Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label misselijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label misselijk. Alle posts tonen

zondag 26 april 2026

PANNENKOEKEN.

Ik ben tien jaar. Als het grote vakantie is, ben ik pas jarig, dat vind ik jammer want ik mag nooit eens in de klas trakteren. Één keer mocht het wel, toen ik negen werd. Van die lekkere karameltoffees en van die rode zuurballen trakteerde ik toen. En wat er overbleef heb ik met mam en pap en mijn zusjes thuis opgepeuzeld.

Met mijn beste vriend, Thom, ging ik alle klassen nog langs.  De meesters kregen een sigaret van mij. ‘Gefeliciteerd’ zeiden die meesters, pakten een sigaret uit mijn pakje, rommelden in hun lessenaars en haalden er een stomme kaart uit. Een kaart met een molen en paar koeien of een kaart met een vrachtauto. Ik houd helemaal niet van koeien, molens en vrachtauto’s. Ik heb al die kaarten gelijk in de prullenbak bij mij in de klas gegooid, op één na: een foto van het hoofd van Abe Lenstra.  Pap zei altijd dat Abe Lenstra de allerbeste voetballer was, dus gaf ik die kaart aan Pap. Ik dacht dat hij er wel blij mee zou zijn. ‘Wat is dat?’ vroeg hij. Ik zei: ‘Nou, kijk dan pap, Abe Lenstra.’ ‘O,’ zei hij alleen hij keek verder naar een cowboyfilm op de televisie.

Mam had al eens eerder tegen me gezegd dat pap altijd al zo was. Hij kon niet zo goed blij zijn. ‘Boos kon hij wel heel goed zijn’ zei mam. Nou dat hoefde ze mij niet te vertellen, dat wist ik heus wel. Hij schreeuwde dan zo hard dat mijn oren er pijn van deden. Pap was eigenlijk alleen maar boos op mam en op mij. Toen ik eens stiekem een gesprek afluisterde tussen mam en tante Lien, toen hoorde ik mam zeggen, dat ik haar oogappel was. Oogappel betekent lievelingetje. Raar, wat heeft dat nou met ‘oog’ en ’appel’ te maken. In ieder geval was pap daarom jaloers op mij, denk ik dan.
Pap is ook een beetje knorrig, omdat mam steeds dikker wordt. ‘Ja,’ zei mam, ’ik eet de laatste tijd een beetje te veel pannenkoeken. ’Dat was helemaal niet waar. Dat zei ze de laatste keer ook. Toen kregen we mijn jongste zusje er bij.. Nee, ik weet het haast wel zeker: we krijgen er nu weer een broertje of een zusje bij. Maar ik doe net of ik van niks weet. Want ze kan toch al niet zo veel hebben de laatste tijd. Mijn zusjes trappen natuurlijk wel in dat leugentje van mam, want die zijn nog niet zo slim.
Nu mam steeds dikker wordt, wordt ze ook steeds chagrijniger. Ze is ook altijd maar moe. Toen mijn jongste zusje nog bij mam in d’r buik zat, was mam altijd vrolijk en druk in de weer. Raar hè, zo’n uitdrukking: ‘in de weer ...’ ben je dan echt in de weer?

Pap stinkt. Mam kan daar niet tegen nu. Soms houdt ze haar neus dicht als pap uit zijn werk komt.
Pap werkt bij een melkfabriek. Hij is bijrijder op een grote vrachtauto. Kwartliterflesjes schoolmelk brengt hij ’s morgens vroeg naar alle scholen. Er gaan natuurlijk wel eens flesjes kapot en de melk  komt dan op straat terecht en op pap zijn kleren. En als het warm weer is wordt de melk in zijn kleren zuur. Mam wordt daar misselijk van.  Moe, misselijk, chagrijnig, het zal ook wel met mijn nieuwe broertje of zusje te maken hebben.

Kort nadat Léon, ons nieuwe broertje geboren is, wordt mam langzaam weer  normaal.

Léon is een leuk ventje, met heel aparte ogen. Mam zegt dat Léon een mongooltje is .... mongooltjes hebben allemaal zulke ogen.

(Uit mijn verre R'damse verleden)

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com




dinsdag 17 mei 2022

SCHRIJVEN IS LIJDEN

Duizelig en misselijk voel ik me. Mijn hoofd voelt zwaar, mijn nek stroef. Het lijkt ook alsof ik veel gedronken heb gisteravond, maar ik heb niet meer dan twee blikjes bier op. Zo rond vijf uur ’s middags. Nee, een kater kan het niet zijn. Na wat brood en koffie, ga ik in bad zitten. Collega Anneke waart dan bij vlagen rond in mijn hoofd. Vriendelijke vrouw. Het is een grote vrouw, een stuk groter dan ik. Dat maak ik niet zo vaak mee. Ik ben 1.83 m. Zij zeker 1.88 m. Op het personeelsuitje zitten we bij elkaar. We praten over onze ‘zorgenkindjes’. Haar dochtertje krijgt op drie jarige leeftijd leukemie. Mijn zoon wordt op zijn zestiende zwaar depressief. Waar zouden we dat aan verdiend hebben? Anneke is een goeie luisteraar. Kijkt me aan als ik wat zeg. Ik zak wat verder weg in het bad en zet de bubbelaar aan. Lekker, die net niet te hete bubbels op mijn rug. Voel me gelukkig al weer wat beter.

Met mijn vrouw Carola, die inmiddels uit de kerk is gekomen, ontbijt ik nog een beetje mee. Uit haarzelf zegt ze geen woord over haar kerkbezoek. Als ik haar vraag hoe de preek was, zal ze wel wat gaan zeggen maar ik vraag niks. Van de ene op de andere dag gaat ze opeens, samen met een buurvrouw, naar de kerk. Streng gereformeerd nog wel. Terwijl er tot nu toe, ze is 54, nooit ruimte voor een God in haar leven is geweest. Ik begrijp er niks van. Ze laat zich misschien nog dopen ook.

Zoon Theo  is op bezoek geweest bij mijn moeder, zijn oma.  Hij heeft er een naar gevoel aan over gehouden. Oma vindt de chocolaatjes die hij meegenomen heeft maar niks. ‘Ze krijgt altijd van iedereen hetzelfde: chocolaatjes.’ Wim, de vriend van mijn moeder, legt Theo iets te nadrukkelijk in de watten als zieke, zielige depressieveling. Dat irriteert hem. Theo houdt helemaal niet van dat ‘hulpvaardige Harrie gedrag’ van Wim.

Ik vraag Theo hoe het met oma was.  Hij haalt zijn schouders op; gaat naar zijn kamer. Ik voel weerstand naar oma bij hem; ook bij mezelf trouwens. Heb absoluut geen zin om bij haar op bezoek te gaan. Laat anderen maar eens wat meer gaan doen. Ik heb al genoeg gedaan.

Theo wil niks weten van de door mij uitgeknipte advertentie: Gemeente Rotterdam zoekt Assistent-Accountant. Hij gaat liever een cursus basgitaar doen bij de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam en een gitaartje kopen. ‘Als het maar niet zo gaat als met je keyboard’, denk ik. ‘Daar heb je drie maanden op gespeeld en sindsdien staat dat ding in een hoek van je kamer weg te rotten’. Maar goed, ik heb zelf ook, ik weet niet hoe lang, lopen klootzakken en experimenteren met een gitaar, een pc, een viool, een hometrainer ….en nog weet ik eigenlijk niet precies wat ik wil.

Want ook waar ik nu mee bezig ben, schrijven, is weer een poging om iets leuks te doen. Vreemd eigenlijk wel, want van een bekende Nederlandse schrijver is de uitspraak: ‘schrijven is lijden. Er is helemaal niets leuks aan. Schrijvers die zeggen dat ze schrijven leuk vinden zijn per definitie onleesbaar (slik). Schrijfsels waar de pijn vanaf schrijnt, die doen de lezer gloeien’.