Ik heb last van mijn nek. Ook nu, als ik zit te schrijven, voel ik die zeurende pijn. Het zal wel artrose zijn, zeggen mensen in mijn omgeving. 't Is niet zo dat ik ermee opsta en ermee naar bed ga. Neen. Ik word soms wakker en dan ben ik blij dat ik geen pijn heb. Helaas, meestal maar voor een paar uurtjes. Ik loop er ook voor bij een fysiotherapeut, Theo (30), die beslist zijn best doet, maar het blijft met zijn masseren op de vierkante decimeter toch dweilen met de kraan open. Die fysio is op zich een goeie vent. Een pure Hollander, alleen stukken kleiner dan de gemiddelde Nederlandse man. 1,63 meter is hij, schat ik. Hij zou een als kaaskop vermomde Chinese sumoworstelaar kunnen zijn. Tsjongejonge, wat heeft die man een omvangrijke biceps en borsten. De korte mouwtjes en de knoopjes van zijn luchtige overhemd staan bijna op knappen, wat, denk ik, betekent dat er geen grotere maat meer was. Een alternatief zou zijn dat hij in een hemdje zonder mouwen of in zijn blote body zou gaan masseren. Maar dat zal tegen de Algemene Richtlijnen voor de Fysiotherapeut zijn.
Ik weet niet beter of Theo doet zijn werk met plezier. Niet dat hij nu buitengewone gelukzaligheid uitstraalt, neen, dat nou ook weer niet. Maar hij is in zijn werk relaxed, gefocust en hij kan heel goed luisteren. Ook is hij geïnteresseerd in de mens achter de patiënt, want als hij mijn rode polsbandje ziet, het toegangsbewijs voor de Kunsthal, vraagt hij welke expositie ik gezien heb. Ik vertel hem dat ik Woody van Amen heb gezien. Een Rotterdamse kunstenaar. Grappig, verrassend af en toe, inventief soms. Maar absoluut geen mondiale grootheid.
Het is zo ongeveer kwart over vijf als ik op Theo's massagetafel lig. Theo is bijna klaar voor vandaag. Hij is zwijgzaam. Gelukkig is hij niet geïnfecteerd met het irritante kappersbabbel-virus: "Al op vakantie geweest, meneer Mastwijk?"
Neen, niet die babbel, maar wie schetst mijn verbazing als Theo tot mijn ontsteltenis vlak boven mijn hoofd, al masserend, gaat staan fluiten en dan ook nog een lied van Hazes: 'Een beetje verliefd'.
Mijn nekharen schieten meteen overeind: "Ga jij hier nou vlak boven mijn hoofd staan te fluiten, Theo?"
"Ja," zegt hij, "u bent nummer tien vandaag die ik een half uur moest masseren. Moet ik even van uitblazen, hoor."
"Luister, Theo, ik wil dat je dat nooit meer doet als ik hier door jou behandeld word. Dat gefluit van je is nog te verteren maar van dat Hazes-lied ga ik compleet over mijn nek."
Theo is klaar met mij en ook zijn werkdag zit er op.
'Bel maar als u last heeft."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten