Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label amuseren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label amuseren. Alle posts tonen

dinsdag 10 februari 2026

NOS GESTOORD

De Olympische Spelen van Milaan zijn in volle gang. Voor zover u het nog niet weet: bijna 24 uur per dag wordt op onze nationale televisie (NPO 1)  getoond en ten gehore gebracht hoe onze beste winterporters het daar doen: succes hebben of falen.

Er is een aantal mannen door de NPO ingehuurd om op gepaste wijze de wintersportkijker te amuseren en  informeren bij hun favoriete wedstrijden.

De door de NPO voorgeschreven commentaarwijze komt er op neer dat een wedstrijd op babbel-niveau van start gaat en vervolgens in cumulatief tempo toewerkt naar een hilarische, doldwaze, bijna hysterische eindsprint. Je zou af en toe haast denken dat er ook voor de commentatoren goud te verdienen valt.

Ik kijk vrijwel nooit naar die Olympische flauwe kul. Als ik eens kijk dan zet ik gelijk het geluid uit.

Ik doe mijn ogen wel eens dicht tijdens zo'n schaatswedstrijd op tv bijvoorbeeld. Die commentator zit dan in mijn hoofd. Ik zie hem daar met een rood aangelopen kop, met zijn hand tussen zijn benen staan, want hij kan het al snel niet meer ophouden. Dan gaat hij staan springen voor zijn monitor. De naam roepend van de sporter. Hij drukt alsmaar zijn plasser in zijn hand, knijpt er flink in, springt zwaar ademend voor zijn monitor op en neer als de eindstreep nadert. Op het laatst ejaculeert hij, als het ware, helemaal los, de eindcijfers: drie, vijfenveertig, tweeëntwintig: een nieuw Olympisch record!! Tien seconden sneller dan de op 23 maar2025 t overleden Russische Irina Oblimakova op de Spelen van Beirut in 1962.

Ik zou me voor mijn vrienden, kennissen en familie doodschamen  als ze zouden weten, dat ik op zo'n manier mijn brood moet verdienen. In mijn fantasie zie ik een klein spichtig mannetje staan te springen in een benauwde commentaarcabine. Hij is daarin opgesloten. Hij mag er pas weer uit al Jutta van Leerdam veilig op haar kamer zit. Zo door het dolle heen is hij ... een beeje tè. Er staan nu twee carabinièri voor zijn cabine.

Hij springt in die cabine en roept namen, rugnummers en nieuwe olympische records. Maar ze laten hem toch nog niet gaan.                     

Het meest schandelijke dezer dagen vind ik het NOS-journaal. Ik neem bij voorbeeld het zes uur journaal. In dit journaal, dat hooguit 15 minuten duurt is TIEN MINUTEN aandacht voor de olympische spelen. Dit, terwijl de kijker al de godganselijke dag overvoerd wordt met die olympische ijspret.

VIER MINUTEN wordt uitgetrokken voor die arme 41 jarige (net van een dochter bevallen) Italiaanse moeder en olympische skiester Gina Lollobridgida, die spectaculair valt en naar het ziekenhuis wordt gehelicopterd, alwaar blijkt dat ze een gebroken been heeft.

In nauwelijks TWEE MINUTEN wordt in dat journaal af geraffeld: 60 doden door vergaan migrantenboot in Jemen, gesprek Iran-VS, duizenden Oekraïners in de vrieskou, honderden doden drugs(??)-boten Venezuela.                                

Zijn ze nou helemaal gek geworden bij de NOS? Het lijkt wel Trumpiaans!                                                                                                                                         

maandag 29 januari 2024

OP WEG NAAR DE HEMEL (11)

Eens in de week, op dinsdag , schreef ze een brief aan haar man – een hartelijke gezellige brief – vol nieuws en nieuwtjes, die altijd eindigden met de woorden: ’En denk er aan dat je op geregelde tijden eet, lieverd, hoewel ik vrees dat dat er bij inschiet nu ik er niet ben.’

Toen de zes weken voorbij waren was iedereen droevig omdat ze weer terug moest naar Amerika, naar haar man. Dat wil zeggen, iedereen behalve zijzelf. Vreemd genoeg scheen zij het lang niet zo erg te vinden als je had mogen verwachten, en toen ze iedereen ten afscheid kuste, was er iets in haar optreden en in wat ze zei dat scheen te wijzen op een nieuw bezoek in de niet zo verre toekomst.

Maar ze bleef niet langer dan afgesproken, trouwe echtgenote die ze was. Precies zes weken na haar komst stuurde ze een telegram aan haar man en nam het toestel naar New York.

Bij haar aankomst op het vliegveld merkte mevrouw Foster met belangstelling op dat er geen wagen op haar stond te wachten. Misschien was ze zelfs een tikje geamuseerd. Maar ze was buitengewoon kalm en gaf de kruier, die haar met haar bagage naar een taxi bracht, niet eens te veel fooi.

In New York was het kouder dan in Parijs, en de straatgoten lagen vol klonten vuile sneeuw. De taxi reed voor, bij het huis in Sixty-second Street, en mevrouw Foster haalde de chauffeur over haar twee grote koffers de stoep op te dragen. Toen rekende ze af en belde ze aan. Ze wachtte maar er werd niet open gedaan. Voor de zekerheid belde ze nog een keer en ze hoorde de bel schel rinkelen in de verte, in de bijkeuken die aan de achterkant van het huis was. Maar er werd nog steeds niet open gedaan. Dus pakte ze haar sleutel en deed de deur zelf open.

Het eerste wat ze bij binnenkomst zag was een grote berg post op de grond, precies op de plaats waar hij gevallen was na in de brievenbus gegooid te zijn. Binnen was het koud en donker. Er lag nog een stoflaken over de staande klok. Ondanks de kou was het er bijzonder benauwd en er hing een vage, maar curieuze geur die ze nog nooit eerder had geroken.

Ze liep snel de hal door en verdween even om de hoek, linksachter. Het zag er uit als een weloverwogen, doelbewuste handeling, ze gedroeg zich als een vrouw die een gerucht gaat onderzoeken of een vermoeden bevestigen. En toen ze enkele seconden later terugkeerde was er een lichte glimp van tevredenheid op haar gezicht te bespeuren.

Ze bleef in het midden van de hal staan, alsof ze zich afvroeg wat ze nu moest doen. Toen draaide ze zich abrupt om en liep naar de studeerkamer van haar man. Op het bureau vond ze zijn adresboek, en toen ze er even in had gebladerd pakte ze de telefoon en draaide een nummer.