Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 8 augustus 2026

EEN EIGENWIJS VUILNISBAKJE.

Waarom zou ik gaan schrijven over een vuilnisbakje? Een vederlicht, blikken bakje van nauwelijks veertig centimeter hoog en een diameter van twintig centimeter. Op de buitenkant was ooit een fraaie print afgedrukt voorstellende twee gele, een witte en een blauwgrijze tulp met donkerblauwe stengels en bladen, met twee tussen die tulpen gestoken grijzige narcissen. Ook die hadden donkerblauwe stelen meegekregen. Dit boeket was dertig centimeter, even hoog als breed. De rest van het oppervlak van dit eigenwijze vuilnisbakje was beprint met grijze blaadjes. En een één centimeter hoge blauwe rand, net boven de bodemrand, moet waarschijnlijk het water verbeelden waar de bloemen in staan. Misschien wekt deze beschijving van dit afvalbakje een zekere blijheid of vrolijkheid ... en misschien was dit ook wel zo toen dit prullenbakje jaren geleden in gebruik werd genomen. Oorspronkelijk, althans dat vermoed ik, als verpakking van een nieuwe hoed. Toen zat er nog een goed sluitende deksel bovenop met naar ik aanneem een mini-versi van het op de zijnkant geprinte boeket. Met die deksel is ook de oorspronkelijke vrolijke uitstraling van de omtrek, tot een armzalige afbeelding verworden.

De binnenkant is van een geelachtig, glimmend en spiegelend soort blik. Ook de bodem  is van dat materiaal vervaardigd. Vrijwel alle blikken en blikjes die we in ons huishouden kennen, zien er zo van binnen uit.

Het staat standaard naast mijn bureau. Ik zit er nu vlak naast te schrijven en als ik even ophoud  kan ik inventariseren wat er nu in zit. Niet veel bijzonders.

Een druiventak zonder één druif, een kassabon van de Jumbo, een ‘ticket' van bioscoop Kino, voor de film 'La vita va vosi', twee lege medicijnstrips, eentje van lithium en eentje van quetiapine, een boodschappenbriefje, 15 aardbeienkroontjes en twee versnipperde A-4-tjes (in 100 stukjes) met een tekst over een vrouw die ik heimelijk bemin (begeer).

Ik schreef al dat het vuilnisbakje standaard naast mijn bed stond. Wie schetst nu mijn verbazing toen ik vanmorgen uit mijn bed kwam en het bakje zag staan naast de staande schemerlamp  in de woonkamer.

Ik ben de enige die die bak daar neergezet kan hebben. Heel langzaam begon het mij te dagen. Ik moest vannacht plassen, was nog diep in slaap, wist de wc in mijn eigen huis niet te vinden! Ik pakte het bakje van naast mijn bureau en liep er mee naar de schemerlamp. Geen idee waarom naar die lamp! Naderende dementie? 

Net toen ik in mijn slaaproes in dat bakje wilde gaan staan plassen, ontwaakte ik, wist opeens weer waar ik moest wezen en nam een run naar de plee. 

Dat was nog maar net op het nippertje!

vrijdag 7 augustus 2026

TELEFOONNUMMERS UITWISSELEN.

Op weg naar de apotheek herken ik haar onmiddellijk. Renate! Bij Cora, een van mijn exen, is ze allang niet meer. Cora had het op het laatst te druk met van alles en nog wat. Zo knots-depressief als toen ik een LAT-relatie met haar had, is Cora nooit meer geweest. Misschien lag het wel aan mij?!

 'Met mij wil die gebochelde rat niet meer praten,' zeg ik. Als ik met Cora die LAT-relatie heb, komt Renate elke vrijdagmiddag langs om  de wekelijkse boodschappen te doen. Dat kan Cora niet (lees: dat wil ze niet). Renate wil vrijwilligerswerk doen bij bejaarden. Cora is dan 68 jaar. Zij en Renate hebben een match.

't Is zeker acht jaar geleden, dat ik Renate voor het eerst zag. Niet om aan te zien. Cora is lelijk, maar Renate, tsjonge jonge, die Renate: dunne beentjes,  bleek bekkie, vet rattenkoppie, een afzichtelijk brilletje en smaak van zich te kleden ontbreekt haar ten enen male.

Renate komt op den duur niet alleen om boodschappen te doen ze komt ook 'voor de gezelligheid' voor Cora, die in die periode zo depressief is als een pak gestolde karnemelk.

Ze heeft niet in de gaten dat Cora al die verhalen het ene oor in en het andere oor weer uit  laat stromen. Renate had toen al een gezin, waar ze heel wat mee te stellen had.

Ik vraag hoe het nu is met haar gezinnetje. 'Een zooitje’,zegt ze, 'mijn man is er vandoor met een ander, mijn zoon is onbemiddelbaar en suïcidaal, mijn dochter is vorig jaar overleden'.Het begon met etalagebenen en het werd uiteindelijk 'kritieke ischemie'. Ze was net een maand 40. Haar zoon, 36, wordt zijn hele leventje al, tot op de dag van vandaag van de ene naar de andere instelling voor psychiatrische hulp gejojood en … Renate zelf blijft schouderophalend, onbegrijpelijk opgewekt onder al die ellende.

'O, ik ben pas 65 geworden. Mag ik bijna gratis met het openbaar vervoer, wordt het afgeschaft, hihi. Kan d'r ook nog wel bij'.

'Dat is nog niet zeker, Renate. D'r is al een hoop protest tegen geweest en er gaat nog meer komen: ook van jou en mij, toch?!'.

 ... Nou, jij hebt het wel aardig voor je kiezen gekregen, meid, wat een ellende! Ik wens je betere tijden toe.

Dank je wel'.

Puur omdat ze niet mooi is, vergeet ik, wat ik bij mooie vrouwen nooit vergeet: vragen of we telefoonnummers uitwisselen. Ik denk dat het voor ons allebei leuk zou zijn om contact te houden. Voor alle duidelijkheid: ik ben zelf ook niet moeders mooiste!

Er komt vast nog wel een herkansing.


donderdag 6 augustus 2026

VIAGRA.

De ouderdom komt met gebreken. Inderdaad. Sinds ik oud ben. Sinds wanneer is dat eigenlijk? Ik zal voor mijzelf ‘spreken’. Sinds mijn 65e.

 Henri, een goede vriend van me, hè, ik weet nog goed dat Henri …  nee …  eh ..... wacht eens even, was het Henri wel …  eh?.. eh nee … het was Bas, die tegen me zei, dat een goeie vriendin van hem, … ‘eh eh eh , ik kan even niet op haar naam komen’. 'Nou, Kees eh …  sorry hoor, Bas, dan zal zij heus niet zo'n goede vriendin geweest zijn, als je bent vergeten hoe ze heette.’ Maar goed, ik zou het over mezelf hebben.

Vanmorgen vertelde ik een vriendin, ik weet nog precies hoe ze heet,dat ik mijn rijbewijs verscheurd had. Alweer ruim tien jaar geleden. Dat deed ik, omdat ik na een erg ongeluk met de auto niet meer durfde in te halen of in te voegen met de auto. 

Toen viel ik even later bijna van mijn stoel van verbazing. Waarom dan? Omdat ik zei:'Ik durfde niet te accelereren. Accelereren, ja. Ik overtrof mezelf. Me op mijn 76e nog zo'n moeilijk woord te kunnen herinneren. Accelereren!'

 Vn mijn 65 e tot nu, mij 76e  is het allemaal achteruit gegaan met mij. Zeg maar gerust achteruit gehold. Afspraken vergeten, sleutels ook en vergeten waar ik mijn fiets gestald heb.

Wat ik ook alweer kwam doen in de keuken? Waarom sta ik hier de koelkast in te staren? Heb ik mijn pinpas niet bij me? Ligt mijn OV-chipcard thuis? Ligt m'n boodschappenbriefje nog op de salontafel?

M'n mobiel laten liggen, in een openbaar toilet, waar ik hem uit mijn achterzak heb gehaald om te voorkomen dat ie in de wc verdrinkt. Gelukkig ligt ie er  meestal nog of was er een eerlijke vinder. Godzijdank.

En ... in potentie is mijn potentie er de laatste tien jaar ook niet bepaald op vooruit gegaan. Had ik ook niet anders verwacht. Het scheelde bovendien dat ik na mijn 70e  niemand wat dat betreft heb te  hoeven teleurstellen. Dit laatste gebrek is voor zo ver ik weet het enige oudedomsgebrek waarvoor de pharmaceutische (!)  industrie geprobeerd heeft een oplossing te vinden: 

'Viagra'. 

Ik heb het zelf een tijdje gulzig geslikt: mijn geheugen ging er waanzinnig op vooruit. Ik wist Cora, mijn toenmalige partner exact te vertellen hoe lang we 'het' niet gedaan hadden.


woensdag 5 augustus 2026

MEGA HOGE RENTE

Geweldig gedaan Tim Hoffman dankzij jou kan ik nog fijn een extra vakantietje boeken. Gezien de hoge opbrengst, tot nu toe ruim 20.000 euro van die relatief lage storting spaargeld. In drie dagen van van 250 euro naar 20.000 euro. Toch te gek hè? 

Daar kan ik makkelijk drie overnachtigingen (vier theater dagen) Boulevard Den Bosch van bekostigen. Ja, Boulevard Den Bosch. Dat is wederom een theaterfestival maar dan wat dicherbij dan diep in Frankrijk. Ook een heel leuk gevarieerd programma. Ik heb al een paar tickets gekocht voor de eeste dag.

Wat was die Klaas Knot, directeur van De Nederlandse Bank, knotswoedend, op journalist Tim Hofman. De stoom kwam in het programma  van OP2 uit Knot zijn oren. Hofman stelde dat  kleine spaarders zoet gehouden wordt met ultra-lage rentes terwijl De Nederlands Bank zelf het overollige, niet uitbetaalde spaargeld, vast zet tegen torenhoge rente's. Die hoge rente's leiden ee tot megawinsten bij de grote banken en die geven die winsten uitermate traag door. 'Klaas Knot was een dief van de kleine spaarder'. aldus Hohman. Knot stapte toen woedend uit dat OP2 programma.

Nu had Hofman een rekeningnummer doorgegeven waar je wat op kon storten, met gigantische vooruitzichten. Dat deed ik dus. Die 250 euro.Met het gewenste resultaat. Ik ben de enige niet die zo aardig wat heeft binnen gesleept. Binnen een paar dagen liep het al op tot in de duizenden.

Toen ik net weer even op mijn rekening keek, kon ik mijn ogen haast niet geloven. Dat loopt uit de hand, hoor: in de tienduizenden nu al. Het zou me niet verbazen als ik straks,op mijn 76e, voor het eerst in mijn leven een appartementje kan gaan kopen. Met alleen eigen geld.

Ik ga het trouwens niet allemaal voor mezelf houden. De helft gaat naar Vluchtelingenwerk Nederland. Daar is het zeer zeker hard nodig.

dinsdag 4 augustus 2026

TEGEN ELKAAR OPEN ....

De huidige godvergeten hitte brengt ook verrassingen en gezelligheid met zich. Ik laat mijn voordeur openstaan tegenover mijn ook openstaande balcondeur. Dat geeft soms een aangenaam, licht verkoelend windje. Ik ben de eerste bewoner op de galerij. Alle buurtjes moeten langs mij heen. Ik vind dat geen probleem. Sommigen wel. Aicha de Marokkaanse buurvouw is een beetje wantrouwig over mijn goed bedoelde complimentjes over haar hoofddoekjes.  Zoals altijd begint Gülsum (Afghanistan)meteen te ouwezeuren over wanneer ik nou eens bij haar op de koffie kom. Zoals altijd antwoord ik  haar ‘volgende week’.

Opeens stijgt  een hels kabaal op van de straat. Drie roeken en twee meeuwen zijn verwikkeld in een gevecht om het stoffelijk overschot van een rat. Ze zijn zo aan schreeuwen en vechten dat geen van die vijf vogels toekomt een sappig stukje rattenlijk.

Er hangt de laatste dagen een gore rioollucht in de straat. Komt ook door die droogte/hitte. Bettie stormt de galerij op. Ze was net bij Jo, die vroeg haar zoon doodleuk om haar ramen binnen en buiten te zemen. Nog wel met dit weer, 33 graden. Dat kan je toch niet maken. Het kostte me echt moeite mijn mond dicht te houden. Kan je dat begrijpen, Jee?. Ik begrijp altijd alles. Zeker van Bettie.

Ik moet nu echt even weg van de galerij naar de supermarkt. Voor Spa Rood en zalm (vette vis tegen de cholestorol). Bier moet ik niet meer hebben. Daar word ik alleen maar gek van.

Halverwege de route naar de super word ik 'altijd' bedreigd door een kreisende kutmeeuw. Die vogel vliegt gillend boven me en laat zich zo af en toe als een havik  vallen. Vlak boven mijn hoofd lanceert hij zich weer naar boven. Soms krijg ik ook nog een flats vogelstront voor m’n  voeten. Altijd doet ie meeuw dit  op de heenweg naar de super. Op de terugweg hoor of zie ik die kreis-schijterd niet.

Ik kan dan met een gerust hart bramen gaan plukken van de struiken aan de overkant van onze flat. Struiken vol met vurrukkullukke bramen.

De buurvouw waarschuwde me dat ik niet de te laag hangende bramen moest opeten omdat daar vossen overheen gepiest zouden hebben. Nou, ik heb de proef op  som genomen en een handje laag hangende  bramen geplukt.

Ik ga gauw weer in dat lekkere windje op de galerij zitten. Die bramen oppeuzelen. Ze smaken net een stukje zachter en zoeter dan die hoger hangende bramen. Met vossensaus dus, zeg maar. Nu afwachten of ze goed binnen te houden zijn.


maandag 3 augustus 2026

VLIJMSCHERPE NAGELS

Ik heb in mijn leven heel wat poezen versleten. Hoeveel? Een stuk of tien, denk ik, maar nooit heb ik zelf besloten zo'n roofdiertje aan te schaffen.

Ik kom zelf uit een nest dat geheel onbekend is met huisdieren. Er kwam bij mijn ouders al veel te weinig geld binnen om iedereen genoeg te eten te kunnen geven. Dan gaan ze natuurlijk niet nòg een opvreter binnenhalen. Ondenkbaar.

Vooral ik, maar ook mijn broertjes en zusjes voelden zich niet alleen onwennig ten opzichte van huisdieren, nee, de meesten van ons waren ronduit bang.

Twintig jaar was ik inmiddels geworden,  toen ik mijn vriendin leerde kennen. Ik leerde haar al gelijk heel goed kennen als een groot dierenliefhebber. Ze hield werkelijk van alle dieren. Kleine dieren, grote dieren. Ook van paarden, koeien, geiten, schapen..

Ze had al een poes van drie jaar oud. Hompie, die woonde in het ouderlijk huis van mijn vriendin. Nu we samen gingen wonen in een huisje onder de huurwaarde, moest mijn vriendin haar kat meenemen. Ze vroeg wat ik daar van vond, dat Hompie meekwam. Maar ik vond het niet. Ja!! Wat had ik nou te vinden?! Ik had nooit een kat in mijn buurt gehad maar ik dacht wel: beter een poes dan een paard in ons huisje onder de huurwaarde.

Zolang Hompie leefde, heeft ze op twee meter afstand van me, naar me zitten blazen. Zelfs al had ik enkele minuten eerder overheerlijke Purina Hartbrokjes in haar bakje gedaan. Twee keer heeft ze me flink beschadigd met die vlijmscherpe nagels van haar. Hompie en ik waren alleen thuis. Ik draaide mijn hoofd om, om mijn shag te pakken en tegelijkertijd zet Hompie haar houwdegens  in mijn linkerkuit en scratcht. Deed pijn. Woedend was ik! Onvindbaar was ze voor mij. Zelfs als ik met haar voederbakje schuddend door het huis liep en 'pssss pssss Hompie, kom dan' deed, kwam ze niet te voorschijn.

Pas als mijn vriendin thuis was, durfde Hompie te voorchijn te komen. Dan voelde het beestje zich veilig. Terecht! Want waar mijn vriendin bij was kon ik niet de wraak op die kat nemen, die ik voor ogen had. Dat zou ze me verbieden. Mijn plan was Hompie voor straf een kwartiertje boven op de keukendeur te laten staan. Dat bleek toch niet zo'n goed idee, want toen ik halverwege de deur geklommen was sprong Hompie opeens uit mijn handen en scratchte tot bloedens toe mijn kale kop. Tussen mij en Hompie is het nooit meer goed gekomen. Ze is nog veertien geworden. Ik was ruim 30 toen ze stierf!

De vele katjes die mijn vriendin later meebracht gedoogden mij en ik hen.

   

zondag 2 augustus 2026

GEEN HOND.

 I

Ik weet  niet precies waarom ik hierover begin. Ik hoor tot vervelens toe: 'Joh, je bent alleen! Waarom neem je geen hond? Dat is gezellig!

IMaar ik néém géén hond! Ik ben juist zo blij dat ik geen hond heb. Geen geblaf na elke druk op mijn deurbel. Geen gegrom als ik een andere hond tegen kom. Geen hond die ik vier keer per dag uit moet laten. Geen poep, die ik met mijn hand in een plastic zakje van de straat of uit het gras moet grabbelen. Geen hond omdat hij met het grootste genot door de stront van anderen gaat liggen rollen en in de goorste slootjes verkoeling zoekt. Geen hond want ik wil niet die benauwende hondengeur, waar mijn hele appartement naar gaat ruiken. Geen hond die lichtjes jankend naast mijn eettafelstoel in de bedelhouding zit, in afwaching van iets lekkers. Geen hond, die, als ik even niet thuis ben op mijn canapé gaat liggen stinken en maffen, terwijl hij wéét dat ie dat niet mag, omdat zijn haren daarop achterblijven ... dat laatste weet hij niet, daar is hij weer niet slim genoeg voor. 

Geen hond met staart waardoor mijn spullen van de salontafel worden gezwiept.Geen hond die elke vrouw die mij bezoekt aan haar kruis moet ruiken. Geen hond omdat eens per jaar zijn anusklieren moeten worden uitgeknepen, wat een pus geeft met een hemeltergende stank. Geen hond, want die bestudeert hoe hij de ijskast moet open maken, waarin hij stukken rauw hart heeft zien verdwijnen. Geen hond, want die heeft, als ik een half uurtje te laat thuis kom, mijn boeltje ondergepiest of -gescheten. Geen hond omdat je eigenlijk altijd aan huis gebonden bent met zo'n beest, zeker als alleenstaande. Als je met iemand samenwoont of een LAT-relatie hebt, kan je nog wel eens afpreken wat, wanneer, waar en wie voor de hond zorgt.   

Wat ik ontzettend leuk vind van het hebben van een hond is, dat ik een balletje of een stuk hout kan weggooien en zeggen 'Pak! Bello!' Dat die hond, Bello dus, hard naar die bal of naar dat stuk hout gaat rennen en die bal of die tak tenslotte vlak voor mijn voeten neerlegt.

Maar om daar nou alleen een hond voor te nemen vind ik ook weer overdreven.

  

zaterdag 1 augustus 2026

MAKKELIJKE BALLEN.

 Ik had er echt zin in. Ik zou met Leen, een kennis van me, voor het eerst sinds lange tijd weer eens naar een honkbalwedstrijd gaan kijken. Leen weet veel van honkbal. Hij is trainer geweest en scheidsrechter. Ik ben niks geweest in honkbal. Alleen maar toeschouwer. Ik woonde, toen ik ongeveer tien jaar was  vlakbij Sparta Honkbal. Mijn vader vond dat een leuke sport om te naar te kijken. Ik mocht met hem mee. Hij leerde me de spelregels. Ik ging het ook leuk vinden.

Tot mijn 18e ben ik regelmatig naar honkballen blijven kijken. Sparta was heel goed in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw. Landskampioen werden ze meerdere malen. Met  honkbalpersoonlijkheden als Simon Arindell, Hamilton Richardson en Hudson John. Mannen, allemaal uit de Antillen.

De honkbalclub Sparta bestaat niet meer. De club is na een fusie met nota bene de honkbalclub Feyenoord failliet gegaan.

Een andere Rotterdamse club ‘Neptunus’, is nu een topclub in Nederland. Vanmiddag zit ik met Leen in het prachtige Neptunus honkbalstadion, vlakbij de Rotterdamse gevangenis. Neptunus speelt tegen de club Curacao, die gesponsord wordt door de staat Curcacao.

Als de spelers voor hun warming up het veld staan, doet Leen ook zijn warming up. Dan begint hij tegelijk met de match aan zijn schier eindeloze monoloog over hoe en waarom scheidsrechters staan zoals ze staan en gebaartjes maken zoals ze die nu eenmaal maken. Hoe coaches bij honk drie en bij honk één gaan aangeven of een speler ‘op de honken’ wel of niet moet gaan lopen. Het is een oneindige woordenstroom met aanwijzingen uit de oude doos van ex-trainer en ex-scheidsrechter Leen. Hij praat de wedstrijd vol over makkelijke ballen, moeilijke ballen, harde ballen, curve-ballen, foutballen, wide-ballen, vuile ballen, schone ballen, dalende ballen, stijgende ballen, wijkende ballen  en slagballen, volle bak, schijn, overnemen van posities en de volgorde van de lijst met slagmannen, waarvan tijdens de wedstrijd niet mag worden afgeweken.

60 Jaar geleden had mijn vader me dat allemaal al verteld en Leen verkoopt me dit als de laatste nieuwtjes. Maar als ik dat zeg tegen Leen, kijkt hij alsof hij water ziet branden ...emmaa lullen. Hij blijft maar gaan, dwars door mijn weinige woorden heen, alsof die niet hoorbaar zijn voor hem. 

Op het eind van de wedstrijd valt hij stil en vraagt me doodleuk of ik me niet geërgerd heb aan die autist naast me, die geheel in trance, zo zwaar had zitten ouwehoeren.

''k ben blij dat ik niet met je mee gegaan ben Leen!' antwoord ik.

vrijdag 31 juli 2026

JEUK.

Voor het eerst sinds jaren word ik niet uit mijn slaap gehouden door die rot-vervelende muggen. Ik heb half juni bij het Kruidvat  de ‘anti muggen stekker’ aangeschaft voor 15 euro, en daar heb ik geen spijt van. Als het goed is werkt het spul 36 dagen. Heerlijk.

Alleen … juist nú moet ik wel gestoken zijn door een ander soort insect. Ik heb  al een week een vurige rode jeukplek op mijn linker onderarm!

Ik heb al met mijn nagel een kruisje in de beet gedrukt en het met een watje met azijn gedept. Maar dat is gewoon mijn moeders’ truc tegen lastige muggenbeten en muggen worden in mijn slaapkamer met behulp van het Kruidvat al vermorzeld.

Waar zou ik dan door geprikt kunnen zijn. Door een niet vliegend insect want dat Kruidvatmiddel maakt vliegen voor insecten onmogelijk.

Door een vlo misschien. Van een vlo krijg je kleine rode jeukende prikjes naast elkaar maar dàt is niet wat ik nu heb. Dit is één rode, vurige jeukvlek ter grootte van een 2 euromunt, met in die rode vlek drie harde bultjes. Twee kleine en een grote.

De dader zou ook een kruisspin geweest kunnen zijn. Toen ik net terug was uit Avignon zag ik dat er in de struiken aan de overkant van mijn flat volop bramen rijp waren. Ik ben toen gelijk gaan plukken. Best kans dat de kruisspin toen ook gelijk toesloeg. Elke prik van de kruisspin moet echter afzonderlijk zichtbaar en voelbaar zijn. Zo zit het bij mij ook niet.

Dan kan het  haast niet anders dan dat ik door een bedwants ben gebeten. (Mijn slimme aangenomen zusje dacht gelijk al aan iets betwanterigs). Zo’n rode vlek met drie harde plekjes er in, dat klopt  precies. Hoogstwaarschijnlijk ben ik gebeten in het Franse hotel en is de beet pas in Rotterdam, een week na de vakantie, zichtbaar geworden. De wants zelf is hopelijk in Avignon in de super gekoelde hotelkamer achtergebleven. Als ik een wants had meegenomen uit Frankrijk had ik al lang nieuwe rode jeukplekjes gehad.

Mijn huisarts, die ik voor de zekerheid nog even consulteerde,  zei dat ik de eczeem zalf die ik nu toch al gebruik (Betnelan)ook mag smeren op die tergende  jeukplek op mijn linker onderarm. Dat zal nu wel snel beterswantsen.

donderdag 30 juli 2026

GOED GEVULD

Ik ben nog op vakantie in Avignon. Vrolijk druk op straat. Vooral op de Rue de la Républic: winkelende mensen, theatermakers die reclame maken voor hun voorstellingen in honderden theaters. Straatartiesten ook, zoals jongleurs, acrobaten, (tap)dansers, muzikanten, zangers doen daar hun act en gaan daarna ‘met de pet’ rond. Ze horen er absoluut bij, die straatartiesten en ze zorgen ook voor die geweldige sfeer daar.

In die ‘Rue’ zijn vele café's, waar onbeperkt getoiletteerd mag worden, je hoeft niet persé zoals in de benepen Rotterdamse horeca eerst een drankje of een hapje te bestellen voordat je mag gaan piesen of poepen.

Elke dag zoek ik een ander terrasje uit voor de 'double café' bij mijn elders gekochte, rijk belegde broodje. Pas de problème.

Om raadselachtige redenen valt in de eerste week van mijn verblijf in Avignon, de bril van mijn neus èn staat mijn horloge opeens stil. Voor beide probleempjes kan ik op die Rue de la Republique ook terecht. Net als in Nederland, geeft de opticien mijn bril een gratis  kleine beurt. De horlogier aldaar slaat er een slaatje uit door voor het plaatsen van een nieuw batterijtje in mijn horloge 15 euro te rekenen. Op het Lage Land staat zit elke vrijdag op de markt een man die dat voor een tientje doet.

Monoprix is de grote supermarkt op de Rue de la République. Ik koop daar een pot grote zure bommen, 12 flesjes 'eau petillant', 2 liter melk, een kilo kersen, een pond druiven, een groot stuk watermeloen en een kilo magere Franse kwark. Het gaat net in de rode boodschappentassen, die ik mee heb. De koelkast is gelijk goed gevuld.

Dan realiseer ik me dat ik niet zo lang meer in Avignon zal zijn. Over anderhalve dag vertrekt mijn TGV richting Rotterdam. Alles opeten en drinken is geen optie. Ik zou vanaf heden alleen fruit kunnen gaan eten en melk drinken maar dan krijg ik toch maar een fractie op van wat ik in de koeling heb staan. Er zit niks anders op dan wat over blijft in de koelkast te laten staan voor de volgende hotelgast op deze kamer.

De ochtend voor vertrek, ik ben net uit mijn bed, wil ik nog even verifiëren hoe laat precies die trein straks gaat. Het retourkaartje zit in een speciaal vakje van mijn koffer. 

Als ik me buk om dat kaartje te pakken besef ik dat mijn koffer al thuis is, in Rotterdam. Net als ik.

In mijn droom heb ik me de afgelopen tijd flink druk lopen maken over die overvolle koelkast. Wanneer ik de deur van mijn eigen koelkast hier nu open, zie ik staan wat ik hier gisteren blijkbaar al bij mijn Jumbo, hier om de hoek heb gekocht.

Genoeg tijd derhalve om het hier allemaal lekker op te peuzelen en drinken, gelukkig


woensdag 29 juli 2026

IRRITANT (2)

 Ronduit lullig, dat voorval. Vlak voor de deur van ons bejaardentehuis, vond ik een heuptasje. Goed gevuld. Bankpasjes, sleutels, adressen en (kortings)pasjes van allerlei organisaties. Op het moment dat ik het vind heb ik haast ... een afspraak met de fysio. Inmiddels weet ik dat dat tasje van flatbewoner Ton is. Ton is een zwaar invalide oudere man. Hij beweegt zich al vele jaren uitsluitend voort in een rolstoel. Ik bel bij hem aan. Geen gehoor, tot twee maal toe. Ton is thuis dat weet ik zeker. Hij doet gewoon niet open. ‘De groeten Ton,’ zeg ik in mezelf, ‘ik moet er nu echt vandoor’. Zijn volle heuptasje past niet in Ton’s brievenbus dus haal ik er wat spulletjes uit en stop dat alles in zijn brievenbus.

Vier uur later ben ik terug van de fysio. Loop in één ruk door naar Ton. Bel weer twee keer aan, zonder resultaat. Dan tik ik twee keer hard (geïrriteerd) op de ruit naast zijn voordeur. Hij doet opeen, zeker een minuut later, met een slaperige kop open.

‘Ha Ton, Ik heb hier beneden op straat je heuptasje gevonden. Alles ligt nu in je brievenbus. Nog geen anderhalve minuut later zie ik hem zijn brievenbus schoon vegen. Ik wees hem toen nog even precies aan waar ik zijn tasje gevonden had: op het trottoir vlak achter een geparkeerde auto.

‘Ja’, zieligt Ton, ‘het was daarstraks veel te druk om me heen. Buurvrouw Hulst vroeg me of ik de deur wilde open doen met mijn afstandsbediening. Buurman Peter zei dat mijn taxi er al stond … terwijl die juist wegreed. Ik was hier net door die taxi afgezet.

'De mensen moeten me met rust laten', sikkeneurt Teun. Ik kan niet tegen die drukte om me heen. Dan raak ik in de war.’ Uiteindelijk kon er bij Ton toch geen bedankje af.

Ik moest onwillekeurig denken aan de dag dat mijn oudste zoon, tien oud jaar toen, een portemonnee vond met daarin tien briefjes van honderd euro. Hebben we gelijk aangegeven bij de politie. Via de politie kwam de eerlijke verliezer bij mij aan de deur. Ik liet mijn zoontje de portemonnee aan de dolblije man terug geven. Zonder dralen ritste de man zijn knip open en gaf mijn zoontje, een briefje van honderd euro.

Ton was niet zo blij, zo te zien … en al helemaal niet zo gul. '

dinsdag 28 juli 2026

IRRITANT (1).

 

Vanavond ben ik naar Kino gefietst, die bioscoop. Mijn tweede huiskamer. Er draait daar een heel mooie film. Daar zal ik verderop  wat over schrijven. 

Ik ben dus op de fiets en iedereen zal het kunnen beamen: ik ben niet de enige fietser in Rotterdam zeker met dit zomerse weer is het aantal fietsers enorm. 

Bij bioscoop Kino staat een aantal fietsrekken, waaraan fietsen dubbel op slot gezet kunnen worden. Daarvan zijn er bij lange na niet voldoende. Veel fietsers zetten hun fiets dan maar op de standaard naast de fietsrekken; dus niet dubbel op slot. Irritant is allereerst dat de Gemeente Rotteram niet naar behoren een overvloed aan fietsrekken plaatst voor dit miljeuvriendelijke voertuig. 

Des duivels ben ik over het stallingsgedrag van ik noem het hier maar even de asociale fietsstaller. Deze fietser arrivereert bij een straat overvol geparkeerde fietsen. Vervolgens zoekt die persoon tussen die reeds geparkeerde fietsen een gaatje en schuift daar zijn fiets tussen. Het gevolg daarvan is dat de twee fietsen die naast zijn  fiets staan slechts met grote moeite weggehaald kunnen worden. Hoe de groep aso-stallers er uitziet weet ik niet precies maar ik vermoed dat het tieners, twintigers, dertigers zijn, evenveel mannen als vrouwen, veel studenten ook.

Vaavond ben ik het slachtoffer. Dit merk ik na afloop van de film. Mijn fiets was omgeflikkerd door de eigenaar van een naast mij geparkeerde fiets. Ik moest behoorlijk moeilijk doen om die aso geparkeerde fiets van zijn plek te sjouwen voordat ik mijn eigen fietsje van het slot kon halen. 

Voordat ik op huis aan ging heb ik die aso-gestalde fiets een flink eind verderop gezet, niet zo gemakkelijk terug te vinden. Daar had ik dan wel weer even lol in. 


Die film die ik vanavond in Kino zag: 'Des preuves d'amour', (Bewijzen van liefde). 

De aanleiding voor mij om deze film te gaan zien was de globale overeenkomst met het filmgebeuren van hoe mijn zus en haar vriendin hun dochter ruim veertig jaar geleden inmiddels, met een zaaddonor hebben kunnen verwekken. 

Hoe veel moeilijker is het, althans in Frankrijk, om als gehuwde vrouwen samen een kind te mogen krijgen.

De film:

Céline verheugt zich op de komst van haar eerste kind. Alleen is ze zelf niet zwanger; haar vrouw Nadia zal over drie maanden bevallen van hun dochter. 

Maar om wettelijk als moeder erkend te worden, moet Céline haar kind adopteren en bewijzen dat zij een plek verdient in het leven van haar eigen dochter. Ze moet vijftien verklaringen verzamelen die bevestigen dat zij een goede moeder zal zijn. Onder toeziend oog van vrienden, familie en de wet zoekt ze naar haar plek als ouder. 

'Bewijzen van liefde' ('Des preuves d'amour') is een ontroerend, maar ook humorvol portret van lesbisch ouderschap en de moeilijkheden die daarmee gepaard gaan. De film, gebaseerd op de ervaringen van de regisseur, vertelt het verhaal door de ogen van de niet-zwangere partner, Celine, in de laatste fase van de zwangerschap. 


Een aanrader deze film.


 Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


 

maandag 27 juli 2026

EEN GELIJKSPELLETJE.

Vandaag heb ik me aangemeld voor de wandeling die Jolande heeft georganiseerd voor Klup (je weet wel, toch?). Eigenlijk is het een combinatie van een boottochtje en een wandeling. We beginnen te varen met de Waterbus over de Maas vanaf de halte Rivium in Capelle aan den IJssel naar het eindpunt van de Waterbus bij de Zwaan in het Centrum van Rotterdam. Daar vandaan gaan we weer terug lopen naar het Rivium. Dat duurt ongeveer anderhalf uur.

Jolande en ik zijn de enige Klup-leden. Zij maakt deze wandeling elke week twee keer. Op maandag, zoals vandaag en op donderdag.. Voor haar is dit haar noodzakelijke bewegingsuurtje.

Heel leuk: Jolande heeft tien jaar in Frankrijk gewoond: gewerkt, getrouwd, kinderen gekregen. Was ik maar eerder met Jolande gaan wandelen, dan had ze me misschien ook willen helpen mijn Frans op te frissen.  

Ik kon het op het moment dat we onder de Zwaan door voeren niet nalaten het ernstige tramongeluk van het weekend op te rakelen. Een tram was op de Zwaan met hoge snelheid op een stilstaande tram geknald. Een dode; veel ernstig gewonden. Ik kan me heel goed voorstellen dat de gedode tramreiziger helemaal achterin die stilstaande tram zat. Daar zit vrijwel altijd iemand. Met zijn rug tegen de achterruit van de tram. Die persoon moet het hardst getroffen zijn. Dood dus. 

Gedurende de wandeling van de Zwaan naar het Rivium. Hebben Jolande en ik, intens geprobeerd elkaar zo veel mogelijk van onze lichamelijke kwetsures en psychische gebreken te verklappen. Om elkaar een beetje te leren kennen vanzelf. Achteraf gezien hebben we allebei evenveel geleden. Ik meer lichamelijk. Jolande meer psychisch. Een mooi gelijkspelletje zou ik zeggen, mooi, voor zo’n eerste ontmoeting.

Onze terugwandeling voerde ook nog door de wijk de Esch. Inmiddels een van  beroemdste Nederlandse wijken, want daar geldt voor het eerst in dit land een uitgaansverbod tussen 11 uur 's avond en 5 uur 's ochtends. (Dit geldt niet voor wijkbewoners en hun bezoek.) De wijk werd geterroriseerd door nachtelijk 'herrietoerisme'. Ik heb begrepen dat het uitgaansverbod de eerste nacht al gewerkt heeft. Men had daar lekker geslapen.

Donderdag staat er weer een Rivium - Zwaan v.v. op het programma. Misschien ga ik weer. Neem ik wel een nieuwe lijst ‘ziekjes en ongelukjes’mee..


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 26 juli 2026

HET MEISJE VAN DE ZONNEBANK.

Mij wordt regelmatig gevraagd of ik moeite heb met mannen. 'We zien je alleen maar met vrouwen.' 

Ik ben een moederskindje. Mijn moeder is tot mijn twintigste mijn grootste vriendin geweest. Toen leerde ik Winny kennen, de liefde van mijn leven. Fundamenteel zal dat de reden zijn dat ik me in eerste instantie wend tot vrouwen als ik iets nodig heb..

Dat wil niet zeggen dat ik geen mannen in mijn leven toelaat. Mijn onvergetelijke jeugdvrienden, Cees, René en Jan, zijn alle drie overleden. Met Cees en Rene trapte ik een balletje en met Jan trapte ik veel lol, ging ik naar theater en spijbelde ik (mijn moeder was woedend op .... Jan). De vrienden die ik nu nog heb zijn Ruud, Luis en Derck. We drinken zo af en toe eens wat, gaan naar de bios, een museum of we gaan fietsen, wandelen.

Aan mijn activiteiten: zwemmen, zingen,wandelen en lezen, doen altijd meer vrouwen mee dan mannen: van de tien deelnemers zijn er acht vrouw.  

Op de gym is de man/vrouw - verhouding 50/50.  Daar heb ik  evenveel ‘passanten’-contact met mannen als met vrouwen.

Ik zoek het niet echt op. In de flat waar ik woon, heb ik meer contact met de vrouwen, met de een vluchtiger dan met de ander. Niet omdat ik contact met vrouwen leuker vind maar  omdat er hier nu eenmaal veel meer vrouwen wonen. Veel mannen zijn al op minder hoge leeftijd overleden.

Nu wil ik op de sportschool voor een paar maanden een sportcoach inhuren. De twee coaches, mannen, die ik in de sportschool vaak bezig zie (en hoor!), geven hun instructies zo oorverdovend hard, dat alle sporters in de zaal ervan in de war raken. Zo wil ik het dus niet.

‘Dan moet je Tess nemen’, zeggen de sportleiders van de gym. Tess zegt je op een zachtaardige toon,  maar streng, welke oefeningen ze voor je heeft. Ze zal zich nooit overschreeuwen. Ga ik dus toch weer bij een vrouw uitkomen.

Kort voor ik op vakantie ging ben ik een paar keer, voor minder witte benen, naar de zonnestudio geweest. Daar ben ik tof begeleid door een leuke jonge dame: Chelsea, heet ze. Mijn zonnebankmeisje noemde ik haar in mezelf. Na mijn vakantie appt ze me onverwachts. Ze vindt het leuk om contact te houden. Woensdag drinken we een theetje bij La Place.

Ik zoek vrouwen echt niet op, ik vind ze!


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 25 juli 2026

SNEEUWPOP IN DE ZOMER.

 Mijn oudste zus, Lidy, is vandaag jarig. Ze wordt 74. Al een eeuwigheid is ze getrouwd met Joop, mijn zwager dus, die er verantwoordelijk voor is, dat Lidy ook al een eeuwigheid in Schiedam woont.

Joop en Lidy hebben twee dochters. Kiona en Rianka. Leuke meiden, veertigers alweer, de moeders van Lidy's kleinkinderen. Ik zelf ben alweer zo oud geworden dat ik al die prachtige moderne voornamen van haar kleinkinderen  vergeten ben. Ik hoop dat m'n zus me dat niet kwalijk neemt.

Ik dacht vanmorgen nog: 'Kom ik ga eens bij haar op verjaardagsvisite, dat heb ik al jaren niet gedaan'. Maar ik hoorde bijtijds van mijn één na oudste zus, Manda, dat Lidy haar verjaardag in Maastricht viert.

Hel erg veel contact heb ik met mijn jarige zus nooit gehad. Niet omdat we elkaar niet aardig vonden maar zo achteraf denk ik dat dat gewoon kwam omdat zij nu eenmaal een meisje was en ik niet. Zij trok in ons gezin veel op met zus Manda en ik met niemand  eigenlijk, nou ja ... eerlijk gezegd, was mijn moeder mijn beste vriendin. Daar had ik wel genoeg aan.

Ons gezin was heel arm. Iedereen moest bijna alles wat ie verdiende in de huishoudpot stoppen en dan was het nog bij lange na niet genoeg. Lidy was heel strict: zij wilde zo weinig mogelijk bijdragen, het liefst niks. Ze vond mooie kleren en schoenen voor d'r zelf veel belangrijker. Toen vond ik haar erg egoïstisch; nu iet meer. Nu kan ik haar wel begrijpen.

Onvergetelijk is de vakantie die ik samen met mijn toenmalige echtgenote Winny en Lidy en Joop heb gemaakt naar Noorwegen. Met de Volkswagen bestelbus van de stomerij van Joop zijn vader  reden we op supersmalle bergweggetjes, met tegenliggers, langs afgrijselijke diepe afgronden. Doodsansten stond ik uit. Joop durfde godzijdank wèl te rijden. 

Het was midden in de zomer, we bouwden een sneeuwpop en we voerden sneeuwbal-gevechten. 's Nachts moest in de bungalowtent het butagaskacheltje aan. Echt waar!

Nog vers in mijn geheugen ligt het geweldige idee van Lidy , Joop en de zussen om mij voor mijn 75e verjaardag te trakteren op de 'Doe Maar-musical'. Van haar heb ik nog geen wensen gehoord. Ze is ook nog maar pas 74. Volgend jaar mag ze iets groots wensen. 

Ik ga haar nu feliciteren op de 'broers en zussen app'. 


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 24 juli 2026

IK HIELD MIJN HART VAST.

Tijdens het sporten stokte mijn adem al meer dan eens, mijn hartslag vloog ook omhoog. Ik hield mijn hart vast.

Vandaag zit ik bij cardioloog de Warme in het Jodocus-Gasthuis. Twee uur houden ze me daar bezig. Tussen kwart over acht en kwart over tien wordt mijn bloed geprikt en gaat het voor analyse naar het laboratorium. Tijdens die analyse heb ik een uur niks te doen. 

'Neem een boek mee,' raadt de cardio me aan. Goeie tip, ik was al een eind op dreef in het boek 'De Minnaar' van Margareth Duras. Zo vliegt de tijd voorbij. 

Een chagrijnig-ogende verpleegster neemt me mee naar een behandelkamer. Zij is zo'n 'u mag-typetje': 'u mag uw bovenlichaam ontbloten; u mag uw schoenen uitdoen; u mag uw rugzak daar ophangen.' 

'Goh wat een liberaal ziekenhuis, is dit zeg, ik mag hier bijn alles,' zeg ik een beetje plagerig. 'Zeker', zegt ze nors,'ga op die behandeltafel daar zitten!'

Ze plakt tientallen ronde plakkertjes op mijn bovenlijf en mijn benen. Al die plakkertjes zijn verbonden met het ECG-apparaat. Dat meet razendsnel of mijn hart te traag, te snel of onregelmatig klopt.

De verpleegster bromt dat ze alleen nog even mijn bloeddruk opmeet. Ze noemt twee getallen onder de honderd, die mij helemaal niks zeggen. 'Huh?' 

'Wilt u weten of uw bloeddruk goed is? Ja! Uw bloeddruk is goed! Dokter de Warme komt zo'. 

Dan gaat ze weg.

De cardioloog is een uiterst vriendelijke dertiger. Hij begint met een stethoscoop mijn longen te onderzoeken: 'Stroopt u uw shirtje een beetje omhoog, ja, vanachteren ook graag'. 

Dan mag ik gelijk met hem mee lopen naar zijn spreekkamer. Daar  probeert hj er achter te komen hoe erg het met mij is gesteld, qua hart dus. De soep blijkt echter niet zo heet gegeten te worden als hij opgediend wordt. 

'Alle controles zijn okee,' zegt de cardioloog. 'Ik ga u over drie maanden bellen, om te horen hoe het u vergaan is. Als het in die drie maanden niet  helemaal goed gegaan is maken we een nieuwe afspraak en doen we wat meer onderzoek'. 

'Mocht het onverhoopt éérder niet goed met u gaan, dan mag u contact met mij opnemen'.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 23 juli 2026

KILO'S.

Zo langzamerhand begint het hele Circus Jeejeepee weer op volle toeren te draaien. Ik moet toegeven, dat ik de eerste dagen na de vakantie niet in mijn gewone doen was. Wat ik al schreef, ik ontweek mijn buurtjes, zowel de leuke als de ellendelingen maar … op de sportschool ben ik altijd wel in voor een praatje, dan zoek ik het meestal zelf op maar nu .... als ik iemand mijn kant op zie komen, doe ik mijn ogen dicht, net alsof ik meditatief aan het  leg-pressen ben.

Vandaag komt Carry, dat lieve kleine ding op me af huppelen, die móét me ff bijpraten over haar gym- en  afvaltraject. Ze is alwéér een paar kilo’s kwijt.

Ik zeg haar zonder dralen, dat ze niet over d’r grens moet gaan, want met d'r  billen, benen en borsten moet ze nou echt uitkijken, hoor! Daar kan geen grammetje meer van af. Dat kan ik gerust tegen haar zeggen; kan ze goed van  me hebben.

'Nee Jee', want zo mag zij me noemen, 'ik houd m'n rondingen echt wel in de gaten. Daar bent ik zelf veelste trots op, dat weet je toch, man?’

Ik heb in m’n vakantie een foto geappt waarop ik sta te swingen op de beroemde Brug van Avignon. Toen ik later nog eens goed naar die foto keek, schrok ik me rot van mijn dikke pens. Die foto appte ik ook naar Carry. 

Carry zelf  is naar mij toe óók niet op haar mondje gevallen.  Ze zei: ‘Jee, je hebt je veelsteveel vol zitten vreten aan die smakelijke  ontbijtjes daar. Jij woog toch altijd 75? Hoeveel bejje nou?

 ‘Geen idee. Wil het niet weten ook. Komt door mijn weegangst. Die weegschaal van mij staat trouwens bij mijn buurvrouw. Terugvragen? Nee ze mag hem houden’. 

 ‘Kom mee!’ zegt Carry en dat kleine wijfie sleurt me mee naar de sportschool-weegschaal.

'Hup! Schoenen en sokken uit' beveelt ze me ... en hop staan op dat ding … :80,4 kilo!! Zo Jee.. 75 was jij toch altijd, hè? Nou dan weet je wel wat je de komende tijd te doen staat, mannetje en ze loopt een beetje triomfantelijk  naar haar geliefde toestel in de sportschool, de loopband.

 ‘Niet te heftig hè, Carry. Ik zie je liever niet als magere spriet.’

Ze doet net alsof ze me niet hoort.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com




woensdag 22 juli 2026

MIJN LIJSTJE.

Op mijn 'nog te doen'- lijstje staan nu vijf acties in de wacht. De volgorde maakt niet uit.. Ze zijn alle vijf even (on)belangrijk. Allereerst ga ik naar de bieb om een boek te lenen dat geschreven is door Marguerite Duras: L'amant, oftewel: de minnaar. Een roman van een Franse intellectueel en feministische schrijfster,  in het Nederlands vertaald door Kiki Coumans. Toen ik in Avignon was zag ik een toneelstuk in de vorm van een interview tussen Marguerite Duras en een in haar tijd roemruchte journalist van het progressieve tijdschrift Le Monde. De passages in dat gesprek die handelden over de tumultueuze (liefdes)affaire tussen een Frans pubermeisje en haar Chinese minnaar, raakten mij zeer. Ik besloot die roman direct na de vakantie te gaan lezen. Ik trof het: 'de Minnaar' lag in de bieb op me te wachten. Nu kan ik gelijk door naar de nummers- twee en drie op mijn lijst, die ik beide op markt hoop aan te treffen. 

Om zonneschade te voorkomen draag ik een petje, soms een hoed. Een enkele keer prefereer ik een bandage, vind ik vooral leuk als ik uit ga. Ik ben nu eenmaal wat ijdeltuiterig. Die bandage is nummer drie op mijn lijstje. Het is nog vroeg in de middag. Niet zo druk op de markt. Ik zie al volop fruit liggen. Fruit, de nummer twee op mijn lijstje. Ik pak  dat grote stuk watermeloen met dat diep rode vruchtvlees. Het past nog maar net in mijn fietstas.

Ik ga het nu niet kopen maar, o, wat zien ze er lekker uit die stukken zalm ... het water loopt me .... Thuis in de vriezer heb ik nog genoeg liggen. Sinds mijn medici hebben ontdekt dat ik een te hoog cholesterol heb, ben ik een grootgebruiker van deze vurrukkulukke vis: die  zalm, de cholesterolverlager  bij uitstek.

Vlak voor de bieb, die nu gerenoveerd wordt, staat een kraampje met hoofddoekjes in alle mogelijk kleuren met fijne dessins. Vijf euro vraagt de verkoopster slechts voor een zwarte hoofddoek met tientallen witte balletjes er op. Geen kant en klare bandage dus. 

Vanavond eet ik toch bij sister M, dan vraag ik gelijk aan haar om van dit hoofddoekje een bandage te maken. O, jee!  Nu loop ik eigenlijk al op het lijstje vooruit wat dit etentje is nummer vijf op mijn lijst.

Eerst nog even vlug nummer 4, dat is de Kunsthal. Daar moest en zou ik de Flower-expostie nog weer eens een keer zien, om een klein beetje van  op te fleuren. Heb ik nu echt nodig. Ik ben na de vakantie toch een beetje opgebrand. 

Tot mijn grote verrassing is er in de Kunsthal nog een expositie bijgekomen van  Benedikte Bjerre. Zij had circa honderd pinguïns (ballonnen) in een ruimte neer gezet. Met die pinguïns kon gespeeld worden. Gegooid, geschopt (zachtjes). Ze komen altijd weer op hun pootjes terecht. Kinderen vermaken zich prima met die pinguïns.

Sister M. trakteerde op een zeer smakelijke Griekse salade met een portie zelf gesneden frietjes.  Dat kan ze wel. Vindt ze ook  leuk om te doen.

Dat hoofddoekje toverde ze in een handomdraai  tot een bandage. Staat echt leuk!  

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


 

 


dinsdag 21 juli 2026

UIT ELKAAR.

 

Mijn vakantie zit er al weer een paar dagen op. Maar in werkelijkheid was ik nog niet thuis geland. Ik pak  wel van alles aan maar allemaal in mijn alleentje. Voor mijn buren houd ik me nog angstvallig schuil, want als ze me zien, willen ze weten hoe het ginds was en ik kan alleen nog maar Frans praten. Als me door mijn buren wat gevraagd wordt, knik ik, lach ik of ik zeg  pardon of excuus en  loop op een  drafje  door.

 In de sportschool roep ik tegen al mijn sportvrienden ‘bonjour’ in plaats van ‘goedemorgen’ ze kijken er wel een beetje van op maar ze zijn er wel aan gewend dat ik raar doe. Alleen Pieter vraagt of het goed gaat.’’Un peu,’ antwoord ik, en ik ga een poosje zitten leg-pressen. Voor de rest van de tijd op de sportschool slaag ik er geheel in mezelf te zijn.

Op weg naar huis, zie ik dat Elisabeth komt aanfietsen. Ik doe net of ik haar niet  zie. We zijn al van ver voor de vakantie gebrouilleerd. Zij ziet mij wel en groet me vrolijk :’ Hallooo’.

Ik beantwoord haar begroeting: ‘Hallo Elisa…’ O, dat wilde ik juist  helemaal niet zeggen, die naam van haar achter mijn ‘Hallo’. Alleen ‘Hallo’ is genoeg, zolang we gebrouilleerd zijn, vind ik.

Buurvrouw Jans staat in trance haar balkon schoon te moppen.. Zij is duidelijk blij verrast als ze mij opeens op mijn balkon ziet  verschijnen met mijn bloemengietertje.‘Of ik het leuk had gehad, of het erg warm was, hoelang ik al thuis ben, dat ik er goed uit zie’. De woorden ‘bien’’, très’,’oui’ liggen op het puntje van mijn tong maar daar kan ik bij Jans niet mee aankomen. Maar ik zet door en het lukt me zowaar toch in het Nederlands: ‘Ik had het leuk gehad Jans, het was elke dag , minstens 35 graden, nog een wonder dat ik er goed uitzie, hè Jans?’

Zij wist voldoende. Met mj is alles prima. Maar Jans had groot nieuws te vertellen. Groot, schokkend nieuws. Haar kleinzoon, die 6 weken geleden in het huwelijk trad met een mooie Bosnische vrouw, heeft na drie huwelijksweken besloten van zijn vrouw te scheiden. In die eerste drie weken kwam haar ware aard naar  boven. Ze weigerde niet alleen maar was ook niet in staat om een bijdrage te leveren aan het schoon houden van de flat en het bereiden van de dagelijkse avondmaaltijd. 

Jans kleinzoon was daardoor volledig verbluft. Daar was geen woord Frans bij.



maandag 20 juli 2026

KOORTSLIP.

Aan mijn vakantie  heb ik een souvenirtje overgehouden. Een koortslip. De allereerste van mijn leven. Op mijn onderlip. Hoe kom ik er aan? Hoe kom ik er van af, kan ik beter vragen! 

Komt het van die paar keer dat ik Isa, een vakantievriendin,  op de mond gezoend heb of zij op de mijne? Van een ‘vuil’ glas misschien in een van de vele café’s? Of was het gewoon een zwak plekje daar en had ik door al dat theater geen weerstand tegen deze bacteriële aanval van binnen uit. Het is de eerste, scheef ik al. Dus ik weet niet wat ik daar mee aan moet.  Naar de apotheek? Naar de dokter? 

Voor de sinaasappelen en de citroenen ben ik toch al in de buurt van de apotheek. Ik loop daar maar gelijk naar binnen. Wonder boven wonder ben ik meteen aan de buurt. Heeft waarschijnlijk met de schoolvakanties te maken want normaal sta ik toch zeker een minuut of tien op mijn beurt te wachten. Ik wijs de apothekersassistente  op het korstje op mijn lip en vraag haar of ik daarmee naar  mijn huisarts moet. Ze knijpt haar ogen en beetje dicht als ze het plekje bekijkt en zegt dat dit het eindstadium is van de koortslip. 

‘Heeft u pijnlijke blaasjes op uw lip gehad?, vraagt ze.

’ Nee,’ zeg ik,’ik heb geen blaasjes en ook  geen pijn gehad. Ik keek zo maar eens in de badkamerspiegel en zag opeens dit bruine korstje.’’

‘Een koortslip begint  altijd met één of meer blaasjes, die drogen dan uit  en vormen een korstje. Tegen die blaasjes, zou ik wel een zalfje hebben maar voor  dit korstje op uw lip heb ik niks. Als het goed is, verdwijnt het vanzelf. Over een paar dagen bent u er van af.’.

Ik kijk de apothekersassistente lichtelijk bezorgd aan en vraag haar wat me te doen staat als die koortslip er over een paar dagen nog steeds zit.

‘Dan moet u zich met spoed bij uw huisarts melden, ’antwoordt ze resoluut, ‘maar ik verwacht niet dat het zo’n vaart zal lopen’. Lachend voegt ze daar nog aan toe: ’De komende dagen zeker niet zoenen, hoor!’

Het ligt misschien aan mij maar ik heb het gevoel dat ik niet helemaal  au sérieus genomen ben door die apothekersassistente.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com