school halen aan de andere kant van de stad, waar wij wonen. Ik blijf hier nog even genieten. Ik kom nog een nichtje van me tegen. Leuk. Een kunstminnend typje.

De EXPO Kaapkwartier loopt van 27 t/m 30 maart in het BayHouse. De Fenix Food Factory biedt dagelijks van elf uur tot half zes gelegenheid tot contact met Rotterdamse schrijvers en dichters.

woensdag 26 maart 2025

SCREWDRIVER.

Ik had twintig sinaasappels en twintig citroenen gekocht. Heerlijk het sap van die vruchten. Van mijn buurvrouw kreeg ik in januari jl. een mechanische citruspers. Ze at liever een niet uitgeperste sinaasappel. Het proeven en voelen van het vruchtvlees, de beet dàt vond zij juist verrukkelijk.

Sinds ik die pers heb, ben ik grote hoeveelheden uit gaan persen. Wekelijks leveren twee kilo sinaasappel en een kilo citroen respectievelijk twee en één liter sap op. Mmmmm! Één groot glas na het ontbijt en één groot glas, zo in de loop van de middag. In elk glas giet ik deciliter citroensap en vul dat aan met  sinaasappelsap. Ik drink tegenwoordig, vòòr het naar bed gaan, niets liever dan een screwdriver.

Doch, zoals aan alles, komt óók aan mijn citruspersje een eind. Het was maar een kwetsbaar persje en waarschijnlijk heb ik er in mijn enthousiasme veel te veel druk op gezet, om zo veel mogelijk  sap te krijgen. In de woorden van mijn buurvrouw had ik ‘dat citruspersje verziekt’.

Uitermate vervelend was, dat ik alle sinaasappelen, die geperst moesten worden, vooraf al had door gesneden. Tien sinaasappels, dus twintig halfjes zou ik gaan persen. Toen mijn persje het opgaf had ik al vijf helftjes geperst. Er lagen er dus nog vijftien te wachten op hun beurt. Gelukkig had ik nog een klein handpersje staan. Daar deed ik de vijftien halfjes  dan maar op … ik heb er nog pijn van aan mijn pols ...

Ik was inmiddels zo aan sapjes verslaafd geraakt dat ik snel moest zorgen voor een nieuwe mechanische pers. Het was even zoeken maar bij de Marskramer  zag ik een apparaat dat me wel wat leek. Het was een metalen Tefal-apparaat (dertig euro) met een soort plasgootje, waardoor al het geperste sap, gelijk  in een glas of in een kom kan druppelen. Ik had op de markt weer een grote hoeveelheid citrusvruchten ingeslagen. Vijftien sinaasappelen had ik doorgesneden om te persen. Dertig halfjes dus. Het liep geweldig. Het plasgootje gebruikte ik nu niet. Het sap ging gelijk in het reservoir onder de pers. Bij de twintigste halve sinaasappel aangekomen ging de machine langzamer draaien en bij de 25e sloegen bij mij de stoppen door. In de gebruiksaanwijzing las ik achteraf dat maximaal tien tot twaalf maal achter elkaar geperst had mogen worden. Ik had er al meer dan veertig op zitten. De pers zei verontwaardigd: ‘Bekijk het maar’. Hij was niet meer aan de praat te krijgen. Doorgebrand in zijn eerste persklus.

Bij de Marskramer deden godzijdank niet moeilijk. Ze namen het Tefalding  terug. Ik kocht een König, een betere hoop ik,  voor zeventig euro. Voordat ik hem ga gebruiken zal ik deze keer toch maar eerst de gebruiksaanwijzing even lezen.

Het is nu tijd voor een pittig screwdrivertje. Proost!

dinsdag 25 maart 2025

MIJN BUURVROUWEN TOP 5 (de top 2)

Op 2 Nathalie.

Nathalie zal ik eeuwig dankbaar zijn. Ik woonde nog hier nog maar net in de Rodaristraat of ik brak mijn schouder en beschadigde een zenuw. Ik moest geopereerd worden. Een dag later was ik alweer terug  in ons bejaardentehuis. Om de pijn te bestrijden moest ik de zware pijnstiller morfine slikken.

Die eerste nacht na de operatie moet ik (slapend!) mijn bed zijn uitgestapt. Ben ik in mijn pyjama, op mijn blote voeten, de flat uit gewandeld de regenachtige nacht in. Zo’n twintig minuten heb ik onder invloed van morfine geslaapwandeld.  

Een paar straten verder werd ik wakker. Het duurde even voor ik wist waar ik was. Ik woonde hier nog maar zo kort, drie weken pas. Op natte kousenvoeten ga ik terug naar mijn huis. Ik heb geen sleutels bij me, realiseer ik me. Heb ook geen idee van tijd. Bij mijn flat aangekomen bel ik aan bij Nathalie. Zij woont naast me. Ik heb wel eens een praatje met haar gemaakt op het balkon.

‘Hallo Nathalie, ik woon naast je. Ik ben mijn sleutels vergeten. Wil je alsjeblieft open doen’.

‘Weet je wel hoe laat het is,’ krijst zij.

‘Geen idee’ zeg ik.

‘Half vier!!’krijst ze weer maar ze doet vrijwel gelijk toch de deur voor me open.

Maar ….. ook van mijn eigen voordeur heb ik geen sleutel bij me. Nathalie (toen 70+) vindt het goed als ik midden in die nacht via haar balkon naar mijn eigen huis klauter. Met mijn net geopereerde schouder. Godzijdank ging het allemaal goed. Gelukkig was mijn balkondeur niet op slot.

Een eeuwig hoera voor Nathalie.        

 

Op 1 Linda,

 Zeer zeker van vandaag. Want vandaag  is ze jarig (82). Maar zeker ook omdat ze vanaf dag 1 dat ik hier woon mijn liefste buurvrouw is. Al tien jaar heeft ze mijn sleutelbos en al zeker tien keer heeft ze mijn deur moeten openen omdat ik mijn sleutelbos vergeten was. Als ik Linda niet had …. Elke ochtend klinkt vanaf de galerij een vrolijk ‘Hallo Jos’.  Ik ben niet altijd zo vroeg bezig in de keuken. Maar Linda weet gewoon dat ik ergens in huis aan het rommelen ben. In één oogopslag ziet ze namelijk  dat er op mijn aanrecht wat spulletjes bijgezet of verschoven zijn.  

Voor een schouderoperatie moest ik naar het ziekenhuis in Schiedam. Ik moest er om half zeven al zijn, ’s ochtends. De metro rijdt dan nog niet en op de fiets of lopen is ook geen optie. Linda stond er op om mij in alle vroegte met haar autootje naar Schiedam te brengen en me de volgende dag ook weer op te halen. 50 kilometer heen en weer; en dat twee keer. Geweldig!! Dat was het niet alléén: ze heeft een paar weken na die schouderoperatie de wond verzorgd. Zelf kon ik dat niet. Ik woon alleen. Linda was voor mij Trevvel en Wijkverpleging in één. Klasse. Een gouden buur!!

maandag 24 maart 2025

MIJN BUURVROUWEN TOP VIJF. (de nummers 5, 4 en 3)

Op 5 Tisa.

Tisa is mijn Surinaamse buurvrouw van een paar deuren verderop. Ze zit nu bij haar stokoude vader in Suriname en komt pas eind juni weer terug, dus ik kan alles over haar schrijven, want tegen die tijd ben jij toch alles al weer vergeten.

Toen ik hoorde dat zij al zeventig was, viel mijn mond open van verbazing. Ik dacht dat ze een jaar of veertig was. Maar dat is niet het belangrijkste. Als we elkaar op straat tegen komen babbelen we altijd even gezellig. Over haar schattige kleinkinderen, over diplomazwemmen en over haar vriend Desi Bouterse. Het allerleukste aan haar vind ik dat ze consequent strak voor zich uit blijft kijken als ze, over de galerij, langs mijn open keuken loopt. Nog nooit in die tien jaar dat ik hier woon heeft ze mijn keuken ingekeken en me gegroet. Fantastisch: zó consequent!

Op 4 Thea.

Ze is niet zo bekend. Begin 50 is ze en ze woont heel lang op de tweede. We zeggen elkaar al tien jaar lang vriendelijk gedag op het trappenhuis. We gaan allebei nooit met de lift. Sinds kort zit zij bij mij op de sportschool en leer ik haar beter kennen. Net als ik, schrijft zij ook. Alleen schrijft zij langere verhalen dan ik. Ik houd het op  400 woorden per verhaaltje, elke dag weer.

Thea werkt in de zorg. Je kan bij haar ook (1 op 1) terecht voor klankschalen-therapie. Op klankschalen maakt ze dan geluiden, die door je hele lijf vibreren en waar je heel relaxed van wordt. Bijzonder. Ze maakt ook bij mooi weer pittige ritjes op haar fietsje.  

Op 3 Wela.

Met Wela (ook begin 50) heb ik momenteel het meeste contact van alle buren. Wonderlijk is onze historie. Wela is de dochter van mijn buurjongen Cor in IJsselmonde. Ik woonde zo rond 1963 als tiener naast hem.

Mijn moeder en de vrouw van Cor, waren in 1970 tegelijk zwanger. Mijn moeder wilde graag een meisje en Cor z’n vrouw wilde graag een jongen. Als hun wens niet uit zou komen zouden ze de baby’s omwisselen. Hun wens kwam niet uit. Cor zijn vrouw beviel van een meisje, onze buurvrouw Wela. Mijn moeder baarde toen weliswaar een jongen maar de ruil ging niet door omdat mijn broertje  Marco een mongooltje bleek te zijn.

Dezer dagen koken we zo af en toe eens voor elkaar. Doen we een bakkie. Gaan we naar de bios. Zij is mijn buurvrouw en een vriendin.

Morgen mijn top 2

zondag 23 maart 2025

ONGELEGITIMEERD.

Ik gebruik nooit een winkelwagentje bij de Jumbo. Ik stop alles wat ik wil kopen in een grote rooie Dirck-tas. Eerst de spullen scannen, dan gaan ze m'n tas in. Ik reken af bij de scankassa, waar ik heel vaak word gecontroleerd. Met een steekproef van zes artikelen meestal.

Afgelopen zaterdagochtend  22 maart 2025. Mijn Dirck-tas zit vol en alles is afgerekend bij de scankassa van Jumbo Lage Land in Rotterdam. Geen controle van een Jumbo-medewerkster in haar zwarte bedrijfskleding deze keer.

Tot mijn schrik word ik nu, net buiten de winkelpoortjes, tegengehouden door een man in burger, die mijn kassabon en mijn volle Dirck-tas opeist.  ‘Controle’, zegt hij. Dat weiger ik. En hij herhaalt vervolgens wel tien keer wat hij van me wil: mijn kassabon en mijn tas. Ik blijf weigeren. Op een gegeven moment denk ik, als je die bon zo graag wil, dan raap je hem maar op. Ik verfrommel hem en ik  gooi die achter me op de grond.  Hij raapt hem op. Nu wil die nog steeds mijn Dirck-tas. Ik denk er niet aan! Hij dreigt met politie.

’Laat maar komen,’ zeg ik, ‘en trouwens, laat me je legitimatiebewijs maar  eens zien!’ Dat heeft hij niet. ‘Dan mag je me helemaal niet controleren’. Plots komt een persoon snel aangehuppeld. Die laat mij zijn legitimatiebewijs zien. Maar die controleert mij niet.

De ongelegitimeerde  man dreigt wederom met politie. ‘Alles is opgenomen, meneer. Ook dat u me net een duw gegeven heeft. Dat wordt een flinke boete.’ Nòg een extra dreigement voegt de man er aan toe: een permanent winkelverbod.

Met loeiende sirenes arriveert de politie. De naar ik aanneem bevoegde politieman geef ik mijn tas. De ongelegitimeerde man controleert onder toezicht van de politieagent mijn kassabon en mijn Dirck-tas controleren. Geen probleem. Alles is in orde.

De (onbevoegde) man mompelt, dat hij me geen winkelverbod zal opleggen.

Heel vernederend dit alles. Ik ga er werk van maken.   


zaterdag 22 maart 2025

EEN FRANSE LACHFILM.

Elly en ik zien en groeten elkaar regelmatig in het trappenhuis.  Nooit in de lift. Ook lopen we een enkele keer samen van het metrostation naar huis. We hebben het dan over koetjes en kalfjes:  over het weer (nu eens zus, dan weer zo), hoe lang we al in ons bejaarden huis wonen (zij 15 jaar, ik 10 jaar), waar we werken (zij: Aafje, ik: Corridor), hoe oud we zijn (zij: over de vijftig; ik ook) en over onze hobby’s (zij: fietsen, ik: ook en film kijken). 

Elly en ik leren elkaar beter kennen sinds ze begin dit jaar lid is geworden van Optisport. We trainen vaak op de zelfde tijd. Zo af en toe blijven we bij een apparaat hangen en babbelen wat. 

Ik vond het leuk om te horen dat Elly een sprookje geschreven had. Iemand is bezig het te illustreren. Het sprookje is al lang af maar ze heeft geen haast met publiceren.

‘Ik schrijf ook’, zei ik, ‘elke dag een verhaaltje’. Haar ogen gingen glimmen toen ik dat zei. Ze buigt zich meer naar me toe, om alles wat ik er over zeg, goed te horen. ‘Wat ik schrijf is een combinatie van fictie en dagboek. Elke dag een nieuw stukje zet ik op mijn blog’.

Ze reageerde niet erg enthousiast op wat ik haar vertelde over de Bob Dylanfilm ‘A complete unknown’ . Bob is een idool van mij. Elly kent hem wel maar ze is geen fan. Ze is van een jongere generatie. Toch verleidde een vriendin van haar om die film samen te gaan zien. Dat ze het beiden niet droog konden houden, vond ik leuk om te horen.

‘Kom vanmiddag ook kijken, Jos! Lachfilm in het buurthuis:  ’Un P'tit Truc en Plus’. Elly’s broer vond hem hartstikke leuk.  Okee, ik houd helemaal niet van lachfilms en al zeker niet van Franse lachfilms. Ik doe Elly een lol en ga kijken. Wat krijg ik te zien: twee criminelen op de vlucht, die zich verschuilen in een bus met vakantievierende mongolen. Halverwege de film stap ik op. Kotsmisselijk inmiddels … Elly trouwens ook … ook zij vond het een kutfilm, vuilnis, met een te hoog poep en pies gehalte en een belediging voor mongolen.

‘Sorry hoor Jos, maar mijn broer ….’

vrijdag 21 maart 2025

VREEMD (reprise)

 Irene houdt het nu ook met Lucas. Een blonde vetkuif met zonnebril, net grijs pak, streepjesoverhemd en stropdas. Irene is psychotherapeute. Altijd: truitje, vestje, spijkerbroek. Nooit: beha. Hij mag alleen bij haar slapen als hij zijn eigen hoofdkussen meeneemt. Dat kussen moet zijn hoofdvocht opvangen. Irene is een pot en polygaam. Maar vreemd gaan met een kerel … oh nee! Haar vriendin Bettie kan dat niet hebben, omdat ze nu op de bank moet slapen. Irene is dolverliefd op Lucas. Dat straalt helemaal van haar af.

Ze mokt niet. Wordt alleen stilletjes. Ze is een huiselijk typetje. Irene hield haar vanmorgen lekker vast: ’Je denkt toch niet, dat ik niet meer van jou houd, meissie? Jij bent en blijft mijn nummer één’. Lucas loopt al de hele ochtend in huis rond te lummelen. Irene is werken.

 ’Zoek je wat, Lucas?’ Hij heeft alle laadjes in de keuken opengetrokken.

‘Thee, brood, beleg.’ Ze pakt het voor hem. Maar niet van harte.

‘Klote voor je.’

’Zeg dat wel, ja. Die bank is veel te hard. Heb vannacht geen oog dicht gedaan. Nooit gedacht dat me dit zou overkomen. We hadden het net zo góéd samen en nu tel ik ineens niet meer mee. Jullie slapen bij elkaar, ik lig op de bank.  Ik voel me weggezet’.

‘Kan me voorstellen, Bettie.’

‘Je wéét toch van Irene en mij?! Waarom pap je dan met haar aan?’

‘Ik wist het, ja. Maar Irene dacht dat jij het niet erg zou vinden …

‘Hoe lang duurt nou dit al?

‘Een halfjaartje. ’t Klikt meteen.  Allebei vlinders in de buik. We vrijen in haar praktijk. Later komt ze bij me thuis. Weet je, Bettie, drie jaar geleden kreeg ik een hersenbloeding.  Komt nooit meer goed. Vijfentachtig procent afgekeurd. En … tsja, dat bakje om mijn nek, is om het vocht op te vangen, dat bij vlagen uit mijn hoofd loopt. Zonder bakje wordt mijn shirt kledder.

‘Als Irene een uurtje vrij is’, zegt Lucas, ‘wipt zij langs en dan zitten we  niet alleen handje pepermuntje naast elkaar op de bank. Ik vind Irene een prachtvrouw. Echt mooi is ze wel niet. Maar dat maakt niet uit. Ze straalt warmte en zorgzaamheid uit.’

‘Irene, verliefd op een vent! Dat kán toch niet?! Ze moest nooit wat van kerels hebben.’

‘Ja, Bettie, ik weet het. Zó vreemd, die vlinders in haar buik. Zeker door iemand als ik. Irene ziet misschien wel te veel in me.’

donderdag 20 maart 2025

PA.

Als ik dit schrijf is het 19 maart 2025. Vierennegentig jaar geleden werd mijn pa, Hermanus Mastwijk geboren in Tjimahi, een legerplaats in de buurt van het toenmalige Batavia, de hoofdstad van Nederlands Indië. Hij was de jongste zoon van KNIL- militair Jan Mastwijk en de huisvrouw Marie Mastwijk – Bezemer. Hij had twee broers Gerard en Jan en twee zussen Mien en Riet. Toen hij negen jaar was brak de Tweede Wereldoorlog uit. In Nederlands Indië was de belangrijkste vijand Japan. Al in het eerste jaar van de oorlog capituleerde Nederland. Mijn vader kwam toen in een concentratiekamp terecht. Omdat hij toen negen jaar oud was werd hij in het vrouwenkamp gestopt. Op dat moment had hij drie jaar lager school gehad. Verder zou hij in zijn leven, hij werd achtenzeventig, ook niet komen. In 1949 keerde het gezin Mastwijk terug naar Nederland. In Rotterdam werd tamelijk snel een woning gevonden in de wijk Oud-Mathenesse. Zijn ouders, mijn opa en oma, hebben hun best gedaan om mijn pa meer te laten leren maar hij geneerde zich er voor om als achttienjarige tussen de  tien-jarigen in de schoolbanken te gaan zitten. Van onderwijs voor volwassenen was toentertijd nog geen sprake. Hij ontmoette in 1949 Amanda Maria van den Oever . Hij moest met haar trouwen want kort na hun eerste ontmoeting bleek Amanda zwanger te zijn. Ik werd geboren in juli 1950. Drie jaar lang woonde het gezin van mijn ouders in, bij opa en oma van papa in Oud Mathenesse.

In 1953 kregen mijn ouders een huurwoning in Spangen. In de van Lennepstraat. Vlak om de hoek bij Sparta. Daar kreeg ik een geestelijk gestoord, en inmiddels overleden broertje, Martin, en drie zussen Lidy,  Manda en Anneke. Wij werden voornamelijk opgevoed door mijn moeder. Eerst, omdat  mijn vader werkte op een cruiseschip, waar hij de afwas moest doen. Later had hij, gezien zijn gebrek aan doorzettingsvermogen en aanleg, de rotste baantjes: schoolmelk bezorgen, lijsten maken, behangen, veren trekken, rollen beschuit inpakken, hulpbadmeester, tramrails schoonmaken, helpen in de keuken enz. Hij verdiende daar twee keer niks mee. Geld was er in huize Mastwijk nooit genoeg. Maar Herman deed altijd zijn stinkende best om zo veel mogelijk voor zijn steeds groter wordende gezin te verdienen. Onder andere door veel overuren te maken. Hij was meer aan het wèrk dan dat hij opvoedde.

In 1963 verhuisde het gezin, met vijf kinderen naar een vijfkamerwoning in Hordijkerveld, een nieuwbouwwijk in Rotterdam-IJsselmonde. In de periode 1963 t/m 1970 voltooide mijn vader zijn levenswerk. Hij produceerde met de super-enthousiaste medewerking van mijn moeder (die dol was op jonge kinderen), nog eens vijf jongens: Herman jr, Ron, John, Ed en de jongste Marco (inmiddels 54 jaar, een mongooltje).  Hermans totaal komt daarmee op tien te staan.

Proficiat Herman!    

woensdag 19 maart 2025

BEN JE BANG?

Ik vertoef de laatste dagen nogal eens in het theater. Dat komt omdat ik een de Toneelkaart 2025 van het Theater Rotterdam heb aangeschaft. Daarmee kan ik heel voordelig negen toneelvoorstellingen in de maand maart bezoeken. Gisteravond zag ik de show van Saman Amini (zeg maar Sam) een theatermaker en muzikant met Iranese roots en een langdurig AZC-verleden.

Opgewekt en nieuwsgierig toog ik naar het theater. Lekker makkelijk met de metro want ik had moeie benen. Ik had overdag al ruim drie uur gefietst. Een kwartier voor aanvang was ik er. Gelijk naar het toilet om mijn muts af te zetten en mijn haar te fatsoeneren. Ja, zo ijdel ben ik dus ook wel weer. Maar goed, mijn haar zit pico bello, als ik in een wandelgang een stem hoor waar ik kippenvel van krijg. Ik heb de persoon van wie die stem is nog niet gezien maar ik weet dondersgoed wiens stem het is. Het is de stem van Jean-Jacques. Maar waar is tie dan?

O ja, daar bij de garderobe staat hij zich op te winden met zijn vette kop, zijn uitgezakte lijf en zijn irritante slissende spraakgebrek. Hij moet zijn jas daar kwijt maar het is druk. Iedereen wil zijn jas kwijt. En er zijn voorpiepers die Jean-Jacques razend maken. Voor mij géén voorpiepen. Ik houd mijn jas tussen mijn benen straks.

Zo vlug als ik kan verwijder ik me van die garderobe. Ik hoop dat hij me niet gezien heeft. Ga in een hoekje achteraf zitten. Het is nog een paar minuten voor de zaal open gaat. 

De zaal is al zowat vol als ik naar binnen loop. Ik heb een stoel op rij één. Jean-Jacques zou me nu kunnen zien, maar ik hoor geen: ‘Hé Jos!’ roepen. Godzijdank.

De artiest, Sam, stelt me in zijn voorstelling de vraag of ik bang voor hem ben. ‘Ja, een beetje’ antwoord ik. Op dat moment had Jean-Zak in de zaal mijn stem kunnen herkennen, want wij hebben jaren lang met elkaar te maken gehad. Als tieners, familie, als buren, als voetballers. We hadden het af en toe best leuk met elkaar, maar hoe ouder we werden hoe geringer die momenten werden en hoe meer we elkaar gingen vermijden. Met de jaren werd Jean-Zak steeds zuurder, denigrerender, sarcastischer.

Ik ben er overigens bijna zeker van dat hij mij gisteravond gezien heeft en dat ook hij geen zin had in contact.

Ook na de voorstelling ging het prima. Even plassen en wegwezen. Geen Jan-Zak meer gehoord. 

Nog even een Rotterdampas-ijsje gekocht bij Capri met drie bolletjes. Voor dat ene bolletje extra betaalde ik 2,10 euro.

Ja, maar hoe was die voorstelling van die Sam nou?

‘Zwaar klote!’   

dinsdag 18 maart 2025

BLOED AAN DE PAAL.

Ik was zondagmiddag bij Freek de Jonge, de man met de jampotglazen in zijn bril. In het Isala theater in Capelle aan den IJssel. Geweldig optreden. De spirit van die man. Ruim tachtig is hij inmiddels. Het gemak waarmee hij nog steeds een volle zaal weet te boeien met zijn mix van traditioneel cabaret, liedjes, engagement en kolderieke conferences.

Ik heb hem gezien in de zeventiger jaren, toen hij startte met Bram Vermeulen. Neerlands Hoop in Bange Dagen noemden ze zich. Een dynamisch duo. Met een  komische stijl, veel chaos en terzijdes Sensationele nieuwkomers in de cabaretwereld.

Wim Kan was er, Wim Sonneveld, Toon Hermans. Dat waren Neerlands drie grote cabaretiers.Ik genoot destijds volop van hen. Zeker bij Toon Hermans was het lachen, gieren, brullen.

 Maar wat Bram en Freek neerzetten daar waren velen van mijn generatie laaiend enthousiast over. Het was niet alleen leuk. Ze maakten geëngageerd cabaret over het opgroeien en de jeugdcultuur in de jaren zestig en zeventig en over de politiek.

In 1978 had het Nederlands elftal zich geplaatst voor het WK-voetbal in Argentinië. Dat land was een dictatuur. De Argentijnen werden zwaar onderdrukt door dictator Videla. Tegenstanders van zijn regiem werden boven de oceaan het vliegtuig uit gegooid.  Met de actie ‘Bloed aan de Paal’ probeerde Neerlands Hoop  te bereiken dat Nederland niet zou meedoen aan dat WK. Het Nederlands elftal ging toch en werd nog tweede.

Freek begon zijn optreden zondag met een vraag aan het publiek: ‘Wie heeft er in november 2023 op de PVV gestemd?’ Er steekt er één een vinger op.

‘Zo weinig maar?’, vroeg Freek, ’heel raar, want volgens de CBS-cijfers heeft 25% van de Capellenaren op Wilders gestemd. Je zult wel heel bij zijn met Sloofs kleuterklasje-kabinet. Blij met die AZC-heks Faber. Blij met Duitsland dat in hoog tempo terugmarcheert naar NSB-tijden en blij met die malloot Trump, die de wereld in een paar weken tijd helemaal rechtsom doldraait’.

Freek pakt nog steeds de actualiteit er bij. Hij móét die met zijn publiek delen. Vannacht is in Valkenburg de Wilhelminatoren ingestort en begon de afgrijselijke brand in een disco in Noord Macedonië met 59 jonge slachtoffers. Dit was zo direct om te lachen maar in zijn geheel genomen wordt dit een optreden met veel lachmomenten.

Ga hem zien: Freek de Jonge in  ‘Zeeuwse Jaren’.

 

Voor de liefhebber: een ‘Bloed aan de Paal’- coupletje:

 

"We gaan naar Argentinië, waar dagelijks wordt gemoord

Maar daar is nu eventjes geen tijd voor zojuist heeft Rep gescoord

Zonder Cruijff in de finale, wie had dat verwacht

En op de eretribune zitten Wiegel en Van Agt"

maandag 17 maart 2025

BERLIJN, HOE NU??

Kort geleden schreef ik over mijn vakantiereisjes. In mei naar Berlijn in augustus naar Schotland. Weet je nog? Tot mijn grote verdriet kreeg ik van de vriendin met wie ik een paar dagen naar Berlijn zou gaan te horen dat ze toch niet gaat. Jammer. Ze had zelf al zo veel energie gestoken in het Berlijn-reisje: de reis, excursies, accommodaties, tweepersoonskamer met twee eenpersoons bedden en ga zo maar door. Allemaal nog niet geregeld maar toch informatie over vergaard. En dat alles voor Jan met de korte achternaam. Achteraf. Toch?

En waarom dan wel? Die vriendin heeft een dochter in Zweden.  Ze gaat dit jaar nog twee keer bij haar dochter op bezoek. In mei en waarschijnlijk met de Kerst.  Dat is op zich al prijzig genoeg. En dan liggen er ook nog eens een stel onbetaalde rekeningen. Dus: alles bij elkaar kan Bruintje die Berlijn-reis (toch gauw 4 à 500 euro)niet trekken. Haar kind blijft, hoe dan ook, haar nummer één!

Maar … ik vermoed nu, dat er iets anders meespeelt. De vriendin is teruggeschrokken voor de Berlijn-trip, na het lezen van mijn stukje ‘Vakanties’  èn ze ziet op tegen de reactie van haar omgeving.

Dus, ja, nu moet ik een nieuw Berlijn-maatje zien te vinden. Zoveel keus is er niet. Want wie wil er nu met deze oude vrijgezel in een tweepersoonskamer gaan liggen. Zelfs als de bedden een end uit elkaar staan? Ik kan het vragen aan mijn vrienden Yusuf en Munir, die heb ik Nederlandse les gegeven. Ik weet zeker dat ze met me mee willen maar dan ieder in eigen kamer. Dat wordt me te duur en dat zit bovendien ook  helemaal niet in hun cultuur, dat vrije. Ja … , oké …, als ik Harm vraag, dan zegt ie gelijk ‘ja!’. Daar zit ik nou ook weer niet op te wachten. Neen!

Bij Liesbeth, Bettina of Isabel zou ik een visje kunnen uitgooien. Bettina is te preuts maar Isabel durft het wel met me aan, denk ik. Zij vertrouwt me wel. Als de bedden maar uit elkaar staan. Tot Liesbeth voel ik me zodanig aangetrokken, dat ik in die tweepersoonskamer de bedden lekker tegen elkaar aan laat staan.

Ga ik in eerste instantie Liesbeth polsen.