Het jasje, dat ik aan heb, zit een beetje krap. Ik lijk er een beetje iel in. Breed geschouderde ben ik allerminst. Het is weer typisch ‘Jos’. Ik ben in die 76 jaar dat ik leef, behoudens mijn prilste min of meer onbewuste jaren, eigenlijk nooit tevreden geweest met mijn lichaam. Mijn lichaam als geheel bedoel ik dan. Er zijn wel losse onderdelen waar ik tevreden over ben of waar ik ooit enige tijd tevreden over ben geweest.
Een voorbeeld: ‘zo rond mijn twintigste’ was ik erg content met mijn haardos. Niet met al mijn haar. O, jasses neen! Alleen eigenlijk met het haar op mijn hoofd. Lang haar had ik, van mijn kruin, schedel, zo prachtig golvend tot op mijn (voor het mooie helaas iets te smalle) schouders. Met mijn sikje en bakkebaarden maakte ik goede sier, dus dat zat wel snor.
Het haar op m’n andere lichaamsdelen, zoals schaamhaar, bilnaadhaar, okselhaar, borsthaar, onderarmhaar en handhaar, dat wàs er gewoon, zonder dat ik er nu speciaal iets van vond. Noch was ik er blij mee, noch vond ik het niks. Wat ik absoluut drie maal niks vond, waren de pikzwarte haren op mijn melkflessen. Zo duiden mijn klasgenoten mijn benen aan. Het waarom veronderstel ik als bekend bij de lezer.
Waar ik ronduit alle jaren waarin ik me bewust was van mijn uiterlijk, niet blij mee ben geweest, was de vorm van mijn hoofd. Mijn hoofd heeft de vorm van een rugbybal. Nou… om het helemaal duidelijk te krijgen: mijn achterhoofd is precies als de spitse kant van de ovale rugbybal.
Tsja, ik heb dat hoofd nu eenmaal. Ma heeft me wel eens toevertrouwd dat zij nu eenmaal een te klein kutje had voor die grote kop van mij. Ze heeft het nooit met zoveel woorden gezegd, maar op zich zou het me niks verbazen als ik uiteindelijk een alom gevreesde tangbevalling was, met die rugbybal als teleurstellend gevolg. Ma’s kutje was, begrijpelijkerwijze door mijn entree in deze wrede wereld, flink uitgescheurd: onnoembaar veel hechtingen. Ma heeft me wel eens gezegd hoeveel het er waren maar ik ben de tel kwijt geraakt. Waarschijnlijk schudden mijn drie jongere zussen al die aangrijpende bevallingsfeitjes zo uit hun mouwen. Dat zijn per slot van rekening allemaal echte vrouwendingetjes, toch?
Ik was trouwens de enige van al haar tien kinderen met zo'n ‘extreem-groot-puntig-rugbybalachtig-achterhoofd’. Kees, een ouwe schoolvriend van ma, heeft overigens datzelfde rare koppie. Maar dat zegt natuurlijk nog niks.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten