woensdag 4 februari 2026

ELF JAAR EERDER (6) GEEN HOTEL

Vanmorgen vroeg mijn vrouw zich af, hoe vaak ze het me nog moest vragen, voordat ik eindelijk de koelkast eens ging ontdooien en wat ging doen aan de de haperende afvoer van de wastafel in de badkamer.
‘Geen idee,’ was mijn reactie en eerlijk is eerlijk, ik heb werkelijk geen idee wanneer ik daar aan toe kom. Ik kon me trouwens ook niet  herinneren, dat ze het mij ooit gevraagd had. En dat hoefde ook helemaal niet, want op zich zijn dat twee taken van mij. Ik zei tegen haar: ’dat ik die dingen dit jaar heus nog wel een keer zal doen.’

Ze vond het toen nodig, om mij op luide en verontwaardigde toon, duidelijk te maken dat het hier (daarmee bedoelde ze ons huis)  geen ‘hotel’ was.

Alsof mij dat nog niet duidelijk was. Ik zeem in dit huis de ramen en maak het houtwerk  gelijk schoon. Ik kook drie keer per week, doe alle dagen de afwas (mijn vrouw droogt af), koop op zaterdagochtend de grotere hoeveelheden, wat zwaardere boodschappen, ga in Vlaardingen een goed en goedkoper soort kattenvoer halen, ik koop voor zes weken kattenbaksteentjes; maandelijks verschoon en ververs ik de kattenbak, wekelijks breng ik de volle vuilniszakken en onze privépapierbak naar het afvalverzamelpunt in de straat; een keer per maand leeg ik onze persoonlijke glasbak in die van de gemeente, een paar straten verderop. Verder doe ik verschillende wassen: donkere, witte, gekleurde en de wolwas; en dan natuurlijk ook het ophangen afhalen en opruimen van die wasjes; dit laatste doe ik samen met mijn vrouw, dat zal zo’n beetje neer komen op fifty/fifty. Dat zijn toch allemaal dingen waar ik absoluut niet aan zou beginnen als ik in een hotel zou zitten. Ik zou haast zeggen ‘zo gek ben ik nou ook weer niet.’

Overigens, vroeg ik haar nu op mijn beurt, ‘een paart maandjes terug,  ben ik  twee à drie weken bezig geweest met  witten van het huis. Ook zoiets waar je niet opkomt als je denkt in een hotel te wonen: dan laat je meestal iemand komen.
Ik was niet besteld en toch lekker bezig als herfstschilder. Betalen hoef je hem niet want zowel jij als ik weten: het is hier geen hotel. Vreemd echter vind ik wel, dat ik nooit een waarderende opmerking van mijn vrouw heb gehoord over dat schilderwerk.

‘Aha’, zei ze toen, ‘een pluimpje! Dààr was het meneer dus om te doen. Het ging jou niet om de schilderklus. Het ging er jou om een pluimpje van mij te krijgen.’

‘Nou ja,’ zei ik, ’ik bedoel te zeggen dat ik het nogal vreemd vond,  dat jij niet wou zien  dat ons huis gewit werd. En …. of je daar nou iets goeds of iets kwaads over gezegd zou hebben, dat zou me echt geen moer kunnen schelen. Het leek haast wel of je wilde negeren wat ik aan het doen was.’

Moe en dorstig van al dit slap gezeik, ga ik een glas Spa Rood in schenken.
‘Schenk voor mij ook gelijk een Spaatje Rood in? ’vraagt mijn vrouw.

‘Ja, daaaaag, het is hier geen hotel!’ 

dinsdag 3 februari 2026

ELF JAAR EERDER (5) ONNODIG KWETSEN

 Mijn vrouw zei dat ze een avondje was wezen stappen. Ik lag in die periode net met een zware longontsteking in het ziekenhuis.

Ik vroeg: ’Wezen stappen? Met wie dan?’
‘Wat ‘met wie dan’? vroeg mijn vrouw.

‘Gewoon, met wie je dan bent wezen stappen,'? zei ik.

‘Dat ga ik jou niet vertellen hoor …,’zei mijn vrouw. Nee, dat vind ik onnodig kwetsend zowel voor hem als voor jou. Ik denk dat het voor jou niet echt okee zou zijn als ik jou over al mijn kleine verliefdheden zou gaan vertellen.’

‘Al je kleine verliefdheden? …….. zijn het er dan zo veel?’ vroeg ik.

‘Ik weet niet precies hoeveel, hoor, maar het gaat meestal snel over.  En het gebeurt alleen maar in mij hoofd hè. Die ander weet nergens van. Ze zijn meestal van op mijn werk. Soms heb ik er wel eens twee op een dag. Het gebeurt ook dat ik een maand lang één kleine verliefdheid heb. Heb jij dan nooit zoiets?’ zei zij.

‘Uhm, om je de waarheid te zeggen …. ja, ik heb bijvoorbeeld zo’n kleine verliefdheid met …’

‘Nee stop!’, zei zij, ‘dat wil ik niet horen. Wat jij met een ander hebt of wil hebben of denkt te hebben, dat hoef ik niet te weten, hoef ik niet te horen.’ zei zij.

‘Van zo’n kleine verliefdheid heb jij meestal geen last hoor, schatje,’ zei zij, ‘nee, want ik doe meestal toch niks met zo’n kleine verliefdheid.’

‘Meestal doe je niks met zo’n kleine verliefdheid?’ zei hij, ’meestal…’

‘Nou ja, ik bedoel niet helemáál niks natuurlijk: ik haal wel eens een kop koffie voor hem, of geef hem een boterham van mij als hij trek heeft, ik lach vriendelijk naar hem als ik met hem in de metro zit. Met sommigen doe ik inderdaad helemaal niks: dan kijk ik stuurs voor me uit als hij naast me zit. Wat ik wil zeggen, is dat jij heus niet bang hoeft te zijn dat je iets te kort komt, hoor. Want het is allemaal even vluchtig even luchtig; het is meestal zo weer over. Een heel enkele keer, wordt die kleine verliefdheid wel eens wat heftiger …’ zei zij.

‘Ja, ‘ zei hij,’ zo had ik laatst een tamelijk heftige kleine verliefdheid met Loreena,’

‘Hè dat had je nou niet moeten zeggen, wat zei je nou? …… Loreena ……. wat? Die stagiaire?  Wat heb jij daar mee gehad? Die is toch veel te jong?’ zei zij.

‘We zijn na het werk wat gaan drinken in pub tegenover de zaak. Aan de bar gezeten, gedronken, gepraat,  gelachen, gestreeld,’ zei hij, ‘ik heb Loreena daarna even met de auto thuis gebracht. We hebben gezoend. ‘And that’s all!'’

‘Zo’, zei zij, ‘dus jullie hebben gezoend? Getongzoend soms? Nee, dat zal wel niet hè?’

‘Nee, Loreena en ik hebben elkaar een zoen op de mond gegeven. Met gesloten mond. En maak je er nou alsjeblieft niet onnodig druk over, want dit stelt allemaal niks voor,’ zei hij. Loreena heeft een leuke vriend en ik heb een leuke vrouw en dat willen we allebei zo houden, toch?’

‘Oh, zei zij, wanneer bij mij een kleine verliefdheid eens wat heftiger wordt, dan kan het wel eens gebeuren, dat mijn fantasie een beetje op hol slaat …dan haal ik me 's nachts allerlei spannende dingen in mijn hoofd … maar dat is op zich heel onschuldig.’

‘Okee,’ zei hij, ‘ en met wie heb je dan nu die heftige kleine verliefdheid? ….. O, nee, dat mag ik niet weten, hè? ….. dat zou me toch alleen maar onnodig kwetsen????

maandag 2 februari 2026

ELF JAAR EERDER (4) VOGELS

Ik had er opeens schoon genoeg van, van  al  die kwieke vogels op ons balkon. Natuurlijk, het is hartstikke leuk als je vanuit de woonkamer, die op het balkon uitkomt, het komen en gaan kan bekijken van onze gevederde vrienden. Soms zijn we getuige van een kleine onderlinge vechtpartij tussen wat ongedurige spreeuwen. De spreeuwen komen op die lekkere en voedzame dingen af, die we voor de vogels op het balkon hebben opgehangen. Helaas blijft deze voederplek voor vogels geen geheim voor spreeuwen alleen. De vogeltamtam werkt uitstekend. Na de spreeuwen melden zich de koolmeesjes, die een soort lijnverbinding lijken te hebben met ons balkon. Vooral op de inhoud van de pot pindakaas zijn ze dol. Dat potje is precies groot genoeg voor een koolmees, trouwens ook voor de pimpelmees maar die zien we zelden. Voor spreeuwen is die pindakaaspot niks. Ze pletteren die pot steeds op de grond. Gelukkig zijn die potten wel behoorlijk stevig. Ze breken echt nooit. Vogels van alle soorten, maten en kleuren vertonen zich op ons balkon, terwijl we toch alleen maar een stuk of vijftig pinda’s in de schil aan een touwtje rijgen en ophangen aan de waslijn. Die gebruiken we toch nooit in de winter. 

Een groot succes, vooral bij de mezen, zijn (logisch eigenlijk wel)  de mezenballen. In alle standen peuzelen ze de ballen op.  Ook eksters willen wel wat eten van de mezenbal maar zij geven er de voorkeur aan om een hele bal of een deel er van mee te nemen. Met hun angstaanjagende gekras slagen ze er in om veel lieve vogeltjes de stuipen op het lijf te jagen. Eigenlijk is ons balkon een soort mini restaurant voor lieve kleine vogels. Maar  ja, ze zijn moeilijk tegen te houden, die relatief grote vogels: de duiven, de halsbandparkieten, de eksters en gaaien hoewel die gaaien nog zo erg niet zijn. We hadden eens een keer een appel in het gietijzeren balkonhek vastgezet. Binnen de kortste keren zien we een halsbandparkiet er met die hele appel vandoor gaan.

Die gaaien daarentegen zijn eerder te lief! Afgelopen zomer hoorde ik een hels kabaal op ons binnenterrein; twee gaaien gingen woedend te keer tegen een paar kraaien die het gaaiennestje hadden leeggeroofd. Toen ik even later op het binnenterrein was zag ik drie gaaienlijkjes liggen. Triest. Die kraaien hadden niet eens de moeite genomen dit lekkere hapje op te peuzelen
Al die kleine vogels zijn echt leuk: roodborstjes, vinken, mussen, en ook de wat grotere: merels en lijsters.
Het vervelende van de grotere vogels is dat ze de kleinere verjagen. Maar vreemd genoeg: van de grootste van die vogels, de duif, is vrijwel geen enkele kleine vogel
bang. Ja, als de duif ff flink met zijn vleugels klapt dat vliegen er wel wat kleintjes op, maar die zijn ook zo weer terug op hun ouwe stek.
Opeens had ik er dus schoon genoeg van, van al die stront op ons balkon.  Laatst, met oud en nieuw, ging al mijn visite op het balkon staan kijken aar het vuurwerk. In een mum van tijd was alle vogelpoep onze woonkamer in gelopen. En vorige week wilde ik wat glaswerk weggooien in onze eigen glasbak gleed ik uit over die verraderlijk gladde kakkederrie … lag ik in een spagaat op mijn balkon. Dat was voor ons de limit. Mijn vrouw heeft al het wintervogelvoer dat we nog in voorraad hadden op het binnenterrein opgehangen.

Sindsdien is het een stuk rustiger bij ons op het balkon en schoner.

zondag 1 februari 2026

ELF JAAR EERDER (3) VERKOUDEN

 Ik ben een beetje ziek. Gisteren was ik dat ook al maar vandaag een klein beetje meer. Mijn temperatuur vandaag is 39,5 en gisteren  39. Het stelt allemaal niet zo veel voor hoor: ik heb alleen maar hoofdpijn, kriebelhoest  en last van benauwdheid. Kouwe rillingen trekken over mijn rug; af en toe is mijn lijf één groot kippenvel. Ik snuit me een ongeluk. Dat schijnt een goed teken te zijn. Mijn moeder zaliger zei altijd al: ’Dan komt de verkoudheid goed los.’

Dit is de eerste verkoudheid, waarbij ik geen ouderwetse boerenzakdoek gebruik maar uitsluitend de papieren van het merk  Tempo. Maar het scheelt nogal,  zo’n boerenzakdoek of zo’n papieren Tempootje. In zo’n rode boerenzakdoek snoot ik gemiddeld tien keer, voordat ik er een pot thee van trok …. nee, nee, grapje ….. voordat ik hem in de wasmand deed. In zo’n Tempo-pakje zitten tien papieren zakdoekjes, die je elk maar één keer kunt gebruiken en … zo  is mijn ervaring van vandaag, dan zit het meeste snot nog aan mijn vingers ook. Ik ben wel blij dat mijn snot tot op heden helder is. Misschien komt het nog, maar persoonlijk vind ik de taaiere groenige snotkwakjes er vooral voor anderen onsmakelijk uitzien. In die boerenzakdoeken was dat simpel weg te proppen maar snot van zo’n Tempootje blijft ongegeneerd aan je handen kleven.
Ik nies me ook een ongeluk. Ik zat in de bioscoop; er zitten twee vrouwen naast me, één links en één rechts. Opeens voel ik de nieskriebel aankomen maar ik kan noch naar links en noch naar rechts. Dus instinctmatig duik ik naar voren, ik houd mijn hand nog wel voor mijn mond maar de nek van de man voor mij was toch flink vochtig geworden. De man keek even ontstemd om en veegde de boel met zijn sjaaltje droog.

Vanmorgen was ik op de sportschool, ja want zo ben ik nou ook wel weer, de sportschool gaat gewoon door, verkouden of niet. Ik was aan het fietsen en ja, hoor, weer een niesimpuls. Weer aan allebei de kanten dames. Bijzonder fraaie afgetrainde sportdames. Dan kies ik ervoor om gewoon recht op mijn fiets te blijven zitten en te niesen. Ik had alleen mijn hand om voor mijn mond te houden, was te laat om mijn handdoek te pakken. Het was echter een buitengewone nies, die zowel naar links als naar rechts krachtig wegspoot. Geheel in stereo lieten de fraaie sportdames mij weten dat ik een gore ouwe viezerik was. Dat vond ik wel wat  overdreven maar een beet je gelijk hadden ze toch wel. Ik excuseerde me. De dames pakten mij mijn handdoek af en veegden daarmee hun armen en gezicht schoon.  'Niet meer doen hè, ouwe?' 

Van kriebelhoestjes krijg ik het een beetje benauwd. Het zijn van die korte hoestjes heel vlug achter elkaar, die van vrij hoog in de longen komen. Is er wat aan te doen? Gelukkig wel. Kruidvat heeft Daro Droge Hoestsiroop. Een dikke suikersiroop creëert een beschermend filmlaagje in de keel .
Daarnaast verkoopt een grote snoepspeciaalzaak  in de Zwartjanstraat een verrukkelijke honingdrop die de kriebelhoest tot een minimum beperkt. Met die drop en de hoestsiroop kom ik deze dag en de komende dagen wel door.


Eerder gepubliceerd in februari 2015