Op het programma van het
festival staat deze ochtend een 'zangontbijt'. Het is afgezaagd, ik geef het
toe, maar het is eigenlijk te warm om te eten. Zingen gaat dan nog net, als het blijft bij simpele 'lalalalala'-community-singing, afgewisseld door
zingend doorgeven van borden, bestek (50 stuks), brood, zoet en hartig
broodbeleg en fruit.
Marjolein, een van de dames die tegenover me
aan de eet- tafel zit, ziet mij lijden in de zon, die mijn nek en linker arm tergt.
Marjolein biedt me een plekje in de schaduw naast haar aan. De vorige eetster was niet goed geworden.
Aanvankelijk dachten de Bosschenaren om me
heen dat ik de enige Rotterdammer was maar aan onze overkant zat nog een stel bij
mij vandaan: Elsje, een mongooltje van een jaar of 16, moeilijk schatten vind
ik dat met mongooltjes. Ze was met haar moeder en haar opa en oma. Die kwamen allemaal van
Zuid dus dat is, zoals algemeen bekend, eigenlijk geen Rotterdam. Ik was blij
dat dat eten afgelopen was. Niet alleen vanwege de hitte. Honger had ik ook niet want ik had om acht uur 's ochtends
al in mijn hotel zitten ontbijten.
Na het zangontbijt, als ik op
weg ben naar mijn hotel, ontmoet ik Rachid een Marokkaanse jongeman. Hij is al
31 jaar, heeft vrouw, kind en huis in Gouda. En … hij werkt in Den Bosch als schoonmaker.
We ontmoeten elkaar als we allebei opeens stil staan voor een tegel in een Bossche winkelstraat. Een
dichterlijke strofe:
'Ook de hond van Munir zal
stoppen als zijn baasje zegt:
'توقف يا كلب حلو' (Stop lieve hond)'.
Dat vonden we alletwee op
hetzelfde moment ineens leuk om te lezen.
Ik ben dit, wat u nu leest aan het
schrijven als op mijn deur wordt geklopt. Hard geklopt, zacht geklopt. Ik vermoed dat het de Marokkaanse schoonmaker is. Maar wat maakt het uit.
Het is
toch fantastisch dat zij dit, en nog veel ander vuil en vervelend werk, voor ons
willen opknappen. Ik ga hem zeggen dat ik nog graag nog een uurtje wil doorschrijven
(het is nu twee uur). Ik doe de deur open en daar zie ik Rachid, van zojuist, voor de deur staan. Hij werkt dus in mijn hotel. Ik begroet hem vrolijk. Hij
kijkt heel vriendelijk naar mij en zegt dat hij wel eerst een andere kamer gaat schoonmaken.
Ik wil ook vriendelijk zijn en bied Rachid aan dat hij mijn kamer wel mag
schoonmaken als ik hier gewoon doorwerk. Maar dat lacht hij snel weg: 'Neen
hoor, doet u maar rustig aan meneer. Over een uurtje zijn wij terug?’
Maar hij is mooi niet meer gekomen vandaag, die kut-marokkaan.