Pageviews van de afgelopen week

dinsdag 22 september 2026

TERING-DRUK.

Heel ongebruikelijk zit ik om 8 uur 's morgens al aan de laptop. Ik was zo bijdehand om te bedenken dat dat vandaag het enige tijdstip zou zijn om wat te schrijven. Want ik heb het rete druk. 

"Ja, u heeft groot gelijk waarde lezer, ik moet eens ophouden met dat 'rete', dat gaat u de keel uhtvangen en wordt op den duur enigszins muffig: ik vervang 'rete druk' voor 'tering druk'." Ligt nog niet zo lekker in de mond, geef ik toe, maar het laat zich al prima schrijven. Kanker-druk vind ik eerlijk gezegd beter lopen maar daar doe ik weer zoveel mensen onnodig pijn mee… alhoewel: is tering niet een ander woord voor kanker? 

Nou ja, de hierboven neergepende woorden zijn typerend voor de vroege ochtend. Als ik 's avonds schrijf dan zal je nooit zulke tering-zooi tegenkomen. 

Druk, heb ik het vandaag. Tering-druk! Geen tempo om te sporten. Ik dacht zo: in plaats van te sporten gaat ik alvast aan het stukje van de dag werken. Het kan nooit wat worden zo vroeg. Maar beter wat dan niks, toch? En dan… ik schreef er gisteren al over, heb ik die cursus bij Alain: 'Franse chansons zingen', straks om 10 uur al. Dan heb ik Ruud vanaf twee uur en verder die hele middag. 

Ruud is die autistische man, wiens maatje ik ben. Dit is nu echt een voorbeeld van wat mijn moeder zaliger noemde: 'wat' en 'halfwat': Ruud dus een autist en ik een bipolairt. Het moet niet gekker worden. Elke dinsdag maken we er 'wat' van, van uitwaaien op het strand tot bezoek aan de Kunsthal. 

Dan hebt ik vanavond ook nog, van 18.30 uur tot 21.00 uur mijn eerste Franse les. Bij de Alliance Française. Duurt tot de Kerst, elke dinsdagavond. Als ik dan vanavond rond 10 uur thuis ben ga ik lekker Lubach kijken. Ik heb dan dit verhaaltje al bijna klaar. Alleen nog even de finishing touch. 

Dan stuur ik hem naar Christian voor feedback en vervolgens pleurt ik hem 'het net' op. Ken die over de hele wereld gelezen worden. Excusez-moi voor dat 'plat-Rotterdams' zo af en toe, dat schiet er zo af en toe opeens uit, ken ik echt niks aan doen. Een soort Gilles de la Tourette, zeg maar. 

Kut!! 

Maar dan op papier.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 21 september 2026

BLEU, BLANC, BLOND.

Deze ochtend van 10.00 tot 12.00 uur doe ik de cursus ‘Franse chansons zingen’ onder leiding van de (bijna) blinde en de nog net niet geheel dove fotograaf Alain, van origine een Fransman, al meer dan zestig jaar woonachtig in Nederland.. Hij zet een uitstekende cursus neer met positieve chansons (Jacques Brel is hem, helaas, wat te zwartgallig). Via Alains laptop komt het chanson tot ons. Op A4-tjes levert hij ons tekst, vertaling en uitleg van de liedjes. 

Als ik zeg ons, dan is dat natuurlijk de cursusgroep. Die groep bestaat uit vijftien personen, allen boven de zeventig, waarvan één man: 'ik', zei de gek. 

Vandaag doen we de leuke, lieve meezinger 'Bleu, blanc, blond' van Marcel Amont. Vrij vertaald ziet dat er zo uit: 

'Blauw, wit, blond'. 

Als ik die titel hoor, komen gelijk herinneringen naar boven. Toen ik als dertienjarige puber op de HBS zat, hadden 'we' een leraar die niet opgewassen was tegen onze wanorde en bovendien vreselijk uit zijn bek stonk (het leek een mix van pure stront en de stank van een overvolle asbak met oude sigarenpeuken). Ik overdrijf dit niet. We doken, wanneer hij langs onze banken liep om in onze schriften te kijken, zo onopvallend mogelijk en zo ver mogelijk weg van zijn misselijkmakende uitstoot met een onverwacht groot bereik. 

Ik had te doen met die leraar Frans, meneer de Bie, een Belg — ja, ook dat nog. Als ik toen in bed lag... voelde ik me verdrietig om wat De Bie overkwam... maar wat kon ik uitrichten? Ik was zelf toen nog maar zo'n schuchter mannetje. 

Ik vond De Bie een goeie man. Hij bracht toch maar mooi, elke dag, helemaal vanuit België, zijn pick-up en al die Franse singletjes mee voor ons. Hij vroeg ons zelfs of we verzoeknummers hadden. Zo belandde zelfs 'Michelle' van The Beatles op het pick-upje van meneer de Bie. Volslagen idioot natuurlijk: voor dat ‘petit, petit, petit' peutje Franse tekst: "...sont des mots qui vont très bien ensemble, Michelle ma belle." 

Hij gaf ons A4-tjes met de teksten van chansons van onder anderen Adamo, Johnny Hallyday, Françoise Hardy, Claude François, Jacques Brel én van dat heerlijke chanson dat Alain deze morgen met ons gaat doen van Marcel Amont: 'Bleu, blanc, blond'. 

De man draaide elke les een paar nummers voor ons. Bijna iedereen keette er gewoon doorheen. 

De Bie heeft het slechts één jaar volgehouden op het Montfortcollege, onze scholengemeenschap op Rotterdam-Zuid. Het zou me niks verbazen als hij sui... iets anders is gaan doen.


* Beluister op YouTube of Spotify: Marcel Amont: Blue, blanc, blond.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



zondag 20 september 2026

.MBOEOEOEOEOEOEHOE!!


Ik heb het vieze vermoeden dat Linda (56), met wie ik vanavond voor het eerst date, in het Luxor Theater bij de stand-up comedy night, er uiteindelijk niet zoveel lol in had als ik. 

Tim, de man die de optredens aan elkaar praat, checkt wat voor vlees hij vanavond in de kuip (Luxor) heeft. Eerst vraagt hij alle mannen om hun aanwezigheid kenbaar te maken. Het geluid van een kudde koeien weerklinkt in de zaal. Zo ongeveer: 

"MBoeoeoeoehoe." 

Dan de vrouwen, die het op vrolijk-lichtvoetige sirenewijze doen. Zó ongeveer: 

"Haieiejieieieoooh." 

Ongeveer dan, hè. Man/vrouw – fifty/fifty. Geen surprise. Wat verwacht je anders bij een comedy night: het is geen Yentl & De Boer. Dan zit Luxor met 80% feministische vrouwen. Ja toch? 

"Waar komen jullie toch vandaan?" vraagt Tim ons af. Uit REO natuurlijk: Rotterdam En Omstreken. Vanzelf. Ik woon in Prinsenland, ik ben hier vanavond de enige uit Prinsenland, de wijk waar je nog niet dood gevonden wilt worden. En als ze je vinden, laten ze je gewoon liggen. 

Zuid geldt niet als een 'Rotterdam-proof' gebied. Zuiver bezien is Zuid ‘Klein Brabant’. Allemaal boeren daar. Ze komen alleen hiernaartoe voor André van Duin of Tineke (kots, kots) Schouten. Vanavond dus zeker niet. 

Van de Kop van Zuid zit er voor deze comedy night een halve zool en een paardenkop in de zaal. Het merendeel van de bewoners van die Kop van Zuid is ‘intelligentia’ en heeft giga schulden vanwege de woonlasten die net zo hoog zijn als die torenhoge gebouwen daar… zelfs het ticket met Rotterdampaskorting kan bruintje niet trekken. 

Tim is helemaal blij met Patries en Denies uit Crooswijk. "Kompt ik ook vandaan. Bent ik geboren," zegt Tim. De dames hebben geen heren bij zich. Tim vraagt: "Hoe dat zo?" "Dood," zegt het duo in koor. Lachen… ze breken die tent hier af. Ik kom ook niet meer bij. 

Tim wilt dan weten hoe oud of jong de zaal is. De jongste mens in de zaal blijkt elf, ook een Tim. 

Dan de oudjes… "Wie is er ouder dan 50, 60, 65?" Hand opsteken. Heel veel. Ouder dan 70... veel minder. Ouder dan 75... één. Ik, 76 jaar. MC Tim met joviale juichstem: "Dan bent u vandaag de oudste hier. Hoe heet u?" 

"Jos." 

"Geef Jos een daverend applaus, mensen!" 

Ik sta op, laat me toejuichen als een overwinnaar, bal mijn vuist, kijk lachend de zaal in en roep naar de mensen die me toejuichten: 

"MBoeoeoeoeoeoeoeoe!!

Mijn avond kan niet meer stuk. 

Hoewèhel… de show begint en Linda (56) is er niet meer. Weg. Zonder één woord te zeggen.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 19 september 2026

MET HET BORD OP SCHOOT.

De laatste tijd heb ik niet zo veel lol meer in Studio Voetbal. Nota bene bij de samenvatting van de topper Ajax - PSV crashte mijn bord met de vurrukkelukke chili con carne op mijn wit/blauw geknoopte Marokkaanse tapijt. Dat kan ik nu ook wel wegflikkeren, want die grote rooie tomatenvlek krijg ik er nooit van ze leven meer uit. Ik was in slaap gevallen. Verveeld door dat irritante tikkie breed… tikkie breed… tikkie terug gepiel. 

Niet alleen vervéél ik me met dat bord op me schoot. Soms irriteer ik me er rot aan. Niet aan die voetballertjes, hoor. Die doen wat ze van de trainer moeten doen. Ik krijg steeds meer de pest aan commentatoren, analisten en presentatoren. Die intonatie van vrijwel alle presentatoren en nieuwslezers in omroepland — niet alleen die van het bord op schoot dus. Via hun eenheidsworst-presentatie infantiliseren ze de kijker. Hoe dan? Het valt niet mee dit op papier weer te geven. Let maar eens op hoe zinnen worden uitgesproken. Het lijkt alsof ze in de huid kruipen van een kleuterjuf. Het is te irritant voor woorden om aangesproken te worden als kleuter. 

De kerels die de voetbalsamenvattingen ‘op schoot’ van gebral voorzien, zijn beslist niet van de kleuterklas-achtige. Zij komen op een enkele uitzondering na van de langzame leerschool. Onbeschaamd zitten ze de hun toegemeten tijd helemaal vol te lullen met wat de kijker zelf ook allemaal kan waarnemen op zijn beeldscherm. Totaal overbodig zijn die mannen met hun oeverloos lawaai. Hun geblaat is niet alleen hard, maar ook ondermaats. Niet zelden zet ik het geluid uit. Regelmatig ruiken veldspelers ‘bloed’, zet de trainer door zijn gedrag ‘kwaad bloed’ of haalt de rechtsback van PSV het ‘bloed’ onder de nagels vandaan van de linksbuiten van Ajax, en is Ajax - PSV een bloedeloze vertoning. 

Dan die vrouw als wedstrijdanalist in 'bord op schoot'? Leoni Stentler, die analiste, mag daar meepraten omdat ze zelf ‘hoog’ gevrouwenvoetbald heeft. Vrouwenvoetbal is wezenlijk een andere sport. Hoe kan iemand van een totaal andere sport het mannenvoetbal analyseren? Dat is hetzelfde als Mister Ed, een paard uit een oude tv-serie, een analyse laten maken van de Formule 1-races op Zandvoort. Van het vrouwenvoetbal kunnen heel simpel enkele belangrijke verschillen worden genoemd met het mannenvoetbal: het tempo, de strakke passing, de schotkraft en de fysieke één op één (duel)kracht. Zowel het grote veld als de grote doelen vormen voor vrouwenvoetballers aanzienlijke verschillen. 

Met de analyse van het duo van Hooijdonk - Mr. Ed staat het bord steviger op schoot.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 17 september 2026

ZUURKOOL MET ELSTAR

Deze zomer droeg mijn nog jonge appelboom geen vruchten. Begin lente van 2025 kocht ik het Elstar boompje voor 9,95 euro bij de Lidl. Hij was lang, iets meer dan twee meter, en sprietig. Er zaten toen al vijf bloesempjes aan, die alleen nog bevrucht moesten worden. Hetgeen ook geschiedde. Één appel werd door een brutale halsbandparkiet gesnaaid; de andere vier smaakten zoals de lekkerste Elstars smaken.

In de lente van 2026 bloeide er één zielig bloemetje aan een dun spriettakje. Met het eerste zuchtje wind verdween het. 

De zomer liep op haar eind. De nog steeds sprietige Elstar krijgt kuren. Eind augustus al laat hij zijn nog redelijk talrijke hoeveelheid blaadjes verdrogen, kromtrekken en verdorren. Stuk voor stuk maken de bladeren de indruk te sterven van de dorst. In september laat hij successievelijk vrijwel al zijn blaadjes al vallen. Waar de oren van een Elstar zitten, als hij ze überhaupt heeft, weet ik niet, maar ik zeg luid en duidelijk dat de herfst pas over zes weken begint. Hij geeft geen sjoege; gaat onverstoorbaar door met loslaten. Dat zal ongetwijfeld helend voor hem zijn. 

Ik maak contact via AI met een tuinrobot. Die diagnosticeert een gemankeerde waterdoorvoer (verzopen). Zij adviseert, op afstand, de aarde van de Elstar te verversen, te mengen met hydrokorrels en het boompje tot de lente van 2027 overdekt op het balkon te zetten. 

Kijk hem daar nu staan. Ik moet nog zien of er ooit nog een appel uit dat boompje valt. Te ver van de boom mag die appel trouwens niet vallen, omdat hij dan te pletter valt op het balkon. 

Ik wip snel even naar de Jumbo. De Elstars zijn in de aanbieding. Twee kilo voor de prijs van één: 1,98 euro. Bij de appels pakt een jonge vrouw de Elstars één voor één op, laat de vrucht door beide handen rollen en legt die dan weer terug in de kist. Alsof ze de beste eruit zoekt. Ik vraag het gewoon. 

Met een guitige blik in haar ogen beaamt ze het: "Hij gaat in de zuurkool. Het moet de allerlekkerste zijn. Mijn zuurkool met appel is een delicatesse." 

"Kan best zijn. Nooit gegeten," zeg ik. "Ik eet zuurkool alleen als stamppot met spekjes en een stuk rookworst van de Hema. Fingerlicking good… maar eh… die ‘zuurkool met Elstar’ van jou lijkt me prima binnen te houden," lachte ik, "laat me maar es wat proeven." 


"Okee!" zegt ze. "Hoe pakken we dat aan dan?" 

"Nouhou," zeg ik, "breng me straks maar zo’n lekker kliekje van je. Hier kan je het kwijt," en ik overhandig haar mijn kaartje. "O, ik wil het best ook wel bij jou op komen halen, hoor." 

"Neen, dat hoeft niet. Geef me je telefoonnummer maar, dan bel ik je als ik in aantocht ben," zegt zij. "Hoe heet je eigenlijk?" 

"Jos." 

"Leuke naam!" 

"En jij?" 

"Miriam." 

"O."


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 16 september 2026

WIE SCHRIJFT DIE BLIJFT.

 Waarover te schrijven vandaag? Ik ga maar een beetje in het wilde weg zitten schrijven. Schrijfspieren een beetje losmaken, noem ik dat. 

Heerlijk vond ik de tijd dat papa op zee was. Hij werkte op een cruiseboot. Geen boos geschreeuw. Papa schreeuwde altijd als er thuis dingen gebeurden die hem niet zinden. Bijvoorbeeld als wij met z'n drietjes — ik en mijn zussen Lidy en Manda — tikkertje deden in de woonkamer en in de keuken. Dan ging papa, als het hem te lang duurde, tegen ons zitten schreeuwen. En hij had toch al zo’n zware stem. Als hij gewoon had gepraat, hadden we heus wel naar hem luisterd. Maar papa was niet zo goed in gewoon praten. Ach ja, niemand is perfect, toch? 

=======

Het bovenstaande noem ik een kladje, mijn warming-up. Ik schreef zomaar achter elkaar op wat er in mijn hoofd opkwam. 

Als je het niet wilt lezen, beste lezer, moet je het vooral niet doen. Geen probleem. Je bent doorgaans toch maar met een piepklein groepje. Mijn stukjes hebben gemideld zo’n dertig lezers… heel af en toe zijn het er maximaal een paar honderd. 

Wanneer ik vooral gelezen word? Als ik schrijf over mijn pijn, mijn kwaaltjes en blessures, mijn angsten, mijn lafheid, mijn geilheid, mijn vergeetachtigheid en mijn lichtelijk dementeren, mijn verliefdheid én mijn bipolariteit. Ik noem maar wat. Ik heb sinds 2000 ruim 2000 stukjes geschreven. Nog nooit heeft een lezer op één van mijn verhaaltjes gereageerd. Niet hoe leuk het stukje was of ontroerend, grappig, slecht, beledigend, brutaal of dom. 

Ik zal hier eerlijk over zijn. Het interesseert me ook geen ene reet wat de lezer van mijn schrijfsels vindt. Die stukjes zijn natuurlijk om gelezen te worden. Maar ze zijn puur voor mezelf geschreven. 

Vanaf 2000 schrijf ik. Voordien heb ik nooit een bezigheid gehad met zo’n hoog ‘mindfulness’-gehalte. Ja, heel soms een spannende voetbalwedstrijd. 

Drie à vier uur per dag ben ik met zo'n verhaaltje bezig. Drie à vier uren gefocust op het schrijven, vanaf halverwege de avond tot aan de finishing touch in de kleine uurtjes. Als ik daarna mijn hoofd op het kussen te rusten leg, ben ik binnen twee minuten in Morpheus' armen. 

Lees mijn stukjes zoals ik ze schrijf: puur voor jezelf. Doe het mindful. Ik blijf schrijven. 

Wie schrijft, die blijft.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 15 september 2026

IK BEN GÉÉN SCHREEUWER!

 Alex en ik hebben vanmorgen een oriënterend gesprek. Als we een match hebben, kan hij zomaar mijn eerste personal trainer worden. Nadat ik hem mijn lijst met lichamelijke en geestelijke ongemakken heb overhandigd, zie ik hem lezen en geleidelijk wit wegtrekken. Het is inderdaad een niet onaanzienlijk lijstje om als personal trainer mee te moeten werken: nieuwe schouder, dode pees, bijna immobiele lamme arm, liesbreuk, klapvoet. 

Onze oriëntatie is zo halverwege, als schuin achter Alex de deur van de yogazaal geopend wordt door een yoga-dame: klein van stuk, geheel gekleed in yoga-zwart, de haren yoga-grijs. Ze werpt een blik op het hoekje waar Alex en ik zitten te oriënteren.

"Zou u wat zachter willen praten?" Ze kijkt mij aan, maar het is natuurlijk Alex. Hij is duidelijk gepikeerd en zit met een pruillipje zijn woede te verbijten. Dat gaat hem niet goed af. 

Ik doe er, direct na het yoga-verzoek, nog een schepje bovenop:

"Ja, Alex, als jij mijn personal trainer wordt, wil ik dat je met mij niet zo hard praat zoals je gewoonlijk doet. Immers, Alex, waarom zouden al die andere sporters in de zaal je moeten horen. ’t Is toch gewoon één op één." 

Ik heb dat nog niet gezegd of hij werpt mijn ongemakkenbriefje terug naar mij, naar mijn kant van het tafeltje.

"O jee, nou is hij helemaal klaar met mij," denk ik.

Zijn mond had hij nauwelijks open of hij siste als een giftige slang:

"Zoiets heb ik in mijn lange carrière in de sport nog nooit meegemaakt… niet zo hard praten… ha!" 

"Tsja Alex, eens moet dan toch de eerste keer zijn."

Zijn gezicht staat op storm. Abrupt staat hij op, recht zijn schouders en zegt strijdbaar met zijn bekende stevige geluid:

"Ik bèn geen schreeuwer!!"

Even onverwachts als hij ging staan, gaat hij weer zitten. Lichtelijk onnozel zit hij me aan te kijken. 

"Je kán best wel anders, Alex," zeg ik. "Woensdags heb je die lieftallige oude dame. Haar instrueer, corrigeer en complimenteer je alsof je bij haar op theevisite bent, met dat aangename, mannelijke stemgeluid dat je ook in huis hebt. Het kan echt wel anders, Alex." Maar dat wil hij niet horen. 

Wat ik niet direct verwacht, gezien de loop van de oriëntatie, is dat hij toch met mij in zee wil gaan, hetgeen ik bijzonder waardeer. We beginnen echter niet voordat ik een brace heb ter voorkoming van struikelpartijen met m’n klapvoet. 

Zowel voor Alex als voor mij zullen het (in)spannende sessies worden, zowel geestelijk als lichamelijk. Dat is op voorhand een applausje waard.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 14 september 2026

MONDJE DICHT, HÈ?

Vanochtend zit ik bij de mondhygiënist. De afspraak is om 10.00 uur. Om 10.10 uur haalt ze me op. Normaal gesproken word ik boos als ‘ze’ me tien minuten voor lul laten zitten. Nu niet. Door haar. Een half jaar geleden had ik haar ook. Nel heet ze. Toen had ze nog geen bril op. Zonder bril is ze leuker. Zoals eigenlijk iedereen. Ze was daar toen net begonnen. Ik was één van haar eerste klantjes. Een leuke meid, Nel: knap, openhartig, blond opgestoken haar, slank, circa 1.82 meter. Al vrij snel bleek dat we allebei gek waren op stand-up comedy. Zij correspondeerde destijds met Marie Koet, een aanstormend comedy-talent dat toen ook al bij Arjan Lubach was geweest. Nou, dan had je het al een heel eind geschopt. 

"Toevallig ga ik donderdag en vrijdag met familie en vrienden naar comedy-nights in het Oude Luxor." Dat moest ik even aan Nel kwijt. Ik dacht eigenlijk: "Dat zal ze wel weten." Maar niet dus. Ik zei nog: "Het is niet uitverkocht..." 

"O, ik zal es kijken," zei ze. Meer niet. Toen moest ik gaan zitten. 

Halverwege de behandeling perste ik mijn lippen stijf op elkaar, zodat ze het instrumentje waarmee ze bezig was, niet uit mijn mond kon krijgen. Ondertussen kijk ik haar met pretoogjes aan. We moeten allebei lachen als ik mijn mond open doe. Beetje ondeugend en toch leuk. Voor de rest laat ik Nel gewoon haar dingetje doen. 

"Zullen we telefoonnummers uitwisselen, Nel? Misschien vind je het leuk om zo af en toe met deze opa te bellen. Deze opa praat nu met twee kleinzonen, een kleindochter erbij lijkt me super." 

Met een heel lief stemmetje zegt Nel dat het in dit soort medische omgevingen 'not done' is om een persoonlijke relatie aan te gaan met cliënten. "Maar... zo heel af en toe ben ik een klein beetje stout. In je dossier staat je nummer. Ik ga je bellen. Leuk. Spannend!" 

Ik val haast van haar stoel van verbazing. Gelukkig is ze net klaar met me.

"Dag meneer Mastwijk." 

Heb ik haar dan nog niet verteld dat ik Jos heet? Blijkbaar niet.

"Neehee Nel, geen ‘dag meneer Mastwijk’ maar ‘dag Jos’. Ik heet Jos." 

Ze kijkt me met een warme glimlach aan en zegt me heel nadrukkelijk gedag:

"Dag Jos! En eh… mondje dicht, hè!"


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 13 september 2026

EEN GAT IN DE LUCHT.

EEN GAT IN DE LUCHT 


Mijn broer John is vandaag jarig. Hij is zestig geworden. Gisteravond had hij familie, vrienden en (oud-)collega's uitgenodigd voor zijn feestje, in een héél gezellig queer café in Hilversum. 


Voor mij was dit het eerste alcoholloze feestje. Sinds 1 juli jl. ben ik geheelonthouder. Grappig, want van onthouden komt bij mij, gewoon vanzelf, tegenwoordig bijna niks meer terecht. Maar dit terzijde. Ik was er van 20.00 uur tot 24.00 uur en dronk acht Spa Roodjes en nou komt het: ik moest de hele avond niet één keer plassen. Pas in de auto, terug naar Rotterdam klapte ik zowat. Chauffeur Nel was niet te porren voor een plasstop. Een niet denkbeeldige, zeiknatte achterbank nam zij doodleuk voor lief. 


Mijn cadeau voor John was twee T-shirtjes. Met plat Rotterdamse praat d’r op: 'Ik sjouwt me de tering' en 'Ik schrikt me de pleuris'. John kraaide van plezier. 


John was weliswaar jarig maar ook ik werd ongewild een beetje het middelpunt. Familieleden hadden mijn column gelezen over m’n klapvoet. Zij wilden het naadje van de kous weten. Naast enige bezorgdheid, werd er de draak gestoken met mijn euvel. Grote hilariteit over flauwiteiten als mijn applaudisserende, soms ook exploderende voet. Zelf vond ik m’n eigen ‘klapkut’ wel lollig. Enkelen, vrouwen vooral, reageerden met: "Ohhhh." 


Ik had er geen trek in om de hele avond over m’n klapvoet te praten. Onttrok me aan m’n familie. Beetje rondbabbelen en zo nu en dan een dansje. Zonder dat ik het wist had ik korte tijd een echt aangenaam gesprekje, met een ex van John. Deze vrouw met wie hij ongeveer drie jaar terug, vrij kort, een latrelatie had, had hij nooit aan mij voorgesteld. Ik wist alleen dat hij met ‘Nanda’ was. Toen wij even lekker relaxed aan het swingen waren, vroeg ik haar hoe ze heette. "Nanda," zei ze. Pas toen ging er een lichtje branden. 


Kort voor we naar Rotterdam reden… héél spannend… vraag ik aan Nanda, ik vind haar leuk, ik wil haar beter leren kennen:

"Zullen we telefoonnummers uitwisselen, Nanda?"

Zonder dralen zegt zij:

"Ja."

Ik kon wel een gat in de lucht springen. 


Ik stond bijtijds met beide benen op de grond en in de buurt van mijn mobieltje, toen Nanda me vanmiddag belde.

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 12 september 2026

WIE KOMT ER NAAST ME TE ZITTEN?

Volgende week staan er twee comedy-avonden gepland in het Oude Luxor Theater. Op 18 en 19 september a.s. Er staat wel ‘nights’ in de programmering, maar het zijn gewoon twee avondvoorstellingen van 20.00 uur tot circa 22.30 uur. Luxor programmeert deze avonden in nauwe samenwerking met Comedy Club Haug. 

Ik kocht voor vrienden, familie en mezelf zes kaartjes voor de achttiende. Voor de negentiende kocht ik louter twee tickets: één voor mezelf en één voor... tja, dat wist ik bij de aankoop simpelweg nog niet. Nu wel. 

In eerste instantie had ik een ultra-jong vriendinnetje in gedachten. Ik heb eerder over haar geschreven. Mijn trouwe lezers weten inmiddels al waarom deze opa op 19 september niet op de duo-seat in het Oude Luxor naast zijn 25-jarige vriendinnetje Chelsea zal zitten. 

Een andere serieuze kandidaat was sportvriend Henk. Henk is een man die volop cultuur inhaleert en produceert, maar van podiumkunsten is hij minder gecharmeerd. Van stand-up comedy al helemaal niet; Toon Hermans is meer his cup of tea. Bovendien is hij behoorlijk hardhorend. Veel van de verbale stortvloed op het podium zou hem alleen maar overspoelen. 

Toen kwamen er nog twee vrouwen voor dat ene kaartje in aanmerking: Annemarie (78) en Linda (56). Beide dames ken ik van Klup. Mijn trouwe lezers weten wat Klup is — Google het desnoods als u het wilt weten. In Klup-verband gingen Annemarie en ik af en toe met nog meer kluppers naar de schouwburg. Voor dat ene ticket op de duo-seat viel Annemarie uiteindelijk af, omdat zij het plekje van mijn zoon Ralf kan innemen in de groep van zes. Hij heeft die avond een optreden met zijn band. Annemarie toonde zich heel verheugd met dit buitenkansje. 

Nu alleen nog dat lege plekje naast mij op de zaterdag. Daarvoor heb ik Linda op het oog. Een leuke, opgewekte dame met wie ik tweemaal eerder comedy zag via Klup in het Isala Theater. 

LInda stuurde me midden in de zomer een Klup-berichtje met de vraag hoe het met me was en of ik nog iets ging organiseren. Ze miste mijn activiteiten op de Klup-site. Ik zat op dat moment in Zuid-Frankrijk, in Avignon. Linda’s belangstelling waardeerde ik zeer. "We zien elkaar binnenkort wel weer," zei ze. En jawel: 19 september zit Linda in het Oude Luxor naast me. Ik geef haar dat ticket cadeau. Daar is ze blij mee. Ze komt. 

Linda is slimmer dan ik. Maakt niet uit. Neehee, maakt wél uit. Is juist leuk. Met mijn eveneens slimmere ex, Winny, heb ik na enkele jaren van aftasten destijds vele jaren een hartstikke toffe relatie gehad. 

Het duurt even, maar dan hebbie ook wat.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 11 september 2026

EEN PERIFERE KLAPVOET.

Mijn vriend Luis (60) and ik (76) hebben gezellig wat gedronken op een terrasje. Het is vier uur, einde van de middag. Time to go. Luis gaat eerst nog even plassen. Als ik opsta om te betalen, weigert mijn rechtervoet alle dienst. Hij blijft hangen en draait iets naar rechts. De punt van mijn schoen raakt bij mijn eerste stap de straattegel net iets eerder dan ik wil. Bijna verlies ik mijn evenwicht. Verder lopen durf ik niet. Ik ga op een terrasstoeltje zitten en masseer mijn voet en onderbeen, die 'deadish' aanvoelen. Met hoofdpijn en wat druk op mijn borst wacht ik tot Luis terugkomt van het toilet. Hij schrikt van wat er met me is. 

Vanaf dat moment is Luis tot aan mijn huis niet van mijn zijde geweken. Hij geeft me een arm om op te steunen en we gaan richting mijn woning. Halverwege ons terrasje en mijn huis zit mijn huisarts. Godzijdank kan ik daar nog terecht. 

De dokter onderzoekt me. Ze sluit met allerlei testjes een beroerte uit. Het euvel komt volgens haar door langdurig zitten met de bovenbenen over elkaar. Ze laat me op haar laptop een plaatje zien hoe onderbeen en voet dan te weinig doorbloed raken. Het resultaat is een perifere klapvoet. "Nooit meer zo lang met de bovenbenen over elkaar zitten," waarschuwt ze. "Gelijk naar de huisartsenpost komen als dit nog eens gebeurt." 

Luis blijft mijn trouwe 'hulphond'. Ik weet dat hij zelf de grootst mogelijke moeite heeft met lopen; zijn benen houden veel te veel vocht vast. Eigenlijk zou hij dit niet moeten doen. Maar ik houd mijn mond. Ik ben nu veel te blij met wat hij voor me doet. Hij is echt een schat! 

Als een bejaard echtpaar wandelen Luis en ik naar het appartementencomplex waar ik woon. Bij aankomst vraag ik Luis of hij nog even wil rusten, misschien wat drinken bij mij thuis. Dat vindt hij niet nodig.

"Thanks, Luis. Bel je nog, gast!"

We geven een box en gaan ieder ons weegs. 

Jammer van de Klimaatmars morgen in Amsterdam. Die ga ik echt niet doen. Als ik me morgen goed voel, ga ik wel naar mijn broer John in Hilversum. Hij viert zijn 60e verjaardag. Mijn schoonzus Nel geeft me een gooi richting de Gooise matras. 

Ik zal Nel op haar hart drukken om, met het oog op mijn toestand, klapvoets te rijden.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


donderdag 10 september 2026

NIET NAAR DE PIJPEN DANSEN.

Een goede danser ben ik nooit geweest. Mijn moeder stimuleerde mij, toen ik tiener was, om op dansles te gaan. Daar was thuis nauwelijks geld voor. Zij deed dit destijds af met de bezwerende woorden: 'Komt het niet uit de lengte, dan komt het wel uit de breedte'. Zij vond het simpelweg bij de opvoeding horen. Dansles. Ik niet. Ik houd niet van verplichte pasjes, bah! 

Toen ik een jaar of dertig was, ging ik op Afrikaanse dans. Dat leek me leuk, vrij en los. Maar het bleek al snel volop te draaien om vaste pasjes. Ik moet op die cursus, als onhandige struikelaar, de lachlust hebben opgewekt van de dansleraar en de vrolijke muzikanten. 

Als tiener in de zestiger jaren van de vorige eeuw was ik op feestjes en dansavonden op school juist heel gelukkig met mijn wilde, vrije dans. Op de klanken van Pink Floyd en The Soft Machine kon ik lekker 'uit mijn dak gaan'. Ook door rockgroepen als The Rolling Stones en The Animals liet ik me qua dans af en toe flink gek maken. Dat was ònze moderne dans: die wilde, vrije, losse bewegingen op (symfonische) rockmuziek. 

Moderne dans als podiumkunst kwam pas later, aan het eind van de vorige eeuw, echt tot ontwikkeling. In mijn woonplaats Rotterdam is Conny Janssen nu bijna 35 jaar hét boegbeeld van de moderne dans. Hier zie en volg ik het werk van haar en haar dansers graag. Kort geleden hield zij een open dag. Daar hoorde ik dat er een gigantisch Danshuis gaat komen in Rotterdam. Het grootste van Europa. Een plek voor alle mogelijke dansen, voor iedereen: profs en amateurs, van jong tot oud. Er komen veertien dansstudio’s, een gym, een open podium en op het dak een grote feestzaal met een prachtig uitzicht over de Maas. Allemaal ondergebracht in het voormalige HAL-pakhuis, de oude Provimi-fabriek van bijna 10.000 vierkante meter op Katendrecht, direct naast het migratiemuseum Fenix. Het is een prestigieus project van de Rotterdamse filantropische Stichting Droom en Daad. 

Vanmiddag was ik op die plek. Rotterdammers en mensen uit de danswereld waren uitgenodigd om het gedeeltelijk onttakelde fabriekspand te bekijken, de plannen te bespreken en een drankje te drinken. De unieke locatie konden we alvast inwijden met een dansje op de brede kade, tussen de Maas en het toekomstige Danshuis. Er wordt daar echt iets fabelachtigs gerealiseerd. In 2030 is het pas helemaal klaar. Het Danshuis; de plek waar ik gelukkig naar niemands pijpen hoef te dansen.

Google:    Danshuis Rotterdam   (boordevol info)

Kan ook:  Danshuis.nl


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 9 september 2026

HIER LOOP IK OP LEEG.

Een hinderlijk futiliteitje de laatste weken in mijn keuken. Het gaat om dat dingetje in de wasbak. Tenminste, heet dat wel een wasbak in de keuken? Nou ja, op de een of andere manier past dat dingetje niet goed meer in het afvoerputje. Het komt nogal eens voor dat ik de bak vol laat lopen met warm water, er wat afwasmiddel in spuit en een flink deel van de aangekoekte vaat onderdompel om te laten weken. 

Terwijl ik in de weer ben met het wassen van mijn glazen, kopjes, potten en pannen, zie ik dat binnen nog geen vijf minuten enkele grote stukken — een weckpot en twee kleurrijke koffiebekers — alweer gedeeltelijk boven de waterspiegel uitkomen. Ik moet flink de vaart erin zetten om deze klus te klaren voordat ik de bodem van de bak in zicht krijg. 

Dat dingetje in het afvoerputje past dus duidelijk niet meer. Als ik logisch nadenk, is het dingetje gewoon gekrompen. Te klein geworden voor het putje. 

Ik ben huurder van het appartement waarin ik deze afwas sta te doen. Met de verhuurder ben ik overeengekomen dat ik ook kleine gebreken aan mijn woning door hem kan laten verhelpen. Daar betaal ik ook immers maandelijks voor. Ook in de sociale huursector is niets voor niets. 

Ik meld mijn ongemak telefonisch aan een, zo te horen, leuke en gezellige jonge medewerkster van Woonstad, de woningbouwcorporatie die eigenaar is van mijn complex. De medewerkster moet vreselijk lachen om de manier waarop ik de keukenaccessoires benoem. Mijn afvoerputje is officieel een ‘afvoerplug’. Mijn wasbak heet een ‘spoelbak’. En mijn dingetje? Dat is een ‘gootsteenstop’. 

Voordat ze de melding kan invoeren, moet ze werkelijk alles van me weten. Mijn adres, da’s logisch, tot aan mijn exacte geboortedatum toe. Een tikkeltje overdreven vind ik dat. Ik hoefde nog net niet mijn maat schoen op te geven. 

Nadat de medewerkster hartelijk is uitgelachen om mijn vocabulaire, kan ik mijn lachen om haar ook nauwelijks inhouden. Ze deelt me doodleuk mede dat ze volgende week dinsdag de aannemer naar me toe stuurt. 

De aannemer. Voor een lekkend gootsteenstopje. 

Op zoiets kan ik nou helemaal leeglopen.

  Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


dinsdag 8 september 2026

GEKWETST WORDEN?

Help! Ik heb kaartjes over. Kaartjes voor twee verschillende stand-up comedy nights in het Oude Luxor Theater. Aan wie kan ik ze kwijt? Twee maanden geleden kocht ik acht kaarten voor twee avonden met flitsende humoristen. Zes kaarten voor een groepje op vrijdag 18 september, en twee kaarten voor een nog onbekend duo op zaterdag 19 september. Van dat duo was ik er uiteraard zelf één. 

Het 'kaartje-over' voor de achttiende september was oorspronkelijk van mijn zoon Ralf. Die kon helaas niet; hij had het te druk met zijn muziek. Voor die eerste avond had ik een clubje van zes samengesteld uit familie en vrienden. Het gezelschap wist wat het kon verwachten. Stand-up comedy staat wijd en zijd bekend als een theatervorm die wrevel wekt en kwetst. Als publiek moet je dat kunnen incasseren. 

Henk (80), ook wel bekend als de ‘zwemmende bas’, viel als kandidaat al snel af. Hij blijkt qua humor meer op de lijn van Toon Hermans te zitten. Als een bas-brommend ballonnetje zwemt hij in het babbelbad van het ene naar het andere startpunt. 

Barend (71) zag er met zijn 140 kilo ook vanaf. Hij vreesde het mikpunt van de avond te worden. Bovendien was hij bang dat hij met zijn achterwerk niet in de smalle Luxor-stoeltjes zou passen, waardoor het gevaar bestond dat de brandweer hem er na afloop uit zou moeten zagen. Hij bedankte vriendelijk. 

Linda, een slimme, leuke dame van in de vijftig, zou moeiteloos in de groep passen. Echter: ik heb haar veel liever op mijn duo-seat op zaterdagavond, om gezellig naast elkaar van de comedians te genieten. Vraag me niet waarom. 

Annemarie (78) is degene die uiteindelijk het kaartje van Ralf krijgt. Ze heeft duidelijk plezier in dit soort humor. We zijn al eens samen naar een presentatie van jonge comedians in Theater de Bakkerij in Rotterdam-Noord geweest. Voor de groep is ze niet bang, en van de artiesten kan ze incasseren. Ze is een lange dame, maar kleedt zich spannend als een jonge meid — en dat staat haar niet eens raar. Ze draagt haar ultra-korte hotpants 'on top' van haar mooie, lange, ranke benen. Benen die zó om commentaar vragen als de comedian ze in het oog krijgt. Annemarie wordt er warm noch koud van. 

Het is eng en het kwetst, maar stiekem is het ook wel weer fijn om daar dadelijk het mikpunt te moeten zijn. 

**De Line-up in het Oude Luxor:** 

* **Vrijdag 18 september:** We zien Tim Hartog, een rasechte Rotterdammer met een hoge grapdichtheid en scherpe zelfreflectie; Teun van den Elzen met zijn gortdroge, politiek-maatschappelijke satire; en Emily Higgson met het Engelstalige segment vol expressieve culturele observaties over Nederland.
* **Zaterdag 19 september:** Tim Hartog leidt de avond als Master of Ceremonies (MC). Naast Teun van den Elzen en Emily Higgson schuift deze avond ook Felix van den Berg aan, bekend om zijn gortdroge, absurdistische stijl en ijzersterke oneliners.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 7 september 2026

13 JULI: MIJN GEWISTE VERJAARDAG.

Terwijl ik dit opschrijf, borrelen er diepe gevoelens van verachting in mij omhoog. Verachting jegens Ratko Mladić, en jegens de vele duizenden Serviërs die vandaag in Belgrado massaal bijeenkwamen om de relieken van die schoft af te likken. Het was nog net geen officiële staatsbegrafenis, want dat mocht niet van Europa. Maar met de uitvaart van vandaag werd de Europese Unie mooi te kakken gezet; het was bijna een feest ter herinnering aan het Servische record ‘Bosnische mannen laten afslachten’ door Zijne Militaire Slachthings Hoogheid Mladić. 

Bij het restafval had hij gemoeten. Springlevend, en de fik erin. Dat had hij verdiend. Op zijn bevel werden destijds in juli 1995 duizenden Bosnische jongens en mannen vermoord door ze simpelweg voor een diepe kuil neer te zetten, ze dood te knallen en ze naar beneden te laten donderen. Het is een diep, extreem schokkende gebeurtenis die ik nooit, maar dan ook nooit zal vergeten. Want deze genocidale afslachting vond plaats op mijn verjaardag: 13 juli. Sindsdien is die datum besmet. 

En die Nederlander, de toenmalige bevelhebber Thom Karremans? De Opper-Blauwhelmsmurf heeft destijds geen poot uitgestoken om de enclave te beschermen. Hij leeft nog, weggestopt in Spanje. Zou hij ooit nog rustig hebben kunnen slapen? Ik hoop het oprecht niet. Hoe zou die Blauwhelmsmurf zich vandaag voelen, nu Mladić in Belgrado met militaire eer en saluutschoten naar zijn graf wordt gedragen? Nergens kan die smurf naartoe om die ongekende lafheid van zich af te schudden. Misschien verstopt hij zich wel sneaky in een grote GFT-bak, om zich daar op de grote hoop lekker een jaartje te laten composteren. 

Ach, zo erg als Mladić was Karremans nou ook weer niet. Het is ergens een fijne gedachte om te weten dat hij straks na zijn dood als compost nog van nut kan zijn voor de wereld. Hij heeft het straks niet meer in de hand, maar mocht het zover zijn: dan moet er één zakje van zijn compost naar Servië, en één naar Bosnië-Herzegovina. Misschien dat er op die bebloede aarde dan eindelijk eens iets fatsoenlijks wil opbloeien.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



zondag 6 september 2026

ELASTIEKJES EN HET BINNENSHUISE OERWOUD 

 Ooit was de zondag mijn vaste schoonmaakdag. Niet alleen mijn lijf en leden schrobde ik dan grondig, maar ook mijn tweekamerappartement. Dat doe ik al veel te lang niet meer. Dat betekent overigens niet dat het bij mij thuis een onleefbare bende is, dat nou ook weer niet, maar het is simpelweg minder netjes dan weleer. Vandaag herstel ik de traditie in ere. 

De zes keukenkastdeurtjes en de twee frontjes van de keukenladen zijn inmiddels onsmakelijk beduimeld. Telkens als mijn oog daarop valt, maak ik vlug dat ik wegkom om iets zinvols te gaan doen: een column schrijven, een boek lezen of een filmpje kijken. Sinds ik echter fanatiek aardbeien blender voor mijn smoothies, lijkt het keukenkastdeurtje vlak achter het apparaat wel aardbeirood ge-airbrusht. Gelukkig krijg ik, na al die maanden van verwaarlozing, alles vrij eenvoudig schoon. Ik gebruik Dash, omdat elk weldenkend mens dit middel de hemel in prijst. 

Ik weet vooraf al welke anarchie ik in de linkerkeukenlade zal aantreffen. Het is in die la een volledig losgeslagen boel. De batterijen — AAA, AA en die platte, ronde zilverkleurige — liggen kriskras door elkaar. Daarnaast tref ik honderden elastiekjes aan, in hoopjes naar grootte her en der verspreid. 

Elastiekjes; dat was mijn vaders wondergereedschap waarmee hij in eerste instantie alle kapotte spullen probeerde te repareren. Schoenen, gelijmde schoteltjes, zijn bril, ingewikkelde fietsreparaties. Mijn vader was een man van: 'niet geschoten is altijd mis'. Al gold voor hem ook: hoe ouder hij werd, hoe minder hij schoot. 

Dat met die elastiekjes heb ik overduidelijk van hem geërfd. Voor mijn vakantie bundelde ik met elastieken van verschillende grootte braaf mijn sokken, onderbroeken, T-shirts, overhemden, washandjes en theezakjes. Zo efficiënt gingen de spulletjes de koffer in. 

Nu ligt alles weer ordentelijk gesorteerd in die linkerlade: de batterijen en de elastiekjes, maar ook de punaises, een gasaansteker, lucifers, een zaklantaarn, rollen plakband, aluminiumfolie en de schaar. 

Tot slot van de schoonmaakdag ga ik de ramen zemen. Lekker makkelijk, met Glassex. Het resultaat is altijd direct goed, hoewel het zeker een half jaar geleden is dat ik deze klus heb geklaard. Aan de voorkant, de keukenkant, zeem ik zowel binnen als buiten. Aan de achterkant, de woonkamerkant, doe ik uitsluitend de buitenkant. Binnen kan ik simpelweg niet bij het raam komen. 

Ik heb daar namelijk een soort regenwoud voor mijn ruit staan. Zolang er nog probleemloos door mijn woonkamerraam gekeken kan worden, ga ik geen onnodige risico’s nemen door dat complete oerwoud te verplaatsen. Ook al is het maar tijdelijk, het blijft uit milieuoverwegingen volstrekt onverantwoord. Vandaar.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 5 september 2026

EEN OPA VAN 76 EN EEN MEISJE VAN 25. (TWEE)

Het was natuurlijk te mooi om waar te zijn. Die date tussen Chelsea en mij. Aan de ene kant vond ik het ontzettend leuk en was ik er trots op dat zo'n oude knakker als ik nog zo in de smaak kon vallen bij zo'n fris, vrolijk en bruisend meisje. Excuses: ‘vrouw’. 

Ik heb er helemaal niets bijzonders voor hoeven te doen. Eén keer per week liep ik die zonnestudio binnen en dan kwam ze me stralend melden dat ze mijn zonnebank had schoongemaakt en het noodzakelijke hoofddoekje ter bescherming van mijn kale kop — mijn woorden — ook al had klaargelegd. 

Na een zonnesessie, ik was al bijna buiten, riep Chelsea me een keer terug. Ze stond te praten met een mooie man van begin vijftig, schat ik. "Dat is mijn vader," zei ze. Haar vader en ik gaven elkaar een hand, knikten elkaar vriendelijk toe en zeiden onze namen, zoals dat gaat bij zo'n eerste kennismaking. Ik ervaarde het als uiterst verrassend en verbazingwekkend dat Chelsea me daar in die studio aan haar vader voorstelde. Een vader die qua leeftijd mijn zoon had kunnen zijn. "U heeft een leuke, vriendelijke dochter, meneer," zei ik nog. Haar vader nam mijn compliment met een glimlach in ontvangst. 

Op 13 juni waren we toevallig allebei voor het laatst bij de zonnestudio. Chelsea gaf me die dag haar telefoonnummer, geheel spontaan. Ik had nergens om gevraagd. Zij stelde voor om na de vakantie een 'teetje' te gaan drinken. 

Dat teetje is vooralsnog niet zo’n goed ideetje gebleken. Twee keer planden we een date, en twee keer zei ze af. Vanmiddag zou de derde keer worden. Driemaal scheepsrecht. Om vier uur bij Brasserie Het Loo. 

Ik had vanmorgen m’n ogen nog maar net open, of ik zag het appje van Chelsea, gepost om drie uur vannacht: 

*‘Hi Jos, ik lig de hele nacht wakker, ik baal als een stekker, ik vind het zelf bijna ongeloofwaardig. Mijn luchtweginfectie is naar mijn longen gegaan en naar mijn hoofd. Ik heb ook koorts, al twee dagen. Ik hoopte dat ik vandaag wel sterk zou zijn, maar helaas, nog steeds rillerig. Maandag ga ik naar de dokter. Het is voor mij ook niet uit te houden. Ik app je zodra ik echt ben hersteld. Ik baal echt ontzettend.’* 

Daar antwoordde ik op: 

*‘Wat kut voor jou, Chelsea. Voor mij ben je absoluut niet ongeloofwaardig. Ons teetje komt heus nog wel een keer... wat in het vat zit... beterschap! Don't worry, be happy! Groetjes, Jos.’* 

Dat zij zich momenteel lichamelijk zo belabberd voelt, geloof ik onvoorwaardelijk. Waar zij echter niets over schrijft, is het geestelijke ongemak dat deze date met zich meebrengt — iets wat overigens niet alleen voor haar geldt. Het leeftijdsverschil maakt deze ontmoeting voor beiden bijna ondraaglijk spannend. 

Na dat ‘nee’ van Chelsea's lichaam, voelde ik de spanning bij mij, voor die teetje-date, heel langzaam weg ebben.