Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label uitgedroogd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitgedroogd. Alle posts tonen

woensdag 18 februari 2026

DORST.

Meestal drie keer per nacht word ik wakker ... om te plassen lijkt het. Zo voelt het tenminste. Maar d'r is nog wat anders, want al die keren dat ik waker word, sterf ik óók van de dorst. Niet te weinig. Ik heb een heel stijve tong (jaaa, tong), en in mijn mondholte is nauwelijks beweging te krijgen. 

'Je hebt net als ik diabetes-2,' zei Henk, een vriendelijke buurman, toen ik het er met hem over had. Dat zou best es kunnen maar ik wil nu wel es weten: wat haalt me uit mijn slaap. De nattigheid of de droogte.

Het zal de dorst zijn, want uit ervaringen van de laatste jaren weet ik dat mijn blaas te zwak is om me wekken en zeker 's nachts. De blaas loopt gewoon lekker leeg terwijl ik lekker in dromenland rondwaar en bezorgt me zo een flinke natte droom. Nee, die uitgedroogde mondholte wekt me om te voorkomen, dat ik mijn plas laat lopen. 

Ik drink graag, Ik drink veel. Zeker wel twee liter per dag. Niet zo snugger want wat ik al zo vaak heb horen zeggen: 'wat er in gaat moet er ook weer  uit'. Ik zal veel tactischer moeten gaan drinken.

Als ik voordat ik naar de bios gaat uitgebreid ga zitten drinken, moet ik gegarandeerd een kwartier voor het einde van de film naar de toilet. Ik heb daardoor al een paar keer de ontknoping gemist. Tegenwoordig drink tot 2 uur voor het begin van de film wat thee, koffie, Spa Rood. Zo valk voor de film start maak spoel ik mijn mond nog even met een klein slokje water ui de wasbak op het toilet..

Ik drink zeker twee liter per dag. Vooral Spa Rood. Ook wel wat thee, koffie, wijn, bier maar niet zo veel. Overdag drink ik niet omdat ik dorst heb. Geen droge mond. Ik drink omdat ik het lekker vind om te drinken. Het kan ook zijn mijn lichaam me inseint dat ik wat moet drinken. Daarvan ben ik me alleen niet bewust. 

Met 'dorst' kan ik het nog knap lastig krijgen. Ik las een interview met een man, die zich verdiept in 'sterven door stoppen met eten en drinken'. Dat lijkt me interessant voor over een jaar of twintig. Die geïnterviewde wist te vertellen dat het vooral ingewikkeld wordt om letterlijk te sterven van te dorst. Als je ècht wil stoppen met leven, aldus de geïnterviewde man, dan ben je sterk genoeg om door te hongeren en dorsten. Ik denk dat ik daar ook geen probleem mee zou hebben t.z.t.


Lieve lezers, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 

zondag 17 juli 2022

SITA, ONZE HOND

 

Aaaah, heerlijk zeg, de nabijheid van dat koele, golvende water. Jammer alleen dat het niet te zuipen is. Een enkele keer vergis ik me nog wel eens … dan zit ik, tot we weer thuis, zijn met een uitgedroogde bek. Hoewel, de laatste tijd is Jee zo lief om water voor me mee te nemen. Ik hoop vandaag ook.

Jammer dat hier geen konijnen zijn. Wel genoeg loopse teefjes maar daar heb ik helemaal niks aan. Ik zie er prima uit, ben slank, heb een glanzende vacht, een mooie langharige staart, sierlijk wapperende oren, vrolijke, guitige ogen en een puik gebit. Ik ben nooit ziek en heb beslist nog geen viagra-pillen nodig. Allemaal zaken in mijn voordeel. Slim ben ik ook. Eigenlijk heb ik maar één groot nadeel: ik ben niet sterk. Jammer genoeg slagen die paar grote sterke bullebakken op het strand er altijd eerder in een loopse teef te versieren. Jammer zoals gezegd. Maar meer ook niet. Bij mij in de buurt pak ik mijn kansen wel.

Na ruim twee uur strandplezier zit ik uitgeput bij de blauwe Renault 4, op de parkeerplaats. Ik heb er nooit moeite mee onze auto terug te vinden. Die auto is helemaal doordrongen van onze geuren; van de geur van Jee, Carola en van mij.  Dus dat is makkelijk zat.

Ik sta al een tijdje te wachten als eindelijk Jee en Carola komen aanlopen. Ze zijn zo blij dat ze me zien. Jee zegt:  ‘O,o,o ik heb me zo ongerust gemaakt om je lieve Sitaatje.’ Carola straalt helemaal: ’Waar ik ook keek , ik zag je nergens meer, knulletje, ik dacht je kan de auto niet meer terug vinden. Maar toch wel. Knappe jongen, hoor, Sita…' . Ik krijg het ene klopje na het andere. Voor mij is het niks bijzonders. Ik ben niet voor niets een hond.

Ik sterf zowat van de dorst maar Jee komt maar niet over de brug met mijn water. Ik doe net of ik erg moet hoesten. Dat helpt, want dan herinnert hij zich op slag dat water tegen zo’n hoestbui kan helpen. Ja hoor, hij duikelt de fles water en het waterbakje op uit de auto. En … daar ben ik helemaal  blij mee, Jee heeft  wat eetbaars van huis meegenomen voor mij: een vlezige kluif. Daar red ik het wel mee tot huis. Ze nemen zelf ook wat: banaantje, krentenbolletje en een sinaasappelsappie. Allemaal niks voor mij die troep … behalve die krentenbol misschien maar dan moet ik wel erg veel honger hebben.

We stappen in de auto … nou ja auto … die niet meer zo erg heet is van binnen. Jee was zo slim om terwijl wij wat aten en dronken, de ramen en deuren wijd open te zetten. Op naar Rotterdam. Uurtje rijden. Uurtje pitten. Heb ik wel nodig. Ben versleten.

 

(wordt vervolgd)