Pageviews van de afgelopen week

donderdag 26 maart 2026

MONGOOL.

Elke ochend, as ik naar de sportschool gaat, komt ik d’r tege. Een vrouw van een jaar of veertig, een mongooltje. Ze is altijd same met d’r moeder, die toch ook al een endje in de zeventig mot weze. Waar ze heen gaan? Tja, leg dat maar us uit.. Geen idee. Het ken van alles weze, naar de familie of de supermarkt ofzo, maar ik heb zo’n donkerbruin vermoede dat ze elke ochtend rond die tijd naar de dagbesteding voor verstandelijk gehandicapte gaan.
Bijna altijd zijn ze same en bijna altijd hebbe ze mot met mekaar. Die moeder ken het nooit goed doen. Met d’r lage damesstem gooit die dochter d’r moeder allerlei verwijte naar d’r hoofd die ik niet verstaan ken, maar zo komp het wel over. Soms loop ze stampvoetend een paar meter voor d’r moeder uit, met een muil die op onweer staat. De andere keer loop ze juist weer tergend langzaam een paar passe achter d’r moeder an. Zo dwingt ze dat mensie om steeds achterom te kijke en d’r eigen tempo an te passe. Een heel enkele keer zie ik d’r alleen op pad gaan. Ook dan kijkt ze zo nukkig uit d’r doppe, dat hoort blijkbaar gewoon bij d’r. Met grote stappe loop ze me tegemoet; ze kijk niet op of om en loop gewoon door.
Ik heb best wel us medelijde met die ouwe moeder, want die doet het in de oge van d’r dochter toch nooit goed. De wanhoop straalt uit d’r oge. Het valt ook niet mee as je op weg ben naar de tachtig en je lig constant overhoop met zo’n recalcitrante dochter op je nek.
Mijn jongste broertje Marco is ook een mongool. Twintig jaar jonger dan ik is tie. Me moeder was 39 toen ze van hem beviel. Hij is precies het tegenovergestelde van die nukkige dame: meestal hartstikke rustig, vriendelijk en meegaand. Wat dat betreft is het natuurlijk net as bij gewone mense: elke mongool is weer anders.
Hoewel Marco niet zo’n moeilijke gozer is, heb me moeder er verstandig aan gedaan om hem, toen die nog een tiener was, uit huis te plaatse in een begeleide woonvorm. Dat was een hele kluif voor d’r om dat te besluite. Ze heeft er zat traantjes om gelate, maar het was een goeie beslissing. Een verstandelijk gehandicapt kind in huis blijf tot in de lengte van dage een hele zorg, ook al ken Marco nog zo rustig en vriendelijk weze.
Me moeder heb zo een redelijk rustige ‘oude dag’ gehad en Marco heb het in z’n eigen huisie, met z’n begeleiders en die andere bewoners prima naar z’n zin. Voor zowel me moeder as voor Marco was het altijd een klein feessie as ze mekaar weer zage, bij hem of bij moeders thuis… of op een verjaardag… want dán was het dubbel feest, begrijp je?

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


woensdag 25 maart 2026

KUNSTHAL.

Met mijn 'maatje tegen wil en dank, Anton, fiets ik, met windje tegen naar de Kunsthal. Anton begint nog voor we aan het fietsen zijn te sputteren, dat we een pittige wind tegen zullen hebben.

‘We kunnen beter met de metro gaan.’

‘Nee’, zeg ik kordaat ‘'we gaan fietsen!

’Dan wil ik wel uitmaken hoe we daarheen fietsen,’ zegt het kind (68)’.

Zelf zou ik over de Maasboulevard zijn gegaan, dat is de kortste weg. Wel hebben we dan dan de zuidwestenwind tegen. Nee, we wurmen ons met Anton voorop, door het centrum van de stad, hetgeen uiteindelijk vijf kilometer extra fietsen kost. Qua tijd zal het niet zo veel schelen omdat we binnen de bebouwde kom niet zo veel last van de stevige wind hebben.

Als we de Kunsthal in gaan, komt Anton erachter dat hij zijn Rotterdampas nog niet heeft verlengd. Met een schaapachtige blik op zijn gezicht wappert hij nog met zijn id-kaart naar de kassière in een poging om nog 65-plus korting te bemachtigen. Neen dus. Dat betekent dat hij 19 euro (!)  moet betalen om naar binnen te mogen..

Ik mag met mijn Rotterdampas gratis naar binnen. Wat een lul, die Anton. Hij blijft desalniettemin nog behoorlijk wat minuutjes schaapachtig lachen. Vindt het waarschijnlijk geen probleem. 19 euro! Ik vind dat veel geld.

Er zijn op  dit moment twee voor mij interessante exposities  in de Kunsthal. Er is een expositie van genomineerden voor de prestigieuze Nationale Nederlanden prijs. In een andere zaal staat de Engelsman David Shrigley centraal. Vooral naar wat die laatste mij te bieden heeft ben ik heel nieuwsgierig. 

Het is heel interessant om de genomineerden voor de NN-prijs te zien. Goed te zien hoe maatschappelijk geëngageerd deze jonge mensen stuk voor stuk bezig zijn. Duidelijk wordt stelling genomen in bijvoorbeeld de migratie-problematiek. De materalen waar ze hun kunstwerken mee vervaardigen zijn vaak  gerecycled.

David Shrigley (68) is  een eigenwijze, grappige kunstenaar. Van alles doet hij. Hij is een ideeënman, maakt grappige tekeningen, bij grappige teksten en andersom. Hij maakt opblaasbare objecten, voor in grote zwembaden of in de zee. Onder andere een gigantische zwarte eend. Maar ook maakt hij kleinere speelbeesten en kleine lieve beeldjes.

Het interesseert Anton allemaal geen fluit. Hij verveelt zich, heeft dorst en honger, want hij is vergeten om vanmorgen te ontbijten. Hij is er nu pas drie kwartier en dat voor die voor die 19 euro. Maar hij gaat toch weg. Bananen kopen bij Albert Heijn. Hij heeft een lege maag, die moet gevuld..

Een andere Engelse kunstenaar, de wereldberoemde Banksy vroeg Shrigley mee te werken aan een  alternatief pretpark in Engeland genaamd Dismaland. Dat pretpark moest het tegenovergestelde bieden van de 'dolle pret' die de ons bekende pretparken’ te bieden hebben:

Frustratie, teleurstelling , kapotte, mislukkende, defecte attracties. Het personeel daar kreeg de opdracht zo chagrijnig mogelijk en nors te zijn. Het werd, ongelooflijk, een enorm succes.

 In de Kunsthal laat David ons (het publiek) de onmogelijke opdracht uitvoeren een zwaar aambeeld met pingpongballetjes van de werktafel te gooien. Uittermate frustrerend.  

Ik ga zeker nog een keer kijken.  

Zeer de moeite waard.


Lieve lezer,

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen 

via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


                                            

                                                                                                       


dinsdag 24 maart 2026

DORST

"Vandaag doe ik es makkelijk: effe twee van die dikke pizza’s van dokter Utker gehaald. Een ‘Bacon’ en een ‘Texas’. We snije die dinge altijd doormidde, ken je van allebei proeve. Nou, die Texas was best te hachele, maar die Bacon was godsgruwelijk zout. Ik ken drinke wat ik wil, anderhalve liter Spa rood al in me mik, maar die dorst gaat niet weg.
Het dee me gelijk denke an 1969. Ik was an het lifte naar Spanje en kreeg een lift van twee homo’s naar hun hotel in Béziers. Aardige gasten, niks mis mee en ik mog daar nog pitte ook. Ik zat net effe imme nakie uit te dampe op de rand van me bed na het douche, komme ze opeens allebei in hun blootje me kamer binne zette, met een bladje Pastis.
Ze kwame zowat tegen me an zitte en begonne an me bene te friemelen. Ik zei: 'Non, non messieurs, daar kenne we niet an beginne, hoor.' Ze liete me gelukkig met rust en zette me de volgende ochtend netjes af bij een liftplek.
Maar die dag was het bloedverziekend heet, wel tweeëndertig graje. Ik stond uren te verrotte in de zon bij Perpignan en me water was allang op. Me lippe en me tong ware gortdroog; ik kon ze bekant niet meer bewege. Uiteindelijk ben ik met de bus naar een durpje vlakbij gegaan en heb daar in een café gelijk drie glazen water achterover geslage. Ik ging zowat de pijp uit van de dorst.
Ik zeg je eerlijk: ik heb in m’n leve nog nooit zo’n trek in vocht gehad. En da’s uniek, want normaal gesproke ben ik net as een goeie Rotterdamse hoer: ik ken een hoop hebbe, maar van een droge bek hou ik niet!"

(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com




maandag 23 maart 2026

FRANS OPFRISSEN

Dezer dagen ben ik  druk in de weer om mijn kennis van de Franse taal wat op te poetsen. Misschien heb ik het al geschreven: ik ga van de zomer weer een paar weken naar Avignon in Zuid Frankrijk. De laatste keer dat ik daar was is  meer dan tien jaar geleden. Ik ben überhaupt sinds die  tijd  nooit meer in Frankrijk geweest.

Daarom was ik op zoek naar mensen die me zouden kunnen helpen de Franse taal beter te leren spreken. Tot mijn vakantie, in juli, zou ik dan met ze kunnen ‘sparren’.

Ik wou net zoiets doen als wat ik zelf jarenlang deed met migranten die net in Nederland waren en een beetje Nederlands spraken … door elke week een uurtje met mij te praten verbeterde hun Nederlands..

Ik heb nu twee mensen gevonden die me willen helpen. Een Fransman, die hier al meer dan vijftig jaar woont en een Nederlandse vrouw, die ik ken van Klup. Met ieder van ga ik één keer per week een uurtje praten.

Met Fransman, Patrick (77), heb ik al twee keer gesproken. Hij pakt het heel schools aan. Hij stelt me heel concrete vragen in het Frans die ik natuurlijk ook in het Frans moet beantwoorden. Heel anders dan zoals ik dat zelf deed met mijn leerlingen. Wij converseerden destijds altijd ‘voor de vuistweg’. Patrick is heel sérieus. Ik kan niet echt merken dat hij lol beleeft aan het les geven aan mij. Dat kan ik me ook best voorstellen, want het niveau van mijn Frans is in die tien jaren naar onpeilbare diepten gekelderd. Allerbelabberdst. 

Over de ‘manier van werken’ van de dame (Anne Marie, 76) kan ik nog niks zeggen. Woensdagmiddag is de eerste les. We hebben kort geleden al eens met elkaar in ‘lollig’ Frans gecorrespondeerd over activiteiten in Klup-verband.

Via A.I. trof  ik afgelopen zondag de app van het talenprogramma Talkpal.   In feite biedt dat  programma me alles wat ik nodig heb: woordjes leren, werkwoordvervoegingen, zinsbouw oefeningen, rollenspelen  met  intelligente ‘robots’, die antwoorden van mij corrigeren. En dat voor 12 euro per maand. Ik kan er 24/7 mee oefenen.

Het is nu voor mij van cruciaal belang dat ik niet te veel doordraaf. Ik ben zo iemand die dan 24/7 ineens niets anders meer doet dan Franse woordjes leren en grenzeloos Frans blijft lullen met die intelligente robots. Het is zelfs nog veel erger: als ik fiets zeg ik hardop  wat ik zie, in het Frans:

le bois de Kralingen (het Kralingse bos),

le théatre (het theater),

cette auto va trop vite (deze auto rijdt te snel),

quelle grande arbre (wat een grote boom),

 le soleil brille (de zon schijnt),

Je suis presque chez moi. (Ik ben bijna thuis)

 

en ik zeg hardop in het Frans wat ik hoor)

Mon petit chien aboie heureux (mijn hondje blaft blij).

 

Fin CU


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zondag 22 maart 2026

PROPPIE.

Een vrouw met een niet alledaags, propperig lijfje en een Lady GaGa-face zit opeens op die spinningfiets naast me. Ze komt dus ook meefietse. Voor het eerst, dat moet haast wel, want ík hebt haar hier nooit eerder gezien; bovendien gaat ze zitte ragge op een fiets waarvan het stuur veel te laag staat en het zadel voor haar korte beentjes veel te hoog. Bovendien kan ze nog maar net bij het stuur met die korte armpjes van haar, doordat het zadel te ver naar achtere is geschove.

Jean, die charmante spintrainer, ziet gelijk dat het zo niet goed kan gaan en helpt haar met het instelle van de fiets op haar bijzondere afmetinge. Angst voor lichamelijk contact heeft die Jean niet. Kan hij natuurlijk ook niet gebruike in dit werk. Jean pakt haar routineus bij d’r middel; strekt haar linkerbeen wat, zet haar linkervoet op het pedaal en stelt dan het zadel in, op hoogte van de bovekant van haar linkerheupbeen. Dit alles doet hij swingend op de hard dreunende technomuziek die uit de krachtige boxe van de spinningruimte knalt. Met wat zachte druk van zijn hand op haar rug beweegt Jean haar bove-lichaam iets naar vore, hij strekt haar linkerarm een weinig en stelt de stand van het stuur in. En maar swinge, lache en zinge (onhoorbaar overigens). Ik dacht nog bij mezelf: als hij haar nog één keer zo beetpak, leg ze d’r eitjes straks nog in zijn nek.

Ze is echt omgekeerd evenredig aan de meeste andere spinsters hier. Die hebbe vrijwel allemaal aerodynamische kleding en dito lijve. Strakke sportkleding over afgetrainde lijve. Met haar slobbertrui (dat soort truie leg bij de Zeeman in de aanbieding voor 4,95 euro), haar veel te kort afgeknipte pyjamabroek (motief Brabants bontje) en haar blauwe, low budget gympies is ze duidelijk een dissonant in de gym hier. Toch zie ik op dit moment geen spinster die net zo opgewekt en fris als zij op de pedale staat.

Iedereen in de zaal laat zich opzwepe door trainer Jean: ‘We gaan nu steil de berg op,’ zegt-ie, ’draai de weerstand bij. Je moet nu pijn in je bove-bene voele. Kom op!’ Buiten adem en met een knalrode kop arriveer ik op de top van die fictieve berg.

Ik werpt even een vluchtige blik naast me en zie dat ‘proppie’ nog net zo monter en energiek op haar fietsje zit te strale als aan het begin van de training. Haar grote bruine ogen kijke mij lachend (of is het spottend?) aan. Het lijkt wel alsof ze op een zonnige lentedag over een vlak, geasfalteerd fietspad fietst, in een rustige landelijke omgeving met een heel klein beetje wind mee. Of lijkt dat misschien maar zo?


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com


zaterdag 21 maart 2026

LOSLATEN

Ik noem haar altijd mss X. Vindt ze geen probleem. ‘Grappig eigenlijk wel’, zegt ze.  We hebben  een klik zo gezegd. Nu eens wat meer, dan eens wat minder. Doorgaans leuke gesprekjes van de hak op de tak vaak, over koetjes zowel als kalfjes.

Over speelfilms. We zijn allebei lid van Cineville. Over mijn liefde voor theater, die zij telkens belachelijk maakt (ze  weet geen hol  van theater).

 Over hoe ze in haar vel zit. Over  haar werk. Dat ze ander werk wil. Over het sprookje dat ze schreef en over die ‘pilatus-lessen’ die ze geeft. Zou kùnnen geven dan. Want ze heeft niemand die bij haar op les wil.. Ik bied me gelijk aan om te pilatussen maar mij  wijst ze resoluut af. Why? I don’t know. Bang misschien voor deze enge man  bij haar alleen in huis?

Ondanks die afwijzing lijkt het me leuk wat meer contact met haar te hebben. Ik app haar: ‘Zullen we, bij goed weer, eens een wandelingetje maken, mss X?

Van haar antwoord valt mijn mond wijd open van verbazing: ‘Gezellig’.

Ik vroeg haar eens  op de thee. Om het haar makkelijk te maken, voegde ik eraan toe dat het niet langer dan een kwartiertje zou hoeven te duren.’ Nee’, zei ze cordaat,’ik wil wel thee met je drinken maar dan alleen in de bioscoopfoyer, na afloop van een film. Daar komt het al enige jaren niet van.

 Kort na haar ‘gezellig’ reactie stel ik haar twee mogelijke wandeldata voor. Maar dat valt niet in goede aarde: ‘Ik kan nóóit in het weekend’ (één van de middagen wàs in het weekend). Bovendien belóóf ik nooit meer wat, zei ze. Ik doe  alleen nog maar dingen  spontaan’.

 

Dat valt nog niet mee, allebei tegelijk spontaan. Maandag waagde ik het er op. ’s Middags is  goed weer voorspeld. Echt wandelweer:

 ’Vanmiddag wandelen mss X?’

 ‘Neen’, antwoordt ze beslist.

 ‘Je zei toch dat je het gezellig zou vinden een wandelingetje te maken met mij?

 ‘Laat me maar los, Jos’. Zegt ze dan. En nog eens: ‘Laat me los, Jos’

 Blijkbaar voelt  onze 'band' voor háár te beklemmend. Ik wist niet eens dat ik aan haar vast zat. Maar ... okee, geen probleem. Jos laat haar los. Jos schakelt  van ‘mss X-contact’ naar ‘buurvrouw-contact’.

‘Hallo buurvrouw, zeg ik enthousiast tegen haar: ‘Goedemorgen’. (Nog nooit heeft ze me Jos genoemd). Ze komt naast me fietsen in de gym. Zwijgend. Koe noch kalf is in beeld.  Ik laat los dus zwijg.

Mijn buurvrouw ook. Zo fietsen we zes minuten in een ijzig stilzwijgen naast elkaar.

Zij stopt dan met fietsen.

Zonder een woord te zeggen gaat ze naar een ander fitness apparaat.

Ik fiets nog tien minuten door.

Tsja, ik ben nu ''mss X', en bijna ‘buurvrouw’ kwijt. Over een paar weekjes ga ik helemaal los met ’mevrouw’.

En dan is het eindelijk een feit, dan ben je me kwijt, dan ben je me kwijt..


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com 





























En dan is het eindelijk  een feit, je  bent me  kwijt.


vrijdag 20 maart 2026

MEELOPERTJE

Ik kent Jan nog van ut gymnasiums. Jare zestig. De triomfdage van de Stones en de Beatles. Van Feijenoord natuurlijk ook. Een stille gozer was ut. Bleek, mager. Grote bril op z’n gok, klein koppie, vet haar naar achtere gekamd met slage erin… neen, ’t was niet bepaald moeders mooiste.

Hij komp bij ons in de tweede… een middelmatige leerling… goed in economie. Hij blokkeert alleen as-ie een mondelinge beurt krijg… z’n harses word dan zo rood as een kreeft. Kejje nagaan hoe dat d’r uit zag.

Het duurt effe voordat-ie aansluiting krijg bij de rest van de knape uit klas 2B. Hij laat z’n haar groeie en doe z’n bril af, zo lijk-ie een beetje op Keith Richards van de Stones. Echt geaccepteerd word-ie door dat groepje Stones-fans niet, maar as-ie ut bevel van de schooldirecteur negeert om naar de kapper te gaan en in nette kleren naar school te komme, stijg z’n populariteit wat. Maar… echt een prominent lid van die groep word-ie nooit. Eens een meelopertje, altijd een meelopertje.

Voetballe is z’n sport… héél goed zijn we d’r geen van alle in, Jan ook niet. In de loop van de derde kom een stel Feyenoord-fans op ut idee om bij thuiswedstrijde van Feyenoord naar de Kuip te gaan. Het is de tijd waarin Coen Moulijn als dertiger excelleert, al noemde wij hem toen al liefkozend ‘die ouwe lul’. Jan is d’r altijd; maar ook hier hebtie nooit ut hoogste woord, zelfs juiche bij een doelpunt doetie ingetoge… hij lach… steek een vuist omhoog: ‘yeah!’

 

Ik bent een keer bij hem thuis gewest. Veel broertjes en zussies hebtie… zes tel ik d’r al… later kwame d’r nog meer bij. Jan is daar de oudste. Wat me is bijgebleve, is dat armoedige meubilair en die verslete vloerbedekking die daar lag te legge. Ook die penetrante zeiklucht… geen huisdier te bekenne… van die broertjes dus.

 

Onze economiedocent wil eens bewijze dat arbeiderskindere ut gymnasium nooit hale. Hij doe bij ons in de klas een onderzoekje naar ut beroep van de vaders. Hij krijg gelijk, want d’r zit bij ons géén arbeiderskind in de klas.

Mijn vader zit in de directie van C&A Nederland. Maar ik weet zeker dat Jan z’n vader in een fabriek werk, gezien het armoedige zooitje dat daar thuis lag te legge. Maar Jan antwoordt doodleuk dat z’n vader onderdirecteur is bij Bolletje… van die beschuit. Hij schaamde zich d’r eigen volgens mij voor dat z’n vader een arbeider was.

Dat is dàn… later pas kom de trots op een vader die hem laat doorlere, terwijl ut thuis armoe troef is. Later verklapt Jan me dat z’n vader al jare rolle eierbeschuit in doze staat te legge en naar ut magazijn loop te sjouwe.

Na de middelbare school verliest ik hem uit ut oog en dan, wie had dat ooit kenne denke, dan groei Jan, dat schuchtere meelopertje, uit tot één van de meest gelezene schrijvers van Nederland. Leuk hem heel anders gekend te hebbe en… eerlijk is eerlijk: ik zou wille dat ik maar een heel klein beetje van z’n talent had. Dan was dit zeker-weten, een leuk stukje geworden.


(Uit mijn verre R'damse verleden)


Lieve lezer, 

stukjes van mij zijn al vele jaren te lezen via de volgende link:

stukkiejee.blogspot.com