Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label eekhoorn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eekhoorn. Alle posts tonen

maandag 27 april 2026

KONINGSDAG.

Het is Koningsdag. In de wijk waar ik woon is daar niets van te merken. Normaal is deze buurt ook al behoorlijk 'deadish'; deze korte wandeling naar de supermarkt voelt zelfs enigszins macaber aan. Het is half elf in de ochtend. Het is nog wat frisjes. Eigenlijk wat te fris om met een korte broek te lopen, zoals ik nu doe. Ik loop langs het huis van 'de dichter' Arjan Doorgeest. Het is al weer lang geleden, dat ik hem zag. Ik heb hem eens één van mijn stukjes toegestuurd en hem gevraagd: 'zeg er eens wat van , meneer de dichter? Hij reageerde dat hij dat snel zou doen. Maar het is inmiddels een jaar geleden en ik heb nog niks van hem gehoord. 'De dichter is erg ziek', schreef hij, 'het is nog maar de vraag hoelang hij het nog maakt.' Zijn naam, en die van  zijn vrouw en dochters, prijken nog wel op de voordeur van zijn huis. Ik hoop echt dat het goed met Arjan gaat.

Een paar bewoners en een welzijnswerker proberen de ontmoetingsruimte van de flat waar ik woon weer wat leven in te blazen. In eerste instantie voelde ik afkeer van dat plan: 'niks voor mij, ik heb geen zin in bekvechten met ultra-echts. 

Dan schrik ik me de pleuris. Uit het struikgewas, vlak voor mijn rechterschoen, schiet een schichtige eekhoornkleurige rat ter grootte van mijn schoenmaat (45) over het trottoir en via de rijweg in de rioolput, aan de rand van het trottoir, aan de overkant..

Ik heb nu toch maar besloten mee te gaan doen met die nieuwe opzet. 'Weglopen' is geen optie. Al meer dan tien jaar ben ik hier één van de buren. Met de meeste van hen voel ik me verbonden en wil ik me ook verbonden blijven voelen. Ik ga meelopen mt het wandelgroepje op de donderdagochtend. Voor mij is het zaak om verstandig te zijn, niet te polariseren.

Als ik bijna bij de super ben komt een stel van middelbare leeftijd me tegemoet, beiden in een oranje colbertje en een strooien hoedjes met rood-wit-blauw-lintje.

'Zo', zeg ik, 'het is duidelijk feest vandaag!!' 

'Jazeker', reageren ze lachend.

Ze keken nog even naar, mij of ze misschien iets feestelijks aan mij konden ontwaren. Maar dat ging niet lukken: ik was geheel in het zwart inclusief korte broek.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


maandag 22 januari 2024

OP WEG NAAR DE HEMEL (4)

‘Mooi zo,’ zei hij. Hij bestudeerde haar aandachtig, terwijl hij zijn hoofd een beetje scheef hield. Hij had de merkwaardige gewoonte zijn hoofd scheef te houden, en het dan te bewegen met een serie kleine, snelle schokjes.  Hierdoor en doordat hij zijn handern ter hoogte van zijn borst had gevouwen, leek hij wel wat op een eekhoorn – zo’n vlugge, slimme, oude eekhoorn in het park.

‘Daar is Walker al, met je jas, lieverd. Trek maar gauw aan. ‘

‘Ik kom zo,’ zei hij. ‘Ik moet eerst nog even mijn handen wassen.’

Ze bleef op hem staan wachten en de grote butler stond naast haar klaar met de jas en de hoed.

‘Walker, denk je dat ik het mis?’

‘Nee, mevrouw,’ zei de butler. ‘Volgens mij haalt u het nog wel.’

Toen kwam de heer Foster terug en de butler hielp hem in zijn jas. Mevrouw Foster liep haastig naar buiten en stapte in de gehuurde Cadillac. Haar man kwam achter haar aan, maar hij daalde de stoep voor het huis langzaam af en bleef halverwege even staan om naar de hemel te kijken en de koude ochtendlucht op te snuiven.

‘Het is een beetje mistig,’ zei hij, toen hij naast haar in de auto kwam zitten. ‘En buiten de stad, op het vliegveld, is het altijd stukken erger. Het zou me niets verbazen als de vlucht was afgelast.’

‘Hè, nee lieverd, zeg dat nou niet – alsjeblieft!’

Ze zeiden niets meer totdat de auto de rivier over was, op Long Island.

‘Ik heb alles met het personeel geregeld,’ zei de heer Foster. ‘Ze gaan vandaag allemaal weg. Ik heb ze zes weken half loon gegeven en tegen Walker gezegd dat ik hem een telegram zal sturen  als we hem weer nodig hebben.’

‘Ja,’ zei ze, ‘dat heeft hij me verteld.’

‘Ik neem vanavond mijn intrek op de club. Het lijkt me wel aardig om voor de verandering eens op de club te logeren.’

‘Ja, lieverd, ik zal je schrijven.’

 ‘Ik zal af en toe even thuis langs gaan om te zien of alles in orde is en de post op te halen.’

‘Maar vind je eigenlijk niet dat Walker op het huis moet blijven passen?’ vroeg ze bedeesd.

‘Onzin, dat is nergens voor nodig. En dan zou ik hem ook nog zijn volle loon moeten betalen.’

‘O, ja,’ zei ze, ’natuurlijk.’

‘Bovendien weet je nooit wat mensen allemaal uitvoeren als je ze alleen in huis laat,’ vervolgde de heer Foster, en na die woorden haalde hij een sigaar tevoorschijn en stak hem aan met een gouden aansteker, nadat hij eerst het puntje verwijderd had met een zilveren sigarenknipper.

Ze bleef heel stil zitten, haar handen stijf ineengeklemd onder de autoplaid.

‘Schrijf je me? Vroeg ze.

‘Ik zal wel zien,’ zei hij. ‘Maar ik betwijfel het. Je weet dat ik iets tegen brieven schrijven heb, tenzij er iets bepaalds te schrijven valt.’

‘Ja, lieverd, dat weet ik. Laat het dan maar’.

Ze reden verder over Queens boulevard, en toen ze het vlakke moerasland naderden waarop Idlewild gebouwd is, werd de mist dichter en moest de auto vaart minderen.