'Klei' was de laatste
voorstelling die ik zag, donderdagavond in Den Bosch. Hier spelen de acteurs,
in een landschap van tien ton klei en vijfhonderd liter water.
'Klei’ laat je voelen hoe het
is om deel te zijn van iets groters dan jezelf. Hoe kwetsbaar en krachtig een
lichaam kan zijn als het zich overgeeft aan de aarde.
In een rond modderbassin met
een diameter van 20 meter hebben, bij aanvang van de voorstelling, de drie
acteurs al een metamorfose ondergaan tot modderspringers. Er ontwikkelt zich
een strijd in de klei op leven en dood van nu eens één tegen één dan weer één
tegen twee. Hun bewegingen zijn onmenselijk-springerig, zelfs als zij de liefde
lijken te bedrijven.
De voorstelling is met circa
400 toeschouwers, dik uitverkocht. Bij binnenkomst worden de toeschouwers regenjassen aangedaan. Dit is ter bescherming van de kleding tegen het moddergooien van de wezens in het
bassin. Het is een uniek idee en schouwspel. Dit soort verrassingen is wat Boulevard
Den Bosch zo leuk maakt.
Klei was ongeveer tien uur afgelopen. Ik wilde naar de Parade terug, het episch
centrum van het festival. Omdat ik niet precies wist hoe te lopen, vroeg
ik een vrouw die ook bij 'Klei' was de weg. Ze legde me de route keurig uit en
... verrassing: halverwege haalde die vrouw me op de fiets in
en riep lachend naar me: 'Spring maar achterop, ik geef je een lift naar de
Parade.'. Dat scheelde mooi een half uur lopen en ik kon een half uurtje langer
swingen op de klanken van een toffe
Utrechtse Nederbeatband.
Aardige, leuke dame trouwens, Marisca, die me een lift gaf ... vraag ik haar, toen we eenmaal bij de Parade waren, of ik haar wat te drinken kon aanbieden .. nou dat kon dus ... we hebben ook nog even lekker staan swingen. Alleen, helemaal vergeten telefoonnummers uit te wisselen.
Stom, maar daar is het nu het te laat voor.
Wij zijn weer thuis.