‘Ja, daaaaag, het is hier geen hotel!’
woensdag 4 februari 2026
ELF JAAR EERDER (6) GEEN HOTEL
dinsdag 3 februari 2026
ELF JAAR EERDER (5) ONNODIG KWETSEN
Mijn vrouw zei dat ze een avondje was wezen stappen. Ik lag in die periode net met een zware longontsteking in het ziekenhuis.
maandag 2 februari 2026
ELF JAAR EERDER (4) VOGELS
Ik had er opeens schoon genoeg van, van al die kwieke vogels op ons balkon. Natuurlijk, het is hartstikke leuk als je vanuit de woonkamer, die op het balkon uitkomt, het komen en gaan kan bekijken van onze gevederde vrienden. Soms zijn we getuige van een kleine onderlinge vechtpartij tussen wat ongedurige spreeuwen. De spreeuwen komen op die lekkere en voedzame dingen af, die we voor de vogels op het balkon hebben opgehangen. Helaas blijft deze voederplek voor vogels geen geheim voor spreeuwen alleen. De vogeltamtam werkt uitstekend. Na de spreeuwen melden zich de koolmeesjes, die een soort lijnverbinding lijken te hebben met ons balkon. Vooral op de inhoud van de pot pindakaas zijn ze dol. Dat potje is precies groot genoeg voor een koolmees, trouwens ook voor de pimpelmees maar die zien we zelden. Voor spreeuwen is die pindakaaspot niks. Ze pletteren die pot steeds op de grond. Gelukkig zijn die potten wel behoorlijk stevig. Ze breken echt nooit. Vogels van alle soorten, maten en kleuren vertonen zich op ons balkon, terwijl we toch alleen maar een stuk of vijftig pinda’s in de schil aan een touwtje rijgen en ophangen aan de waslijn. Die gebruiken we toch nooit in de winter.
Een groot succes, vooral bij de mezen, zijn (logisch eigenlijk wel) de mezenballen. In alle standen peuzelen ze de ballen op. Ook eksters willen wel wat eten van de mezenbal maar zij geven er de voorkeur aan om een hele bal of een deel er van mee te nemen. Met hun angstaanjagende gekras slagen ze er in om veel lieve vogeltjes de stuipen op het lijf te jagen. Eigenlijk is ons balkon een soort mini restaurant voor lieve kleine vogels. Maar ja, ze zijn moeilijk tegen te houden, die relatief grote vogels: de duiven, de halsbandparkieten, de eksters en gaaien hoewel die gaaien nog zo erg niet zijn. We hadden eens een keer een appel in het gietijzeren balkonhek vastgezet. Binnen de kortste keren zien we een halsbandparkiet er met die hele appel vandoor gaan.
zondag 1 februari 2026
ELF JAAR EERDER (3) VERKOUDEN
Ik ben een beetje ziek. Gisteren was ik dat ook al maar vandaag een klein beetje meer. Mijn temperatuur vandaag is 39,5 en gisteren 39. Het stelt allemaal niet zo veel voor hoor: ik heb alleen maar hoofdpijn, kriebelhoest en last van benauwdheid. Kouwe rillingen trekken over mijn rug; af en toe is mijn lijf één groot kippenvel. Ik snuit me een ongeluk. Dat schijnt een goed teken te zijn. Mijn moeder zaliger zei altijd al: ’Dan komt de verkoudheid goed los.’
zaterdag 31 januari 2026
ELF JAAR EERDER (2) BANGIG
De laatste tijd is hij banger. Zoals de lift nemen in het gebouw waar hij woont. Hij durft het gewoon niet meer: angst dat lift in een vrije val komt of ergens onderweg klem komt te zitten.
vrijdag 30 januari 2026
ELF JAAR EERDER (1) ZATERDAG
Zaterdag. Ik heb mijn wekker op acht uur gezet. De wekker van mijn vrouw liep om zeven uur af. Zij gaat deze morgen met een vriendin naar een film van het IFFR; die begint om kwart over negen! De film gaat over Aboriginals.
donderdag 29 januari 2026
AFSCHEID VAN HANS
Vanmiddag heb ik afscheid genomen van Hans Ouwerling. Zijn stoffelijk overschot was naar het crematorium gebracht in Capelle aan den IJssel-Schollevaar.
Hans werd circa dertien jaar geleden mijn buurman. Toen was ik nog getrouwd met Winny. Hij was een positief ingestelde, behulpzame man. Zijn (eigen) woorden op zijn rouwkaart zijn veelzeggend:
Maak je over mij maar geen zorgen,
ik kom wel waar ik zijn moet
Ik heb een goed leven gehad.
Toen Winny en ik, tien jaar geleden uit elkaar gingen, bood hij me zijn hulp aan. Hij heeft me heel Rotterdam en omstreken in zijn grote auto rond gereden, zodat ik alle spulletjes en apparatuur kon aanschaffen, die ik nodig had om op mezelf te gaan wonen. Ook bij de feitelijke verhuizing van mijn spulletjes, van het Oude Noorden naar Prinsenland heeft hij me fantastisch geholpen. Daar ben ik hem tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor.
't Klinkt misschien vreemd als ik dat zo opschrijf maar ik waardeer het oprecht, dat hij goeie maatjes is geworden met Winny. Ze kookten regelmatig voor elkaar of ze aten samen thuis of buitenshuis.
Hans was toen hij dertien jaar geleden mijn buurman werd, al niet in optimale conditie. Last van zijn hart, longen en slokdarm. In de jaren daarna is zijn lichamelijke gesteldheid er niet op vooruit gegaan.
Toen ik 29 november jl. mijn 75e verjaardag vierde was hij een van de genodigden. Helaas moest hij afzeggen. Hij zag te veel op tegen de loopafstand tussen de parkeergrage en de locatie van mijn feestje. Hij is daarna alleen maar verder achteruit gegaan.
Ik heb niet zitten tellen, vanmiddag in het crematorium, maar ik schat dat er zeker 100 mensen waren en dat is héél veel voor een man van 80 jaar. Winny en nog een paar mensen die bij hem op het trappenhuis woonden waren erbij. Zijn (stief-)kinderen hebben gesproken. Zij waren open, eerlijk over Hans' mooie en minder mooie kanten.
Volgens zijn buren, die ik even sprak, heeft Hans het op laatst van zijn leven zwaar gehad maar ze waren het er unaniem over eens dat hij niet 'ondragelijk' had geleden.
Ik weet donders goed dat ik het niet voor het zeggen heb maar laat mij maar in mijn slààp heengaan. Vredig!
woensdag 28 januari 2026
IFFR (1)
Het IFFR komt er weer aan. Het Internationaal Filmfestival Rotterdam 2026. Ik maak het mee sinds 1978. Nog steeds geniet ik met volle teugen van spannende, trieste, humoristische, interessante, verrassende, absurde, brutale, creatieve en intelligente films, gemaakt in alle uithoeken van de wereld.
Ik ben vanmiddag bezig geweest met uitzoekwerk. Want dat is het! Uit een paar duizend films een stuk of vijftig films kiezen die me wel aanspreken.
'Ga je, mee Peter,' vraag ik aan goeie kennis van me, 'ga je mee naar het IFFR?'
'Neen, dat is mij te veel uitzoekwerk,' zegt Peter.
En gelijk heeft hij. Ik heb vanmiddag slechts tien films kunnen selecteren. Tien films voor twee dagen. Vijf films per dag is tegenwoordig voor mij de limit. Ik ga acht dagen kijken. Bij leven en welzijn ga ik veertig films zien.
Ooit is het wel eens gebeurd, dat ik vier kaartjes op één dag heb laten schieten. Dat was omdat het ijskoud was, er een ijzige poolwind stond en er een dik pak sneeuw lag.
Een ticket kost tegenwoordig 13.50 euro per film. Met een vijf- en tienrittenkaart ben ik iets goedkoper uit. Het meeste voordeel heb ik van mijn Cineville-abonnement. Ik mag daarmee voor niks naar tien films. Ook schijn ik nog korting te kunnen krijgen met de Rotterdampas maar dat moet ik nog even uitzoeken ... ja ja, wederom uitzoeken.
Zaterdag begint het IFFR voor mij persoonlijk. Ik kijk er naar uit ... maar zie er ook een beetje tegenop. Er spelen twee taaie ongerieflijkheden.
Al is de film nog zo onderhoudend, ik val op volkomen willekeurige momenten in slaap en lig dan hinderlijk luid te snurken tot ik door een geïrriteerde mede-filmfan wordt wakker geschud.
De meeste films duren te lang voor mij. Niet om de kwaliteit van het gebodene maar vanwege mijn zwakke blaas. De gemiddelde filmduur is 90 minuten. Ondanks dat ik bewust, nauwelijks drink, lukt het me zelden een film ononderbroken uit te kijken. Als ik onder de film naar de plee ga mis ik de ene keer niks en de andere keer mis ik net de clue. Dat maakt ook, dat ik me wat minder relaxed voel.
Als het enigszins kan blijf ik het IFFR bezoeken tot mijn tachtigste, dan heb ik er vijftig jaar òp zitten. Dat vind ik wel mooi.
Ik vrees dat ik mijn trouwe lezers en lezeressen tot 10 februari moet teleurstellen. Vrees ik, maar ... heel misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan en schrijf ik zo af en toe toch nog wat.
dinsdag 27 januari 2026
MEE KOMEN JIJ!
'Je loopt héél erg met je hoofd voorover gebogen, pa!' Had zijn zoon hem laatst eens gezegd. En haar van boven, die even bij hem op de koffie was, beaamde dat.
Nog niet eerder had iemand hem daar op attent gemaakt. Zij dus ook niet. Pijn aan zijn nek had hij de laatste tijd wel wat meer dan anders. Dat kon best eens met die rare houding te maken hebben. 'Goed dat je het zegt, jongen'. Hij zou voortaan wat beter op zijn houding gaan letten.
Het eerste wat hem opvalt is de houding waarin hij zijn verhaaltjes altijd zit te tikken: een gebogen ruggetje met daarboven een hangend koppie met zijn kinnetje bijna op zijn borstbeen. En dat minstens drie uur per dag.
Ook als hij leest, een boek of iets op z'n mobiel, zit hij met die kin op z'n borst en wanneer hij wandelt lijkt het soms alsof hij loopt te zoeken naar een verloren euro.
Voordat zijn zoon die opmerking maakte over zijn houding had hij dus, zoals gezegd, al enige tijd wat last. Hij houdt vanaf nu zijn mobiel en boek zo hoog mogelijk, zodat hij met opgeheven hoofd kan lezen.
Hij gaat zijn laptop op een paar dikke boeken of op een schoenendoos zetten zodat het apparaat zó hoog staat dat hij zijn hoofd niet meer hoeft te buigen om te zien wat er op het beeldscherm staat.
Haar van boven zit aan haar tweede bakkie. Hoofdschuddend hoort ze de 'Buurman & Buurman'-oplossingen aan om die laptop iets hoger te plaatsen: 'Ik heeft boven nog een verhoging voor onder je laptop leggen, ouwe, een origineel laptop-aksessor'.
Voordat haar van boven aan haar stutten trekt, duwt hij haar nog een verkreukeld zwart lentejasje in haar handen. 'Wil je dat voor me strijken,' vraagt hij. Is geen probleem voor haar. Ze sloft met zijn te strijken jasje naar buiten. Hij loopt achter haar aan om haar uitgeleide te doen en zegt: ’Nou, buurvrouw, fijne dag verder, hè.'
‘Neen!’, zegt ze dan: ‘Mee komen,
jij!
Waarschijnlijk bedoelt ze gewoon: ’Loopt even met me mee buurman, naar boven, voor die laptop-verhoging.’
Dat klinkt al heel wat prettiger, toch?
maandag 26 januari 2026
PSYCH.
Sinds twee jaar fietst hij met een helm op. Waarom, weet hij eigenlijk zelf niet. D'r gaat tòch nooit wat mis. Hij zit glad voor lul met die helm bovenop zijn zwarte ijsmuts.
Hij loopt net van zijn psychiater, Daisy, naar zijn fiets. Zij had nog de ultra-snuggere pro-helm opmerking, dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Ja, nou, pfff. Om zo psychiater te zijn hoeft hij echt niet naar de universiteit. Denkt hij.
'Ik heb je vandaag niks te melden. Alles gaat prima. Dag Daisy. Ik ga.' zegt hij en maakt aanstalten om te vertrekken..
'Nee wacht even'. Ze zet een lief stemmetje op. Oppassen dus. 'Hoe is het nou met die vrouw van je koor? Sonja, toch?'
'Van m'n wandelclub, bedoel je, ik vind haar mooi, ja'. Hij zegt, dat hij haar heel soms ziet en dat hij heel erg veel aan haar denkt. Maar hij weet ook dat het nooit wat kan worden tussen Sonja en hem. Want Sonja is van Wilders' PVV en hij is allergisch voor die club.
'Nou, Dan zet je haar toch gewoon uit je hoofd.'
'Dat gaat zo makkelijk niet,' zegt hij. 'Sonja's mensbeeld vindt hij walgelijk haar verschijning daarentegen schitterend'.
Haat en liefde liggen akelig dicht bij elkaar.
Hij vertrouwt er echter op dat ze langzamerhand bijdraait, gaat geloven in een socialer mensbeeld.
Na zijn gesprek met zijn psych gaat hij op visite bij zijn zus en schoonzus. Zij wonen twee keer vallen bij de psych vandaan.
Zes weken geleden zou mijn zus Manda al eens bij hem langs komen. Tot de dag van vandaag had hij haar niet zien verschijnen. Dat maakt niet uit. Met twee lekkere hete koppen Earl Gray-thee is alles vergeven en vergeten.
Nel en Manda vinden het zichtbaar leuk, dat hij er is. Nel, een van de trouwe lezeressen van zijn verhaaltjes, complimenteert hem met het stukje over zijn avondje uit met Ralf, zijn jongste zoon.
Het stond niet in dat stukje, maar Ralf had die avond ook gezegd: 'Pa, stop met dat haten, het mijden van PVV'ers. Daar bereik je geen klote mee.' Toen zei Ralf, en daarvan viel zijn vader toch bijna van zijn stoel:
'Manda en Nel stemmen ook altijd PVV, met hen ga je toch ook goed om?!'
Hij voelde zijn gezicht, na wat Ralf gezegd had, langzaam wit wegtrekken.
'Dat weet toch iedereen, pa!' zei Ralf.
'Nee, Ralf, ik dus niet,' zei hij.
zondag 25 januari 2026
IETS DOEN!!
Gisteravond met mijn jongste zoon Ralf (45 al) wezen eten bij het allerbeste Italiaans restaurant van het Lage Land: Belle Sorella. Het is tevens het énige Italiaans restaurant in de verre omgeving. Ze hanteren daar het concept van 'The Fork'. Dat houdt in dat, wanneer je reserveert, je 30 procent korting op je eten krijgt. Dat is een goed aanbod. Ik was inclusief drankjes en fooi vijftig euro kwijt voor met z'n tweeën.
We hadden afgesproken om onder het eten wat zakelijke dingen te regelen en daarna naar bioscoop KINO te gaan, om te kijken haar de film. Een documentaire over Jeff Buckley, een muzikant, een begaafde gitarist met een grandioze zangstem (4 octaven). Eind vorige eeuw peakte hij met zijn mega-hit 'Halleluja'.
Ralf woont in Dordrecht. We hadden om vijf uur 's middags afgesproken, zodat we op tijd klaar zouden zijn met eten om op tijd in KINO te zijn.
Hij kwam met de auto. Een Peugeot, waar hij niet zo tevreden over is 'je raakt hem aan de straatstenen niet meer kwijt', zei hij. Toch doet ie het nog goed. In een half uurtje zit Ralf tegenover mij aan een tafeltje in het restaurant.
'Ik heb onderweg hier naar toe zitten denken of ik ook net als jij veel actiever moet worden.' zei Ralf.
'Heb je dan nog zo veel tijd over?' vraag ik. 'Je hebt een zware baan, een paar dagen in de week sta je er, sinds je scheiding, alleen voor met de kids en dan heb je je muziek nog. Kommie dan geen tijd tekort, jongen?'
'Nou, op de dagen dat ik de kinderen niet zie, voel ik me soms wel wat verloren. Verveel ik me zelfs zo af en toe. Zou dan best mensen om me heen willen hebben. Als ik jou dan hoor over je zangclubje, je gymclubje, je wandelclubje, je theaterclubje ... neen, zo veel als jij hoef ik natuurlijk niet, maar één of twee clubjes ....
'Ik ben ouwe man (75), Ralf, voor mij is het elke dag weekend en voor mijn leeftijdsgroep zijn er dagelijks volop activiteiten. Voor veertigers, als jij, is er wel aanbod, voornamelijk in het weekend.'
Komende week ga ik iets nieuws doen. Ik ga me aansluiten bij een initiatiefgroep genaamd: 'IETS DOEN?? DOE MEE!!, en die gaat (ruwweg) iets doen tégen uitbuiting en vervuiling en vòòr solidariteit en een gezond milieu.
Ik heb op mijn mobiel wat meer informatie over dat initiatief. Ralf heeft interesse, maakt foto's van de 'IETS DOEN'-website. Hij werkt op een hbo-opleiding. Hij gaat het in zijn vakgroep hebben over 'IETS DOEN'.
Daar zitten we dan te praten, met volle mond, met Calzone (ik) en Quattro Staggioni (Ralf). Ook lekkere biertjes erbij.
zaterdag 24 januari 2026
VISSEN.
'Ik wil dat je hulp zoekt, Tony', zegt zijn moeder. 'Je zit hier thuis maar te verpieteren. Een man van jouw leeftijd gaat uit, werkt. Een kennis van me kan een afspraak voor je maken met een psycho-thera peut. Ik wil dat je daar naar toe gaat'.
Een paar weken later heeft hij zijn eerste gesprek, met een vrouw, ongeveer net zo oud als zijn moeder. Ze vraagt hem om wat over zijn kindertijd in Spangen te vertellen. Tony vertelt haar het een en ander. De dingen die hij meestal vertelt.
Ze vraagt hem of hij weet wat 'grensoverschrijdend' betekent.
'Weet ik', antwoordt hij. '
Hij ziet de therapeute elke week een uurtje en dan praten ze over wat er toen, Tony was acht jaar, gebeurd is. Vooral over 'dat' met opa. De vader van zijn moeder. Ze vraagt hem ernaar tot in de details en hij vertelt haar tot in details wat er gebeurd is.
Dat hij als het lekker weer was, een eindje met opa ging wandelen, dat opa hem meenam naar de kermis, naar het circus en hem trakteerde op een suikerspin. Opa maakte grapjes, hij liet Tony 'paardje rijden' op zijn schouders.
Ook gingen ze wel eens vissen langs de Schie. Hij met een schepnetje, om voorntjes, stekelbaarsjes en , soms, kikkervisjes mee te vangen en opa met een driedelige hengel om grotere vissen mee te vangen.
Op een dag verraste opa hem. Hij dacht dat ze gewoon weer langs de Schie zouden gaan vissen. Maar opa had een klein hengeltje voor Tony gekocht. Ze zouden die middag samen gaan vissen in een roeibootje. En Tony vertelt haar tot in de détails wat er gebeurt is.
Dat opa in het bootje achter hem ging zitten. Dat opa met zijn dikke buik herhaaldelijk tegen Tony's rug op botste, toen opa hem leerde vissen met dat kleine hengeltje.
Opa duwde, zachtjes, ritmisch, waarschijnlijk door die geringe golfslag, tegen zijn ruggetje op. Dan deed opa Tony's broekje los, opende zijn gulp, pakte zijn piemel en kneep er zachtjes en vele malen achtereen in. Hij deed het zomaar alsof zoiets de normaalste zaak van de wereld was. Een paar seconden, misschien een halve minuut, ademde opa heel zwaar. Toen deed hij Tony's broekje weer dicht, aaide hem over zijn hoofd , keek naar zijn eigen hengel en zag dat hij beet had.
'Een brasem, en nog een grote jongen ook.' hoorde hij opa zeggen.
Tony voelde aan de onderkant van zijn t-shirtje een kleverige substantie, die hij toen niet één, twee, drie kon thuisbrengen.
Het was zoiets raars. Hij wist niet precies wat dit voorstelde ... zo verwarrend. We zaten daar ook maar samen in dat bootje. Geen wandelaar, geen fietser te zien. Vreemd genoeg voelde hij zich helemaal niet angstig. Dat het niet pluis was voelde Tony wel. Hoe èrg niet pluis realiseerde hij zich niet.
Wel had hij lange tijd nadat hij uit het roeibootje gestapt was, nog een raar gevoel in zijn piemeltje.
Hij vertelde zijn moeder toen hij thuiskwam over 'opa's hengellesje' in de roeiboot. Zij reageerde woedend en schreeuwde uit: 'Nee, hè! Niet weer!'
Mijn moeder heeft zijn opa, haar vader dus, sedertdien in de ban gedaan. Ze had volgens Tony beter aangifte kunnen doen!
De therapeute vraagt hem of hij nog vaak denkt aan wat er toen gebeurd is.
'Niet zo heel veel', zegt hij. 'Wanneer het in de media over misbruik van kinderen gaat, dan denkt hij er aan. Wel raar, hij voelt zich dan beschaamd. Terwijl hij juist slachtoffer was ... maar elke keer als dat soort berichten in de media verschijnen, voelt hij zich verdachte ... zó stom.
'Elke keer?' vraagt de therapeute.
'Ja,' zegt hij, 'elke keer'.
vrijdag 23 januari 2026
BEVEILIGING.
Het regent. Ik sta onder een afdakje waaronder nog een stukje stoep droog blijft. Het is met dit weer meestal iets rustiger in het centrum. De mensen haasten zich door de smalle straat, weggedoken onder paraplu's. Het verkeer wringt zich langs hen heen. In het licht van de de koplampen is een regensluier te zien.
Later wordt het droog. Na een uur of één 's nachts is er niet meer zo veel aanloop. Dan zijn het vooral mensen, die gáán. Na drieën komt er niemand meer in. Niet dat er om die tijd nog veel mensen komen, zeker niet op een doordeweekse dag als vandaag. Soms zijn er een stuk of wat, zoals die drie, nog keurig in het pak, twee van hun, waren hun stropdas al kwijt geraakt. Ze komen met veel geschreeuw aangelopen, zien het uithangbord en besluiten dat ze naar binnen willen.
'We zijn gesloten,' zeg ik.
Een van de jongens probeert mij om te kopen. Hij wappert met een briefje van twintig euro.
Ik schud mijn hoofd. De jongeman met het geld blijft aandringen.
'Dat kan ik niet doen', zeg ik.
'Wat kan je niet doen?' zegt de jongeman en hij moet lachen.
'We zijn gesloten,' zeg ik nogmaals
'Dat kan je niet doen! Dat kan hij niet doen' zegt de ene jongeman tegen andere Ze moeten nu alle drie hard lachen.
Gelukkig hoepelen ze op. Ik kijk ze na en steek een sigaretje op.
De laatste klanten vertrekken om een uur of half vier. Ik 'help' ze een handje naar buiten. Het ruikt naar zweet binnen en het voelt aan als een sauna na die frisse vochtige lucht op straat.
De lichten zijn aan, waardoor de club een stuk kleiner lijkt. Het hoofdpodium en de privépodia langszij, ogen klein en armzalig.
Onderweg naar het kantoortje van Paul, mijn leidinggevende, kom ik een paar van 'onze' meisjes tegen, die op het punt staan om naar huis te gaan, in trainingspak, regenjas, oortjes in en zo'n uitdrukking op hun gezicht van: 'je hoeft niet eens te proberen me aan te kijken' op hun gezicht. Ik kijk weg!
Paul zit in zijn kantoor. Hij neemt het van me over. Ik heb geen idee waar Paul vandaan komt. Niet uit Engeland in ieder geval. Hij zou een Arabier kunnen zijn of zoiets. Zijn er Arabieren die Paul heten? Het slaat op de een of andere manier nergens op. Paul betaalt me uit.
'Bedankt', zeg ik.
'Geen probleem', zegt Paul, met zijn niet thuis te brengen accent. Ik doe de enveloppe in de binnenzak van mijn jack en ga lopend naar huis.
Het is bijna vier uur. Leger dan nu zullen de straten niet worden. Helemáál leeg raken ze natuurlijk nóóit. Her en der blijven plukjes mensen en eenlingen lopen. Ik ga over de Coolsingel, via het Hofplein en het Pompenburg, naar mijn huisje langs de Rotte.
donderdag 22 januari 2026
FRANSE LIEDJES.
In het kluphuis bij mij om de hoek begint een cursus 'Franse liedjes zingen'. Het is op zes donderdagmiddagen en het kost in totaal15 euro. Lijkt me leuk. Ik vind Frans een mooie taal. Spreek het ook goed. Vaak op vakantie geweest. In Avignon. Dan denk ik: misschien kan ik Bernd, Ken, Wela, Emmie en Elsbeth vragen om ook mee te komen zingen. Het zijn min of meer vrienden van me, sowieso leuke mensen om zoiets samen mee te doen.
Ik weet van Emmie, dat ze heel goed is in Frans, het is haar tweede taal, Portugees is haar moedertaal. Als ik haar vraag of ze meegaat doen, houdt ze gelijk al de boot af. Ze is oppas-oma. Op donderdagmiddag komt haar kleinkind.
Ik hoop ook de mannen Bernd en Henk te kunnen strikken maar Bernd weet zeker dat het niks voor hem is en Henk zingt al genoeg: in een koor en in een coverband.
Vriendin Wela zegt dat ze geen Frans 'ken' en al helemaal niet ken zingen door haar spraakgebrek met de 'L' die ken ze niet uitspreken aan het eind van een woord.
Elsbeth, tja, ik weet dat ze een beetje Frans begrijpt. Ik ben wel eens naar een Franse lachfilm geweest met haar en haar broer. Ze doet haar deur niet eens voor me open, als ik haar wil vragen, terwijl ik weet dat ze thuis is. Ik weet ook dat ze dépri is, un petit peu. Ik stuur haar later op de dag een appje met de vraag of ze meedoet ... een paar uur later antwoord ze lieflijk: 'Non!!'.
Dus zit er voor mij niks anders op dan alleen te gaan. Vind ik niet erg. Ben ik wel gewend. Het groepje blijkt te bestaan uit allemaal 70-plussers; net als ik. Vlak voordat we beginnen komt een bekende van me het leslokaal binnen lopen. 't Is Alida. Ze is verbaasd me hier te zien, Ze kent me alleen als sporter en leraar Nederlands. 'Kom ook mee zingen Alida!' probeer ik enthousiast. Leuk geprobeerd, maar ze is in dat kluphuis een soort van baas. Dan kan ze hier moeilijk onder werktijd gaan zitten meezingen natuurlijk en ... zo eerlijk is ze dan ook wel weer, ze kent helemaal geen Frans en 'Frans kent mij ook niet,' lacht zij. Dus ... zij gaat gauw weer aan de slag.
We zingen deze middag twee heerlijk chansons:
'La ballade des gens heureux' van Gerard Lenorman.
'Aux Champs Elysées', van Joe Dassin.
Ik ben een fan van Jacques Brel. Dat zeg ik tegen Alain, de cursusleider, in de hoop dat we nog eens een een chanson van Brel gaan zingen. Maar dat zal niet geburen, denk ik, omdat hij vindt dat Brel's teksten nogal somber zijn. Hij wil met dit groepje alleen vrolijke liedjes zingen.
'Johnny Holliday vind ik ook goed', zeg ik. 'Pour moi la vie va commencer', zing ik. Maar Alain is al onderweg naar een andere cursiste, een charmante oude dame.
woensdag 21 januari 2026
1. BURENHULP 2. BETRAAND
'Dat had je nooit moeten doen, man', zegt Arie. Daar krijgie echt gedonder mee en niet zo'n beetje ook!'
'Zullen we dan wel zien', zei ik.
Vroeg in de avond staat buurvrouw Bea (50) opeens bij me op de stoep.:
'Dag buman' zegt ze, met haar eigenaardige bromstem
'Halló Bea!' zeg ik verrast.
Willu me helpen, buman?' ze kijkt me niet aan.
‘Ligt er aan waarmee, 'nee' heb je, 'ja' kan je krijgen,' zeg ik vriendelijk lachend.
‘Ben op me schouder gevallen. Doet veel pijn. Moet zalf op.’ zegt ze met een zielig gezicht
‘Zoiets doet buurvrouw Willy toch altijd voor je? vraag ik …
‘'Ja Willy, altijd,' bromt ze.
'Dan ga je toch naar haar toe. Twee deuren verderop.' Een lichte tegenzin begint me te bekruipen .....
‘Ze is niet thuis’ huilt ze bijna.
‘Dan probeer je het straks nog een keer',
'Hebbal paar keer gebeld ... ze is er niet ... heb veel pijn nu. Willu helpen alstublieft buman.'
'Nou, kom maar binnen dan', zeg ik met frisse tegenzin.
We staan in de woonkamer. Ze geeft me een tube Midelgan.
'Waar moet ik smeren, Bea?' vraag ik.
Zij schuift de mouw van haar t-shirt over haar rechterschouder:
'Daar ... me schouder,'' zegt ze.
'Zeg maar goed waar ik precies moet smeren, waar de pijn zit'.
Smeer ik op de goede plek? Vraag ik nog eens voor de zekerheid.
‘Ja, goed buman'. In vijf minuten is het klusje geklaard.
Dankewel buman,' klinkt dat eigenaardige stemmetje van haar.
'Altijd eerste even naar Willy gaan, hè! Als zij er niet is kan je mij vragen'.
‘Ja, dankewel buman.
De volgende dag: jawel? Staat Bea weer zielig bij mij op de stoep. Weer zegt ze dat Willy er niet is. Dat klopt ook. Heb ff bij haar aangebeld.
Ik help Bea nu wel weer als invaller voor Willy. We zijn inmiddels ruim een week verder en tot nu toe is het bij die twee keer gebleven.
Graag gedaan Bea!
2. Behuild
Ik zag in de verte dat m'n vriendin Elsbeth me tegemoet kwam lopen. Zij kwam uit de bibliotheek, ik was op weg daar naar toe. Ik heb een mailtje gekregen van de bieb, dat ik het boek dat ik reserveerde kon komen ophalen.
Gewoonlijk hebben Elsbeth en ik vrolijk-getinte adhd-achtige
gesprekjes. Op een afstand van 5 á 10 meter zag ik haar betraande gezichtje,
licht gezwollen oogleden en haar afgezakte mondhoeken. Van een opgewekte begroeting
kon geen sprake zijn. Ik keek haar half aan, en bewoog impulsief mijn rechter
wijsvinger naar mijn lippen. Elsbeth zag het en knikte naar me. Zwijgzaam passeerden we elkaar en gingen verder ons weegs.
Later op de dag appte ik haar een ‘mondje dicht-emoji’
en een ‘smile-emoji’ , om haar wat op te beuren.
Dat laatste was, denk ik achteraf, te veel van het goede. Dat heb ik nou altijd. Maar ja, niks meer aan te doen.
dinsdag 20 januari 2026
DE POPPENDOKTER.
In de vijftiger jaren van de vorige eeuw woonde ik in Spangen. Zo rond de tien jaar was ik. Twee speelgoedzaken waren er daar in die tijd: de Poppendokter en ’t Hart.
maandag 19 januari 2026
VERYUPT?
Altijd leuk om mss E. tegen te komen op de sportschool. Er was een tijd dat we samen van 9 tot 10 uur 's ochtends sportten en babbelden. Tegenwoordig lopen we elkaar gewoon mis.
Nou ja gewoon? Ik denk wel eens dat mss E. mijn manische geouwehoer spuugzat is en daarom vanachter haar keukengordijn in de gaten houdt wanneer ik naar de gym ga of weer terug kom en dat zij daar dan haar eigen sporttijden op aanpast.
Vanochtend babbelen en fietsen we als vanouds. Niet te hard ... in een comfortabel tempo.
Onze woningen zijn vrijwel identiek. Zij houdt een lofzang op onze appartementen met vandaag volop zon op de grote woonkamerramen. Geen stookkosten deze dag. De gemiddelde temperatuur binnenshuis gaat oplopen tot 20,5 graad. Mss E.is dol op haar huis.
'Absoluut mss E.', zeg ik, 'een prachtige woning. Ze zou alleen ergens anders moeten staan'.
’Ergens
anders?’vraagt zij.
'Ja, ergens anders,' antwoord ik. 'In het Oude Noorden of Crooswijk'.
'Oude Noorden of
Crooswijk?' vraagt zij.
'Ja, in het Oude Noorden of Crooswijk,' antwoord ik. 'Ik ben op en top een centrum man'.
'Op en top een centrum man?' vraagt zij?
En tamelijk onverwachts, sprint mss E. weg en zegt:
'Het Oude Noorden is de laatste jaren wel erg veranderd.'
Dan had ik tegen haar kunnen zeggen:
’Erg veranderd?’
Maar zo'n pestkop ben ik nu ook weer niet.
Dus ik haak gelijk in op haar opmerking:
‘Inderdaad, mss E. tot mijn grote verdriet is het Oude Noorden
flink veranderd, de laatste decennia'.
‘De laatste decennia?' vraagt zij gelijk weer.?
'Ja, de laatste
decennia, is die wijk half veryupt', zeg ik.
‘Half veryupt?’ vraagt zij.
'Ja, 50% is tegenwoordig student of hoger opgeleid en de andere helft is arbeider of uitkeringstrekker,' zeg ik.
Dan zegt mss E.: 'Het was toch hoognodig dat daar eens wat gebeurde.'
'Waarom de sociale structuur van het Oude Noorden overhoop halen. Waarom betaalbare woningen slopen. Waarom de machtige en gezellige smeltkroes van tientallen nationaliteiten, die daar vanaf 1960 is ontstaan, ruïneren,' is mijn reactie.
'Ruïneren, ja,' zeg ik. 'Politiek gezien is het blijkbaar simpeler om een
arbeiderswijk van zijn identiteit te ontdoen dan Hilgersberg, de Rotterdamse wijk van de rijke pikken,' zeg ik.
'Rijke pikken?' vraagt zij.
'JA! MSS. E. RIJKE PIKKEN!!' antwoord ik.
Mss E. is al met haar gele doekje in de weer om haar fiets schoon te poetsen.
'Tsjonge, jonge,' verzucht zij, met een blik op mij.
zondag 18 januari 2026
PA.
'Kan je niet eens wat aardiger over je vader schrijven? Het is vaak zo negatief', zo reageren lezers. Okee dan. Daar gaat ie.
Beschuitje.
Ik zal een jaar of vier geweest zijn toen mijn vader me op zijn schoot nam, zijn ongeschoren gezicht naar mijn gezichtje toe bewoog en met zijn harde baardharen over mijn tere kleuterhuidje schuurde. Hihihihahaha, papa lacht, mama lacht. Leuke actie. Dus lachte ik mee als een boertje met pijn aan zijn wangetjes.
Twee vingers.
Een paar jaar ouder ben ik inmiddels. Six/Seven. Pa leerde mij toen het simpele krachtspelletje 'twee vingers.' Een spel voor twee spelers.
Eerst slaat de een zo hard mogelijk met zijn wijs- en middelvinger op de wijs- en middelvingers van de ander. Dan mag de ander zo slaan. De twee gaan, om beurten, net zo lang door tot de pijn in de vingertopjes van één van de spelers ondraaglijk is. Die is dan de verliezer.
Ik vond het een heel leuk spel. Mijn vader liet me nooit winnen, dat vond ik ook niet erg. Het was grappig om te zie hoe bloedrood die vingertopjes er tenslotte uitzagen. Mijn moeder vond het maar niks: 'Je (mijn vader) hebt weer eens last van van 'ptss-jappenkampneigingen', mopperde ze.
Armpie drukken.
Hoe dat gaat is bekend. Veronderstel ik. Deden we ook graag samen (vanaf 10). Hij liet mij vaak winnen
Het badhuis.
De arbeiderswoningen in Spangen waar wij woonden tot mijn 13e hadden geen douche. Er was in de naburige Justus van Effenstraat een badhuis. Met een reusachtige badkuip ruim genoeg voor met z'n drieën, heerlijk warm water, daar lagen we met z'n tweeën te spetteren. Ik was toen negen jaar, pa 28. Daar zag ik hem voor het eerst helemaal bloot. Imposant.
(Kaart)spelletjes.
(Kaart)spelletjes vond mijn vader leuk en als ze niet al te moeilijk waren had ik ze snel door. We speelden dan met het hele gezin, toen me z'n vijven.
Welke spelletjes?:
Vanaf een jaar of 6/7 kaartspelletjes: Eenendertigen, patiencen, pesten, achten, jokeren. Helaas was ik niet slim genoeg om de regeltjes voor klaverjassen te onthouden.
Hij deed graag mee met allerlei spelletjes. Monopoly en Mens erger je niet.
Dammen heeft ie mij geleerd. Vind ik erg leuk om te doen. Ben ik redelijk in.
Schaken pa deed zijn best maar ik had het analytisch vermogen niet. Hij was daar zelf goed in.
Sparta Voetbal/Sparta Honkbal
Vanaf mijn achtste jaar mocht elke veertien dagen op zondagmiddag mee naar de voetbalwedstrijd van Sparta. Dat vind ik het fijnste waar hij me kennis mee heeft leren maken: Voetbal. Om zelf te doen en om naar te kijken.
Ook heeft hij mij heel goed de regels van de honkbalsport uitgelegd. Daar kan ik nu ook nog erg van genieten. Als kijksport.
Al de aangename herinneringen aan mijn vader zitten in de periode tot mijn puberteit in de periode Spangen, tot 1963. Vanaf 1963, de periode IJsselmonde, is mijn waardering voor hem groot omdat hij in die periode, voor het grote gezin (op het laatst 10 kinderen) waarin ik ook opgroeide ontzettend hard gewerkt heeft.
zaterdag 17 januari 2026
LAPTOP.
Tegen drieën vannacht lag ik pas in bed. Ik moest nog wat schrijven. Tot negen uur geslapen, uitgeslapen voor mijn doen. Het allereerste waar ik aan denk is dat mijn kleinzoon Bent vanmiddag in Dordrecht zijn verjaardag viert. Hij is 13 januari jl. 12 geworden.
Ik ga er heen met de trein van 13.41 uur, met mijn ex. Winny , die ook nog steeds in Rotterdam woont. De verjaardagsfeestje duurt tot 17.00 uur. Ik heb al een kado gegeven. Een bijdrage aan het grote kado voor Bent's 12e vejaardag; een laptop. Een laptop heeft hij hard nodig volgend schooljaar als hij op de middelbare school zit. Het ding kost bijna 400 euro. Mijn bijdrage is 100 euro.
Onwillekeurig moest ik denken aan mijn middelbare schooltijd. De hbs. Ik stel me het gevoel van rampspoed voor dat mijn moeder zou overvallen als ze hoorde dat ik voor het volgend schooljaar iets moest aanshaffen van 400 gulden.
Tussen twee haakjes: een gevoel van rampspoed is alleen iets dat mijn moeder kan overvallen. Mijn vader is in de Tweede Wereldoorlog, in het Jappenkamp, al zijn gevoel kwijtgeraakt, dus zeker iets als rampspoed kan hij niet kennen noch herkennen.
Voor die 400 gulden moest mijn vader destijds twee maanden werken (inclusief de nodige overwerkavonden). Hij heeft zich zijn hele leven de pleuris gewerkt. Maar nooit verdiende hij ene klote. Dat kwam omdat hij, ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog ongeschoold arbeider was geworden. Dat schoof iets meer dan niks.
Alleen al door de verplichte aanschaf van het jaarlijkse leerboekenpakket voor mijn 'hogere school', 50 á 60 gulden, hadden we thuis een maand lang nauwelijks te vreten. Het enige broodbeleg in die dagen was dun boter (Zeeuws meisje) met een theelepeltje gekleurde hagelslag, wat we destijds muisjes noemden.
De jarige van vandaag, gaat dus met het volgend schooljaar naar de middelbare school met een havo-advies. Hij wordt groot. Nu al is hij bijna even groot als ik (1.84m). Ik ben nu nog maar een half hoofd (mijn hoofd) groter.
Voor het eerst in zijn jonge leven toonde Bent enige belangstelling voor mij persoonlijk: 'Waar en hoe heb je oma Winny leren kennen?' Hij luisterde aandachtig en ging het hele verhaal op zijn laptop op in Word zitten uittikken.
vrijdag 16 januari 2026
BAKKERIJ.
Meestal vind ik op het gebied van
stand-up comedy alles leuk. Voor een avondje lachen betaal ik tussen 7.50
en 25 euro. De ene keer is het leuker dan de andere keer en dat heeft dan meestal met de prijs van het ticket te maken. Het lijkt wel of mijn gevoel voor
humor recht evenredig is aan de prijs van het ticket. Een dure comedien levert
een top-act van anderhalf uur.
Daarentegen is goedkope comedy voor
mij vaak ook lachen, gieren, brullen. Heerlijk vind ik het om durf-als de vloer
op te zien gaan, vaak voor de allereerste keer. Op zo'n goedkope comedy-avond,
ruim twee uur, staan zo'n vier comediens geprogrammeerd.
Op een avond met veel aankomende talenten is de aanwezigheid van een MC ook cruciaal. De MC warmt met grapjes
het publiek op en enthousiasmeert het publiek om de artiest luidruchtig te
verwelkomen. Soms is de MC leuker dan de (aankomende) comediens.
Maar afgelopen woensdag was ik bij de Bakkerij, een theatertje in Rotterdam Noord. Daar was toen een stand-up-comedy-show met vier comediens. Ik betaalde een entreeprijs van 15 euro. Gratis bijna. De MC, een Argentijn, stak met kop en schouders boven de vier anderen uit. Zijn eerste opmerking was meteen raak: 'Ik treed op in kleine theaters zoals dit hier maar ... veel vaker in hele grote zalen ... alleen zit daar minder mensen in dan hier.'
Beneden alle peil was de act van Karel. Een twee meter lange man met een Herman-Monster-hoofd en bijpassende stem. Hij startte zijn act met het uit zijn broekzak halen van een aantal A4tjes, waarop wat onduidelijk Karel-grappen genoteerd stonden, die hij voorlas aan de zaal. Toen de A4tjes leeg gelezen waren pakte hij een boek. Een toneelstuk, van Herman Heijerman: 'Op hoop van zegen.''. Uit dat toneelstuk droeg hij een aantal dialogen voor. Dat was zijn act.
Doris, deze komiek introduceerde de
sit-down-meditatie. Hij vroeg ons, de volle zaal, onze ogen te sluiten en
raaskalde, weliswaar op bedaarde toon, woorden, die noch ontspanden, noch
hilarisch waren. Duidelijk de dodelijke categorie: jammer maar helaas.
Bernard was de uitblinker van de
avond. Hij bracht een leuk nummer over 'bij de kapper'. Het stereotype kappersgelul en het kijken in de
kappersspiegel om te zien hoe je haar nu zit. Bernard vindt het meestal
'zwaar kut' maar hij houdt zijn mond, want als hij wel wat zegt, zit hij nog eens een half uur in de kappersstoel.
Karin de Vette. Haar voornaamste onderwerp is haar vet. Ze is daar apetrots op. Iedereen wordt uitgenodigd om van haar vet te komen genieten. Ze schreeuwt vele lelijke onbeholpen zinnen over haar vette lijf haar trots en glorie.
En wij, de honderd-koppige massa in de zaal, lachten en klapten omdat alle begin moeilijk is maar het niveau was wel eens hoger.