Pageviews van de afgelopen week

Posts tonen met het label mondhoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mondhoek. Alle posts tonen

zondag 9 augustus 2026

EEN FLINKE MEP.

Je mag blij wezen Teun, dat ik al die jaren bij je ben gebleven, uit medelijden, ja en omdat ik je de hand boven  het hoofd heb willen houden, maar dat is nú afgelopen……..’ zei Laura, zijn echtgenote, onder de afwas tegen hem. Toen werd het even zwart voor zijn ogen en gaf hij haar een flinke mep. Haar linkerwang liep behoorlijk rood aan, er sijpelde wat bloed uit haar mondhoek maar na een half uurtje was er niks meer van te zien.  Laura  gilde alsof er een moordaanslag op haar gepleegd was:

‘OEAAAAAAAAAAAAAAAAA’ oorverdovend hard klonk haar langgerekte kreet. Niet eerder had Teun iemand zo’n mep verkocht. Ook zijn zonen, Ben van twaalf en Jerry van acht, had hij nog nooit hoeven slaan. Zoiets zit gewoon niet in Teun. Het was waarschijnlijk van schrik dat Laura zo gilde.

 Des te vreemder is het, dat hij nu, een paar weken na de ‘mep’, een aangetekend schrijven ontvangt van een advocatenkantoor. Laura heeft echtscheiding aangevraagd, omdat hij een gevaar is voor zijn eigen kinderen en nu ook voor haar.  Ze durft hun zonen niet meer bij hem alleen te laten 'na een lange reeks van mishandelingen'.

 ‘Nu mankeren ze even niks’, aldus het schrijven. ‘Alle kwetsuren van de kinderen zijn inmiddels geheeld. Behandelende artsen werden voorgelogen over de oorzaak van de verwondingen. Botbreuken en andere verwondingen waren dus he-le-maal niet het gevolg van ongelukjes op de wintersport, het uitglijden in het zwembad,  baldadigheden onder elkaar thuis,  noem maar op. Neen! Alle kwetsuren en verwondingen zijn toegebracht door hun vader….uit frustratie ….in blinde woede.’

 'Zohooo, dus ik ben hier in huis dus de grote kindermishandelaar?!' Grimlacht Teun. Laura vertelt nu plots een heel bijzondere en andere waarheid. Dè waarheid? Háár waarheid! Aan háár advocaat: al die nu nog traceerbare botbreukjes zouden het gevolg zijn van Teuns sadistische neigingen’!

 Volgens Laura zitten die neigingen in zijn genen. Geërfd van zijn vader. ‘Kampneigingen’ noemde zijn moeder ze, als zijn pa Teun weer eens in een vlaag van verstandsverbijstering een stomp in zijn maag had verkocht of hem een bloedneus of een blauw oog had geslagen. Van zijn negende tot zijn veertiende jaar zat zijn pa in Nederlands-Indië in een jappenkamp. En die Jappen waren niet mis, hoor! Hadden geen enkel mededogen met kinderen. Ze hadden zijn vader wel eens een hele middag lang in de brandende zon,  met één arm aan een boomtak laten bungelen, omdat hij een eitje gepikt had uit de kippenren van het Japanse leger…..tot aan zijn dood heeft hij last gehad van die arm.


woensdag 26 juli 2023

ARTSEN

 Ik ben patiënt bij een huisartsenechtpaar. De man vind ik prettiger dan de vrouw. Echt groots is hij niet …  maar neemt de tijd voor je, is vriendelijk. Een paar keer maak ik mee dat hij zich niet kan beheersen. Zo maar ineens zit hij te vloeken! Ik vraag me wel eens af of hij Gilles de la Tourette heeft.

Mijn pink groeit krom. De dokter laat me foto’s maken en ik moet de uitslag doorbellen. De doktersassistente vindt dat het meevallen: ‘kijk het maar even aan’. Nou, ik kijk het even aan, tot die pink niet krommer meer kan.  Dat vertel ik de dokter. Dan staat hij gepikeerd op en zegt:  ’aankijken, even aankijken, u laat uw vinger, godverdomme, toch niet zo ‘alle jezus’ kromgroeien? Dan moet u  gewoon eerder bij me langskomen!’

‘Ja,’ zeg ik toen, wat geschrokken,‘ maar zeg dan hoe làng ik het moet aankijken, want als die foto’s gemaakt worden, is die pink al zo krom als een klein banaantje. Ik weet wel hoe het gegaan is, dokter. U heeft die foto’s destijds niet eens gezien. Als ik uw assistente erover bel, werpt ze een terloopse blik op die foto’s. Op eigen houtje adviseert ze me om het maar ‘even aan te kijken’. ‘Als ik het nog langer blijf aankijken , moet ik heel lang zoeken naar mijn pink.’

Het is duidelijk merkbaar: de dokter ‘not amused’. Een zenuwtje  trilt van zijn linker neusvleugel naar zijn linker mondhoek en tegelijkertijd knippert hij onregelmatig met zijn rechteroog.

‘Ik geef toe dat ik hier ‘kanker’ wat duidelijker over had kunnen zijn. God alle Jezus!! Ik zal u nu meteen verwijzen naar ‘tering!’ het ziekenhuis om uw pink recht te laten zetten.’

En binnen drie weken staat ie weer kaarsrecht.

De echtgenote ook arts. Met een schijnbaar vriendelijke toverfeeënglimlach haalt ze de patiënt op in de wachtkamer. Ze draait zich. Loopt naar haar spreekkamer. De glimlach heeft plaats gemaakt voor een asgrauwe blik. Pas als ze de patiënt van achter haar bureau weer aankijkt tovert ze de valse glimlach op haar gezicht. Het straalt er bij haar zo duidelijk  vanaf: wat een afschuwelijke baan heb ik! Maar: ik blijf lachen.

Als ik nog maar net bij dat huisartsenkoppel ben, neem ik haar meestal. Nooit heb ik iets bijzonders behalve die ene keer. Ze valt door de mand. Ik heb aambeien. Ik geef toe: geen appetijtelijk klusje voor een arts maar ik mag van een professional toch verwachten, dat ze dat aan kan. Ik heb het woord ‘aambeien’ nog niet uitgesproken of ik zie haar kokhalzen terwijl ze kortaf zegt: ‘Uw onderlichaam ontkleden en op de behandeltafel gaanliggen. Ik ben zo bij u.’

Jammer dat ik haar gezicht niet kon zien, toen ze mijn billen uit elkaar moest houden om mijn aambeien te inspecteren met haar zaklantaarntje in haar mond.

‘Kleedt u zich maar weer aan.’ ‘Het is niet verontrustend. Ik schrijf een zalfje voor. Na elke stoelgang dun smeren. Tot ziens. Als u last blijft houden, zie ik u terug.’

 

Terwijl ze dat zegt, kotst ze haar eikenhouten bureau onder. Enkele spettertjes belanden op mijn gezicht en mijn T-shirt.