Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label SCHAT. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SCHAT. Alle posts tonen

vrijdag 13 februari 2026

VALENTIJNSDAG 2026

In de kroeg, waar ik eens in de veertien dagen op vrijdagmiddag veel te veel bier zit te hijsen met mijn (Portugese) vriend Luis, worden vrolijke, uitsluitend vuurrode versierselen voor de grote ramen opgehangen ter gelegenheid van Valentijnsdag. Morgen gebeurt het. Over de hele lengte van het plafond van het  café bungelen rode harten in alle formaten. 

We praten over die vreselijke ramp: de wateroverlast momenteel in Portugal is. Ingestorte viaducten, ondergelopen huizen. Het gevolg van onbedaarlijke regenbuien. Drie weken lang regent het daar al en het blijft maar hozen. 

Terwijl we het hierover hebben dwaalt Luis aandacht af naar de vrouw die de versierselen aan het ophangen is. Nee, toch niet, eigenlijk is het niet de dame, die zijn aandacht trekt maar is het dat wat ze ophangt wat zijn aandacht trekt. Meer dan de Portugese wateroverlast. 

'Zit jij hier morgen ook met je vriendin?' vraagt Luis plotseling. Dat is natuurlijk wel even wat anders dan de watersnood. In eerste instantie antwoord ik, dat ik helemaal geen vriendin heb maar dat moet ik al snel corrigeren: 

'Natuurlijk heb ik een vriendin, Luis, dat weet je. Alleen is dat  geen vriendin waar ik een amoureuze relatie mee heb. Een voorwaarde voor het geven van een Valentijnskadootje, -kaartje, -bloemetje, -snoepje is voor mij, dat ik, in welke mate dan ook, verliefd ben op die vriendin. Van dat soort vriendinnen heb ik er twee.'

Luis trekt een moeilijk hoofd en zegt: 

'Ik doe niet meer aan Valentijnsdag. Ten eerste: gééf je een vrouw iets leuks ...  dan is het nooit, nooit, nooit genoeg. En ten tweede: wáárom moeten die Valentijnkadootjes altijd van de man komen. Kan zoiets leuks niet van beide kanten komen?. Het ene jaar van de kant van de man; het andere jaar van de vrouw bijvoorbeeld. Homoseksuele mensen weten hier vast wel en creatieve oplossing voor te bedenken, dunkt mij'.

Op allebei die vrouwen, waar ik het net over had, ben ik verliefd.

 Alleen die ene, Sonja, is boos op mij. Zij kan mijn bloed wel drinken. Ik hoop haar door het sturen van een Valentijnsbloemetje wat gunstiger te stemmen. Ik ben bang dat ik daarmee alleen maar olie op het vuur gooi. Misschien geeft ze me wel bij de politie aan. Dat doet ze rustig. Daar heeft ze al eens mee gedreigd.  

Die andere vrouw, Elsie, is leuk. Zij vindt mij ook leuk. Weet ik wel zeker. Maaaar ik heb het gevoel, dat ze mij toch het liefst op afstand wil houden. Dat ze zich van een Valentijnskaartje van mij rotschrikt, waardoor ik me dan onbedoeld van haar verwijderd heb. 

Dan zit ik alleen nog maar met die niet-amoureuze vriendin.

En met Luis natuurlijk, een ware, niet-amoureuze vriend. Met Valentijnsdag heeft het niks te maken: vandaag neemt hij voor mij echte Portugese sardines mee en tremocos een portugese lekkernij. Heerlijk bij een biertje. Zo gul! Hij is echt een schat.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


donderdag 22 augustus 2024

SERIE: ‘EEN ROTTERDAMSE BIOS IN DE 60’s & 70’s’. DEEL 3: MARJA

‘Niet alleen door dat vele te laat komen, maar ook … ehhh … die handen van hem, hè?! Kijk, jullie ouvreuses worden regelmatig gecontroleerd op schone handen en nagels. Als ze eens een keertje niet schoon genoeg waren, mocht je ze nog gaan wassen. Bij een tweede keer kon je gelijk ophoepelen en hoefde je nooit meer terug te komen. Voor jou een ander. Maar dan Gerrit …  goed … hij kan er niks aan doen ... heb je Gerrits handen wel eens goed bekeken, Petra? Misvormde vingers met geel uitgeslagen nagels; opgezwollen, schilferige, opengesprongen huid van zijn handpalmen. Het is een wonder dat hij hier nog mag werken. Ik heb beslist geen hekel aan die man maar ik word  misselijk als ik zijn handen zie. Soms glimmen zijn handen van het vocht dat uit de opengesprongen wondjes op zijn handen komt. Ik zorg er wel voor dat hij me niet aanraakt. Je weet nooit of het besmettelijk is, toch?  Maar als bioscoopbezoeker kan je dat niet altijd voorkomen … als bezoeker moet je je  kaartje toch aan hem afgeven en het controlestrookje door hem laten afscheuren … en als je dan het kaartje van hem terugkrijgt, ziet die bezoeker zijn handen pas goed. Jasses! Eigenlijk zou hij met handschoenen aan moeten werken.  Maar er is niemand die hem dat durft te zeggen. Het is een schat van een man. Sinds zijn vrouw Ada bij hem is weg gegaan, staat hij er nog eens helemaal alleen voor ook.’

 

‘O’, zegt Petra, ‘dat wist ik niet.’

 

‘Ja, die is er, een jaar geleden alweer bijna, vandoor gegaan met Bernd, de operateur, de voorganger van Martin.  Ada en Bernd leerden elkaar kennen op een personeelsavondje in Wienerwald. Het was gelijk dik aan en het is nooit meer uitgegaan tussen die twee. Arme Gerrit. Typisch… zóveel stelletjes hebben elkaar leren kennen door het wèrk … zoveel stelletjes zijn uit  elkaar gegaan en ook weer hertrouwd binnen het welhaast incestueuze bios-wereldje’.

 

Marja, de kassière schudt meewarig haar hoofd.

 

 

Morgen: Deel 4: Een soepel lijf.