woensdag 4 februari 2026

ELF JAAR EERDER (6) GEEN HOTEL

Vanmorgen vroeg mijn vrouw zich af, hoe vaak ze het me nog moest vragen, voordat ik eindelijk de koelkast eens ging ontdooien en wat ging doen aan de de haperende afvoer van de wastafel in de badkamer.
‘Geen idee,’ was mijn reactie en eerlijk is eerlijk, ik heb werkelijk geen idee wanneer ik daar aan toe kom. Ik kon me trouwens ook niet  herinneren, dat ze het mij ooit gevraagd had. En dat hoefde ook helemaal niet, want op zich zijn dat twee taken van mij. Ik zei tegen haar: ’dat ik die dingen dit jaar heus nog wel een keer zal doen.’

Ze vond het toen nodig, om mij op luide en verontwaardigde toon, duidelijk te maken dat het hier (daarmee bedoelde ze ons huis)  geen ‘hotel’ was.

Alsof mij dat nog niet duidelijk was. Ik zeem in dit huis de ramen en maak het houtwerk  gelijk schoon. Ik kook drie keer per week, doe alle dagen de afwas (mijn vrouw droogt af), koop op zaterdagochtend de grotere hoeveelheden, wat zwaardere boodschappen, ga in Vlaardingen een goed en goedkoper soort kattenvoer halen, ik koop voor zes weken kattenbaksteentjes; maandelijks verschoon en ververs ik de kattenbak, wekelijks breng ik de volle vuilniszakken en onze privépapierbak naar het afvalverzamelpunt in de straat; een keer per maand leeg ik onze persoonlijke glasbak in die van de gemeente, een paar straten verderop. Verder doe ik verschillende wassen: donkere, witte, gekleurde en de wolwas; en dan natuurlijk ook het ophangen afhalen en opruimen van die wasjes; dit laatste doe ik samen met mijn vrouw, dat zal zo’n beetje neer komen op fifty/fifty. Dat zijn toch allemaal dingen waar ik absoluut niet aan zou beginnen als ik in een hotel zou zitten. Ik zou haast zeggen ‘zo gek ben ik nou ook weer niet.’

Overigens, vroeg ik haar nu op mijn beurt, ‘een paart maandjes terug,  ben ik  twee à drie weken bezig geweest met  witten van het huis. Ook zoiets waar je niet opkomt als je denkt in een hotel te wonen: dan laat je meestal iemand komen.
Ik was niet besteld en toch lekker bezig als herfstschilder. Betalen hoef je hem niet want zowel jij als ik weten: het is hier geen hotel. Vreemd echter vind ik wel, dat ik nooit een waarderende opmerking van mijn vrouw heb gehoord over dat schilderwerk.

‘Aha’, zei ze toen, ‘een pluimpje! Dààr was het meneer dus om te doen. Het ging jou niet om de schilderklus. Het ging er jou om een pluimpje van mij te krijgen.’

‘Nou ja,’ zei ik, ’ik bedoel te zeggen dat ik het nogal vreemd vond,  dat jij niet wou zien  dat ons huis gewit werd. En …. of je daar nou iets goeds of iets kwaads over gezegd zou hebben, dat zou me echt geen moer kunnen schelen. Het leek haast wel of je wilde negeren wat ik aan het doen was.’

Moe en dorstig van al dit slap gezeik, ga ik een glas Spa Rood in schenken.
‘Schenk voor mij ook gelijk een Spaatje Rood in? ’vraagt mijn vrouw.

‘Ja, daaaaag, het is hier geen hotel!’ 

dinsdag 3 februari 2026

ELF JAAR EERDER (5) ONNODIG KWETSEN

 Mijn vrouw zei dat ze een avondje was wezen stappen. Ik lag in die periode net met een zware longontsteking in het ziekenhuis.

Ik vroeg: ’Wezen stappen? Met wie dan?’
‘Wat ‘met wie dan’? vroeg mijn vrouw.

‘Gewoon, met wie je dan bent wezen stappen,'? zei ik.

‘Dat ga ik jou niet vertellen hoor …,’zei mijn vrouw. Nee, dat vind ik onnodig kwetsend zowel voor hem als voor jou. Ik denk dat het voor jou niet echt okee zou zijn als ik jou over al mijn kleine verliefdheden zou gaan vertellen.’

‘Al je kleine verliefdheden? …….. zijn het er dan zo veel?’ vroeg ik.

‘Ik weet niet precies hoeveel, hoor, maar het gaat meestal snel over.  En het gebeurt alleen maar in mij hoofd hè. Die ander weet nergens van. Ze zijn meestal van op mijn werk. Soms heb ik er wel eens twee op een dag. Het gebeurt ook dat ik een maand lang één kleine verliefdheid heb. Heb jij dan nooit zoiets?’ zei zij.

‘Uhm, om je de waarheid te zeggen …. ja, ik heb bijvoorbeeld zo’n kleine verliefdheid met …’

‘Nee stop!’, zei zij, ‘dat wil ik niet horen. Wat jij met een ander hebt of wil hebben of denkt te hebben, dat hoef ik niet te weten, hoef ik niet te horen.’ zei zij.

‘Van zo’n kleine verliefdheid heb jij meestal geen last hoor, schatje,’ zei zij, ‘nee, want ik doe meestal toch niks met zo’n kleine verliefdheid.’

‘Meestal doe je niks met zo’n kleine verliefdheid?’ zei hij, ’meestal…’

‘Nou ja, ik bedoel niet helemáál niks natuurlijk: ik haal wel eens een kop koffie voor hem, of geef hem een boterham van mij als hij trek heeft, ik lach vriendelijk naar hem als ik met hem in de metro zit. Met sommigen doe ik inderdaad helemaal niks: dan kijk ik stuurs voor me uit als hij naast me zit. Wat ik wil zeggen, is dat jij heus niet bang hoeft te zijn dat je iets te kort komt, hoor. Want het is allemaal even vluchtig even luchtig; het is meestal zo weer over. Een heel enkele keer, wordt die kleine verliefdheid wel eens wat heftiger …’ zei zij.

‘Ja, ‘ zei hij,’ zo had ik laatst een tamelijk heftige kleine verliefdheid met Loreena,’

‘Hè dat had je nou niet moeten zeggen, wat zei je nou? …… Loreena ……. wat? Die stagiaire?  Wat heb jij daar mee gehad? Die is toch veel te jong?’ zei zij.

‘We zijn na het werk wat gaan drinken in pub tegenover de zaak. Aan de bar gezeten, gedronken, gepraat,  gelachen, gestreeld,’ zei hij, ‘ik heb Loreena daarna even met de auto thuis gebracht. We hebben gezoend. ‘And that’s all!'’

‘Zo’, zei zij, ‘dus jullie hebben gezoend? Getongzoend soms? Nee, dat zal wel niet hè?’

‘Nee, Loreena en ik hebben elkaar een zoen op de mond gegeven. Met gesloten mond. En maak je er nou alsjeblieft niet onnodig druk over, want dit stelt allemaal niks voor,’ zei hij. Loreena heeft een leuke vriend en ik heb een leuke vrouw en dat willen we allebei zo houden, toch?’

‘Oh, zei zij, wanneer bij mij een kleine verliefdheid eens wat heftiger wordt, dan kan het wel eens gebeuren, dat mijn fantasie een beetje op hol slaat …dan haal ik me 's nachts allerlei spannende dingen in mijn hoofd … maar dat is op zich heel onschuldig.’

‘Okee,’ zei hij, ‘ en met wie heb je dan nu die heftige kleine verliefdheid? ….. O, nee, dat mag ik niet weten, hè? ….. dat zou me toch alleen maar onnodig kwetsen????

maandag 2 februari 2026

ELF JAAR EERDER (4) VOGELS

Ik had er opeens schoon genoeg van, van  al  die kwieke vogels op ons balkon. Natuurlijk, het is hartstikke leuk als je vanuit de woonkamer, die op het balkon uitkomt, het komen en gaan kan bekijken van onze gevederde vrienden. Soms zijn we getuige van een kleine onderlinge vechtpartij tussen wat ongedurige spreeuwen. De spreeuwen komen op die lekkere en voedzame dingen af, die we voor de vogels op het balkon hebben opgehangen. Helaas blijft deze voederplek voor vogels geen geheim voor spreeuwen alleen. De vogeltamtam werkt uitstekend. Na de spreeuwen melden zich de koolmeesjes, die een soort lijnverbinding lijken te hebben met ons balkon. Vooral op de inhoud van de pot pindakaas zijn ze dol. Dat potje is precies groot genoeg voor een koolmees, trouwens ook voor de pimpelmees maar die zien we zelden. Voor spreeuwen is die pindakaaspot niks. Ze pletteren die pot steeds op de grond. Gelukkig zijn die potten wel behoorlijk stevig. Ze breken echt nooit. Vogels van alle soorten, maten en kleuren vertonen zich op ons balkon, terwijl we toch alleen maar een stuk of vijftig pinda’s in de schil aan een touwtje rijgen en ophangen aan de waslijn. Die gebruiken we toch nooit in de winter. 

Een groot succes, vooral bij de mezen, zijn (logisch eigenlijk wel)  de mezenballen. In alle standen peuzelen ze de ballen op.  Ook eksters willen wel wat eten van de mezenbal maar zij geven er de voorkeur aan om een hele bal of een deel er van mee te nemen. Met hun angstaanjagende gekras slagen ze er in om veel lieve vogeltjes de stuipen op het lijf te jagen. Eigenlijk is ons balkon een soort mini restaurant voor lieve kleine vogels. Maar  ja, ze zijn moeilijk tegen te houden, die relatief grote vogels: de duiven, de halsbandparkieten, de eksters en gaaien hoewel die gaaien nog zo erg niet zijn. We hadden eens een keer een appel in het gietijzeren balkonhek vastgezet. Binnen de kortste keren zien we een halsbandparkiet er met die hele appel vandoor gaan.

Die gaaien daarentegen zijn eerder te lief! Afgelopen zomer hoorde ik een hels kabaal op ons binnenterrein; twee gaaien gingen woedend te keer tegen een paar kraaien die het gaaiennestje hadden leeggeroofd. Toen ik even later op het binnenterrein was zag ik drie gaaienlijkjes liggen. Triest. Die kraaien hadden niet eens de moeite genomen dit lekkere hapje op te peuzelen
Al die kleine vogels zijn echt leuk: roodborstjes, vinken, mussen, en ook de wat grotere: merels en lijsters.
Het vervelende van de grotere vogels is dat ze de kleinere verjagen. Maar vreemd genoeg: van de grootste van die vogels, de duif, is vrijwel geen enkele kleine vogel
bang. Ja, als de duif ff flink met zijn vleugels klapt dat vliegen er wel wat kleintjes op, maar die zijn ook zo weer terug op hun ouwe stek.
Opeens had ik er dus schoon genoeg van, van al die stront op ons balkon.  Laatst, met oud en nieuw, ging al mijn visite op het balkon staan kijken aar het vuurwerk. In een mum van tijd was alle vogelpoep onze woonkamer in gelopen. En vorige week wilde ik wat glaswerk weggooien in onze eigen glasbak gleed ik uit over die verraderlijk gladde kakkederrie … lag ik in een spagaat op mijn balkon. Dat was voor ons de limit. Mijn vrouw heeft al het wintervogelvoer dat we nog in voorraad hadden op het binnenterrein opgehangen.

Sindsdien is het een stuk rustiger bij ons op het balkon en schoner.

zondag 1 februari 2026

ELF JAAR EERDER (3) VERKOUDEN

 Ik ben een beetje ziek. Gisteren was ik dat ook al maar vandaag een klein beetje meer. Mijn temperatuur vandaag is 39,5 en gisteren  39. Het stelt allemaal niet zo veel voor hoor: ik heb alleen maar hoofdpijn, kriebelhoest  en last van benauwdheid. Kouwe rillingen trekken over mijn rug; af en toe is mijn lijf één groot kippenvel. Ik snuit me een ongeluk. Dat schijnt een goed teken te zijn. Mijn moeder zaliger zei altijd al: ’Dan komt de verkoudheid goed los.’

Dit is de eerste verkoudheid, waarbij ik geen ouderwetse boerenzakdoek gebruik maar uitsluitend de papieren van het merk  Tempo. Maar het scheelt nogal,  zo’n boerenzakdoek of zo’n papieren Tempootje. In zo’n rode boerenzakdoek snoot ik gemiddeld tien keer, voordat ik er een pot thee van trok …. nee, nee, grapje ….. voordat ik hem in de wasmand deed. In zo’n Tempo-pakje zitten tien papieren zakdoekjes, die je elk maar één keer kunt gebruiken en … zo  is mijn ervaring van vandaag, dan zit het meeste snot nog aan mijn vingers ook. Ik ben wel blij dat mijn snot tot op heden helder is. Misschien komt het nog, maar persoonlijk vind ik de taaiere groenige snotkwakjes er vooral voor anderen onsmakelijk uitzien. In die boerenzakdoeken was dat simpel weg te proppen maar snot van zo’n Tempootje blijft ongegeneerd aan je handen kleven.
Ik nies me ook een ongeluk. Ik zat in de bioscoop; er zitten twee vrouwen naast me, één links en één rechts. Opeens voel ik de nieskriebel aankomen maar ik kan noch naar links en noch naar rechts. Dus instinctmatig duik ik naar voren, ik houd mijn hand nog wel voor mijn mond maar de nek van de man voor mij was toch flink vochtig geworden. De man keek even ontstemd om en veegde de boel met zijn sjaaltje droog.

Vanmorgen was ik op de sportschool, ja want zo ben ik nou ook wel weer, de sportschool gaat gewoon door, verkouden of niet. Ik was aan het fietsen en ja, hoor, weer een niesimpuls. Weer aan allebei de kanten dames. Bijzonder fraaie afgetrainde sportdames. Dan kies ik ervoor om gewoon recht op mijn fiets te blijven zitten en te niesen. Ik had alleen mijn hand om voor mijn mond te houden, was te laat om mijn handdoek te pakken. Het was echter een buitengewone nies, die zowel naar links als naar rechts krachtig wegspoot. Geheel in stereo lieten de fraaie sportdames mij weten dat ik een gore ouwe viezerik was. Dat vond ik wel wat  overdreven maar een beet je gelijk hadden ze toch wel. Ik excuseerde me. De dames pakten mij mijn handdoek af en veegden daarmee hun armen en gezicht schoon.  'Niet meer doen hè, ouwe?' 

Van kriebelhoestjes krijg ik het een beetje benauwd. Het zijn van die korte hoestjes heel vlug achter elkaar, die van vrij hoog in de longen komen. Is er wat aan te doen? Gelukkig wel. Kruidvat heeft Daro Droge Hoestsiroop. Een dikke suikersiroop creëert een beschermend filmlaagje in de keel .
Daarnaast verkoopt een grote snoepspeciaalzaak  in de Zwartjanstraat een verrukkelijke honingdrop die de kriebelhoest tot een minimum beperkt. Met die drop en de hoestsiroop kom ik deze dag en de komende dagen wel door.


Eerder gepubliceerd in februari 2015

  

zaterdag 31 januari 2026

ELF JAAR EERDER (2) BANGIG

De laatste tijd is hij banger. Zoals de lift nemen in het gebouw waar hij woont. Hij durft het gewoon niet meer: angst dat lift in een vrije val komt of ergens onderweg klem komt te zitten.

Naar beneden lopen gaat nog net, maar het zweet breekt hem wel uit. Hij is panisch voor als hij een van zijn buren tegenkomt … en als die dan wat tegen hem zegt, dan durft hij niks terug te zeggen. Dat komt omdat hij heel erg slist. Zo erg dat niemand een touw kan vastknopen aan wat hij zegt. Zelfs zijn eigen moeder, met wie hij al vanaf zijn geboorte samenwoont, verstaat soms helemaal niets van wat hij zegt.
Soms is het simpel een vraag van een buurman te beantwoorden. Bijvoorbeeld als de buurman zegt:
’Hallo buurman, gaat het goed?’
Dan is het voldoende dat hij ‘ja’ knikt, ook al gaat het helemáál niet goed. Want die buurman heeft er  niks mee te maken, dat het niet goed gaat met hem. Wat heeft het voor zin dat de buurman dat dat weet?!

Wat moeilijker te beantwoorden  is de vraag  van een buurvrouw:
‘Hallo buurman, de afrekening van de stookkosten is veel te hoog. Protesteert u ook mee bij de huisbaas?’
‘O,s ngblkss, ssskwee nies,’ zegt hij dan.
Hij gaat naar de bibliotheek; wil er om half elf zijn. Vlug gaat hij de portiek uit. Eigenlijk had hij nog naar de post willen kijken. Hij verwacht dat er geld gestort is op zijn rekening. Misschien staat hij nu niet meer rood. Door de ontmoeting met de buurvrouw raakte hij een beetje in de war en vergat hij helemaal naar de post te kijken.
Hé, toevallig ziet hij de buurvrouw net  het portiek verlaten. Zo snel als hij kan gaat hij terug de portiek in maar hij had zich de moeite kunnen besparen want de post was nog niet geweest.
‘Zal ik problemen krijgen in de bibliotheek?’ dacht hij. Want gisteren ontving hij van de Gemeentelijke Bibliotheek een kaartje waarop stond dat hij vier boeken, drie weken te lang geleend heeft. Hij moest de boeken snel terugbrengen en: 12 euro boete betalen … hij stond in de min. Hij is een beetje onzeker over hoe ze bij de bibliotheek zullen  reageren. Van de laatste keer dat hij er was, kon hij zich nog herinneren, dat er veel grote kale mannen, in zwarte uniformen rondliepen. Hij  kan zich niet meer precies herinneren of ze ook een wapen droegen, of niet. Hij dacht van wel.
De hele weg van huis naar de bibliotheek, liep hij zichzelf een beetje op te fokken. Over de boeken, die hij veel te lang geleend had, over het geld, of het nou wel of niet op zijn rekening zou staan en over de mannen in die zwarte pakken, of ze nou wel of geen wapens hadden, misschien wel messen.
Toen stond hij ineens voor de Poffertjeskraam op de Botersloot en in één klap was hij alle sores vergeten. Hij stapte naar binnen bestelde slissend een grote portie poffertjes (eess sgrosse ssporssie sspossesstsjes) De serveerster begreep hem en hij nam er een kop koffie bij (dat wees hij aan).
 ‘Zeven euro vijftig,’ zei de serveerster. In zijn enthousiasme voor de poffertjes was hij ineens alles vergeten: dat hij zo sliste, dat hij op weg was naar de bibliotheek en dat hij geen saldo had. Met ingehouden adem stopte hij zijn bankpas in het betaalapparaat van de poffertjeskraam en … jawel hoor hij had weer saldo. Dat was een hele zorg minder. Alleen vroeg hij zich nog steeds af of de mannen in die zwarte uniformen nu wel of niet bewapend waren.


Eerder gepubliceerd in februari 2015

vrijdag 30 januari 2026

ELF JAAR EERDER (1) ZATERDAG

 Zaterdag. Ik heb mijn wekker op acht uur gezet. De wekker van mijn vrouw liep om zeven uur af. Zij gaat deze morgen met een vriendin naar een film van het IFFR; die begint om kwart over negen! De film gaat over Aboriginals.

Daarna gaat ze een nieuw fornuis kopen. Want van de week heeft ons fornuis het begeven. De thermostaat gaf het op. Ze wil eigenlijk een fornuis gaan kopen bij Media Markt, omdat er dezer dagen bij die winkel geen BTW betaald hoeft te worden.  Maar dat bleek grote nep te zijn. Toen heeft ze het fornuis maar gekocht bij ons in de buurt, bij Aaijkens, waar we eigenlijk altijd al ons witgoed kochten. Ze heeft gekozen voor het merk Beco. Nooit van gehoord.  Zal het wat zijn? We merken het wel. Donderdag wordt ie bezorgd.
Het is dus zaterdag en dan doe ik altijd de wekelijkse boodschappen bij Dirk van der Broek en ik ben graag vroeg in die winkel want dan is het nog lekker rustig. Voordat ik op de fiets stap doe ik nog even gauw  een gekleurd wasje in de wasmachine. Vandaag  ben ik om negen uur bij Dirk van der Broek en om ongeveer tien uur ben ik weer thuis.
Ik ruim de boodschappen op, haal de was uit de wasmachine en hang die op aan het droogrek in de werkkamer. Het is geen weer om buiten was te drogen.
Het is nu elf uur; tijd om naar de sportschool te gaan. Normaal ga ik niet op zaterdag maar nu wel  omdat de vrijdag uitvalt: dat is oppasdag geworden bij mijn kleinzoon Bent.
Het stelt allemaal niet zo erg veel voor wat ik op die sportschool doe: wat lichte oefeningen (rug, biceps, benen, borst, liezen, bovenbenen, triceps, hamstrings) op een stel van die apparaten.  Ik sluit mijn gedoe op de sportschool af met drie kwartier cardio: een kwartiertje fietsen, een kwartiertje  roeien en een kwartiertje crossen. Dan zit het er al weer op.
Nog even lekker douchen en dan weer op huis aan. Wat ik nog wel even kwijt wil: hij zit er weer. De tengere kleine Surinaamse (Javaanse) man, smal snorretje, ergens in de dertig, schat ik. Hij droogt zich zittend af, terwijl  hij zijn hoofd ritmisch heen en weer beweegt op zijn muziek en zijn muziek is onwijs hard afgespeelde hiphop. Praten met elkaar in de kleedkamer is schier onmogelijk.
Thuis eet ik wat en ga de Volkskrant lezen. Op zaterdag is dat altijd een hele kluif: de gewone krant, het Volkskrant magazine en dan nog een bijlage genaamd Sir Edmund.
In het Volkskrant magazine staat een leuk en uitgebreid interview met Bianca Krijgsman (van Plien en Bianca), ze won onlangs een Emmy Award als beste actrice. Een van haar uitspraken:‘Als Plien er niet zou zijn zou ik nooit in mijn eentje op het toneel gaan staan.’

Onder het lezen van de krant schiet me opeens te binnen dat ik afgelopen donderdag een tas met twee lesboeken Nederlands in de kleedkamer van de sportschool heb laten liggen. Het is bijna vier uur, sluitingstijd. Ik ren er naar toe. Gelukkig laten ze me daar nog binnen en ik heb nog eens het geluk ze dat ze mijn tas gevonden en bewaard hebben. Ik kreeg hem natuurlijk terug.

Thuis lees ik nog even en dan maak ik de zaterdagse avondmaaltijd klaar: brood met gebakken eieren.


’s Avonds heb ik even dit stukje geschreven, gekeken naar Cojones (leuk!), de samenvattingen bekeken in Studio Voetbal (Jammer PSV weer gewonnen) en dan naar bed.


Eerder gepubliceerd op 31 januari 2015

donderdag 29 januari 2026

AFSCHEID VAN HANS

Vanmiddag heb ik afscheid genomen van Hans Ouwerling. Zijn stoffelijk overschot was naar het crematorium gebracht in Capelle aan den IJssel-Schollevaar. 

Hans werd circa dertien jaar geleden mijn buurman. Toen was ik nog getrouwd met Winny. Hij was een positief ingestelde, behulpzame man. Zijn (eigen) woorden op zijn rouwkaart zijn veelzeggend:

 

Maak je over mij maar geen zorgen,

ik kom wel waar ik zijn moet

Ik heb een goed leven gehad.


Toen Winny en ik, tien jaar geleden uit elkaar gingen, bood hij me zijn hulp aan.  Hij heeft me heel Rotterdam en omstreken in zijn grote auto rond gereden, zodat ik alle spulletjes en apparatuur kon aanschaffen, die ik nodig had om op mezelf te gaan wonen. Ook bij de feitelijke verhuizing van mijn spulletjes, van het Oude Noorden naar Prinsenland heeft hij me fantastisch geholpen. Daar ben ik hem tot op de dag van vandaag nog dankbaar voor.

't Klinkt misschien vreemd als ik dat zo opschrijf maar ik waardeer het oprecht, dat hij goeie maatjes is geworden met Winny. Ze kookten regelmatig voor elkaar of ze aten samen thuis of buitenshuis. 

 Hans was toen hij dertien jaar geleden mijn buurman werd, al niet in optimale conditie. Last van zijn hart, longen en slokdarm. In de jaren daarna is zijn lichamelijke gesteldheid er niet op vooruit gegaan. 

Toen ik 29 november jl. mijn 75e verjaardag vierde was hij een van de genodigden. Helaas moest hij afzeggen. Hij zag te veel op tegen de loopafstand tussen de parkeergrage en de locatie van mijn feestje. Hij is daarna alleen maar verder achteruit gegaan.

Ik heb niet zitten tellen, vanmiddag in het crematorium, maar ik schat dat er zeker 100 mensen waren en dat is héél veel voor een man van 80 jaar.  Winny en nog een paar mensen die bij hem op het trappenhuis woonden waren  erbij. Zijn (stief-)kinderen hebben gesproken. Zij waren open, eerlijk over Hans'  mooie en minder mooie kanten.

Volgens zijn buren, die ik even sprak, heeft Hans het op laatst van zijn leven zwaar gehad maar ze waren het er unaniem over eens dat hij niet 'ondragelijk' had geleden.

Ik weet donders goed dat ik het niet voor het zeggen heb maar laat mij maar in mijn slààp heengaan. Vredig!


woensdag 28 januari 2026

IFFR (1)

Het IFFR komt er weer aan. Het Internationaal Filmfestival Rotterdam 2026. Ik maak het mee sinds 1978. Nog steeds geniet ik met volle teugen van spannende, trieste, humoristische, interessante, verrassende, absurde, brutale, creatieve en intelligente films, gemaakt in alle uithoeken van de wereld.

Ik ben vanmiddag bezig geweest met uitzoekwerk. Want dat is het! Uit een paar duizend films een stuk of vijftig films kiezen die me wel aanspreken.

'Ga je, mee Peter,' vraag ik aan goeie kennis van me, 'ga je mee naar het IFFR?'

'Neen, dat is mij te veel uitzoekwerk,' zegt Peter. 

En gelijk heeft hij. Ik heb vanmiddag slechts tien films kunnen selecteren. Tien films voor twee dagen. Vijf films per dag is tegenwoordig voor mij de limit. Ik ga acht dagen kijken. Bij leven en welzijn ga ik veertig films zien. 

Ooit is het wel eens gebeurd, dat ik vier kaartjes op één dag heb laten schieten. Dat was omdat het ijskoud was, er een ijzige poolwind stond en er een dik pak sneeuw lag. 

Een ticket kost tegenwoordig 13.50 euro per film. Met een vijf- en tienrittenkaart ben ik iets goedkoper uit. Het meeste voordeel heb ik van mijn Cineville-abonnement. Ik mag daarmee voor niks naar tien films. Ook schijn ik nog korting te kunnen krijgen met de Rotterdampas maar dat moet ik nog even uitzoeken ... ja ja, wederom uitzoeken.

Zaterdag begint het IFFR voor mij persoonlijk. Ik kijk er naar uit ... maar zie er ook een beetje tegenop. Er spelen twee taaie ongerieflijkheden. 

Al is de film nog zo onderhoudend, ik val op volkomen willekeurige momenten in slaap en lig dan hinderlijk luid te snurken tot ik door een geïrriteerde mede-filmfan wordt wakker geschud. 

De  meeste films duren te lang voor mij. Niet om de kwaliteit van het gebodene maar vanwege mijn zwakke blaas. De gemiddelde filmduur is 90 minuten. Ondanks dat ik bewust, nauwelijks drink, lukt het me zelden een film ononderbroken uit te kijken. Als ik onder de film naar de plee ga mis ik de ene keer niks en de andere keer mis ik net de clue. Dat maakt ook, dat ik me wat minder relaxed voel. 

Als het enigszins kan blijf ik het IFFR bezoeken tot mijn tachtigste, dan heb ik er vijftig jaar òp zitten. Dat vind ik wel mooi.

Ik vrees dat ik mijn trouwe lezers en lezeressen tot 10 februari moet teleurstellen. Vrees ik, maar ... heel misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan en schrijf ik zo af en toe toch nog wat.      

dinsdag 27 januari 2026

MEE KOMEN JIJ!

'Je loopt héél erg met je hoofd voorover gebogen, pa!' Had zijn zoon hem laatst eens gezegd. En haar van boven, die even bij hem op de koffie was, beaamde dat. 

Nog niet eerder had iemand hem daar op attent gemaakt. Zij dus ook niet. Pijn aan zijn nek had hij de laatste tijd wel wat meer dan anders. Dat kon best eens met die rare houding te maken hebben. 'Goed dat je het zegt, jongen'. Hij zou voortaan wat beter op zijn houding gaan letten.

Het eerste wat hem opvalt is de houding waarin hij zijn verhaaltjes altijd zit te tikken: een gebogen ruggetje met daarboven een hangend koppie met zijn kinnetje bijna op zijn borstbeen. En dat minstens drie uur per dag.

Ook als hij leest, een boek of iets op z'n mobiel, zit hij met die kin op z'n borst en wanneer hij wandelt lijkt het soms alsof hij loopt te zoeken naar een verloren euro. 

Voordat zijn zoon die opmerking maakte over zijn houding had hij dus, zoals gezegd, al enige tijd wat last. Hij houdt vanaf nu zijn mobiel en boek zo hoog mogelijk, zodat hij met opgeheven hoofd kan lezen. 

Hij gaat zijn laptop op een paar dikke boeken of op een schoenendoos zetten zodat het apparaat zó hoog staat dat hij zijn hoofd niet meer hoeft te buigen om te zien wat er op het beeldscherm staat. 

Haar van boven zit aan haar tweede bakkie. Hoofdschuddend hoort ze de 'Buurman & Buurman'-oplossingen aan om die laptop iets hoger te plaatsen: 'Ik heeft boven nog een verhoging voor onder je laptop leggen, ouwe, een origineel laptop-aksessor'.

Voordat haar van boven aan haar stutten trekt, duwt hij haar nog een verkreukeld zwart lentejasje in haar handen. 'Wil je dat voor me strijken,' vraagt hij. Is geen probleem voor haar. Ze sloft met zijn te strijken jasje naar buiten. Hij loopt achter haar aan om haar uitgeleide te doen en zegt: ’Nou, buurvrouw, fijne dag verder, hè.'

‘Neen!’, zegt ze dan: ‘Mee komen, jij! 

Hij siddert van haar bevel en onwillekeurig volgt hij haar, slaafs. Als een kleutertje voelt hij zich. Gedwongen door een grote boze mevrouw Bulstronk. Zó wil hij absoluut niet aangesproken worden. 

Waarschijnlijk bedoelt ze gewoon: ’Loopt even met me mee buurman, naar boven, voor die laptop-verhoging.’ 

Dat klinkt al heel wat prettiger, toch?

 

                                                               

maandag 26 januari 2026

PSYCH.

Sinds twee jaar fietst hij met een helm op. Waarom, weet hij eigenlijk zelf niet. D'r gaat tòch nooit wat mis. Hij zit glad voor lul met die helm bovenop zijn zwarte ijsmuts. 

Hij loopt net van zijn psychiater, Daisy, naar zijn fiets. Zij had nog de ultra-snuggere pro-helm opmerking, dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Ja, nou, pfff. Om zo psychiater te zijn hoeft hij echt niet naar de universiteit. Denkt hij. 

'Ik heb je vandaag niks te melden. Alles gaat prima. Dag Daisy. Ik ga.' zegt hij en maakt aanstalten om te vertrekken..

'Nee wacht even'. Ze zet een lief stemmetje op. Oppassen dus. 'Hoe is het nou met die vrouw van je koor? Sonja, toch?'

'Van m'n wandelclub, bedoel je, ik vind haar mooi, ja'. Hij zegt, dat hij haar heel soms ziet en dat hij heel erg veel aan haar denkt. Maar hij weet ook dat het nooit wat kan worden tussen Sonja en hem. Want Sonja is van Wilders' PVV en hij is allergisch voor die club.

'Nou, Dan zet je haar toch gewoon uit je hoofd.'  

'Dat gaat zo makkelijk niet,' zegt hij. 'Sonja's mensbeeld vindt hij walgelijk haar verschijning daarentegen schitterend'. 

Haat en liefde liggen akelig dicht bij elkaar.

Hij vertrouwt er echter op dat ze langzamerhand bijdraait, gaat geloven in een socialer mensbeeld. 

Na zijn gesprek met zijn psych gaat hij op visite bij zijn zus en schoonzus. Zij wonen twee keer vallen bij de psych vandaan.

 Zes weken geleden zou mijn zus Manda al eens bij hem langs komen. Tot de dag van vandaag had hij haar niet zien verschijnen. Dat maakt niet uit. Met twee lekkere hete koppen Earl Gray-thee is alles vergeven en vergeten.

Nel en Manda vinden het zichtbaar leuk, dat hij er is. Nel, een van de trouwe lezeressen van zijn verhaaltjes, complimenteert hem met het stukje over zijn avondje uit met Ralf, zijn jongste zoon.

Het stond niet in dat stukje, maar Ralf had die avond ook gezegd: 'Pa, stop met dat haten, het mijden van PVV'ers. Daar bereik je geen klote mee.' Toen zei Ralf, en daarvan viel zijn vader toch bijna van zijn stoel: 

'Manda en Nel stemmen ook altijd PVV, met hen ga je toch ook goed om?!'

Hij voelde zijn gezicht, na wat Ralf gezegd had, langzaam wit wegtrekken.

'Dat weet toch iedereen, pa!' zei Ralf.

'Nee, Ralf, ik dus niet,' zei hij. 















zondag 25 januari 2026

IETS DOEN!!

Gisteravond met mijn jongste zoon Ralf (45 al) wezen eten bij het allerbeste Italiaans restaurant van het Lage Land: Belle Sorella. Het is tevens het énige Italiaans restaurant in de verre omgeving. Ze hanteren daar het concept van 'The Fork'. Dat houdt in dat, wanneer je reserveert, je 30 procent korting op je eten krijgt. Dat is een goed aanbod. Ik was inclusief drankjes en fooi vijftig euro kwijt voor met z'n tweeën. 

We  hadden afgesproken om onder het eten wat zakelijke dingen te regelen en daarna naar bioscoop KINO te gaan, om te kijken haar de film. Een documentaire over Jeff Buckley, een muzikant, een begaafde gitarist met een grandioze zangstem (4 octaven). Eind vorige eeuw peakte hij met zijn mega-hit 'Halleluja'.

Ralf woont in Dordrecht. We hadden om vijf uur 's middags afgesproken, zodat we op tijd klaar zouden zijn met eten om op tijd in KINO te zijn. 

Hij kwam met de auto. Een Peugeot, waar hij niet zo tevreden over is 'je raakt hem aan de straatstenen niet meer kwijt', zei hij. Toch doet ie het nog goed. In een half uurtje zit Ralf tegenover mij aan een tafeltje in het restaurant.

'Ik heb onderweg hier naar toe zitten denken of ik ook net als jij veel actiever moet worden.' zei Ralf.

'Heb je dan nog zo veel tijd over?' vraag ik. 'Je hebt een zware baan,  een paar dagen in de week sta je er, sinds je scheiding, alleen voor met de kids en dan heb je je muziek nog. Kommie dan geen tijd tekort, jongen?'

'Nou, op de dagen dat ik de kinderen niet zie, voel ik me soms wel wat verloren. Verveel ik me zelfs zo af en toe. Zou dan best mensen om me heen willen hebben. Als ik jou dan hoor over je zangclubje, je gymclubje, je wandelclubje, je theaterclubje ... neen, zo veel als jij hoef ik natuurlijk niet, maar één of twee clubjes ....

'Ik ben ouwe man (75), Ralf, voor mij is het elke dag weekend en voor mijn leeftijdsgroep zijn er dagelijks volop activiteiten. Voor veertigers, als jij, is er wel aanbod, voornamelijk in het weekend.'

Komende week ga ik iets nieuws doen. Ik ga me aansluiten bij een initiatiefgroep genaamd: 'IETS  DOEN?? DOE MEE!!, en die gaat (ruwweg) iets doen tégen uitbuiting en vervuiling en vòòr solidariteit en een gezond milieu. 

Ik heb op mijn mobiel wat meer informatie over dat initiatief. Ralf heeft interesse, maakt foto's van de 'IETS DOEN'-website. Hij werkt op een hbo-opleiding. Hij gaat het in zijn vakgroep hebben over 'IETS DOEN'.

Daar zitten we dan te praten, met volle mond, met Calzone (ik) en Quattro Staggioni (Ralf). Ook lekkere biertjes erbij. 

zaterdag 24 januari 2026

VISSEN.

'Ik wil dat je hulp zoekt, Tony', zegt zijn moeder. 'Je zit hier thuis maar te verpieteren. Een man van jouw leeftijd gaat uit, werkt. Een kennis van me kan een afspraak voor je maken met een psycho-thera peut. Ik wil dat je daar naar toe gaat'. 

Een paar weken later heeft hij zijn eerste gesprek, met een vrouw, ongeveer net zo oud als zijn moeder. Ze vraagt hem om wat over zijn kindertijd in Spangen te vertellen. Tony vertelt haar het een en ander. De dingen die hij meestal vertelt. 

Ze vraagt hem of hij weet wat 'grensoverschrijdend' betekent. 

'Weet ik', antwoordt hij. '

Hij ziet de therapeute elke week een uurtje en dan praten ze over wat er toen, Tony was acht jaar, gebeurd is. Vooral over 'dat' met opa. De vader van zijn moeder. Ze vraagt hem ernaar tot in de details en hij vertelt haar tot in details wat er gebeurd is.

Dat hij als het lekker weer was, een eindje met opa ging wandelen, dat opa hem meenam naar de kermis, naar het circus en hem trakteerde op een suikerspin. Opa maakte grapjes, hij liet Tony  'paardje rijden' op zijn schouders. 

Ook gingen ze wel eens vissen langs de Schie. Hij met een schepnetje, om voorntjes, stekelbaarsjes en , soms, kikkervisjes mee te vangen en opa met een driedelige hengel om grotere vissen mee te  vangen.

Op een dag verraste opa hem. Hij dacht dat ze gewoon weer langs de  Schie zouden gaan vissen. Maar opa had een klein hengeltje voor Tony gekocht. Ze zouden die middag samen gaan vissen in een roeibootje. En Tony vertelt haar tot in de détails wat er gebeurt is.

Dat opa in het bootje achter hem ging zitten. Dat opa met zijn dikke buik herhaaldelijk tegen Tony's rug op botste, toen opa hem leerde vissen met dat kleine hengeltje. 

Opa duwde, zachtjes, ritmisch, waarschijnlijk door die geringe golfslag, tegen zijn ruggetje op. Dan deed opa Tony's broekje los, opende zijn gulp, pakte zijn piemel en kneep er zachtjes en vele malen achtereen in. Hij deed het zomaar alsof zoiets de normaalste zaak van de wereld was. Een paar seconden, misschien een halve minuut, ademde opa heel zwaar. Toen deed hij Tony's broekje weer dicht, aaide hem over zijn hoofd , keek naar zijn eigen hengel en zag dat hij beet had. 

'Een brasem, en nog een grote jongen ook.' hoorde hij opa zeggen. 

Tony voelde aan de onderkant van zijn t-shirtje een kleverige substantie, die hij toen niet één, twee, drie kon thuisbrengen. 

Het was zoiets raars. Hij wist niet precies wat dit voorstelde ... zo verwarrend. We zaten daar ook maar samen in dat bootje. Geen wandelaar, geen fietser te zien. Vreemd genoeg voelde hij zich helemaal niet angstig. Dat het niet pluis was voelde Tony wel. Hoe èrg niet pluis realiseerde hij zich niet.

Wel had hij lange tijd nadat hij uit het roeibootje gestapt was, nog een raar gevoel in zijn piemeltje.

Hij vertelde zijn moeder toen hij thuiskwam over 'opa's hengellesje' in de roeiboot. Zij reageerde woedend en schreeuwde uit: 'Nee, hè! Niet weer!' 

Mijn moeder heeft zijn opa, haar vader dus, sedertdien in de ban gedaan. Ze had volgens Tony beter aangifte kunnen doen!

De therapeute vraagt hem of hij nog vaak denkt aan wat er toen gebeurd is.

'Niet zo heel veel', zegt hij. 'Wanneer het in de media over misbruik van kinderen gaat, dan denkt hij er aan. Wel raar, hij voelt zich dan beschaamd. Terwijl hij juist slachtoffer was ... maar elke keer als dat soort berichten in de media verschijnen, voelt hij zich verdachte ... zó stom.

'Elke keer?' vraagt de therapeute.

'Ja,' zegt hij, 'elke keer'.



vrijdag 23 januari 2026

BEVEILIGING.

Het regent. Ik sta onder  een afdakje waaronder nog een stukje stoep droog blijft. Het is met dit weer meestal iets rustiger in het centrum. De mensen haasten zich door de smalle straat, weggedoken onder paraplu's. Het verkeer wringt zich langs hen heen. In het licht van de de koplampen is een regensluier te zien. 

Later wordt het droog. Na een uur of één 's nachts is er niet meer zo veel aanloop. Dan zijn het vooral mensen, die gáán. Na drieën komt er niemand meer in. Niet dat er om die tijd nog veel mensen komen, zeker niet op een doordeweekse dag als vandaag. Soms zijn er een stuk of wat, zoals die drie, nog keurig in het pak, twee van hun, waren hun stropdas al kwijt geraakt. Ze komen met veel geschreeuw aangelopen, zien het uithangbord en besluiten dat ze naar binnen willen.

'We zijn gesloten,' zeg ik. 

Een van de jongens probeert mij om te kopen. Hij wappert met een briefje van twintig euro.

Ik schud mijn hoofd. De jongeman met het geld blijft aandringen.

'Dat kan ik niet doen', zeg ik.

'Wat kan je niet doen?' zegt de jongeman en hij moet lachen.

'We zijn gesloten,' zeg ik nogmaals

'Dat kan je niet doen! Dat kan hij niet doen' zegt de ene jongeman tegen andere Ze moeten nu alle drie hard lachen. 

Gelukkig hoepelen ze op. Ik kijk ze na en steek een sigaretje op. 

De laatste klanten vertrekken om een uur of half vier. Ik 'help' ze een handje naar buiten. Het ruikt naar zweet binnen en het voelt aan als een sauna na die frisse vochtige lucht op straat. 

De lichten zijn aan, waardoor de club een stuk kleiner lijkt. Het hoofdpodium en de privépodia langszij, ogen klein en armzalig. 

Onderweg naar het kantoortje van Paul, mijn leidinggevende, kom ik een paar van 'onze' meisjes tegen, die op het punt staan om naar huis te gaan, in trainingspak, regenjas, oortjes in en zo'n uitdrukking op hun gezicht van: 'je hoeft niet eens te proberen me aan te kijken' op hun gezicht. Ik kijk weg! 

Paul zit in zijn kantoor. Hij neemt het van me over. Ik heb geen idee waar Paul vandaan komt. Niet uit Engeland in ieder geval. Hij zou een Arabier kunnen zijn of zoiets. Zijn er Arabieren die Paul heten? Het slaat op de een of andere manier nergens op. Paul betaalt me uit. 

'Bedankt', zeg ik. 

'Geen probleem', zegt Paul, met zijn niet thuis te brengen accent. Ik doe de enveloppe in de binnenzak van mijn jack en ga lopend naar huis.

Het is bijna vier uur. Leger dan nu zullen de straten niet worden. Helemáál leeg raken ze natuurlijk nóóit. Her en der blijven plukjes mensen en eenlingen lopen. Ik ga over de Coolsingel, via het Hofplein en het Pompenburg, naar mijn huisje langs de Rotte.


donderdag 22 januari 2026

FRANSE LIEDJES.

In het kluphuis bij mij om de hoek begint een cursus 'Franse liedjes zingen'. Het is op zes donderdagmiddagen en het kost in totaal15 euro. Lijkt me leuk. Ik vind Frans een mooie taal. Spreek het ook goed. Vaak op vakantie geweest. In Avignon. Dan denk ik: misschien kan ik Bernd, Ken, Wela, Emmie en Elsbeth vragen om ook mee te komen zingen. Het zijn min of meer vrienden van me, sowieso leuke mensen om zoiets samen mee te doen.

Ik weet van Emmie, dat ze heel goed is in Frans, het is haar tweede taal, Portugees is haar moedertaal. Als ik haar vraag of ze meegaat doen, houdt ze gelijk al de boot af. Ze is oppas-oma. Op donderdagmiddag komt haar kleinkind. 

Ik hoop ook de mannen Bernd en Henk te kunnen strikken maar Bernd weet zeker dat het niks voor hem is en Henk zingt al genoeg: in een koor en in een coverband. 

Vriendin Wela zegt dat ze geen Frans 'ken' en al helemaal niet ken zingen door haar spraakgebrek met de 'L' die ken ze niet uitspreken aan het eind van een woord.

Elsbeth, tja, ik weet dat ze een beetje Frans begrijpt. Ik ben wel eens naar een Franse lachfilm geweest met haar en haar broer. Ze doet haar deur niet eens voor me open, als ik haar wil vragen, terwijl ik weet dat ze thuis is. Ik weet ook dat ze dépri is, un petit peu. Ik stuur haar later op de dag een appje met de vraag of ze meedoet ...  een paar uur later antwoord ze lieflijk: 'Non!!'. 

Dus zit er voor mij niks anders op dan alleen te gaan. Vind ik niet erg. Ben ik wel gewend. Het groepje blijkt te bestaan uit allemaal 70-plussers; net als ik. Vlak voordat we beginnen komt een bekende van me het leslokaal binnen lopen. 't Is Alida. Ze is verbaasd me hier te zien,  Ze kent me alleen als sporter en leraar Nederlands. 'Kom ook mee zingen Alida!' probeer ik enthousiast. Leuk geprobeerd, maar ze is in dat kluphuis een soort van baas. Dan kan ze hier moeilijk onder werktijd gaan zitten meezingen natuurlijk en ... zo eerlijk is ze dan ook wel weer, ze kent helemaal geen Frans en 'Frans kent mij ook niet,' lacht zij. Dus ... zij gaat gauw weer aan de slag.

We zingen deze middag twee heerlijk chansons:

'La ballade des gens heureux' van Gerard Lenorman.

'Aux Champs Elysées', van Joe Dassin.


Ik ben een fan van Jacques Brel. Dat zeg ik tegen Alain, de cursusleider, in de hoop dat we nog eens een een chanson van Brel gaan zingen. Maar dat zal niet geburen, denk ik, omdat hij vindt dat Brel's teksten nogal somber zijn. Hij wil met dit groepje alleen vrolijke liedjes zingen.

'Johnny Holliday vind ik ook goed', zeg ik. 'Pour moi la vie va commencer', zing ik. Maar Alain is al onderweg naar een andere cursiste, een charmante oude dame.

woensdag 21 januari 2026

1. BURENHULP 2. BETRAAND

1. Burenhulp 

'Dat had je nooit moeten doen, man', zegt Arie. Daar krijgie echt gedonder mee en niet zo'n beetje ook!'

'Zullen we dan wel zien', zei ik.

 

Vroeg in de avond staat buurvrouw Bea (50) opeens bij me op de stoep.:

'Dag buman' zegt ze, met haar eigenaardige bromstem

'Halló Bea!' zeg ik verrast.

Willu me helpen, buman?' ze kijkt me niet aan.

‘Ligt er aan waarmee, 'nee' heb je, 'ja' kan je krijgen,' zeg ik vriendelijk lachend.  

‘Ben op me schouder gevallen. Doet veel pijn. Moet zalf op.’ zegt ze met een zielig gezicht

‘Zoiets doet buurvrouw Willy toch altijd voor je? vraag ik …

‘'Ja Willy, altijd,' bromt ze.

'Dan ga je toch naar haar toe. Twee deuren verderop.' Een lichte tegenzin begint me te bekruipen .....

‘Ze is niet thuis’ huilt ze bijna.

‘Dan probeer je het straks nog een keer',

'Hebbal paar keer gebeld  ... ze is er niet ... heb veel pijn nu. Willu  helpen alstublieft buman.'

'Nou, kom maar binnen dan', zeg ik met frisse tegenzin.

We staan in de woonkamer. Ze geeft me een tube Midelgan.

'Waar moet ik smeren, Bea?' vraag ik.

Zij schuift de mouw van haar t-shirt over haar rechterschouder:  

'Daar ... me schouder,'' zegt ze.

'Zeg maar goed waar ik precies moet smeren, waar de pijn zit'.

Smeer ik op de goede plek? Vraag ik nog eens voor de zekerheid.

‘Ja, goed buman'. In vijf minuten is het klusje geklaard.

Dankewel buman,' klinkt dat eigenaardige stemmetje van haar.

'Altijd eerste even naar Willy gaan, hè! Als zij er niet is kan je mij vragen'.

‘Ja, dankewel buman.

De volgende dag: jawel? Staat Bea weer zielig bij mij op de stoep. Weer zegt ze dat Willy er niet is. Dat klopt ook. Heb ff bij haar aangebeld. 

Ik help Bea nu wel weer als invaller voor Willy. We zijn inmiddels ruim een week verder en tot nu toe is het bij die twee keer gebleven. 

Graag gedaan Bea! 


2. Behuild

Ik zag in de verte dat m'n vriendin Elsbeth me tegemoet kwam lopen. Zij kwam uit de bibliotheek, ik was op weg daar naar toe. Ik heb een mailtje gekregen van de bieb, dat ik het boek dat ik reserveerde kon komen ophalen.

Gewoonlijk hebben Elsbeth en ik vrolijk-getinte adhd-achtige gesprekjes. Op een afstand van 5 á 10 meter zag ik haar betraande gezichtje, licht gezwollen oogleden en haar afgezakte mondhoeken. Van een opgewekte begroeting kon geen sprake zijn. Ik keek haar half aan, en bewoog impulsief mijn rechter wijsvinger naar mijn lippen. Elsbeth zag het en knikte naar me. Zwijgzaam passeerden we elkaar en gingen verder ons weegs.

Later op de dag appte ik haar een ‘mondje dicht-emoji’ en een ‘smile-emoji’ , om haar wat op te beuren.

Dat laatste was, denk ik achteraf, te veel van het goede. Dat heb ik nou altijd. Maar ja, niks meer aan te doen.

 


dinsdag 20 januari 2026

DE POPPENDOKTER.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw woonde ik in Spangen. Zo rond de tien jaar was ik.  Twee speelgoedzaken waren er daar in die tijd: de Poppendokter en ’t Hart.

De Poppendokter zat in de Betje Wolffstraat en ’t Hart op de Schiedamseweg. Die laatste zaak was wat groter, had meer speelgoed in voorraad en was ook wat moderner, overzichtelijker, netter. De Poppendokter was een beetje een rommelzaakje. Die zaak heette de Poppendokter omdat de eigenaar speelgoed repareerde. Dat was zijn specialiteit.
 
Mijn moeder hield niet van die winkel, dus als het enigszins kon ging ze naar ’t Hart. De Poppendokter was een man, met een voor een man iets te hoge stem en bovendien hing er een scherpe pislucht in die winkel, alsof de dokter gewend was om achter de toonbank te plassen.

Mijn oudste zus Manda, had een pop, die gekleed was als non. Die pop was eens beschadigd. Er er zat een gat in haar wang. Diep treurig was Manda. Het was haar lievelingspop.

Tante Ludy, een zus van onze moeder was non. Die pop was precies zo gekleed als zij. Daarom was mijn zus waarschijnlijk zo gehecht aan die pop. Mijn moeder bracht de gekwetste pop op een dag heimelijk naar de poppendokter. Ze wilde Manda verrassen, de kapotte wang laten maken en dan de pop weer kado doen met haar verjaardag.

Toen Manda vroeg waar haar zusterpop was, zei mijn moeder, dat ze haar had weggegooid. Ze was niet toonbaar meer. Tegelijk met dat ze dat zei, knipoogde mijn moeder naar mij. Dat vond ik leuk.

Het is allemaal precies zo gegaan als mijn moeder het had bedacht. Wat was Manda blij. Ze moest er zelfs een beetje van huilen, want ze dacht echt dat ze haar pop kwijt was. 

Mijn moeder en ook Manda vonden dat de poppendokter het wangetje knap hersteld had. Ik vond het foeilelijk. Het wanggat was gestopt zoals mijn moeder een gat in een rode wollen sok zou stoppen. Haar ene wang was nu knalrood en haar andere rose. Voor mij was de poppendokter een klungel. Maar goed, het was mijn pop niet.

Ik vraag me trouwens af of ik, anno nu, nog in de buurt terecht kan om een beschadigd poppenwangetje te laten repareren. 

Wordt waarschijnlijk zoeken op internet.

maandag 19 januari 2026

VERYUPT?

 

Altijd leuk om mss E. tegen te komen op de sportschool. Er was een tijd dat we samen van 9 tot 10 uur 's ochtends sportten en babbelden. Tegenwoordig lopen we elkaar gewoon mis.

Nou ja gewoon? Ik denk wel eens dat mss E. mijn manische geouwehoer spuugzat is en daarom vanachter haar keukengordijn in de gaten houdt wanneer ik naar de gym ga of weer terug kom en dat zij daar dan haar eigen sporttijden op aanpast.

Vanochtend babbelen en fietsen we als vanouds. Niet te hard ... in een comfortabel tempo.

Onze woningen zijn vrijwel identiek. Zij houdt een lofzang op onze appartementen met vandaag volop zon op de grote woonkamerramen. Geen stookkosten deze dag. De gemiddelde temperatuur binnenshuis gaat oplopen tot 20,5 graad. Mss E.is dol op haar huis. 

'Absoluut mss E.', zeg ik, 'een  prachtige woning. Ze zou alleen ergens anders moeten staan'.

’Ergens anders?’vraagt zij.

'Ja, ergens anders,' antwoord ik. 'In het Oude Noorden of Crooswijk'.

'Oude Noorden of Crooswijk?' vraagt zij.

'Ja, in het Oude Noorden of Crooswijk,' antwoord ik. 'Ik ben op en top een centrum man'. 

'Op en top een centrum man?' vraagt zij?

En tamelijk onverwachts, sprint mss E. weg en zegt: 

'Het Oude Noorden is de laatste jaren wel erg veranderd.' 

Dan had ik tegen haar kunnen zeggen:

’Erg veranderd?’ 

Maar zo'n pestkop ben ik nu ook weer niet.

Dus ik haak gelijk in op haar opmerking: 

‘Inderdaad, mss E. tot mijn grote verdriet is het Oude Noorden flink veranderd, de laatste decennia'.

‘De laatste decennia?' vraagt zij gelijk weer.?

'Ja, de laatste decennia, is die wijk half veryupt', zeg ik.

‘Half veryupt?’ vraagt zij. 

'Ja, 50% is tegenwoordig student of hoger opgeleid en de andere helft is arbeider of uitkeringstrekker,' zeg ik.

Dan zegt mss E.: 'Het was toch hoognodig dat daar eens wat gebeurde.'

        'Waarom de sociale structuur van het Oude Noorden overhoop             halen. Waarom betaalbare woningen slopen. Waarom de                     machtige en gezellige smeltkroes van tientallen nationaliteiten,          die daar vanaf 1960 is ontstaan, ruïneren,' is mijn reactie.

         'Ruïneren?' vraagt zij.

         'Ruïneren, ja,' zeg ik. 'Politiek gezien is het blijkbaar simpeler             om een arbeiderswijk van zijn identiteit te ontdoen dan                       Hilgersberg, de Rotterdamse wijk van de rijke pikken,' zeg ik.

         'Rijke pikken?' vraagt zij.

        'JA! MSS. E. RIJKE PIKKEN!!' antwoord ik.

        Mss E. is al met haar gele doekje in de weer om haar fiets                    schoon te poetsen.

        'Tsjonge, jonge,' verzucht zij, met een blik op mij.            

zondag 18 januari 2026

PA.

'Kan je niet eens wat aardiger over je vader schrijven? Het is vaak zo negatief', zo reageren lezers. Okee dan. Daar gaat ie.

Beschuitje.

 Ik zal een jaar of vier geweest zijn toen mijn vader me op zijn schoot nam, zijn ongeschoren gezicht naar mijn gezichtje toe bewoog en met zijn harde baardharen over mijn tere kleuterhuidje schuurde. Hihihihahaha, papa lacht, mama lacht. Leuke actie. Dus lachte ik mee als een boertje met pijn aan zijn wangetjes. 

Twee vingers.

Een paar jaar ouder ben ik inmiddels. Six/Seven. Pa leerde mij toen het simpele krachtspelletje 'twee vingers.' Een spel voor twee spelers. 

Eerst slaat de een zo hard  mogelijk met zijn wijs- en middelvinger op de wijs- en middelvingers van de ander. Dan mag de ander zo slaan. De twee gaan, om beurten,  net zo lang door tot de pijn in de vingertopjes van één van de spelers ondraaglijk is. Die is dan de verliezer.

Ik vond het een heel leuk spel. Mijn vader liet me nooit winnen, dat vond ik ook niet erg. Het was grappig om te zie hoe bloedrood die  vingertopjes er tenslotte uitzagen. Mijn moeder vond het maar niks: 'Je (mijn vader) hebt weer eens last van van 'ptss-jappenkampneigingen', mopperde ze.

Armpie drukken.

Hoe dat gaat is bekend. Veronderstel ik. Deden we ook graag samen (vanaf 10). Hij liet mij vaak winnen

Het badhuis.

De arbeiderswoningen in Spangen waar wij woonden tot mijn 13e hadden geen douche. Er was in de naburige Justus van Effenstraat een badhuis. Met een reusachtige badkuip ruim genoeg voor met z'n drieën, heerlijk warm water, daar lagen we met z'n tweeën te spetteren. Ik was toen negen jaar, pa 28. Daar zag ik hem voor het eerst helemaal bloot. Imposant.

(Kaart)spelletjes.

(Kaart)spelletjes vond mijn vader leuk en als ze niet al te moeilijk waren had ik ze snel door. We speelden dan met het hele gezin, toen me z'n vijven.

Welke spelletjes?:  

Vanaf een jaar of  6/7 kaartspelletjes: Eenendertigen, patiencen, pesten, achten, jokeren.  Helaas was ik niet slim genoeg om de regeltjes voor klaverjassen te onthouden. 

Hij deed graag mee met allerlei spelletjes. Monopoly en Mens erger je niet.

Dammen heeft ie mij geleerd. Vind ik erg leuk om te doen. Ben ik redelijk in. 

Schaken pa deed zijn best maar ik had het analytisch vermogen niet. Hij was daar zelf goed in.

Sparta Voetbal/Sparta  Honkbal

Vanaf mijn achtste jaar mocht elke veertien dagen op zondagmiddag mee naar de voetbalwedstrijd van Sparta. Dat vind ik het fijnste waar hij me kennis mee heeft leren maken: Voetbal. Om zelf te doen en om naar te kijken.

Ook heeft hij mij heel goed de regels van de honkbalsport uitgelegd. Daar kan ik nu ook nog erg van genieten. Als kijksport.


Al de aangename herinneringen aan mijn vader zitten in de periode tot mijn puberteit in de periode Spangen, tot 1963. Vanaf 1963, de periode IJsselmonde, is mijn waardering voor hem groot omdat hij in die periode, voor het grote gezin (op het laatst 10 kinderen) waarin ik ook opgroeide ontzettend hard gewerkt heeft.

zaterdag 17 januari 2026

LAPTOP.

Tegen drieën vannacht lag ik pas in bed. Ik moest nog wat schrijven. Tot negen uur geslapen, uitgeslapen voor mijn doen. Het allereerste waar ik aan denk is dat mijn kleinzoon Bent vanmiddag in Dordrecht zijn verjaardag viert. Hij is 13 januari jl. 12 geworden. 

Ik ga er heen met de trein van 13.41 uur, met mijn ex. Winny , die ook nog steeds in Rotterdam woont. De verjaardagsfeestje duurt tot 17.00 uur. Ik heb al een kado gegeven. Een bijdrage aan het grote kado voor Bent's 12e vejaardag; een laptop. Een laptop heeft hij hard nodig volgend schooljaar als hij op de middelbare school zit. Het ding kost bijna 400 euro. Mijn bijdrage is 100 euro.

Onwillekeurig moest ik denken aan mijn middelbare schooltijd. De hbs. Ik stel me het gevoel van rampspoed voor dat mijn moeder zou overvallen als ze hoorde dat ik voor het volgend schooljaar iets moest aanshaffen van  400 gulden. 

Tussen twee haakjes: een gevoel van rampspoed is alleen iets dat mijn moeder kan overvallen. Mijn vader is in de Tweede Wereldoorlog, in het Jappenkamp, al zijn gevoel kwijtgeraakt, dus zeker iets als rampspoed kan hij niet kennen noch herkennen.

Voor die 400 gulden moest mijn vader destijds twee maanden werken (inclusief  de nodige overwerkavonden). Hij heeft zich zijn hele leven de pleuris gewerkt. Maar nooit verdiende hij ene klote. Dat kwam omdat hij, ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog ongeschoold arbeider was geworden. Dat schoof iets meer dan niks.

Alleen al door de verplichte aanschaf van het jaarlijkse  leerboekenpakket voor mijn 'hogere school', 50 á 60 gulden, hadden we thuis een maand lang nauwelijks te vreten. Het enige broodbeleg in die dagen was dun boter (Zeeuws meisje) met een theelepeltje gekleurde hagelslag, wat we destijds muisjes noemden.       

De jarige van vandaag, gaat dus met het volgend schooljaar naar de middelbare school met een havo-advies. Hij wordt groot. Nu al is hij bijna even groot als ik (1.84m). Ik ben nu nog maar een half hoofd (mijn hoofd) groter. 

Voor het eerst in zijn jonge leven toonde Bent enige belangstelling voor mij persoonlijk: 'Waar en hoe heb je oma Winny leren kennen?'  Hij luisterde aandachtig en ging het hele verhaal op zijn laptop op in Word zitten uittikken.

vrijdag 16 januari 2026

BAKKERIJ.

Meestal vind ik op het gebied van stand-up comedy alles leuk. Voor een avondje lachen betaal ik tussen 7.50  en 25 euro. De ene keer is het leuker dan de andere keer en dat heeft dan meestal met de prijs van het ticket te maken. Het lijkt wel of mijn gevoel voor humor recht evenredig is aan de prijs van het ticket. Een dure comedien levert een top-act van anderhalf uur.  

Daarentegen is goedkope comedy voor mij vaak ook lachen, gieren, brullen. Heerlijk vind ik het om durf-als de vloer op te zien gaan, vaak voor de allereerste keer. Op zo'n goedkope comedy-avond, ruim twee uur, staan zo'n vier comediens geprogrammeerd. 

Op een avond met veel aankomende talenten is de aanwezigheid van een MC ook cruciaal. De MC warmt met grapjes het publiek op en enthousiasmeert het publiek om de artiest luidruchtig te verwelkomen. Soms is de MC leuker dan de (aankomende) comediens.

Maar afgelopen woensdag was ik bij de Bakkerij, een theatertje in Rotterdam Noord. Daar was toen een stand-up-comedy-show met vier comediens. Ik betaalde een entreeprijs van 15 euro. Gratis bijna. De MC, een Argentijn, stak met kop en schouders boven de vier anderen uit. Zijn eerste opmerking was meteen raak: 'Ik treed op in kleine theaters zoals dit hier maar ... veel vaker in hele grote zalen ... alleen zit daar minder mensen in dan hier.'

Beneden alle peil was de act van Karel. Een twee meter lange man met een Herman-Monster-hoofd en bijpassende stem. Hij startte zijn act met het uit zijn broekzak halen van een aantal A4tjes, waarop wat  onduidelijk Karel-grappen genoteerd stonden, die hij voorlas aan de zaal. Toen de A4tjes leeg gelezen waren pakte hij een boek. Een toneelstuk, van Herman Heijerman: 'Op hoop van zegen.''. Uit dat toneelstuk droeg hij een aantal dialogen voor. Dat was zijn act.

Doris, deze komiek introduceerde de sit-down-meditatie. Hij vroeg ons, de volle zaal, onze ogen te sluiten en raaskalde, weliswaar op bedaarde toon, woorden, die noch ontspanden, noch hilarisch waren. Duidelijk de dodelijke categorie: jammer maar helaas.

Bernard was de uitblinker van de avond. Hij bracht een leuk nummer over 'bij de kapper'. Het stereotype kappersgelul en het kijken in de kappersspiegel om te zien hoe je haar nu zit. Bernard vindt het meestal 'zwaar kut' maar hij houdt zijn mond, want als hij wel wat zegt, zit hij nog eens een half uur in de kappersstoel. 

Karin de Vette. Haar voornaamste onderwerp is haar vet. Ze is daar apetrots op. Iedereen wordt uitgenodigd om van haar vet te komen genieten. Ze schreeuwt vele lelijke onbeholpen zinnen over haar vette lijf haar trots en glorie. 

En wij, de honderd-koppige massa in de zaal, lachten en klapten omdat alle begin moeilijk is maar het niveau was wel eens hoger.