Pageviews van de afgelopen week

zaterdag 9 november 2024

GERED?

Ik haal toch zò moeilijk adem vandaag. ’t Is zaterdag. Ik ben alleen en gelukkig. Ik hoef even niemand te woord te staan. Hoop ik. Ik sta op de galerij m’n ramen te zemen. Raar, dat dat nog zo genoemd wordt. Want bij het schoonmaken van de ramen komt tegenwoordig geen zeem meer aan te pas. Bij mij althans niet.


Cas, een buurman, een mooie man van 84 jaar, staat plotseling voor mijn neus. ‘Jij bent tegenwoordig ook altijd in je keuken bezig’. Nu toch duidelijk niet. Maar ... hij heeft wel gelijk. Ik ben al die nieuwe apparaten aan het uitproberen. Bakken, blenderen en bevriezen.

Cas weet niet dat er bij mij een lief diertje, bewusteloos op de keukenvloer ligt. Dat hoef hij ook niet te weten en dat kan hij ook niet weten. Het is mijn kleine hamsterpoppetje. Helemaal gedachteloos zet ik de emmer, half vol met water op haar broze lichaampje: een schril, paniekerig piepje. Geschrokken til ik de emmer vlug op … daar ligt ze dan. Ik realiseer me dan nog niets van de ernst van de situatie. Ze was blijkbaar uit haar kooitje ontsnapt. Mijn eigen stomme schuld, want ik had het dakdeurtje van haar kooitje open laten staan. Ze is buiten bewustzijn maar ... ze gaat het wel redden, denk ik, hoop ik.

Ik ga dan aan de slag met ramen zemen, brood kneden, stofzuigen en de wc schoonmaken. Dat laatste moet zeker gebeuren, want ik heb het idee, dat niet iedereen, die bij mij thuis komt, graag van mijn wc gebruik maakt. De een ziet nu eenmaal meer viezigheid en vunzigheid dan de ander. Ik maak die wc elke week één keer goed schoon met Dasty van de Wibra, waarvan ik iedereen hier in de buurt hoor zeggen, dat het alle vieze vettigheid grondig wegwerkt. Daar vertrouw ik dan maar op.

Mijn gedachten dwalen toch steeds weer af naar dat kleine kwetsbare schatje van me. Als ik klaar ben met mijn huishoudelijke werk zie ik weer iets bewegen aan haar. Ze voelt ook weer wat warmer aan. Dan breng ik haar snuitje dicht bij mijn mond en blaas er heel zachtjes wat lucht tegen aan ... en wonder, boven wonder komt die kleine schattebout weer tot leven. Heel voorzichtig leg ik haar in haar eigen hoekje op haar strootjes. Mijn lieve schatje gaat het redden! Daar ben ik helemaal niet bang voor.

vrijdag 8 november 2024

VIES RUIKEN.

’t Was al meer dan een jaar geleden dat ik Annemarie(58) gezien had. We liepen elkaar tegen het lijf voor de ingang van het bejaardenhuis waar ik woon.


‘Hoi, Jos woon jij ook hier? Ik heb je hier nog nooit gezien. Een vriendin van me woont hier. Eens in de zoveel tijd gaan we bij elkaar op de koffie’.

‘Bij wie?’ vraag ik. Brutaal.

‘Ga je niks aan,’ zegt ze. ‘Nee hoor, geintje: bij Tiny, op de vijfde. Ik ken haar van de tennis en van de honden. We zien elkaar vaak bij de hondenuitlaat.’

Annemarie is een mooie verschijning. Leuke (voornamelijk zwarte) kleding en jeugdig, lang (geblondeerd) haar. Een enkele keer als we elkaar in het winkelcentrum zien, praten we wat. Over haar zoon (24), die het goed maakt. Hij is in de leer bij een slager in Chicago. Vervolgens gaat het gesprek onwillekeurig over haar ex. Tsja, het wordt nu bijna tien jaar. Hij is 49 als hij besluit weer bij zijn oude moeder te gaan wonen. Twee portieken verder, nota bene … en never, never contact!! Hoezo?? ‘Omdat hij niet om kan gaan met haar overgang.‘ Welke man heeft er nu last van de overgang? Neen, er moet meer gespeeld hebben.

Ik kom haar tegenwoordig, heel af en toe wel eens tegen als ze haar hond, Narda, uitlaat. Narda is een rustige zwarte Retriever. Ver van huis gaat Annemarie nooit. Ze loopt hooguit een rondje van een kilometer rondom haar huis. Narda wordt ook een dagje ouder. ‘Met het klimmen der jaren wordt ze logischerwijs trager, dikker en ook gaat ze steeds meer ‘vies ruiken’, aldus Annemarie. Hetzelfde had haar man ook wel eens over Annemarie gezegd, in een kwaaie bui.

Vandaag loop ik met mijn boodschappenkarretje vol ‘zaterdagboodschappen’ van de Jumbo naar buiten. Hoor ik opeens: ’Jos, Jos, oehoe, Jos, is dat van jou?’ ’t Is Annemarie, die wijst naar een groot pak wc-papier, dat op straat uit elkaar gevallen is. ‘Is dat van jou, Jos?’ Mijn twaalf rollen pleepapier tolden over straat. Ik raap ze zo vlug mogelijk op. Godzijdank had Annemarie nog een leeg plastic Jumbotasje bij zich. Anders had ik daar zeker vijf rollen moeten achterlaten. Fijn dat ze me even helpt met oprapen.

Voordat Annemarie ‘Tot ziens, Jos’ zegt en wegstapt , fluistert ze in mijn oor dat ze Narda moest laten inslapen en dat ze nu helemaal alleen is.

donderdag 7 november 2024

VERKNOCHT.

Hij tekende een auto op een stuk papier, zoals een kind van een jaar of zes dat zou doen. Gezien van opzij, met twee wielen, een uitlaat. Het hoofd met hoed van de chauffeur ‘en profile’. ‘De chauffeur, die man met die grote baard was ik’, had Teun gezegd, toen hij nog sprak, ‘dan hoefde ik tenminste het stuur niet te tekenen’. Een oude zwarte Citroën, moest het voorstellen geen ‘Lelijk eendje’ maar zo’n dure zwarte moest het voorstellen.


Teun heeft nooit een baard en ook nooit zo’n dure Citroën gehad. Hij had er best wel het geld voor maar er was eigenlijk nooit interesse bij hem geweest voor auto’s. En dat is toch wel het minste wat er moet wezen: een klein beetje affiniteit tussen de man en zijn auto. Hoe die auto er ook uit ziet. Hij heeft het er nooit met zoveel woorden over gehad, hoor, maar misschien waren zijn kinderlijke autotekeningen toch een soort zoektocht naar die verbinding. Tientallen tekeningen bleek hij gemaakt te hebben, van diverse Franse automerken: Renault, Citroën, Simca en Peugeot. En van die merken dan de duurdere modellen.

Hij was altijd dol geweest op tweewielers. Zijn allereerste stepje, (dat was nou toevallig net een driewieler) zo’n ongemakkelijk houten onding … nou, daar heeft Teun als kleuter wat op afgeracet ... op de stoep voor de deur … tussen de kruidenier op de ene hoek en het boekwinkeltje op de andere. Later kreeg hij die rode step op luchtbanden waarmee hij heen en weer naar school ging.

Vanaf zijn tiende deed hij alles op de fiets. Naar school, naar de voetbalclub, z’n krantenwijk en de boodschappen voor zijn moeder en z’n tante Lenie.

Hij was tweeëntwintig toen hij begon over ‘rijlessen’. Niet over een bepaald soort auto, neen, alleen maar over leren rijden. Eerst de theorie natuurlijk en dan: het verkeer in. En het ging hem ‘voor de wind’ met dat rijden. Hij nam lessen bij een rijschool die uitsluitend met ‘Lelijke Eendjes’ leste. Typisch, hè? Hij slaagde in een keer. Na 15 lessen.

En nadien: geen kilometer meer gereden. Noch in een auto van zichzelf noch die van een ander. Over het waarom deed hij het zwijgen toe … en tekenen deed hij helaas ook nooit meer, anders had hij zich zó nog kunnen uiten.

Aan fietsen is Teun tot op het laatst verknocht geweest.

woensdag 6 november 2024

STEEDS RECHTSER.

In steeds meer landen kiezen mensen voor (ultra)rechtse politieke partijen. Vandaag krijg ik te horen, dat de kiesgerechtigden van de Verenigde Staten, een van de grootste wereldmachten, vrijwillig stemmen op de Republikeinse presidentskandidaat Trump. Een man die zich gedraagt als een potentiële dictator en zijn land in de tijd terug dreigt te werpen.

Hoe kunnen weldenkende mensen op zo iemand stemmen? Hij toont zich xenofoob, is tegen abortus, pro-Poetin, anti-NAVO, en anti-lhbti. Hij wil migranten deporteren en verzet zich tegen gendergelijkheid, vrouwenrechten en de rechten van trans- en homoseksuelen.

Hoezo weldenkend? Laten Amerikaanse kiezers zich wel leiden door weloverwogen keuzes? Zijn ze vergeten dat Trump, vier jaar geleden toen de Democraat Joe Biden de verkiezingen won, een staatsgreep probeerde te plegen, omdat hij de uitslag niet wenste te accepteren?

Niet alleen de Verenigde Staten, maar ook landen als Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Portugal, Spanje, Polen, Zweden, Italië, Oostenrijk, Georgië, Servië, Hongarije, Moldavië en Argentinië bewegen zich sterk naar (ultra-)rechts. Verontrustend.

Ik beschouw mezelf als sociaal, humaan. Ben lid van de SP. Ik vind het leven in Nederland moeilijk onder een regiem dat steeds minder kiest voor medemenselijkheid. De rechtsstaat wordt aangetast en het eigen volk komt bij deze regering altijd op de eerste plaats. Mededogen en hulp voor mensen in nood … in oorlog, bij hongersnood of klimaatrampen; het ìs er niet meer bij extreem-rechts.
De ultra-rechtse politici doen de kiezer allerlei beloftes om hun stemmen te winnen, maar ze komen die beloftes nooit na.
Ik hoop dat de kiezers die rechts gestemd hebben, de valse beloftes zullen doorzien en de ‘veel belovende’ politici uiteindelijk zullen afstraffen.

dinsdag 5 november 2024

WIE ANDERS?

Ik ben helemaal in de war als ik wakker word. Heb raar gedroomd. Waarover weet ik niet eens meer. Maar die paar haren van mij zijn drijfnat en … ik heb in mijn bed gepiest. Godverdomme. Alweer! Een paar maanden terug óók al. Toen was het nog een lekker temperatuurtje, half april. Ik had mijn hoeslaken, mijn dekbed en mijn dekbedovertrek onder gezeken. Godzijdank had ik er toen al een waterdicht laken onder liggen. Moest ik met dat dekbed naar de stomerij. Zeventien euro kostte dat grapje nog. Moet ook niet elke nacht gebeuren.


Deze keer is de schade beperkt gebleven. Ik had in mijn onderbroek liggen pitten. Alleen mijn onderbroek en het hoeslaken moeten dus gewassen worden. Die kan ik net zo goed in mijn eigen wasmachine proppen. Lekker zeg! Om zo oud te worden.

In het donker, met die natte troep op weg naar de wasmachine struikel ik in het halletje bij de douche ergens over. Het blijkt mijn bureaustoel te wezen. Die staat daar normaal op zijn vier pootjes. Ik val met mijn buik op een van die stoelpoten. Gelukkig dat ìk niet zwanger ben, denk ik. Wat is dat voor een stomme gedachte, zeg! Dat kàn toch ook helemaal niet, ik kàn toch als man helemaal niet zwanger worden. Maar … waar die associatie vandaan komt weet ik wel, hoor.

Mijn moeder was zeven maanden zwanger van mijn broertje. Toen viel ze met haar buik op een stoelpoot ... daarop kreeg ze een miskraam en dat broertje van me kwam toen geestelijk gestoord op de wereld. Door die stoelpoot natuurlijk.

Als ik het licht aan heb, kan ik mijn ogen haast niet geloven. Boeken zijn uit de kasten gerukt en over de woonkamervloer gegooid. Planten zijn omgegooid. Zelfs de grote stekelige christusdoorn. De toiletborstel ligt naast de vernielde borstelhouder op de wasmachine. Handdoeken zijn her en der in de badkamer neergekwakt. ’t Is een afschuwelijke puinhoop.

Mijn voeten doen pijn. Ze bloeden. Vooral mijn rechtervoet. Ik ben rechts. Mijn voeten zitten vol met van die gemene christusdoorn-naalden. Die plant heb ik waarschijnlijk zelf omgetrapt … misschien heb ik die héle rotzooi hier wel zelf aangericht in mijn slaap?

Ja, wie anders?

maandag 4 november 2024

VERRASSENDE WINNAAR.

Het was geen drie maal scheepsrecht voor Leo de Boer maar uiteindelijk leverde de vierde keer hem het gewenste succes op: heel verrassend greep hij de zege in de marathon van New York. Leo de Boer, de Nederlandse winnaar liep een droomtocht door New York.


Ogenschijnlijk komt Leo zo fris als een hoentje over de finish in Central Park: 2.07.39.De allereerste keer dat hij hier liep rekende hij zichzelf al tot de potentiële winnaars. Verder dan een derde plaats wist hij toen niet te komen.

Vaak zat het hem tegen, kramp, last van zijn hamstrings, maagklachten. Ook de stad New York vond Leo maar niks. Te druk, te veel lawaai. Maar eens moest het toch eens lukken. Een ton kon Leo, met tranen in zijn ogen, meenemen naar Nederland.

Een vreemde ervaring voor hem was de geringe publieke belangstelling in die eerste kilometers. Naar mate de loop vorderde nam dat snel toe. Het stijgingspercentage gaat langzamerhand omhoog; het gaat harder waaien. Alle favorieten blijven echter bij elkaar. Leo zorgt er wel voor dat hij voorop loopt.
Zo tegen de twaalfde kilometer, in de buurt van de Verrozzano-brug, demarreren enkele lopers, maar Leo haalt hoogstpersoonlijk de vluchters terug.

De marathon is halverwege: bij de Queensboro-brug. Daar wordt om raadselachtige redenen altijd wat harder gelopen. De vorige drie keer moest Leo hier afhaken. De kopgroep blijft intact. De Keniaan Evans Chebet probeert, tevergeefs, een gaatje te slaan.
Een hels lawaai klinkt op bij de entree van Manhattan. De atleten worden hier enthousiast aangemoedigd. Alléén gaat het Leo hier beslist niet lukken. Hij is aangewezen op andere lopers voor een goed resultaat. Hij zit in een groepje met Tola, Chebeten en zijn eigen teamgenoot Geoffrey Kamworor. Nog geen spoor van vermoeidheid zichtbaar op Leo’s gezicht. Een podiumplek lonkt nu.
Leo’s ervaring is dat hier in Manhattan, kort voor de finish, de beslissing valt. Rond kilometer 38 slokt het park de lopers op. Als hij tot kilometer 36 bij kan blijven, maakt Leo kans op de overwinning.
Hij eindigt als nummer één. Zó onwijs fris: ‘Het lijkt of Leo niet eens hoeft te ademen’.



Kort na het ter perse gaan van dit verslag maakt de organisatie van New York Marathon bekend dat Leo de Boer de schuilnaam is van de Nederlandse atleet: Abdi Nageeye. Ter wille van zijn veiligheid wilde de uiteindelijke winnaar niet te tracken zijn.

zondag 3 november 2024

SPAANS BENAUWD.

Ik bewonder de duizenden Spanjaarden, die naar het noodgebied in Spanje gaan om hun door de watersnood gedupeerde landgenoten te helpen. Gewapend met waterpompen, scheppen, bezems, trekkers, stoffers, blikken en weet ik veel wat nog meer gaan ze aan de slag.


Het klinkt wat minnetjes maar ik zie het ons, Nederlanders, niet zo gauw doen ... dat helpen. Sterker nog: wij gaan zoiets nóóit doen! Denk maar eens aan de overstroming van het mini-riviertje de Geul in Zuid Limburg een paar jaar terug. We … ja … ook ik, heb geen poot uitgestoken. Onderuitgezakt voor de tv, heb ik zitten kijken hoe die Limburgers radeloos stonden te gebaren en zich beklaagden over hun ellende. Al wèèr kregen ze een enorme waterzooi te verstouwen in en om hun woonomgeving.

Het is dus totaal niet bij me op gekomen om voor die lui een handje uit de mouwen te steken. Bij de gedachte alleen al, krijg ik het Spaans benauwd.

Echt schuldig voel ik me er ook weer niet over, want ik denk maar zo:

‘Ze zullen er vast wel voor verzekerd zijn.’

‘De overheid gaat daar vast wel met materieel en manschappen op inspringen.’

’Hoezo wordt daar nog steeds gewoond? Het water ligt immers constant dreigend op de loer’.


De overstromings-items op het NOS-journaal over die ramp gaan me al snel de keel uithangen. Langer dan een minuut houd ik dat gemekker niet vol. Dan schakel ik over naar iets komisch of zo op de commerciëlen, … ja, ik laat echt mijn avond niet bederven.

Hé, wat zien ik? Sensatie? Een extra journaal. De koning van Spanje bezoekt het rampgebied. Hij is alleen zo simpel geweest om zijn hulpgereedschap in zijn paleis te laten liggen. Niet gekomen om zijn handjes laten wapperen blijkbaar. Dus, logisch, wordt hij door gedupeerden gestenigd en beblubberd. Eigen schuld, dikke bult.

Om te voorkomen dat hij wordt doodgegooid, vormt de koning heel slim een knuffelbuffer met enkele gedupeerden.

zaterdag 2 november 2024

XENOFOBIE.

De laatste tijd wordt het er niet beter op in ons bejaardentehuis. Veel verhuizingen … en er komen steeds meer mensen met een ander kleurtje voor terug. Dat geeft nogal wat onrust. Het lijkt af en toe wel oorlog. Maar zo ver zal het echt niet komen. Zo optimistisch kijken we daar ook wel weer tegen aan. Voor ons gebied geldt immers nog steeds een permanente ‘lockdown’.


Het gaat zeker wel schelen als we hier een een fascistisch bestuur krijgen. Dan komt het hier weer vol met blanken ... minder criminaliteit ook ... en onze vrouwen gaan zich weer wat meer op hun gemak voelen. Dat bestuur zal dan ook een veilig, rustig, blank uitgaans- en winkelgebied voor ons ontwerpen en realiseren..

Overdreven?! Dit gaat gebeuren als de ultra-rechtsen bij de komende verkiezingen nog groter worden. Dan krijgen we een racistische toekomst. Mensen met een kleurtje moeten hier dan wegwezen. Zo krijgen wij blanken dan weer voldoende woningen voor ons eigen.
Mensen van kleur, die nog in ons gebied wonen, kunnen gratis gedeporteerd worden naar Zeeland alwaar ze gehuisvest worden in geïmproviseerde tentenkampen.

Het goede en nieuwe perspectief is de blanke dominantie, de rust, de veiligheid, de stabiliteit. We zijn dan weer met blanke mensen onder mekaar en dat geeft ons rust … niet alleen ons, ook voor de kleurrijke mens zelf, gloort die rust.

Straks zijn zij immers ook weer terug in hun eigen omgeving. Dat is voor hun toch stukken prettiger dan leven in Zuid-Holland. Daar worden ze toch alleen maar door iedereen met de nek aangekeken.

Inmiddels hebben we een projectorganisatie opgetuigd om ‘dat, wat gaat komen’ in goede banen te leiden: onze bestuursleden zijn: Geert Wilders en Thierry Baudet. Onze voorzitter wordt Marjolein Faber.

vrijdag 1 november 2024

OPGEZETTE VOGELS.

Het gaat best goed met Toon (78). ‘t Is stil bij hem thuis. Sinds zijn vrouw is overleden, slaapt hij alleen niet zo best. Hij valt meestal binnen een kwartier in slaap maar na anderhalf uur, midden in de nacht, ligt hij weer klaarwakker.


We lopen samen op in de richting van de markt.

Ook al schrikt hij midden in de nacht wakker, toch gaat hij er uit, zet een kopje thee en beluistert een cd. Maar slapen, lukt niet meer.

Het is wat ongewoon. Zo midden in de nacht. Meestal slààp ik dan ook nog. Anders zou ik (74) hem gewoon bij mij thuis uitnodigen voor een slaapmutsje. Why not?

't Is of hij mijn gedachten kan lezen ... hij vraagt mìj op de koffie. Op een christelijke tijd: vanavond om half acht. Hij gaat straks gelijk twee tompoezen kopen.

Toon woont op de achtste, dat weet ik zeker. Op welk nummer precies, weet ik niet meer. Was het 842 of 844? Op goed geluk bel ik aan op 842. Het duurt nogal lang voor er wordt open gedaan. Hier hebben ze vast niet op bezoek gerekend. Aarzelend gaat de deur open. Door het allerkleinste kiertje word ik bekeken. Ik word kennelijk vertrouwd. Zij doet glimlachend de deur verder open.

‘Dag mevrouw, Ik heb afgesproken met Toon’. Zij blijft glimlachen. ‘Toon: een lange man … een kop groter dan ik’, wijs ik aan met hand een stuk boven mijn hoofd.

Oh Jezus, zou ik dan op het verkeerde adres hebben aangebeld?
‘Toon heeft zo’n klein grijs sikje, net als ik,’ wijs ik weer. Ze blijft me vriendelijk aankijken en schudt van nee.
‘Toon woont in het huis hiernaast, op nummer 844’.

‘Oh, sorry, mevrouw, nogmaals sorry’.

‘Geeft niet, hoor meneer’.

Klokslag half acht sta ik bij Toon voor de deur. Ik word heel vriendelijk onthaald en krijg een rondleiding langs de grappige verzamelingen van hem en zijn overleden vrouw. Een verzameling marionetten. Dinky toys. Opgezette zangvogels, groot en klein, uit alle windstreken … in een iets te krappe vitrine. Met zo’n verzameling vogels in huis, zou ik, denk ik, ook niet zo lekker door kunnen slapen.

De tijd bij Toon gaat verrassend snel voorbij. Om tien over half acht zitten we al aan de tompoezen.

donderdag 31 oktober 2024

GOEDE OUDE TIJDEN.

De uitdrukking ’goede oude tijden’ geeft me een akelig gevoel. Alsof ik belazerd word.


Toen had ik nog respect. Ik was nog maar acht. Respect voor de politieagent, de onderwijzer de priester en de oude buurman.

De politieagent, die na een klacht van de laffe kruidenier/kinderhater, mijn bal afpikte en lek prikte.

De onderwijzer/sadist, die mij keer op keer te kakken zette. Ik was verlegen … kreeg een hoofd zo rood als een kreeft: ‘kijk Josje eens rood worden jongens, lachen!!’

De priester, die niet van mijn vriendje kon afblijven.

De oude buurman die me niet bedankte voor het vinden en terugbrengen van zijn portemonnee.

'Ze' konden de pot op met hun respect.

Geen goede oude tijden … oude kut-tijden.
Goede oude tijden? De armoede van het grote gezin waarin ik opgroeide in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. Mijn vader werkte zich de tering maar verdiende geen klote. Mijn moeder had alleen het perspectief van het moederschap en het huishouden. Het kon eigenlijk niet maar toch moest ik doorleren van mijn moeder.

Op het gymnasium werd ik beschimpt door docenten. Met de nek aangekeken door mijn klasgenootjes, allemaal rijke-luis-kindjes.

Goede oude tijden? Zwarte mensen werden tot slaaf gemaakt. Vrouwen hadden alleen nog maar het aanrecht. Jonge kinderen moesten zware lichamelijke arbeid verrichten.

Kralingen-Pop was leuk, heel gedenkwaardig, maar nu, na ruim vijftig jaar is er lang genoeg over geouwehoerd. Nu hebben we het ‘Best Kept Secret Festival’. De hoogste tijd om daar eens goede nieuwe muziek te ontdekken.
Natuurlijk: Stones, Beatles, Prince en Doe Maar hebben hun juweeltjes. Maar ontdek ook de pareltjes van nu. Van het Rotterdamse Tramhaus bijvoorbeeld of Jungle by Night. (Google of YouTube maar es).

Neen, die oude tijd biedt mij weinig houvast. Ik ga liever voor 'goed en nieuw' nu mijn goede oude vrienden bijna allemaal de pijp uit zijn.
Juan uit Costa Rica, Luis (uit Portugal), Georgis (uit Syrië) en Ayoub (uit Irak) heb ik een beetje Nederlands leren praten. Daar ben ik een paar maanden terug mee gestopt. Die mannen zijn geen leerlingen meer van me. Ze zijn vrienden van mij geworden. Prima nieuwe tijden!

woensdag 30 oktober 2024

FATBIKE.

Ik heb een enorme rothekel aan Dolf, een neef van me. De enige zoon van mijn oudste zus. Hij is een blaaskaak van dertien, die al twee jaar zware shag rookt en nu al loopt te pronken met tatoeages op zijn nog amper volgroeide spierballetjes en … hij is nu al héél rechts. Hij spaart plaatjes van Hitler, Mussolini en Wilders als pubers. Van de 14 jarige Marjolein Faber, heeft hij een naaktfoto boven zijn bed hangen. Niet te geloven!


Met zijn bivakmuts op probeerde hij op 26 oktober jl., met een moker, glazen deuren in te slaan van de Media Markt. Hij dacht zó aan goedkope videogames te komen. Het is op tv en al geweest. Heel Nederland heeft hem daar als een dolle zien beuken.

Het is dat zijn ouders zichzelf liever volvreten, tv kijken en dure spullen voor in hun huis kopen, anders had neef Dolf al lang met een fatbike Rotterdam onveilig gemaakt. Van de week zei Annechien Steenhuizen van het NOS-journaal nog dat veel jonge fatbike berijders in het ziekenhuis terecht komen. Ze zijn te jong, te dom en te roekeloos. Ik kreeg toen een duivels ideetje: ik verblijd neef Dolf met een Chinese kut-fatbike (weet hij veel). Stevig opgevoerd. Vijftig kilometer per uur moet hij er mee kunnen. De klap moet flink hard aankomen. Hoe harder hoe beter. Geen helm dus! Van zijn eigen ouders hoeft een helm al helemaal niet. Zij hebben zich nooit om die jongen bekommerd. Altijd maar werken, eten, kopen, werken, tv-kijken. Dolf is van jongs af aan een sleutelkind geweest. Zijn ouders vonden het wel best dat ik met die fatbike kwam aanzetten. Kwam hij nog eens buiten.

Om een kort verhaal lang te maken: mijn idee werkte … maar slechts ten dele! Dolf knalt op een dag met een rotvaart door rood bovenop een Ford Transit. Fatbike total-loss. Heel even is ie buiten westen. Botbreuken, geperforeerde ingewanden, schedelbasisfractuur. Die schedel van Dolf zag er niet uit. Het leek wel een bietenschotel met blokjes spek. Aandoenlijk zijn gekerm en gekreun. Ach, het hoort allemaal bij dat fatbike-gedoe. Als ik ziekenbroeder was geweest, had ik geen hand naar hem uitgestoken … had ik hem lekker laten stikken in zijn eigen kots.

Maar goed, àls Dolf er bovenop komt, zal hij het tot zijn dood met een scootmobiel moeten doen.

dinsdag 29 oktober 2024

APPELTAART.

Met mijn splinternieuwe inductieoven moet ik toch ook eens een iets anders doen dan alleen maar eitjes bakken. Dus heb ik voor het eerst van mijn leven een appeltaart gebakken. Ik kocht een vrolijk gekleurd pak Koopman’s appeltaartmix met op die verpakking de bereidingswijze ‘appeltaart voor dummies’.


Het begint al niet goed. Het bakblik dat ik voor de taart gebruik is groot. Met als diameter 25 centimeter. Ruimschoots te groot voor dat beetje Koopmans meel in dat kartonnen pak. Wel is er weer genoeg meel voor de taartbodem en de taartrand maar niet voor het leuke glanzende rasterwerkje over de zachte smeuïge appelstukjes heen. Erg rampzalig blijkt dat ook niet. Want bodem en taartrand waren smakelijk genoeg en geven voldoende stevigheid aan de appelige inhoud..

Zo’n grote taart is moeilijk alléén op te peuzelen dus ben ik hem gaan verdelen onder enkelen van mijn dierbaren. Ik had acht grote taartpunten. Er gaan er vier naar mijn lieve buurvrouwen. Een naar mijn (vandaag jarige, hiep, hiep, hoera) Liverpool vriend in het Oude Noorden, één naar mijn ex en de twee overige punten heb ik zelf naar binnen geschrokt. Mijn verdiende loon: het eerste en het laatste stukje van de taart.

De reacties zijn overwegend positief. Wat de appels betreft: ik had fifty-fifty Elstars en Goudreinetten gebruikt. Beter is het om alléén Goudreinetten gebruiken, kreeg ik te horen. Die zijn wat smeuïger en zuursiger. De een vond de taart wat te zoet, een ander had er liever wat meer suiker in gehad. Van rozijnen hadden er meer gemogen, net als kaneel. Zelf vond ik ook dat er wat meer kaneel in had gekund. Deze keer deed ik er drie theelepeltjes in. (Ik heb heel bangelijk de bereidingswijze van Koopman gevolgd.) Volgende keer doe ik er gewoon (mijn eigen zin) vier theelepeltjes kaneel in. De één vond dus dit en de nader weer dat. Maar over het algemeen had men (ook ik) gesmuld.

Wat ik voor mijn volgende appeltaart zeker zal veranderen is de grootte van het bakblik. Dat wordt kleiner: 24 inch. Kan ik ook eens zo’n glanzend rastertje construeren. En de toe te voegen kaneel dus. En heel misschien laat ik stiekem de suiker helemaal achterwege. (Als Koopman het maar niet merkt.)

maandag 28 oktober 2024

VERDOMMENIS (3)

 Bijna een jaar geleden werd Wilders’ extreem-rechtse partij de grootste in Nederland. Ik schaam me in dit land te wonen. Een land met ministers, die zo maar reïncarnaties zouden kunnen zijn van leden van het kabinet Hitler 1. Van de plannen die dit kabinet maakt word ik hels. Drastisch zal bezuinigd gaan worden op cultuur (btw 12% omhoog), sport, immigratie, ontwikkelingssamenwerking, publieke omroep, Oekraïne, Europa, lhbti, onderwijs, de rechterlijke macht, volkshuisvesting … waarop eigenlijk niet? Het kader waarbinnen dit alles gebeurt is het minimaliseren van de linkse politiek.


Met valse beloftes en valse beschuldigingen heeft Wilders kiezers, die voorheen links stemden zijn PVV binnen gehaald. Die kiezers waren teleurgesteld in de linkse en middenpartijen waarop zij voorheen altijd stemden. Er was een groot tekort aan woningen, en een teveel aan immigranten en dat zou volgens de goedgelovige kiezers met Wilders allemaal stukken beter gaan. Ik dacht van niet. Ik heb het idee dat Wilders streeft naar een positie als alleenheerser in Nederland.

Dilly, een kennis van me, een lelijk oud wijffie, met volop kunst- en vliegwerk aan haar lijf, komt opeens uit de kast als Wilders-fan. Had er altijd over gezwegen: ‘Joh, wacht nou maar rustig af. D’r móét nu echt wat gebeuren. Anders gaat ons land naar de Verdommenis.’

Onze zwakbegaafde (PVV) minister van Volksgezondheid sluit een ziekenhuis in Heerlen. Toen ze nog PVV-kamerlid was loog ze met de hand op haar hart, dat ze dat ziekenhuis zou open houden.
Miljarden worden er gekort op dringend noodzakelijke zorg voor ouderen, gehandicapten en jeugd.

De fascistoïde minister van Asiel en Immigratie gaat op staatsbezoek in Zweden om te leren hoe je asiel-migranten zo snel mogelijk ‘terugtrapt’ naar hun eigen land. Vervolgens schaft ze de Bed, Brood en Bad regeling per 1 januari 2025 af. Een schamele regeling (50 euro per maand) voor uitgeprocedeerde asielzoekers. ‘Ik richt mijn beleid meer op ‘uitzetten,’ zegt Faber.
Bij het Asielzoekerscentrum laat ze voor de ingang borden zetten met het opschrift:

‘Wij, Nederlanders willen niet naar de Verdommenis. Daarom maken wij hier werk van de terugkeer naar uw eigen land'.

Schaamteloos.

zondag 27 oktober 2024

TENNISBALLEN.

Ik wil deze zomerse zondagmiddag eigenlijk wel eens de boel de boel laten. Niet zo veel werk maken van het eten. Ik doe eens gek. Ga een patatje-pindasaus scoren. Bij wie anders dan bij Fred Kroket. Er is geen betere, toch?


’En Joseph’, want zo heet ik toevallig, ‘wat zal het wezen?’
‘Hetzelfde als altijd Fred en doe er maar een portie tennisballen 'speciaal' bij’. Dat laatste floept er uit voordat ik er erg in had.

‘Sorry, Joseph, tennisballen hebt ik hier niet voorradig. Ik ken nog even achter kijken’.

Fred denkt vast dat hem ik sta te dollen.

‘Hoe had je ze gehad willen hebben, Joseph. Ik hebt nog drie porties leggen. Maar het zijn wel ballen die nog nooit van ze leven gestuiterd hebben, dus ze zullen sowieso wat zwaar op de maag leggen.

Ze marineren nu al gezellig een week met z’n drietjes.’

‘Wat wil je er eigenlijk mee gaan doen, Joseph’.

‘Rare vraag Fred! Wat doet een mens gvd met gemarineerde tennisballen? Tennissen natuurlijk! Wat anders?! Denk je soms dat Wodan, mijn bouvier, achter die stuitervrije ballen aan gaat rennen? Doe me die gemarineerde ballen maar, Fred.

‘Hier opeten?’

‘Natuurlijk eet ik ze niet gelijk op, man. Ik ga geen gemarineerde tennisballen vreten. Leg ze maar op de toonbank. Even m’n racket uit mijn fietstas halen’.

In m’n tennistenue en m’n racket in mijn hand loop ik weer bij Fred naar binnen. Met twee duidelijk murw geslagen ballen. Die ballen leg ik op de toonbank. ‘Gooi ze maar in het vet Fred. Met wat piccalilly er op kan je ze nog wel kwijt raken. Drie gemarineerde ballen liggen nu op de toonbank voor me klaar.‘ Even een kleine warming up’.

Ik spring tien keer op en neer. Sta stil en haal dan in één vloeiende beweging uit naar een gemarineerde bal. De bal eindigt precies in de geopende mond van de klant, die net bezig is bij Fred een portie rode biljartballetjes te bestellen. Zonder. Maar als het kan mèt een kort keutje’.

‘Meenemen of opeten?’

zaterdag 26 oktober 2024

FRESIAATJES.

 Vanmiddag staat er, behoorlijk lang alweer, een politiebusje voor de deur van ons bejaardentehuis.

‘Stront aan de knikker. Vast weer een medebewoner gestorven.’ Als bij een sterfgeval politie moet komen, heeft het meestal iets van doen met moord of zelfmoord, toch? Of iets totaal onverwachts met een alleenwonende. Ik noem maar wat: beroerte, hartaanval, een fatale slagaderlijke bloeding, een val.

Zelf ben ik op dat moment druk met mijn appartement te fatsoeneren. Samen met een vriendin heb ik dagen lopen behangen en sauzen. Die vriendin heeft het meeste gedaan. Daar ben ik eerlijk over. Ik heb een kreupele rechterarm. Ben rechts en met links kan ik niks. Makkelijk genoeg dus.

Gelukkig is die vriendin heel kordaat en handig. Ze heeft zo’n beetje alle werkzaamheden gecoördineerd en uitgevoerd. Ik was daarbij haar goede knecht ... al zeg ik het zelf. Van alles aangeven: de schroevendraaier, het kleine kwastje, de grote roller, een vochtig doekje, een stanleymesje. Maar ook het even optillen van de lijmpot, zodat ze haar kwast daarin kan dopen, om het bovenste deel van de muur in te smeren. Tsja ... en niet te vergeten: heel veel kopjes koffie maken voor haar. Ik moest steeds denken aan de vakbondsuitspraak: ‘Beter een goede knecht dan een slechte baas’.

Veel te veel tijd ben ik bezig met dat politiebusje. Ik wil gewoon weten wie er dood is.

Maar ik moet mijn handen laten wapperen. Er is zat te doen. Vijf kratten vol met cd’s, dvd’s, boeken, tijdschriften en ordners, terugzetten in de kasten. De in de KOMO-zak gedeponeerde snuisterijen, frutseltjes, hebbedingetjes, souvenirtjes, punaises, peperclips, de perforator, het nietapparaat en de waxinelichtjes moeten ook weer in geruimd worden.

Mijn vriendin is eerst naar de Primera voor ‘weet-ik-veel-wat’. Een cadeau voor haar moeder, zal wel. Die is morgen jarig. Gelijk als ze binnenkomt, zie ik aan haar blik, dat ze vindt dat ik heb zitten lanterfanteren. Ze maakt er gelukkig geen werk van. Haar ogen stralen nu wat meer angst uit.

‘Heb je het al gehoord van je buurvrouw? Thea, die lieve schat, is dood. Ik hoor het net in de lift. Sta verdomme helemaal te shaken, man.’

‘Dood? Welnéé, meissie! Om de dooie dood niet! Thea stapt hier nog maar nèt de deur uit. Ze kwam me dat bossie fresiaatjes brengen, voor het opgeknapte huis. Lief hè?’

Ondertussen is dat politiebussie wel mooi pleite. Weet ik verdorie nòg niks.

vrijdag 25 oktober 2024

SPAANSE PEPERS.

Het valt tegenwoordig nog niet mee om aan de benodigde ingrediënten voor mijn hedendaagse maaltijd te komen. Ik wilde eens nasi maken. Zilvervliesrijst heb ik zat. Altijd in huis. Daarbij gebruik ik altijd die Conimex pakjes met nasikruiden en -groenten. Koop er een zak Jakarta kroepoek bij (ook van Conimex)en een potje uitjes (ook van Conimex), waarvan ik de helft gebruik voor één maaltijd. Van Atjar (ook weer Conimex) staat nog één potje in de koeling.

Behalve die Conimex-zooi roerbak ik ook nog twee preien (in ringen gesneden), een ui (gesnipperd), een teentje knoflook (geperst), twee (in ringetjes gesneden) Spaanse pepers inclusief die witte pitjes, die alles zo vlammend heeeerlijk heeeeet maken.

Vanmorgen heb ik al een bakje overheerlijke selfmade pindasaus uit de vriezer gehaald. Dat hoeft alleen nog maar even in de magnetron: Fingerlicking good en garlic suffocated stinking. Tot slot bak ik er nog een eitje bij. De dooier moet echt heel blijven. Dat vind ik nu eenmaal zaaaalig. Dat slijmerige eigeel dat zich traag een weg zoekt door de nasi-schotel, mmmmmmm.

Bij de Jumbo was ik eerder voor die Spaanse pepers. Nergens te bekennen. Na die verbouwing lag alles in de war.

‘Waar liggen de Spaanse pepers tegenwoordig?’

De beste Jumboman kijkt me aan of hij het in Keulen hoort donderen.

‘English please!’.

‘What the fuck! Ik ben toch gvd in Holland?! No way!’

‘Oh neen, Jumbo man! Alleen Nederlands!!’

I don’t speak Dutch, sir. I am English.’

‘Je can go on the pot! Ik spreek geen Engels, beste Jumbo man! Haal maar een collega, die wèl Nederlands spreekt’.

‘I càn help you sir. Tell me how it looks like, what you want.’

‘Haal een Nederlands sprekende collega, beste man! Hup!’

Hij gaat op zoek naar een collega. Ik achter hem aan. Hij vindt een jong ding. Ik vertel haar dat ik Spaanse pepers zoek.

‘This customer wants to know where the Spanish peppers are. Well, Charles, they are in the refrigerator next to the parsnips’.

‘Loopt u maar met mijn collega Charles mee, meneer. Hij weet nu precies wat u zoekt.’

Tandenknarsend loop ik achter de nu licht huppelende Jumboman aan. Linea recta loopt hij naar de koeling: ‘Here you are, sir’ en hij duwt me vol trots een bosje radijs in handen.

‘You helped me tremendously, Charles, I will never forget you’.

donderdag 24 oktober 2024

DOELGROEPZWEMMER.

 Ik ben monter wakker geworden. Lekker keslapen. Van half twaalf tot half een ga ik zwemmen in het doelgroepenbad. Òm de andere dag doe ik dat. Lekker water: dertig graden. Ik heb een gehandicapte schouder. Vandaar.


Alleen met mijn zwembroek nog aan, moet ik nog een paar minuten wachten voordat ik er in mag. Hoe lang precies weet ik niet, want de klok is precies om de hoek. Er wordt nog ge-aqua-vit.
Zeker vijftig, voornamelijk vrouwen, oude vrouwen vooral, doen in het lekkere water, best nog moeilijke oefeningen op vrolijke pop-muziek. Als ze dan (eindelijk) klaar zijn, geven ze zichzelf een applausje.

Ik ga dan een uur lang op de automatische piloot baantjes zwemmen. Vandaag heb ik veel last van mijn rug maar … niet in het water.

In de baan naast mij vertoeven uitsluitend vrouwen. Wat die doen kan je nauwelijks zwemmen noemen. Ze lopen, drijven en vooral wauwelen ze veel.

Bij mij in de baan zwemt een toffe kerel. Trage zwemmer. Dat dan weer wel. Hij zwemt zo langzaam, omdat hij alleen met zijn armen zwemt: ‘want mijn benen gebruik ik toch al meer dan genoeg’, zegt hij. Kan hem geen ongelijk geven.

Ik mis vandaag mijn buurvrouw, die komt ook altijd zwemmen met een vriendin. Haar vriendin is er wel. Mijn buurvrouw kan vandaag niet komen, omdat haar man de schijterij heeft. Ze vindt het lullig om hem alleen thuis te laten zitten. Heel attent van haar. Voor het zelfde geld is het besmettelijk en dan zit zo’n hele doelgroepenbad-populatie met de gebakken peren. Dat wil je toch niet weten?

Uit het doelgroepenbad loop ik linea-recta terug naar huis. Ik zie dat mijn buurvrouw op mijn raam staat te kloppen. Ze heeft weer eens wat te eten over en dat wil ze aan mij slijten. Ze mag namelijk van haar geloof geen eten weggooien. Meestal pak ik het aan. Soms is het lekker, soms niet binnen te houden. Deze keer blijkt het niet vreten dus mieter ik het linea recta in de gft-bak. Toedeledokie! Sorry hoor, daar kan ik dan echt niet wakker van liggen.

woensdag 23 oktober 2024

HOARDER?

Als je het videootje te zien krijgt van mijn appartement van deze middag, denk je dat ik veranderd ben in een ‘hoarder’. Waarom’? Omdat mijn hele kamer vol ligt met van alles en nog wat. Er staan kratten met boeken, cd’s, dvd’s. Één kast staat met zijn achterkant tegen een andere leeg gehaalde kast en kronkelend door de woonkamer ligt een tien meter lang stuk plastic. Een omgeflikkerde stoel met jassen eroverheen.


Een prachtig portret van mezelf, dat me jarenlang hing aan te kijken vanaf de woonkamerwand, staat nu opgesteld achter de gangdeur, alsof ik het niet meer wil zien. Dat klopt. Ik ben op zoek naar een ander geportretteerd figuur die me tien jaar lang wil aanstaren. Misschien Vincent van Gogh wel. Ik zie nu op die video: er is iemand in mijn woning aanwezig. Iemand die hier niet thuis hoort. Zou zij deze troep veroorzaken?

Ze hinkel-de-pinkelt met een ladder, tussen al die troep door. Loopt stukken behang van de muren af te rukken en flikkert die in het wilde weg om zich heen. Het is niet om aan te zien die troep. Wie gaat dat allemaal weer een beetje ordelijk maken? Er worden waterleidingen los geschroefd. Tevergeefs gaat ze zitten proberen plinten te verwijderen.
In de keuken staan vijftien rollen papier klaar. Ze pakt die rollen uit en knipt ze in stroken. De muren smeert ze in met dikke Bulgaarse yoghurt-pap en daarop plakt ze die stroken. Hinkel-de-pinkelend en zichzelf luid toezingend: Pretty woman van Roy Orbison, is ze daarmee bezig. Tot ze alle muren en een deel van het raam beplakt heeft … het staat eigenlijk niet eens zo gek.

Dan worden er blikken geopend. Blikken blauwe smurry. Die smijt ze op de muren. Niet op alle. Op de helft van de muren bij benadering. Heur armen, kleren, gezicht en haren zitten allengs vol blauwe plekken. Ook het driezitsbankje heeft een metamorfose ondergaan: rood met blauwe spikkels. Er is duidelijk in de blauwe smurry gestaan, gezien het aantal voetstappen in de woonkamer en op het kleed.

Plots duikt zij op voor de video camera. Ik zie en hoor haar zeggen: ‘Dat is nou waarom ik zo graag klus bij een ander, dan hoef ik zelf de zooi niet op te ruimen’.

dinsdag 22 oktober 2024

EEN KLEURTJE.

Ik loop door een verlaten straat. De straat wordt wat smaller. Buigt naar links in de richting van een steil bruggetje. Hier werd ik eens met vrienden Carlos en Mounir door een politieagent staande gehouden.

Er waren horloges en sieraden gestolen uit de etalage van een naburige juwelier. Een paar straten terug. Ooggetuigen hadden daar drie mannen bezig gezien. Dus hij liet Carlos en Mounir met hun handen in hun nek tegen de brugleuning staan om hen te fouilleren. Die twee stonden geboeid tegen de brugleuning. Ik niet. Ik werd niet geboeid. Ik moest ‘mijn bek’ houden (ik had nog helemaal niks gezegd) en naar het water kijken. Ik hoefde zelfs niet eens mijn handen in mijn nek te leggen. Ik had zo weg kunnen lopen. Ik wist wel waarom dat zo ging. Carlos en Mounir hadden een kleurtje. En mensen met een kleurtje zijn niet te vertrouwen. Die gaan het meest van alle mensen in de fout. Donkere mensen zitten het meest van alle mensen in de bak. O, wat was het politieagentje gretig aan het voelen in de zakken van die twee jongens van kleur. En natuurlijk vond hij niks. Want we waren die avond op de schaakclub geweest. Na het schaken waren we rustig naar huis gaan wandelen. Tot we oom agent tegenkwamen met zijn racistische inslag. Natuurlijk vond hij niks in de zakken van mijn vrienden. Hooguit sleutels, sigaretten, ov-card maar verder niks.
Ik zei de agent dat ik hem er van verdacht een racist te zijn. ‘Je hebt gewoon een hekel aan gekleurde mensen. Waarom heb je mij niet gefouilleerd?’
Hij antwoordde me dat hij op zijn gevoel af ging. Jij ziet er ontspannen uit. De andere twee heren stralen ondeugendheid uit. Alleen heeft mijn intuïtie me vandaag in de steek gelaten, want bij beide heren heb ik niets van de gestolen goederen kunnen vinden.

Nee, natuurlijk zei hij dat niet. Hij zei alleen: ‘Bek dicht!’ en gelijk daar achter aan: ‘Ik slinger jou op de bon wegens belediging van een ambtenaar in functie. Hoe komt u er in godsnaam bij om mij een racist te noemen? Ik doe gewoon mijn werk. Meer niet’.

‘Neen, je bent een racist: die jongens zijn zwart, dus in jouw ogen verdacht. Dat kan je niet maken man. Ik ga een klàcht tegen jóú in dienen.’

Dit ‘grapje ‘ kostte me 80 euro, evenveel als die keer dat ik moest betalen voor ‘wild plassen’.

maandag 21 oktober 2024

GEEN VRIENDEN.

Zijn moeder moet hem niet . Hij moet zijn moeder niet. Berry. Een jongen van elf, die vaak bij zijn oma is. Hij voelt zich het meest thuis bij haar. Door zijn natuurlijke moeder wordt Berry verwaarloosd. Zijn oma is in feite zijn moeder. Zes en een halve dag per week is hij bij haar. Oma markt, zo noemt Berry haar. Een halve dag móét hij naar zijn echte moeder. Zodat hij weet wie zijn moeder is en zodat zijn moeder weet wie ook al weer haar zoon is.

Berry wordt altijd opstandig als hij er lucht van krijgt dat hij naar zijn echte moeder moet.
‘Wil niet’.
Zegt hij dan, kort maar krachtig. Hij heeft een minieme woordenschat.
Berries echte moeder heeft nòg een kind, een dochter. Daar is ze dol op. Daar doet ze alles voor. Audry.
Berry: ’Audry lief’. ‘Audry leuk.’ ‘Berry stout’. Bij Berry moet alles altijd keurig op zijn plaats staan. Dat is geen chagrijnig wil-dingetje van Berry maar een tweede natuur. Zijn glas limonade hoort op de linkerhoek van de salontafel te staan. Wordt het glas per ongeluk meer naar het midden van de tafel gezet dan zet Berry het glas heel rielekst op de linkerhoek van de tafel. Ook brengt hij, netjes, zoals hij vindt dat het hoort, zijn glas naar het aanrecht.
Ik woon naast zijn oma. Als hij er is begroet ik hem enthousiast: ’Hoi, Berry’. Hij zit te legoën. Hij kijkt even glazig op van zijn bezigheid. Vertoont verder geen reactie en gaat weer door met zijn geknutsel.

Vrienden heeft hij niet. Hij is heel lief tegenover zijn neefjes en nichtjes. Niet tegen zijn zusje, want die is staat veel te dicht bij zijn eigen boosaardige moeder.

Berry heeft geen vriendjes. Buiten spelen doet hij niet. Zo leert hij ook niemand kennen. Hij is nu elf. Als hij buiten zou gaan spelen zou hij niet weten waar hij was. Nooit zal hij zelfstandig kunnen leven. Alleen begeleid zou hij kunnen wonen. Met eten maken heeft hij hulp nodig.
Met zich van A naar B verplaatsen ook. Hij wordt altijd al vervoerd van A naar B. Zo zal hij nooit de weg leren kennen. Berry is een lieve jongen. Soms helemaal alleen. Zo af en toe ziet hij aan oma: ‘Oma markt moe?’ Dan geeft hij haar een knuffel.