Een leven zonder fiets. Onvoorstelbaar voor mij. Vandaag moet ik in het centrum zijn. Dat is 10 kilometer. Gemiddeld doe ik daar drie kwartier over. Dit soort ritjes doe ik het altijd rustig aan.
Het is deze dag alleen geen fietsweer. De hele dag regen, voorspelt de buienradar. Dan gaat fietsen het toch niet worden. Ik heb er dan flink de pest in maar ik heb geen zin om me zeiknat te laten regenen. Zeker niet op de heenweg. Op de terugweg is het wat anders. Dan word ik over vallen door de regen. Ik zou de fiets dan wel kunnen laten staan en met het openbaar vervoer terug reizen. Dat doe ik nooit. Ik fiets dàn door weer en wind terug. Kom als een verzopen kat thuis en verwissel in no-time mijn koude doorweekte kleren voor droge.
Toen ik nog jong was fietste ik wel door regenbuien. In een regenpak. Die pakken hielden de nattigheid van buiten als van binnen tegen met als resultaat dat ik nog steeds doorweekt raakte. Ik ben snel met die regenkleding gestopt.
Terug naar vandaag: ik zit nu met de pest in mijn lijf in de metro. Mijn gedachten gaan onwillekeurig naar mijn fietsje, dat nu eenzaam en werkeloos in mijn berging staat. Het is een fijn fietsje. Een Gazelle. Een goed merk. Dat klopt, want hij heeft me nog nooit in de steek gelaten. Hoewel ... toch wel een klein beetje. Twee keer reed ik lek. De eerste keer was het de voorband; de tweede keer de achterband. Meer banden heeft mijn fietsje niet, dus daar bleef het tot nu toe, gelukkig bij. Op zich kan ik m'n fietsje dat natuurlijk niet kwalijk nemen. En eerlijk gezegd, denk ik, dat het mijn eigen schuld was. Ik vermoed, dat ik te hard door een kuil in het wegdek gereden ben. Allebei de keren. Want ik vond bij het plakken van de banden geen glassplinter of een spijker.
Vooral aan het plakken van de voorband had ik nogal wat werk. Het gaatje zat vlak naast het ventiel. Nou, de lezers die weten hoe je een band plakt, weten ook hoe moeilijk het is, om daar, op die plek, met een plakkertje, dat gaatje te dichten. Dat is toen dan ook twee keer fout gegaan. Twee keer dacht ik: 'he, hè, die band is geplakt'. Maar toen ik de volgende dag, met lekker weer, wilde gaan fietsen, was die voorband toch weer plat. Driemaal scheepsrecht, dacht ik terecht, want de derde keer was het lek boven.
Godzijdank ging die achterband in een keer goed. Daar was ik wel blij om.
Voor de rest heb ik alleen maar veel plezier van mijn fiets, bedenk ik me in die muffe, overvolle metro.
Alleen vandaag even niet.