Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label kennissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kennissen. Alle posts tonen

maandag 4 mei 2026

BESCHUITJE.

 Een baard late staan, nou, dan ken je de reacties wel verwachte hoor. In ’t begin zegge kennisse: "Sow, zijn je messies op zeker? Geen poen meer voor nieuwe?" 

Katja, een vriendin van me, die ken d’r ook wat van. Die zegt recht in m’n gezicht dat ik me eige mot schere, want ’t is zó geen gezicht, zó onverzorgd. Maar m’n eigen vrouw is nog veul onvriendelijker: "As je maar nie denkt dat ik zo naast je gaat lope, zitte of legge!" Als ik iemand een tijdje nie gezien heb, doet ie  net of tie me nie ken. M’n zus Maria, die van die kinderopvang, die denkt dat ik voor hulp-Sinterklaas studeert omdat die baard zo grijs as een duif is. Ze wou me gelijk boeke voor 5 december. En m’n zoons? Voor hun ben ik net die gozert van de Iglo Vissticks. "Ha, die Kapitein Iglo!" roepe ze dan de hele dag.

’t Is wel lache om te zie hoe mense anders tegen je doen as je zo’n struik op je kin heb legge. Bijna alle manne zegge: "Staat je goed hoor, maar je lijkt wel een stuk ouwer."Bij de vrouwe legt ’t er maar net aan of ze bang zijn dat ik ze een kus geef. De meeste dames hebbe liever een gladde kanis met een lekker luchie. Van die schurende 'touch' van een paar dage wille ze niks kenne. 

Ik ken ’t wete: zo’n schurende hap is niks an.M’n vader dacht vroeger ook lollig te weze: "Zal ik je een beschuitje geve, jongen?" Vroeg ’ie dan op zo’n jolig toontje. Ik was pas vier, hè. Hij pakt me op en schuurt met die ongeschoren kop over m’n zachte wangetjes. M’n rechterwang gloeide de hele dag na. Natuurlijk motte ik hard janke. ’t Deed zeer! Maar pa zei lachend dat ik me nie zo mot aanstelle en dat ik een mietje was. Tja, toen al... en eigenlijk had ’ie nog gelijk ook.

Kijk, een baard is toch weer anders dan 'nie geschore' zijn. Een baard is een heel bouwwerk van haar op je wang, je kin en je lip. Dat legt echt dominant op je gezicht te weze.M’n buurvrouw Yvette vind me 'iets meer dan aardig', heb ik via-via gehoord. Die grijpt elke kans om me te zoene, ook mét die baard! Yvette is echt zo’n vrouw die door zo’n bos haar heen ken kijke. Het gaat d’r om mij, baard of geen baard. Maar effe voor de goede orde: gewoon zoene, hè. Op de mond of de wang. Nee, tongzoene doe ik nie met Yvette, al weet ik zeker dat ze dat best zou kenne wille.

Petra en ik werke in de kleine uurtjes bij de diere-ambulance. Wij helpe alleen die kleine lieve beessies zoals goudhamsters, parkiete en kikkers. Petra mot echt helemaal niks van baarde kenne hebbe. Ze is hartstikke lief voor die aaibare cavia’s, maar een vent met een baard aanrake? Nooit van d’r leve. As ze d’r eentje ziet lope, zegt ze: "Moet je kijke, die griezel, die engerd, die landloper daar." Nu ik d’r zelf eentje heb, houdt ze d’r eigen wel in, maar de afstand is groter. Vroeger zoende ze me bij elke feestelijke gelegenheid op m’n gladde wange. Sinds die baard d’r legt, ben ik jarig geweest, is m’n vrouw bevallen van een tweeling en was ik twaalf-en-een-half jaar bij de zaak... Petra feliciteert me, geeft me een hand en that’s it! 

M’n nichtje Toosje, een meid van elf en een beetje het lelijke eendje van de familie, zag ik laatst op een daggie. Ze wil me een kus geve, maar je ziet d’r gewoon griezele as die puistige wang van d’r m’n baard raakt. "Oom Jee, ik..." "Laat maar Toosje," zeg ik, "je vindt ’t maar een vies gevoel hè, die baard van oom Jee?" "Vies ja," zegt ze, en ze begint te giechele. Ik vroeg me af waarom ik Toosje liet zoene. Achter die lelijkheid zag ik d’r schoonheid. Daarom. Maar zij ken dat nog nie zien.


(Uit mijn verre R'damse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 24 september 2022

VRIENDSCHAP? EEN ILLUSIE? (2). KOOS & GEERTJE; ARTHUR EN KEES.

‘Vrienden? Die heb ik helemaal niet.’ Ik flap het er zomaar ineens uit. Vroeger wel maar die zijn inmiddels allemaal uit beeld. Uit het oog verloren, verhuisd, innig getrouwd, verontwaardigd  of dood. Geen vrienden meer ... en dat op mijn tweeënzeventigste al!

'En Koos en Greetje dan? Of Ahmed, Hans, Peter en Els en Arthur en Cees niet te vergeten?  Koos stelt mij aan al zijn kennissen voor als ‘mijn  vriend Zef’ ….. en het gekke is dat ik me helemaal geen vriend van hem voel….   Oké, ik ga wel eens met hem naar een voetbalwedstrijd kijken ……. maar daarmee  is hij nog niet direct een vriend van me. Ja, kort voor zijn dood worden we visvrienden.

Vanaf 1980 is Koos samen met Greetje, een schoolvriendin van mijn vrouw, Carola. Zij zitten bij elkaar in de klas op de kunstacademie.  De dames kennen elkaar al heel lang.  Na het stuk lopen van Greetjes huwelijk heeft mijn vrouw geen contact meer met Koos. Ik nog wel. Dat beschouwt Greetje als een vorm van verraad. Ze wil alleen met me blijven omgaan als ik breek met Koos. Ze bekijkt het maar. Carola blijft dus wel gewoon met Greetje omgaan. Na de dood van Koos  ben ik óók weer welkom bij haar ... na 12 jaar …  ik sta niet echt te juichen. Tsja, ook bij ons komt ze dan ook gewoon weer over de vloer. Ik blijf het lastig vinden. Greetje noemt me dan geregeld  ‘mijn vriendje’   oké we gaan incidenteel wel eens naar de bios  … meer niet  maar om haar nou gelijk een vriendin van me te noemen … dat gaat me wat te ver. Ik vind het ook niet zo makkelijk om tegen haar te zeggen: ’Ik wil jouw vriendje niet zijn.’   

Misschien verwacht ik wel te veel van een vriend en wel zó veel dat bijna niemand ooit goed genoeg is om mijn vriend te worden? En ikzelf dan? Vind ik mezelf ooit wel goed genoeg om iemands vriend of vriendin te kunnen zijn? Ik denk het niet …. naar Carola ben ik bijvoorbeeld best scheutig met knuffels, complimentjes of een glimlach. Naar andere vrouwen doe ik dat niet zo, uit angst flirterig over te komen. Naar mannen laat ik dat sowieso achterwege …  denken ze misschien dat ik homo ben ....

Als kind gaat het vrienden maken makkelijk. Je ziet elkaar elke dag. Doet allerlei activiteiten met elkaar. Op de lagere school heb ik twee heel goeie vrienden. Arthur en Ceesie. Ik heb veel plezier met ze gehad. Arthur is een getalenteerde voetballer. Op het grasveld voor zijn deur doen we altijd 'metsies'. Als Arthur bij jouw team zit, win je gegarandeerd. Ik ben dan de keeper. Bij  Cees thuis doen we spelletjes (domino, eenendertigen, pesten), spelen met lego of de mecanodoos en bij mij voor de deur honkballen we.

Arthur is in alle sporten goed. Zelfs in turnen, wat Cees en ik een meisjessport vinden. Arthur trekt zich daar niks van aan en doet ook onder gym zijn stinkende best voor het allerhoogste cijfer.  Cees en ik niet, wij houden ook niet van ringen en springen over bok of paard of oefeningen op de ladder. Nee, Cees en ik zijn meer in voor ’apenkooien’ of blokkiesvoetbal.

Ja, Arthur, Cees en ik blijven op de lagere school goeie vrienden.