Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label ophoepelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ophoepelen. Alle posts tonen

vrijdag 15 mei 2026

DE EERSTE KEER.

 

Het is half mei, de ijsheiligen hebben hun werk gedaan dus moeten ze nu maar eens ophoepelen. Ik zit binnenshuis met een wintervest, geitenwollensokken en een moltondekentje over mijn benen nog met kippenvel over mijn hele lijf kou te lijden. Buiten zie ik, te midden van weinige wolken de zon nog hooghartig staan schijnen. Ik heb mijn balkon weer vol gegooid met Gerania. Daar staat ook een Elstar (een appelboom) en ik heb  wat fleurige Niemendalletjes aan de balkonreling opgehangen. Ik krijg straks bezoek van mensen die mij gisteren die Niemendalletjes cadeau deden. De Lidl had speciaal voor vandaag, Hemelvaartsdag, een aanbieding: een mooi roze bloeiende Oleander voor slechts 14,99 euro’ Die plant staat er geweldig bij in dat oude vuilnisvat. Hij bloeit als een tierelier. Zoals ik al zei: ’ik krijg zo visite’ en het is een teringzooitje in mijn huis. Dat bezoek komt vandaag voor het eerst bij me en ik wil niet dat ze de indruk krijgen dat ik ‘hoarder’ ben..

Er ligt een dikke laag stof op de broodkast, waarop ik ook al mijn pinpassen heb uitgestald. De broodkast, ik heb daar destijds honderd euro overnamekosten voor moeten betalen aan de vorige huurder, terwijl iemand die bij me op bezoek was er  zo maar cash 400 euro voor wilde neertellen.

Het stof in volgestouwde maar prachtige, unieke kast gemaakt door mijn veelzijdige getalenteerde en veel te vroeg overleden Iranese vriend Kawuz, probeer ik weg te wapperen met mijn vrolijk gekleurde plumôt. Dat lukt maar ik moet er herhaalde malen vreselijk van niesen. De kast heeft als omtrek de vorm van een contrabas. Ik heb er een aantal goeie Franse romans van Emile Zola en wat snuisterijen in tentoongesteld. Zoals een verzameling schelpen  gevonden op het strand van Hoek van Holland, enkele asbakken, waaronder één heel bijzonder exemplaar, dat ik als souvenir heb meegenomen uit Porto toen ik daar op vakantie was bij mijn vriend Luis, die daar geboren en getogen is, maar op veertig jarige leeftijd toch liever in Holland kwam wonen. Die asbak wordt overigens op dit moment alleen gebruikt door mijn ketting-rokende aangenomen zus Marieke. Ik ben erg blij dat ik haar überhaupt heb aangenomen. Marieke. heeft mij trouwens ook aangenomen als aangenomen broer. Wat op zichzelf heel aangenaam is als je bij elkaar op de trap woont en je elkaar, om wat voor reden dan ook, zo af en toe eens nodig hebt.

 Ik moet het prachtige zeil op de keukenvloer, na het schrijven van dit stukje, even vlug dweilen, met Dasty en de mop, want nu is het er één grote kleefboel. Dáár kan ik met goed fatsoen geen visite op ontvangen.

 (wordt niet vervolgd)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com



donderdag 22 augustus 2024

SERIE: ‘EEN ROTTERDAMSE BIOS IN DE 60’s & 70’s’. DEEL 3: MARJA

‘Niet alleen door dat vele te laat komen, maar ook … ehhh … die handen van hem, hè?! Kijk, jullie ouvreuses worden regelmatig gecontroleerd op schone handen en nagels. Als ze eens een keertje niet schoon genoeg waren, mocht je ze nog gaan wassen. Bij een tweede keer kon je gelijk ophoepelen en hoefde je nooit meer terug te komen. Voor jou een ander. Maar dan Gerrit …  goed … hij kan er niks aan doen ... heb je Gerrits handen wel eens goed bekeken, Petra? Misvormde vingers met geel uitgeslagen nagels; opgezwollen, schilferige, opengesprongen huid van zijn handpalmen. Het is een wonder dat hij hier nog mag werken. Ik heb beslist geen hekel aan die man maar ik word  misselijk als ik zijn handen zie. Soms glimmen zijn handen van het vocht dat uit de opengesprongen wondjes op zijn handen komt. Ik zorg er wel voor dat hij me niet aanraakt. Je weet nooit of het besmettelijk is, toch?  Maar als bioscoopbezoeker kan je dat niet altijd voorkomen … als bezoeker moet je je  kaartje toch aan hem afgeven en het controlestrookje door hem laten afscheuren … en als je dan het kaartje van hem terugkrijgt, ziet die bezoeker zijn handen pas goed. Jasses! Eigenlijk zou hij met handschoenen aan moeten werken.  Maar er is niemand die hem dat durft te zeggen. Het is een schat van een man. Sinds zijn vrouw Ada bij hem is weg gegaan, staat hij er nog eens helemaal alleen voor ook.’

 

‘O’, zegt Petra, ‘dat wist ik niet.’

 

‘Ja, die is er, een jaar geleden alweer bijna, vandoor gegaan met Bernd, de operateur, de voorganger van Martin.  Ada en Bernd leerden elkaar kennen op een personeelsavondje in Wienerwald. Het was gelijk dik aan en het is nooit meer uitgegaan tussen die twee. Arme Gerrit. Typisch… zóveel stelletjes hebben elkaar leren kennen door het wèrk … zoveel stelletjes zijn uit  elkaar gegaan en ook weer hertrouwd binnen het welhaast incestueuze bios-wereldje’.

 

Marja, de kassière schudt meewarig haar hoofd.

 

 

Morgen: Deel 4: Een soepel lijf.

 

 

woensdag 11 mei 2022

VRIJWILLIGERSWERK

 

Een mooie meid. Rond. Een beetje dik wel. Vrolijk hoofd. Grote vriendelijke groene ogen. Brede mond; vrijwel altijd lachend. Kort, donkerblond haar. Veel rood in haar kleding. Sjaaltjes in vele kleuren. Zij zit net als ik in een kaartjescontroleploeg van het filmfestival. Vrijwilligerswerk. We werken een week lang samen. Ze woont in Schiedam. In de Gorzen. Toevallig naast Suela, een oud-collega van me.

Samen fietsen we naar Schiedam. Zij heeft zo’n opoefiets. Vrouwen ogen daarop altijd net iets groter dan ze in werkelijkheid zijn. 

Het jaar daarop is ze er ook weer. Ze deelt in bioscoop Cinerama scoringskaartjes uit voor de publieksprijs. Hier draait ‘Shit’, een Koreaanse tekenfilm, waarin wezens leven van zelf geproduceerde poep. Ik zit al in de zaal en zie een vrouw geheel in het grijs met een frivool rood sjaaltje. Ze vraagt het publiek in te schikken, omdat de voorstelling uitverkocht is. Dat lijkt Vera wel. Kan niet, denk ik. Deze vrouw is te  slank. Haar profiel maakt me duidelijk dat ze het toch is. We hebben elkaar blijkbaar gemist bij het inlopen van de zaal. 

‘Jammer, dat we elkaar hebben misgelopen,’ mail ik Vera, ‘volgend jaar beter.’

‘Nee,’ mailt ze tot mijn verbazing. Ze wil snel bijpraten. Nodigt me bij haar thuis uit. Suela, mijn oud-collega, nodigt ze ook uit.

‘Ze is een bijtertje,’ denk ik. ‘Leuk wel.’

 Maar hoezo? Wat wil ze van me? Wat wil ze met me?

 Zou ze misschien Suela aan mij willen koppelen? Dat wil ik niet!

‘Laat Suela er alsjeblieft buiten, Vera. Laten we samen eens gaan wandelen en een kopje thee drinken.’

Daar heeft ze nog niet op gereageerd. Ben benieuwd.

Ze wil niet wandelen. We gaan volgende week vrijdagmiddag om 2 uur bij café Boudewijn op de Binnenweg wat drinken en daarna misschien naar de bios.

‘Tot snel,’ mailt ze nog. 

Ik  heb mijn verbazing over deze vreemde short-story, onder het avondeten met Carola gedeeld. Ze hoort het ogenschijnlijk rustig en lichtelijk geamuseerd aan. Doch dat is een foute inschatting van mij. Na het eten helpt ze niet bij het afruimen van de tafel. Bij het afdrogen doet ze de keukenkastdeurtjes wat harder dicht dan gewoonlijk en zet ze de afgedroogde kopjes met meer kracht in het keukenkastje terug dan nodig. Toen dacht ik: hier is iets niet in orde:

‘Ik geloof dat ik dat verhaal over Vera beter voor me had kunnen houden, hè?’.

Dat blijkt inderdaad zo. Ze zegt dat ik het beste maar meteen kan ophoepelen als ik het wil aanleggen met een jonge blom  … ze huilt, loopt naar de slaapkamer en knalt de deur achter zich dicht.

’Stel je nou eens voor dat ik zoiets aan jou zou vertellen, hoe zou jij dan reageren?, vroeg ze net..

‘Geen idee!’

‘Volkomen ondenkbaar is zoiets natuurlijk.’ zei ze nog.  

Daar heeft ze wel gelijk in, want ze is dezer dagen niet bepaald op haar mooist.

Ik heb haar nog gezegd, dat ze er niks achter moet zoeken. Ik wil helemaal niks met Vera.

Anders zou ik haar dit hele verhaal toch nooit verteld hebben..