woensdag 31 december 2025

WEL EENS GEDAAN?

 Op 13 september 1963, ik was 13 jaar oud, verhuisde ik van de  Rotterdamse Arbeidersbuurt Spangen naar Hordijkerveld. Een splinternieuwe Rotterdamse wijk op Zuid. Op die 13e september raakte ik in één klap al mijn school- en buurtvriendjes kwijt. Het lukte me niet zo snel om  nieuwe vriendjes te maken. Ik zat maar thuis, deed mijn huiswerk, speelde patience en hielp mijn moeder met het huishouden. 

Toevallig ook op 13 september 1963 kreeg ik er een broertje bij. Herman. Maar daar had ik natuurlijk niks mee, met zo'n baby. Behalve hem zo af en toe eens verschonen of een flesje geven.

Toen kwam Jan van 't Hof in mijn leven. Net als ik een eenling. Hij kwam bij mij op de hbs. In klas 2b. In de pauze liepen we met elkaar te praten op het schoolplein. 

'Heb jij het wel eens gedaan?' vroeg Jan.

'Wat?' vroeg ik.

'Nou, gewoon, of je het wel eens gedaan hebt!?'

'Nee', zeg ik.

'Ik ook niet.' zegt Jan.

Daar waren we eerlijk over.

Jan heeft er helemáál geen moeite mee over seks te praten. Hij vertelt me over welke meisjes op school hij fantaseert en wat hij in zijn verbeelding zoal met hen doet. Hij zegt dat hij zich soms wel vier of vijf keer op een dag aftrekt. 

Daarvan krijg ik het gevoel, dat ik niet helemaal spoor, aangezien ik het hoogstens één of twee keer per dag doe.

Als ik dat zeg, zegt Jan dat ik waarschijnlijk een lager libido heb, waar ik dan weer geen jota van snap. 

'Kan best zijn,' zeg ik. 'Ik heb geen flauw idee hoe vaak anderen het doen'. Ik weet alleen dat voor mij twee keer per dag genoeg is.

Op en dag vertelt Jan, dat hij het gedaan heeft met een meisje uit Crooswijk. Ik raak daar een beetje van in de war. Jan vertelt dan heel precies wat hij met haar gedaan heeft. Ik heb het vermoeden dat hij een potje staat te liegen. Dat zou ik best wel fijn vinden, als hij loog. Maar ik denk later toch dat hij de waarheid sprak. Want sommige dingen die hij vertelt ... die verzin je niet. 

Dan, een paar dagen later, zegt hij, dat hij met het meisje heeft gepraat.  

Ze wil het ook wel met mij doen, heeft ze tegen hem gezegd.

Neen! zeg ik.

'Ja, echt', zegt Jan.

Ik weet niet of hij bedoelt met z'n drieën òf ik alléén met het meisje.

Ik ben niet zo vlot dat ik het gelijk vraag aan Jan.

Diezelfde dag nog steken we de Maas over via de Maasbrug en lopen we dwars door het Centrum naar Crooswijk. 

In een smal straatje met oude huizen, woont het meisje van Jan.

Het schemert al. 

dinsdag 30 december 2025

KETELBINKIE.

 Op de tweede kerstdag gaan m'n zus Manda, haar vrouw Nel, mijn buurvrouw mss. M en ik eten bij Ketelbinkie. Voor dat eten kunnen we pas om acht uur aanschuiven.

Om de dag een beetje te breken, maak ik 's ochtends een wandeling in het Kralingse bos. 

Op de automatische piloot, kijk ik, als ik aan het eind van de ochtend uitgewandeld ben, nog even in mijn brievenbus. Er ligt zowaar nog een kaart. Te zien aan het handschrift is de afzender een vrouw. Ik maak de enveloppe nog niet open. Want mss M. staat zo, om 13.00 uur, bij me voor de deur. 

Om de tijd te doden, spelen we scrabble en memory ... en we drinken en snoepen wat (stukje kerstkrans met amandelspijs ... mmmm.)

Mss M. wint deze middag alles. Uit alle macht probeer ik te doen alsof ik goed tegen mijn verlies kan. Maar mss M. heeft zoals gewoonlijk alles door.

Om acht uur 's avonds zitten we 'klaar' bij Ketelbinkie. De 'tent' zit helemaal vol. De bediening is goed en het eten perfect ... alleen ik verslik me haast in mij voortanden, die voor de zoveelste keer dit jaar afbreken. Alweer als ik een ha neem van een sneetje van een hard gebakken stokbrood. Ik kan mijn huilen niet bedwingen, even niet ... 

Het  eten is voortreffelijk, de porties zijn goed te behappen: niet te veel niet te weinig.

Ik heb weer mazzel dat ik met de auto (van Nel) thuis gebracht word. Mss M., mijn buurvouw, ook natuurlijk. Want zij woont een minuut bij mij vandaan. Het is wel prettig op net zo'n kouwe avond als gisteren.

Als ik mijn woonkamer binnen stap zie ik dat die late kerstkaart nog ongeopend op m'n salontafel ligt. Ik maak hem open. Er zit zo'n Kruidvat-kerstkaart in, met een zelf gemaakt foto. Met als enige tekst: 'Happy 2026'. 

Een prachtige, wat oudere vrouw zit op haar canapé. Ze leest één van m'n stukjes. Maar ... dat is Sonja ... naakt!

maandag 29 december 2025

PAUZEMUZIEK.

De eerste kerstdag is voor mij familiedag. Ik ben in Dordrecht, de woonplaats van mijn zonen, schoondochter en kleinzonen. Die dag is (oma) Winny, mijn ex, daar ook. 

De inwendige mens wordt deze dag verzorgd door Ralf en Freek, mijn zonen. Een makkie dus, eenmalig, voor de dames. Voor het eten en drinken zijn overduidelijk kosten noch moeite gespaard. Het is allemaal ook verrukkelijk. 

We maken van deze eerste kerstdag ook 'boxing-day'. Kadootjes dus. Er worden restaurant-, boeken-, theater- en biosbonnen geschonken.

Ik heb voor iedereen hier een goed boek gekocht. Ook voor mezelf dus. Doch veruit het meest prominente kado van deze boxing-day is de electrische gitaar (inclusief versterker), die kleinzoon Makkie gekregen heeft van zijn vader. Papa Ralf heeft hem alvast een stel akkoorden geleerd, waarmee hij de hele eerste kerstdag flink vooruit kan.  Het klinkt goed, oorverdovend goed zo af en toe, die act van Makkie-guitar, als muzikaal intermezzo tussen spelletjes, gesprekken, dessert, hoofdgerecht en toetje door.

In de gesprekken, die we in principe, qua inhoud, positief willen houden, komt voor ons als grootste pluspunt van 2025 naar voren, de volhardende Europese steun aan Oekraïne.

Winny en ik zijn, aan het einde van deze gezellige en vreetzame dag, Sarah en Freek dankbaar dat ze ons naar Rotterdam terug willen brengen met de auto. Het is een koude avond en met het OV zouden we daar meer last van hebben gehad dan met de auto. Vóór 12 uur ben ik  thuis. Winny, denk ik, zo tegen half een.


zaterdag 27 december 2025

FOCUS.

Wat zijn er tegenwoordig veel fietsers in Nederland. Alleen al hier in dit uithoekje van Rotterdam staan honderden fietsen naast, voor, achter en over elkaar. 

Er is vandaag een festivalletje met o.a. de  in deze buurt  populaire bandjes. Tevens zijn er allerlei kermisachtige attracties: trampolien-spring, blikkie-gooi, zuurstokkie-zuig, pony-rijd en ezeltje-lik.

Ik was, met Lou, een kennisje (1,52m). Hij komt speciaal mee voor de meidenband 'Jochum', een stel  dat al jaren aan de weg timmert, met een rauwe combinatie van Punk, Rock en Symphony (en paars-groen-haar).

 Wat ik niet verwacht had, was, dat de fans op het 'Jochumveld', twee voetbalvelden (!!), hutje bij mutje zouden staan. (Had Lou trouwens ook niet gedacht). 

Jochum was luid en duidelijk aan het soundchecken toen we arriveerden. En dat maakte het nu juist zo tof. Althans voor mij. Lou werd helemaal gek van dat gesoundcheck. (Vingers in zijn oren.) 

Al sla je me dood, ik weet niet waarom, maar tijdens het concert dwaalden mijn gedachten af naar mijn fiets. Ik dacht dat ik precies wist waar ik hem had neergezet. 

Vanaf dit Jochum-veld zou ik mijn fiets nu toch moeten zien staan tegen die heg van het op een na laatste huisje boven op de dijk. Dat huisje met die rode dakpannen. Er stonden daar nog veel meer rijwielen tegen die heg. Drie rijen dik wel.  

Als je je fietsje net tegen die heg had gestald, dan heb je er straks een flinke klus aan voordat je daar lekker weg rijdt. Dat gold voor al die fietsen daar, behalve die in de laatste rij. Daarnet stond die van mij nog in die laatste rij maar nu zie ik hem niet meer. 

Ik kon mijn aandacht niet bij Jochum houden. Mijn 'brikkie' hield toch meer bezig. Lou verklaarde me voor gek toen ik zei dat ik even ging kijken of ie er nog tond. Lou had makkelijk praten. Hij is niet op de fiets. Bovendien vindt hij het, denk ik, geen probleem om straks naar huis te lopen. Want op mijn stang zat Lou daarnet helemaal niet naar zijn zin.

Bovendijks zie ik mijn trouwe tweewieler al snel staan. Klemgezet tussen rij drie en vijf. Daartegenaan staan nog eens drie rijen gestald.

Nu vraag ik u af of het echt nodig was dat de focus op Jochum moest  wijken voor de focus op mijn fiets?

Welnee!





 

 


donderdag 25 december 2025

WAAR GAAT DAT HEEN? (1)

 

 

Mijn sportschool is vooral een ‘witte’ sportschool. De voertaal is Nederlands maar ik hoor ook veel Engels en Spaans.  De mens van kleur doet daar natuurlijk wel mee, maar is ver in de minderheid. Dat geldt zowel voor de leden als de instructeurs.

Doorgaans is dat niet zo’n probleem .. eigenlijk nooit. Want met zo’n gering aantal niet-witten in de club, kan er altijd vrijmoedig gesproken worden over de, ik noem het maar even 'nieuwe Nederlanders'.  

Want het moet haast wel een lekker gevoel geven, om in je eigen clubje 'witte'-sporters, die basisschool bij jou in de buurt een Turkenschool te noemen. Er zitten namelijk niet zo veel 'witte' kinderen op die school ... 'en dat ze daar dan ook nog es sinterklaas en kerst gaan vieren', lachen de stoere hollandse sporters hard. 

De Marokkaan (?), die naast hen zit te 'leg-pressen' begrijpt niet precies waar die Nederlandse mannen zo'n lol om hebben maar hij voelt wel dat het niet helemaal pluis was.

Ten tijde van de viering van 50 jaar onafhankelijkheid van Suriname wist een sporter van datzelfde clubje te melden dat Suriname er in al die onafhankelijke jaren een teringzootje van had gemaakt ... 'een bodemloze put,' noemde hij het hoofdschuddend. 

Ik zag een man, een zwarte man, zijn hoofd om de hoek van de doucheruimte steken en zijn wenkbrauwen fronsen. Hij reageerde verder niet. Net als ik. 

'Waar ik echt niet tegen kan', zegt Andries van 'dat clubje', 'dat zijn die zogenaamde asielzoekers, van die lui die hoeven helemaal nergens bang voor te wezen, maar ze komen toch hierheen om asiel aan te  vragen: de gelukszoekers! Die moeten allemaal terug. Alle 'Dutch boys' beamen dat. 

Een sporter, het zou zo maar een Syriër kunnen zijn, zit zijn schoenen in die kleedruimte aan te doen. Hij zou dit getier best eens kunnen begrijpen. 

Die gelukszoekers moeten weg. 

Dan roep ik. Hoezo? Hoezo gelukszoekers weg? Zijn wij niet allemaal gelukszoekers. Ja toch, ook jij en ik? Voor mij zijn mensen hier welkom ook al zijn ze niet in paniek om oorlog of heksenjacht.'

Ik loop de kleedkamer in en het bekende clubje 'whites' staat luidruchtig de nostalgische vijftiger jaren hit ‘Het Dorp’ van Wim Sonneveld  te 'zingen’. 

Verbouwereerd, een beetje op zijn hoede, staat in diezelfde kleedkamer een Turk (?) zijn trainingsbroekje aan te doen. Hij ziet de lol van die mannen wel maar begrijpt het niet goed.

dinsdag 23 december 2025

VREETZAME KERST.

 

Wat vliegt de tijd toch, hè? 

Donderdag alweer kerstmis. 

Volgende week woensdag al de laatste dag van 2025. 

Zo’n jaar is echt zó voorbij. 

Het lijkt wel alsof de tijd nòg sneller gaat naarmate ik ouder word. 

Ik gooi er maar even een paar kleffe clichés tegenaan.

Met de stapel kerst- en feestdagenkaarten, die ik de afgelopen weken mocht ontvangen, ben ik daar, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, onder bedolven. 

Ik noem er maar een paar:

‘Merry Christmas, prettige kerstdagen, fijne feestdagen: ‘Heel mooi, stralend, goed en gezond. Met intense warmte in contact met mooie mensen. Samen, in verbinding zijn, in het voedende licht, met ook liefde, hartelijkheid en gezelligheid’. Het kon allemaal niet op.                                                                                                       

Ik verstuurde een stuk of tien kaarten hier in de flat.

Ik had op al mijn kaarten een tamelijk, niet alledaagse kerstwens geschreven:

                                        

Die tekst luidde:

‘Dat in het jaar 2026, voor jou (bijna) alles zal gaan zoals gewenst.’

 

Ik kreeg er uiteenlopende reacties op van 'leuk' tot 'elitair'. De meest gehoorde reactie was: 'wel een leuk gedichtje'.

Wat ik vervolgens meemaakte was nogal schokkend. Eén van mijn kaarten vond ik, de dag nadat ik ze hier in de brievenbussen had gestopt, terug in mijn eigen brievenbus. Verscheurd en verfomfaaid. Geen envelopje. De naam van de geadresseerde onherkenbaar.

Ik kan me haast niet voostellen dat één van de buren die ik een kerstkaart stuurde, zoiets zou doen.  Net zoals aan die anderen had ik er die zin op geschreven. Toch niet echt provocerend.

                                        

Die oorsponkelijke tekstregel was door die 'hartelijke' afzender veranderd in

Dat je in 2026 in de stront mag zakken.

Het kan natuurlijk zijn dat ik een kaart per ongeluk in de verkeerde brievenbus heb gedaan. Bij iemand die misschien een hekel aan mij heeft en me op deze manier wil aanpakken. Heel zielig. Ik denk trouwens dat ik wel weet wie dat flikt. Ik ga aangifte doen.

Nu  even wat anders: dit jaar is het voor mij volop eten met de kerst. De eerste kerstdag 'zit' ik in Dordt bij mijn (klein)kinderen en m'n ex. Ik beschouw die dag als een soort Boxingday en ga dus kadootjes uitdelen. Mooie boeken voor iedereen, ook voor mezelf.

Tweede Kerstdag 's avonds ga ik met Manda, mijn op een na oudste zus, haar partner Nel en mijn buurvrouw mss M, eten bij Ketelbinkie op de Kop van Zuid. Ik heb daar een social deal van vijf gangen besteld. Dat zag er uit als goed binnen te houden.

Ik ben benieuwd hoeveel ‘kilo gezondheid’ ik na die vreetzame dagen zal moeten moeten meedragen.

zondag 21 december 2025

MacDonalds

Voor het eerst in mijn lange leven heb ik gisteren zitten eten bij Mac Donalds. Met mijn twee kleinzonen, Bent en Makkie en hun vader, mijn zoon Ralf. Dat was nog in het kader van  mijn verlate  75e verjaardag. De volwassenen hadden hun feestje al gehad met een lunch in Hotel New York en met de voorstelling West Side Story. De kinderen hadden nog wat tegoed. Vanmiddag trakteerde ik ze op een prachtige dans, acrobatiek, mime voorstelling in het Maastheater in Delfshaven.

Een half uurtje voor aanvang van het stuk dronken en praatten we wat. Helaas kwam daar weinig van omdat Makkie en Bent hadden besloten ‘lol te gaan trappen’ met elkaar in het hoekje waar we wat zaten te drinken. ’Lol trappen’ hield in: stoeien, de tafel verschuiven, spullen omgooien en tegen Ralf  opbotsen. Herhaaldelijk vroeg Ralf ze om daarmee te stoppen maar ze gingen vrolijk door. Ook toen Ralf even naar de wc moest, ging het duo door met vervelen. Ik maakte de jongens toen op boze toon duidelijk dat ze nu afgelopen moest zijn met ’lol’ maken.

Toen Ralf van de wc terugkwam waren zijn zonen zo mak(kie) als een lammetje. Daarna bleven ze rustig en konden ze zich goed focussen op de act. 

De voostelling:’Let’s go Barbie’ is voor 8+ kinderen, nou Bent is inmiddels 11+ en Makkie 8+. Ik en Ralf moeten het gebeuren straks toch ook wel kunnen volgen met onze 45+en 75+. 

Het was een zeer kleurrijk aangeklede voorstelling (kostuums en decor) met acrobatische dans, grappige mime-scetches en te horen aan de reacties van de kinderen komt de voorstelling goed over. Ook de lengte van de voorstelling is goed. 50 minuten duurt het. Precies goed voor deze leeftijdsgroep  De boog kan nog niet te lang gespannen staan.

Eten nu: heel dichtbij ziet Makkie de M van McDonalds al. Tenminste dat dacht hij. Maar volgen Bent was dat de M van de Metro, en hij had nog gelijk ook. Maar nog geen honderd meter verder zagen we de originele Big Tits van Mac Donalds, de door de kids gewenste eetplek.                                                                                                                   

Het interieur van de Mac ziet er van buitenaf heel aanlokkelijk uit. We krijgen meer trek. De kleine Makkie en Bent kloppen  razendsnel hun bestelling op de automaat. Ik weet daar geen raad mee. Ralf tikt in wat ik en hij zelf wil eten. We hoeven maar een kwartiertje te wachten op  ons lekkers. Veel frietjes, kipnuggets, hamburgers, drankjes, sausjes. Het was ronduit genieten. Mijn eerste MacDonalds maal was lekker. Maar ik ga daar niet meer terug.

Geef mij maar een Brammetje aan de patatkraam.

vrijdag 19 december 2025

ZIJNE MAJESTEIT.

Gisteren was de koning in de wijk. Koning Willem Alexander. Hij had toch niks te doen. Hij was samen gekomen met Carola, de burgemeester, die eigenlijk wel wat beters te doen had. Maar zijne koninklijke hoogheid vond het zo eng, in zijn eentje. 

De buurt liep uit. Allemaal een glimpje van zijne majesteit opvangen. De koning was duidelijk in zijn nopjes. Over de cultuur hier, de educatie, de recreatie maar vooral over de restauratie … en dan bedoel ik dus het eten. De grote schaal met smakelijk geserveerde gezonde broodjes was het eerste wat ons staatshoofd opviel. Hij kon er zijn ogen haast niet vanaf houden.

Hij zou, voor de bühne, met drie uitgeprocedeerde asielzoekers (met zwemdiploma A) een paar baantjes zwemmen in het aanleunende zwembad. Maar dat ging op het laatste moment toch niet door. 

'Mijn zwemspullen vergeten,' mompelde zijne majesteit. Maar de waarheid is dat hij niet kan zwemmen (een familiekwaaltje)... alleen watertrappelen gaat hem goed af. Carola had trouwens wèl aan haar zwemspulletjes gedacht. Ze had haar bikini vanmorgen met aankleden gelijk al onder haar kleding aangedaan, zei ze. Ze maakte aanstalten om naar de kleedhokjes te lopen maar Willem Alexander hield haar tegen.

Het water liep het staatshoofd zo  langzamerhand uit de mond. Zijne majesteit kon zijn ogen slechts met de grootst mogelijke moeite van al die gezonde broodjes afhouden. 

'Niks geen zwemmen Carola! Zitten en lekker eten!' 

Toen Alex zijn buik nog wat ronder gegeten had, dook hij snel zijn limousine in. Terug naar het paleis. Carola wandelde op haar gemak naar de metro om naar het stadhuis te gaan.

 

Wat hebben we nou helemaal aan zo'n soort leider? Hij eet veel en graag. Hij trappelt water ... en zijn hele familie moet door jou en mij onderhouden worden. 

Wat zou er nou gebeuren als we die hele koning-santekraam eens zouden opdoeken? Dan gaan we sowieso klauwen met geld overhouden. 'Neen,' wordt dan geroepen: 'Een president kost ook veel geld, misschien nog wel meer!'. 

Hoezo dan? Het is toch maar net wat je, als samenleving zijnde, uit wil geven aan zo'n staatshoofd.

We zouden kunnen kiezen voor een jaarlijks roulerend symbolisch leiderschap. Een erefunctie. Meer niet. 

Geen paleis. Geen staatshoofdfamilie. Geen koninklijke paardenstal. Geen koninklijk wagenpark. Ook geen geld verslindende staatsbezoeken meer.

Neen, het toekomstige staatshoofd blijft voornamelijk functioneren in zijn eigen sociale omgeving. Gewoon thuis dus. En in de vakantietijd:  op de camping. 

Hoe kunnen we aan zo’n staatshoofd komen. Simpel: selecteer 'at random' uit elke Nederlandse provincie één volwassen Nederlander en selecteer wederom 'at random' uit dat twaalftal die man of vrouw die dan de ceremonieel leider wordt van Nederland.

Ook een belangrijke vraag is: hoe slopen we zo goedkoop mogelijk dat hele koninklijk huis? Laten verzuipen misschien? Nee, dat hoeft nou ook weer niet.

Er zal al met al nog flink wat denk- en regelwerk verricht moeten worden, maar dat het instituut 'koning' niet veel toekomst meer heeft, moge duidelijk zijn. Onze gedachten zullen, in dit verband, meer en meer in de richting moeten gaan van een soort uitgeklede Prins Carnaval. 

woensdag 17 december 2025

GEEN GEZEIK IEDEREEN RIJK.

Neem nou bijvoorbeeld eens ‘koffie’: een pak van een pond, betaal ik bij de super acht euro voor. Een jaar geleden was het nog maar vier euro.

Dan: ‘een pilsie’: in de bios, het theater of gewoon in de kroeg: ‘dat wordt dan: 4,20 euro meneer’, olijkt de barkeeper. Een jaar eerder was 't  2,80 euro.’ 

Ik ben er nu echt klaar mee dat ik, met alleen die aow, precies hetzelfde moet neertellen als de superrijken voor koffie, bier, brood, kaas, benzine ... en ga zo maar door ... voor alles eigenlijk. ja, voor alles eigenlijk. 

Onze linkse politici moeten echt uit en ander vaatje gaan tappen. Want zoals het nu gaat schiet het niet op. Na elke verkiezing wordt links kleiner. Waarom? Links maakt zich voornamelijk druk over asielzoekers, woningnood, euthanasie, lhbti+. Hartstikke belangrijk allemaal. Daar moet links zich in blijven vastbijten. 

Maar ... daarmee haal je als links de stemmen van de minima niet mee binnen. Kijk eens goed naar het uitgavenplaatje van arm en (stinkend) rijk.

De dagelijks noodzakelijke uitgaven van de minima zijn vrijwel net zo hoog als die van de miljardairs. Vertoon dat eens luid en duidelijk op de (sociale) media. Daar moet rigoureus iets veranderen. Grofweg: maak alles voor de superijken superduur. Tien tot honderd maal. Geef de minima 90% korting op luxueuze uitgaven. De rijke pikken betalen maar het volle pond. 

Nivelleren noem ik dat: onder het motto: 'Geen gezeik, iedereen rijk. 'Wanneer ik als minima te hard rijd, dan krijg ik een bon van 100 euro. Als een superrijke dame, met een paar miljoen op de bank zoiets doet krijgt zij ook een boete van 100 euro. Dat moet dus anders. Want 100 voelt ze niet! Geef d'r een bon van 1000.

Wat die koffie en bier van eerder in dit verhaal betreft: maak een pak koffie voor de rijken 80 euro en  laat ze voor een pilsje 50 euro dokken.

Een roman van pakweg 500 bladzijden: voor minima: 5 euro; voor rijk 50 euro.                   Reken rijkelui vele malen ook meer accijns aan de pomp en geef de minima daar elektrische auto’s van.                                                                                      

Drie weken vakantie naar de Algarve voor rijk 10.000 euro; voor minima 1000 euro. Dat klinkt raar en oneerlijk. Maar er zit geld zat bij die vermogenden. Ze kunnen het makkelijk missen..

Deze, ik noem het maar even 'weeldeheffing', wordt in het ‘Geen gezeik Iedereen rijk’-fonds gestort. Noodzakelijke uitgaven van algemeen en individueel belang moeten daaruit betaald worden. 

Een dergelijke koerswijziging is nogal ingrijpend en zal niet van de ene op de andere dag gerealiseerd kunnen worden. Maar laat ons nu eens gek doen en hier als Nederland gewoon mee starten. De rest van de wereld komt ons, misschien nog wel sneller dan we denken, achterna.  

 


De uitdrukking 'Geen gezeik iedereen rijk' is van van Kooten en de Bie.


maandag 15 december 2025

NAGTEGAAL.

Ik loop nu al ruim anderhalf jaar niet meer door mee met de wandelclub van Sonja. Ik denk daaraan, omdat ik vandaag, maandag, het Kralingse Bos wandel. We wandelden hier vaak. Als ik het me nog goed herinner waren we met zijn tienen. De namen weet ik niet meer zo precies … o, ik ben tegenwoordig zo slecht in namen!!. Sonja natuurlijk, 


Rob, twee Carla’s, Trudie, Janny, Debby, Irene … nou zeg, laat mijn geheugen me nu al in de steek. Nu ik dit schrijf bedenk ik me: ‘Zouden ze allemaal nog leven? Ja, sorry, ik hoop natuurlijk van wel, maar voor het zelfde geld is er één, of zijn er meerderen tussenuit geknepen. We waren immers niet meer zo piep. Een end in de zeventig zeker. M
ij zullen ze  niks laten weten. Da’s nogal logisch. Ik ben al zo'n tijd uit beeld. 

Met mij gaat het overigens goed, hoor. 

Ik loop nu net langs het hertenkamp, met die lieve, kleine reetjes. Toen ik nog meewandelde met de club gaf ik die hertjes altijd een lekker plukje groen van buiten hun weide. Dat vonden ze wel wat.

Het is circa half vier nu. Ik kan nauwelijks de verleiding weerstaan om de Nagtegaal binnen te wippen. Voor een lekker pilsje. Ik was in de wandelgroep de enige bierdrinker. De dames namen koffie of thee. Meestal gingen we aan het eind van de wandeling daar bij die Nagtegaal gezellig zitten drinken en praten over koetjes en kalfjes. Leuke fotootjes heb ik er nog van.

Neen, nu neem ik nog geen biertje. Ik ben nu nog maar net aan het begin van mijn wandeling.

Misschien kom ik de wandelgroep straks tegen. Zou best leuk zijn … maar ook spannend. Want zo leuk ben ik er toentertijd niet mee gestopt. Sonja wou me zelfs nog bij de politie aangeven … waarvoor? ... I don't know.

Maar, hoe dan ook, ik zou het leuk vinden om die mensen weer eens te zien. Hebben we niet jarenlang gezellig samen gewandeld en gebabbeld?!

 Nou dan! 

zondag 14 december 2025

STONESTONG

Oorspronkelijk zou ik gisteren naar Deventer zijn gegaan. Voor de Dickensdagen.  Dat moet immers zo leuk wezen.  Ik zou trouwens alleen maar zaterdag gaan, omdat ik de zondag weer wat anders had.

Maar om bij het begin te beginnen: door die ellende rond mijn ‘zonneschadekop’ had ik een lichaamstemperatuur van 32,1 met de bijbehorende koppijn en futloosheid. Ik zou met vriend B gaan, die heeft een auto. Ik moest hem afzeggen. Zaterdag om half negen zouden we naar Deventer rijden.  Ik zag mezelf niet twintig uur in een auto zitten en ook nog uren in de rij staan voor die Dickens gein.

Voor de gezelligheid nodig ik B. die zaterdagmiddag bij me thuis uit om wat te drinken. We hadden nu toch niks te doen. Vriendin M. had er ook graag bij gezeten maar dat zag ik helemaal niet zitten. Ze zit de laatste tijd al een beetje te veel naar me zin, met haar neus overal boven op …  en ook zònder M. kan het gezellig wezen, toch?

B. had twee bananenbiertjes meegenomen. Heel bijzonder, in België (Mechelen)gebrouwen bier met een iets te zoetig kunstmatig bananensmaakje.

B. is een smulpaap eerste klas. Dat is hem ook aan te zien met zijn pakweg 140 kilo. Als extraatje, om het Deventerleed een beetje te doen vergeten, had ik een lekker kippenbouillonnetje gemaakt, met stokbrood en kruidenboter. Daar zal hij niet veel van aankomen.

Zondag stond Undercover, een coverband van de Stones op het menu. Die speelde in Capelle, vlakbij me huis. Ik was nog steeds zo beroerd als een blind paard. Maar zo dicht bij huis, uurtje lopen, moest het lukken. Ik zou daar af kunnen haken als ik geen puf meer had.

M. was ook mee. Was al maanden terug afgesproken. Wist ik veel dat ik ondertussen kennis zou krijgen aan Martha. Via Klup. Ja, okee, Marha is 74 en M. 54 . So what?! Martha is nog best ‘een lekker wijf’ M. zal er best wel wat van gemerkt hebben. Er ontgaat haar niets. Dat tussen Martha en mij natuurlijk ook niet.                                                                        

Ik had  M. nog een groot plezier gedaan met een splinternieuw zwart-t-shirt met dat bekende Stoneslogo te geven. Ze was zo trots als een aapje met dat shirt. Een van de bezoekers zei tegen haar dat die tong op dat shirt hem bekend voorkwam. Nou, dat soort opmerkingen, daar lust M. wel pap van.

De Rolling Stones Undercover middag (2 tot 6) Was een heerlijk feest. Bij het intro van het laatste nummer: ‘Like a rolling stone’ kon ik het niet droog houden.

’Doe niet zo gek, joh!’ porde  M. me.

Toen moesten we nog zeker een uur naar huis lopen.

In het donker. De zon kon geen kwaad doen.



vrijdag 12 december 2025

DIEPGEVROREN KOUSENBAND.

Mijn Efudex, de kutzalf die mijn door zonneschade aangetaste hoofdhuid sloopt, om die vervolgens weer te helen, is bijna op. Ik moet nieuwe bestellen want ik moet nog tien dagen smeren.

De hele dag loop ik te rillen. Heb pijn en jeuk aan mijn kop. Het is 19 graden in huis en ik loop met een winterjas aan. Als ik dan op mijn splinternieuwe oorthermometer zie dat mijn lichaamstemperatuur gedaald is naar 32,4 graden, denk ik dat het geen gek idee is om mijn dermatoloog te bellen. Ik word razendsnel teruggebeld door de assistente en om vijf voor vijf vanmiddag mag ik 'al' even langs komen.  

De dokter is aan een uitlooptijd bezig van drie kwartier.  Ik ben precies op tijd dus ik zit zeker tot zo'n uur of zes in mijn tergend ongemak. 

Tegen zessen ben ik aan de beurt. De dokter ziet wat er aan de hand is. Smeren hoeft niet meer. Geen nieuw k-zalf tube meer nodig dus. De zalf heeft zijn vernietigende werk gedaan. Dat ik zo’n lage temperatuur heb verbaast de dokter niet. De zalf trekt alle   warmte naar mijn hoofd zodat mijn lijf afkoelt. Logisch. Ja, eigenlijk wel, nu hij het zo zegt. 

De arts, een mooie vriendelijke man, geeft me antibiotica ter herstel van de verwoestingen. Tegen de pijn en jeuk op mijn schedel raadt hij me aan om met een zak diepgevroren doperwten op mijn kop te gaan lopen (of gaan zitten mag van hem ook). 

Die avond eet ik bij buurvrouw, mss M. Had ik beter niet kunnen doen. Voel me klote. Eten was lekker: zalm en gegratineerde aardappels. Ik maak zelf een toetje. Ook goed binnen te houden (alleen weinig).   Smoothy met framboos, druif, aardbei en kwark. Mss M. heeft helaas geen diep gevroren erwten in een zak maar wel bevroren, klein gesneden kousenband. Dat doet het op mijn schedel net zo goed. 

Ondanks de fijne muziek die mss M. speciaal voor mij in een ‘playlist’ had gezet en afspeelt kom ik maar niet in mijn  gewone doen. Om half tien houd ik het voor gezien. Ga naar me eigen huis. Douchen. Zó lekker, dat spetterende water op die jeukende kop! 

Ik schrijf nog even een verhaaltje af. Duik mijn bed in en val vervolgens niet in slaap De hele nacht niet. Ook niet met slaappillen. 

Shit!

woensdag 10 december 2025

KOUWE KOORTS.

‘Schrijft die gast nou alweer over die ‘zonneschade’? 

Ja dus, want ik kan domweg nergens anders aan denken. Ik voel een pijnlijke branderigheid op mijn korstenkop. Ik slaap er niet van. Vannacht om half vier lag ik nog wakker. Ik droomde dat ik stierf van de jeuk en dat ik met mijn kussen met turbo snelheid ruw over mijn schedel rausde. Het hielp. Ik viel in slaap. Toen ik om acht uur wakker werd zag ik bloedsporen op mijn kussen .

Geen mens die op zo'n verhaal zit te wachten natuurlijk. Ja, mijn een na oudste zus misschien of mss E. die me altijd stiekem zit te lezen. Maar ik kan domweg niks anders verzinnen. 

Ik voel dat ik koorts heb. Kouwe koorts. De rillingen lopen constant over mijn rug. Ik weet het alleen niet zeker van die koorts. Ik heb geen thermometer.

Altijd, altijd, altijd heb ik paracetamol in huis en juist vandaag … ik app buurvrouw mss M. ... pas na vijf minuten reageert ze .... mevrouw stond te douchen ... ik 'ken' die pillen bij haar op komen halen. Ze verzachten de pijn wat. Godzijdank.

Als mss M's kindertjes koorts hadden gebruikte ze haar lippen als thermometer. Die zette ze  dan zachtjes over hun halsslagadertje. Feilloos nauwkeurig, altijd. Ik bewoog mijn hals wat naar haar lippen maar dat negeerde ze. (Dat ik  in deze toestand nog lollig kon wezen, daar kan ik niet bij!). 

Ik sleep me naar Kruidvat voor een oorthermometer. 26 euro. Ik heb 34,8 graden koorts. Nog net geen euro per graad! De rillingen blijven. Maar dat komt misschien ook omdat ik de balkondeur heb openstaan en de thermostaat in huis op 15 staat. Die zet ik nu meteen op 19.

Op weg van Kruidvat liep ik Ina van het smartlappenkoor tegen het lijf. De originele Crooswijkse keek me aan en spreekt de voor mij onvergetelijke woorden: 

‘Zo Jos! Jij gebruikt zeker die nucleaire teringzalf! Ja dat spul kent ik goed, want een paar jaar terug had ik van die zonnevlekken op me tieten. Die zagen er toen met die kutzalf net zo schurfterig uit als die kop van jou. Sterkte d'r mee, jongen!'.'


maandag 8 december 2025

NAAR DE KAPPER

In het komend weekend wil ik chili con carne maken. Ik verklap geen geheim als ik hier opsom dat je voor die maaltijd minimaal wat boter of olie, gehakt, uien, paprika’s, tomaten, bruine bonen en Spaanse pepers nodig hebt. Alle ingrediënten voor dat gerecht heb ik inmiddels bij de Turkse groentekraam op de markt gekocht. Alleen die Spaanse pepers, (de ‘chili’ in de naam van het gerecht) heb ik nog niet gescoord. Die Turk had alleen maar Turkse pepers. Heel lekker. Ik ga er alleen scheermesjes van schijten.  Koop toch maar een half pondje. Voor de zekerheid.

Ik ga nu naar een Hollandse groentekraam. Ik koop daar altijd fruit, van prima kwaliteit. Alleen veel te duur. Maar dat ligt ook aan mezelf, want ik ben altijd vroeg en op de markt is het: hoe vroeger hoe duurder. Vorige week kocht ik om kwart voor vier een kilo aardbeien voor 1,50 euro. Vanochtend betaal ik  daar vijf euro voor.   

Naast mij staat een dame van naar schatting 70 jaar haar zojuist gekochte mandarijnen in haar al veel te volle tasje te proppen. Dat tasje hangt aan het stuur van het wandelwagentje, waar haar afgeleefde Jack Russel in zit te bibberen, alsof zijn laatste uurtje geslagen heeft. 

'Aanstelleritis!' zegt het vrouwtje.

Ik vraag nog aan haar of ie niet koud kan hebben, want het vachtje van de Jack Russel, met die korte dunne haartjes, zal hem niet veel warmte geven.

'Rudolf is gewoon een aansteller! Hier op de markt brengt hij zijn diep meelij wekkende bibberitis-show. Zodra we straks thuis zijn is hij opeens weer de grote meneer die mijn lieve kleine cypertje alle hoeken van de kamer laat zien. 

'Klaar nou Rudolf!! Ik ben helemaal klaar met je!

Rudolf kruipt gedwee onder het afdekzeiltje van zijn wandelwagentje. 

'Zohoo, je mag onderhand wel eens naar de kapper gaan'. 

Wij voelen ons alle twee, die vrouw en ik,  aangesproken door een achterlangs passerende kerel. Na zijn woorden beende hij strak door. 

De dame naast me is verbolgen. 'Waar bemoeit die lul zich mee? Ik bepaal zelf wel òf en wanneer ik naar de kapper ga'. 

De man van de kapper-uitspraak is Cas, mijn buurman. Hij vindt het leuk om een beetje verwarring te zaaien. Hij had het tegen mij. Met mijn iets  lange grijze lokken.

De vrouw was even van slag. Rudolf ook ... geen bibberitis meer.

zaterdag 6 december 2025

IK MAG DAAR BIJNA ALLES ... ... ...

Er gaan jaren voorbij dat ze me daar niet zien. Maar deze dagen ben ik er weer kind aan huis. Het IJsselland-ziekenhuis. Waarom? Zonneschade!

Ik ga het nu niet hebben over de medische behandeling. Dat deed ik eergisteren al. Nee, mij gaat het nu om de ultieme tolerantie van het IJsselland jegens de patiënt..

    Ik mag mijn fiets, om te beginnen in de fietsenstalling plaatsen.

-        Ik mag mijn identiteitsbewijs in de afsprakenautomaat deponeren.

-        Ik mag plaats nemen in de wachtkamer.

-        Ik mag, als ik een seintje krijg de behandelkamer in.

-        Ik mag de deur van de behandelkamer achter me dicht doen.

Ik mag (geheel onverwachts) al mijn kleren uit doen behalve mijn onderbroek. Als ik geweten had dat dat moest, dan had ik een lekker luchie op gedaan en schone sokken aangetrokken,. Die ik moet uittrekken stinken een uur in de wind. Ik ben meteen zò de kluts kwijt dat ik toch, mijn ook niet bepaald okselfrisse onderbroek uittrek. Dan komt de dokter binnen. Zij schrikt zich een hoedje van mijn algehele blootheid.

-        Ik mag van haar mijn onderbroek weer aandoen.

-        Ik mag dan plaats nemen op de behandeltafel.

-        Ik mag de komende vier weken een zalfje smeren.

-        Ik mag over vier maanden terugkomen.

-        Ik mag me weer gaan aankleden.

-        Ik mag de deur achter me dichtdoen als weg ga.

-        Ik mag weer op mijn fiets stappen.

-        Ik mag bij de apotheek mijn zalf ophalen.

 

Het is een hele verademing die dat tolerante. Het is alleen zo in tegenspraak met hoe het bij mij thuis gaat. Zodra ik een voet in mijn huis zet moet ik van alles. Mijn innerlijke stem zet mij daartoe aan. 

               Doe de afwas

               Was de ramen.

               Zuig de kamer,

               Ga nu dweilen

-                   Snoei de planten

-                   Schil de aardappels.

               Zet het afval buiten.

               Maak je bed op.

-                   Was je sokken

               Ga je douchen

 

Hier in mijn eigen omgeving heb ik geen keus. Mij wordt afgebeuld en opgejaagd in de schaarse tijd die resteert na mijn arbeidsintensieve hobby’s.

Neen, wat een warm bad, is daarmee vergeleken het tolerante gedogen in mijn IJsselland.

donderdag 4 december 2025

MELANOMEN.

Toen ik tien jaar geleden grote paarsrode vlekken kreeg op mijn hoofd (schedel en gezicht), vond ik dat lastig maar meer ook niet Een zalfje smeren en hupsakee, weg ermee. Mensen in mijn omgeving, familie, buren, die me er mee zagen lopen, reageerden echter zonder uitzondering zorgelijk. Die mensen wisten toen blijkbaar al meer dan ik.

De huidarts stelde de diagnose: ‘melanomen’ en dat was kanker, huidkanker. Toen begreep ik ook waarom mijn huidarts me probeerde gerust te stellen met de woorden ‘het is niet zo erg hoor, bij u’. 'Nou, dat valt dan weer mee,' dacht ik een paar dagen later. 'Kanker die wel mee valt, dat is nog eens een meevallertje. 

De huidarts gaf me tube mee naar huis met zalf die ik op die plekken moest smeren, vier weken lang.  Vervolgens liet ze me foto’s van mensenhoofden zien, die die zalf een, twee, drie en vier weken gebruikt hadden. Het was niet om aan te zien. Het waren stuk voor stuk en in toenemende mate schurftige korstenkoppen. Naast mensen met zulke koppen wil je niet zitten, liggen, lopen, zwemmen kortom niet gesignaleerd worden.

‘Maar’… zei de huidarts: ’na vier weken is het gedaan met het smeren. Dan vallen de korsten er af en is het foetsie met de jeuk en de branderigheid en wordt u langzamerhand weer de oude. Dat klopte ook. Het heelde allemaal keurig. 

Inmiddels zijn we tien jaar verder en ben ik alweer 14 dagen aan het smeren. De verschijnselen zijn precies het zelfde. Zowel de kwaal als de remedie. Ik loop nu weer met een misselijkmakende kop rond. Vergeleken met tien jaar terug is de malheur nog groter. Destijds liep ik constant met een gladde kale kop rond. Nu heb ik haar waaronder die aangetaste huid zit. Scheren durf ik die huid niet. Smeren moet daar natuurlijk wel twee keer per dag. Niet alleen de plekken worden plakkerig moddervetvet, ook die plukken haar. Twee keer per dag moeten ook de klitten weer uit mijn haar worden gekamd. Vette grijze dotten haar met mijn hand uit het kammetje schuiven en in het afvalbakje laten dwarrelen.

‘Waarom zet je geen pet op? vraagt een buurvrouw, alsof ze het tegen een vies beest heeft.

‘Mijn hoofd mag nooit bedekt worden, buurvrouw, behalve als de zon schijnt. U zult het een paar weken met dit onsmakelijke koppie moeten doen of een andere kant op moeten kijken.’

Gelukkig voel ik me niet zo terminaal als tien jaar terug. Ik had melanomen en dat was kanker. Okee. Weliswaar niet zo erg. Maar toch. Nu heeft dit alles helemaal niks meer met kanker te maken. Het zijn geen melanomen meer, het is geen huidkanker. Neen, het klinkt tegenwoordig een stuk vrolijker, het voelt ook iets beter. De huidarts gaf me diagnose 'zonneschade'!


dinsdag 2 december 2025

RATTEN.

Het is al bijna winter maar de herfst heeft nog niet rigoureus huisgehouden in de plantenwereld op het schoolplein waar ik op uitkijk. Een uitgebreid palet van bladerenkleuren maakt het nog onmogelijk om de voedingsbodem van de struiken waar te nemen. Het (on)gedierte dat daar woont of zo af en toe eens gezellig rondwipt, racet  of landt, ter bevrediging van de eetlust, kan onbespied zijn gang gaan.

Vanuit mijn keukenraam zie ik ze de struiken invliegen: de roeken (altijd met zijn tweeën), de kraaien, de merels , de leeuweriken, de roodborstjes, de winterkoninkjes, de spreeuwen, de mussen, de vinken, en nog veel meer. Ik zag kort geleden nog een spechten echtpaar Maar dat stel bleef hoog op een dunne boomstam met uitzicht op het struikgewas zitten roffelen. En die meeuwen, die vreselijke meeuwen. Ze cirkelen in een klein groepje rond boven de struiken. Zo af en toe maken ze een duikvlucht en vlak boven de struiken vliegen ze weer opwaarts. Tenzij een meeuw een vuilnisbakzak met visafval de struiken in gesleurd heeft. Dan duiken die meeuwen dieper door, praktisch tot op de bodem. Een van hen scoort in de viszak, vliegt met zijn vangst, vliegensvlug weg, terwijl zijn stikjaloers kreisende maatjes hem zijn vangst ‘afbekkig’ proberen te maken. Binnen de kortste tijd zijn de vechtersbazen uit zicht; hun gekreis is nog even hoorbaar.

 

ik kan me niet herinneren dat ik ooit een merel zonder een dikke worm in zijn bek uit het gebladerte heb zien opvliegen. De wormenpopulatie daar in die bodem moet wel in de miljarden lopen. Merels hoeven niet bang te zijn van de honger om te komen.

In de tijd dat ik een volkstuin had, verzamelde ik gft-afval in een compostbak. Eens per jaar gebuikte ik het gecomposteerd afval als mest voor de tuin. De eerste keer dat ik dat deed verbaasde ik me enorm over de gigantische hoeveelheid wormen in die compostbak. Een verrijking van de grond en heerlijk eten voor vrijwel alle vogels.

 

Maar ach, arme wormen. Zouden ze pijn hebben? ls doorgeknipt worden door  een hard en meedogenloos hakkende snavel pijnlijk voor de worm? 

Het voetpad langs de bosjes leidt naar de basisschool. Menigmaal lozen kinderen daar de inhoud van hun lunchpakketjes. Toedeledokie. Dat is spekkie voor hun bekkie. Voor die ratten bedoel ik. Vanuit hun observatiecentrum onder een geparkeerde personenauto, zien die ratten wat voor lekkers  hun daar voorgeschoteld wordt. Zodra de kinderen weg zijn, racen de ratten onder de auto vandaan over het trottoir om hun 12-uurje op te peuzelen.

Dan flitst op topsnelheid een zwartwit gevlekte kat onder de struiken vandaan met een grote bruine rat in zijn bek. Het was me ontgaan dat die kat onder de struiken gekropen was … of misschien zat hij daar al lange tijd zijn kans af te wachten..