Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label lam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lam. Alle posts tonen

dinsdag 5 mei 2026

SCHIEDAM

Ik kan het haast niet geloven. Verdwaald in Schiedam. Mijn geboortestad. De stad waar ik de eerste drie jaar van mijn leven woonde. Mijn opa en oma woonden daar. Ja, die pedofiele opa! Die heb ik nog een paar jaar mee moeten maken. Die oma was schattig, die kon er waarschijnlijk niks aan doen. 

Jarenlang bezocht ik in Schiedam mijn jarige tantes, ooms, neven en nichten, waarvan er sommigen vreselijke vervelia’s waren. Met name de toen al, in de vijftiger jaren van de vorige eeuw, ultrarechtse grensoverschrijdende, vrouwonvriendelijke, billeknijpende, treinconducteur en VVD-raadslid ome Cor met z’n gore moppentrommel.

In de geweldige pop-zaal van Martin Green, aan de Lange Haven, danste ik met ‘lekkere Schiedamse wijven’ op muziek van uitstekende popbands. Ja! Bij Martin Green kwam de top van de Nederlandse pop spelen.

Zelfs de eerste vijf jaar van mijn arbeidzame leven werkte ik in Schiedam: van 1970 tot 1975. In het vormingscentrum aldaar.

Na die vijf jaar, na 1975, was Schiedam vaak de rustplaats tijdens mijn fietstochten. Ik fietste volop. Vooral met mooi weer natuurlijk. Ik genoot met volle teugen van lekker koel bier op één van de gezellige terrassen op het Broersvest.

Vijfentwintig jaar Schiedam-ervaring en dan nog verdwalen. Het was al laat. Donker natuurlijk ook. Ik stond te midden van oude fabriekspanden, waarvan de ramen met houten platen waren dichtgetimmerd. Ik had een bezoek gebracht aan het jenevermuseum en had daar een liter van het huismerk gescoord en betaald natuurlijk. Ik neem nog een slok. Geen al te grote slokken. Anders ben ik er aldoor heen voor ik thuis ben. De fles was half vol of half leeg … wat maakt het uit.

Ik liep over ‘kinderhofies’ … aaaach .Voeten goed optillen. Niet vallen. Die oude panden stonden allebei aan het water. Op de overkant van het pand links van mij werden waterskiërs gevraagd. Tijd voor een slok.  Niks voor mij waterskiën.. Water wel. Skiën niet. Maar … als hier ski-water is, dan is  de tram niet ver, denk ik, dat kan niet anders. Ski-water en tram-water kunnen nooit ver uit elkaar liggen, volgens mij.  Nu ik een stukje minder verdwaald ben hier kan er wel een lekker slokje in, toch?

Giechelende dames (oude lekkere wijven, zo te zien) iets verder op de hoek van het gammele pand links. Daar brandt rood licht. De dames komen giechelend om me heen cirkelen. Ik wil ze best wel betalen. Als ze me wijzen waar de tram stopt. Maar weten zij veel?! Ik mag bij hun één nachtje blijven slapen. Als ik echt wil mag ik ze wel betalen. 

’t Is voor die kamer waar ik één nacht mag slapen. Een giechelende dame pakt mijn fles af, giet die leeg op de ‘kinderhofies’ . 

Lekker voor die 'kinderhofies'. 

Helemaal lam in Schiedam.

 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


vrijdag 25 november 2022

ZUIPEN.

 

Mijn man Koos gaat, zoals elk jaar, een paar dagen snowboarden met vrienden. Als ik zie hoe hij na zo’n tripje thuis afgeleverd wordt, dan moeten ze daar in de Ardennen flink hebben ‘afgezien’. Volgens mij hebben ze een dag lekker gesnowboard en zich drie dagen lang lam gezopen. 

Het gaat er hier soms ruig aan toe, kan ik wel verklappen.  Na zijn ‘kaartavondjes’ komt hij tegenwoordig steevast om drie uur  ’s nachts aanzetten. Prijsklaverjassen doet ie. Is ie echt goed in. Hij heeft al menig prijsje gewonnen. Met de laatste kerst: een konijn. Met de pasen: veertig eieren. Jammer genoeg was hij onderweg naar huis op zijn snufferd gevallen … d’r waren nog twee hele eieren over. Maar … wint  Koos een liter cognac of jonge jenever,  dan kan ik er donder op zeggen, dat het nog  ‘wel een ietsje later kan worden’.

 Eerlijk gezegd komt dat gedrag van Koos mijn keel uit. Ik heb al een paar keer geprobeerd om er met Koos over te praten maar hij wil er geen woord aan vuil maken.  Bij mijn ouders  zaliger,  kon ik altijd terecht met dit soort zaken. Nu heb ik niemand meer.

 Het duurt wel erg lang, voordat het hem lukt de voordeur van het slot te krijgen. Ik ga hem maar een handje helpen. Verdient hij eigenlijk niet, die gore zuiplap. Ik sluip stilletjes naar de voordeur en met een felle ruk trek ik de deur open. Dat hij naar binnen zou tuimelen, had ik wel verwacht en dat hij een lege fles jonge jenever in zijn hand zou hebben, ook. Maar Ik val zowat achterover van verbazing als ik zie dat zijn spijkerbroek en zijn boxershort bijna op zijn knieën hangen.

’Je hebt toch zeker niet in de tuin zitten poepen, Koos?

‘Mewflghubbbbbkebiest ,‘ zegt ie.

 Nu hij toch voorover in het gangetje ligt, controleer ik gelijk zijn kont maar even. Die is schoon. Dus hij zal niet in de tuin gepoept hebben. Koddig gezicht wel die bolle witte kadetten, van elkaar gescheiden door zijn donkere behaarde snee, precies tussen zijn zwarte t-shirt en zijn grijze boxershort. Het valt niet mee om die man om te draaien. Hij geeft geen millimeter mee. Nu het me gelukt is hem om te draaien, zie ik dat hij in zijn spijkerbroek heeft gepiest.  Hij slaapt half. Ik trek zijn bovenlijf naar me toe en er komt gelijk een golf kots over mijn handen, mijn polsen. Getverdegetver.

Mannen … nog erger dan kleine kinderen. Ik ben zo blij dat we alleen maar dochters hebben. Daar zullen we, wat zuipen betreft, niet zo veel mee te stellen krijgen, hoop ik.

‘Koos, ik ga weer naar bed, hoor! Voor je naar boven komt, ruim je eerst  je rotzooi hier op. Dan ga je douchen en pas dan mag je naast me komen liggen. Hoor je me?’

Een luide snurk is zijn antwoord.