Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 28 februari 2026

MISSELIJK.

Toen ik vanochtend om half acht opstond, had ik nog nergens last van. Ik ga in de weer met de gebruikelijke ochtenddingetjes: douchen, aankleden, pillen, ontbijten, journaal kijken, krantje lezen, koffie drinken. 

Dan komt er hoofdpijn op, eerst lichtjes maar langzamerhand steeds iets zwaarder en ... heel sneaky, voegt  zich daar een misselijkheidsgevoel bij. Een gevoel dat zich naar boven wurmt van mijn maag via mijn longen en mijn strot tot naar mijn hoofd. Het maakt me draaierig, wankel en onzeker. 

Ik heb vandaag twee leuke afspraken. Vanmiddag een  excursie naar een bierbrouwerij en vanavond een cabaretvoorstelling in Maassluis: Ruud Smulders, een nieuwkomer in de cabaretwereld, heel veelbelovend. 

Zou ik die afspraken nu moeten gaan afzeggen? Ik zit momenteel nog te tikken met dat rotgevoel. Het blijft zeuren. Erger wordt het niet maar het is gewoon klote. 

Het is nu tien uur. Straks om kwart over één word ik opgehaald voor die excursie. Vòòr die tijd ga ik met mijn misselijke lijf nog even wat boodschappen doen in de buurt.

Ik ga op weg naar de sport-artikelenwinkel Declathon voor een bandage, voor over mijn hoofd, om mijn kale knar een beetje te camoufleren. Van een medesporter had ik al gehoord dat ze daar te koop zijn. Zes euro per stuk. Die misselijkheid verdwijnt tijdens de fietsrit naar en van Declathon. 

In een flits schiet me dan te binnen dat ik deze week voor het eerst dit jaar op de zonnebank heb gelegen. Het zou me niet verbazen als mijn ingewanden door de straling van die tl-buizen van slag zijn geraakt en mij misselijk maakte.                                     

Het kan het eten zijn, of het is de zonnebank, het kan ook nog wat anders zijn: een nieuwe griep misschien. Hoe dan ook: het nare gevoel is nu wel weg.

Vanmiddag ben ik (dus) met Leonard, een bijna vriend, naar een redelijk nieuwe brouwerij in Rotterdam geweest. Die is hier in gebruik sinds 2021, ruim vier jaar dus. 't Is een grote vestiging, die gebouwd is op de plaats en in het karkas van de fruitterminal. In het pand zijn behalve een brouwerij, ook een restaurant en een feestzaal gerealiseerd. Het ziet er gloednieuw en glimmend uit. Het tripeltje  dat wij afloop cadeau kregen was heerlijk.

Later op de avond het al aangekondigde cabaret met mijn gezelschapsdame Linda, van Klup. Ze is goedlachs. Zij heeft genoten van de voorstelling. Ik vond Ruud minder dan ik van hem gewend was. Hij was een paar keer geweldig bij Lübach. 

Vanavond een geringe grapdichtheid bij Ruud.

Blijf hem toch maar volgen.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



vrijdag 27 februari 2026

ALS EEN SPEER

Het is weer vrijdag, de dag dat ik mijn groente en fruit koop op onze  markt. Op vrijdag zie ik Juan ook vaak. Ik heb hem (een beetje) beter Nederlands leren praten. Juan komt eens in de veertien dagen bij mij thuis 'op de koffie'. Hij is politiek behoorlijk rechts, ik daarentegen behoorlijk links.We voeren dat uurtje spetterende discussies over 'de politiek'. 

Ik trakteer op chocozoenen, die nieuwe naam van de lekkernij met met de voormalige controversiële naam 'negerzoenen'. Juan, zelf een man 'van kleur' vindt het ridicuul, dat de ons bekende lekkernij: 'negerzoen' niet meer zo genoemd mag worden. 'Dat is alleen in Nederland', zegt hij. 'In Costa Rica, zijn land maar ook in andere Zuidamerikaanse landen is het gewoon: zwarte mensen zijn negers'. Juan vertelt, dat hij zijn jongere zusje soms liefkozend aanspreekt met: 'Hey negrita!'  Wanneer hij boos op haar is, snauwt hij haar: 'Hey, negro!' toe.

'Bij mij ligt dat anders,' zeg ik, 'nikker en neger hebben voor mij een denigrerende, kwetsende bijklank. Ik gebruik die woorden niet

Dit is echt een goede vrijdag, want Juan is nog maar net 'opgehoepeld' of ik ben alweer op weg naar café het Loo. Daar ga ik met Joachim in twee uur tijd, een liter bier zuipen en veel ouwehoeren over van alles en nog wat. Joachim is 65 jaar en leeft nu twintig jaar in Nederland. Eerst vijf jaar in Den Haag daarna in Rotterdam. Hij kan zich een beetje verstaanbaar maken in het Nederlands. Volledig arbeidsongeschikt is hij, al zeven jaar. Zijn dagen slijt hij in eenzaamheid zonder daar treurig over te zijn. Hij heeft met zijn zieke, zwakke lichaam leren leven. Dat leven speelt zich vrijwel geheel al rond zijn tv, zijn loopband en de aanrecht.

Hij is best sociaal. Informeert hoe het met mijn nieuwe schouder is gaat. 

'Ik kan bijna niks meer met die rechterarm. Daar heb ik mee leren leven. Alleen 'dat' gaat nog prima', zeg ik gekscherend en terwijl ik dat zeg, maak ik het, bij mannen onder elkaar, gangbare 'aftrekgebaar'.

Enigszins verrast ben ik als Joachim daar nú ineens serieus op in gaat: 'Ja, ... masturbatie, logisch ... ja, normaal ... man alleen,' zegt hij. 

'Als ik masturbeer' zeg ik, 'ben ik helemaal gefocust op mezelf. Ik voel me dan ook prima, ben heel tevreden met mezelf.'

Joachim maant me om niet zo hard te praten. Hij denkt dat er mensen in de kroeg mee zitten te luisteren. Hij fluistert nu bijna tegen me.

'Jij niet denken ...  mooie vrouw dan?'. vraagt Joachim.

'Neen', zeg ik , 'dat leidt  me juist alleen maar af'.

'Ik trek-trek  ... ik nodig foto ... video ... fantasia ...', zegt Joachim, 'Ik nodig ... met vrouw in hoofd ik komen  ... ja una lanza ... (als een speer).'

Dat klinkt echt grappig uit Joachim's mond. Mooi einde voor dit stukje ook.


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 





donderdag 26 februari 2026

BIPOLAIR

De meeste lezers van mij weten wel dat ik bipolair ben. Voor de volksstammen die dat nog niet weten, kan ik het nog wel even uit de doeken doen.

Allereerst: bipolair is de mooie naam. Klinkt goed, vind ik. Daarom gebruik ik die naam ook meestal. De minder leuke naam, die precies hetzelfde aanduidt is 'manisch-depressief'. Die laatste naam maakt mensen bang. Als ik zeg dat ik manisch-depressief ben denken de mensen dat ik een seriemoordenaar ben of een (ex-)tbs'er.

Bipolair dus: 94% van mijn leven, merk je niks aan mij, 3% ben ik somber, 3% ben ik manisch gestemd. Wat een sombere stemming is hoef ik denk ik niet uit te leggen. In deze treurige, hardvochtige wereld heeft iedereen wel eens last van een dipje. Ik dus ook, alleen gaat het bij mij veel dieper. Ben dan niet in staat naar vrolijkheid over te schakelen. Ik kan me dan dagenlang wegcijferen, opsluiten. Mijn denken wordt overheerst door negatieve, neerslachtige gevoelens. Bij andere bipolairen kan deze stemming heel lang, wel enkele maanden aanhouden. Godzijdank heb ik dat niet. Na twee weken vind ik het wel weer genoeg. Dat laatste klink als of ik daar invloed op heb  maar dat is niet het geval. De neerslachtigheid verdwijnt weer als een dief in de nacht.

(Hypo)maan of manisch, ben ik veelvuldiger dan depressief. Ik vertoon dan uitbundig gedrag, schreeuwerig, hard lachen, veel praten. Ik ben brutaal, praat met iedereen, kleed me soms raar. Heel ondernemend ben ik dan ook. Het lijkt soms wel alsof ik elke dag een uur te kort kom. Soms doe ik rare dingen, die ik anders nooit zou doen en die me veel geld kosten, dan word  ik bijvoorbeeld verliefd op een andere vrouw dan de mijne en ga 'vreemd' met haar. Soms ga ik zelfs naar de hoeren, of naar het casino. Kooplustig wordt ik ook. Zo kocht ik eens een dure zonnebank (drieduizend euro). Hooguit twee of drie keer heb ik er op liggen bakken. 

Ik schijn eens serieus van plan geweest te zijn, in een manische periode, om een hoedenzaak te kopen op de Zwartjanstraat. De eigenaar ging met pensioen en zocht een koper. Hij vroeg niet veel en ik was manisch-enthousiast en in staat die winkel diezelfde middag nog over te nemen. Mijn echtgenote toen ging daar breeduit voorliggen. Achteraf zeg ik natuurlijk ze had gelijk. Ik was helemaal geen winkelier en bovendien had ik die vijftigduizend euro niet die de hoedenman wile vangen.

In die stemming maak ik ook heel makkelijk ruzie, met Theo bijvoorbeeld, met Sonja, met Winny met Jolina, de regisseur van het theatergezelschap. Mijn zwaktebod is dat ik in manische toestand alles veel beter weet dan de rest en vervolgens veroorzaak ik de grootst mogelijke schade aan mezelf.

Er bestaat trouwens een medicijn, dat  er redelijk in slaagt mij op de middenweg te houden: lithium, elke avond voor het slapen gaan een pil. Door die medicatie weet haast niemand in mijn omgeving wat ik mankeer. Nu wel dus.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


woensdag 25 februari 2026

EEN ZOOITJE.

Ik wou dat ik wist hoe het komt dat het hier in huis zo langzamerhand en zooitje wordt. Een druk baasje ben ik, dat zeker. Maar dat ben de laatste jaren onophoudelijk. Mijn buren vragen zich dikwijls af waar ik uithang. Mijn vertier zoek ik dikwijls buitenshuis: bios, theater, sporten, fietsen, wandelen. Toch zit ik binnen ook niet stil. Althans niet letterlijk, want ik lees, schrijf, kook, eet, drink, zing, kijk tv, luister muziek, slaap, enzovoorts. Alles bij elkaar heb ik zoveel te doen, dat ik elke dag een uur te kort kom. Ik moet eigenlijk van mezelf om twaalf uur naar bed, elke dag weer 'eigenlijk'. Maar dan heb ik nog zeker voor een uur iets urgents te doen. Wat na dat uurtje nog blijft liggen is dat zooitje i mijn huis. Bijvoorbeeld: het is nu 01.00 uur 26 februari. Ik ben bezig dit stukje te tikken in het uur dat ik in feite al op één oor had moeten liggen.

Al dit stukje klaar is, neem ik mijn medicijnen in, poets en flos mijn tanden, spoel mijn mond en duik in mijn bed.Weer vergeten om mijn elektrische deken aan te zetten. Ja, die gebruik ik nog steeds als koudbloedige.

Binnen vijf minuten ben ik vertrokken. 

Na een uurtje sla ik het dekbed van me af, om, al slaapwandelend het zooitje  in mijn huis te inventariseren.

In de keuken op de rechterkant van het aanrecht staat een berg afwas van zeker drie dagen. Dat heeft er ook mee te maken: ik wil zo weinig mogelijk gas gebruiken. Eens in de drie dagen maak ik een zuinig sopje. De linkerkant van het aanrecht ligt vol met: aardbeien, bieten, wortelen en twee bakken Franse volle kwark. Dat had ik in de loop van de dag al moeten verwerken tot een smoothie of tot vuchtensapjes. Over de keukenstoel hangt een zwarte regenjas. Tegen de radiator steunen drie lege ovenplaten, een groen boodschappenwagentje, half vol met lege flesjes (van glas en plastic) en blikjes (van blik). In de hoek van de keuken staat werkeloze enigszins triest ogende opgedroogde zwabber.

Op mijn bureau in de gang, dat ik overigens niet meer als bureau gebuik, liggen achteloos neer gegooid: een baseball-petje, een zwarte, deftige herenhoed, een Russische ijsmuts, m'n fietshelm, een stapel (10 exemplaren) van het tijdschrift  'Vogelen voor beginners' dat ik, zelfs tijdens mijn slaapwandeling keurig netjes in de papierbak weet te deponeren.

In een hoek van die gang staat, op de grond, vlakbij de woonkamer  een mooi geschilderd portret van mij. 


                                     Ik was toen 19 jaar. 

Het is geschilderd door mijn ex Winny. 

Ik ben nog niet eens op de helft. Maar ... dit verhaaltje is vol. Misschien een volgend keer meer. Of er is géén zooitje meer.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



dinsdag 24 februari 2026

WIJ ZIJN DOEN.

Door een oud-collega, ben ik gevraagd om mee te denken over de ontwikkeling van een kenniscentrum 'Een duurzame toekomst'. Ik ben daar met nog een tiental anderen in januari jl. mee gestart.
 
Wat wil dat kenniscentrum?

Dat kenniscentrum wil het mensen, die zich steeds meer realiseren, dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen heel belangrijk is in het streven naar een meer duurzame toekomst, gemakkelijker maken hun invloed uit te oefenen op die bedrijven en overheden. 
Dat wil het kenniscentrum doen, door mensen bewust te maken van die invloed en door hen 'gereedschap' te geven om die invloed uit te oefenen. Dat doet het kenniscentrum op twee niveaus.

 

Ten eerste op individueel niveau. We gaan apps (bekijk bijvoorbeeld eens  app: Questionmark) en links verzamelen  via welke meer informatie ontstaat over de kwaliteit van de dagelijkse boodschappen en producten. En we geven tips en tricks hoe je duurzamer kan gaan leven.
 
Ten tweede op collectief niveau. Daar, waar mensen een misstand of een vermoeden daarvan aan de kaak willen stellen maar niet weten hoe dat aan te kaarten. 
Zoals bijvoorbeeld vervuilende activiteiten in de omgeving (afval in het water/het groen, bestrijdingsmiddelen, stank etc.). 
Onterechte claims van producenten (voedsel, verzorgingsproducten). 
Mogelijke slechte handelwijze naar mens en dier. 
De rechtszaak tegen de fabrikanten van de Sting* is een goed voorbeeld hoe onverantwoorde producten aan de kaak kunnen worden gesteld.
 
Aan deze mensen biedt het kenniscentrum een scala aan databanken met wetenschappelijk onderzoek of databanken van toezichthouders vol met rapportages over (in dit voorbeeld) de kwaliteit van het buitenwater.

 

Om wat meer ruchtbaarheid aan dit idee van een kennisbank te geven, is door ons als eerste de LinkedIn-pagina “Wij zijn doen” ontwikkeld. Hier kunt u een aantal ‘links’ vinden met handige tips en informatie over de duurzaamheid van een aantal producten. Op deze pagina willen we voorlopig 1 x per week iets posten over een onderwerp dat actueel is. 

 

Nu staan we voor de volgende fase waarin we een ‘website’ willen (laten) bouwen zodat ons bereik groter wordt. Hiervoor is echter geld nodig waarvoor bij het RMC (Rotterdams Milieu Centrum) een verzoek is ingediend. 
De website moet goed en simpel te doorgronden zijn. Daarvoor is een professionele aanpak nodig. Naast aanvullende financiële bijdragen zoeken we ook deskundigen die dat kunnen bouwen.

Op 5 maart komt de initiatiefgroep voor dit kenniscentrum weer bijeen en van iedereen wordt een plan of een idee verwacht. 

Doe maar onderzoek naar de duurzaamheid van de productie van kleding, groente, fruit. Ook lijkt me zinvol eens naar de producten van de Gemeente Rotterdam (o.a. de vuilophaal) èn het functioneren daarvan te kijken in relatie tot telefoonnummer 14020 en Rotterdam.nl.

Ik heb me rot geïrriteerd aan de nalatigheid van de vuilophaal de laatste maanden en aan het feit dat op de klachten daarover van de burger bij 14020 en  Rotterdam.nl niet gereageerd wordt.



 

Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


maandag 23 februari 2026

WAAR TWEE KIJVEN ...

Het is nu bijna twee jaar geleden, die aanvaring met mijn buurman Theo. Wij zijn dan niet alleen buren, maar ook vrienden. Hij is dan, mag ik wel zeggen, mijn beste vriend. Gedurende een jaar of vijf doen we allerlei leuke dingen samen. Bios, theater, wandelen, koffie drinken, spelletjes, lekker uit eten, bij elkaar op verjaardagsvisite. Gezellig allemaal en wanneer ik het moeilijk heb, staat Theo voor me klaar, luistert en helpt me. Die aanvaring, nu twee jaar terug bijna, breekt de vriendschap. 

Terug naar dat moment van de aanvaring, twee jaar terug, wil ik beslist niet. Daarmee zou ik de wond die nu geheeld is alleen maar weer open krabben.  Ik zeg maar zo: 'Waar twee kijven hebben beiden schuld. 

Twee jaar lang slagen Theo en ik er in om elkaar zo veel mogelijk te ontwijken. Als ik zo heel af en toe de kans krijg, scheld ik Theo uit en pest ik hem. Theo houdt altijd netjes 'de eer aan zichzelf'.


Ik


                                    Theo

Een paar maanden al, heb ik geen zin meer in die wrevel tussen Theo en mij. Ik wil die wrevel loslaten. Mijn boosheid, die al flink wat is afgenomen verdwijnt langzamerhand helemaal en maakt plaats voor mijn wens om weer gewoon met elkaar te te doen. In ieder geval om weer goeie buren te zijn. Goeie buren die immers beter zijn dan een verre vriend. 

Het liefst spreek ik hem aan als ik hem toevallig tegenkom in de flat, of op straat maar ik zie hem nooit. Ontwijken gaat ons goed beiden goed af. Ik besluit Theo te appen: 

Gisteren:

'Hallo Theo,

'Ik wil niet meer boos zijn op jou. Ik zeg: 'Zand er over.' Dat is natuurlijk mijn beslissing. Als jij anders wil beslissen vind ik dat okee. Wil jij er over nadenken om weer gewoon te doen? Laat me svp weten wat je wil?

Groet,

Jos.


Binnen het uur appt Theo terug:

ik ben niet boos op je tot ziens

groetjes van Theo


Ik realiseer me terdege dat we niet op stel en sprong naar de vriendschappelijke verhouding van twee jaar geleden terug kunnen schakelen. Dat heeft tijd nodig. Mijn wens is wel dat we langzaam weer naar elkaar toe zullen groeien en weer vrienden kunnen zijn.

Ik nodig Theo binnenkort uit voor een lekkere borrel. Ik hoop dat hij die uitnodiging aanvaardt.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


zondag 22 februari 2026

STADSJUTTER.

Half negen vanmorgen is er al een vreselijke teringherrie boven m'n hoofd. 't Is zondag dus dat mag helemaal niet zo vroeg. Na twaalven pas. Het komt van het huis van Tonnie, mijn bijzonder lieve bovenbuurvrouw, tien jaar ouder dan ik.. Haar hele inboedel wordt voor de deur van de flat neergepleurd (= niet zo netjes neergezet).Tonnie's zoon neemt het niet zo nauw.  Morgenochtend vroeg wordt het als grof vuil opgehaald. 

Tien jaar lang hebben we gezellig gepraat Tonnie en ik, over koetjes en kalfjes. Ze vraagt ook geregeld naar mijn zonen en kleinzonen en ze vertelt over haar zoon, waar ze dol op is. Hij is haar enige kind. 

De frequentie van onze gesprekjes neemt met de jaren af. Ze gaat steeds slechter lopen. D'r haar valt uit.  Ze valt nogal eens. Zonder haar scootmobile kan ze niet meer. Nauwelijks zie ik haar nog op straat. Uiteindelijk zal dat geleid hebben tot haar vertrek naar een verpleeghuis. Of misschien neemt d'r zoon haar in huis. 

Dat hoor je tegenwoordig wel vaker, dat kinderen hun hulpbehoevende ouder(s) in huis nemen, omdat er domweg te weinig plek is in verpleeghuizen.  Haar verhuizing komt voor mij volstrekt onverwacht. 

Als ik, aan het eind van de ochtend, de deur uit ga, is haar zoon al klaar met uitruimen. Ik hoop hem nog te spreken, om te horen waarom ze nu hals-over-kop verhuist. En waarheen.

Een vriend van me, Ayoub is behalve architect ook 'stadsjutter'. Hij zoekt 'schatten' tussen wat andere mensen bij het afval zetten. Hij heeft zo al heel wat waardvols opgeduikeld: schilderijen, beeldjes, servies, bestek. Dus, telkens wanneer er iemand uit het appartementencomplex waar ik woon verhuist, waarschuw ik Ayoub zodat hij snel kan komen 'strandjutten', voordat er 'andere jutters op het strand zijn'.

Hij appt me vanavond nog een bedankje dat ik hem ingeseind heb: hij is wezen kijken. Of er wat voor hem bij was appt hij niet. Dat had ik nou net zo graag willen weten. 

Ik besluit om vanmiddag een strandwandeling te gaan maken. Fantastisch, die metro, vlak voor mijn deur, brengt me binnen het uur in Hoek van Holland. 


Daar loop ik lekker uit te waaien. Woeste, hoge golven, gierende wind, (over)moedige kitesurfers, striemend zand en             een geheel verlaten naaktstrand.





Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



zaterdag 21 februari 2026

TALENTEN.

We zijn allebei niet zo bang uitgevallen, mijn zus en ik. Met het idee: 'kom op, laten we eens gek doen!' gaan wij, zestigers, naar Capsloc, de poptempel van Capelle aan den IJssel. Daar presenteren zich jonge mensen, die met hart en ziel met hun muziek en teksten bezig zijn. Allemaal uit onze regio. 

We vrezen de opa en oma te zijn in de zaal. Volkomen misplaatst. We hadden natuurlijk kunnen weten dat er trotse vaders, moeders, opa's en oma's van de aanstormende talenten, vol spanning in Capsloc zitten uit te kijken naar het optreden van hun 'wereldster'. 

Wij staan daar gewoon nieuwsgierig te zijn, naar wat de jeugd van tegenwoordig ons kan laten zien en horen.

Er zijn zo'n vijftig á honderd bezoekers, die zich geen moment zullen vervelen. De kwaliteit van het aanbod verschilt nogal maar dat was voor mij geenszins aanleiding om weg te lopen. Mijn zus is wat kritischer dan ik maar weglopen daar heeft ze geen moment aan gedacht. 

In tegenstelling tot haar ben ik niet zo'n fan van het deejay-werk. Misschien wel héél erg kort door de bocht: ze staan naar mijn idee maar een beetje creatieve composities van anderen te verscratchen.

Ik geef echter onmiddellijk toe dat de jongeman, die het spits af beet in Capelle, die deejay NKD8, een puber nog, zo te zien, creëerde een prachtige sound in het hem toegemeten kwartiertje. Niemand kan er stil bij blijven staan. Mijn zus en ik ook niet.

Het hele gebeuren is gratis. Gesponsord door het VSB-fonds. Zo tussen de acts door komen Capsloc-medewerkers hapjes uitdelen; het ene hapje is lekkerder dan het andere. Maar een gegeven paard ... 

Cassandra Sterling, een ultra-fragiel meisje bijna nog, een singer-song-writer, gekleed in een veel te groot, haar nog breekbaarder makend rouwjurkje, neemt plaats op het podium. Ze is in rouw. Heeft onlangs haar vriendin verloren. Haar verhaal is diepe treurnis, gepaard gaande met minuscule, trillende armbewegingen. Het iele stemgeluid van haar bereikt nauwelijks haar publiek. 

Haar moeder die vlak voor me staat tijdens Cassandra's act, laat een traantje tijdens haar optreden.

Na anderhalf liedje van Cassandra gaat mijn zus een peuk roken. Dan weet ik wel genoeg! 

Later, op weg naar huis, we staan in de metro, sabelt ze Cassandraatje ongenadig neer: ongeloofwaardig, huichelachtig, krokodillentranen. 

Er staat ook een viertal rappers/rapgoepen op het programma. Verrassend goed allemaal. Ik pik Seph er uit. Hij vraagt het publiek hem vijf woorden te geven waar hij een rap mee kan maken. Dat lukt hem goed. Hij moest wat doen met de woorden Trump, Obama, worst, konijn en pindakaas. Met zijn Rotterdamse tongval maakt hij er een geweldige rap van. Helaas kan ik hem niet navertellen. Seph maakt de zaal enthousiast: ze breken de tent af.

Een echt iets langere pauze is er niet. Ik moet dus haast-je-rep-je een biertje scoren. Ook hier een asociale prijs voor een fluitje: 3.50 euro. Ik neem tegenwoordig altijd één of meer flesjes Spa Rood mee.

De laatste die ik hier noem is Sterre Liz. Een keurig gekleed en gekapt jongdametje, met een gedicht, op door haarzelf gespeelde en gecomponeerde muziek. Ze zingt ook mooi. Teksten komen ook duidelijk over. Alles keurig netjes, eigenlijk. Maar toch is het te weinig. Te steriel.

Tegen tienen was het voorbij. 'Genoten' is een groot woord maar het was goed binnen te houden. Een leuke avond in Capsloc. Goed om te zien en te horen hoe onze beginnende muzikanten bezig zijn. Sommigen zijn al verrassend ver, vinden mijn zus en ik.  



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


vrijdag 20 februari 2026

BEZINT EER GIJ BEGINT.

'Bezint eer gij begint'. Dat heb ik mijn moeder vaak horen zeggen. Zo vaak, dat ik dat gezegde in de loop der jaren geïnternaliseerd heb. Zo sterk, dat de bezinning veelal leidde tot niet beginnen, niet doen, niks doen. 
 
Vanavond sta ik met een vriendin op een metroperron te wachten. Van daaruit zie ik in de overvolle metro een oud-collega, een vrouw,  vrolijk zitten praten met een man naast haar. Het lijkt Astrid wel. 

Zal ik de metro in stormen, op Astrid afvliegen: uitroepend: 'Hee, Astrid Bakker, dat is een tijd geleden? Hoe is het er mee? Wat zie je  goed uit!!!'

Wanneer ik gereageerd zou hebben, volgend mijn moeders adagium was ik me onmiddellijk gaan bezinnen. 

Wat heeft het voor zin om haar te begroeten? Het is al bijna 15 jaar geleden dat we samenwerkten.  Ze weet waarschijnlijk niet eens meer wie ik ben. Was onze samenwerking echt zo geweldig destijds? We zitten bovendien nog maar vijf minuten in de metro. Wat kunnen we nou in die vijf minuten? En die jeugdig ogend man die naast haar zit, wil vast helemaal niks met me. Wat moet Astrid nou met mij: een 76 jarige pensionado. En je eigen vriendin, laat je haar die vijf minuten dan aan haar lot over in die metro? Niet zo lief van je! Het is nu bovendien stervensdruk.  Je zal je door de drukte heen moeten wurmen.

Na deze bezinning zou ik dus beslist niet linksaf, als een dolle hond op Astrid afgelopen zijn maar dan zou ik rechtsaf de metrocoupé zijn ingeslopen, in de hoop dat mijn oud collega mij niet zou herkennen na al die jaren.

Maar wat ik doe is wat ik hier boven al opgeschreven heb, ik vlieg haar om de hals, we zijn verrukt elkaar weer te zien. Zij kan niet geloven dat ik al bijna 76 ben. Ik niet dat zij al 62 is. We zien er  allebei geweldig uit en met onze kinderen en kleinkinderen gaat het ook goed, hoewel ... ik meen me te herinneren dat haar enige zoon homoseksueel is. Maar wat maakt dat uit. 
Ik vraag nog wat Astrid gedaan had vanavond. Ze waren uit eten geweest.
Mijn vriendin en ik  waren bij een talentenjacht voor jonge popmusici.

Achteraf liep ik erover piekeren, dat ik mijn vriendin 5 minuten aan haar lot had over gelaten in de metro. 

Steeds meer is mijn motto geworden: 'Begin. Doe. Handel spontaan, impulsief en laat dat bezinnen, grotendeels, maar achterwege.



Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 



donderdag 19 februari 2026

VRIENDEN.

Jarenlang heb ik geen vrienden gehad. Mijn laatste en beste vriend Peter van Tol, stierf toen hij 24 was. Ik was toen 23. We kenden elkaar tien jaar, van de middelbare school. Zeven jaren daarvan waren we de beste vrienden. De laatste drie jaar van onze vriendschap kregen we allebei verkering en ... dat was eigenlijk veel belangrijker: Peter bleef met zijn vriendin in Utrecht wonen. Ik verhuisde naar Rotterdam en trouwde daar snel met mijn vriendin Winny. De vriendschap met Peter verwaterde. 

Tot mijn grote ontsteltenis hoorde ik pas na twee jaar dat Peter dood was. Tot op de dag van vandaag weet ik nog niet waaraan.

Sinds de dood van  Peter is Winny niet alleen mijn vrouw geweest maar ook mijn enige vriend. Zelf heb ik in de periode dat ik met Winny was (45 jaar) en in de jaren ná onze echtscheiding niet echt vrienden gehad. In totaal bijna vijftig jaar heb ik geen vriend gehad. Pas op! Dat maakt mij nog geen zielenpiet, oh nee! 

Tijdens ons huwelijk had ik zelf geen vrienden. De vrienden en vriendinnen van Winny waren ook mijn vrienden en vriendinnen. Pas gedurende de vijf jaar na onze scheiding begon ik zelf wat contacten te leggen. 

De meeste van mijn huidige vriendschappen zijn voortgekomen uit mijn werk als taalcoach. Met tientallen mensen heb ik 'geconverseerd'. Vier van hen zijn vrienden van me geworden: Luis de Portugees, Juan de Costaricaan, Ayoub de Irakees en Georgis de Syriër. 

Taalcoach ben ik al weer enig tijd niet meer. Wel heb ik nog regelmatig contact met die vier taalcursisten, mijn vrienden inmiddels. We gaan naar bios, theater, kroeg of we drinken koffie bij mij thuis. Ik heb bijvoorbeeld, op vakantie in Luis geboortestad Porto, met zijn familie langs de Douro .... zitten eten en Port zitten lurken.. 

Vorige week deed Georgis een bakkie bij mij. Hij had een idee. Het zou toch leuk zijn, dacht hij, om regelmatig met het hele clubje van vijf (inclusief die kaaskop Jos) voor de gezelligheid bij elkaar te komen.

Ik betwijfelde of de mannen het zouden zien zitten maar dat gevoel sloeg nergens op. Ze waren stuk voor stuk door het dolle heen. Volgende maand start ik met mijn vriendenclubje.



Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

woensdag 18 februari 2026

DORST.

Meestal drie keer per nacht word ik wakker ... om te plassen lijkt het. Zo voelt het tenminste. Maar d'r is nog wat anders, want al die keren dat ik waker word, sterf ik óók van de dorst. Niet te weinig. Ik heb een heel stijve tong (jaaa, tong), en in mijn mondholte is nauwelijks beweging te krijgen. 

'Je hebt net als ik diabetes-2,' zei Henk, een vriendelijke buurman, toen ik het er met hem over had. Dat zou best es kunnen maar ik wil nu wel es weten: wat haalt me uit mijn slaap. De nattigheid of de droogte.

Het zal de dorst zijn, want uit ervaringen van de laatste jaren weet ik dat mijn blaas te zwak is om me wekken en zeker 's nachts. De blaas loopt gewoon lekker leeg terwijl ik lekker in dromenland rondwaar en bezorgt me zo een flinke natte droom. Nee, die uitgedroogde mondholte wekt me om te voorkomen, dat ik mijn plas laat lopen. 

Ik drink graag, Ik drink veel. Zeker wel twee liter per dag. Niet zo snugger want wat ik al zo vaak heb horen zeggen: 'wat er in gaat moet er ook weer  uit'. Ik zal veel tactischer moeten gaan drinken.

Als ik voordat ik naar de bios gaat uitgebreid ga zitten drinken, moet ik gegarandeerd een kwartier voor het einde van de film naar de toilet. Ik heb daardoor al een paar keer de ontknoping gemist. Tegenwoordig drink tot 2 uur voor het begin van de film wat thee, koffie, Spa Rood. Zo valk voor de film start maak spoel ik mijn mond nog even met een klein slokje water ui de wasbak op het toilet..

Ik drink zeker twee liter per dag. Vooral Spa Rood. Ook wel wat thee, koffie, wijn, bier maar niet zo veel. Overdag drink ik niet omdat ik dorst heb. Geen droge mond. Ik drink omdat ik het lekker vind om te drinken. Het kan ook zijn mijn lichaam me inseint dat ik wat moet drinken. Daarvan ben ik me alleen niet bewust. 

Met 'dorst' kan ik het nog knap lastig krijgen. Ik las een interview met een man, die zich verdiept in 'sterven door stoppen met eten en drinken'. Dat lijkt me interessant voor over een jaar of twintig. Die geïnterviewde wist te vertellen dat het vooral ingewikkeld wordt om letterlijk te sterven van te dorst. Als je ècht wil stoppen met leven, aldus de geïnterviewde man, dan ben je sterk genoeg om door te hongeren en dorsten. Ik denk dat ik daar ook geen probleem mee zou hebben t.z.t.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

dinsdag 17 februari 2026

NAAR HELMOND?

Hoe ik bijna in Helmond belandde?

Ik ben wel  'in' voor cabaret. Zowel voor het traditionele, gewone, pure cabaret, voor one-man-shows  (Toon Hermans, Theo Maassen, Brigit Kaandorp, Hans Teeuwen, Ruud Smulders) maar ook voor optredens van duo's als Snip en Snap, Plien en Bianca, Waardenburg en de Jong en voor grotere clubs als Donquishocking, Lurelei en het cabaret Ivo de Wijs. Die vermaakten het publiek met een conference, een dialoog, een lied of samenzang.

Ze brengen avondvullende shows (max. twee uur) met persoonlijk en maatschappelijk verhalen. Ze bekritiseren en bespotten  gedragingen, verschijnselen, instituties. De ene cabaretier is wat linkser (geëngageerder) dan de andere maar een echt aanwijsbaar rechtse cabaretier weet ik echt niet of het moet Hans Teeuwen zijn. De laatste tijd tenminste.

Ook cabaretiers van een ander kaliber: de stand-up comedians zie ik graag. Misschien nog wel liever dan de hiervoor genoemde, toch meer beschaafde cabaretmannen en -vrouwen. 

Bekende stand-up comedians zijn Daniël Arends, Alina Sharipova, Yunu Aktas, Lisa Oosterman, Sezgun Gulec.

Het grappige aan stand-up comedy vind ik de schaamteloze interactie tussen de zaal en de artiest. Met name vanuit de artiest, die er van uit gaat dat zijn zaal vol zit met publiek, dat graag gekwetst, beschimpt en belachelijk gemaakt wordt. 

Graag ga ik bij een comedyshow op rij een zitten. Daar wordt je hard aangepakt door de artiest. Dat windt me op. Ik ben blijkbaar een masochist. 

Hoe kom ik nu in Helmond? 

Ik heb een paar weken geleden een ticket gekocht voor een optreden van de nieuwe ster aan het Cabaret-firmament: Ruud Smulders. Ik las een lovende recensie in de krant over een show van Ruud. Meteen ging ik op zoek naar zijn speellist. Hij zou in Maasluis optreden, heel dicht bij Rotterdam, met de metro makkelijk te bereiken. Ik kocht het ticket voor de show. 

Een kennis die haar eigen kaartje ging kopen zou samen met mij naar die show gaan. Toen ik haar gisteravond belde om verder af te spreken, bleek dat de datum van die voorstelling op hààr kaartje vandaag was in Theater Koningshof in Maassluis en op mijn kaartje overmorgen. 

Ik had mijn ticket niet gecontroleerd. Mijn kaartje was een geldig toegangsbewijs voor  de voorstelling in theater Speelhuis  Helmond.

Tot mijn grote opluchting had Maassluis nog kaartjes over en was Helmond zo goed om mijn geld te retourneren. 

Eind goed al goed. Want: waar ergens ligt Helmond eigenlijk? Hoe had ik daar moeten komen?


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

maandag 16 februari 2026

FIETS.

Een leven zonder fiets. Onvoorstelbaar voor mij. Vandaag moet ik in het centrum zijn. Dat is 10 kilometer. Gemiddeld doe ik daar drie kwartier over. Dit soort ritjes doe ik het altijd rustig aan. 

Het is deze dag alleen geen fietsweer. De hele dag regen, voorspelt de buienradar. Dan gaat fietsen het toch niet worden. Ik heb er dan flink de pest in maar ik heb geen zin om me zeiknat te laten regenen. Zeker niet op de heenweg. Op de terugweg is het wat anders. Dan word ik over vallen door de regen. Ik zou de fiets dan wel kunnen laten staan en met het openbaar vervoer terug reizen. Dat doe ik nooit. Ik fiets dàn door weer en wind terug. Kom als een verzopen kat thuis en verwissel in no-time mijn koude doorweekte kleren voor droge.

Toen ik nog jong was fietste ik wel door regenbuien. In een  regenpak. Die pakken hielden de nattigheid van buiten als van binnen tegen met als resultaat dat ik nog steeds doorweekt raakte. Ik ben snel met die regenkleding gestopt.

Terug naar vandaag: ik zit nu met de pest in mijn lijf in de metro. Mijn gedachten gaan onwillekeurig naar mijn fietsje, dat nu eenzaam en werkeloos in mijn berging staat. Het is een fijn fietsje. Een Gazelle. Een goed merk. Dat klopt, want hij heeft me nog nooit in de steek gelaten. Hoewel ...  toch wel een klein beetje. Twee keer reed ik lek. De eerste keer was het de voorband; de tweede keer de achterband. Meer banden heeft mijn fietsje niet, dus daar bleef het tot nu toe, gelukkig bij. Op zich kan ik m'n fietsje dat natuurlijk niet kwalijk nemen. En eerlijk gezegd, denk ik, dat het mijn eigen schuld was. Ik vermoed, dat ik te hard door een kuil in het wegdek gereden ben. Allebei de keren. Want ik vond bij het plakken van de banden geen glassplinter of een spijker. 

Vooral aan het plakken van de voorband had ik nogal wat werk. Het gaatje zat vlak naast het ventiel. Nou, de lezers die weten hoe je een band plakt, weten ook hoe moeilijk het is, om daar, op die plek, met een plakkertje, dat gaatje te dichten. Dat is toen dan ook twee keer fout gegaan. Twee keer dacht ik: 'he, hè, die band is geplakt'. Maar toen ik de volgende dag, met lekker weer, wilde gaan fietsen, was die voorband toch weer plat. Driemaal scheepsrecht, dacht ik terecht, want de derde keer was het lek boven. 

Godzijdank ging die achterband in een keer goed. Daar was ik wel blij om.

Voor de rest heb ik alleen maar veel plezier van mijn fiets, bedenk ik me in die muffe, overvolle metro. 

Alleen vandaag even niet. 


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com   

zondag 15 februari 2026

SNEEUW.

En ineens is de sneeuw weer terug. De kou was 'eersie'. Vrijdag en zaterdag was het al behoorlijk onder nul. Toen was de sneeuw zich al aan het klaarmaken. Zelf geloof ik er niet meer in dat er nog sneeuw zal vallen dit jaar. 

Wat begint de zondag toch heerlijk! Straf koud, dat wel. Maar bij een knalblauwe hemel en ...  tot één uur: volop zon. Tenminste bij mij in de straat. Natuurlijk, ik had de weerberichten wel gelezen en vernomen dat Schiphol vluchten geannuleerd had uit angst voor sneeuw, gladdigheid noemen ze dat bij het KNMI. Maar ik geloof er vandaag geen moer van. Voor mij is en blijft het in onze regio alarmcode nul. 

Zo rond een uur of een kleed ik me warm aan, doe mijn dikste wanten aan, pak mijn fiets uit de berging en doe een rondje gezond- door-Rotterdam: het Kralingse Bos, (met volop fucking hardlopers op het fietspad) en vervolgens langs ons prachtige riviertje de Rotte. Dan is het voor mij nog een klein stukkie door de bebouwde kom naar huis, in Prinsenland. En, ja, in dat laatste stuk gebeurt het, hè. 

Het begint toch nog te sneeuwen. Miniscule vlokken. Eigenlijk kan je dat nauwelijks vlokken noemen. Deze sneeuw is amper zichtbaar. Je voelt het alleen heel lichtjes op je gezicht ... héél af en toe. Maar ... het KNMI heeft wel een punt. Het is eind van de middag en er is een beginnetje van sneeuw. Dat blijft zo tot ik mijn fiets in de berging terug zet. Het is dan al weer vier uur. 

Ik loop mijn buurman Cor tegen het lijf. 'Gaat het toch nog sneeuwen vandaag buurman'. Hij mompelt, dat dit geen sneeuwen is maar hagelen. Hij is wel meer in de war. Meestal heeft hij het dan over God. Ik laat het maar zo. 

Dwarrelsneeuw is het die nu valt, sneeuw van minieme grootte, zwevende keukensuikerkorreltjes, daar lijkt het op. Nauwelijks zichtbaar nauwelijks voelbaar.

Thuis wacht me nog een saai maar noodzakelijk klusje: geheugen vrijmaken op mijn mobiel. Ik heb al veel foto's van m'n mobiel afgegooid. Tijdens dit werkje val ik in slaap en word om vijf uur pas wakker. Inmiddels ligt er dan een aardig pak sneeuw, een centimeter of drie, denk ik. 

't Is net als een week of drie geleden. Vanuit mijn woning zie ik een groot maagdelijk met sneeuw bedekt schoolplein. Wat hadden die kinderen drie weken terug een lol. Sneeuwpoppen maken, sneeuwballen gevechten, elkaar inkochelen. Het was de eerste keer in vijf jaar dat er een pak sneeuw lag. Wat zullen de kinderen morgenochtend weer genieten ... en ik ook. Ik geniet er ook van. Met volle teugen. 

Het KNMI weet helaas nu al mijn ijspret te bederven. Dooi en regen zijn voorspeld. Vannacht al. Geen ijspret morgen op de laatste dag  van de crocusvakantie, maar kutweer.



Mijn stukjes zijn te lezen op mijn blog:

stukkiejee.blogspot.com


      

zaterdag 14 februari 2026

SPONTAAN.

 Gisteren schreef ik alvast wat over Valentijnsdag. Ik was er in dat stukje nogal terughoudend over, om vrouwen, voor wie ik wel degelijk wat voel, op Valentijnsdag te  verrassen. Bang om zelf afgewezen te worden; bang om de vrouw af te schrikken, waardoor eerder verwijdering dan toenadering ontstaat.

't Wordt vast een leuke dag. Ik ben uitgenodigd op een Valentijn-voorleesmiddag van de Schrijfclub Rotterdam. Een ieder die dat wil mag wat komen voorlezen. In 't Veerhuis van de Stichting Droom en Daad in Delfshaven. 

Ik heb samen met een vriendin twee stukjes uitgekozen. Het stukje dat ik gisteren schreef: Valentijnsdag 2026. En een stukje dat ik vorig jaar, 29 december, schreef: 'Sprekend Sonja'.

In het eerste stukje voer ik Elsie op. Elsie is een vrouw op wie ik (een beetje) verliefd ben. Zij is degene, die ik geen kadootje durf te geven vandaag. Maar ... inmiddels heb ik wel genoeg moed verzameld voor iets anders: ik bied haar aan om bij mooi weer een uurtje samen te gaan wandelen. Daar kan ik toch geen buil aan vallen denk ik. 

Yes!! Binnen vijf minuten heb ik antwoord: 'Gezellig!' Ik weet even niet zeker meer of er uitroeptekens achter dat 'gezellig' staan.

Ik smeed het ijzer als het heet is. Nu dus!

'Ik kan morgen- en maandagmiddag om één uur,' app ik meteen achter haar 'gezellig' aan. 'Wanneer kan jij, Elsie?'

Ze antwoordt resoluut: 'In het weekend kan ik in principe  nooit. En-maan-, woens-en vrijdag moet ik werken. Dus blijven alleen de dinsdagen en donderdagen over'. 

'Jammer Elsie,' app ik, 'dinsdagmiddag kan ik niet, heb ik ik vrijwilligerswerk'.  

Dan laat ze me weten dat ze in principe geen afspraken meer maakt, ze doet alleen nog dingen op basis van spontaniteit. 

Als ik het goed begrijp kan ik die gezellige wandelingen wel uit mijn hoofd zetten.

Alleen een toevalstreffer kan Elsie en mij samen brengen: op een mooie, droge donderdagmiddag waarop wij simultaan en spontaan de wandelkriebels krijgen.

Ik moet eerlijk zijn naar mezelf: op mijn vraag om samen eens te gaan  wandelen, antwoordt Elsie domweg: 'Neen, dankjewel Jos.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 




vrijdag 13 februari 2026

VALENTIJNSDAG 2026

In de kroeg, waar ik eens in de veertien dagen op vrijdagmiddag veel te veel bier zit te hijsen met mijn (Portugese) vriend Luis, worden vrolijke, uitsluitend vuurrode versierselen voor de grote ramen opgehangen ter gelegenheid van Valentijnsdag. Morgen gebeurt het. Over de hele lengte van het plafond van het  café bungelen rode harten in alle formaten. 

We praten over die vreselijke ramp: de wateroverlast momenteel in Portugal is. Ingestorte viaducten, ondergelopen huizen. Het gevolg van onbedaarlijke regenbuien. Drie weken lang regent het daar al en het blijft maar hozen. 

Terwijl we het hierover hebben dwaalt Luis aandacht af naar de vrouw die de versierselen aan het ophangen is. Nee, toch niet, eigenlijk is het niet de dame, die zijn aandacht trekt maar is het dat wat ze ophangt wat zijn aandacht trekt. Meer dan de Portugese wateroverlast. 

'Zit jij hier morgen ook met je vriendin?' vraagt Luis plotseling. Dat is natuurlijk wel even wat anders dan de watersnood. In eerste instantie antwoord ik, dat ik helemaal geen vriendin heb maar dat moet ik al snel corrigeren: 

'Natuurlijk heb ik een vriendin, Luis, dat weet je. Alleen is dat  geen vriendin waar ik een amoureuze relatie mee heb. Een voorwaarde voor het geven van een Valentijnskadootje, -kaartje, -bloemetje, -snoepje is voor mij, dat ik, in welke mate dan ook, verliefd ben op die vriendin. Van dat soort vriendinnen heb ik er twee.'

Luis trekt een moeilijk hoofd en zegt: 

'Ik doe niet meer aan Valentijnsdag. Ten eerste: gééf je een vrouw iets leuks ...  dan is het nooit, nooit, nooit genoeg. En ten tweede: wáárom moeten die Valentijnkadootjes altijd van de man komen. Kan zoiets leuks niet van beide kanten komen?. Het ene jaar van de kant van de man; het andere jaar van de vrouw bijvoorbeeld. Homoseksuele mensen weten hier vast wel en creatieve oplossing voor te bedenken, dunkt mij'.

Op allebei die vrouwen, waar ik het net over had, ben ik verliefd.

 Alleen die ene, Sonja, is boos op mij. Zij kan mijn bloed wel drinken. Ik hoop haar door het sturen van een Valentijnsbloemetje wat gunstiger te stemmen. Ik ben bang dat ik daarmee alleen maar olie op het vuur gooi. Misschien geeft ze me wel bij de politie aan. Dat doet ze rustig. Daar heeft ze al eens mee gedreigd.  

Die andere vrouw, Elsie, is leuk. Zij vindt mij ook leuk. Weet ik wel zeker. Maaaar ik heb het gevoel, dat ze mij toch het liefst op afstand wil houden. Dat ze zich van een Valentijnskaartje van mij rotschrikt, waardoor ik me dan onbedoeld van haar verwijderd heb. 

Dan zit ik alleen nog maar met die niet-amoureuze vriendin.

En met Luis natuurlijk, een ware, niet-amoureuze vriend. Met Valentijnsdag heeft het niks te maken: vandaag neemt hij voor mij echte Portugese sardines mee en tremocos een portugese lekkernij. Heerlijk bij een biertje. Zo gul! Hij is echt een schat.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 


donderdag 12 februari 2026

VOUS PERMETTEZ MONSIEUR?

Uitslapen doe ik eigenlijk nooit. Maar vandaag dus wel. Om 9 uur ben ik pas wakker en dat terwijl ik om kwart voor tien de deur uit moet voor mijn cursus Franse liedjes zingen. Ik red het echter makkelijk, Om vijf voor tien zit ik in het zangklasje van Alain. Hij heeft voor ons 'Vous permettez, monsieur' van de Belgische zanger Adamo afgestoft en uitgepluisd. Wij, het klasje bestaande uit 10 vrouwen en twee mannen , waaronder ik, allen boven de 70, hebben grote nostalgische lol aan dit chanson. 

Alain toont ons een video van een tv-opreden van Adamo, samen met zijn ouders en zijn  7  broertjes en zusjes, in een soort  praatprogramma uit 1964, waarin Adamo zijn grootste hit ten gehore brengt. Ook zijn broers en zussen zingen uit volle borst mee (vals en uit de maat). Wij, van dit zanggroepje zijn door het dolle heen van die video. Het was top: tv op zijn allerbest. We waren zonder uitzondering tieners in dat jaar en genoten met volle teugen van deze talkshow van presentator Willem O Duys. Toen wist ik nog niet van Willems extreem rechtse trekjes. Ik was pas 13.

Het zingen duurt tot 11 uur. Dat is bij mij om de hoek dus ik loop om kwart over elf alweer  mijn bejaardenflat binnen. Een van mijn buren, Peter, haalt zijn brievenbus leeg. Ik volg zijn voorbeeld. Er ligt een brief van 'Artsen zonder grenzen'. Tegenwoordig gooi ik alle bieven van 'Artsen zonder grenzen in mij persoonlijke oud-papierbak. Sinds ik uit betrouwbare bron erover geÏnformeerd ben, dat de directeur van die club zich, van huis uit,  met een helicopter kris-kras in Europa overal naar toe laat vliegen, geef ik daar geen rooie cent meer aan uit. 

Ik zei er niks over tegen Peter want die heeft daar niks mee te maken. Ik heb trouwens het (voor)oordeel dat hij nooit ene cent aan wat voor goed doel ook geeft. Dat geeft niet, dat moet hij zelf weten. Peter is invalide, hij heeft een stijf been. Ik heb altijd gedacht dat hij een houten been had. maar hij kan dat been gewoon buigen. Heeft er weinig last van. Tot zijn 73e heeft hij gerolstoelbasketbald, door heel Nederland heen. Dat kan ik niet zeggen want ik heb twee gewone, valide benen, waarmee ik slechts tot mijn 30e slechts gevoetbald en dan alleen nog maar in de Rotterdamse onderbond.  

Terwijl ik met Peter sta te praten komt buurvrouw E. binnen. Niet dat ik haar zie. Ik herken haar stem en hoor haar gedag zeggen. Peter zegt gedag terug. Vlug, vlug, vlug hoor ik E. de trap oplopen. Ze is bang dat ik wat tegen haar ga zeggen. I don't know why. 

Vous permettez madame?

woensdag 11 februari 2026

AVIGNON 2026.

 Ik ga dit jaar weer naar Avignon op vakantie. Naar het theaterfestival. Reis en verblijf heb ik al geboekt. De eerste drie weken van juli ga ik.

Het idee 'Avignon' kwam in me op tijdens een pauze tussen twee films van het IFFR. Ik ging op m'n mobiel kijken wanneer het theaterfestival precies is en of ik dan een hotel kan boeken. Dat liep allemaal op rolletjes. Zo boekte ik dus in de pauze van het ene festival voor het andere festival. In een tijdsbestek van twintig minuten. Een hals-over-kop-besluit.

De komende maanden ga ik me daarom weer eens echt toeleggen op de Franse taal. Ik spreek al wel redelijk Frans maar het kan altijd beter. Zoals ik eerder schreef, ben ik bezig met een cursus Franse chansons zingen in het buurthuis hier om de hoek. Van die Franse liedjes leer ik weer nieuwe woorden kennen als l'amour, j t' aime, croissant au chocolat, charmant enz. ... en verbetert mijn uitspraak.

Ik loop meteen naar mijn slijter, Dirck III om een paar exquise wijntjes uit te zoeken. Mijn favoriet Saint Èmilion is net in de aanbieding: 'trois pour le prix de deux'. Toeval bestaat niet zegt één van mijn vriendinnen tot vervelens toe dus .... ik koop direct zes bouteilles.

Ook ga ik gelijk op zoek naar iemand die nog veel beter Frans spreekt dan ik, waarmee ik dan 5 maanden in het Frans kan sparren. 

Eergisteren ontmoette ik in het zwembad, ook om de hoek, een aardige francaise. Dat zal geen toeval zijn. We dronken samen een kopje Pameijer-koffie en raakten, in het Frans, aan de praat over wat ons zoal bezighoudt in de gym. Net als ik doet zij daar meer dan alleen zwemmen. Ik vertelde haar natuurlijk ook over de chansons-cursus daar, wat ze heel leuk vond. Ik stel me voor als Jos en zij zegt dat ze Arlette heet. 

Ik besluit het ijzer te smeden al heet is en vertel haar over mijn vakantieplan en vraag of ze tot juli een uurtje per week Frans met me wil praten. Ze zegt verrassend spontaan: 'Ja!' maar verbindt er wel een voorwaarde aan: 'Dan wil ik wel dat jij elke week een uurtje Nederlands met mij praat. 

Nou, dat maakt het voor mij alleen nog maar leuker. Prima, helemaal mee eens. Volgende week beginnen we. Als het goed weer is wandelend. Anders bij mij thuis.

Ik ben alvast lekker aan de slag  gegaan met het recapituleren van allerlei fijne franse en toch ook weer nederlandse woordjes: camember, patat-frites, fricandel, théâtre, directoire, entree, pendule, croque-monsieur, toilet, bouillon, trottoir en charlois. 


 Jolie! N'est ce pas?

dinsdag 10 februari 2026

NOS GESTOORD

De Olympische Spelen van Milaan zijn in volle gang. Voor zover u het nog niet weet: bijna 24 uur per dag wordt op onze nationale televisie (NPO 1)  getoond en ten gehore gebracht hoe onze beste winterporters het daar doen: succes hebben of falen.

Er is een aantal mannen door de NPO ingehuurd om op gepaste wijze de wintersportkijker te amuseren en  informeren bij hun favoriete wedstrijden.

De door de NPO voorgeschreven commentaarwijze komt er op neer dat een wedstrijd op babbel-niveau van start gaat en vervolgens in cumulatief tempo toewerkt naar een hilarische, doldwaze, bijna hysterische eindsprint. Je zou af en toe haast denken dat er ook voor de commentatoren goud te verdienen valt.

Ik kijk vrijwel nooit naar die Olympische flauwe kul. Als ik eens kijk dan zet ik gelijk het geluid uit.

Ik doe mijn ogen wel eens dicht tijdens zo'n schaatswedstrijd op tv bijvoorbeeld. Die commentator zit dan in mijn hoofd. Ik zie hem daar met een rood aangelopen kop, met zijn hand tussen zijn benen staan, want hij kan het al snel niet meer ophouden. Dan gaat hij staan springen voor zijn monitor. De naam roepend van de sporter. Hij drukt alsmaar zijn plasser in zijn hand, knijpt er flink in, springt zwaar ademend voor zijn monitor op en neer als de eindstreep nadert. Op het laatst ejaculeert hij, als het ware, helemaal los, de eindcijfers: drie, vijfenveertig, tweeëntwintig: een nieuw Olympisch record!! Tien seconden sneller dan de op 23 maar2025 t overleden Russische Irina Oblimakova op de Spelen van Beirut in 1962.

Ik zou me voor mijn vrienden, kennissen en familie doodschamen  als ze zouden weten, dat ik op zo'n manier mijn brood moet verdienen. In mijn fantasie zie ik een klein spichtig mannetje staan te springen in een benauwde commentaarcabine. Hij is daarin opgesloten. Hij mag er pas weer uit al Jutta van Leerdam veilig op haar kamer zit. Zo door het dolle heen is hij ... een beeje tè. Er staan nu twee carabinièri voor zijn cabine.

Hij springt in die cabine en roept namen, rugnummers en nieuwe olympische records. Maar ze laten hem toch nog niet gaan.                     

Het meest schandelijke dezer dagen vind ik het NOS-journaal. Ik neem bij voorbeeld het zes uur journaal. In dit journaal, dat hooguit 15 minuten duurt is TIEN MINUTEN aandacht voor de olympische spelen. Dit, terwijl de kijker al de godganselijke dag overvoerd wordt met die olympische ijspret.

VIER MINUTEN wordt uitgetrokken voor die arme 41 jarige (net van een dochter bevallen) Italiaanse moeder en olympische skiester Gina Lollobridgida, die spectaculair valt en naar het ziekenhuis wordt gehelicopterd, alwaar blijkt dat ze een gebroken been heeft.

In nauwelijks TWEE MINUTEN wordt in dat journaal af geraffeld: 60 doden door vergaan migrantenboot in Jemen, gesprek Iran-VS, duizenden Oekraïners in de vrieskou, honderden doden drugs(??)-boten Venezuela.                                

Zijn ze nou helemaal gek geworden bij de NOS? Het lijkt wel Trumpiaans!                                                                                                                                         

maandag 9 februari 2026

IFFR 2026 (2)

Heel veel films heb ik gezien in het 55e IFFR. Tussen de 35 en 40 schat ik. Misschien wel tè veel. Mijn moeder zaliger zei altijd: 'overal waar 'te' voor staat is overbodig behalve 'te'vreden.

Ik heb films gezien uit landen en steden waar ik nooit geweest ben en waar ik ook nooit zal komen. Vanaf 1978, toen ik begon met IFFR-films te bekijken is dat mijn motivatie geweest: iets proeven van de mij (nog) onbekende wereld. Het was niet altijd topkwaliteit, de opnames, die ik zag uit Azerbeidjan, Syrië, Afghanistan, Georgië, Zuid Korea, Japan, India enz. Genoten heb ik er wel van maar eerlijk is eerlijk: menigmaal hebben kijkers om mij heen mij wakker moeten schudden. Soms omdat de film zo saai bleek te zijn. Soms omdat ik doodop was van de 5e film, die dag.

Mijn persoonlijke top 5 van 2026 is;

1. No hit wonder. (Duits)

Popster Daniel belandt in het ziekenhuis en krijgt daar de leiding over een koor met patiënten. Deze klassieke komedie biedt een rijk scala aan emotionele halftonen en scherpe observaties over 'de maatschappelijke stand van zaken', vertolkt door een ijzersterke cast.

2. The Seoul Guardians. (Zuid-Korea)

Op de avond van 3 december 2024 gingen de bewoners van Seoel de straat op om te protesteren tegen de staat van beleg. The Seoul Guardians voert je met de massa mee, tot in de nationale vergadering waar  Zuid Korea opnieuw vecht voor democratie en vrijheid.

3.  3 days in september. (Roemenië)

Een meeslepende (slechts) 65-minuten durende, wrang-humoristische studie naar verraad, waarin een idyllische bruiloft wordt verstoord door een vreemdeling met een schokkend geheim, wat leidt tot een emotionele  inzinking en kritische zelfreflectie.

4. I swear. (VK)

In een Schots stadje groeit John, midden jaren negentig op met het syndroom van Gilles de la Tourette. Tegen de verwachtingen in wordt hij uiteindelijk een baanbrekende, veel geprezen activist en pleitbezorger voor zijn lotgenoten in het Verenigd Koninkrijk. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. 

5.  After the cities. (Spanje)

Deze film toont het bewustzijn van de stad Santiago de la Postella, met behulp van  een onsamenhangende mozaïek van reisverhalen. Onbekende mensen lezen voor uit persoonlijke brief(kaart)wisselingen, terwijl mysterieuze beelden en uitgestippelde routes samenvallen en een reflectie vormen op herinneringen, afstand en transformatie door de tijd heen.


Ik ben blij dat ik dit jaar niet gegaan ben. In januari 2027 sta ik weer te trappelen.

zondag 8 februari 2026

ELF JAAR EERDER (10) ARTSEN.

Ik ben patiënt bij een huisartsenechtpaar. Die man is iets prettiger. Geweldig is hij niet … hij kan er mee door. Hij neemt redelijk de tijd voor je, is vriendelijk. Het is me alleen een paar keer overkomen dat hij vrij grof gaat zitten vloeken! Ik vraag me wel eens af of hij  Gilles de la Tourette heeft.

Mijn pink groeit krom. De dokter had me foto’s laten maken in het ziekenhuis en ik moest hem bellen voor wat er op die foto’s te zien was. Dat deed ik en de doktersassistente zei dat het wel mee viel en dat ik het maar even moest aanzien. Nou, ik heb het een halfjaar aangezien tot later het topje van mijn pink zich in mijn handpalm boorde. Die vinger kon toen haast niet mee krommer. Dat verhaal vertelde ik de dokter en toen wendde hij zich gepikeerd van me af en zei: ’aan zien, aan zien, u laat uw pink, godverdomme, toch niet zó alle jezus kromgroeien, dan moet u  gewoon eerder bij mij aankloppen.’

‘Ja,’ zei ik, ‘ dan moet u tegen me zeggen, hoe lang ik het  moet aanzien, want toen die foto’s gemaakt werden, stond die vinger al behoorlijk krom. Weet u wat ik denk dokter, dat u die foto’s destijds niet eens gezien heeft en dat uw incapabele assistente de foto’s even vlug vlug bekeken heeft, toen ik belde. Toen heeft zij mij op eigen houtje geadviseerd om het maar even aan te zien. Want ú, dokter had daar geen tijd voor. Wanneer ik het nog langer aan had gezien was ik mijn pink misschien wel kwijt geraakt.’
Het was duidelijk te zien, dat de dokter niet blij was met mijn woorden. Er verscheen een zenuwtrekje van de linkerkant van zijn neusvleugel naar zijn linkermondhoek en tegelijkertijd knipperde hij onregelmatig met zijn linkeroog.

‘Ik geef toe dat ik hier wat duidelijker over had kunnen zijn. Godverdegodverdomme!'
Ik zal u nu meteen verwijzen naar het ziekenhuis om uw vinger recht te laten zetten.’
En binnen drie weken stond ie weer recht.

De ega van die mannelijke dokter is dus ook arts. Met een schijnbaar vriendelijke toverfeeënglimlach haalt ze haar patiënt op uit de wachtkamer. De dokter draait zich om en loopt naar haar spreekkamer. De glimlach heeft dan plaats gemaakt voor een asgrauwe sombere blik. Pas als ze de patiënt aankijkt tovert ze de glimlach weer op haar gezicht. Het straalt er bij haar van alle kanten af: 'Wat een vreselijke baan heb ik toch! Maar: ik blijf lachen.

Toen ik nog maar pas bij dat huisartsenkoppel was, ben ik een paar keer bewust naar die vrouw gegaan. Nou heb ik meestal nooit iets bijzonders maar die ene keer wel; ze is toen bij mij vreselijk door de mand gevallen.  Ik had last van aambeien. Dat vertelde ik haar. Goed, ik geef toe: het is niet het leukste klusje voor een arts maar ik mag toch wel verwachten van een professionele kracht, dat ze daar mee om weet te gaan. Ik heb het woord ‘aambeien’ nog niet uitgesproken of ik zie haar een lichte neiging tot kotsen onderdrukken en tegelijkertijd hoor ik haar zeggen: ‘Ontkleed alleen uw onderlichaam en gaat daar maar op de behandeltafel liggen. Ik kom er zo aan.’
Jammer dat ik haar gezicht niet kon zien, toen ze mijn billen uit elkaar moest duwen om mijn aambeien te inspecteren met haar zaklantaarn in haar mond.
‘Kleedt u zich maar weer aan.’ ‘Het is niets om u ongerust over te maken, meneer. Ik zal u een tube Sperti voorschrijven; dagelijks na de stoelgang dun smeren. Tot ziens, meneer. Als u last blijft houden, zie ik u graag terug,’ loog ze.